19 APRIL
- - Koninklijk besluit tot bepaling van het administratief statuut van het operationeel personeel van de hulpverleningszones VERSLAG AAN DE KONING Sire, Het ontwerp van besluit waarvan ik de eer heb het ter ondertekening aan Uwe Majesteit voor te leggen beoogt de uitvoering de artikelen 17, § 1, 7°, 106, 106/1, 208 en 224, tweede lid, van de wet van 15 mei 2007Relevante gevonden documenten type wet prom. 15/05/2007 pub. 31/07/2007 numac 2007000663 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de civiele veiligheid type wet prom. 15/05/2007 pub. 11/04/2008 numac 2007023069 bron federale overheidsdienst volksgezondheid, veiligheid van de voedselketen en leefmilieu Wet houdende instemming met het samenwerkingsakkoord tussen de Federale Overheid, het Vlaamse Gewest, het Waalse Gewest en het Brussels Hoofdstedelijk Gewest inzake de uitvoering van sommige bepalingen van het Protocol van Kyoto, afgesloten te Brussel, op 19 februari 2007 type wet prom. 15/05/2007 pub. 15/06/2007 numac 2007000560 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet op de Algemene Inspectie en houdende diverse bepalingen betreffende de rechtspositie van sommige leden van de politiediensten type wet prom. 15/05/2007 pub. 18/06/2007 numac 2007003293 bron federale overheidsdienst financien Wet tot wijziging van de wet van 22 maart 1993 op het statuut van en het toezicht op de kredietinstellingen, van de wet van 6 april 1995 inzake het statuut van en het toezicht op de beleggingsondernemingen, de bemiddelaars en de beleggingsadviseurs, en van de wet van 20 juli 2004 betreffende bepaalde vormen van collectief beheer van beleggingsportefeuilles type wet prom. 15/05/2007 pub. 30/08/2007 numac 2007023271 bron federale overheidsdienst sociale zekerheid Wet tot verbetering van het sociaal statuut van de betaalde sportbeoefenaar type wet prom. 15/05/2007 pub. 08/06/2007 numac 2007000545 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet tot wijziging van artikel 14 van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973 type wet prom. 15/05/2007 pub. 29/06/2007 numac 2007000628 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet tot instelling van de functie van gemeenschapswacht, tot instelling van de dienst gemeenschapswachten en tot wijziging van artikel 119bis van de nieuwe gemeentewet type wet prom. 15/05/2007 pub. 22/08/2007 numac 2007009537 bron federale overheidsdienst justitie Wet tot wijziging van het Gerechtelijk Wetboek betreffende het deskundigenonderzoek en tot herstel van artikel 509quater van het Strafwetboek type wet prom. 15/05/2007 pub. 12/07/2007 numac 2007009611 bron federale overheidsdienst justitie Wet tot wijziging van artikel 57 van het Burgerlijk Wetboek, inzake de vermelding van het geslacht van kinderen van wie het geslacht onduidelijk is type wet prom. 15/05/2007 pub. 13/08/2007 numac 2007000721 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet tot instelling van de functie van gemeenschapswacht, tot instelling van de dienst gemeenschapswachten en tot wijziging van artikel 119bis van de nieuwe gemeentewet. - Duitse vertaling type wet prom. 15/05/2007 pub. 31/12/2010 numac 2010000718 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet tot wijziging van het Gerechtelijk Wetboek betreffende het deskundigenonderzoek en tot herstel van artikel 509quater van het Strafwetboek. - Duitse vertaling type wet prom. 15/05/2007 pub. 12/11/2008 numac 2008000930 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet waarbij de bevoegdheid om toegang te verlenen tot de informatiegegevens van het wachtregister en van het register van de identiteitskaarten toevertrouwd wordt aan het sectoraal comité van het Rijksregister. - Duitse vertaling type wet prom. 15/05/2007 pub. 08/06/2007 numac 2007000490 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet waarbij de bevoegdheid om toegang te verlenen tot de informatiegegevens van het wachtregister en van het register van de identiteitskaarten toevertrouwd wordt aan het sectoraal comité van het Rijksregister type wet prom. 15/05/2007 pub. 29/05/2007 numac 2007003270 bron federale overheidsdienst financien Wet tot bekrachtiging van het koninklijk besluit van 20 december 2006 betreffende de bijdrage in de werkings-, personeels- en oprichtingskosten van de kansspelcommissie verschuldigd door de houders van de vergunningen klasse A, B, C en E voor het kalenderjaar 2007 sluiten betreffende de civiele veiligheid. Het ontwerp strekt ertoe het administratief statuut van de beroeps- en vrijwillige brandweerlieden van de hulpverleningszones te bepalen en vormt een fundamenteel element van de hervorming van de brandweerdiensten gelanceerd in
- Eén van de doelstellingen van de hervorming van de openbare hulpdiensten, waarvan de wet van 15 mei 2007Relevante gevonden documenten type wet prom. 15/05/2007 pub. 31/07/2007 numac 2007000663 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de civiele veiligheid type wet prom. 15/05/2007 pub. 11/04/2008 numac 2007023069 bron federale overheidsdienst volksgezondheid, veiligheid van de voedselketen en leefmilieu Wet houdende instemming met het samenwerkingsakkoord tussen de Federale Overheid, het Vlaamse Gewest, het Waalse Gewest en het Brussels Hoofdstedelijk Gewest inzake de uitvoering van sommige bepalingen van het Protocol van Kyoto, afgesloten te Brussel, op 19 februari 2007 type wet prom. 15/05/2007 pub. 15/06/2007 numac 2007000560 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet op de Algemene Inspectie en houdende diverse bepalingen betreffende de rechtspositie van sommige leden van de politiediensten type wet prom. 15/05/2007 pub. 18/06/2007 numac 2007003293 bron federale overheidsdienst financien Wet tot wijziging van de wet van 22 maart 1993 op het statuut van en het toezicht op de kredietinstellingen, van de wet van 6 april 1995 inzake het statuut van en het toezicht op de beleggingsondernemingen, de bemiddelaars en de beleggingsadviseurs, en van de wet van 20 juli 2004 betreffende bepaalde vormen van collectief beheer van beleggingsportefeuilles type wet prom. 15/05/2007 pub. 30/08/2007 numac 2007023271 bron federale overheidsdienst sociale zekerheid Wet tot verbetering van het sociaal statuut van de betaalde sportbeoefenaar type wet prom. 15/05/2007 pub. 08/06/2007 numac 2007000545 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet tot wijziging van artikel 14 van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973 type wet prom. 15/05/2007 pub. 29/06/2007 numac 2007000628 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet tot instelling van de functie van gemeenschapswacht, tot instelling van de dienst gemeenschapswachten en tot wijziging van artikel 119bis van de nieuwe gemeentewet type wet prom. 15/05/2007 pub. 22/08/2007 numac 2007009537 bron federale overheidsdienst justitie Wet tot wijziging van het Gerechtelijk Wetboek betreffende het deskundigenonderzoek en tot herstel van artikel 509quater van het Strafwetboek type wet prom. 15/05/2007 pub. 12/07/2007 numac 2007009611 bron federale overheidsdienst justitie Wet tot wijziging van artikel 57 van het Burgerlijk Wetboek, inzake de vermelding van het geslacht van kinderen van wie het geslacht onduidelijk is type wet prom. 15/05/2007 pub. 13/08/2007 numac 2007000721 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet tot instelling van de functie van gemeenschapswacht, tot instelling van de dienst gemeenschapswachten en tot wijziging van artikel 119bis van de nieuwe gemeentewet. - Duitse vertaling type wet prom. 15/05/2007 pub. 31/12/2010 numac 2010000718 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet tot wijziging van het Gerechtelijk Wetboek betreffende het deskundigenonderzoek en tot herstel van artikel 509quater van het Strafwetboek. - Duitse vertaling type wet prom. 15/05/2007 pub. 12/11/2008 numac 2008000930 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet waarbij de bevoegdheid om toegang te verlenen tot de informatiegegevens van het wachtregister en van het register van de identiteitskaarten toevertrouwd wordt aan het sectoraal comité van het Rijksregister. - Duitse vertaling type wet prom. 15/05/2007 pub. 08/06/2007 numac 2007000490 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet waarbij de bevoegdheid om toegang te verlenen tot de informatiegegevens van het wachtregister en van het register van de identiteitskaarten toevertrouwd wordt aan het sectoraal comité van het Rijksregister type wet prom. 15/05/2007 pub. 29/05/2007 numac 2007003270 bron federale overheidsdienst financien Wet tot bekrachtiging van het koninklijk besluit van 20 december 2006 betreffende de bijdrage in de werkings-, personeels- en oprichtingskosten van de kansspelcommissie verschuldigd door de houders van de vergunningen klasse A, B, C en E voor het kalenderjaar 2007 sluiten betreffende de civiele veiligheid de grondslag vormt, bestaat in een grotere uniformering van het statuut dat van toepassing is op de beroeps- en vrijwillige brandweerlieden. De opmerkingen van de afdeling wetgeving van de Raad werden grotendeels gevolgd en geïntegreerd in het ontwerp. Indien dit niet het geval was, bevindt zich een gedetailleerde verklaring in de commentaren van de artikelen. Wat de formaliteit van het betrekken van de gewesten betreft, werden op 26 november 2013 en 13 januari 2014 brieven uitgewisseld met het Vlaams Gewest, op 26 november 2013 en 24 januari 2014 met het Waals Gewest en op 26 november 2013 en 24 januari 2014 met het Brussels Hoofdstedelijk Gewest. Bovendien hebben vertegenwoordigers van deze gewesten deelgenomen aan de vergaderingen van 17, 18 en 19 december 2013 en 15 januari
- Wat meer in het bijzonder het Brussels Hoofdstedelijk Gewest betreft, hebben specifieke vergaderingen om het gewest te betrekken plaatsgevonden op 6 januari 2014 en 11 februari
- Er waren diverse informele contacten tussen de twee bevoegde ministers. De specifieke bepalingen met betrekking tot het mandaat van zonecommandant zijn in het koninklijk besluit van 26 maart 2014Relevante gevonden documenten type wet prom. 13/06/1999 pub. 13/07/1999 numac 1999012524 bron ministerie van tewerkstelling en arbeid Wet betreffende de controlegeneeskunde type wet prom. 13/06/1999 pub. 23/11/1999 numac 1999015206 bron ministerie van buitenlandse zaken, buitenlandse handel en internationale samenwerking Wet houdend instemming met de Overeenkomst betreffende de sociale zekerheid tussen het Koninkrijk België en de Republiek Chili, en administratieve schikking houdende de modaliteiten van toepassing van de Overeenkomst betreffende de sociale zekerheid tussen het Koninkrijk België en de Republiek Chili, gedaan te Brussel op 9 september 1996
(2)sluiten8 tot vaststelling van het functieprofiel van de commandant van een hulpverleningszone en van de nadere bepalingen voor zijn selectie en zijn evaluatie gebleven, omwille van de leesbaarheid van deze tekst en om de bepalingen met betrekking tot de aanduiding en de evaluatie van de zonecommandant in één enkele tekst te verzamelen. Artikel 2, § 2 De rechtspositie van het vrijwillig personeelslid wordt eenzijdig geregeld door dit besluit. Het vrijwillig personeelslid bevindt zich in een statutaire situatie. Hij wordt niet benoemd in vast dienstverband. De wet van 3 juli 1978Relevante gevonden documenten type wet prom. 16/03/1968 pub. 21/10/1998 numac 1998000446 bron ministerie van binnenlandse zaken Wet betreffende de politie over het wegverkeer, gecoördineerd bij het koninklijk besluit van 16 maart 1968 tot coördinatie van de wetten betreffende de politie over het wegverkeer . - Duitse vertaling De hi(...) - de wet van 10 oktober 1967 houdende het Gerechtelijk Wetboek (Belgisch Staatsblad van 31 oktober (...) sluiten0 betreffende de arbeidsovereenkomsten en de wet van 3 juli 2005 betreffende de rechten van vrijwilligers zijn niet op hem van toepassing. De rechtspositie van een vrijwillig brandweerman is sui generis. Omwille van de specifieke rol die zij vervullen in de organisatie van de zones, m.n. het feit dat zij enkel prestaties leveren wanneer ze opgeroepen worden door de zone voor interventies, worden sommige rechten wel en andere niet toegekend. De vrijwillige brandweerlieden hebben de mogelijkheid om de uren waarop ze al dan niet beschikbaar zijn in real time mee te delen. Deze soepelheid in de mogelijkheid om zich beschikbaar te maken is een element dat het mogelijk maakt om de naleving van het vrijwillige karakter van de burgerbetrokkenheid van deze brandweerlieden te garanderen. Omdat het niet gaat over een voltijdse, noch een vaste benoeming, en de vrijwillig brandweerman zelf over zijn beschikbaarheid beschikt - hij heeft immers nog een hoofdactiviteit- binnen de grenzen bepaald door het statuut, worden bepaalde rechten niet voorzien, zoals verloven, wedertewerkstelling en een specifieke eindeloopbaanregeling. Tegelijk geniet de vrijwillig brandweerman wel een fiscale vrijstelling (art. 36, 12° WIB) en een vrijstelling inzake sociale zekerheidsbijdragen (artikel 17quater KB 28 november 1969 tot uitvoering van de wet van 27 juni 1969Relevante gevonden documenten type wet prom. 16/03/1968 pub. 21/10/1998 numac 1998000446 bron ministerie van binnenlandse zaken Wet betreffende de politie over het wegverkeer, gecoördineerd bij het koninklijk besluit van 16 maart 1968 tot coördinatie van de wetten betreffende de politie over het wegverkeer . - Duitse vertaling De hi(...) - de wet van 10 oktober 1967 houdende het Gerechtelijk Wetboek (Belgisch Staatsblad van 31 oktober (...) sluiten4 tot herziening van de besluitwet van 28 december 1944 betreffende de maatschappelijke zekerheid der arbeiders), om zijn engagement ten dienste van de maatschappij te belonen, waarop de beroepsbrandweerlieden dan weer geen recht hebben. Daarom werd besloten om uitdrukkelijk in de tekst te behouden dat de vrijwillige brandweerlieden zich in een sui generis statutaire situatie bevinden. Het is immers belangrijk te benadrukken dat hun statutaire relatie andere gevolgen heeft dan de gevolgen van een gewone statutaire relatie, zoals die van de beroepsbrandweerman. Artikel 3 De prioriteitenvolgorde van de procedures om een vacante betrekking in te vullen, worden niet bepaald in dit statuut. Het komt aan de zoneraad toe om te beoordelen wanneer een betrekking moet ingevuld worden door aanwerving, door bevordering, door mobiliteit of door professionalisering. De raad kan immers het beste beoordelen welke procedure in aanmerking komt voor de invulling van een specifiek profiel. Hierover anders beslissen zou leiden tot praktische situaties die niet wenselijk zijn. Indien de rekrutering door dit besluit als prioriteit wordt bepaald, is het zeer waarschijnlijk dat er slechts weinig bevorderingen zullen zijn en geen mobiliteit. Indien de bevordering door dit besluit als prioriteit wordt bepaald, is het zeer waarschijnlijk dat in het hoger kader weinig rekruteringen zullen plaatsvinden. Het is niet onredelijk te oordelen dat de hulpverleningszone, als werkgever, haar eigen beleid inzake menselijke middelen mag definiëren. Bovendien wordt in de huidige federale reglementeringen die van toepassing zijn op de brandweerdiensten eveneens de vrije keuze gelaten aan de gemeente, zonder dat dit problemen heeft veroorzaakt. Artikel 14 Het voorstel van formulering van de Raad van State werd niet volledig gevolgd omdat de opleidingsuren geen periodes van afwezigheid zijn, maar wel van dienstactiviteit. Artikel 20 De reden waarom de verplichte verlenging gedurende een opdracht niet ook toegepast wordt op vrijwilligers is dat de vrijwillige brandweer niet in een vaste uurregeling presteert (b.v. van 7 u. 00 tot 19 u. 00). Hij komt wanneer hij opgeroepen wordt om een interventie uit te voeren en er is geen eventuele overschrijding van zijn uurregeling in zijn geval. Bij vrijwilligers zijn echter ook overschrijdingen mogelijk van de dagelijkse of wekelijkse diensttijd. Bijvoorbeeld als op het einde van een wacht in de kazerne nog een oproep binnenkomt waardoor men meer dan 24 uren zal moeten presteren. Het begrip « grootschalige interventie, met name een interventie te wijten aan een onvoorzienbare gebeurtenis » beoogt, bijvoorbeeld, de rampen die zich hebben voorgedaan in Ghislenghien of in Wetteren. Deze grote rampen zijn onvoorzienbaar en spoedeisend gebleken en hebben bijgevolg oproepingen vereist om de veiligheid van de bevolking te kunnen verzekeren. Ik verwijs ook naar de uitleg die gegeven werd voor artikel
