4 MAART 2005. - Besluit van de Vlaamse Regering tot coördinatie van de decreten betreffende de radio-omroep en de televisie De Vlaamse Regering, Gelet op het decreet van 17 maart 1998Relevante gevonde
1,
- a)en
- b)en die aan één van de volgende drie voorwaarden voldoen :
- a)deze producties zijn tot stand gebracht door een of meer producenten die in een of meer van die staten zijn gevestigd;
- b)de vervaardiging ervan wordt door één of meer producenten die in een of meer van die staten zijn gevestigd, gesuperviseerd en daadwerkelijk gecontroleerd;
- c)de bijdrage van de coproducenten uit die staten in de totale kosten van de coproductie bedraagt meer dan de helft en de coproductie wordt niet door een of meer buiten die staten gevestigde producenten gecontroleerd;3. de in 1,
- c)bedoelde producties zijn producties die uitsluitend of in coproductie met producenten, gevestigd in een of meer lid-Staten, zijn vervaardigd door producenten die gevestigd zijn in één of meer derde Europese staten waarmee de Gemeenschap overeenkomsten met betrekking tot de audiovisuele sector heeft gesloten, indien die producties voornamelijk zijn vervaardigd met de hulp van auteurs en medewerkers die in een of meer Europese staten wonen;4. producties die geen Europese producties zijn in de zin van 1, maar die vervaardigd worden in het kader van tussen de lidstaten en derde landen gesloten bilaterale coproductieverdragen, worden als Europese producties beschouwd als de coproducenten uit de Gemeenschap een meerderheidsaandeel hebben in de totale productiekosten en over de productie niet door één of meer buiten de lid-Staten gevestigde producenten zeggenschap wordt uitgeoefend;5. producties die geen Europese producties zijn in de zin van 1 en 4, maar die voornamelijk met de hulp van auteurs en medewerkers zijn vervaardigd, die gevestigd zijn in één of meer lid-Staten, worden als een Europese productie beschouwd naar rata van het aandeel van coproducenten uit de Europese Gemeenschap in de totale productiekosten;14° Nederlandstalige Europese producties : producties zoals omschreven onder 13, maar in de Nederlandse taal;15° reclame : de door een overheidsbedrijf of particuliere onderneming tegen betaling of soortgelijke vergoeding dan wel ten behoeve van zelfpromotie uitgezonden boodschap - in welke vorm ook - in verband met de uitoefening van een commercièle, industrièle, ambachtelijke activiteit of van een vrij beroep, ter bevordering van de levering tegen betaling van goederen of diensten, met inbegrip van onroerende goederen, rechten en verplichtingen;16° sponsoring : elke bijdrage van een overheidsbedrijf of particuliere onderneming die zich niet bezig houdt met omroepactiviteiten of met de vervaardiging van audiovisuele producties, aan de financiering van programma's met het doel naam, handelsmerk, imago, activiteiten of realisaties meer bekendheid te geven;17° boodschappen van algemeen nut :
- a)elke boodschap in verband met haar beleid, die uitgaat van een overheid of openbare instelling, vereniging of overheidsbedrijf die een meerderheid van overheidsvertegen-woordigers in de raad van bestuur heeft en een taak van openbare dienst vervult die niet door de particuliere sector wordt waargenomen, en die bevoegd is voor en zich geheel of gedeeltelijk richt tot de Vlaamse Gemeenschap of de Nederlandstalige bevolking van het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad, ongeacht de vorm en ongeacht de betaling of de betalingswijze;en
- b)elke boodschap die uitgaat van sociale en humanitaire verenigingen of verenigingen die behoren tot het domein van het algemeen welzijn, ongeacht de vorm en ongeacht de betaling of de betalingswijze;18° sluikreclame : het vermelden of vertonen van goederen, diensten, naam, handelsmerk ofactiviteiten van een producent van goederen of van een dienstverlener in programma's, als dat door de omroep wordt gedaan met de bedoeling reclame te maken en als het publiek kan worden misleid omtrent de aard van deze vermelding of vertoning.Deze bedoeling wordt met name aanwezig geacht als tegenover de vermelding of vertoning een geldelijke of andere vergoeding staat; 19° telewinkelen : rechtstreekse aanbiedingen aan het publiek die worden uitgezonden met het oog op de levering tegen betaling van goederen of diensten, met inbegrip van onroerende goederen, rechten en verplichtingen;20° zendapparatuur : ieder apparaat dat bestemd is om signalen van de radio-omroepdienst uit te zenden of om het transport van omroepsignalen via radioverbindingen te verzorgen. Met radio-omroepdienst wordt bedoeld de dienst voor radioverbindingen die voor ontvangst door het publiek bestemde programma's uitzendt. Deze dienst kan bestaan uit het uitzenden van radio-, televisie- of andere soorten van programma's. Voor de radio-omroepdienst per satelliet geldt de uitdrukking "voor ontvangst door het publiek bestemd" zowel voor de ontvangst via een kabelnetwerk als voor de ontvangst door middel van een collectieve of een individuele antenne; 21° zendvergunning : vergunning voor de exploitatie van ieder apparaat dat is bestemd om signalen van de radio-omroepdienst,
punt 20°, uit te zenden;22° transportvergunning : vergunning voor de exploitatie van ieder apparaat dat bestemd is om het transport van signalen voor omroepdoeleinden via radioverbindingen te verzorgen;23° elektronisch communicatienetwerk : de transmissiesystemen en in voorkomend geval de schakel- of routineringsapparatuur en andere middelen die het mogelijk maken om programmasignalen over te brengen via draad, radiogolven, optische of andere elektro- magnetische middelen waaronder satellietomroepnetwerken, vaste (circuit- en pakket-geschakelde, met inbegrip van internet) en mobiele terrestrische netwerken, elektriciteits-netten, voorzover die voor overdracht van signalen worden gebruikt, radio-omroepnetwerken, televisieomroepnetwerken en kabelnetwerken, ongeacht de aard van de overgebrachte informatie;24° kabelnetwerk : elektronisch communicatienetwerk waardoor programmasignalen, al dan niet in gecodeerde vorm, geheel of gedeeltelijk via elk soort van draad aan derden worden doorgegeven;25° eindontvangtoestel : het toestel dat met een kabelnetwerk verbonden is om programmasignalen die door dat net worden doorgegeven, te ontvangen en ogenblikkelijk te reproduceren, ofwel in de vorm van klanken, ofwel in de vorm van beelden of teksten, al dan niet van klanken vergezeld;26° collectieve antenne : een installatie voor het opvangen van uitzendingen van de radio-omroepdienst,
punt 20°, waaraan verscheidene eindontvangtoestellen zijn verbonden en voor het gebruik waarvan, buiten het aandeel van de gebruiker in de werkelijke kosten die uit het installeren, de werking en het onderhoud van deze installatie voortvloeien, geen enkelabonnementsgeld wordt geèist;27° kijk- en luistercijfer : de kijk- en luisterdichtheid of het percentage van de bevolking of van een doelgroep dat naar een omroep of een programma kijkt of luistert, gerelateerd aan de duur waarop dat deel van de bevolking of van die doelgroep op die omroep of dat programma afstemt;28° bereikcijfer : het percentage van de bevolking dat binnen een bepaalde periode, namelijk eenmaand, week of dag, gedurende een bepaalde tijd afstemt op een bepaalde omroep of op televisie of radio in het algemeen;29° waarderingscijfer : het gemiddelde van de door de kijker of luisteraar gegeven score;30° recht van antwoord : het recht om het verzoek tot kostelozeopname,
artikel 178 in te dienen;31° recht van mededeling : het recht om het verzoek tot kostelozeopname,
artikel 187 in te dienen;32° radio-omroepnetwerk : elektronisch communicatienetwerk waardoor radioprogramma-signalen in digitale vorm, al dan niet gecodeerd, via aardse zenders aan derden worden doorgegeven.Een radio-omroepnetwerk kan radioprogrammasignalen doorgeven in de hele Vlaamse Gemeenschap of in een deel ervan; 33° televisieomroepnetwerk : elektronisch communicatienetwerk waardoor televisie- enradioprogrammasignalen in digitale vorm, al dan niet gecodeerd, via aardse zenders aan derden worden doorgegeven.Een televisieomroepnetwerk kan televisie- en radioprogramma-signalen doorgeven in de hele Vlaamse Gemeenschap of in een deel ervan; 34° satellietomroepnetwerk : elektronisch communicatienetwerk waardoor programma-signalen in digitale vorm, al dan niet gecodeerd via satelliet aan derden worden doorgegeven;35° het aanbieden van een elektronisch communicatienetwerk : het bouwen, exploiteren, leiden of beschikbaar stellen van een dergelijk netwerk;36° exclusiviteithouder : elke omroep van of erkend door de Vlaamse Gemeenschap die voor evenementen exclusieve uitzendrechten heeft verworven voor de Vlaamse Gemeenschap;37° secundaire omroep : elke omroep van of erkend door de Vlaamse gemeenschap die geen exclusieve uitzendrechten voor de Vlaamse Gemeenschap heeft verworven, in geval er exclusieve uitzendrechten op het evenement zijn verleend;38° actualiteitenprogramma : een informatief programma, gewijd aan actuele gebeurtenissen, waaronder evenementen;39° evenement : een voor het publiek toegankelijke gebeurtenis.De gebeurtenis vormt een afgerond geheel met een natuurlijk begin en einde. Als een evenement zich uitstrekt over meerdere dagen, wordt elke dag als een afzonderlijk evenement beschouwd; 40° organisator :
- a)de persoon of vereniging die het evenement organiseert;
- b)de houder van de exploitatierechten op het evenement;41° competitie : een reeks van wedstrijden van een groep van clubs waarbij elke club tegen alle andere clubs moet spelen of waarbij telkens twee clubs tegen elkaar moeten spelen, waarbij de verliezer wordt uitgeschakeld. TITEL II. - De openbare omroep van de Vlaamse Gemeenschap HOOFDSTUK I. - Statuut van de VRT Art. 3.De Vlaamse Radio- en Televisieomroep, afgekort « VRT », is een omroep in de vorm van een naamloze vennootschap van publiek recht. Voor al wat niet uitdrukkelijk anders is geregeld in deze decreten, is hij onderworpen aan de bepalingen van het Wetboek van vennootschappen die van toepassing zijn op de naamloze vennootschap. Art. 4.De duur van de VRT is onbepaald. Art. 5.De Vlaamse Gemeenschap kan haar aandelen in de VRT niet overdragen. Artikel 646, § 1, tweede lid, van het Wetboek van vennootschappen is niet van toepassing op de VRT. Aan alle aandelen zijn dezelfde rechten en verplichtingen verbonden. Alle aandelen zijn en blijven op naam. HOOFDSTUK II. - Maatschappelijk doel, bevoegdheid en de openbare omroepopdracht Art. 6.§ 1. Het maatschappelijk doel van de VRT bestaat uit het verzorgen van programma's, al dan niet in gecodeerde vorm. Onder het verzorgen van programma's wordt verstaan het produceren, laten produceren of verwerven van programma's, het samenstellen van het programmaaanbod en het omroepen of het laten omroepen ervan, en dit in de meest ruime omvang die in artikel 2 van deze decreten aan elk van deze begrippen is gegeven. § 2. Tot het maatschappelijk doel behoren eveneens het verrichten van merchandising- en nevenactiviteiten, voorzover ze samenhangen of verband houden met de omroepactiviteiten. Met merchandisingactiviteiten wordt bedoeld alle activiteiten die gericht zijn op het behalen van voordeel uit de bekendheid van programma's. Met nevenactiviteiten wordt bedoeld alle andere commercièle activiteiten dan die welke bedoeld worden in § 1 en in het tweede lid. § 3. De VRT kan, voorzover ze samenhangen of verband houden met de omroepactiviteiten, alle activiteiten verrichten die rechtstreeks of onrechtstreeks kunnen bijdragen tot de verwezenlijking van zijn maatschappelijk doel. § 4. Met de machtiging van de Vlaamse Regering kan de VRT ter uitvoering van zijn taken van openbare dienst betreffende de openbare-omroepopdracht, bepaald in artikel 8, onroerende goederen onteigenen tot algemeen nut. § 5. De VRT kan in het kader van zijn maatschappelijk doel eveneens deelnemen aan vennootschappen, verenigingen en samenwerkingsverbanden, voorzover deze deelname bijdraagt tot de verwezenlijking van de omroepactiviteiten. De VRT kan een naamloze vennootschap alleen oprichten en inschrijven op alle aandelen van deze vennootschap, alsook in afwijking van artikel 646 van het Wetboek van vennootschappen, alle aandelen bezitten in een naamloze vennootschap, zonder beperking van duur en zonder geacht te worden hoofdelijk borg te staan voor de verbintenissen van deze vennootschap. § 6. De VRT mag leningen aangaan of schuldeffecten uitgeven binnen het kader van het financieel plan dat werd vastgelegd in de beheersovereenkomst. De Vlaamse Regering kan er de Vlaamse Gemeenschapswaarborg aan verlenen. De Vlaamse Regering kan ten behoeve van de VRT openbare leningen op de Belgische kapitaalmarkt uitgeven, voorzover deze leningen bijdragen tot de verwezenlijking van de omroepactiviteiten. § 7. De VRT mag schenkingen en legaten ontvangen. Art. 7.De VRT stelt autonoom zijn programma-aanbod en uitzendschema vast. Art. 8.