Kort samengevat
Dit besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering keurt het richtplan van aanleg "Delta-Herrmann-Debroux" goed. Dit plan is een nieuw instrument voor ruimtelijke ordening dat de inrichting van een specifieke zone in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest regelt.
Wat het reguleert
- De grote inrichtingsprincipes, zoals geplande bestemmingen en structurering van wegen.
- De openbare ruimtes en het landschap.
- De kenmerken van bouwwerken en de bescherming van erfgoed.
- Mobiliteit en parkeermogelijkheden binnen de perimeter.
Wie het aanbelangt
- De gemeenten Oudergem, Watermaal-Bosvoorde, Elsene en de stad Brussel, aangezien de perimeter zich over hun grondgebied uitstrekt.
- Ontwikkelaars en bewoners binnen de perimeter "Delta-Herrmann-Debroux", die wordt gekenmerkt door de aanwezigheid van de E411 en de Vorstlaan.
Kernpunten
- Het richtplan van aanleg (RPA) is een nieuw gewestelijk planningsinstrument dat strategische doelen en verordenende voorschriften combineert.
- De perimeter van het plan omvat de wegbedding van de E411, zijn viaducten, aangrenzende wegen en hun omgeving vanaf de gewestgrens tot aan de Beaulieulaan.
- De perimeter omvat ook specifieke sites zoals de Triomfsite, Deltasite, Driehoeksite, Beaulieusite en Demeysite.
- De site "Delta-Herrmann-Debroux" is een prioritaire ontwikkelingspool van het gewestelijk ontwikkelingsplan, vanwege de toegankelijkheid en het ontwikkelingspotentieel.
Wettekst
28 APRIL
- - Besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering tot goedkeuring van het richtplan van aanleg "Delta-Herrmann-Debroux" De Brusselse Hoofdstedelijke Regering, Gelet op artikel 39 van de Grondwet; Gelet op de bijzondere wet van 8 augustus 1980Relevante gevonden documenten type wet prom. 08/08/1980 pub. 11/12/2007 numac 2007000980 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Bijzondere wet tot hervorming der instellingen. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten tot hervorming der instellingen, inzonderheid op de artikelen 6, § 1, I, 1° en 20; Gelet op de bijzondere wet van 12 januari 1989 met betrekking tot de Brusselse instellingen, inzonderheid op artikel 8; Gelet op het Brussels Wetboek van Ruimtelijke Ordening, inzonderheid op de artikelen 30/1 tot 30/11 ingevoegd door de ordonnantie van 30 november 2017 tot hervorming van het Brussels Wetboek van Ruimtelijke Ordening en de ordonnantie van 5 juni 1997 betreffende de milieuvergunningen en tot wijziging van aanverwante wetgevingen; Gelet op het ministerieel besluit van 8 mei 2018Relevante gevonden documenten type ministerieel besluit prom. 08/05/2018 pub. 14/05/2018 numac 2018031017 bron brussels hoofdstedelijk gewest Ministerieel besluit houdende instructie om over te gaan tot de uitwerking van het Richtplan van Aanleg voor de zone "Delta-Herrmann-Debroux" sluiten houdende instructie om over te gaan tot de uitwerking van een ontwerp van het richtplan van aanleg voor de zone "Herrmann-Debroux"; Overwegende dat de voornoemde bepalingen van het BWRO een nieuw gewestelijk planningsinstrument invoeren in het ruimtelijke ordeningsrecht van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, het richtplan van aanleg (RPA) genaamd; Dat dit instrument een synthese van de bestaande instrumenten beoogt te zijn door het strategische doel van de richtschema's te integreren en een verordenend luik op te nemen dat erop gericht is de verwezenlijking van de strategische doelstellingen van het Gewest te verzekeren door ze formeel vast te leggen in geschreven en grafische voorschriften; Dat het RPA de grote inrichtingsprincipes aangeeft, met onder meer de geplande bestemmingen, de structurering van de wegen, de openbare ruimtes en het landschap, de kenmerken van de bouwwerken, de bescherming van het erfgoed, de mobiliteit en de parkeermogelijkheden. Gelet op het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 3 mei 2001Relevante gevonden documenten type besluit van de brusselse hoofdstedelijke regering prom. 03/05/2001 pub. 16/06/2001 numac 2001031193 bron ministerie van het brussels hoofdstedelijk gewest Besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering houdende sommige bepalingen betreffende het personeel van Net Brussel, Gewestelijk Agentschap voor Netheid sluiten tot goedkeuring van het gewestelijk