- Artikel 39, zesde lid Ingeval de stagiair op de dag van de indiensttreding al houder is van het brevet bedoeld in het derde lid van artikel 39, duurt de stage één jaar. Artikel 40, § 2 De vraag van de Raad van State om "de periodes van afwezigheid, gerechtvaardigd door de deelname aan verplichte opleidingsactiviteiten" toe te voegen als 5°, wordt niet gevolgd. Opleidingsactiviteiten zijn immers per definitie dienstactiviteit en geen afwezigheid. Ze komen per definitie dus niet in aanmerking voor de berekening van de tien werkdagen, vermeld in het eerste lid. Dezelfde opmerking geldt mutatis mutandis voor de artikelen 59, 74 en
- Artikel 53 Zoals al eerder uitgelegd (cfr. artikel 3), dient de zoneraad te bepalen wanneer een betrekking wordt ingevuld via bevordering of via aanwerving. Artikel 55 Om de graad van vrijwillig sergeant, luitenant of kapitein te krijgen, wordt de graadanciënniteit van het vrijwillig personeelslid berekend op basis van een jaar anciënniteit voor honderdtachtig prestatie-uren (buiten de wachtdiensten in de kazerne). Voor de toegang tot de andere graden is er geen vereiste van minimaal gepresteerde uren. De functies van sergeant, luitenant en kapitein zijn operationele functies inzake beheer/leiding van de interventies waarvoor operationele ervaring bijzonder belangrijk is. Deze bepaling strekt met andere woorden ertoe zich ervan te vergewissen dat het vrijwillig personeelslid voldoende terreinervaring kan aantonen. Artikel 56 Wanneer een graadanciënniteit als sergeant wordt bedoeld, wordt er uiteraard ook rekening gehouden met de graadanciënniteit als eerste sergeant en/of sergeant-majoor. Wanneer een graadanciënniteit als adjudant wordt bedoeld, wordt er uiteraard ook rekening gehouden met de graadanciënniteit als opperadjudant. Artikel 58, eerste lid Een bevorderingsstage is alleen voorzien voor de bevordering naar de graden van sergeant of luitenant, aangezien deze bevorderingen de overgang naar een hoger kader tot gevolg hebben. Deze functies vereisen beide de bekwaamheid om een ploeg te leiden en de bekwaamheid om een interventie te leiden zodat het passend is om dit in de loop van een stage te kunnen laten zien. Artikel 88 Aangezien een stage van 6 maanden gevraagd wordt voor de sergeanten en luitenanten bij de bevordering binnen dezelfde zone, is het billijk om een mobiliteitsstage van 6 maanden te bepalen voor deze twee graden. Voor de andere graden, is er geen bevorderingsstage. Artikel 90 Zoals hierboven uitgelegd (art. 3), wordt de suggestie van de Raad van State om te bepalen van welke procedure de raad als eerste gebruik dient te maken, niet gevolgd. In artikel 55 werd verduidelijkt dat artikel 55 van toepassing is, onverminderd de bepalingen van artikel
- Deze uitleg geldt mutatis mutandis ook voor artikel
- Artikel 90, eerste lid legt het principe vast en het tweede lid laat toe om ervan af te wijken in bijzondere gevallen. Artikel 110 Er wordt niet voorzien in wedertewerkstelling voor de vrijwillige brandweerlieden, omwille van de sui generis aard van hun rechtspositie. Het gaat immers om een nevenactiviteit en niet om de hoofdactiviteit. De sui generis rechtspositie dient de specifieke rol van de vrijwillige brandweerlieden in de organisatie van de brandweerdiensten, in die zin dat zij prestaties leveren indien zij opgeroepen worden (binnen de periode waarin ze zich beschikbaar stellen). De flexibiliteit van dit organisatiesysteem zou verloren gaan wanneer men vrijwillige brandweerlieden die de interventies niet meer kunnen verzekeren, moet wedertewerkstellen. Bovendien zou dit ten nadele komen van de kansen van de beroepsbrandweerlieden - voor wie de functie wel hun hoofdactiviteit en dus hun beroepsinkomen uitmaakt -, op wedertewerkstelling in een alternatieve functie, gezien deze functies beperkt zijn. Er werd geopteerd om een dergelijke regeling niet te voorzien voor de vrijwilligers. Dit bestaat evenmin in de huidige reglementering. Artikel 111 Het stelsel van wedertewerkstelling op vrijwillig verzoek is een voordelig stelsel (met een voordelige vergoeding) die gemotiveerd wordt door de belastende aard van het werk. De belastende aard is vooral veroorzaakt door het uitvoeren van het werk gedurende opeenvolgende jaren, als hoofdactiviteit. Het aantal lichtere operationele functies of alternatieve functies is beperkt. Daarom houden de anciënniteitsvoorwaarden enkel rekening met de loopbaanjaren gepresteerd als beroeps met een operationele graad. Artikel 111, eerste lid, 2°, b) De jaren anciënniteit als lid van het vrijwillig personeel in een operationele graad worden niet in aanmerking genomen aangezien niets een vrijwilliger belemmert om beroepslid te worden in toepassing van de bepalingen met betrekking tot de professionalisering. Het stelsel van wedertewerkstelling op vrijwillig verzoek is een voordelig stelsel (met een voordelige vergoeding) die gebaseerd wordt op de belastende aard van het werk. De belastende aard wordt vooral veroorzaakt door het uitvoeren van dit werk gedurende opeenvolgende jaren, als hoofdactiviteit. Het aantal lichtere functies in een zone is beperkt. De anciënniteitsvoorwaarden werden vastgelegd in functie van deze hypothese. Het gaat erom de belastende aard van het werk van de beroepsbrandweerman in aanmerking te nemen. Artikel 125 De leeftijdsgrenzen voor de eindeloopbaanregeling werden bepaald rekening houdend met de leeftijd voor vervroegd pensioen, zoals deze gewijzigd werd door de wet van 28 december 2011Relevante gevonden documenten type wet prom. 16/03/1968 pub. 21/10/1998 numac 1998000446 bron ministerie van binnenlandse zaken Wet betreffende de politie over het wegverkeer, gecoördineerd bij het koninklijk besluit van 16 maart 1968 tot coördinatie van de wetten betreffende de politie over het wegverkeer . - Duitse vertaling De hi(...) - de wet van 10 oktober 1967 houdende het Gerechtelijk Wetboek (Belgisch Staatsblad van 31 oktober (...) sluiten5 houdende diverse bepalingen. Het stelsel van verlof voorafgaand aan het pensioen geregeld door het koninklijk besluit van 3 juni 1999Relevante gevonden documenten type wet prom. 13/06/1999 pub. 13/07/1999 numac 1999012524 bron ministerie van tewerkstelling en arbeid Wet betreffende de controlegeneeskunde type wet prom. 13/06/1999 pub. 23/11/1999 numac 1999015206 bron ministerie van buitenlandse zaken, buitenlandse handel en internationale samenwerking Wet houdend instemming met de Overeenkomst betreffende de sociale zekerheid tussen het Koninkrijk België en de Republiek Chili, en administratieve schikking houdende de modaliteiten van toepassing van de Overeenkomst betreffende de sociale zekerheid tussen het Koninkrijk België en de Republiek Chili, gedaan te Brussel op 9 september 1996
(2)sluiten2 liet een verlof voorafgaand aan het pensioen toe van maximum 4 jaar. De leeftijd voor vervroegd pensioen was toen 60 jaar. Door het optrekken van de leeftijd voor vervroegd pensioen naar 62 jaar (mits overgangsbepalingen en uitzondering voor lange loopbanen) verschuiven ook de leeftijdsgrenzen voor de eindeloopbaanregeling, die een maximale duur van 4 jaar behoudt om niet strijdig te zijn met de principes van de pensioenhervorming doorgevoerd bij wet van 28 december 2011Relevante gevonden documenten type wet prom. 16/03/1968 pub. 21/10/1998 numac 1998000446 bron ministerie van binnenlandse zaken Wet betreffende de politie over het wegverkeer, gecoördineerd bij het koninklijk besluit van 16 maart 1968 tot coördinatie van de wetten betreffende de politie over het wegverkeer . - Duitse vertaling De hi(...) - de wet van 10 oktober 1967 houdende het Gerechtelijk Wetboek (Belgisch Staatsblad van 31 oktober (...) sluiten
- In het kader van de eindeloopbaan van de brandweerlieden is het echter verantwoord, gezien de belastende aard van het beroep, om al eindeloopbaanmaatregelen te voorzien vanaf de leeftijd van 56 jaar. Daarom werd deze leeftijdsgrens vastgesteld voor de wedertewerkstelling op eigen verzoek zoals bepaald in titel 4 van boek
- Doordat de personen in dit stelsel aan het werk blijven, worden de principes van de pensioenhervorming gerespecteerd. Artikel 125, § 1, 2° Men moet ten minste vijftien jaar anciënniteit als lid van het beroepspersoneel in een operationele graad hebben. De eindeloopbaanregeling is een voordelig stelsel (met een voordelige vergoeding) die gebaseerd wordt op de belastende aard van het werk. De belastende aard van het werk wordt vooral veroorzaakt door het uitvoeren van dit werk gedurende opeenvolgende jaren, als hoofdactiviteit. Het aantal lichtere functies in een zone is beperkt. De anciënniteitsvoorwaarden werden vastgelegd in functie van deze hypothese. Het gaat erom de belastende aard van het werk van de beroepsbrandweerman in aanmerking te nemen. Artikel 150 De terminologie gebruikt in het administratief statuut in verband met de voortgezette opleiding is in overeenstemming gebracht met de terminologie in het geldelijk statuut. De voortgezette opleiding omvat minimum 24u opleiding per jaar. De commandant neemt de nodige maatregelen om deze voortgezette opleiding te voltooien tijdens de diensturen om te zorgen dat de competenties van het personeel in overeenstemming blijven met de functionele noden van de dienst. Artikel 155 Het boek betreffende de evaluatie is niet van toepassing op de zonecommandant en op alle soorten stagiairs (aanwervingsstage, bevorderingsstage, mobiliteitsstage of professionaliseringsstage). Er gelden immers aparte evaluatiesystemen voor deze personeelscategorieën. Artikel 174 De vrijwilligers van de brandweer zijn, ingevolge de interpretatieve bepaling van artikel 186 van de wet van 30 december 2009Relevante gevonden documenten type wet prom. 16/03/1968 pub. 21/10/1998 numac 1998000446 bron ministerie van binnenlandse zaken Wet betreffende de politie over het wegverkeer, gecoördineerd bij het koninklijk besluit van 16 maart 1968 tot coördinatie van de wetten betreffende de politie over het wegverkeer . - Duitse vertaling De hi(...) - de wet van 10 oktober 1967 houdende het Gerechtelijk Wetboek (Belgisch Staatsblad van 31 oktober (...) sluiten2 houdende diverse bepalingen, uitgesloten van het toepassingsgebied van de wet van 14 december 2000Relevante gevonden documenten type wet prom. 14/12/2000 pub. 05/01/2001 numac 2000002134 bron ministerie van ambtenarenzaken Wet tot vaststelling van sommige aspecten van de organisatie van de arbeidstijd in openbare sector type wet prom. 14/12/2000 pub. 15/02/2001 numac 2001003037 bron ministerie van financien Wet houdende tweede aanpassing van de Algemene Uitgavenbegroting van het begrotingsjaar 2000 type wet prom. 14/12/2000 pub. 23/12/2000 numac 2000007332 bron ministerie van landsverdediging Wet tot vaststelling van het legercontingent voor het jaar 2001 sluiten tot vaststelling van sommige aspecten van de organisatie van de arbeidstijd in de openbare sector. In boek 8 worden de beginselen van de Richtlijn 2003/88/EG van het Europees Parlement en de Raad van 4 november 2003 betreffende een aantal aspecten van de organisatie van de arbeidstijd, gerespecteerd voor wat betreft de vrijwillige personeelsleden van de hulpverleningszones, in overeenstemming met de adviezen van de Europese Commissie. Artikel 176, §§ 2 en 3 Er wordt bepaald dat een arbeidsprestatie 24 uren niet mag overschrijden. De absolute grenzen per week en per dag mogen enkel worden overschreden in twee gevallen van overmacht. Deze gevallen van overmacht zijn namelijk de werken om het hoofd te bieden aan een ongeval of de werken die door een onvoorziene noodzakelijkheid worden vereist. De draagwijdte van deze afwijkende regel is beperkt, want de criteria voor overmacht moeten evenwel aanwezig zijn: een onvoorzienbare en dringende gebeurtenis die derhalve niet kadert in de gebruikelijke activiteit van de hulpdienst en die niet voortvloeit uit een fout (bijvoorbeeld een slechte arbeidsorganisatie). Alle niet-dringende interventies kunnen dus geen aanleiding geven tot toepassing van dit artikel. Een schouwbrand is bijvoorbeeld wel dringend en onvoorzienbaar, maar is eigenlijk een gebruikelijke activiteit van een hulpdienst. Grote rampen of catastrofen zijn eveneens onvoorzienbaar en dringend, maar kunnen wel de oorzaak zijn dat meer moet gewerkt worden dan 24 uren om de bescherming van de bevolking te kunnen blijven verzekeren. Als binnen bovenstaande voorbeeld van een week een ramp voorkomt zoals die van Wetteren, dan kan wel meer dan 24u gewerkt worden. Alle uren die dan boven de 24u gepresteerd worden, moeten dan wel gecompenseerd worden binnen de 14 dagen na de prestatie ervan. Artikel 177, § 1 In het reglement worden de algemene regels vastgelegd die een vrijwilliger moet respecteren inzake zijn beschikbaarheden. Het reglement kan bepalingen bevatten over: - welke procedures gebruikt worden voor het aan- en afmelden (b.v. via sms, internet, telefoon,...); - welke verschillende statussen mogelijk zijn (b.v. beschikbaar binnen 2, 5, 10 of 30 minuten, beschikbaar voor niet-dringende interventies, onbeschikbaar,...); - welke de minimale beschikbare uren zijn per maand of per jaar; - welke gevolgen er zijn als iemand zich als beschikbaar had aangemeld, maar toch niet opgedaagd is; - hoe het statusmeldingssysteem precies functioneert (b.v. in combinatie met een systeem van ploeg van wacht of niet); - hoe