§ 1. De VRT voert voor de Vlaamse Gemeenschap de openbare-omroepopdracht uit, die hierna in dit artikel wordt beschreven. Als openbare omroep heeft de VRT de opdracht een zo groot mogelijk aantal kijkers en luisteraars te bereiken met een diversiteit aan programma's die de belangstelling van de kijkers en luisteraars wekken en eraan voldoen. § 2. De VRT verzorgt een kwalitatief hoogstaand aanbod in de sectoren informatie, cultuur, educatie en ontspanning. Prioritair moet de VRT op de kijker en luisteraar gerichte informatie- en cultuurprogramma's brengen. Daarnaast worden ook sport, eigentijdse educatie, eigen drama en ontspanning verzorgd. Het hele volledige aanbod van de VRT moet worden gekenmerkt door de kwaliteit van de programma's, zowel naar inhoud, naar vorm als naar taalgebruik. In al zijn programma's streeft de VRT naar een zo groot mogelijke kwaliteit, professionaliteit, creativiteit en originaliteit waarbij ook nieuwe talenten en vernieuwende expressievormen aangeboord moeten worden. Het programma-aanbod moet op een aangepaste manier worden gericht op bepaalde bevolkings- en leeftijdsgroepen, meer in het bijzonder op de kinderen en de jeugd. § 3. De programma's moeten bijdragen tot de verdere ontwikkeling van de identiteit en de diversiteit van de Vlaamse cultuur en van een democratische en verdraagzame samenleving. De VRT moet via de programma's bijdragen tot een onafhankelijke, objectieve en pluralistische opinievorming in Vlaanderen. Daarom moet hij streven naar een leidinggevende rol op gebied van informatie en cultuur. § 4. Om de betrokkenheid van een zo groot mogelijk aantal Vlamingen bij de omroep te realiseren en om de geloofwaardigheid van de openbare omroep veilig te stellen, moet een voldoende aantal programma's erop gericht zijn een breed en algemeen publiek te boeien. Naast deze algemene programma's zullen andere programma's aan specifieke belangstellingssferen van kijkers en luisteraars tegemoetkomen. De beoogde doelgroepen moeten voldoende ruim zijn en ze moeten door de programma's in kwestie ook worden bereikt. § 5. De VRT volgt de technologische ontwikkelingen op de voet, zodat hij zijn programma's, wanneer nodig en wenselijk, ook via nieuwe mediatoepassingen aan zijn kijkers en luisteraars kan aanbieden. HOOFDSTUK III. - Organisatie Afdeling I. - Algemeen Art. 9.De organen van de VRT zijn : 1° de algemene vergadering van de aandeelhouders;2° de raad van bestuur;3° de gedelegeerd bestuurder;4° de commissaris-revisor(en). Voorzover het niet geregeld is in deze decreten, worden de bevoegdheid en de werking van deze organen overeenkomstig het Wetboek van vennootschappen bepaald in de statuten. Afdeling II. - Algemene vergadering Art. 10.Onverminderd het bepaalde in het tweede lid, heeft de algemene vergadering geen andere bevoegdheden dan die welke haar in de gecoördineerde wetten op de handelsvennootschappen zijn voorbehouden. De algemene vergadering verleent aan de bestuurders en aan de commissaris-revisor(en), alsook aan de gedelegeerd bestuurder kwijting overeenkomstig de bepalingen van artikel 554 van het Wetboek van vennootschappen. Afdeling III. - Raad van bestuur Art. 11.§ 1. De raad van bestuur van de VRT bestaat uit 12 leden. De bestuurders worden verkozen onder de kandidaten die door de aandeelhouders zijn voorgedragen. Voor elk mandaat in de raad van bestuur worden minimaal twee kandidaten voorgedragen. De raad van bestuur kiest een voorzitter en een ondervoorzitter uit zijn leden. § 2. Het mandaat van bestuurder is onverenigbaar met het lidmaatschap van een wetgevende en/of decreetgevende en/of ordonnantiegevende vergadering en van het Europees Parlement, met het ambt van minister en staatssecretaris, met de ambten van commissaris van de federale regering,
artikel 1, 5 en 5bis van de Provinciewet, of met het lidmaatschap van de bestendige deputatie, met het ambt van provinciegriffier, van ambtenaar-generaal van een ministerie, van lid van een ministerieel kabinet, met het ambt van burgemeester, schepen of voorzitter van het O.C.M.W. Het mandaat van bestuurder is eveneens onverenigbaar met dat van vast of contractueel personeel van de VRT. Het is ook onverenigbaar met een functie of mandaat, uitgeoefend in een persbedrijf, de elektronische media inbegrepen, in een advertentie- of reclamebedrijf, of met een leidende functie of mandaat in een productiefirma die toelevert aan de elektronische media, en in enige andere onderneming die aan de VRT diensten levert, leveringen doet of er werkzaamheden voor uitvoert. Een uitzondering hierop betreft een functie of mandaat in de vennootschappen, verenigingen of samenwerkingsverbanden,
artikel 6, §
- §
- De werking van de raad van bestuur wordt geregeld in de statuten. De raad kan alleen geldig beraadslagen als de meerderheid van de bestuurders aanwezig of vertegenwoordigd is. De raad kan in overeenstemming met de bepalingen van deze titel en met de statuten, in een reglement de wijze bepalen waarop hij zijn bevoegdheden, opgesomd in artikel 12, uitoefent. §
- De duur van het mandaat van de leden van de raad van bestuur bedraagt vijf jaar. Het mandaat van de leden van de eerste raad van bestuur loopt evenwel uitzonderlijk af per 1 januari van het jaar
- Het mandaat kan worden verlengd. Art. 12.§
- De bevoegdheden van de raad van bestuur zijn beperkt tot : 1° het vastleggen van de algemene strategie van de VRT;2° het goedkeuren van de beheersovereenkomst evenals van elke wijziging daarvan;3° het goedkeuren van het jaarlijkse ondernemingsplan dat de doelstellingen en de strategie op halflange termijn vastlegt.Het bevat onder meer het algemene programmabeleid, de raming van de inkomsten en uitgaven en van het personeelscontingent; 4° het opmaken van de inventaris en de jaarrekening met de balans, de resultatenrekening en de toelichting, alsook het opstellen van het jaarverslag;5° het goedkeuren van de regels betreffende de aanwerving en de rechtspositie van het personeel;6° het aanwerven en ontslaan van de door de gedelegeerd bestuurder voorgedragen leden van het directiecomité;7° het uitoefenen van het toezicht op de gedelegeerd bestuurder wat de uitvoering van de beheersovereenkomst, het ondernemingsplan en de beslissing van de raad van bestuur betreft;8° het bemiddelen in personele conflicten binnen het directiecomité;9° het goedkeuren van de deelneming aan vennootschappen, verenigingen en samenwerkings-verbanden of van de oprichting van vennootschappen en van de strategische aspecten die daaraan verbonden zijn;het toezicht op de behaalde resultaten daarvan; alsook de voordracht van de vertegenwoordigers van de VRT in de bestuursorganen van die vennootschappen, verenigingen en samenwerkingsverbanden waartoe in elk geval de gedelegeerd bestuurder behoort; 10° het bijeenroepen van de algemene vergadering en de vaststelling van de agenda;11° het uitoefenen van toezicht op de overeenstemming van de activiteiten en handelingen,
artikel 6, § 2, § 3, § 5 en § 6, met de opdracht, bepaald in artikel
- §
- De bevoegdheden, opgesomd in § 1, kunnen niet worden gedelegeerd aan de gedelegeerd bestuurder of aan andere personeelsleden van de VRT. Behalve wat zijn toezichtsbevoegdheden betreft, worden de beslissingen van de raad van bestuur,
§ 1, genomen op voorstel van de gedelegeerd bestuurder.
§
- Ter uitvoering van de bevoegdheden, opgesomd in § 1, kunnen de leden van de raad van bestuur, via de voorzitter, te allen tijde alle documenten en geschriften van de VRT inzien. De voorzitter kan via de gedelegeerd bestuurder van de leden van het directiecomité en van alle andere personeelsleden alle verduidelijkingen en alle verificaties vorderen die de raad of een lid nodig achten voor de uitvoering van de bevoegdheden van de raad van bestuur. Afdeling IV. - De gedelegeerd bestuurder Art. 13.§
- De gedelegeerd bestuurder wordt benoemd en ontslagen door de algemene vergadering. §
- De gedelegeerd bestuurder is bevoegd voor alle aangelegenheden die niet ressorteren onder de bevoegdheid van de Algemene vergadering of de Raad van bestuur, alsook voor het dagelijks bestuur van de VRT. Hij vertegenwoordigt de VRT in gerechtelijke en buitengerechtelijke handelingen. De gedelegeerd bestuurder is ook belast met de voorbereiding en de uitvoering van de beslissingen van de Algemene vergadering en de Raad van bestuur. Hij neemt met raadgevende stem deel aan de vergaderingen van de Algemene vergadering en de Raad van bestuur. §
- De gedelegeerd bestuurder wordt bijgestaan door het directiecomité, bestaande uit minimaal twee en maximaal vijf leden plus de gedelegeerd bestuurder. De gedelegeerd bestuurder zit het directiecomité voor. De gedelegeerd bestuurder kan onder zijn uitsluitende verantwoordelijkheid een deel van zijn bevoegdheden delegeren aan een of meer leden van het directiecomité en aan de personeels-leden van de VRT. De gedelegeerd bestuurder bepaalt in een reglement de grenzen waarbinnen en de vormen waarin deze delegaties en verdere subdelegaties worden uitgeoefend. §
- De gedelegeerd bestuurder en de andere leden van het directiecomité worden tewerkgesteld met een overeenkomst die gesloten wordt met de VRT. Afdeling V. - De commissaris-revisor(en) Art. 14.De commissaris-revisor wordt benoemd door de Algemene vergadering op voordracht van de gedelegeerd bestuurder en oefent de bevoegdheden uit die hem in het Wetboek van vennootschappen zijn toegekend. HOOFDSTUK IV. - Beheersovereenkomst Art. 15.De bijzondere regels en voorwaarden voor de toekenning van de financièle middelen ter uitvoering van de openbare-omroepopdracht, bepaald in artikel 8, worden vastgelegd in een beheersovereenkomst tussen de Vlaamse Gemeenschap en de VRT. De beheersovereenkomst treedt in werking op de datum die door de Vlaamse Regering bepaald is. Art. 16.De beheersovereenkomst regelt in het bijzonder de volgende aangelegenheden : 1° de meetbare doelstellingen met betrekking tot het radio- en televisieaanbod, uitgaande van de openbare-omroepopdracht van de VRT en de vooropgestelde strategie, die invulling geeft aan de openbare-omroepopdracht zoals bepaald in artikel
- De meetbare doelstellingen hebben onder meer betrekking op de kwaliteitscontrole en op hetzij bereikcijfers, hetzij waarderingscijfers; 2° de doelstellingen betreffende de innovatieve mediaprojecten, hierna de e-vrt projecten te noemen, uitgaande van de openbare-omroepopdracht van de VRT en de vooropgestelde strategie die invulling geeft aan de openbare-omroepopdracht zoals bepaald in artikel 8, inzonderheid in artikel 8, § 5;3° de doelstellingen betreffende het personeelsbeleid, het financièle beleid, technologie en transmissie;4° de berekening van de enveloppe aan financièle middelen die noodzakelijk is voor het verzorgen van het openbare radio- en televisieaanbod,
1°, en de uitbetalings-modaliteiten ervan. De enveloppe wordt, uitgaande van de kostprijs, verbonden aan het verzorgen van het openbare radio- en televisieaanbod,
1°, en is in 2002 bepaald op 229,326 miljoen euro. Dit bedrag wordt gedurende de looptijd van de beheersovereenkomst 2002-2006 vanaf 1 januari 2003 jaarlijks verhoogd met 4 procent, voor zover aan de resultaats-verbintenissen en de voorwaarden, gesteld in de beheersovereenkomst, is voldaan. De bepalingen van de Europese Richtlijn 80/723/EEG van de Europese Commissie van 25 juni 1980 betreffende de doorzichtigheid van de financièle betrekkingen tussen de lidstaten en de openbare bedrijven en de financièle doorzichtigheid binnen bepaalde ondernemingen zijn van toepassing; 5° de berekening van de algemene middelen voor de werking van e-vrt, afgezien van de middelen die noodzakelijk zijn voor de uitvoering van de e-vrt-projecten zelf,
2°, van dit artikel, en de uitbetalingsmodaliteiten ervan. De algemene middelen worden voor 2001 bepaald op 3,099 miljoen euro. Dit bedrag wordt gedurende de looptijd van de beheersovereenkomst 2002-2006 vanaf 1 januari 2002 jaarlijks als volgt aangepast, voorzover aan de resultaatsverbintenissen en de voorwaarden gesteld in de beheersovereenkomst, is voldaan; voor 2002 3,223 miljoen euro, voor 2003 3,347 miljoen euro, voor 2004 3,471 miljoen euro, voor 2005 3,619 miljoen euro, voor 2006 3,768 miljoen euro; 6° het uitbrengen van een jaarlijks rapport voor 1 juni van het volgende jaar betreffende de uitvoering van de beheersovereenkomst gedurende het afgelopen kalenderjaar, alsook het uitbrengen van andere documenten die jaarlijks, al dan niet ter goedkeuring door de Vlaamse Regering, moeten worden voorgelegd;7° de maatregelen bij niet-naleving door een partij van haar verbintenissen die voortvloeien uit de beheersovereenkomst. Art. 17.§
- De beheersovereenkomst wordt gesloten voor een periode van vijf jaar. §
- De VRT legt uiterlijk zes maanden voor het verstrijken van de beheersovereenkomst aan de Vlaamse Regering een ontwerp van nieuwe beheersovereenkomst voor. Als bij het verstrijken van de beheersovereenkomst geen nieuwe beheersovereenkomst in werking is getreden, wordt de beheersovereenkomst van rechtswege verlengd tot het ogenblik dat een nieuwe beheersovereenkomst in werking is getreden. §
- Elke beheersovereenkomst alsmede elke wijziging en verlenging van de beheersovereenkomst, worden onmiddellijk meegedeeld aan het Vlaams Parlement. Art. 18.Het jaarlijkse rapport,
artikel 16, 6°, wordt door de Vlaamse Regering voorgelegd aan het Vlaams Parlement voor 30 september. HOOFDSTUK V. - Inkomsten en boekhouding Art. 19.De VRT heeft als inkomsten de enveloppe aan financiële middelen die overeengekomen is in de beheersovereenkomst alsook de inkomsten uit de activiteiten die de VRT zijn toegestaan overeenkomstig deze decreten, met inbegrip van de inkomsten uit om het even welke distributievorm van het programma-aanbod of delen ervan aan het publiek. Art. 20.De boekhouding van de VRT wordt gevoerd volgens de wetgeving op de boekhouding en jaarrekeningen van de ondernemingen. HOOFDSTUK VI. - Personeel Art. 21.§
- Onverminderd het bepaalde in artikel 13, § 4, met betrekking tot de gedelegeerd bestuurder en de andere leden van het directiecomité, worden de personeelsleden van het middenkader overeenkomstig de hiernavolgende bepalingen met een arbeidsovereenkomst tewerkgesteld. §
- De gedelegeerd bestuurder stelt de organisatiestructuur vast. Hij heft het ambt op van de personeelsleden die op 12 februari 1996 een ambt bekleedden van de rangen 13, behalve als die rang verkregen is door bevordering in de vlakke loopbaan, tot en met 15 en/of van de personeelsleden die een functie uitoefenden die overeenstemt met de rangen 13 tot en met
- §