bestemmingsplan; Gelet op het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 12 september 2013Relevante gevonden documenten type besluit van de brusselse hoofdstedelijke regering prom. 12/09/2013 pub. 23/09/2013 numac 2013031753 bron brussels hoofdstedelijk gewest Besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering tot wijziging van het besluit van 30 november 2006 tot organisatie van het fonds van Openbaar Beheersrecht type besluit van de brusselse hoofdstedelijke regering prom. 12/09/2013 pub. 03/10/2013 numac 2013031758 bron brussels hoofdstedelijk gewest Besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering tot wijziging van het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 28 maart 2013 houdende de aanstelling van effectieve en plaatsvervangende leden van het Overlegplatform voor de Werkgelegenheid type besluit van de brusselse hoofdstedelijke regering prom. 12/09/2013 pub. 01/10/2013 numac 2013031764 bron brussels hoofdstedelijk gewest Besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering tot aanwijzing van de door de Regering gemachtigde personen om deel te nemen aan de hoorzitting in het kader van het beroep bij de Regering sluiten tot goedkeuring van het bijzonder bestemmingsplan "BBP DELTA Partim 13"; Gelet op het koninklijk besluit van 8 maart 1988 tot goedkeuring van het bijzonder bestemmingsplan "BBP nr. 20 / 21 DEMEY - MERJAY"; Gelet op het koninklijk besluit van 10 maart 1987 tot goedkeuring van het bijzonder bestemmingsplan "BBP nr. 42 HUIZENBLOK TUSSEN DE WAVERSESTEENWEG, DE HUGO VAN DER GOESLAAN EN DE CA. SCHALLERLAAN EN DE GRENS VAN HET ZONIENWOUD"; Gelet op het koninklijk besluit van 8 februari 1985 tot goedkeuring van het bijzonder bestemmingsplan "BBP nr. 6 WIJK KONINKLIJKE JACHT"; Gelet op het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 21 november 2006Relevante gevonden documenten type besluit van de brusselse hoofdstedelijke regering prom. 21/11/2006 pub. 19/12/2006 numac 2006031598 bron ministerie van het brussels hoofdstedelijk gewest Besluit van de Regering van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest tot goedkeuring van de Titels I tot VIII van de Gewestelijke Stedenbouwkundige Verordening, van toepassing op het volledige grondgebied van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest sluiten tot goedkeuring van de Titels I tot VIII van de Gewestelijke Stedenbouwkundige Verordening, van toepassing op het volledige grondgebied van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest; Gelet op het koninklijk besluit van 2 december 1959 houdende bescherming als landschap van het Zoniënwoud op het grondgebied van Oudergem; Gelet op het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 29 mei 1997Relevante gevonden documenten type besluit van de brusselse hoofdstedelijke regering prom. 29/05/1997 pub. 21/02/1998 numac 1998031083 bron ministerie van het brussels hoofdstedelijk gewest Besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering tot vervanging van twee leden van de Gewestelijke Ontwikkelingscommissie sluiten tot bescherming als landschap van de Massarttuin te Oudergem; Gelet op het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 22 september 1995 tot inschrijving op de bewaarlijst als landschap van de vijver aan de Kleine Wijngaardstraat te Oudergem; Gelet op het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 14 april 2016Relevante gevonden documenten type besluit van de brusselse hoofdstedelijke regering prom. 14/04/2016 pub. 13/05/2016 numac 2016031309 bron brussels hoofdstedelijk gewest Besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering tot aanwijzing van het Natura 2000-gebied - BE1000001 : « Het Zoniënwoud met bosranden en aangrenzende beboste domeinen en de vallei van de Woluwe - complex Zoniënwoud - Vallei van de Woluwe » sluiten tot aanwijzing van het Natura 2000-gebied - BE1000001: "Het Zoniënwoud met linten en aangrenzende beboste domeinen en de vallei van de Woluwe - complex Zoniënwoud - Vallei van de Woluwe"; Gelet op het samenwerkingsakkoord van 17 juni 1991 tussen het Vlaamse Gewest, het Waalse Gewest en het Brusselse Hoofdstedelijk Gewest betreffende de gewestgrens-overschrijdende wegen; Gelet op de adviesaanvraag van 10 oktober 2019 aan het Vlaams Gewest; Gelet op het advies van het Vlaams Gewest, departement