ver op voorhand men voorzienbare periodes van onbeschikbaarheid moet melden; - hoe men periodes van onvoorzienbare onbeschikbaarheid (b.v. ziekte, ziek kind) moet melden; - welke gerechtvaardigde redenen zijn om zich korte tijd niet beschikbaar te stellen (b.v. geboorte van een kind, overlijden van een naaste, huwelijk,...); - hoe langere periodes van onbeschikbaarheid kunnen worden opgevangen (b.v. afspraken in verband met omwisselen van wachtdiensten tijdens vakantieperiodes); - ... Artikel 177, § 2 Al de algemene regels die in het reglement worden bepaald, worden in de praktijk omgezet tijdens overlegmomenten met de hiërarchie. Er wordt in overleg gezocht naar een passende invulling van eventuele wachtdiensten in de kazerne, het opvangen van periodes van afwezigheid, ... rekening houdend met zowel de behoeften van de dienst als de mogelijkheden van de vrijwilliger. Hoe vaak dergelijke momenten gepland worden kan ook opgenomen worden in het reglement. Artikel 179 De vrijwillige personeelsleden kunnen op alle momenten van de week en van de dag opgeroepen worden. Dit betekent dat ze ook 's nachts hun diensttijd kunnen vervullen. Gelet op de specifieke situatie van de vrijwillige personeelsleden, is het niet aangewezen om specifieke beschermende maatregelen te nemen voor nachtwerk, zoals die wel bestaan voor de beroepsleden (b.v. afhankelijk van leeftijd en medische situatie kan gevraagd worden om geen nachtarbeid meer te moeten presteren). Een vrijwillig personeelslid dat enkele nachten geen interventies wil uitvoeren, kan zich gewoon niet beschikbaar melden voor die periodes. Iemand die dit systematisch niet meer wil doen, kan in overleg met de hiërarchische meerdere naar de meest geschikte oplossing zoeken, bijvoorbeeld wel nog wachten in de kazerne uitvoeren in het weekend overdag, maar niet meer gedurende de nachturen. Artikel 180 De vrijwillige personeelsleden van de hulpverleningszones hebben recht op minstens een wekelijkse rustperiode van 35 u, naar analogie met artikel 7, § 4, van de wet van 14 december 2000Relevante gevonden documenten type wet prom. 14/12/2000 pub. 05/01/2001 numac 2000002134 bron ministerie van ambtenarenzaken Wet tot vaststelling van sommige aspecten van de organisatie van de arbeidstijd in openbare sector type wet prom. 14/12/2000 pub. 15/02/2001 numac 2001003037 bron ministerie van financien Wet houdende tweede aanpassing van de Algemene Uitgavenbegroting van het begrotingsjaar 2000 type wet prom. 14/12/2000 pub. 23/12/2000 numac 2000007332 bron ministerie van landsverdediging Wet tot vaststelling van het legercontingent voor het jaar 2001 sluiten. Dit komt overeen met de zondagsrust die voorzien is voor de werknemers die in dagdienst werken. Voor de vrijwillige personeelsleden valt dit niet noodzakelijk samen met een zondag. Artikel 182 Deze bepaling beoogt alle stagiairs en niet alleen de stagiairs in een wervingsgraad of in geval van professionalisering. Het doel van deze bepaling is om te vermijden dat de stagiair tijdens zijn stage te lang afwezig is omwille van een verlof van lange duur. De stageperiode is immers met name noodzakelijk om het de stagebegeleider mogelijk te maken om zich ervan te vergewissen dat de stagiair alle vereiste vaardigheden en capaciteiten bezit voor de uitoefening van zijn nieuwe functie. Artikel 207, 5° Om het verlof bedoeld in artikel 207, 5°, te krijgen, kan de bevoegde overheid vragen aan het beroepspersoneelslid om het bewijs van zijn deelname aan de activiteiten in kwestie te leveren. De eerste zin van het eerste lid van artikel 207 voorziet immers dat het beroepspersoneelslid een uitzonderlijk verlof kan krijgen voor de omstandigheden of activiteiten bedoeld door deze bepaling, « waarvan hij het bewijs levert ». Artikel 210, § 2 Er wordt een zekere ruimte voor autonomie gelaten aan de hulpverleningszones inzake de eventuele vergoeding van het beroepspersoneelslid in geval van verlof voor opdracht van algemeen belang. Het doel van deze bepaling is om de leden van de brandweer die momenteel betaald worden door hun gemeenten om dit type opdracht uit te voeren, de mogelijkheid te bieden om verder betaald te blijven worden. Artikelen 210 en 233 Deze vormen van wedertewerkstelling worden niet opgenomen in titel 4 van boek 5 omwille van het feit dat titel 4 specifieke vormen van wedertewerkstelling omvat en in het belang van de leesbaarheid van de tekst. Artikel 223 De Raad van State wijst er in zijn advies op dat het ontwerp van statuut geen gevallen voorziet waarin deeltijdse prestaties zijn toegelaten. Artikel 217, § 2, bepaalt evenwel dat: « Het verlof (voor loopbaanonderbreking) wordt voltijds genomen, met uitzondering van de loopbaanonderbreking voor palliatieve verzorging, voor de hulp aan of de verzorging van een ziek familielid en voor het ouderschapsverlof. » Artikel 229 Volgens de Raad van State zou men, naar analogie van artikel 48bis van het koninklijk besluit van 19 november 1998Relevante gevonden documenten type wet prom. 13/06/1999 pub. 13/07/1999 numac 1999012524 bron ministerie van tewerkstelling en arbeid Wet betreffende de controlegeneeskunde type wet prom. 13/06/1999 pub. 23/11/1999 numac 1999015206 bron ministerie van buitenlandse zaken, buitenlandse handel en internationale samenwerking Wet houdend instemming met de Overeenkomst betreffende de sociale zekerheid tussen het Koninkrijk België en de Republiek Chili, en administratieve schikking houdende de modaliteiten van toepassing van de Overeenkomst betreffende de sociale zekerheid tussen het Koninkrijk België en de Republiek Chili, gedaan te Brussel op 9 september 1996
(2)sluiten0 betreffende de verloven en afwezigheden toegestaan aan de personeelsleden van de rijksbesturen, een bepaling moeten toevoegen waarin bepaald wordt dat het personeelslid jaarlijks het overzicht krijgt van het saldo van het verlof waarop artikel 223 van het ontwerp hem recht geeft en de modaliteiten volgens dewelke het personeelslid dit saldo kan betwisten. Deze maatregel zou als gevolg hebben dat de zones op administratief vlak overbelast zouden worden, zonder dat hieruit een echte meerwaarde zou voortvloeien en lijkt ons dus niet noodzakelijk. Artikel 235 Op de vraag van de Raad van State, waarom er geen beroep wordt gedaan op het bestuur voor medische expertise, dat geregeld wordt door het organieke koninklijk besluit van 1 december 2013Relevante gevonden documenten type wet prom. 13/06/1999 pub. 13/07/1999 numac 1999012524 bron ministerie van tewerkstelling en arbeid Wet betreffende de controlegeneeskunde type wet prom. 13/06/1999 pub. 23/11/1999 numac 1999015206 bron ministerie van buitenlandse zaken, buitenlandse handel en internationale samenwerking Wet houdend instemming met de Overeenkomst betreffende de sociale zekerheid tussen het Koninkrijk België en de Republiek Chili, en administratieve schikking houdende de modaliteiten van toepassing van de Overeenkomst betreffende de sociale zekerheid tussen het Koninkrijk België en de Republiek Chili, gedaan te Brussel op 9 september 1996
(2)sluiten7, wordt geantwoord dat de zonale autonomie ons geschikter lijkt om vrij het medisch bestuur te bepalen bij hetwelk zij zich wenst aan te sluiten. Artikel 246 Zoals al eerder werd uitgelegd (cfr. artikel 2), beschikken de leden van het vrijwillig personeel over een specifiek statuut binnen hetwelk zij zelf hun beschikbare uren bepalen. Het lijkt derhalve normaal dat zij niet dezelfde verlofregeling genieten als de beroepspersoneelsleden. Gezien het feit dat de vrijwillig brandweerman, binnen de grenzen bepaald in dit statuut, zelf zijn beschikbaarheden bepaalt en geen vast arbeidsrooster heeft, is er geen nood aan al de bestaande vormen van verlof en afwezigheid, zoals deze wel bepaald zijn voor de beroepspersoneelsleden, die immers als hoofdberoep tewerkgesteld zijn in een vast arbeidsrooster. De bepaling heeft als doel om de vrijwillige brandweerlieden een mogelijkheid tot onderbreking te bieden, zonder dat zij ambtshalve ontslagen worden of ontslag moeten nemen en opnieuw aangeworven moeten worden (in de aanwervingsgraad) zodra zij zich opnieuw willen aanbieden als vrijwillig brandweerman. Dergelijke bepaling ontbrak in de actuele reglementering en gaf soms aanleiding tot juridische onduidelijkheden. Artikel 259 Deze bepaling moet begrepen worden in die zin dat de het de hiërarchische meerdere is die aan de commandant een informatieverslag zendt met een relaas van de feiten. Maar een informatieverslag, bovenop het verslag van de hiërarchische meerdere, kan eveneens worden opgesteld door een lid van de algemene inspectie. Het betreft een mogelijkheid die gelaten wordt aan de algemene inspectie. Boek 13: Verzekering van het vrijwillig personeel Om de continuïteit te verzekeren van het systeem van de dekking van de schade die voortvloeit uit ongevallen die de vrijwillige brandweerman kan tegenkomen, werd beslist om het systeem dat momenteel van toepassing is ten laste van de zone te behouden. Dit systeem laat toe om rekening te houden met de inkomsten uit zijn hoofdactiviteit. Artikel 306 Artikel 306 regelt de kwestie van de toepassing van de tekst op de Dienst voor Brandbestrijding en Dringende Medische Hulp van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest (DBDMH) door zich tot taak te stellen om te antwoorden op een algemene opmerking van de Raad van State in haar advies 55.165/2 van 6 februari
- De Raad van State merkt immers op dat de regering van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, krachtens de artikelen 5 en 56 van de bijzondere wet van 12 januari 1989 met betrekking tot de Brusselse instellingen, de bevoegdheid bezit om de DBDMH te organiseren en om het statuut van het personeel ervan te bepalen. De Raad van State herinnert eveneens aan de bevoegdheid inzake organisatie van de brandweerdiensten en inzake het beleid betreffende deze brandweerdiensten dat aan de federale overheid toegekend werd door artikel 6, § 1, VIII, eerste lid, 1°, vierde gedachtestreep, van de bijzondere wet van 8 augustus 1980Relevante gevonden documenten type wet prom. 08/08/1980 pub. 11/12/2007 numac 2007000980 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Bijzondere wet tot hervorming der instellingen. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten. Gelet op deze twee bevoegdheidsniveaus, herinnert de Raad van State eraan dat hij, om een einde te stellen aan de juridische onzekerheid die de materie kenmerkt, twee oplossingen heeft voorgesteld: enerzijds kan de federale overheid « rekening houden met de bijzonderheden van de brandweerdienst die georganiseerd wordt door het Brussels Hoofdstedelijk Gewest door algemene bepalingen vast te leggen die het dit gewest mogelijk maken om deze aan te passen aan de specificiteiten van zijn personeel », anderzijds kunnen de federale overheid en het Brussels Hoofdstedelijk Gewest eensgezind optreden door samenwerkingsakkoorden op dit gebied af te sluiten. Bijgevolg weerspiegelt artikel 306 deze twee oplossingen voorgesteld door de Raad van State. De eerste paragraaf somt een reeks bepalingen op die van toepassing zijn op de DBDMH en die voor deze dienst algemene principes vormen; in dit geval dient het Brussels Hoofdstedelijk Gewest deze aan te vullen, toe te passen of aan te passen door middel van de bevoegdheid die het bezit inzake het statuut dat van toepassing is op het personeel van de instellingen voor openbaar nut die het heeft gecreëerd (zie de artikelen 5 en 56 van de voormelde bijzondere wet van 12 januari 1989). De tweede paragraaf van artikel 306 past de tweede oplossing voorgesteld door de Raad van State toe en bepaalt nauwkeurig de aangelegenheden die het voorwerp moeten uitmaken van een samenwerkingsakkoord tussen de federale overheid en het Brussels Hoofdstedelijk Gewest. Paragraaf 3 van artikel 306 beperkt zich tot het toepasselijk maken van de maatregelen getroffen door de federale overheid voornamelijk uit hoofde van haar bevoegdheid inzake welzijn op het werk en inzake de risico's inherent aan het werk. Bijgevolg worden de verschillende boeken, titels en aangelegenheden die niet door één van de drie paragrafen van artikel 306 bedoeld worden, geregeld door het Brussels Hoofdstedelijk Gewest op grond van de autonomie die zij bezit krachtens de artikelen 5 en 56 van de voormelde wet van 12 januari
- Artikel 306 preciseert dat het Brussels Hoofdstedelijk Gewest dient te bepalen welke van de organen ervan of van de organen van de DBDMH de rollen moeten vervullen die de ontwerptekst aan instellingen zoals de commandant, de raad of het college toebedeeld heeft. Het zijn voornamelijk de taalverplichtingen opgelegd door de gecoördineerde wetten op het gebruik van de talen in bestuurszaken die aan de basis liggen van de verdeling van de materies in de eerste of in de tweede paragraaf van artikel
- De DBDMH is immers de enige tweetalige brandweerdienst van het land en is daardoor onderworpen aan de verplichtingen inzake taalkundige verdeling vastgelegd door de taalkaders. Zoals men weet, moeten bovendien de percentages uit de taalkaders gerespecteerd worden binnen elke graad van de hiërarchie, met dien verstande dat een ander besluit dan datgene dat de taalkaders vastlegt, de graden van de personeelsleden die eenzelfde hiërarchische graad vormen, bepaalt. Bijgevolg werd beslist, omwille van deze bijzonderheid, dat de belangrijkste bepalingen van dit statuut, die de verschillende graden van dit statuut in gevaar brengen, het voorwerp zouden zijn van een samenwerkingsakkoord: artikel 5 (vaststelling van de verschillende graden van het basiskader, het middenkader en het hoger kader), de artikelen 87 en 88 (mobiliteitsvoorwaarden), artikel 308 (overgangsrecht van de graden) en de eerste titel van boek 5 (bevorderingssysteem door verhoging in graad). Het is immers te verkiezen dat voornoemde bepalingen het voorwerp zijn van een samenwerkingsakkoord, zodat hun toepassing in overeenstemming met de taalwetgeving verzekerd kan worden. Bovendien werd ook beslist dat boek 4 het voorwerp zal uitmaken van een samenwerkingsakkoord tussen de federale Staat en het Brussels Hoofdstedelijk Gewest: de zeer gedetailleerde bepalingen zouden niet gelijkgesteld kunnen worden met algemene principes - hun `directe toepassing' zou de autonomie die het Brussels Hoofdstedelijk Gewest ter zake heeft, tot nul herleiden. Omgekeerd zorgen de meeste formuleringen van de bepalingen opgesomd in de eerste paragraaf van artikel 306 ervoor dat het Brussels Hoofdstedelijk Gewest ten opzichte van deze bepalingen speelruimte heeft bij de toepassing en aanpassing aan de DBDMH ervan. Artikel 308 Deze bepaling regelt de integratie in de nieuwe graden. De integratie in de nieuwe graden, wat de officieren betreft, is niet gemakkelijk, niet alleen omwille van de vermindering van het aantal graden (er werd immers beslist om van 6 graden naar 4 graden te gaan), maar ook omwille van de volgende factoren: - De rekruteringsvoorwaarden voor eenzelfde graad variëren in functie van de categorie van de dienst (C, Z en Y, X). Zo vereist het koninklijk besluit van 19 april 1999Relevante gevonden documenten type wet prom. 13/06/1999 pub. 13/07/1999 numac 1999012524 bron ministerie van tewerkstelling en arbeid Wet betreffende de controlegeneeskunde type wet prom. 13/06/1999 pub. 23/11/1999 numac 1999015206 bron ministerie van buitenlandse zaken, buitenlandse handel en internationale samenwerking Wet houdend instemming met de Overeenkomst betreffende de sociale zekerheid tussen het Koninkrijk België en de Republiek Chili, en administratieve schikking houdende de modaliteiten van toepassing van de Overeenkomst betreffende de sociale zekerheid tussen het Koninkrijk België en de Republiek Chili, gedaan te Brussel op 9 september 1996