- In afwijking van artikel 12, § 1, 5°, stelt de gedelegeerd bestuurder, om redenen van reorganisatie van de dienst, de verordenende maatregelen vast betreffende de administratieve en financièle situatie van de personeelsleden wie het ambt overeenkomstig § 2 werd opgeheven. Hij verklaart de nieuwe, door hem vast te stellen betrekkingen van het middenkader vacant, selecteert en werft de kandidaten voor die betrekkingen. De aangeworven kandidaten worden met een arbeidsovereenkomst tewerkgesteld. De statutaire personeelsleden die ter uitvoering van het voorgaande lid contractueel worden tewerkgesteld, behouden voor de volledige duur van hun contractuele tewerkstelling de statutaire en financièle toestand die zij hadden bij de aanvang van hun contractuele tewerkstelling, tenzij zij daar bij de ondertekening van de overeenkomst van afzien. Art. 22.De personeelsleden van de VRT, behalve die welke genoemd worden in artikel 21, worden met een arbeidsovereenkomst in dienst genomen. Deze bepaling doet geen afbreuk aan de statutaire rechtspositie van de reeds in dienst zijnde personeelsleden. HOOFDSTUK VII. - Bijzondere bepalingen inzake de programma's Art. 23.§
- In de programma's wordt, op basis van de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens, elke vorm van discriminatie geweerd. De programma's worden zo opgebouwd dat ze geen aanleiding geven tot discriminatie tussen ideologische en filosofische strekkingen. De informatieprogramma's, de mededelingen en de programma's met een algemeen informatieve inslag, en alle informatieve programmaonderdelen, moeten onpartijdig en waarheidsgetrouw zijn. De programma's van de nieuwsdienst moeten beantwoorden aan de normen van journalistieke deontologie, vastgelegd in een deontologische code, en genieten waarborgen voor de gangbare redactionele onafhankelijkheid die bepaald is in een redactiestatuut. De deontologische code en het redactiestatuut worden vastgesteld door de gedelegeerd bestuurder in overleg met de representatieve vakverenigingen. §
- In het kader van zijn informatieopdracht, bepaald in artikel 8, verzorgt de VRT, de maanden juli en augustus uitgezonderd, tweewekelijks één televisieprogramma van dertig minuten of wekelijks één televisieprogramma van vijftien minuten, ter duiding van sociaal-economische onderwerpen. Deze programma's worden gerealiseerd in samenwerking met de organisaties die vertegenwoordigd zijn in de Sociaal-Economische Raad van Vlaanderen. HOOFDSTUK VIII. - Coproductie en cofinanciering Art. 24.§
- Als de programma's die door de VRT worden uitgezonden een coproductie of cofinanciering zijn, wordt de naam van de coproducent of cofinancier in de begin- en/of eindgeneriek op dezelfde wijze vermeld als naam van de overige medewerkers aan het programma zonder enige vermelding van logo, product, merk of dienst. De schermvermelding van de coproducent of cofinancier in aankondigingspots is verboden. §
- Met coproductie wordt bedoeld het gezamenlijk opzetten en/of realiseren van een radio- of televisieproductie waarvoor de VRT en de partner de nodige materièle, immaterièle of financièle middelen ter beschikking stellen, daarin begrepen een inbreng van kennis of arbeid van beide partners. Met cofinanciering wordt bedoeld coproductie waarbij de inbreng van de partners uitsluitend bestaat uit financiële middelen en waarvoor de cofinancier exploitatierechten verwerft. Onder coproductie en cofinanciering worden niet begrepen het opzetten en/of realiseren van een productie om de levering van goederen en diensten te bevorderen of om meer bekendheid te geven aan naam, handelsmerk, imago, activiteit of realisaties van de coproducent of de cofinancier. Marktgerichte samenwerking wordt uitgesloten. HOOFDSTUK IX - Toezicht Art. 25.§
- De Vlaamse Regering wijst een gemeenschapsafgevaardigde aan die erop toeziet dat de openbare-omroepopdracht, bepaald in artikel 8, wordt uitgevoerd conform de wetten, decreten, besluiten en de beheersovereenkomst. De Vlaamse Gemeenschap draagt de kosten die verbonden zijn aan de uitoefening van zijn ambt. De gemeenschapsafgevaardigde woont met raadgevende stem de vergaderingen bij van de algemene vergadering en van de raad van bestuur. Hij ontvangt de volledige dagorde van de vergaderingen van de algemene vergadering, de raad van bestuur en het directiecomité, alsmede alle documenten terzake, ten minste 5 werkdagen vóór de datum van de vergaderingen. Hij ontvangt de notulen van deze vergaderingen. De gemeenschapsafgevaardigde kan te allen tijde ter plaatse inzage nemen van alle documenten en geschriften van de VRT. Hij kan van de bestuurders, de gedelegeerd bestuurder en de leden van het directiecomité van de VRT alle inlichtingen en ophelderingen vorderen en hij kan alle verificaties verrichten die hij nodig acht voor de uitvoering van zijn mandaat. §
- Binnen een termijn van vier vrije dagen, te rekenen vanaf de kennisname of de ontvangst van de beslissing in kwestie, kan de gemeenschapsafgevaardigde bij de Vlaamse Regering een gemotiveerd beroep instellen tegen elke beslissing van de raad van bestuur, de gedelegeerd bestuurder, het directiecomité en van de organen of de personen van de VRT aan wie zij hun bevoegdheid hebben gedelegeerd, die betrekking heeft op de openbare-omroepopdracht, bepaald in artikel 8, en waarvan hij meent dat ze niet strookt met de wetten, decreten, besluiten of de beheersovereenkomst. Het Vlaams Parlement wordt onmiddellijk door de Vlaamse Regering in kennis gesteld van het beroep. Het beroep schort de beslissing op. Heeft de Vlaamse Regering binnen een termijn van twintig vrije dagen, ingaand op dezelfde dag als de termijn waarover de gemeenschapsafgevaardigde beschikt, de nietigverklaring niet uitgesproken, dan wordt de beslissing definitief. In voorkomend geval wordt de nietigverklaring binnen de gestelde termijn aan het Vlaams Parlement en aan de gedelegeerd bestuurder meegedeeld. §
- Beslissingen van de Raad van bestuur, de gedelegeerd bestuurder, het Directiecomité en van de organen of de personen van de VRT aan wie zij hun bevoegdheid gedelegeerd hebben, die betrekking hebben op de uitvoering van het decreet van 13 april 1999Relevante gevonden documenten type decreet prom. 13/04/1999 pub. 11/06/1999 numac 1999035668 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet tot regeling van de rechtspositie van het statutair en het contractueel personeel van het VRT-Filharmonisch orkest en het VRT-koor sluiten tot regeling van de rechtspositie van het statutair en contractueel personeel van het VRT-Filharmonisch orkest en het VRT-koor of die een wijziging van de loonkosten, genoemd in artikel 4, § 1, van hetzelfde decreet tot gevolg hebben, moeten onmiddellijk aan de gemeenschapsafgevaardigde meegedeeld worden. Binnen een termijn van vier vrije dagen, te rekenen vanaf de kennisneming of de ontvangst van de beslissing in kwestie, kan de gemeenschapsafgevaardigde bij de Vlaamse Regering tegen die beslissing een gemotiveerd beroep instellen als hij meent dat de beslissing in kwestie redelijkerwijze onverantwoord is en de belangen van de Vlaamse Gemeenschap schaadt. Dat beroep schort de beslissing op. Als de Vlaamse Regering binnen een termijn van twintig vrije dagen, te rekenen vanaf dezelfde dag als de termijn waarover de gemeenschapsafgevaardigde beschikt om beroep in te stellen, de beslissing in kwestie niet nietig heeft verklaard, dan wordt de beslissing definitief. Als de Vlaamse Regering de beslissing in kwestie vernietigt, dan wordt de nietigverklaring, binnen de termijn bepaald in het vierde lid, aan de gedelegeerd bestuurder meegedeeld. Art. 26.Het Rekenhof is belast met het nazicht van de rekeningen van de VRT die vóór 31 mei aan het Rekenhof worden voorgelegd. Het brengt hierover jaarlijks verslag uit aan het Vlaams Parlement. Het Rekenhof kan ter plaatse inzage nemen van alle documenten en geschriften die het nodig heeft voor de uitvoering van zijn opdracht. Het kan daartoe ook alle ophelderingen en inlichtingen vragen en alle verificaties verrichten. HOOFDSTUK X. - Mededelingen van de Vlaamse overheid Art. 27.§
- De VRT is verplicht maximaal vijftien minuten per maand kosteloos mededelingen uit te zenden van de Vlaamse Regering, het Vlaams Parlement en de ministers van de regering en de staatssecretarissen van het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest, volgens de regels en de voorwaarden, bepaald door de Vlaamse Regering. §
- De mededelingen worden uitgezonden in aansluiting op een hoofdjournaal. Dezelfde mededeling wordt slechts eenmaal uitgezonden. De mededelingen strekken tot voorlichting van de Vlaamse bevolking met betrekking tot aangelegenheden van algemeen belang. De VRT draagt geen verantwoordelijkheid voor deze mededelingen. §
- De mededelingen moeten voldoen aan de voorwaarden en de regels, vast te stellen door de Vlaamse Regering. Ze moeten duidelijk herkenbaar zijn en mogen geen aanleiding geven tot verwarring met de eigen programma's van de VRT. Vóór en na de mededelingen wordt gesteld dat ze vanwege de Vlaamse overheid of de overheid van het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest zijn verstrekt. §
- De aanmaakkosten van de mededelingen worden gedragen door de aanvragende overheid. §
- Behoudens voor dringende gevallen, erkend door de gedelegeerd bestuurder, worden de mededelingen opgeschort tijdens de twee maanden die aan de gemeenteraads-, provincieraadswetgevende en Europese verkiezingen voorafgaan. In zulke gevallen mogen de mededelingen noch de naam, noch de beeltenis van een Vlaamse minister, van een minister of staatssecretaris van het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest of van een parlementslid bevatten en moeten ze louter zakelijk te zijn. HOOFDSTUK XI. - Televisieprogramma's door levensbeschouwelijke verenigingen en radioprogramma's door levensbeschouwelijke en sociaal-economische verenigingen en zendtijd voor politieke partijen Art. 28.§
- Aan levensbeschouwelijke verenigingen die daartoe erkend worden door de Vlaamse Regering, wordt de mogelijkheid gegeven om televisieprogramma's te verzorgen. Deze levensbeschouwelijke verenigingen zijn niet-commerciële verenigingen die tot doel hebben programma's te verzorgen die rechtstreeks zijn afgestemd op het verschaffen van opiniëring vanuit representatieve levensbeschouwelijke stromingen. §
- De Vlaamse Regering erkent twee levensbeschouwelijke verenigingen die overeenstemmen met de meest representatieve levensbeschouwelijke stromingen. De Vlaamse Regering kan ook andere verenigingen met een levensbeschouwelijk karakter erkennen. §
- De Vlaamse Regering bepaalt de voorwaarden, de duur en de procedure van erkenning. De erkenning van een levensbeschouwelijke vereniging die veroordeeld is voor de inhoud van een door haar verzorgd programma op grond van de wet van 30 juli 1981Relevante gevonden documenten type wet prom. 30/07/1981 pub. 20/05/2009 numac 2009000343 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet tot bestraffing van bepaalde door racisme of xenofobie ingegeven daden. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten tot bestraffing van bepaalde door racisme of xenofobie ingegeven daden, vervalt van rechtswege. §
- De Vlaamse Regering bepaalt jaarlijks de zendtijd van elke erkende levensbeschouwelijke vereniging. De gezamenlijke zendtijd van de erkende levensbeschouwelijke verenigingen bedraagt maximaal vijftig uur per jaar. §
- De erkende levensbeschouwelijke verenigingen hebben recht op een subsidie waarvan het bedrag rechtstreeks ten laste komt van de begroting van de Vlaamse Gemeenschap. Deze subsidie dekt de kosten van de vereniging, met inbegrip van de technische kosten. Ze wordt rechtstreeks aan de betrokken vereniging betaald, op de wijze die bepaald wordt door de Vlaamse Regering. De Vlaamse Regering bepaalt jaarlijks het bedrag dat aan elke erkende levensbeschouwelijke vereniging wordt toegekend. §
- De VRT stelt, volgens de bepalingen die met de erkende levensbeschouwelijke verenigingen overeengekomen zijn, het technisch personeel en de technische uitrusting ter beschikking tegen een vergoeding aan marktvoorwaarden. §
- De gedelegeerd bestuurder bepaalt, in functie van de vereisten van het uitzendschema van de televisieprogramma's van de VRT, het uitzendschema van de programma's van de erkende levensbeschouwelijke verenigingen, rekening houdend met het bepaalde in §
- Art. 29.In de periode van twee maanden voor de gemeenteraads-, provincieraads-, wetgevende en Europese verkiezingen wijst de VRT televisiezendtijd toe aan de politieke partijen die in het Vlaams Parlement door een politieke fractie vertegenwoordigd zijn. De zendtijd wordt voor de helft verdeeld overeenkomstig de evenredige vertegenwoordiging van de politieke fracties in het Vlaams Parlement en voor de andere helft gelijk. Art. 30.§
- De Vlaamse Regering duidt, nadat de gedelegeerd bestuurder daarover eengemotiveerde uitspraak heeft gedaan, de verenigingen aan die erkend worden om radioprogramma's te verzorgen. §
- De Vlaamse Regering bepaalt de voorwaarden, de duur en de procedure van erkenning. De erkenning van een levensbeschouwelijke of een sociaal-economische vereniging die veroordeeld is voor de inhoud van een door haar verzorgd radioprogramma op grond van de wet van 30 juli 1981Relevante gevonden documenten type wet prom. 30/07/1981 pub. 20/05/2009 numac 2009000343 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet tot bestraffing van bepaalde door racisme of xenofobie ingegeven daden. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten tot bestraffing van bepaalde door racisme of xenofobie ingegeven daden, vervalt van rechtswege. §
- De Vlaamse Regering bepaalt jaarlijks de zendtijd van de verenigingen,
§ 1. De gezamenlijke zendtijd bedraagt maximaal 72,30 uur per jaar.