omgeving, van 15 november 2019; Gelet op het besluit van de Brusselse regering van 12 juli 2018 tot goedkeuring van het gewestelijk ontwikkelingsplan; Gelet op het gunstige advies van het Gewestelijk Comité voor Territoriale Ontwikkeling van 3 mei 2019; Gelet op het verslag met een synthese van de opmerkingen die tijdens de informatie- en participatiefase voorafgaand aan de goedkeuring van het ontwerpplan werden verzameld; Gelet op het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 16 mei 2019Relevante gevonden documenten type ministerieel besluit prom. 08/05/2018 pub. 14/05/2018 numac 2018031017 bron brussels hoofdstedelijk gewest Ministerieel besluit houdende instructie om over te gaan tot de uitwerking van het Richtplan van Aanleg voor de zone "Delta-Herrmann-Debroux" sluiten1 tot goedkeuring van het ontwerp van het richtplan van aanleg en het milieueffectenrapport; Gelet op het advies van de gemeenteraden van de gemeenten van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest: *Gemeenteraad van de gemeente Oudergem van 28 november 2019; * Gemeenteraad van de stad Brussel van 2 december 2019, * Gemeenteraad van de gemeente Etterbeek van 18 november 2019; * Gemeenteraad van de gemeente Elsene van 19 december 2019; * Gemeenteraad van de gemeente Watermaal-Bosvoorde van 19 november 2019; * Gemeenteraad van de gemeente Sint-Lambrechts-Woluwe van 18 november 2019; Gelet op het advies van de Economische en Sociale Raad voor het Brussels Hoofdstedelijk Gewest van 21 november 2019; Gelet op het advies van de Raad voor het Leefmilieu van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest van 13 november 2019; Gelet op het advies van de Koninklijke Commissie voor Monumenten en Landschappen van 25 november 2019; Gelet op het advies van de Gewestelijke Mobiliteitscommissie van 13 november 2019; Gelet op het advies van het bestuur bevoegd voor territoriale planning van 20 november 2019; Gelet op het advies van het Brussels Instituut voor Milieubeheer (Leefmilieu Brussel) van 19 november 2019; Gelet op de bezwaren en opmerkingen geformuleerd tijdens het openbaar onderzoek over het ontwerp van het richtplan van aanleg, dat van 10 oktober tot 9 december 2019 conform artikel 30/5 § 1 van het BWRO plaatsvond in de gemeenten Oudergem, Watermaal-Bosvoorde, Elsene, Sint-Pieters-Woluwe, Sint-Lambrechts-Woluwe, Ukkel, Etterbeek en de stad Brussel; Gelet op het advies van de Gewestelijke Ontwikkelingscommissie van 9 juli 2020 dat volledig is opgenomen in bijlage 2 van dit besluit; Gelet op het advies van 8 september 2021 van de afdeling Wetgeving van de Raad van State; Inhoudsopgave I. Perimeter van de site "Delta-Herrmann-Debroux" II. Inhoud van het ontwerp van het richtplan van aanleg III. Doelstellingen van het gewestelijk plan voor duurzame ontwikkeling die worden nagestreefd door het ontwerp van het richtplan van aanleg IV. Ambities van het ontwerp-RPA V. Specifieke stedenbouwkundige principes van het ontwerp van RPA VI. Milieueffectrapport VII. Voorafgaand informatie- en participatieproces VIII. Samenvatting van de adviezen en van de bezwaren en opmerkingen geformuleerd in het kader van het openbaar onderzoek en van de manier waarop de regering ze in aanmerking genomen heeft IX. Samenvatting van de manier waarop de milieuoverwegingen in het plan werden geïntegreerd X. Redenen van de keuzen van het plan zoals het is goedgekeurd, rekening houdend met de andere beschouwde redelijke oplossingen XI. Opvolging van het RPA XII. Evaluatierapport `gelijkekansentest' I. Perimeter van de site "Delta-Herrmann-Debroux" Overwegende dat dit ontwerpplan betrekking heeft op een perimeter die wordt gekenmerkt door de aanwezigheid van de E411 en de Vorstlaan, waaraan verschillende regionale sites zijn gehecht en waarvan de stedelijke ontwikkeling moet worden georganiseerd; Dat deze perimeter overeenkomt met de perimeter van het ministerieel besluit van 8 mei 2018Relevante gevonden documenten type ministerieel besluit prom. 08/05/2018 pub. 14/05/2018 numac 2018031017 bron brussels hoofdstedelijk gewest Ministerieel besluit houdende instructie om over te gaan tot de uitwerking van het Richtplan van Aanleg voor de zone "Delta-Herrmann-Debroux" sluiten; Dat dit ontwerp de wegbedding van de E411, zijn viaducten, de aangrenzende wegen en hun omgeving omvat vanaf de