(2)sluiten1 tot vaststelling van de geschiktheids- en bekwaamheidscriteria alsmede van de benoembaarheids- en bevorderingsvoorwaarden voor de officieren van de openbare brandweerdiensten, opgeheven door het ontwerpbesluit, voor de rekrutering van officieren en voor de uitoefening van de functies van officier-dienstchef van de diensten van categorie X en Y, dat ze houder zijn van een diploma van niveau A (artikelen 7, § 1, en 45); - Momenteel hebben de functies van dienstchef niet hetzelfde gewicht naargelang de beschouwde categorie van dienst. In de diensten van categorie C heeft de dienstchef zo de graad van luitenant, in de diensten van categorie Z heeft hij de graad van kapitein, in de diensten van categorie Y heeft hij de graad van kapitein-commandant en in de diensten van categorie X heeft hij de graad van kolonel. Bovendien moet hij houder zijn van het brevet van dienstchef om deze functies uit te oefenen; - Momenteel wordt de hoogste graad bepaald door de categorie van de beschouwde dienst. Zo gaat het voor categorie Y om de graad van kapitein-commandant, terwijl het voor categorie X om die van kolonel gaat. Hieruit blijkt dat de functies en de verantwoordelijkheden van een kapitein-commandant van een dienst van categorie Y dus niet noodzakelijk gelijk zijn aan die van een kapitein-commandant van categorie X. Artikel 308 verwijst naar een bijlage waarin een tabel staat die specifieke integratieregels van de graden voor de officieren vermeldt. Deze tabel houdt rekening met: - het bezit van het diploma van niveau A; - het bezit van de brevetten uitgereikt door de opleidingscentra voor de civiele veiligheid; - de valorisatie van de opgedane ervaring (anciënniteit). Het feit al dan niet de functie van dienstchef te hebben uitgeoefend, is eveneens een criterium voor de integratie in de graad. Het is immers belangrijk te herhalen dat elke graad verbonden is aan een functie en aan de verwerving van specifieke competenties voor deze functie (management, beheer van de interventies en crisissen, brandpreventie,...). Meer specifiek wordt de situatie van de luitenant-dienstchef die houder is van een diploma van niveau A of van het brevet crisisbeheer niet beoogd, omdat de luitenant-dienstchefs enkel kunnen bestaan in de diensten van categorie C binnen dewelke er geen aanwervingsvoorwaarde van niveau A is. De graad van kapitein-commandant zal niet langer bestaan in de zones. De huidige kapitein-commandanten krijgen de graad van majoor zonder dat er een onderscheid gemaakt wordt tussen de universitairen en de niet-universitairen. Het is niet opportuun om hen de graad van kapitein toe te kennen omdat het om een regressie gaat. Het is ook niet opportuun om hen de hoogste nieuwe graad toe te kennen, namelijk die van kolonel. Deze bepaling is niet van toepassing op de officier-geneesheer die naar de zone zal overgaan als administratief en technisch personeel en op wie bijgevolg een ander administratief statuut van toepassing is. Zoals bepaald in artikel 332, zal hij niettemin zijn oude graad als eretitel kunnen blijven dragen. Artikel 309 De bedoeling van deze bepaling is vermijden dat de dienst- of graadanciënniteit verworven als operationeel lid van een brandweerdienst niet in aanmerking zou komen in het kader van de toepassing van het nieuwe statuut. Deze bepaling heeft dus als doel om in de loopbaan van de brandweerman een breuk te vermijden die gelieerd zou zijn aan de oprichting van de zones en de invoering van het nieuwe statuut. Het in aanmerking nemen van de vooraf verworven anciënniteit gebeurt volgens het type anciënniteit - dienst of graadanciënneiteit- en volgens het feit of ze verworven werd in de hoedanigheid van beroeps of vrijwilliger. Bijvoorbeeld, een brandweerlid dat vier jaar graadanciënniteit als beroepskorporaal zou hebben, vertrekt niet terug van nul als gevolg van de inwerkingtreding van de zones en het nieuwe statuut. Hij zou immers zijn vier jaar graadanciënniteit als beroepskorporaal verworven in zijn oude brandweerdienst kunnen doen gelden om te voldoen aan de voorwaarde van vijf jaar graadanciënniteit als korporaal vereist voor de bevordering tot de graad van beroepssergeant in het nieuwe statuut. Artikel 315 In het geval waarin een bevorderingsprocedure lopend is op het ogenblik van de overdracht naar de zone, voorziet de tekst dat de raad de samenstelling van een nieuwe jury bepaalt. Als de gemeentelijke jury de kandidaten reeds heeft gehoord, zal het uiteraard niet meer noodzakelijk zijn om de samenstelling ervan opnieuw te bepalen. Artikel 326 Het koninklijk besluit van 3 juni 1999Relevante gevonden documenten type wet prom. 13/06/1999 pub. 13/07/1999 numac 1999012524 bron ministerie van tewerkstelling en arbeid Wet betreffende de controlegeneeskunde type wet prom. 13/06/1999 pub. 23/11/1999 numac 1999015206 bron ministerie van buitenlandse zaken, buitenlandse handel en internationale samenwerking Wet houdend instemming met de Overeenkomst betreffende de sociale zekerheid tussen het Koninkrijk België en de Republiek Chili, en administratieve schikking houdende de modaliteiten van toepassing van de Overeenkomst betreffende de sociale zekerheid tussen het Koninkrijk België en de Republiek Chili, gedaan te Brussel op 9 september 1996
(2)sluiten2 betreffende de invoering van de mogelijkheid van een verlof voorafgaand aan de pensionering voor de operationele beroepspersoneelsleden van een openbaar brandweerkorps wordt opgeheven. Deze regeling valt immers niet onder toepassing van de keuze bedoeld in artikel 207 van de wet van 15 mei 2007Relevante gevonden documenten type wet prom. 15/05/2007 pub. 31/07/2007 numac 2007000663 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de civiele veiligheid type wet prom. 15/05/2007 pub. 11/04/2008 numac 2007023069 bron federale overheidsdienst volksgezondheid, veiligheid van de voedselketen en leefmilieu Wet houdende instemming met het samenwerkingsakkoord tussen de Federale Overheid, het Vlaamse Gewest, het Waalse Gewest en het Brussels Hoofdstedelijk Gewest inzake de uitvoering van sommige bepalingen van het Protocol van Kyoto, afgesloten te Brussel, op 19 februari 2007 type wet prom. 15/05/2007 pub. 15/06/2007 numac 2007000560 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet op de Algemene Inspectie en houdende diverse bepalingen betreffende de rechtspositie van sommige leden van de politiediensten type wet prom. 15/05/2007 pub. 18/06/2007 numac 2007003293 bron federale overheidsdienst financien Wet tot wijziging van de wet van 22 maart 1993 op het statuut van en het toezicht op de kredietinstellingen, van de wet van 6 april 1995 inzake het statuut van en het toezicht op de beleggingsondernemingen, de bemiddelaars en de beleggingsadviseurs, en van de wet van 20 juli 2004 betreffende bepaalde vormen van collectief beheer van beleggingsportefeuilles type wet prom. 15/05/2007 pub. 30/08/2007 numac 2007023271 bron federale overheidsdienst sociale zekerheid Wet tot verbetering van het sociaal statuut van de betaalde sportbeoefenaar type wet prom. 15/05/2007 pub. 08/06/2007 numac 2007000545 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet tot wijziging van artikel 14 van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973 type wet prom. 15/05/2007 pub. 29/06/2007 numac 2007000628 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet tot instelling van de functie van gemeenschapswacht, tot instelling van de dienst gemeenschapswachten en tot wijziging van artikel 119bis van de nieuwe gemeentewet type wet prom. 15/05/2007 pub. 22/08/2007 numac 2007009537 bron federale overheidsdienst justitie Wet tot wijziging van het Gerechtelijk Wetboek betreffende het deskundigenonderzoek en tot herstel van artikel 509quater van het Strafwetboek type wet prom. 15/05/2007 pub. 12/07/2007 numac 2007009611 bron federale overheidsdienst justitie Wet tot wijziging van artikel 57 van het Burgerlijk Wetboek, inzake de vermelding van het geslacht van kinderen van wie het geslacht onduidelijk is type wet prom. 15/05/2007 pub. 13/08/2007 numac 2007000721 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet tot instelling van de functie van gemeenschapswacht, tot instelling van de dienst gemeenschapswachten en tot wijziging van artikel 119bis van de nieuwe gemeentewet. - Duitse vertaling type wet prom. 15/05/2007 pub. 31/12/2010 numac 2010000718 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet tot wijziging van het Gerechtelijk Wetboek betreffende het deskundigenonderzoek en tot herstel van artikel 509quater van het Strafwetboek. - Duitse vertaling type wet prom. 15/05/2007 pub. 12/11/2008 numac 2008000930 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet waarbij de bevoegdheid om toegang te verlenen tot de informatiegegevens van het wachtregister en van het register van de identiteitskaarten toevertrouwd wordt aan het sectoraal comité van het Rijksregister. - Duitse vertaling type wet prom. 15/05/2007 pub. 08/06/2007 numac 2007000490 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet waarbij de bevoegdheid om toegang te verlenen tot de informatiegegevens van het wachtregister en van het register van de identiteitskaarten toevertrouwd wordt aan het sectoraal comité van het Rijksregister type wet prom. 15/05/2007 pub. 29/05/2007 numac 2007003270 bron federale overheidsdienst financien Wet tot bekrachtiging van het koninklijk besluit van 20 december 2006 betreffende de bijdrage in de werkings-, personeels- en oprichtingskosten van de kansspelcommissie verschuldigd door de houders van de vergunningen klasse A, B, C en E voor het kalenderjaar 2007 sluiten, zoals uitgevoerd in artikel 42 van het koninklijk besluit van 19 april 2014 houdende bezoldigingsregeling van het operationeel personeel van de hulpverleningszones. Er zijn wel specifieke overgangsbepalingen bepaald in artikel 325 en 326 voor het verlof voorafgaand aan het pensioen. Het koninklijk besluit van 3 juni 1999Relevante gevonden documenten type wet prom. 13/06/1999 pub. 13/07/1999 numac 1999012524 bron ministerie van tewerkstelling en arbeid Wet betreffende de controlegeneeskunde type wet prom. 13/06/1999 pub. 23/11/1999 numac 1999015206 bron ministerie van buitenlandse zaken, buitenlandse handel en internationale samenwerking Wet houdend instemming met de Overeenkomst betreffende de sociale zekerheid tussen het Koninkrijk België en de Republiek Chili, en administratieve schikking houdende de modaliteiten van toepassing van de Overeenkomst betreffende de sociale zekerheid tussen het Koninkrijk België en de Republiek Chili, gedaan te Brussel op 9 september 1996
(2)sluiten2 blijft verder bestaan ten aanzien van de personen die zich in deze situatie bevinden. Artikel 331 Er is een verschil tussen de vrijwillige officieren enerzijds en de vrijwillige onderofficieren, korporaals en brandweermannen anderzijds. Op dit ogenblik is de dienstnemingsovereenkomst van de officieren van onbepaalde duur (KB 19/04/99 tot vaststelling van de geschiktheids- en bekwaamheidscriteria, alsmede van de benoembaarheids- en bevorderingsvoorwaarden voor de officieren van de openbare brandweerdiensten), terwijl dat van de niet-officieren 5 jaar loopt (KB 06/05/71 tot vaststelling van de modellen van gemeentelijke reglementen betreffende de organisatie van de gemeentelijke brandweerdiensten). Er werd besloten om te opteren voor een uniforme benoemingsregeling voor een periode van 6 jaar. Er is dus geen papieren overeenkomst meer tussen de vrijwilliger en de overheid, maar de eenzijdige beslissing van de overheid volstaat. Het verschil in wedde van de overgangsbepaling kan bijgevolg verklaard worden door het objectieve verschil in de huidige reglementering, waarbij de vrijwillige officieren momenteel voor onbepaalde duur worden aangeworven terwijl de vrijwillige onderofficieren, korporaals en brandweermannen slechts voor bepaalde duur worden aangeworven. Artikel 332 Het administratief statuut van de administratieve leden van de hulpverleningszones zal bepaald worden door elke hulpverleningszone afzonderlijk. Artikel 336 De bepaling van inwerkingtreding werd opgehelderd ingevolge de opmerking van de Raad van State. Ik heb de eer te zijn, Sire, van Uwe Majesteit de zeer eerbiedige en getrouwe dienaar De Minister van Binnenlandse Zaken, Mevr. J. MILQUET Raad van State afdeling Wetgeving Advies 55.165/2 van 6 februari 2014 over een ontwerp van koninklijk besluit `tot bepaling van het administratief statuut van het operationeel personeel van de hulpverleningszone' Op 27 januari 2014 is de Raad van State, afdeling Wetgeving, door de Vice-Eerste Minister en Minister van Binnenlandse Zaken verzocht binnen een termijn van dertig dagen een advies te verstrekken over een ontwerp van koninklijk besluit `tot bepaling van het administratief statuut van het operationeel personeel van de hulpverleningszone'. Het ontwerp is door de tweede kamer onderzocht op 6 februari 2014. De kamer was samengesteld uit Pierre Vandernoot, staatsraad, voorzitter, Martine Baguet en Luc Detroux, staatsraden, en Anne-Catherine Van Geersdaele, griffier. Het verslag is uitgebracht door Claudine Mertes, auditeur. De overeenstemming tussen de Franse en de Nederlandse tekst van het advies is nagezien onder toezicht van Martine Baguet. Het advies, waarvan de tekst hierna volgt, is gegeven op 6 februari 2014. Voorafgaande vormvereisten 1. Krachtens artikel 6, § 4, 6°, van de bijzondere wet van 8 augustus 1980Relevante gevonden documenten type wet prom. 08/08/1980 pub. 11/12/2007 numac 2007000980 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Bijzondere wet tot hervorming der instellingen. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten `tot hervorming der instellingen', moeten de regeringen betrokken worden bij het uitwerken van het onderhavige ontwerp. Uit de stukken die aan de Raad van State bezorgd zijn, blijkt dat de Waalse gewestregering en de Brusselse Hoofdstedelijke Regering tijdens hun beraadslagingen van 23 januari 2014, opmerkingen en voorbehoud hebben gemaakt ten aanzien van het voorliggende ontwerp.