§
- De gedelegeerd bestuurder bepaalt in functie van de vereisten van het uitzendschema van de radioprogramma's van de VRT, het uitzendschema van de programma's van de erkende verenigingen. De erkende verenigingen hebben recht op een subsidie waarvan het bedrag rechtstreeks ten laste komt van de begroting van de Vlaamse Gemeenschap. Ze wordt rechtstreeks aan de betrokken vereniging betaald, op de wijze die bepaald is door de Vlaamse Regering. De Vlaamse Regering bepaalt het bedrag dat aan elke erkende vereniging wordt toegekend. De VRT stelt volgens de modaliteiten die met de verenigingen, erkend om radioprogramma's te verzorgen, overeengekomen zijn, het technisch personeel en de technische uitrusting ter beschikking tegen vergoeding aan marktvoorwaarden. §
- In de periode van twee maanden voorafgaand aan de gemeenteraads-, provincieraads-, wetgevende en Europese verkiezingen, worden de programma's van de erkende verenigingen, buiten de levensbeschouwelijke, opgeschort. §
- In de periode, vermeld in § 5, wijst de VRT radiozendtijd toe aan de politieke partijen die in het Vlaams Parlement door een politieke fractie vertegenwoordigd zijn. De zendtijd wordt voor de helft verdeeld overeenkomstig de evenredige vertegenwoordiging van de politieke fracties in het Vlaams Parlement en voor de andere helft gelijk. TITEL III. - De particuliere omroepen van of erkend door de Vlaamse Gemeenschap HOOFDSTUK I. - De particuliere radio-omroepen Afdeling I. - Algemene bepalingen Art. 31.§
- Onder de voorwaarden, bepaald in dit hoofdstuk, kunnen particuliere radio-omroepen erkend worden door de Vlaamse Regering of door het Vlaams Commissariaat voor de Media, of aangemeld worden bij het Vlaams Commissariaat voor de Media. §
- Komen in aanmerking voor erkenning : 1° particuliere radio-omroepen die uitzenden voor de gehele Vlaamse Gemeenschap, hierna landelijke radio-omroepen te noemen;2° particuliere radio-omroepen die uitzenden voor maximaal één provincie, hierna regionale radio-omroepen te noemen;3° particuliere radio-omroepen die uitzenden voor een stad, een deel van een stad, een gemeente, een beperkt aantal aaneensluitende gemeenten, of een welbepaalde doelgroep, hierna lokale radio-omroepen te noemen;4° particuliere radio-omroepen die zich richten tot de gehele Vlaamse Gemeenschap en die hun programma's uitsluitend via het kabelnet doorgeven, hierna kabelradio-omroepente noemen. §
- De landelijke, regionale en lokale radio-omroepen worden erkend door de Vlaamse Regering na advies van het Vlaams Commissariaat voor de Media met betrekking tot de conformiteit. De kabelradio-omroepen worden erkend door het Vlaams Commissariaat voor de Media. §
- Particuliere radio-omroepen die zich met andere soorten van diensten richten tot het algemene publiek of een deel ervan, of die hun programma's uitsluitend doorgeven via het internet, zijn hierna radiodiensten te noemen. Radiodiensten behoeven geen erkenning, maar ze moeten wel onder de voorwaarden, bepaald in dit hoofdstuk, worden aangemeld bij het Vlaams Commissariaat voor de Media. Art. 32.§
- Landelijke, regionale en lokale radio-omroepen zenden via de ether uit. Hun omroepprogramma's kunnen worden doorgegeven via de kabelnetwerken binnen aan hen toegewezen zendgebied conform de bepalingen van artikel
- §
- De Vlaamse Regering stelt het frequentieplan op, keurt het goed en bepaalt hoeveel landelijke, regionale en lokale radio's kunnen worden erkend. Op basis van het frequentieplan en het te erkennen aantal particuliere radio-omroepen verleent de Vlaamse Regering de erkenningen. §
- Het Vlaams Commissariaat voor de Media verleent de zendvergunningen aan de particuliere radio-omroepen. §
- Het Vlaams Commissariaat voor de Media kan de erkende landelijke, regionale en lokale radio-omroepen, met het oog op een optimalisering van het verzorgingsgebied, verplichten om hun zendinstallatie te verplaatsen of om een gemeenschappelijke zendinstallatie te gebruiken. Art. 33.Met behoud van de toepassing van artikel 168 worden de erkenningen voor particuliere radio-omroepen verleend voor negen jaar, met ingang van de datum van de inwerkingtreding van de zendvergunning. Als de particuliere radio-omroep negen maanden na de beslissing tot erkenning nog niet uitzendt, kan de erkenning door het Vlaams Commissariaat voor de Media ambtshalve worden ingetrokken. Ten minste zes maanden voor het vervallen van de erkenning moet een nieuwe erkenningsaanvraag worden ingediend. Als de Vlaamse Regering geen beslissing heeft genomen bij het vervallen van de erkenning, wordt de erkenning stilzwijgend verlengd, met behoud van de toepassing van de andere bepalingen van dit hoofdstuk, tot op het ogenblik dat de Vlaamse Regering een beslissing heeft genomen. Art. 34.§
- De particuliere radio-omroepen moeten in het Nederlands uitzenden. Uitzonderingen daarop kunnen worden toegestaan door de Vlaamse Regering. §
- De particuliere radio-omroepen hebben tot taak een verscheidenheid aan programma's te brengen. Die programma's worden gerealiseerd op de eigen verantwoordelijkheid van de particuliere radio-omroep. In de programma-inhoud en het uitzendschema wordt elke vorm van discriminatie geweerd. §
- Het is de particuliere radio-omroepen verboden programma's aan te bieden die strijdig zijn met de openbare orde, de goede zeden, de veiligheid van de staat of die een belediging kunnen betekenen voor andermans overtuiging of voor een vreemde staat. Het is de particuliere radio-omroepen niet toegestaan verkiezingspropaganda uit te zenden. Art. 35.De particuliere radio-omroepen zijn onafhankelijk van een politieke partij. Art. 36.De uitgezonden informatie beantwoordt aan de gangbare normen inzake journalistieke deontologie met waarborgen voor onpartijdigheid en redactionele onafhankelijkheid, vastgelegd in een redactiestatuut. Voor de journaals is een hoofdredacteur verantwoordelijk. Art. 37.De zendinstallaties van de particuliere radio-omroepen liggen in het Nederlandse taalgebied of in het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad en in het verzorgingsgebied van de particuliere radio-omroep. De verplaatsing van de zendinstallaties is toegestaan, voorzover die inpasbaar is in het frequentieplan en nadat de aanpassing van de zendvergunning werd goedgekeurd door het Vlaams Commissariaat voor de Media. De particuliere radio-omroepen gebruiken een technische uitrusting die conform de wettelijke en decretale voorschriften is, en ze houden zich aan de bepalingen van de zendvergunning. Ze aanvaarden het onderzoek naar de werking ter plaatse door de aangestelde ambtenaren. Art. 38.De particuliere radio-omroepen bezorgen jaarlijks een werkingsverslag en een financieel verslag aan het Vlaams Commissariaat voor de Media. De Vlaamse Regering kan de wijze waarop het werkingsverslag en het financièle verslag worden opgesteld, vastleggen, zodat de controle op de naleving van de bij dit hoofdstuk bepaalde erkenningsvoorwaarden mogelijk is. Art. 39.De Vlaamse Regering bepaalt de procedure voor het indienen van de erkenningaanvragen, en de termijnen voor het onderzoeken en afhandelen van het dossier. De Vlaamse Regering kan een door de kandidaten te betalen inschrijvingsgeld, alsook een vergoeding voor het behoud van de erkenning en de zendvergunning, met inbegrip van de te verstrekken financiële waarborg, bepalen. De kandidaten moeten erkenningaanvragen indienen door middel van een offerte. Bij de procedure voor het indienen van een erkenningaanvraag voor een lokale radio wordt gebruik gemaakt van een standaardformulier en betaalt een in 2002 vergunde radio geen inschrijvingsgeld. Afdeling II. - De landelijke radio-omroepen Art. 40.De landelijke radio-omroepen hebben tot taak een verscheidenheid van programma's te brengen, inzonderheid inzake informatie en ontspanning. Samenwerking met de radio-omroep van de Vlaamse Gemeenschap, of met andere particuliere radio-omroepen, of met een andere landelijke radio-omroep mag niet leiden tot gestructureerde eenvormigheid in het programmabeleid. Art. 41.§
- Om erkend te worden en te blijven, voldoen de landelijke radio-omroepen, naast aan de voorwaarden van artikel 34 tot en met 38, in elk geval aan de volgende voorwaarden : 1° de landelijke radio-omroepen worden opgericht in de vorm van een rechtspersoon.Het maatschappelijke doel van de rechtspersoon is het verzorgen van radioprogramma's. De landelijke radio-omroepen kunnen alle activiteiten verrichten die rechtstreeks of onrechtstreeks kunnen bijdragen tot de verwezenlijking van hun maatschappelijke doel, voorzover die activiteiten samenvallen of verband houden met de omroepactiviteiten. De leden van de raad van bestuur bekleden geen politiek mandaat, en zijn geen beheerder of bestuurder van de openbare omroep of van een andere rechtspersoon die een landelijke radio-omroep beheert; 2° de rechtspersoon,
1°, kan niet meer dan één landelijke radio-omroep exploiteren. Tussen de rechtspersonen die een landelijke radio-omroep exploiteren, kunnen geen rechtstreekse of onrechtstreekse bindingen bestaan; 3° de landelijke radio-omroepen zenden minstens vier journaals per dag uit die een verscheidenheid aan onderwerpen bevatten.Journaals en informatieve programma's worden verzorgd door een eigen redactie die hoofdzakelijk bestaat uit erkende beroepsjournalisten. Voor de journaals is een hoofdredacteur verantwoordelijk; 4° in de programmaopbouw moet een Nederlandstalig muziekaanbod gegarandeerd worden. §
- De Vlaamse Regering legt aanvullende kwalificatiecriteria op en kent aan elk van deze criteria een weging toe. §
- De in § 2 bepaalde aanvullende kwalificatiecriteria hebben betrekking op : 1° de concrete invulling van het programma-aanbod en het zendschema, in het bijzonder de verscheidenheid in de programmering;2° de media-ervaring;3° het financiële plan;4° het businessplan;5° de technische (zend)infrastructuur. Art. 42.§
- De landelijke radio-omroepen houden zich, nadat ze een erkenning hebben gekregen en voor de volledige duur van de erkenning, aan de door hen ingediende offerte en aan de basisvoorwaarden en aan de aanvullende kwalificatiecriteria, vermeld in artikel 41, § 3, in overeenstemming waarmee de Vlaamse Regering de erkenning heeft uitgereikt. §
- De landelijke radio-omroepen die, na het verkrijgen van de erkenning, wijzigingen willen aanbrengen in de gegevens, vermeld in de door hen ingediende offerte, waardoor wordt afgeweken van de basisvoorwaarden en van de aanvullende kwalificatiecriteria, vermeld in artikel 41, § 3, in hetbijzonder wat betreft de algemene programmering, hun statuten of hun aandeelhoudersstructuur,vragen de goedkeuring aan de Vlaamse Regering om die wijzigingen door te voeren. Bij debeoordeling van de wijzigingen houdt de Vlaamse Regering inzonderheid rekening met het in stand houdenvan het pluralisme en van de diversiteit in het radiolandschap. Art. 43.De landelijke radio-omroepen beschikken elk over een frequentiepakket waarmee ze zeventig procent van de bevolking binnen de "Vlaamse ruit", zoals gedefinieerd in het Ruimtelijk Structuurplan Vlaanderen, kunnen bereiken. Het is de landelijke radio-omroepen niet toegestaan ontkoppeld uit te zenden. De landelijke radio-omroepen kunnen gelijktijdig uitzenden via frequentiemodulatie in de FM-band en, als daartoe mogelijkheden bestaan, digitaal aards. Afdeling III. - De regionale radio-omroepen Art. 44.De regionale radio-omroepen hebben tot taak een verscheidenheid van programma's te brengen, inzonderheid inzake informatie uit de regio, culturele, sportieve en andere evenementen uit de regio en ontspanning, met de bedoeling binnen hun verzorgingsgebied de communicatie onder de bevolking te bevorderen en bij te dragen tot de algemene sociale en culturele ontwikkeling van de regio. Samenwerking met andere radio-omroepen, de lokale radio-omroepen van hun verzorgingsgebied uitgezonderd, mag niet leiden tot gestructureerde eenvormigheid in het programmabeleid. De regionale radio-omroepen kunnen met de regionale televisieomroepen enkel samenwerken op het vlak van het maken van programma's, informatiegaring en reclamewerving. Art. 45.§
- Om erkend te worden en te blijven, voldoen de regionale radio-omroepen, naast aan de voorwaarden,
artikel 34 tot en met 38, in elk geval aan de volgende voorwaarden : 1° de regionale radio-omroepen worden opgericht in de vorm van een rechtspersoon.Het maatschappelijke doel van de rechtspersoon bestaat uit het verzorgen van radioprogramma's. De regionale radio-omroepen kunnen alle activiteiten verrichten die rechtstreeks of onrechtstreeks kunnen bijdragen tot de verwezenlijking van hun maatschappelijke doel. De leden van de raad van bestuur bekleden geen politiek mandaat en zijn geen beheerder of bestuurder van de openbare omroep of van een andere rechtspersoon die een landelijke of regionale radio-omroep beheert; 2° de in 1° vermelde rechtspersoon kan niet meer dan één particuliere regionale radio-omroep exploiteren.Tussen de rechtspersonen die een regionale radio-omroep exploiteren, mogen geen rechtstreekse noch onrechtstreekse bindingen bestaan; 3° de regionale radio-omroepen zenden minstens vier journaals per dag uit die een verscheidenheid aan onderwerpen uit de regio bevatten. Journaals en informatieve programma's worden verzorgd door een eigen redactie. Voor de journaals is een hoofdredacteur verantwoordelijk. §
- De Vlaamse Regering legt aanvullende kwalificatiecriteria op en kent aan elk van die criteria een weging toe. §
- De in § 2 bepaalde aanvullende kwalificatiecriteria hebben betrekking op : 1° de concrete invulling van het programma-aanbod en het zendschema, in het bijzonder de verscheidenheid in de programmering;2° de media-ervaring, in het bijzonder de radio-ervaring die aanwezig is bij de participanten in de rechtspersoon;3° het financiële plan;4° het businessplan;5° de technische (zend)infrastructuur. Art. 46.§
- De regionale radio-omroepen houden zich, nadat ze een erkenning hebben gekregen en voor de volledige duur van de erkenning, aan de door hen ingediende offerte en aan de basisvoorwaarden en aan de aanvullende kwalificatiecriteria, vermeld in artikel 45, § 3, in overeenstemming waarmee de Vlaamse Regering de erkenning heeft uitgereikt. §