gewestgrens tot aan de Beaulieulaan; Dat het ook aanpalende sites omvat, namelijk; -de Triomfsite, gelegen tussen de Triomflaan, de Jules Cockxlaan en de spoorlijn L26; - de Deltasite, gelegen tussen de spoorlijn L26, de Charles Michielslaan en de Jules Cockxlaan; - de Driehoeksite, gelegen tussen de spoorlijnen L26, L26/2 en L161 ten zuiden van de Triomflaan; - de Beaulieusite, die momenteel door de kantoren van de Europese Commissie wordt gebruikt; - de Demeysite, die momenteel wordt ingenomen door het retailpark van Redevco; Dat deze perimeter ook de woonpercelen gelegen tegenover het gemeentelijke stadion van Oudergem omvat; Dat deze perimeter zich uitstrekt over het grondgebied van de gemeenten Oudergem en Watermaal-Bosvoorde, alsook tot aan de grens van het grondgebied van de gemeente Elsene en van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest; Dat hij deel uitmaakt van de breuk van verschillende wijken in de Brusselse rand; Dat hij een van de belangrijkste invalswegen van het gewestelijk grondgebied omvat, die een van de voornaamste autowegen verbindt met de middenring; Dat het strategische luik, hoewel het de grote principes en belangrijkste gedragslijnen voor de inrichting van de betrokken perimeter vermeldt, om een coherent geheel te creëren voorstellen bevat die een invloed hebben buiten de perimeter; Overwegende dat de in de perimeter van het ontwerpplan opgenomen site een prioritaire ontwikkelingspool is van het op 12 juli 2018 goedgekeurde gewestelijk ontwikkelingsplan, met name vanwege zijn opmerkelijke toegankelijkheid en grote ontwikkelingspotentieel, alsook vanwege de zones van gewestelijk belang die er deel van uitmaken, zoals de kantoren van de Europese Commissie, de MIVB-stelplaats, de ontradingsparkings en de Driehoek; Dat het gewestelijk ontwikkelingsplan bepaalt dat de urbanisatie van de ontwikkelingspolen zal worden gerealiseerd door de uitwerking van het richtplan van aanleg (RPA), een nieuw strategisch en regelgevend instrument voor de gewestplanning; Dat het gewestelijk ontwikkelingsplan benadrukt dat de harmonieuze en coherente inrichting van de site Delta Herrmann-Debroux een totaalvisie vereist op deze toegangspoort en een gefaseerde programmering, met dien verstande dat sommige delen van de site al in renovatie of zelfs reconversie zijn om ze om te vormen tot een stadsboulevard die de twee gebieden aan weerszijden van de hoofdstedelijke weg weer met elkaar verbindt; Overwegende dat de site overeenstemt met de site Delta-Herrmann-Debroux die de regering onder de naam "pool Delta-Vorst" in haar algemene beleidsverklaring 2014-2019 heeft gekozen als een van de tien nieuwe te creëren wijken om de ontwikkelingsuitdagingen van het Gewest het hoofd te bieden, namelijk: betaalbare en aangepaste woningen bouwen die beantwoorden aan de doelstelling van de sociale mix, nieuw openbare ruimten en voorzieningen van algemeen belang, de vestiging van nieuwe ondernemingen in Brussel bevorderen, een goede bereikbaarheid met het openbaar vervoer waarborgen en de systematische aanleg van een gescheiden fietsnet; Dat de regering in dit verband verklaart: "De site Delta-Herrmann-Debroux beschikt als zuidoostelijke toegangspoort tot het Gewest over talrijke troeven. Het gebied bestaat uit drie strategische polen: de universiteitscampus VUB-ULB, de "Deltadriehoek", die openbaar eigendom is, en de omgeving van het Herrmann-Debroux-viaduct. Deze 3 gebieden hebben nood aan een globale visie met het oog op een harmonieuze en coherente ontwikkeling."; Overwegende dat de E411 als toegangspoort een infrastructuur is die momenteel uitsluitend bestemd is voor auto's en diverse overlast veroorzaakt, met name op het vlak van lawaai en vervuiling; Dat deze hoofdstedelijke weg met zijn viaducten een fysieke en landschappelijke barrière vormt en een stedelijke breuklijn schept die de aangrenzende wijken scheidt; Overwegende dat de toegang tot de stad via de E411 geherconfigureerd moet worden op basis van een meer stedelijke en actuele visie; Dat de herconfiguratie van de E411 plaats moet geven aan het openbaar vervoer en actieve vervoersmodi; Overwegende dat het Brussels Gewest een aanhoudende demografische groei kent; dat gelet op de statistieken en prognoses van de Federale Overheidsdienst (Planbureau) en het Brussels Instituut voor Statistiek en