(1)Er wordt gewezen dat het niet voldoende is om het advies van de gewestregeringen aan te vragen opdat het vormvereiste dat die regeringen erbij moeten worden betrokken, als vervuld kan worden beschouwd. Indien die regeringen bezwaren of opmerkingen uiten, wordt het vormvereiste dat de gewestregeringen erbij moeten worden betrokken eerst als vervuld beschouwd indien op die opmerkingen is ingegaan of indien er nadien op regeringsniveau, bijvoorbeeld in het kader van het overlegcomité of van een interministeriële conferentie, daadwerkelijk over van gedachten is gewisseld. De steller van het ontwerp moet ervoor zorgen dat dit vormvereiste naar behoren wordt vervuld.
- De onderhandelingen met de vakorganisaties hebben plaatsgevonden op 17, 18 en 19 december 2013, en op 15 januari 2014.De vakorganisaties hebben een protocol van niet-akkoord ondertekend op 20 januari
- Uit de stukken gevoegd bij de adviesaanvraag blijkt evenwel dat de Ministerraad op 13 december 2013 beraadslaagd heeft, dat wil zeggen voordat de voornoemde vormvereisten vervuld zijn.De hiernavolgende opmerkingen worden dus gemaakt onder het voorbehoud dat, indien de teksten die aan de Raad van State zijn voorgelegd nog gewijzigd worden als gevolg van de voornoemde vormvereisten, waaruit de Ministerraad nog geen conclusies heeft getrokken, de bepalingen die andere dan louter formele wijzigingen hebben ondergaan aan de Raad van State worden voorgelegd om te worden onderzocht. Algemene opmerkingen
- Artikel 17, § 1, van de wet van 15 mei 2007Relevante gevonden documenten type wet prom. 15/05/2007 pub. 31/07/2007 numac 2007000663 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de civiele veiligheid type wet prom. 15/05/2007 pub. 11/04/2008 numac 2007023069 bron federale overheidsdienst volksgezondheid, veiligheid van de voedselketen en leefmilieu Wet houdende instemming met het samenwerkingsakkoord tussen de Federale Overheid, het Vlaamse Gewest, het Waalse Gewest en het Brussels Hoofdstedelijk Gewest inzake de uitvoering van sommige bepalingen van het Protocol van Kyoto, afgesloten te Brussel, op 19 februari 2007 type wet prom. 15/05/2007 pub. 15/06/2007 numac 2007000560 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet op de Algemene Inspectie en houdende diverse bepalingen betreffende de rechtspositie van sommige leden van de politiediensten type wet prom. 15/05/2007 pub. 18/06/2007 numac 2007003293 bron federale overheidsdienst financien Wet tot wijziging van de wet van 22 maart 1993 op het statuut van en het toezicht op de kredietinstellingen, van de wet van 6 april 1995 inzake het statuut van en het toezicht op de beleggingsondernemingen, de bemiddelaars en de beleggingsadviseurs, en van de wet van 20 juli 2004 betreffende bepaalde vormen van collectief beheer van beleggingsportefeuilles type wet prom. 15/05/2007 pub. 30/08/2007 numac 2007023271 bron federale overheidsdienst sociale zekerheid Wet tot verbetering van het sociaal statuut van de betaalde sportbeoefenaar type wet prom. 15/05/2007 pub. 08/06/2007 numac 2007000545 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet tot wijziging van artikel 14 van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973 type wet prom. 15/05/2007 pub. 29/06/2007 numac 2007000628 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet tot instelling van de functie van gemeenschapswacht, tot instelling van de dienst gemeenschapswachten en tot wijziging van artikel 119bis van de nieuwe gemeentewet type wet prom. 15/05/2007 pub. 22/08/2007 numac 2007009537 bron federale overheidsdienst justitie Wet tot wijziging van het Gerechtelijk Wetboek betreffende het deskundigenonderzoek en tot herstel van artikel 509quater van het Strafwetboek type wet prom. 15/05/2007 pub. 12/07/2007 numac 2007009611 bron federale overheidsdienst justitie Wet tot wijziging van artikel 57 van het Burgerlijk Wetboek, inzake de vermelding van het geslacht van kinderen van wie het geslacht onduidelijk is type wet prom. 15/05/2007 pub. 13/08/2007 numac 2007000721 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet tot instelling van de functie van gemeenschapswacht, tot instelling van de dienst gemeenschapswachten en tot wijziging van artikel 119bis van de nieuwe gemeentewet. - Duitse vertaling type wet prom. 15/05/2007 pub. 31/12/2010 numac 2010000718 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet tot wijziging van het Gerechtelijk Wetboek betreffende het deskundigenonderzoek en tot herstel van artikel 509quater van het Strafwetboek. - Duitse vertaling type wet prom. 15/05/2007 pub. 12/11/2008 numac 2008000930 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet waarbij de bevoegdheid om toegang te verlenen tot de informatiegegevens van het wachtregister en van het register van de identiteitskaarten toevertrouwd wordt aan het sectoraal comité van het Rijksregister. - Duitse vertaling type wet prom. 15/05/2007 pub. 08/06/2007 numac 2007000490 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet waarbij de bevoegdheid om toegang te verlenen tot de informatiegegevens van het wachtregister en van het register van de identiteitskaarten toevertrouwd wordt aan het sectoraal comité van het Rijksregister type wet prom. 15/05/2007 pub. 29/05/2007 numac 2007003270 bron federale overheidsdienst financien Wet tot bekrachtiging van het koninklijk besluit van 20 december 2006 betreffende de bijdrage in de werkings-, personeels- en oprichtingskosten van de kansspelcommissie verschuldigd door de houders van de vergunningen klasse A, B, C en E voor het kalenderjaar 2007 sluiten `betreffende de civiele veiligheid' bepaalt : "Deze wet is van toepassing op het orgaan, dat werd ingericht door het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, met toepassing van artikel 5 van de bijzondere wet van 12 januari 1989 met betrekking tot de Brusselse instellingen, met uitzondering van de volgende bepalingen : [...] 7° artikel 106,
(2)behalve voor wat betreft de algemene principes van het administratief statuut dat van toepassing is op het operationeel personeel bedoeld in dit artikel". Zodoende heeft de federale Staat dus blijkbaar besloten rekening te houden met de bijzondere kenmerken van de Dienst voor Brandweer georganiseerd door het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, door algemene bepalingen vast te stellen die dat gewest de kans bieden deze aan te passen aan de specificiteit van zijn personeel. Daarbij maakt de federale Staat gebruik van één van de twee mogelijkheden voorgesteld door de afdeling Wetgeving in haar advies 32.246/4, op 22 oktober 2001 verstrekt over een ontwerp van besluit dat geleid heeft tot het koninklijk besluit van 14 december 2001Relevante gevonden documenten type wet prom. 13/06/1999 pub. 13/07/1999 numac 1999012524 bron ministerie van tewerkstelling en arbeid Wet betreffende de controlegeneeskunde type wet prom. 13/06/1999 pub. 23/11/1999 numac 1999015206 bron ministerie van buitenlandse zaken, buitenlandse handel en internationale samenwerking Wet houdend instemming met de Overeenkomst betreffende de sociale zekerheid tussen het Koninkrijk België en de Republiek Chili, en administratieve schikking houdende de modaliteiten van toepassing van de Overeenkomst betreffende de sociale zekerheid tussen het Koninkrijk België en de Republiek Chili, gedaan te Brussel op 9 september 1996
(2)sluiten3 `tot wijziging van het koninklijk besluit van 19 april 1999Relevante gevonden documenten type wet prom. 13/06/1999 pub. 13/07/1999 numac 1999012524 bron ministerie van tewerkstelling en arbeid Wet betreffende de controlegeneeskunde type wet prom. 13/06/1999 pub. 23/11/1999 numac 1999015206 bron ministerie van buitenlandse zaken, buitenlandse handel en internationale samenwerking Wet houdend instemming met de Overeenkomst betreffende de sociale zekerheid tussen het Koninkrijk België en de Republiek Chili, en administratieve schikking houdende de modaliteiten van toepassing van de Overeenkomst betreffende de sociale zekerheid tussen het Koninkrijk België en de Republiek Chili, gedaan te Brussel op 9 september 1996
(2)sluiten1 tot vaststelling van de geschiktheids- en bekwaamheidscriteria alsmede van de benoembaarheids- en bevorderingsvoorwaarden voor de officieren van de openbare brandweerdiensten', en in haar advies 41.963/2, op 17 januari 2007 verstrekt over een voorontwerp van wet `betreffende de civiele veiligheid'.
(3)Bovendien heeft de afdeling Wetgeving in haar advies 53.963/1/V-2, op 18 september 2013 verstrekt over een voorontwerp dat de wet van 21 december 2013Relevante gevonden documenten type wet prom. 16/03/1968 pub. 21/10/1998 numac 1998000446 bron ministerie van binnenlandse zaken Wet betreffende de politie over het wegverkeer, gecoördineerd bij het koninklijk besluit van 16 maart 1968 tot coördinatie van de wetten betreffende de politie over het wegverkeer . - Duitse vertaling De hi(...) - de wet van 10 oktober 1967 houdende het Gerechtelijk Wetboek (Belgisch Staatsblad van 31 oktober (...) sluiten7 `houdende diverse bepalingen Binnenlandse Zaken' is geworden, het volgende gepreciseerd : "De afdeling Wetgeving heeft er reeds meermaals opgewezen, onder meer in haar voormeld advies nr. 41.963/2, dat voor het bepalen van de overheden die bevoegd zijn om de rechtsregeling vast te stellen die van toepassing is op het personeel van de Brusselse Hoofdstedelijke Dienst voor Brandweer en Dringende Medische Hulp, rekening gehouden moet worden met enerzijds de bevoegdheid die artikel 6, § 1, VIII, eerste lid, 1°, vierde streepje, van de bijzondere wet van 8 augustus 1980Relevante gevonden documenten type wet prom. 08/08/1980 pub. 11/12/2007 numac 2007000980 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Bijzondere wet tot hervorming der instellingen. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten aan de federale overheid verleent inzake de organisatie van en het beleid inzake de brandweer, en anderzijds de bevoegdheid die de artikelen 5 en 56 van de bijzondere wet van 12 januari 1989 `met betrekking tot de Brusselse instellingen' aan het Brussels Hoofdstedelijk Gewest verlenen inzake de organisatie van de brandweer en de dringende medische hulp en de vaststelling van het statuut van het personeel ervan. Hiertoe is het absoluut noodzakelijk dat de federale overheid en het Brussels Hoofdstedelijk Gewest in gemeen overleg handelen. De federale overheid kan hoe dan ook niet zomaar zelf eenzijdig het statuut van de personeelsleden van die dienst vaststellen". Met toepassing van de artikelen 17, § 1, 7°, en 106 van de voornoemde wet van 15 mei 2007Relevante gevonden documenten type wet prom. 15/05/2007 pub. 31/07/2007 numac 2007000663 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de civiele veiligheid type wet prom. 15/05/2007 pub. 11/04/2008 numac 2007023069 bron federale overheidsdienst volksgezondheid, veiligheid van de voedselketen en leefmilieu Wet houdende instemming met het samenwerkingsakkoord tussen de Federale Overheid, het Vlaamse Gewest, het Waalse Gewest en het Brussels Hoofdstedelijk Gewest inzake de uitvoering van sommige bepalingen van het Protocol van Kyoto, afgesloten te Brussel, op 19 februari 2007 type wet prom. 15/05/2007 pub. 15/06/2007 numac 2007000560 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet op de Algemene Inspectie en houdende diverse bepalingen betreffende de rechtspositie van sommige leden van de politiediensten type wet prom. 15/05/2007 pub. 18/06/2007 numac 2007003293 bron federale overheidsdienst financien Wet tot wijziging van de wet van 22 maart 1993 op het statuut van en het toezicht op de kredietinstellingen, van de wet van 6 april 1995 inzake het statuut van en het toezicht op de beleggingsondernemingen, de bemiddelaars en de beleggingsadviseurs, en van de wet van 20 juli 2004 betreffende bepaalde vormen van collectief beheer van beleggingsportefeuilles type wet prom. 15/05/2007 pub. 30/08/2007 numac 2007023271 bron federale overheidsdienst sociale zekerheid Wet tot verbetering van het sociaal statuut van de betaalde sportbeoefenaar type wet prom. 15/05/2007 pub. 08/06/2007 numac 2007000545 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet tot wijziging van artikel 14 van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973 type wet prom. 15/05/2007 pub. 29/06/2007 numac 2007000628 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet tot instelling van de functie van gemeenschapswacht, tot instelling van de dienst gemeenschapswachten en tot wijziging van artikel 119bis van de nieuwe gemeentewet type wet prom. 15/05/2007 pub. 22/08/2007 numac 2007009537 bron federale overheidsdienst justitie Wet tot wijziging van het Gerechtelijk Wetboek betreffende het deskundigenonderzoek en tot herstel van artikel 509quater van het Strafwetboek type wet prom. 15/05/2007 pub. 12/07/2007 numac 2007009611 bron federale overheidsdienst justitie Wet tot wijziging van artikel 57 van het Burgerlijk Wetboek, inzake de vermelding van het geslacht van kinderen van wie het geslacht onduidelijk is type wet prom. 15/05/2007 pub. 13/08/2007 numac 2007000721 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet tot instelling van de functie van gemeenschapswacht, tot instelling van de dienst gemeenschapswachten en tot wijziging van artikel 119bis van de nieuwe gemeentewet. - Duitse vertaling type wet prom. 15/05/2007 pub. 31/12/2010 numac 2010000718 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet tot wijziging van het Gerechtelijk Wetboek betreffende het deskundigenonderzoek en tot herstel van artikel 509quater van het Strafwetboek. - Duitse vertaling type wet prom. 15/05/2007 pub. 12/11/2008 numac 2008000930 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet waarbij de bevoegdheid om toegang te verlenen tot de informatiegegevens van het wachtregister en van het register van de identiteitskaarten toevertrouwd wordt aan het sectoraal comité van het Rijksregister. - Duitse vertaling type wet prom. 15/05/2007 pub. 08/06/2007 numac 2007000490 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet waarbij de bevoegdheid om toegang te verlenen tot de informatiegegevens van het wachtregister en van het register van de identiteitskaarten toevertrouwd wordt aan het sectoraal comité van het Rijksregister type wet prom. 15/05/2007 pub. 29/05/2007 numac 2007003270 bron federale overheidsdienst financien Wet tot bekrachtiging van het koninklijk besluit van 20 december 2006 betreffende de bijdrage in de werkings-, personeels- en oprichtingskosten van de kansspelcommissie verschuldigd door de houders van de vergunningen klasse A, B, C en E voor het kalenderjaar 2007 sluiten, verklaart artikel 294 van het onderhavige ontwerp een hele reeks bepalingen van het ontworpen statuut als algemene bepalingen van toepassing op de Brusselse Hoofdstedelijke Dienst voor Brandweer en Dringende Medische Hulp (DBDMH). Uit het onderzoek van de toepasselijke bepalingen blijkt evenwel dat het de bedoeling is dat bijna het hele administratief statuut van toepassing is op de BDDMH. Artikel 294 blijkt dus verder te gaan dan wat bepaald is in artikel 17, § 1, 7°, aangezien het meer doet dan enkel het bepalen van de algemene principes van het administratief statuut dat van toepassing is op het operationeel personeel doordat het ertoe zou kunnen leiden dat de federale overheid zelf, onrechtstreeks, zonder meer en op eenzijdige wijze het statuut van de personeelsleden van de DBDMH vaststelt. 2. Verscheidene bepalingen (inzonderheid de artikelen 57, 128 en 151) houden de delegatie in van een verordenende bevoegdheid aan de zoneraad. Wat dat betreft wordt de aandacht van de steller van het ontwerp er in het algemeen op gevestigd dat het verlenen van verordenende bevoegdheid aan de raad niet in overeenstemming lijkt met de algemene publiekrechtelijke beginselen, omdat erdoor geraakt wordt aan het beginsel van de eenheid van de verordenende macht. Bovendien ontbreken de waarborgen waarmee de klassieke regelgeving gepaard gaat, zoals die inzake de bekendmaking en de preventieve controle van de Raad van State, afdeling Wetgeving. Dergelijke delegatie kan dan ook enkel worden gebillijkt op grond van praktische redenen en in de mate dat ze een zeer beperkte of een hoofdzakelijk technische draagwijdte heeft, en ervan uitgegaan mag worden dat de instellingen die de betrokken reglementering dienen toe te passen of er toezicht op dienen uit te oefenen, ook het best geplaatst zijn om deze met kennis van zaken uit te werken. Bij zulke delegaties moet dus telkens de vraag worden gesteld of de betreffende delegatie aan al die voorwaarden voldoet. Wat dat betreft wordt verwezen naar de bijzondere opmerkingen over de betrokken bepalingen. Werken met talrijke delegaties lijkt bovendien in strijd met de harmonisering die beoogd wordt met het aannemen van een enig administratief statuut voor de leden van het operationeel personeel van de hulpverleningszones, dat uitgewerkt wordt door de Koning. 3. Verscheidene bepalingen kunnen ook problemen doen rijzen ten aanzien van het gelijkheids- en non-discriminatiebeginsel voor zover ze verschillen invoeren tussen bijvoorbeeld vrijwilligers en beroeps, alsook tussen sommige categorieën van graden of sommige categorieën van leden van het vrijwillig personeel (artikelen 20, 35, 55, 58, 72, 75, 86, 89, 90, 97, 112, 113, 127, 281, boek 18 en artikel 318). Wat betreft de verschillen tussen vrijwillige brandweerlieden en beroepsbrandweerlieden heeft het Grondwettelijk Hof in arrest 103/2013 van 9 juli 2013 immers reeds het volgende gesteld : "[a]angezien de vrijwillige brandweerlieden en de beroepsbrandweerlieden vergelijkbare opdrachten vervullen in eenzelfde korps, vormen zij vergelijkbare categorieën."