- De regionale radio-omroepen die, na het verkrijgen van de erkenning, wijzigingen willen aanbrengen in de gegevens, vermeld in de door hen ingediende offerte, waardoor wordt afgeweken van de basisvoorwaarden en van de aanvullende kwalificatiecriteria, vermeld in artikel 45, in het bijzonder wat betreft de algemene programmering, hun statuten of hun aandeelhoudersstructuur, vragen de goedkeuring aan de Vlaamse Regering om deze wijzigingen door te voeren. Bij de beoordeling van de wijzigingen houdt de Vlaamse Regering inzonderheid rekening met het in stand houden van het pluralisme en van de diversiteit in het radiolandschap. Art. 47.De regionale radio-omroepen beschikken over een of meer frequenties. Regionale radio-omroepen kunnen gelijktijdig uitzenden via frequentiemodulatie in de FM-band en, als ze daartoe een zendvergunning krijgen, digitaal aards. Afdeling IV. - De lokale radio-omroepen Art. 48.De lokale radio-omroepen hebben tot taak een verscheidenheid van programma's te brengen, inzonderheid inzake informatie uit het verzorgingsgebied en ontspanning, met de bedoeling binnen het verzorgingsgebied de communicatie onder de bevolking of de doelgroep te bevorderen. De lokale radio-omroepen kunnen hetzij onafhankelijk opereren hetzij samenwerken met andere lokale radio-omroepen binnen de Vlaamse Gemeenschap met de regionale radio-omroep van hun verzorgingsgebied. Samenwerking met de radio-omroep van de Vlaamse Gemeenschap, de landelijke radio-omroepen en andere regionale radio-omroepen mag niet leiden tot gestructureerde eenvormigheid in het programmabeleid. Art. 49.Om erkend te worden en te blijven, voldoen de lokale radio-omroepen, naast aan de voorwaarden,
artikel 34 tot en met 38, in elk geval aan de volgende basisvoorwaarden : 1° de lokale radio-omroepen worden opgericht in de vorm van een rechtspersoon.Het maatschappelijke doel van de rechtspersoon bestaat hoofdzakelijk uit het verzorgen van radioprogramma's in het toegekende verzorgingsgebied. De lokale radio-omroepen kunnen alle activiteiten verrichten die rechtstreeks of onrechtstreeks aansluiten bij de verwezenlijking van hun maatschappelijke doel; 2° de in punt 1° vermelde rechtspersoon kan niet meer dan één particuliere radio-omroep exploiteren;3° de lokale radio-omroepen brengen dagelijks een aanbod van lokale informatie met aandacht voor sociaal-culturele evenementen uit het verzorgingsgebied.De dagprogrammering van de lokale radio-omroep moet minstens drie journaals, gericht op het verzorgingsgebied, bevatten. Voor de journaals is een hoofdredacteur verantwoordelijk; 4° de programma's worden voorafgegaan door een eigen herkenningsmelodie met vermelding van de roepnaam, die het mogelijk maakt de lokale radio te identificeren en te lokaliseren en de gebruikte frequentie te kennen;5° de lokale radio-omroepen delen de volgende informatie mee : de plaats van uitzending, de plaats van vestiging, de aanwezige infrastructuur, de statuten, de financiële structuur en het financiële plan, het programma-aanbod, het redactiestatuut, het uitzendschema, de naam van de eindredacteur, de medewerkers van de radio-omroep, met inbegrip van hun radio-ervaring en hun statuut.Elke latere wijziging wordt zonder verwijl aan het Vlaams Commissariaat voor de Media meegedeeld. Art. 50.De Vlaamse Regering verleent de erkenning op basis van de volgende criteria : de concrete invulling van het programma-aanbod, in het bijzonder van de eigen programma's en van hetprogramma-aanbod inzake informatie over het eigen verzorgingsgebied, de radio-ervaring van de medewerkers, in voorkomend geval opgedaan voor het verzorgingsgebied in kwestie, en de infrastructuur. De Vlaamse Regering kan supplementaire voorwaarden voor erkenning opleggen. De lokale radio-omroepen die, na het verkrijgen van de erkenning, wijzigingen willen aanbrengen in de gegevens, vermeld in de door hen ingediende offerte, waardoor wordt afgeweken van de basisvoorwaarden van de erkenning, de algemene programmering, hun statuten of hun aandeelhoudersstructuur, vragen de goedkeuring aan de Vlaamse Regering om die wijzigingen door te voeren. Afdeling V. - Dekabelradio-omroepen Art. 51.Kabelradio-omroepen hierna kabelradio's te noemen, zijn radio's die zich richten tot de gehele Vlaamse Gemeenschap en die hun programma's via het kabelnetwerk doorgeven. Art. 52.§ 1. Om erkend te worden en te blijven, voldoen de kabelradio-omroepenaan de voorwaarden,
artikel 34, 35, 36 en 38, worden ze opgericht in de vorm van een rechtspersoon, en vallen ze onder de bevoegdheid van de Vlaamse Gemeenschap. §
- De beheerders of bestuurders bekleden geen politiek mandaat en zijn geen beheerder of bestuurder van een andere rechtspersoon die eenkabelradio-omroep beheert. Elke wijziging in de raad van beheer of raad van bestuur van de kabelradio-omroepwordt meegedeeld aan het Vlaams Commissariaat voor de Media. §
- Dekabelradio-omroepen delen aan het Vlaams Commissariaat voor de Media de volgende informatie mee : de plaats van uitzending, de plaats van vestiging, de aanwezige infrastructuur, de statuten, de financièle structuur en het financièle plan, het programma-aanbod, het redactiestatuut, het uitzendschema, de medewerkers van de kabelradio-omroep, met inbegrip van hun radio-ervaring en hun statuut. Elke latere wijziging van die informatie wordt zonder verwijl aan het Vlaams Commissariaat voor de Media meegedeeld. Art. 53.Het maatschappelijk doel van de kabelradio-omroepen bestaat in het verzorgen van radioprogramma's via het kabelnet. De kabelradio-omroepen kunnen alle activiteiten verrichten die rechtstreeks of onrechtstreeks aansluiten bij de verwezenlijking van hun maatschappelijk doel. Afdeling VI. - De radiodiensten Art. 54.§
- Eenieder kan, onder de voorwaarden van dit hoofdstuk, radiodiensten aanbieden, voorzover : 1° hij is opgericht als een rechtspersoon en valt onder de bevoegdheid van de Vlaamse Gemeenschap;2° de radiodienst voldoet aan de voorwaarden,
artikel 34, 35, 36 en 38 van deze decreten;3° de beheerders of bestuurders van de radiodienst geen politiek mandaat bekleden en geen beheerder zijn van een andere rechtspersoon die een radiodienst beheert;4° de radiodienst onderscheiden is van de gewone programma's van de openbare omroep van de Vlaamse Gemeenschap of van een andere door de Vlaamse Gemeenschap erkende particuliere radio-omroep. De radiodiensten kunnen, al dan niet tegen betaling, geheel of gedeeltelijk gecodeerd uitzenden. § 2. Het Vlaams Commissariaat voor de Media moet vooraf per aangetekende brief in kennis worden gesteld van het aanbieden van een radiodienst. Die kennisgeving moet minstens de volgende informatie bevatten : de plaats van uitzending, de plaats van vestiging, de wijze van verspreiden van het programmasignaal, de aanwezige infrastructuur, de statuten, de financiële structuur en het financièle plan, het programmaaanbod, het redactiestatuut, het uitzendschema, de medewerkers van de radiodienst met inbegrip van hun radio-ervaring en hun statuut. Voor elke afzonderlijke nieuwe dienst wordt een nieuwe kennisgeving verricht. Bij het samen aanbieden van afzonderlijke diensten worden afzonderlijke kennisgevingen ingediend. Als de radiodiensten hun aanbod uitbreiden met een nieuwe soort dienst, moeten ze een afzonderlijke kennisgeving verrichten. Elke latere wijziging van die informatie, inzonderheid elke wijziging in de raad van beheer of raad van bestuur van de radiodienst, wordt zonder verwijl aan het Vlaams Commissariaat voor de Media meegedeeld. Art. 55.Het maatschappelijk doel van de radiodiensten bestaat in het verzorgen van diensten als
artikel 31, § 4, inzonderheid op digitale wijze, of in het verzorgen van radioprogramma's via het internet. De radiodiensten kunnen alle activiteiten verrichten die rechtstreeks of onrechtstreeks aansluiten bij de verwezenlijking van hun maatschappelijk doel. HOOFDSTUK II. - De televisieomroepen Afdeling I. - Categorieën Art. 56.Onder de voorwaarden, bepaald in dit hoofdstuk, kunnen particuliere televisieomroepen erkend worden, door of aangemeld worden bij het Vlaams Commissariaat voor de Media. Om erkend te worden, moeten ze worden opgericht als een privaatrechtelijke rechtspersoon en moeten ze onder de bevoegdheid van de Vlaamse Gemeenschap vallen. Art. 57.De particuliere televisieomroepen hebben als maatschappelijk doel het verzorgen vanprogramma's. Ze mogen alle handelingen verrichten die rechtstreeks of onrechtstreeks bijdragen tot de verwezenlijking van dit doel. Art. 58.Komen in aanmerking voor erkenning : 1° particuliere televisieomroepen die zich richten tot de gehele Vlaamse Gemeenschap;2° particuliere televisieomroepen die zich richten tot een gemeenschap in een regionaal zendgebied, hierna regionale omroepen te noemen;3° particuliere televisieomroepen die zich richten tot de gehele Vlaamse Gemeenschap, met een omroepprogramma dat bedoeld is voor een specifieke doelgroep of dat opgebouwd is rond één thema, hierna doelgroep- en themaomroepen te noemen;4° particuliere betaaltelevisieomroepen, hierna betaalomroepen te noemen;5° particuliere televisieomroepen die uitsluitend telewinkelprogramma's uitzenden, hierna in telewinkelomroepen te noemen. Art. 59.§
- Met het oog op de erkenning moeten de in artikel 58 vermelde omroepen de volgende informatie bezorgen aan het Vlaams Commissariaat voor de Media : alle gegevens die kunnen dienen om te bepalen of de Vlaamse Gemeenschap bevoegd is voor de omroep in kwestie, de statuten, de financièle structuur, het programma-aanbod en het uitzendschema. Na de erkenning dient elke wijziging aan de in het vorige lid bedoelde informatie door de betrokken omroep zo spoedig mogelijk aan het Vlaams Commissariaat voor de Media te worden meegedeeld. §
- Voor elk omroepprogramma is een erkenning vereist. Art. 60.Particuliere televisieomroepen die zich met andere soorten van diensten richten tot het publiek of een deel ervan, zijn hierna televisiediensten te noemen. Televisiediensten behoeven geen erkenning door het Vlaams Commissariaat voor de Media, maar ze moeten daar wel onder de voorwaarden, bepaald in dit hoofdstuk, worden aangemeld. Art. 61.Het is de particuliere televisieomroepen, die zich richten tot de gehele Vlaamse Gemeenschap, de regionale omroepen, de doelgroep- en thema-omroepen, de betaalomroepen en de televisiediensten verboden programma's aan te bieden die strijdig zijn met de openbare orde, de goede zeden, de veiligheid van de staat of die een belediging kunnen betekenen voor andermans overtuiging of voor een vreemde staat. Art. 62.§
- De Vlaamse Regering bepaalt de voorwaarden waaronder particuliere televisieomroepen, die zich richten tot de gehele Vlaamse Gemeenschap, de doelgroep- en themaomroepen, de betaalomroepen en telewinkelomroepen erkend kunnen worden ter uitvoering van artikel 56, 57 en
- De voorwaarden hebben betrekking op de financièle en organisatorische structuur. §
- De Vlaamse Regering bepaalt de criteria met betrekking tot de duur van de erkenningen van de in § 1 bedoelde omroepen. Art. 63.Samenwerking tussen de in artikel 58, 1°, 3°, 4°, en 5°, en in artikel 60 bedoelde omroepen onderling en met andere omroepen mag niet leiden tot gestructureerde eenvormigheid in het programmabeleid. Art. 64.In de programma's van de in artikel 58, 1°, 3°, 4° en 5°, en in artikel 60 bedoelde omroepen wordt elke vorm van discriminatie geweerd. De programmaopbouw geschiedt derwijze dat hij geen aanleiding geeft tot discriminatie tussen de verschillende ideologische of filosofische strekkingen. De informatieve programma's worden verzorgd in een geest van strikte onpartijdigheid en volgens de regels van de journalistieke deontologie met waarborg van de redactionele onafhankelijkheid. Afdeling II. - De particuliere televisieomroepen die zich richten tot de gehele Vlaamse Gemeenschap Onderafdeling I. - Erkenningsvoorwaarden Art. 65.De particuliere televisieomroepen die zich richten tot de gehele Vlaamse Gemeenschap moeten een privaatrechtelijke vennootschap zijn. Art. 66.De particuliere televisieomroepen die zich richten tot de gehele Vlaamse Gemeenschapmoeten jaarlijks aan het Vlaams Commissariaat voor de Media de balans en de jaarrekening,goedgekeurd door de algemene vergadering van de aandeelhouders, en een werkingsverslagbezorgen. Onderafdeling II. - Duur van de erkenning Art. 67.De duur van de erkenning van de particuliere televisieomroepen, die zich richten tot degehele Vlaamse Gemeenschap bedraagt negen jaar. De erkenning kan verlengd worden met perioden van negen jaar, op verzoek van de aanvrager, via een aangetekende brief aan het Vlaams Commissariaat voor de Media uiterlijk zes maanden voor het verstrijken van de lopende erkenningstermijn. Art. 68.Het Vlaams Commissariaat voor de Media moet, als het de erkenning niet wil verlengen,uiterlijk een jaar voor het verstrijken van de erkenningstermijn de particuliere televisieomroepen die zich richten tot de gehele Vlaamse Gemeenschap daarvan in kennis stellen via een aangetekende brief, gericht aan de voorzitter van de Raad van bestuur op het adres van de maatschappelijke zetel. Onderafdeling III. - Bepalingen inzake programma's Art. 69.De particuliere televisieomroepen die zich richten tot de gehele Vlaamse Gemeenschapmoeten een verscheidenheid van programma's brengen, inzonderheid inzake ontspanning en informatie. Art. 70.De particuliere televisieomroepen die zich richten tot de gehele Vlaamse Gemeenschap moeten dagelijks minstens twee journaals verzorgen. De journaals en de duidingsprogramma's moeten worden verzorgd door een eigen redactie. Afdeling III. - De regionale omroepen Onderafdeling I. - Taak, zendgebied en werking Art. 71.De regionale omroep heeft als taak regionale informatie te brengen met de bedoeling binnen het zendgebied, dat aan de omroep door het Vlaams Commissariaat voor de Media krachtens artikel 72 wordt toegewezen, de communicatie onder de bevolking te bevorderen en bij te dragen tot de algemene sociale en culturele ontwikkeling van de regio. Onder regionale informatie worden onder meer journaals, achtergrondinformatie, debatten, verkiezingsuitzendingen en serviceprogramma's verstaan. In het kader van de taakomschrijving van regionale omroepen, vermeld in het eerste lid, kan de regionale omroep zendtijd ter beschikking stellen van regionale actoren, maar ze blijft wel zelf verantwoordelijk voor de uitzendingen. Art. 72.§