(4)Ook al heeft het Hof, wat betreft de vraag die daaraan was voorgelegd, geoordeeld dat "([h]et vrijwillige, occasionele en aanvullende karakter van de activiteit van de vrijwillige brandweerman verantwoordt dat de in het geding zijnde bepaling hem uitsluit van het toepassingsgebied van een wetgeving die, zoals de wet van 14 december 2000Relevante gevonden documenten type wet prom. 14/12/2000 pub. 05/01/2001 numac 2000002134 bron ministerie van ambtenarenzaken Wet tot vaststelling van sommige aspecten van de organisatie van de arbeidstijd in openbare sector type wet prom. 14/12/2000 pub. 15/02/2001 numac 2001003037 bron ministerie van financien Wet houdende tweede aanpassing van de Algemene Uitgavenbegroting van het begrotingsjaar 2000 type wet prom. 14/12/2000 pub. 23/12/2000 numac 2000007332 bron ministerie van landsverdediging Wet tot vaststelling van het legercontingent voor het jaar 2001 sluiten, waarborgen biedt aan de ambtenaren op het vlak van de minimale periodes van dagelijkse rust, wekelijkse rust, jaarlijks verlof, arbeidspauze, maximale wekelijkse arbeidsduur en bepaalde aspecten van de nachtarbeid en de ploegendienst",
(5)de verschillen in behandeling ingevoerd bij het onderhavige ontwerp moeten objectief en redelijk verantwoord kunnen worden.
- In artikel 106 van de voornoemde wet van 15 mei 2007Relevante gevonden documenten type wet prom. 15/05/2007 pub. 31/07/2007 numac 2007000663 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de civiele veiligheid type wet prom. 15/05/2007 pub. 11/04/2008 numac 2007023069 bron federale overheidsdienst volksgezondheid, veiligheid van de voedselketen en leefmilieu Wet houdende instemming met het samenwerkingsakkoord tussen de Federale Overheid, het Vlaamse Gewest, het Waalse Gewest en het Brussels Hoofdstedelijk Gewest inzake de uitvoering van sommige bepalingen van het Protocol van Kyoto, afgesloten te Brussel, op 19 februari 2007 type wet prom. 15/05/2007 pub. 15/06/2007 numac 2007000560 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet op de Algemene Inspectie en houdende diverse bepalingen betreffende de rechtspositie van sommige leden van de politiediensten type wet prom. 15/05/2007 pub. 18/06/2007 numac 2007003293 bron federale overheidsdienst financien Wet tot wijziging van de wet van 22 maart 1993 op het statuut van en het toezicht op de kredietinstellingen, van de wet van 6 april 1995 inzake het statuut van en het toezicht op de beleggingsondernemingen, de bemiddelaars en de beleggingsadviseurs, en van de wet van 20 juli 2004 betreffende bepaalde vormen van collectief beheer van beleggingsportefeuilles type wet prom. 15/05/2007 pub. 30/08/2007 numac 2007023271 bron federale overheidsdienst sociale zekerheid Wet tot verbetering van het sociaal statuut van de betaalde sportbeoefenaar type wet prom. 15/05/2007 pub. 08/06/2007 numac 2007000545 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet tot wijziging van artikel 14 van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973 type wet prom. 15/05/2007 pub. 29/06/2007 numac 2007000628 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet tot instelling van de functie van gemeenschapswacht, tot instelling van de dienst gemeenschapswachten en tot wijziging van artikel 119bis van de nieuwe gemeentewet type wet prom. 15/05/2007 pub. 22/08/2007 numac 2007009537 bron federale overheidsdienst justitie Wet tot wijziging van het Gerechtelijk Wetboek betreffende het deskundigenonderzoek en tot herstel van artikel 509quater van het Strafwetboek type wet prom. 15/05/2007 pub. 12/07/2007 numac 2007009611 bron federale overheidsdienst justitie Wet tot wijziging van artikel 57 van het Burgerlijk Wetboek, inzake de vermelding van het geslacht van kinderen van wie het geslacht onduidelijk is type wet prom. 15/05/2007 pub. 13/08/2007 numac 2007000721 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet tot instelling van de functie van gemeenschapswacht, tot instelling van de dienst gemeenschapswachten en tot wijziging van artikel 119bis van de nieuwe gemeentewet. - Duitse vertaling type wet prom. 15/05/2007 pub. 31/12/2010 numac 2010000718 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet tot wijziging van het Gerechtelijk Wetboek betreffende het deskundigenonderzoek en tot herstel van artikel 509quater van het Strafwetboek. - Duitse vertaling type wet prom. 15/05/2007 pub. 12/11/2008 numac 2008000930 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet waarbij de bevoegdheid om toegang te verlenen tot de informatiegegevens van het wachtregister en van het register van de identiteitskaarten toevertrouwd wordt aan het sectoraal comité van het Rijksregister. - Duitse vertaling type wet prom. 15/05/2007 pub. 08/06/2007 numac 2007000490 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet waarbij de bevoegdheid om toegang te verlenen tot de informatiegegevens van het wachtregister en van het register van de identiteitskaarten toevertrouwd wordt aan het sectoraal comité van het Rijksregister type wet prom. 15/05/2007 pub. 29/05/2007 numac 2007003270 bron federale overheidsdienst financien Wet tot bekrachtiging van het koninklijk besluit van 20 december 2006 betreffende de bijdrage in de werkings-, personeels- en oprichtingskosten van de kansspelcommissie verschuldigd door de houders van de vergunningen klasse A, B, C en E voor het kalenderjaar 2007 sluiten wordt het volgende gesteld : "De Koning bepaalt, bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, het administratief en geldelijk statuut van het operationeel personeel van de zones, hierbij inbegrepen de opleiding". Artikel 103 van dezelfde wet luidt als volgt : "Het operationeel personeel van de zone is samengesteld uit vrijwillige en/of beroepsbrandweermannen. De vrijwillige brandweermannen zijn diegenen voor wie de functie van brandweerman niet hun hoofdactiviteit uitmaakt. De beroepsbrandweermannen zijn de brandweermannen die als hoofdberoep door de zone tewerkgesteld zijn." Artikel 2 van het ontworpen statuut bepaalt : " §
- Dit statuut is van toepassing op de leden van het beroepspersoneel van de zone. §
- De rechtspositie van het vrijwillig personeelslid wordt eenzijdig geregeld door dit besluit en door de wetten betreffende het sociale en fiscale regime van toepassing op het vrijwillig personeel van dewelke niet afgeweken wordt. Het vrijwillig personeelslid bevindt zich in een sui generis statutaire situatie. Hij wordt niet benoemd in vast dienstverband. De wet van 3 juli 1978Relevante gevonden documenten type wet prom. 16/03/1968 pub. 21/10/1998 numac 1998000446 bron ministerie van binnenlandse zaken Wet betreffende de politie over het wegverkeer, gecoördineerd bij het koninklijk besluit van 16 maart 1968 tot coördinatie van de wetten betreffende de politie over het wegverkeer . - Duitse vertaling De hi(...) - de wet van 10 oktober 1967 houdende het Gerechtelijk Wetboek (Belgisch Staatsblad van 31 oktober (...) sluiten0 betreffende de arbeidsovereenkomsten en de wet van 3 juli 2005 betreffende de rechten van vrijwilligers zijn niet van toepassing op hem." Zoals het artikel is gesteld, is het niet mogelijk uit te maken op grond waarvan afgeweken zou kunnen worden van de wetten betreffende het sociale en fiscale regime dat van toepassing is op het vrijwillig personeel. Daarnaast rijst de vraag welk nut het heeft te bepalen dat de rechtspositie van de leden van het vrijwillig personeel eenzijdig geregeld wordt bij het voorliggende besluit, aangezien dat net een kenmerk is van een statuut. Zo ook lijkt het niet nodig om, wanneer het ontworpen statuut van toepassing wordt verklaard op de leden van het vrijwillig personeel, in het tweede lid te preciseren dat de wet van 3 juli 1978Relevante gevonden documenten type wet prom. 16/03/1968 pub. 21/10/1998 numac 1998000446 bron ministerie van binnenlandse zaken Wet betreffende de politie over het wegverkeer, gecoördineerd bij het koninklijk besluit van 16 maart 1968 tot coördinatie van de wetten betreffende de politie over het wegverkeer . - Duitse vertaling De hi(...) - de wet van 10 oktober 1967 houdende het Gerechtelijk Wetboek (Belgisch Staatsblad van 31 oktober (...) sluiten0 `betreffende de arbeidsovereenkomsten' en de wet van 3 juli 2005 `betreffende de rechten van vrijwilligers' (gelet op artikel 3, 1°, d), van die wet)
(6)niet van toepassing zijn. Die precisering hoort duidelijk in het verslag aan de Koning thuis. Bovendien moeten in hetzelfde lid de woorden "een sui generis statutaire situatie" vervallen, aangezien het net de bedoeling is van het ontworpen besluit om de statutaire situatie van de brandweerlieden te regelen door, in voorkomend geval en onder voorbehoud van algemene opmerking 3, een onderscheid te maken naargelang ze lid zijn van het vrijwillig personeel (tijdelijke benoeming) of van het beroepspersoneel (benoeming in vast dienstverband). Aangezien artikel 106 van de voornoemde wet van 15 mei 2007Relevante gevonden documenten type wet prom. 15/05/2007 pub. 31/07/2007 numac 2007000663 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de civiele veiligheid type wet prom. 15/05/2007 pub. 11/04/2008 numac 2007023069 bron federale overheidsdienst volksgezondheid, veiligheid van de voedselketen en leefmilieu Wet houdende instemming met het samenwerkingsakkoord tussen de Federale Overheid, het Vlaamse Gewest, het Waalse Gewest en het Brussels Hoofdstedelijk Gewest inzake de uitvoering van sommige bepalingen van het Protocol van Kyoto, afgesloten te Brussel, op 19 februari 2007 type wet prom. 15/05/2007 pub. 15/06/2007 numac 2007000560 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet op de Algemene Inspectie en houdende diverse bepalingen betreffende de rechtspositie van sommige leden van de politiediensten type wet prom. 15/05/2007 pub. 18/06/2007 numac 2007003293 bron federale overheidsdienst financien Wet tot wijziging van de wet van 22 maart 1993 op het statuut van en het toezicht op de kredietinstellingen, van de wet van 6 april 1995 inzake het statuut van en het toezicht op de beleggingsondernemingen, de bemiddelaars en de beleggingsadviseurs, en van de wet van 20 juli 2004 betreffende bepaalde vormen van collectief beheer van beleggingsportefeuilles type wet prom. 15/05/2007 pub. 30/08/2007 numac 2007023271 bron federale overheidsdienst sociale zekerheid Wet tot verbetering van het sociaal statuut van de betaalde sportbeoefenaar type wet prom. 15/05/2007 pub. 08/06/2007 numac 2007000545 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet tot wijziging van artikel 14 van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973 type wet prom. 15/05/2007 pub. 29/06/2007 numac 2007000628 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet tot instelling van de functie van gemeenschapswacht, tot instelling van de dienst gemeenschapswachten en tot wijziging van artikel 119bis van de nieuwe gemeentewet type wet prom. 15/05/2007 pub. 22/08/2007 numac 2007009537 bron federale overheidsdienst justitie Wet tot wijziging van het Gerechtelijk Wetboek betreffende het deskundigenonderzoek en tot herstel van artikel 509quater van het Strafwetboek type wet prom. 15/05/2007 pub. 12/07/2007 numac 2007009611 bron federale overheidsdienst justitie Wet tot wijziging van artikel 57 van het Burgerlijk Wetboek, inzake de vermelding van het geslacht van kinderen van wie het geslacht onduidelijk is type wet prom. 15/05/2007 pub. 13/08/2007 numac 2007000721 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet tot instelling van de functie van gemeenschapswacht, tot instelling van de dienst gemeenschapswachten en tot wijziging van artikel 119bis van de nieuwe gemeentewet. - Duitse vertaling type wet prom. 15/05/2007 pub. 31/12/2010 numac 2010000718 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet tot wijziging van het Gerechtelijk Wetboek betreffende het deskundigenonderzoek en tot herstel van artikel 509quater van het Strafwetboek. - Duitse vertaling type wet prom. 15/05/2007 pub. 12/11/2008 numac 2008000930 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet waarbij de bevoegdheid om toegang te verlenen tot de informatiegegevens van het wachtregister en van het register van de identiteitskaarten toevertrouwd wordt aan het sectoraal comité van het Rijksregister. - Duitse vertaling type wet prom. 15/05/2007 pub. 08/06/2007 numac 2007000490 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet waarbij de bevoegdheid om toegang te verlenen tot de informatiegegevens van het wachtregister en van het register van de identiteitskaarten toevertrouwd wordt aan het sectoraal comité van het Rijksregister type wet prom. 15/05/2007 pub. 29/05/2007 numac 2007003270 bron federale overheidsdienst financien Wet tot bekrachtiging van het koninklijk besluit van 20 december 2006 betreffende de bijdrage in de werkings-, personeels- en oprichtingskosten van de kansspelcommissie verschuldigd door de houders van de vergunningen klasse A, B, C en E voor het kalenderjaar 2007 sluiten aan de Koning de verplichting oplegt zowel voor het professioneel als voor het vrijwillig operationeel personeel een administratief statuut uit te vaardigen, rijst de vraag of het niet eenvoudiger en logischer zou zijn meteen het volgende te bepalen : "Behoudens andersluidende bepalingen is dit statuut van toepassing op de leden van het vrijwillig personeel van de zone".