- Het Vlaams Commissariaat voor de Media kan voor de Vlaamse Gemeenschap maximaal elf regionale omroepen erkennen, evenwichtig gespreid over de provincies. Het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad vormt een bijzonder zendgebied. Bij het afbakenen van de zendgebieden zal de Vlaamse Regering rekening houden met de sociologische gegevenheden en de technische mogelijkheden. Binnen een zendgebied kan door het Vlaams Commissariaat voor de Media slechts aan één regionale omroep een erkenning worden verleend. Een regionale omroep verzorgt de programma's uitsluitend in het hem toegewezen zendgebied. Geen enkel zendgebied kan meer dan 15 procent omvatten van het totale aantal inwoners van het Nederlandse taalgebied en het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad. De beperking tot het toegewezen zendgebied geldt niet voor de verspreiding door de regionale omroep van zijn programma's binnen een digitaal pakket dat tegen betaling wordt aangeboden via het kabelnetwerk. §
- Het doorgeven van het omroepprogramma mag alleen gebeuren via het hoofdstation van een kabelnetwerk of via een televisieomroepnetwerk, waarvan de ontvangstmast binnen het zendgebied van de regionale omroep ligt. Het Vlaams Commissariaat voor de Media kan hierop een uitzondering toestaan om een vollediger dekking van het toegewezen zendgebied mogelijk te maken. §
- Samenwerking tussen regionale omroepen onderling of met andere televisieomroepen mag niet leiden tot koppeling of gestructureerde eenvormigheid op het vlak van de reclame, de financiering of de programma-aanmaak, tenzij deze regionale omroepen gevestigd zijn in dezelfde provincie. Onderafdeling II. - Erkenning Art. 73.Om erkend te worden en te blijven, moeten de regionale omroepen voldoen aan de volgende voorwaarden : 1° de regionale omroepen moeten de vorm te hebben van een vereniging zonder winstoogmerk, waarvan de beheerders geen beheerder mogen zijn van een andere vereniging die een regionale omroep in eigendom heeft en/of beheert;2° de maatschappelijke zetel en de exploitatiezetel moeten in het Nederlandse taalgebied of in het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad liggen en meer bepaald binnen hun zendgebied;3° het maatschappelijk doel van de vereniging is beperkt tot het uitsluitend verzorgen van regionale programma's;4° de vereniging kan niet meer dan één regionale omroep exploiteren;5° de regionale omroepen moeten onafhankelijk zijn van een politieke partij, een beroepsvereniging of een organisatie met een commercieel doel;6° de regionale omroepen moeten in het Nederlands uitzenden, behoudens afwijkingen, toe te staan door de Vlaamse Regering;7° de regionale omroepen moeten eigen programma's uitzenden.In de eigen programma's streven de regionale omroepen ernaar om de uitdrukkingsmogelijkheden van de plaatselijke bevolking te ontwikkelen en haar deelname eraan aan te moedigen. Met eigen programma's wordt bedoeld programma's of programmaonderdelen die ofwel door eigen personeel ofwel in opdracht en onder eindverantwoordelijkheid van het personeel van de regionale omroep worden uitgewerkt en gerealiseerd; 8° het omroepprogramma van de regionale omroepen moet voor ten minste 80 procent betrekking hebben op het eigen regionale zendgebied;9° de journaals moeten beantwoorden aan gangbare normen inzake journalistieke deontologie met waarborgen voor onpartijdigheid en redactionele onafhankelijkheid zoals vastgelegd in een redactiestatuut.De journaals staan onder de verantwoordelijkheid van een eindredacteur. Geschillen worden behandeld door de Vlaamse Geschillenraad voor Radio en Televisie. Voor zijn nieuwsvoorziening kan de regionale omroep een beroep doen op samenwerkingsverbanden. De voorwaarden hiervoor worden door de Vlaamse Regering bepaald; 10° programma's of programmaonderdelen die hetzij aangekocht worden bij derden, hetzij verzorgd worden door derden kunnen in geen geval inlassingen van reclame omvatten.Als een regionale omroep programma's of programmaonderdelen die gerealiseerd zijn door derden uitzendt en daartoe overeenkomsten sluit met derden, kunnen die overeenkomsten door het Vlaams Commissariaat voor de Media worden opgevraagd; 11° de uitzending wordt voorafgegaan door oorspronkelijke herkenningsbeelden ter identificatie van de regionale omroep.De herkenningsbeelden, -melodie, het grafisch logo en alle andere aanvullende identificatiegegevens mogen op geen enkele manier verwijzen naar een andere televisieomroep van of erkend door de Vlaamse Gemeenschap; 12° de regionale omroepen moeten jaarlijks een werkingsverslag en een financieel verslag overleggen.Het Vlaams Commissariaat voor de Media en meer bepaald de hiertoe aangesteldeambtenaren kunnen alle noodzakelijke documenten opvragen en ter plaatse onderzoeken of de bij deze afdeling bepaalde erkenningsvoorwaarden worden nageleefd; 13° in de programma's en de programmaopbouw moet elke vorm van discriminatie wordengeweerd. Art. 74.De regionale omroepen mogen slechts programma's verzorgen na daartoe door het Vlaams Commissariaat voor de Media te zijn erkend. Art. 75.§
- De duur van de erkenning als regionale omroep bedraagt negen jaar. De erkenning kan worden verlengd met perioden van negen jaar op verzoek van de aanvrager, via een aangetekende brief aan het Vlaams Commissariaat voor de Media uiterlijk zes maanden voor het verstrijken van de lopende erkenningstermijn. Het Vlaams Commissariaat voor de Media moet, als het de erkenning niet wil verlengen, uiterlijk een jaar voor het verstrijken van de erkenningstermijn de regionale omroep daarvan in kennis stellen via een aangetekende brief, gericht aan de voorzitter van de raad van beheer op het adres van de maatschappelijke zetel. §
- Het Vlaams Commissariaat voor de Media kan ieder ogenblik de erkenning als regionale omroep schorsen of intrekken, als de bepalingen van deze afdeling of de uitvoeringsbepalingen ervan niet worden nageleefd. §
- Het Vlaams Commissariaat voor de Media kan, als de regionale omroep erom verzoekt, de behandeling van de opschorting of intrekking van de erkenning maximaal drie maanden schorsen om de bedoelde omroep de kans te geven aan alle voorschriften te voldoen. Na verloop van die periode wordt de behandeling van het dossier hervat als het feit of de bedoelde redenen nog aanwezig zijn. Onderafdeling III. - Beheersorganen Art. 76.§
- De algemene vergadering van de regionale omroep wordt representatiefsamengesteld. Hierbij wordt rekening gehouden met politieke, sociale, culturele, levensbeschouwelijke en regionale criteria. §
- Elke bestuurlijke overheid die gesitueerd is binnen het zendgebied die financieel bijdraagt tot de jaarlijkse werkingskosten, kan deel uitmaken van de algemene vergadering van de regionale omroep. Art. 77.De raad van beheer van de regionale omroep moet representatief worden samengestelden mag voor niet meer dan een vijfde bestaan uit leden die : 1° een politiek mandaat uitoefenen;2° een leidinggevende functie of de functie van beheerder uitoefenen in een beroepsvereniging van werkgevers of werknemers;3° een leidinggevende functie of de functie van bestuurder uitoefenen in een pers-, advertentie- of reclamebedrijf of bij de openbare omroep van de Vlaamse Gemeenschap of bij de particuliere omroep die zich richt tot de gehele Vlaamse Gemeenschap;4° een leidinggevende functie of de functie van bestuurder uitoefenen in een aanbieder van een kabelnetwerk. In geen geval mogen de leden van de raad van beheer deel uitmaken van een college van burgemeester en schepenen, van een bestendige deputatie, van de Vlaamse Regering, van de regering van het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest of van de federale regering. De beheerders moeten een geregistreerde woon- of verblijfplaats hebben, gelegen binnen het zendgebied van de regionale omroep die zij beheren. Art. 78.Elke wijziging in de raad van beheer en de algemene vergadering van de regionale omroep moet worden meegedeeld aan het Vlaams Commissariaat voor de Media. Art. 79.Elke regionale omroep richt binnen zijn structuur een adviesraad op. De adviesraad waakt over het pluralistische en onafhankelijke karakter van de regionale omroep. Bij de samenstelling van de adviesraad streeft de regionale omroep naar een representativiteit op politiek, sociaal, cultureel, levensbeschouwelijk, etnisch en geografisch vlak. De adviesraad adviseert de regionale omroep naar eigen goeddunken over alle aspecten die de programma-inhoud en het uitzendschema betreffen. De adviesraad stelt jaarlijks en autonoom een evaluatierapport op dat aan de raad van beheer van de regionale omroep en aan het Vlaams Commissariaat voor de Media wordt bezorgd. Ten minste eenmaal per jaar staat de vergadering van de adviesraad open voor elk lid van de bevolking, dat binnen het zendgebied van de regionale omroep woont. Onderafdeling IV. - Financiering Art. 80.§
- De regionale omroepen mogen reclame en telewinkelen uitzenden en sponsoring aanwenden. §
- Regionale omroepen mogen een beroep doen op financiering door de Vlaamse Gemeenschap, openbare besturen, intercommunales en door aanbieders van een kabelnetwerk. Afdeling IV. - De doelgroep- en thema-omroepen Onderafdeling I. - Erkenningsvoorwaarden Art. 81.Om erkend te worden als doelgroep- en thema-omroep, moet het maatschappelijk doelbeperkt zijn tot het verzorgen, binnen de gehele Vlaamse Gemeenschap, van programma's die bedoeld zijn voor een specifieke doelgroep of die opgebouwd zijn rond één thema. Art. 82.De doelgroep- en thema-omroepen moeten jaarlijks aan het Vlaams Commissariaat voor de Media de balans en de jaarrekening, goedgekeurd door de algemene vergadering van de aandeelhouders, en een werkingsverslag bezorgen. Onderafdeling II. - Duur van de erkenning Art. 83.De duur van de erkenning van de doelgroep- en thema-omroepen bedraagt negen jaar of, opverzoek van de aanvrager, minder. De erkenning kan verlengd worden met dezelfde termijn als die van de oorspronkelijke erkenning tenzij de aanvrager om een andere (dan de oorspronkelijke) termijn heeft verzocht. De aanvraag gebeurt via een aangetekende brief aan het Vlaams Commissariaat voor de Media, uiterlijk zes maanden voor het verstrijken van de lopende erkenningstermijn. Art. 84.Het Vlaams Commissariaat voor de Media moet, als het de erkenning niet wil verlengen, uiterlijk een jaar voor het verstrijken van de erkenningstermijn de doelgroep- en thema-omroepen daarvan in kennis stellen via een aangetekende brief, gericht aan de voorzitter van de raad van bestuur of van de raad van beheer op het adres van de maatschappelijke zetel. Afdeling V. - De betaalomroepen Onderafdeling I. - Erkenningsvoorwaarden Art. 85.Om erkend te worden als betaalomroep, moet het maatschappelijk doel bestaan in hetverzorgen van programma's tegen betaling. De betaalomroepen kunnen alle activiteiten verrichten die rechtstreeks of onrechtstreeks aansluiten bij de verwezenlijking van hun maatschappelijk doel. Art. 86.De betaalomroepen moeten jaarlijks aan het Vlaams Commissariaat voor de Media debalans en de jaarrekening, goedgekeurd door de algemene vergadering van de aandeelhouders, en een werkingsverslag bezorgen. Art. 87.De programma's van de betaalomroepen worden hoofdzakelijk gecodeerd doorgegeven.De betaalomroepen mogen maximaal drie uur per dag eigen programma's ongecodeerd uitzenden. Ze informeren het Vlaams Commissariaat voor de Media over de programma's die ongecodeerd worden doorgegeven. Tussen 19 en 22 uur mogen geen ongecodeerde programma's worden doorgegeven, behalve als hiervan melding wordt gemaakt aan het Vlaams Commissariaat voor de Media. De betaalomroepen mogen in open net geen evenementen uitzenden die op de evenementenlijst,
artikel 166, staan. Onderafdeling II. - Duur van de erkenning Art. 88.De duur van de erkenning van de betaalomroepen bedraagt negen jaar of, op verzoek van de aanvrager, minder. De erkenning kan verlengd worden met dezelfde termijn als die van de oorspronkelijke erkenning tenzij de aanvrager om een andere (dan de oorspronkelijke) termijn heeft verzocht. De aanvraag gebeurt via een aangetekende brief aan het Vlaams Commissariaat voor de Media, uiterlijk zes maanden voor het verstrijken van de lopende erkenningstermijn. Art. 89.Het Vlaams Commissariaat voor de Media moet, als het de erkenning niet wil verlengen, uiterlijk een jaar voor het verstrijken van de erkenningstermijn de betaalomroep daarvan in kennis stellen via een aangetekende brief, gericht aan de voorzitter van de raad van bestuur of van de raad van beheer op het adres van de maatschappelijke zetel. Afdeling VI. - De televisiediensten Art. 90.§ 1. Eenieder kan, onder de voorwaarden van dit hoofdstuk, televisiediensten aanbieden, voor zover : 1° hij is opgericht als een privaatrechtelijk rechtspersoon en valt onder de bevoegdheid van de Vlaamse Gemeenschap;2° het maatschappelijk doel van de privaatrechtelijke rechtspersoon bestaat uit het verzorgen van diensten als
artikel 60, inzonderheid op digitale wijze.De televisiediensten kunnen alle activiteiten verrichten die rechtstreeks of onrechtstreeks aansluiten bij de verwezenlijking van hun maatschappelijk doel. Onder televisiediensten zijn niet verstaan particuliere televisieomroepen die zich richten tot een gemeenschap in een lokaal zendgebied en die als lokale omroepen kunnen worden aangezien; 3° de raad van bestuur voor niet meer dan één vijfde bestaat uit leden die :
- a)een politiek mandaat uitoefenen;
- b)een leidinggevende functie of de functie van beheerder uitoefenen in een beroepsvereniging van werkgevers of werknemers. In geen geval mogen de leden van de raad van bestuur deel uitmaken van de Vlaamse Regering, van de regering van het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest of van de federale regering; 4° de televisiediensten onderscheiden zijn van de gewone programma's van de openbare omroep van de Vlaamse Gemeenschap of van een andere door de Vlaamse Gemeenschap erkende particuliere televisieomroep. De televisiediensten kunnen, al dan niet tegen betaling, geheel of gedeeltelijk gecodeerd uitzenden; 5° de televisiediensten onafhankelijk zijn van een politieke partij;6° de uitzendingen van de televisiedienst staan onder redactionele eindverantwoordelijkheid staan van het personeel van de televisiedienst;7° de televisiediensten in het Nederlands uitzenden, behoudens afwijkingen, toe te staan door de Vlaamse Regering. § 2. Het Vlaams Commissariaat moet vooraf per aangetekende brief in kennis worden gesteld van het aanbieden van een televisiedienst. Die kennisgeving moet minstens de volgende informatie bevatten : alle gegevens die kunnen dienen om te bepalen of de Vlaamse Gemeenschap bevoegd is voor de televisiedienst in kwestie, de statuten, de financiële structuur, een duidelijke omschrijving van de te leveren dienst, het programma-aanbod en het uitzendschema. Voor elke afzonderlijke nieuwe dienst wordt een nieuwe kennisgeving verricht. Bij het samen aanbieden van afzonderlijke diensten worden afzonderlijke kennisgevingen ingediend. Als de televisiediensten hun aanbod uitbreiden met een nieuw soort dienst, moeten ze een afzonderlijke kennisgeving verrichten. Na de kennisgeving moet elke wijziging in de in het eerste lid bedoelde informatie door de televisiedienst in kwestie zo spoedig mogelijk aan het Vlaams Commissariaat voor de Media worden meegedeeld. § 3. De Vlaamse Regering bepaalt de nadere regels die de aanbieders van televisiediensten moeten naleven. Art. 91.De televisiediensten moeten jaarlijks aan het Vlaams Commissariaat voor de Media een verslag bezorgen over de manier waarop ze hebben voldaan aan de vereisten van de bepalingen van de decreten die op hen van toepassing zijn en van de uitvoeringsbesluiten ervan. Afdeling VII. - De telewinkelomroepen Onderafdeling I. - Erkenningsvoorwaarden Art. 92.Om erkend te worden als telewinkelomroep, moet het maatschappelijk doel gericht zijn op het uitzenden van telewinkelen. Art. 93.De telewinkelomroepen moeten jaarlijks aan het Vlaams Commissariaat voor de Mediade balans en de jaarrekening, goedgekeurd door de algemene vergadering van de aandeelhouders, en een werkingsverslag bezorgen. Onderafdeling II. - Duur van de erkenning Art. 94.De duur van de erkenning van de telewinkelomroepen bedraagt negen jaar of, op verzoek van de aanvrager, minder. De erkenning kan verlengd worden met dezelfde termijn als die van de oorspronkelijke erkenning tenzij de aanvrager om een andere dan de oorspronkelijke termijn heeft verzocht. De aanvraag gebeurt via een aangetekende brief aan het Vlaams Commissariaat voor de Media, uiterlijk zes maanden voor het verstrijken van de lopende erkenningstermijn. Art. 95.Het Vlaams Commissariaat voor de Media moet, indien het de erkenning niet wil verlengen, uiterlijk een jaar voor het verstrijken van de erkenningstermijn de telewinkelomroepen daarvan in kennis stellen via een aangetekende brief, gericht aan de voorzitter van de raad van bestuur of van de raad van beheer, op het adres van de maatschappelijke zetel. TITEL IV. - Gemeenschappelijke bepalingen HOOFDSTUK I. - Bepalingen die van toepassing zijn op alle omroepen Art. 96.§ 1. De omroepen mogen geen programma's uitzenden die de lichamelijke, geestelijke of zedelijke ontwikkeling van minderjarigen ernstig zouden kunnen aantasten, inzonderheid programma's met pornografische scènes of met nodeloos geweld. Deze bepaling geldt ook voor programma's waarop het voorgaande niet van toepassing is, maar die schade kunnen toebrengen aan de fysieke, mentale of zedelijke ontwikkeling van minderjarigen, tenzij door de keuze van het tijdstip van uitzending of door technische maatregelen gewaarborgd wordt dat minderjarigen in het zendgebied die programma's normaliter niet kunnen zien of beluisteren. Als dergelijke programma's ongecodeerd worden uitgezonden, moeten ze voorafgegaan worden door een auditieve waarschuwing. De bepalingen van het eerste en het tweede lid van deze paragraaf gelden ook voor aankondigingen van programma's die uitgezonden worden door omroepen van of erkend door de Vlaamse Gemeenschap. § 2. De programma's van de omroepen mogen niet aansporen tot haat op grond van ras, geslacht, godsdienst of nationaliteit. § 3. De Vlaamse Regering kan het doorgeven van een programma schorsen hetzij op voorstel van de Vlaamse Kijk- en Luisterraad voor radio en televisie als het een duidelijke, belangrijke en ernstige inbreuk vormt op de bepalingen van § 1, eerste of tweede lid, hetzij op voorstel van de Vlaamse Geschillenraad voor radio en televisie als het een duidelijke, belangrijke en ernstige inbreuk vormt op § 2 en als de omroep in kwestie de voorgaande twaalf maanden al ten minste tweemaal een inbreuk gepleegd heeft op dezelfde bepalingen. De Vlaamse Regering zal hiertoe vooraf de omroep in kwestie, en in geval van een omroep uit een lidstaat van de Europese Unie de Europese Commissie, schriftelijk in kennis stellen van de ten laste gelegde inbreuken en van het voornemen om beperkingen aan het doorgeven op te leggen als nogmaals een dergelijke inbreuk gepleegd wordt. Als, in geval van een buitenlandse omroep, binnen een termijn van vijftien dagen, te rekenen vanaf deze kennisgeving, overleg met de Commissie en de lidstaat van de Europese Unie van waaruit uitgezonden wordt, niet tot een minnelijke schikking heeft geleid en de ten laste gelegde inbreuk blijft doorgaan, wordt de voorlopige schorsing effectief. HOOFDSTUK II. - Bepalingen die van toepassing zijn op alle omroepen van of erkend door de Vlaamse Gemeenschap Afdeling I. - Algemene bepalingen Art. 97.§ 1. De particuliere televisieomroepen erkend door de Vlaamse Gemeenschap, zijn gemachtigd reclame, telewinkelen, sponsoring en boodschappen van algemeen nut uit te zenden. De televisieomroep van de Vlaamse Gemeenschap kan enkel reclame brengen met het oog op zelfpromotie. De televisieomroep van de Vlaamse Gemeenschap is ook gemachtigd sponsoring en boodschappen van algemeen nut te brengen. De televisieomroep van de Vlaamse Gemeenschap mag geen telewinkelen brengen. § 2. De radio-omroepen van of erkend door de Vlaamse Gemeenschap zijn gemachtigd reclame, sponsoring en boodschappen van algemeen nut uit te zenden. § 3. Het is de omroepen van of erkend door de Vlaamse Gemeenschap verboden om tegen betaling aan politieke mandatarissen of kandidaatsmandatarissen en aan politieke partijen zendtijd ter beschikking te stellen. Afdeling II. - Reclame en telewinkelen Art. 98.De reclame en telewinkelen mogen : 1° geen politieke, godsdienstige, syndicale, ideologische of filosofische strekking vertonen, noch enige discriminatie naar ras, geslacht, nationaliteit, filosofische of politieke overtuiging inhouden, noch de menselijke waardigheid aantasten;2° niet aansporen tot gedrag dat schadelijk is voor de gezondheid of de veiligheid, of voor het milieu en geen oneigenlijk gebruik maken van de argumenten gezondheid, veiligheid of milieu;3° niet rechtstreeks noch onrechtstreeks betrekking hebben op :
- a)sigaretten en tabaksproducten in welke vorm ook;
- b)geneesmiddelen en medische behandelingen die alleen op doktersvoorschrift verkrijgbaar zijn;
- c)andere goederen en diensten die door de Vlaamse Regering worden bepaald;4° niet strijdig zijn met de volgende criteria als ze betrekking hebben op alcoholhoudende dranken :
- a)ze mogen zich niet specifiek tot minderjarigen richten en mogen in het bijzonder geen minderjarigen tonen die dit soort dranken gebruiken;
- b)ze mogen geen verband leggen tussen alcoholgebruik en een verbetering van fysieke prestaties of gemotoriseerd rijden;
- c)ze mogen niet de indruk wekken dat alcoholgebruik bijdraagt tot sociale of seksuele successen;
- d)ze mogen niet suggereren dat alcoholhoudende dranken therapeutische kwaliteiten bezitten, dan wel een stimulerend, kalmerend of spanningsreducerend effect hebben;
- e)ze mogen geen onmatig alcoholgebruik aanmoedigen dan wel onthouding of matig alcoholgebruik in een negatief daglicht stellen;
- f)ze mogen niet de nadruk leggen op het hoge alcoholgehalte van dranken als positieve eigenschap;5° geen morele of fysieke schade berokkenen aan minderjarigen en moeten daarom voldoen aan de volgende criteria voor hun bescherming :
- a)ze mogen minderjarigen niet rechtstreeks tot de aankoop van een bepaald product of dienst aanzetten door te profiteren van hun onervarenheid of hun goedgelovigheid;
- b)ze mogen minderjarigen er niet rechtstreeks toe aanzetten hun ouders of anderen te overreden tot de aankoop van producten of diensten waarvoor reclame wordt gemaakt of die door telewinkelen worden aangeprezen;
- c)ze mogen niet profiteren van het speciale vertrouwen dat minderjarigen hebben in ouders, leerkrachten of anderen;
- d)ze mogen minderjarigen niet zonder reden in gevaarlijke situaties tonen;6° geen gebruik maken van subliminale technieken. Met subliminale technieken wordt bedoeld het tussenvoegen van beelden die niet voor het menselijk oog waarneembaar zijn, maar die door het onderbewustzijn opgenomen worden; 7° geen beroep doen - in noch buiten beeld - op personen van wie de mediabekendheid voortkomt uit het meewerken aan informatieve programma's en van wie het optreden aldus misleidend kan werken op de kijker of de luisteraar;8° niet strijdig zijn met de code voor reclame, telewinkelen en sponsoring,
artikel 111. Art. 99.Telewinkelen is verboden voor geneesmiddelen en voor medische behandelingen. Art. 100.Telewinkelen mag minderjarigen er niet toe aanzetten overeenkomsten te sluiten voor hetkopen of huren van goederen en diensten. Art. 101.§ 1. Reclame en telewinkelen moeten duidelijk als dusdanig herkenbaar zijn en onderscheiden zijn van de programma's. Elke verwijzing in reclame en telewinkelen naar een programma is verboden, behalve in geval van zelfpromotie. Reclame en telewinkelspots moeten worden gegroepeerd in niet-opeenvolgende tijdsblokken van beperkte duur. Op televisie moet ieder tijdsblok worden voorafgegaan en gevolgd door een visuele en/of auditieve vermelding dat het om reclame of telewinkelen gaat. Op de radio moet ieder reclameblok worden voorafgegaan en gevolgd door een duidelijk auditief signaal, bijvoorbeeld een kenwijsje. § 2. Reclame en telewinkelspots moeten tussen de programma's worden ingevoegd. Onder voorbehoud van de in § 3 tot en met § 6 vastgestelde voorwaarden, mogen reclame en telewinkelspots ook tijdens de programma's worden ingevoegd, op zodanige wijze dat de integriteit en de waarde van de programma's niet worden geschaad, waarbij er rekening wordt gehouden met de natuurlijke pauzes in de programma's en met de duur en de aard ervan, en er geen afbreuk wordt gedaan aan de rechten van de rechthebbenden. § 3. Bij uit zelfstandige onderdelen samengestelde programma's of bij sportprogramma's en op soortgelijke wijze gestructureerde evenementen en opvoeringen met pauzes, mogen er alleen tussen de zelfstandige onderdelen of tijdens de pauzes reclame en telewinkelspots worden ingevoegd. § 4. Audiovisuele producties zoals bioscoopfilms en televisiefilms (met uitzondering van series, feuilletons, amusementsprogramma's en documentaires) mogen één keer per volledig tijdvak van 45 minuten worden onderbroken, mits de geprogrammeerde duur ervan meer dan 45 minuten bedraagt. Documentaires en actualiteitenmagazines waarvan de geprogrammeerde duur minder dan 30 minuten bedraagt, mogen niet door reclame of telewinkelen worden onderbroken. § 5. Als andere programma's dan die welke bedoeld worden in § 3, § 4 en § 6 door reclame en telewinkelspots worden onderbroken, moet een tijdvak van ten minste twintig minuten verlopen tussen iedere opeenvolgende onderbreking binnen de programma's. § 6. In programma's van religieuze erediensten, in godsdienstige en levensbeschouwelijke programma's, in journaals en in kinderprogramma's mag geen reclame of telewinkelen worden ingelast. In de onmiddellijke omgeving van kinderprogramma's mag geen reclame of telewinkelen worden uitgezonden. Met onmiddellijke omgeving wordt bedoeld binnen een tijdsbestek van vijf minuten voor en na het kinderprogramma. § 7. De Vlaamse Regering bepaalt de maximale duur van de reclame en telewinkelspots, evenals het maximale aantal tijdsblokken per uur en per dag, met dien verstande dat : 1° voor alle omroepen van of erkend door de Vlaamse Gemeenschap, met uitzondering van de regionale omroepen en de telewinkelomroepen :
- a)de zendtijd voor reclame en telewinkelspots niet meer mag bedragen dan 15 procent van de dagelijkse zendtijd;
- b)de zendtijd voor reclame en telewinkelspots binnen een periode van één uur niet meer dan 20 procent mag bedragen;2° voor de regionale omroepen de zendtijd voor reclame en telewinkelspots niet meer mag bedragen dan 15 procent van de jaarlijkse zendtijd, met een maximum van zeshonderd uur;3° voor de telewinkelomroepen de zendtijd voor reclame niet meer mag bedragen dan 15 procent van de dagelijkse zendtijd. Voor de toepassing van deze paragraaf, met uitzondering van de regionale omroepen, omvat reclame tevens de betaalde boodschappen van algemeen nut. Voor de toepassing van deze paragraaf omvat reclame niet :
- a)aankondigingen door de omroepen in verband met eigen programma's en met rechtstreeks daarvan afgeleide ondersteunende producten;