- Uit het ontwerp blijkt dat het begrip benoeming verband houdt met de beroepsstagiair, terwijl het begrip aanwerving verband houdt met de vrijwillig stagiair.Aangezien het statuut van de vrijwillige brandweerlieden evenwel geregeld wordt door specifieke bepalingen van het ontworpen statuut, lijkt de term "benoeming" zowel te kunnen gelden voor de beroepssleden als voor de vrijwillig personeelsleden.
- De structuur van het ontwerp zou in sommige opzichten gerationaliseerd kunnen worden.Zo bijvoorbeeld gaat boek 5 over de loopbaan, hoofdzakelijk over de bevordering door verhoging in graad (hiërarchische bevordering), boek 6 over de mobiliteit, boek 7 over de professionalisering, boek 8 over de wedertewerkstelling, boek 9 over het eindeloopbaanregime en boek 10 over de uitoefening van een hoger ambt. In feite wordt bij de boeken 6 tot 10 de loopbaan van de personeelsleden geregeld. Bijgevolg zou het rationeler zijn die bepalingen samen te brengen in een enkel boek dat aan de loopbaan gewijd is, bijvoorbeeld op de volgende wijze : "Boek 5 - Loopbaan Titel 1 - Bevordering door verhoging in graad Titel 2 - Mobiliteit Titel 3 - Professionalisering Titel 4 - Wedertewerkstelling Titel 5 - Eindeloopbaanregeling Titel 6 - Hogere ambten". Ook de onderverdelingen van die titels zouden dan dienovereenkomstig moeten worden aangepast.
- Gelet op de omvang van de hervorming, zou het beter zijn de strekking van het ontwerp toe te lichten in een verslag aan de Koning.
- Verwezen wordt naar de algemene opmerkingen gemaakt in advies 55.164/2, dat heden verstrekt is over het ontwerp van koninklijk besluit `tot vaststelling van het functieprofiel van de commandant van een hulpverleningszone en van de nadere bepalingen voor zijn selectie en zijn evaluatie'.
- De onderstaande bijzondere opmerkingen worden onder voorbehoud van de hierboven geformuleerde algemene opmerkingen gegeven. Bijzondere opmerkingen Aanhef In het eerste lid moeten ook worden vermeld : - artikel 17, § 1, 7°, aangezien het gaat om één van de twee rechtsgronden van artikel 294 van het ontwerp; - artikel 106/1 van de voornoemde wet van 15 mei 2007Relevante gevonden documenten type wet prom. 15/05/2007 pub. 31/07/2007 numac 2007000663 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de civiele veiligheid type wet prom. 15/05/2007 pub. 11/04/2008 numac 2007023069 bron federale overheidsdienst volksgezondheid, veiligheid van de voedselketen en leefmilieu Wet houdende instemming met het samenwerkingsakkoord tussen de Federale Overheid, het Vlaamse Gewest, het Waalse Gewest en het Brussels Hoofdstedelijk Gewest inzake de uitvoering van sommige bepalingen van het Protocol van Kyoto, afgesloten te Brussel, op 19 februari 2007 type wet prom. 15/05/2007 pub. 15/06/2007 numac 2007000560 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet op de Algemene Inspectie en houdende diverse bepalingen betreffende de rechtspositie van sommige leden van de politiediensten type wet prom. 15/05/2007 pub. 18/06/2007 numac 2007003293 bron federale overheidsdienst financien Wet tot wijziging van de wet van 22 maart 1993 op het statuut van en het toezicht op de kredietinstellingen, van de wet van 6 april 1995 inzake het statuut van en het toezicht op de beleggingsondernemingen, de bemiddelaars en de beleggingsadviseurs, en van de wet van 20 juli 2004 betreffende bepaalde vormen van collectief beheer van beleggingsportefeuilles type wet prom. 15/05/2007 pub. 30/08/2007 numac 2007023271 bron federale overheidsdienst sociale zekerheid Wet tot verbetering van het sociaal statuut van de betaalde sportbeoefenaar type wet prom. 15/05/2007 pub. 08/06/2007 numac 2007000545 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet tot wijziging van artikel 14 van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973 type wet prom. 15/05/2007 pub. 29/06/2007 numac 2007000628 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet tot instelling van de functie van gemeenschapswacht, tot instelling van de dienst gemeenschapswachten en tot wijziging van artikel 119bis van de nieuwe gemeentewet type wet prom. 15/05/2007 pub. 22/08/2007 numac 2007009537 bron federale overheidsdienst justitie Wet tot wijziging van het Gerechtelijk Wetboek betreffende het deskundigenonderzoek en tot herstel van artikel 509quater van het Strafwetboek type wet prom. 15/05/2007 pub. 12/07/2007 numac 2007009611 bron federale overheidsdienst justitie Wet tot wijziging van artikel 57 van het Burgerlijk Wetboek, inzake de vermelding van het geslacht van kinderen van wie het geslacht onduidelijk is type wet prom. 15/05/2007 pub. 13/08/2007 numac 2007000721 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet tot instelling van de functie van gemeenschapswacht, tot instelling van de dienst gemeenschapswachten en tot wijziging van artikel 119bis van de nieuwe gemeentewet. - Duitse vertaling type wet prom. 15/05/2007 pub. 31/12/2010 numac 2010000718 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet tot wijziging van het Gerechtelijk Wetboek betreffende het deskundigenonderzoek en tot herstel van artikel 509quater van het Strafwetboek. - Duitse vertaling type wet prom. 15/05/2007 pub. 12/11/2008 numac 2008000930 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet waarbij de bevoegdheid om toegang te verlenen tot de informatiegegevens van het wachtregister en van het register van de identiteitskaarten toevertrouwd wordt aan het sectoraal comité van het Rijksregister. - Duitse vertaling type wet prom. 15/05/2007 pub. 08/06/2007 numac 2007000490 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet waarbij de bevoegdheid om toegang te verlenen tot de informatiegegevens van het wachtregister en van het register van de identiteitskaarten toevertrouwd wordt aan het sectoraal comité van het Rijksregister type wet prom. 15/05/2007 pub. 29/05/2007 numac 2007003270 bron federale overheidsdienst financien Wet tot bekrachtiging van het koninklijk besluit van 20 december 2006 betreffende de bijdrage in de werkings-, personeels- en oprichtingskosten van de kansspelcommissie verschuldigd door de houders van de vergunningen klasse A, B, C en E voor het kalenderjaar 2007 sluiten wegens boek 16 ("Uitvoeren van een alcohol- of drugstest"); - artikel 208 wegens artikel 296 van het ontworpen statuut. Wat betreft de eventuele vermelding van artikel 116 in de aanhef, wordt verwezen naar de algemene opmerkingen die heden zijn gemaakt in het voornoemde advies 55.164/
- Dispositief Artikel 1
- In paragraaf 1, 14°, moet het begrip "feestdagen" gepreciseerd worden, aangezien dat begrip zowel de wettelijke feestdagen als de reglementaire feestdagen kan omvatten.Aangezien in artikel 193 enkel verwezen wordt naar de feestdagen opgesomd in artikel 1 van het koninklijk besluit van 18 april 1974 `tot bepaling van de algemene wijze van uitvoering van de wet van 4 januari 1974 betreffende de feestdagen', laat het zich aanzien dat dit begrip enkel de wettelijke feestdagen dekt. Dat moet bijgevolg uitdrukkelijk worden vermeld in de definitie, waarbij tevens verwezen moet worden naar het voornoemde koninklijk besluit van 18 april
- Artikel 3 Teneinde de beslissingsbevoegdheid van de raad duidelijk en nauwkeurig af te bakenen, moet worden bepaald volgens welke orde van voorrang de procedures om te voorzien in een vacante betrekking gevolgd moeten worden. Artikel 6 Het tweede lid, dat geen betrekking heeft op de "rechten en plichten" hoort veeleer thuis in boek 1 ("Algemene bepalingen"). Artikel 7 De vraag rijst waarnaar de steller van het ontwerp in paragraaf 1 verwijst wanneer hij het heeft over "de gedragsregels inzake deontologie". Het ontwerp moet in voorkomend geval op dat punt worden aangevuld. Artikel 8 Het doel dat met dit artikel wordt nagestreefd, wordt ook op afdoende wijze bereikt wanneer geschreven wordt "zonder te discrimineren" in plaats van "zonder enige vorm van discriminatie". Artikel 10 Naar het voorbeeld van wat bepaald is in artikel 8, § 3, van het statuut van het rijkspersoneel,
(7)zou het nuttig zijn in een nieuw lid het volgende te bepalen : "Het eerste lid slaat niet op symbolische geschenken van kleine waarde uitgewisseld tussen personeelsleden in de normale uitoefening van hun ambt." Artikel 11
- Het derde lid van paragraaf 1 zou het tweede lid moeten worden.
- Het tweede lid van dezelfde paragraaf, dat het derde lid wordt, zou, naar het voorbeeld van wat bepaald is in artikel 10, tweede lid, van het statuut van het rijkspersoneel, als volgt moeten worden aangevuld : ", evenals voor feiten die, wanneer zij bekend worden gemaakt, de belangen kunnen schaden van de dienst waarin het personeelslid tewerkgesteld is".
- Het zou beter zijn paragraaf 2, naar het voorbeeld van artikel 7, § 3, van het statuut van het rijkspersoneel als volgt te redigeren : "Onverminderd artikel 29 van het Wetboek van strafvordering stelt het personeelslid zijn hiërarchische meerdere of, indien nodig, een hogere hiërarchische meerdere op de hoogte van elk onwettigheid of onregelmatigheid waarvan hij kennis heeft."
(8)Artikelen 12 en 16
- Het zou beter zijn deze artikelen, die gaan over het recht op opleiding enerzijds en over het recht op informatie anderzijds, te groeperen.
- Artikel 12, derde lid, tweede zin hoort veeleer thuis in het deel van het ontwerp dat betrekking heeft op de opleiding of op de dienstactiviteit. Het zou bovendien beter zijn die zin, overeenkomstig hetgeen in het APKB staat, als volgt te stellen : " Periodes van afwezigheid gerechtvaardigd door deelname aan verplichte opleidingsactiviteiten worden in ieder opzicht gelijkgesteld met periodes van dienstactiviteit". Artikel 14 Dat artikel gaat niet over "rechten en plichten". Het hoort dus veeleer thuis in boek 1, dat de algemene bepalingen omvat. Artikel 17 Indien het de bedoeling is van de steller van het ontwerp dat de kopie gratis is, moet dat gepreciseerd worden. Ook moet vermeld worden uit welke documenten het persoonlijk dossier moet bestaan (bijvoorbeeld : een inventaris van stukken, documenten betreffende de evaluatie, de mobiliteit, de stage, de tuchtstraffen, enz.) Artikel 20
- Op de vraag waarom de verplichting tot verlenging van de prestaties tijdens de opdracht niet geldt voor de vrijwilligers, hebben de gemachtigden van de minister het volgende geantwoord : "[...] le pompier volontaire ne preste pas de régime horaire fixe (de 7 h 00 à 19 h 00 par exemple). Il vient lorsqu'il est appelé pour effectuer une intervention et il n'y a pas de dépassement éventuel d'un régime horaire dans son cas". Die uitleg moet opgenomen worden in het verslag aan de Koning, waarbij tevens rekening moet worden gehouden met het gevolg dat gegeven wordt aan de opmerkingen gemaakt in de artikelen 172 e.v.
- Wat betreft het begrip "een grootschalige interventie, veroorzaakt door een onvoorziene gebeurtenis" zou het nuttig zijn in het verslag aan de Koning enkele voorbeelden te geven van de bedoelde situaties, naar het voorbeeld van de situaties waarvan sprake in het voorontwerp van wet "tot vaststelling van bepaalde aspecten van de organisatie van de arbeidstijd van de operationele beroepsleden van de hulpverleningszones" waarover een opmerking is gemaakt in advies 54.614/2, dat op 8 januari 2014 over dat voorontwerp is verstrekt.
(9)Artikel 22 Aangezien de zonecommandant een lid moet zijn van het operationeel personeel, valt hij onder de werkingssfeer van het onderhavige ontwerp. Artikel 22 moet dus worden aangevuld met de onverenigbaarheid waarin is voorzien in artikel 7, § 4, van het ontwerp van koninklijk besluit `tot vaststelling van het functieprofiel van de commandant van een hulpverleningszone en van de nadere bepalingen voor zijn selectie en zijn evaluatie', waarover heden advies 55.164/2 is uitgebracht. Artikel 23 In het tweede lid zou verwezen kunnen worden naar artikel 290 van het ontwerp. Dezelfde opmerking geldt mutatis mutandis voor artikel 32, tweede lid. Artikel 26 Paragraaf 1, eerste lid, tweede zin, die betrekking heeft op een geval waarin afwijkingen kunnen worden toegestaan, zou als volgt ingevoegd moeten worden in paragraaf 2, waarin ook sprake is van een geval waarin afwijkingen kunnen worden toegestaan : "Individuele afwijkingen kunnen worden toegestaan : - voor zover de activiteit de goede werking van de dienst niet verstoort; - voor de cumulatie met de functie van vrijwillig personeelslid van een andere zone". Artikel 27 Deze bepaling zou in de vorm van een nieuw vierde lid ingevoegd kunnen worden in artikel 26, §
- Artikel 28
- Het zou beter zijn te spreken van een verzoek om afwijking dan van een cumulatieaanvraag.