- b)mededelingen van de overheid en humanitaire verenigingen die gratis worden uitgezonden. Met het oog op wat voorafgaat, moeten de omroepen van of erkend door de Vlaamse Gemeenschap, met uitzondering van de regionale omroepen, het Vlaams Commissariaat voor de Media meedelen welke boodschappen van algemeen nut ze gratis uitzenden. § 8. De bepalingen van § 2 tot en met § 5 zijn niet van toepassing op reclame die wordt uitgezonden door radio-omroepen. Als de programma's die worden uitgezonden door radio-omroepen door reclame worden onderbroken, moet tussen iedere opeenvolgende onderbreking binnen de programma's een tijdvak verlopen van ten minste tien minuten. Art. 102.Televisieomroepen die niet uitsluitend telewinkelprogramma's uitzenden, kunnen telewinkelen uitzenden in de vorm van blokken, onder de volgende voorwaarden : 1° de blokken moeten zonder onderbreking minimaal vijftien minuten in beslag nemen;2° het maximale aantal blokken per dag bedraagt acht met een maximale totale duur van drie uur;3° de blokken moeten door visuele en auditieve middelen duidelijk herkenbaar worden gemaakt als blokken voor telewinkelen;4° de blokken mogen niet tussen de programmaonderdelen worden ingevoegd;5° in de onmiddellijke omgeving van kinderprogramma's mogen geen telewinkelblokken worden uitgezonden.Met onmiddellijke omgeving wordt bedoeld binnen een tijdsbestek van vijftien minuten voor en na het kinderprogramma. Art. 103.De reclame mag niet worden beperkt tot de goederen of de diensten van één commercièleof financièle groep, noch een exclusiviteit verlenen aan een bepaald product of een bepaalde dienst. Ze mag adverteerders niet discrimineren op grond van hun publiekrechtelijke of privaatrechtelijke statuut. Art. 104.Sluikreclame en verkapt telewinkelen zijn verboden. Art. 105.§ 1. Met behoud van de toepassing van artikel 101, § 1, en artikel 104 mogen de programma's geen reclame, in welke vorm dan ook, bevatten, tenzij die niet te vermijden is. Niet te vermijden reclame is reclame die behoort tot de gewone leefomgeving of het gewone straatbeeld en die zonder opzet en zonder nadruk in een programma voorkomt. § 2. Het tonen van naam, merk of logo bij verslaggeving van sportwedstrijden of cultuurmanifestaties wordt als niet te vermijden beschouwd. Bij opnamen door of in opdracht van een televisieomroep mag het uitsluitend om niet-overheersende beelden gaan die niet veelvuldiger, niet langer of niet groter in beeld worden gebracht dan voor een goed verslag van het evenement noodzakelijk is. § 3. In een televisieprogramma is het een televisieomroep verboden inzake het vertonen van producten of diensten met de bedoeling ze als prijs ter beschikking te stellen, de presentatie ervan te benadrukken door bewegende beelden, door visuele accenten, door bijkomende vermelding of vergroting van merk en/of logo op het scherm of door bijkomende auditieve vermeldingen. Beelden zonder accentuering van merk en/of logo zijn wel toegestaan evenals een korte technische beschrijving zonder enige argumentatie. Auditieve vermelding van naam en/of logo mag als het merk en/of logo niet wordt getoond. De prijzen mogen maximaal twee keer worden getoond of vermeld. In aankondigingsspots is het tonen en/of vermelden van prijzen verboden. § 4. In een radioprogramma is inzake het vermelden van producten of diensten met de bedoeling ze als prijs ter beschikking te stellen, het vermelden van naam of merk van het product of de dienst of van degene die de prijs aanbiedt, toegestaan op voorwaarde dat er geen gebruik wordt gemaakt van aanprijzingstechnieken. De vermelding mag maximaal twee keer voorkomen. § 5. Naam- en merkvermeldingen van producten en diensten, zonder de bedoeling ze als prijs ter beschikking te stellen in andere programma's, kunnen worden aanvaard als ze voor het programma inhoudelijk verantwoord en noodzakelijk zijn. Afdeling III. - Sponsoring Art. 106.§ 1. De gesponsorde programma's moeten aan het begin en/of het einde duidelijk als gesponsorde programma's worden gekenmerkt. De sponsorvermelding mag uitsluitend de naam van de sponsor, de handelsnaam, het logo, het product, de naam van het product, de dienst of de naam van de dienst bevatten. Klank- of beeldherkenningstekens van of verbonden aan de sponsor zijn toegestaan. De vermelding mag geanimeerd zijn en mag niet langer dan vijf seconden per sponsor en tien seconden in totaal bedragen. In de onmiddellijke omgeving van kinderprogramma's mag geen sponsorvermelding plaatsvinden. Met onmiddellijke omgeving wordt bedoeld binnen een tijdsbestek van vijf minuten voor en na het kinderprogramma. § 2. De sponsorvermelding mag voorkomen aan het begin en/of het einde van een programmaonderdeel. De vermelding blijft beperkt tot de naam van de sponsor, de handelsnaam, het logo, het product, de naam van het product, de dienst of de naam van de dienst. De vermelding mag niet geanimeerd zijn en mag niet langer dan vijf seconden duren. § 3. Bij sportwedstrijden en bij op soortgelijke wijze gestructureerde evenementen en opvoeringen met pauzes mag de sponsorvermelding,
§ 1
, tweede lid, tussen de zelfstandige onderdelen of tijdens de pauzes geanimeerd zijn. §
- Tijdens sportwedstrijden zijn sponsorvermeldingen toegestaan bij het tonen van tijdsaanduidingen en weergave van de stand. De sponsorvermelding mag uitsluitend de naam van de sponsor, de handelsnaam, het logo, het product, de naam van het product, de dienst of de naam van de dienst bevatten. De vermelding mag geanimeerd zijn en mag niet langer dan vijf seconden duren. §
- In de aankondigingsspots mag melding worden gemaakt van de sponsors. De vermelding mag uitsluitend de naam van de sponsor, de handelsnaam, het logo, het product, de naam van het :product, de dienst of de naam van de dienst bevatten. Deze vermelding mag geanimeerd zijn en mag niet langer dan vijf seconden per sponsor en tien seconden in totaal bedragen. §
- Andere sponsorvermeldingen dan die welke bredoeld worden in § 1 tot en met § 5 zijn verboden. Art. 107.§
- Programma's mogen niet worden gesponsord door ondernemingen waarvan de activiteit bestaat in de productie of verkoop van sigaretten en andere tabaksproducten. §
- Bij het sponsoren van programma's door ondernemingen waarvan de activiteiten de productie of verkoop van geneesmiddelen en medische behandelingen omvatten, mag de naam of het imago van de onderneming worden aangeprezen, maar mogen geen specifieke geneesmiddelen of medische behandelingen worden aangeprezen die in België alleen op doktersvoorschrift verkrijgbaar zijn. Art. 108.Sponsoring is onderworpen aan dezelfde voorwaarden als
artikel
- Art. 109.Gesponsorde programma's of programmaonderdelen : 1° mogen inhoudelijk en wat hun plaats in het uitzendschema betreft nooit dusdanig door de sponsor worden beïnvloed dat daardoor de verantwoordelijkheid en de redactionele onafhankelijkheid van de omroep ten aanzien van de programma's of programmaonderdelen worden aangetast;2° mogen niet aansporen tot aankoop of huur van producten of diensten van de sponsor of van derden, in het bijzonder door specifieke aanprijzingen van die producten of diensten. Journaals en politieke informatieprogramma's of -programmaonderdelen mogen niet worden gesponsord. Afdeling IV. - Boodschappen van algemeen nut Art. 110.De boodschappen van algemeen nut moeten duidelijk herkenbaar zijn en onderscheiden zijn van de programma's. Ze worden voorafgegaan en gevolgd door een passende aankondiging dat het om een boodschap van algemeen nut gaat. Afdeling V. - Code voor reclame en sponsoring op radio en televisie Art. 111.De Vlaamse Regering stelt een code voor reclame en sponsoring op radio en televisie op en legt die ter bekrachtiging voor aan het Vlaams Parlement. HOOFDSTUK III. - Bepalingen die van toepassing zijn op alle televisieomroepen van of erkend door de Vlaamse Gemeenschap Art. 112.De televisieomroepen van of erkend door de Vlaamse Gemeenschap melden elk jaar voor 31 maart aan het Vlaams Commissariaat voor de Media alle omroepprogramma's of diensten van derden die, hoewel ze geen deel uitmaken van het eigen omroepprogramma van de televisieomroep, worden doorgegeven, al dan niet in gecodeerde vorm, via het kanaal waarop ook het eigen erkende omroepprogramma van de televisieomroep wordt doorgegeven. Art. 113.De televisieomroepen mogen geen cinematografische werken uitzenden buiten de met de rechthebbenden overeengekomen perioden. Art. 114.De Vlaamse Regering kan aan de televisieomroepen van of erkend door de Vlaamse Gemeenschap technische voorschriften opleggen. HOOFDSTUK IV. - Bepalingen die van toepassing zijn op de televisieomroep van de Vlaamse Gemeenschap en de televisieomroepen die door de Vlaamse Gemeenschap zijn erkend op basis van artikel 58, 1°, 3°, 4° en 5° Art. 115.De televisieomroep van de Vlaamse Gemeenschap en de televisieomroepen die door de Vlaamse Gemeenschap zijn erkend op basis van artikel 58, 1°, 3°, 4° en 5°, streven ernaar om het grootste deel van hun zendtijd die niet aan nieuws, sport, spel, reclame, teletekst en telewinkelen gewijd is, te besteden aan Europese producties. Een aanzienlijk deel ervan moet worden besteed aan Nederlandstalige Europese producties. De Vlaamse Regering kan hiervoor quota opleggen. Art. 116.De televisieomroep van de Vlaamse Gemeenschap en de televisieomroepen die door de Vlaamse Gemeenschap zijn erkend op basis van artikel 58, 1°, 3°, 4° en 5°, streven ernaar om ten minste 10 procent van hun zendtijd die niet aan nieuws, sport, spel, reclame, teletekst en telewinkelen gewijd is, te besteden aan Europese producties die vervaardigd zijn door van de televisieomroepen onafhankelijke producenten. Een aanzienlijk deel ervan moet worden besteed aan recente producties. Dat zijn producties die binnen een periode van 5 jaar nadat ze gemaakt zijn, worden uitgezonden. Er moet voldoende ruimte worden gemaakt voor recente Europese Nederlandstalige producties. De Vlaamse Regering kan hiervoor quota opleggen. Art. 117.De televisieomroep van de Vlaamse Gemeenschap en de televisieomroepen die door de Vlaamse Gemeenschap zijn erkend op basis van artikel 58, 1°, 3°, 4° en 5°, bezorgen elk jaar voor 31 maart aan het Vlaams Commissariaat voor de Media een verslag over de wijze waarop aan de bepalingen van artikel 115 en 116 is voldaan. TITEL V. - De zend- en transportvergunningen Art. 118.§
- Niemand mag zendapparatuur bezitten of exploiteren zonder schriftelijke zendvergunning en/of transportvergunning, uitgereikt door het Vlaams Commissariaat voor de Media. De zendvergunning en de transportvergunning zijn persoonlijk en mogen aan een derde pas worden overgedragen na het schriftelijke akkoord van het Vlaams Commissariaat voor de Media. §
- Onverminderd het gestelde in § 5 mag het Vlaams Commissariaat voor de Media uitsluitend een zendvergunning en/of transportvergunning toekennen aan de erkende particuliere omroepen. §
- De Vlaamse Regering bepaalt de modaliteiten en de procedure voor het aanvragen, het wijzigen, het schorsen, of het intrekken van de zendvergunningen. De zendvergunning geldt voor de duur van de erkenning van de particuliere omroepen. Het opschorten of intrekken van de erkenning van de particuliere omroepen heeft het opschorten of het intrekken van de zendvergunning tot gevolg. §
- De Vlaamse Regering bepaalt de modaliteiten en de procedure voor het aanvragen, het wijzigen, het schorsen of het intrekken van de transportvergunning en de duur van de transportvergunning. §
- De vergunningen,
§ 1, zijn niet vereist voor de openbare omroep van de Vlaamse Gemeenschap.
De Vlaamse Regering stelt die omroep de frequenties ter beschikking die hij nodig heeft voor het exploiteren van zijn zendapparatuur. Art. 119.De Vlaamse Regering stelt de specifieke politieverordeningen vast die de omroepen aanbelangen. Art. 120.De Vlaamse Regering bepaalt de specifieke technische voorschriften van de vergunningen. Art. 121.De Vlaamse Regering stelt het bedrag vast dat moet worden betaald door de titularissen van de vergunningen voor de dekking van de kosten voor het uitreiken, het wijzigen of het toezicht op de vergunningen. Ze bepaalt de betalingsmodaliteiten van deze rechten. TITEL VI. - De elektronische communicatienetwerken HOOFDSTUK I. - Gemeenschappelijke bepalingen Art. 122.Het Vlaams Commissariaat voor de Media bepaalt de relevante geografische markten voor producten en diensten in de sector van de elektronische communicatienetwerken en -diensten. Art. 123.§
- Na elke bepaling van de relevante geografische markten voert het Vlaams Commissariaat voor de Media een analyse van deze markten uit om te bepalen of ze daadwerkelijk concurrerend zijn. §
- Als het Commissariaat vaststelt dat een relevante markt daadwerkelijk concurrerend is, kan het geen enkele van de in artikel 125 opgesomde verplichtingen opleggen of handhaven. §
- Als het Commissariaat vaststelt dat een relevante markt niet daadwerkelijk concurrerend is, gaat het na welke ondernemingen op die markt een aanmerkelijke marktmacht hebben, en legt het waar passend aan deze ondernemingen één of meer van de in artikel 125 genoemde verplichtingen op. Een onderneming wordt geacht een aanmerkelijke marktmacht te hebben wanneer zij, alleen of samen met andere, een economische kracht bezit die haar in staat stelt zich in belangrijke mate onafhankelijk van haar concurrenten, klanten en consumenten te gedragen. Voor elke relevante markt publiceert het Commissariaat de lijst van ondernemingen met aanmerkelijke marktmacht, met vermelding van de verplichtingen die met toepassing van het eerste lid van deze paragraaf aan elk van die ondernemingen zijn opgelegd. Art. 124.De verplichtingen, opgesomd in artikel 125, worden niet opgelegd aan ondernemingen die niet zijn aangewezen als ondernemingen met een aanmerkelijke marktmacht. In afwijking van het eerste lid kan het Vlaams Commissariaat voor de Media die verplichtingen toch opleggen :aan : - ondernemingen die niet zijn aangewezen als ondernemingen met aanmerkelijke marktmacht als dat noodzakelijk is om aan internationale verbintenissen te voldoen; - aan alle ondernemingen die de toegang tot eindgebruikers controleren, in zoverre dat noodzakelijk is om eind-tot-eindverbindingen te waarborgen. Aanbieders van elektronische communicatienetwerken kunnen door het Commissariaat verplicht worden, als dat noodzakelijk is om de toegang van eindgebruikers tot gespecificeerde digitale radio- en televisieomroepdiensten te waarborgen, toegang tot de in artikel 145 bedoelde applicatieprogramma-interfaces en elektronische programmagidsen aan te bieden tegen billijke, redelijke en niet-discriminerende voorwaarden. Art. 125.§
- Het Vlaams Commissariaat voor de Media kan aan elke onderneming met aanmerkelijke marktmacht een of meer van de volgende verplichtingen opleggen : 1° verplichtingen tot transparantie met betrekking tot interconnectie en/of toegang.Het Commissariaat preciseert in dit verband welke informatie beschikbaar moet worden gesteld, hoe gedetailleerd ze moet zijn en op welke wijze ze moet worden gepubliceerd; 2° verplichtingen inzake non-discriminatie met betrekking tot interconnectie en/of toegang;3° verplichtingen tot het voeren van gescheiden boekhoudingen met betrekking tot bepaalde met interconne