- Het zou dienstig zijn de belangrijkste elementen vast te leggen die dat verzoek verplicht moet bevatten, namelijk : 1° de zo nauwkeurig mogelijke aanwijzing van de beoogde activiteit;2° de duur van de beoogde activiteit;3° de gemotiveerde bevestiging dat de activiteit, zelfs in de toekomst, geen aanleiding kan geven tot een onverenigbaarheid zoals omschreven in artikel 21.
- In de nederlandstalige versie schrijve men "commandant of zijn gemachtigde" in plaats van "commandant of zijn afgevaardigde".Deze opmerking geldt voor het vervolg van het ontwerp en geldt mutatis mutandis ook voor de artikelen 51, 57, § 2 en
- Artikel 34 Om ten volle te waarborgen dat de bij cumulatie uitgeoefende activiteit een bijkomstige activiteit is, zou artikel 34 als volgt kunnen worden geredigeerd : "Een machtiging tot cumulatie kan enkel verleend worden als de activiteit wordt uitgeoefend buiten uren waarop het personeelslid zijn dienst vervult. Zij dient in elk geval volledig bijkomstig te blijven ten overstaan van het uitgeoefend ambt. Een activiteit kan slechts worden uitgeoefend met inachtname van de wetten en reglementen die de uitoefening van die activiteit regelen. In voorkomend geval, wordt het bewijs daarvan geleverd aan de raad die de machtiging voor de cumulatie heeft verleend."
(10)Boek 4, titel I - De aanwerving Algemene opmerkingen
- Er zou meteen gepreciseerd moeten worden dat het personeel aangeworven wordt ofwel in de graad van brandweerman, wat het basiskader betreft, ofwel in de graad van kapitein, wat het hoger kader betreft.
- Op de vraag waarom personen met een diploma hoger onderwijs van het korte type niet aangeworven kunnen worden in het middenkader, en waarom, wat het hoger kader betreft, aangeworven wordt in de graad van kapitein en niet in de graad van luitenant hebben de gemachtigden van de minister het volgende geantwoord : "D'une part, car les syndicats s'y sont fortement opposés lors de la négociation.D'autre part, la fonction de sergent est une fonction qui demande une expérience importante. Le sergent joue un rôle crucial dans le commandement du personnel lors des missions opérationnelles présentant un danger certain. Il ne peut acquérir une expérience utile suffisante pour assurer la sécurité de son personnel qu'en participant à des interventions pendant un nombre d'années minimum. Dans le même esprit, le lieutenant étant l'officier qui intervient en 1re ligne, celui-ci doit également bénéficier d'une grande expérience de terrain. Le lieutenant assure majoritairement des fonctions opérationnelles. L'officier qui est recruté au grade de capitaine par recrutement est destiné à assurer très rapidement des fonctions de management administratif en plus de fonctions opérationnelles, plus limitées". Gezien die uitleg rijst de vraag of het beschikken over managementvaardigheden niet opgenomen moet worden als één van de voorwaarden om als kapitein te worden aangeworven. Artikel 35
- De bekendmaking bedoeld in paragraaf 2, tweede lid, moet ook vermelden op welke datum de voorwaarden vervuld moeten zijn.
- Op de vraag waarom de operationele handvaardigheidstest genoemd in paragraaf 3, 2°, enkel bedoeld is voor de kandidaat-brandweerlieden en niet voor de kandidaat-kapiteins, hebben de gemachtigden van de minister het volgende geantwoord : "Les officiers seront principalement des managers, une habileté manuelle particulière n'est pas exigée.Les compétences du capitaine sont essentiellement axées sur le savoir et le savoir-être. Par contre, pour le sapeur-pompier, c'est le savoir-faire qui est prépondérant". Het staat niet vast dat die verantwoording als afdoend zal worden beschouwd, aangezien de kapiteins ook op het terrein werkzaam zullen moeten zijn.
- Luidens paragraaf 6, in fine, blijven de lichamelijke geschiktheidsproeven twee jaar geldig.In het ontwerp moeten evenwel de nadere regels worden bepaald volgens welke de houders van het federaal geschiktheidsattest de lichamelijke geschiktheidsproeven opnieuw kunnen afleggen na het verstrijken van die termijn van twee jaar. Artikel 36
- In het eerste lid zou gepreciseerd moeten worden dat de vacante betrekking waarvan in die bepaling sprake is een vacante betrekking in de graad van brandweerman en/of van kapitein is. In de oproep tot de kandidaten moet ook gepreciseerd worden of het gaat om een betrekking van lid van het vrijwillig dan wel het beroepspersoneel.
- Wat het derde lid betreft, zou in de oproep vermeld moeten worden op welke datum de voorwaarden vervuld moeten zijn.De oproep moet ook een beknopt profiel van de vacante functie bevatten.
(11)- Het zou beter zijn het zevende lid, dat betrekking heeft op de verplichting om de oproep tot de kandidaten bekend te maken, te laten volgen op het tweede lid, dat de wijze van bekendmaking betreft.
- De regel genoemd in het achtste lid behoort als volgt te worden ingevoegd in het derde lid : "De oproep vermeldt [...] de uiterste datum voor de kandidaatstelling en de praktische modaliteiten voor het indienen van de kandidaturen [...]". Artikel 37 Het zou beter zijn paragraaf 2 als volgt te stellen : "Om aangeworven te kunnen worden moet de kandidaat geslaagd zijn voor een vergelijkend examen en dient hij een eliminerend geneeskundig onderzoek te ondergaan, zoals bepaald in artikel 26 van het koninklijk besluit van 28 mei 2003Relevante gevonden documenten type wet prom. 13/06/1999 pub. 13/07/1999 numac 1999012524 bron ministerie van tewerkstelling en arbeid Wet betreffende de controlegeneeskunde type wet prom. 13/06/1999 pub. 23/11/1999 numac 1999015206 bron ministerie van buitenlandse zaken, buitenlandse handel en internationale samenwerking Wet houdend instemming met de Overeenkomst betreffende de sociale zekerheid tussen het Koninkrijk België en de Republiek Chili, en administratieve schikking houdende de modaliteiten van toepassing van de Overeenkomst betreffende de sociale zekerheid tussen het Koninkrijk België en de Republiek Chili, gedaan te Brussel op 9 september 1996
(2)sluiten4 `betreffende het gezondheidstoezicht op de werknemers', die beide door de raad georganiseerd worden. Het vergelijkend examen bestaat uit een interview bedoeld om de motivering, de inzetbaarheid en de overeenstemming van de kandidaat met de functiebeschrijving en de zone te testen. Indien redenen van operationele aard zulks rechtvaardigen, kan het vergelijkend examen ook een extra proef omvatten. De raad legt in een reglement de inhoud van de proeven en de samenstelling van de examencommissie vast. De praktische organisatie van het vergelijkend examen kan door de raad toevertrouwd worden aan het opleidingscentrum voor de civiele veiligheid. De geslaagde kandidaten worden opgenomen in een wervingsreserve die twee jaar geldig is. De geldigheidsduur kan ten hoogste twee keer voor twee jaar verlengd worden." De bepaling luidens welke "de kandidaten uit de reserve [...] door de raad toegelaten (worden) tot de aanwervingsstage in orde van rangschikking resulterend uit de zonale bijkomende proeven" zou opgenomen moeten worden in titel 2 betreffende de aanwervingsstage. Bovendien zou gepreciseerd moeten worden of de zonale bijkomende proeven deel uitmaken van de proeven van het vergelijkend examen (in welk geval het beter zou zijn die term te gebruiken), dan wel of het om nog andere proeven gaat. Ten slotte zou bepaald moeten worden hoe de resultaten aan de kandidaten meegedeeld worden. Dezelfde opmerking geldt mutatis mutandis voor artikel 38 van het ontwerp. Artikel 39 1. Zoals dit artikel is gesteld, onderstelt het dat er geen benoeming of aanstelling als stagiair plaatsvindt.De toelating tot de stage moet echter geformaliseerd worden door middel van een benoeming of een aanwerving als stagiair. 2. In het vierde en het vijfde lid wordt melding gemaakt van een brevet.Zodra dat brevet behaald is, kan worden berekend wanneer van de stage eindigt. In geen enkele bepaling van het statuut wordt evenwel geregeld hoe dat brevet behaald wordt. Ofwel moeten zulke bepalingen dus worden opgenomen, ofwel moet, zo die bepalingen reeds bestaan, daarnaar verwezen worden.
(12)- Dezelfde opmerking geldt mutatis mutandis voor artikel
- Bovendien moet, ter wille van de samenhang, het vierde lid het tweede lid worden, het tweede lid het derde lid, en het derde lid het vierde lid. Artikel 40 De vraag rijst of in paragraaf 2, tweede lid, niet ook rekening moet worden gehouden met : - de afwezigheden die volgen uit de artikelen 81, §§ 1 en 2, en 82 van het koninklijk besluit van 28 september 1984 `tot uitvoering van de wet van 19 december 1974 tot regeling van de betrekkingen tussen de overheid en de vakbonden van haar personeel' (bijvoorbeeld naar analogie van artikel 28ter, § 2, 3°, van het statuut van het rijkspersoneel); - de periodes van afwezigheid gerechtvaardigd door deelname aan verplichte opleidingsactiviteiten (aansluitend bij artikel 7, § 2, van het APKB, luidens hetwelk die periodes in ieder opzicht gelijkgesteld moeten worden met periodes van dienstactiviteit). Dezelfde opmerking geldt mutatis mutandis voor de artikelen 59, § 2, tweede lid, 76, § 2, tweede lid, en 98, § 2, tweede lid. Artikel 41 Het zou beter zijn het woord "behaalt" te vervangen door de woorden "moet behalen". Artikel 42 In het derde lid schrijve men "de commandant van de zone waaraan de stagiair toegewezen is of diens gemachtigde". Artikel 43
- Volgens deze bepaling wordt de stagecommissie voorgezeten door de zonecommandant of zijn gemachtigde.Artikel 25 van de voornoemde wet van 15 mei 2007Relevante gevonden documenten type wet prom. 15/05/2007 pub. 31/07/2007 numac 2007000663 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de civiele veiligheid type wet prom. 15/05/2007 pub. 11/04/2008 numac 2007023069 bron federale overheidsdienst volksgezondheid, veiligheid van de voedselketen en leefmilieu Wet houdende instemming met het samenwerkingsakkoord tussen de Federale Overheid, het Vlaamse Gewest, het Waalse Gewest en het Brussels Hoofdstedelijk Gewest inzake de uitvoering van sommige bepalingen van het Protocol van Kyoto, afgesloten te Brussel, op 19 februari 2007 type wet prom. 15/05/2007 pub. 15/06/2007 numac 2007000560 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet op de Algemene Inspectie en houdende diverse bepalingen betreffende de rechtspositie van sommige leden van de politiediensten type wet prom. 15/05/2007 pub. 18/06/2007 numac 2007003293 bron federale overheidsdienst financien Wet tot wijziging van de wet van 22 maart 1993 op het statuut van en het toezicht op de kredietinstellingen, van de wet van 6 april 1995 inzake het statuut van en het toezicht op de beleggingsondernemingen, de bemiddelaars en de beleggingsadviseurs, en van de wet van 20 juli 2004 betreffende bepaalde vormen van collectief beheer van beleggingsportefeuilles type wet prom. 15/05/2007 pub. 30/08/2007 numac 2007023271 bron federale overheidsdienst sociale zekerheid Wet tot verbetering van het sociaal statuut van de betaalde sportbeoefenaar type wet prom. 15/05/2007 pub. 08/06/2007 numac 2007000545 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet tot wijziging van artikel 14 van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973 type wet prom. 15/05/2007 pub. 29/06/2007 numac 2007000628 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet tot instelling van de functie van gemeenschapswacht, tot instelling van de dienst gemeenschapswachten en tot wijziging van artikel 119bis van de nieuwe gemeentewet type wet prom. 15/05/2007 pub. 22/08/2007 numac 2007009537 bron federale overheidsdienst justitie Wet tot wijziging van het Gerechtelijk Wetboek betreffende het deskundigenonderzoek en tot herstel van artikel 509quater van het Strafwetboek type wet prom. 15/05/2007 pub. 12/07/2007 numac 2007009611 bron federale overheidsdienst justitie Wet tot wijziging van artikel 57 van het Burgerlijk Wetboek, inzake de vermelding van het geslacht van kinderen van wie het geslacht onduidelijk is type wet prom. 15/05/2007 pub. 13/08/2007 numac 2007000721 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet tot instelling van de functie van gemeenschapswacht, tot instelling van de dienst gemeenschapswachten en tot wijziging van artikel 119bis van de nieuwe gemeentewet. - Duitse vertaling type wet prom. 15/05/2007 pub. 31/12/2010 numac 2010000718 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet tot wijziging van het Gerechtelijk Wetboek betreffende het deskundigenonderzoek en tot herstel van artikel 509quater van het Strafwetboek. - Duitse vertaling type wet prom. 15/05/2007 pub. 12/11/2008 numac 2008000930 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet waarbij de bevoegdheid om toegang te verlenen tot de informatiegegevens van het wachtregister en van het register van de identiteitskaarten toevertrouwd wordt aan het sectoraal comité van het Rijksregister. - Duitse vertaling type wet prom. 15/05/2007 pub. 08/06/2007 numac 2007000490 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet waarbij de bevoegdheid om toegang te verlenen tot de informatiegegevens van het wachtregister en van het register van de identiteitskaarten toevertrouwd wordt aan het sectoraal comité van het Rijksregister type wet prom. 15/05/2007 pub. 29/05/2007 numac 2007003270 bron federale overheidsdienst financien Wet tot bekrachtiging van het koninklijk besluit van 20 december 2006 betreffende de bijdrage in de werkings-, personeels- en oprichtingskosten van de kansspelcommissie verschuldigd door de houders van de vergunningen klasse A, B, C en E voor het kalenderjaar 2007 sluiten luidt echter als volgt : "De zonecommandant (bedoeld in artikel 109) neemt deel aan de vergaderingen van de raad met raadgevende stem". Aangezien de beslissing over de verlenging van de stage of het ontslag door de raad moet worden genomen (zie de artikelen 47 tot 49 van het ontwerp), moet erop worden toegezien dat de zonecommandant in de praktijk ofwel geen zitting heeft in de stagecommissie, ofwel de vergaderingen van de raad niet bijwoont wanneer deze moet beslissen over de verlenging van de stage of het ontslag van de stagiair, opdat het onpartijdigheidbeginsel niet wordt geschonden. Dezelfde opmerking geldt mutatis mutandis voor artikel 129 van het ontwerp.
- Voorts moet worden bepaald op welke wijze de commissie beraadslaagt (quorum, geheime stemming, wat te doen in het geval van