Analyse (BISA) deze groei zich waarschijnlijk tot het midden van de 21ste eeuw zal voortzetten; dat het mobiliseren van de beschikbare terreinen en de beantwoording van de huidige en toekomstige behoeften op het vlak van huisvesting, voorzieningen en bijbehorende diensten onmisbaar is; Overwegende dat de Deltadriehoek een braakliggend spoorwegterrein is; Dat dit terrein eigendom is van de Maatschappij voor Stedelijke Inrichting; Dat de behoefte bestaat om hier onder meer openbare logistieke functies van regionaal belang onder te brengen; Dat het essentieel is voor het Gewest om een stedelijke vorm te vinden die het mogelijk maakt om grote infrastructuur en voorzieningen te integreren in de moeilijke topografische context van de Deltadriehoek; Overwegende dat de transitparking van Delta te ver afligt van het Gewest en zijn functie van transitparking daardoor niet adequaat vervult; Dat deze site een gewestelijk eigendom is; Dat deze site woningen kan ontvangen in een nieuwe wijk en zo een antwoord kan bieden op een van de uitdagingen in Brussel; Overwegende dat de administratieve Triomfsite een belangrijk communicatieknooppunt is en zich in een strategische positie bevindt voor de creatie van een stedelijke identiteit en een gemengd gebruik; Dat er een grote leegstand is in de kantoren in de tweede kroon van het Gewest en dat het de bedoeling is om bepaalde gebouwen om te vormen tot woningen, met name op de site Triomf; Overwegende dat de administratieve Beaulieusite bestaat uit een aaneengesloten gevel van 600 m kantoren zonder porositeit; Dat het streven is om hier een grotere stedelijke mix te creëren en doorsteken te maken door de percelen; Overwegende dat de commerciële Demeysite geconfigureerd is als een "retail park" aan de rand van de stad met een grote onoverdekte parkeerplaats; Dat deze site het potentieel heeft voor de ontwikkeling van een stadswijk met meer gemengde functies (waaronder huisvesting) en openbare ruimtes, waardoor het blauwe en groene netwerk van dit deel van het grondgebied meer tot zijn recht komt en de waterlopen en landschappen er worden geherwaardeerd; Overwegende dat de bij de toegang tot de stad aanwezige gebouwen, tegenover het stadion, kleinschalig zijn; Dat in het geval van een echte reconversie van de toegangspoort dit gebied gebaat zou zijn bij een meer stedelijk karakter en een redelijkerwijs grotere dichtheid; Overwegende dat het noodzakelijk lijkt om voor deze perimeter een algemene strategische en regelgevende visie voor gewestelijke ruimtelijke ordening te bepalen; Dat de ontwikkeling en uitvoering van een dergelijk stadsproject de coördinatie vereist van de acties van verschillende gemeentelijke, bovenlokale, gemeenschaps- en gewestelijke publieke actoren, die geen enkel ander instrument dan een richtplan van aanleg kan bieden; Overwegende dat het gebruik van een richtplan van aanleg daarom essentieel is om de bovengenoemde gewestelijke doelstellingen te kunnen verwezenlijken; II. Inhoud van het ontwerp van het richtplan van aanleg Overwegende dat het ontwerp-RPA een inleidend rapport omvat zonder juridische waarde, met een historiek van de site, de diagnose, de uitdagingen en de beschrijving van de bestaande situatie; Dat het ontwerp-RPA een strategisch luik omvat, met geschreven aanwijzingen en aanbevelingen en schema's; Dat de strategische opties ruimtelijk worden gemaakt en uitgewerkt worden ofwel op het niveau van de perimeter van het ontwerp-RPA, ofwel op het niveau van de verschillende nauwkeurig geïdentificeerde sites; Dat dit strategische luik de ambities van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest weerspiegelt voor dit gebied van gewestelijk belang, waarvan de principes toegepast zullen worden in het kader van de uitvoering van preciezere projecten; Dat dit strategische luik een indicatieve waarde heeft en richtlijnen bevat om ontwerpers te begeleiden, zonder echter de uitvoering van projecten die er niet exact mee overeenstemmen te verhinderen, omdat er desgevallend, mits motivatie, van afgeweken kan worden terwijl de essentie zelf van de vastgestelde strategische opties gerespecteerd blijft; Dat het ontwerp-RPA een verordenend luik bevat, met bindende waarde, samengesteld uit geschreven voorschriften en grafische documenten die op het gepaste niveau de invariabele elementen beschrijft waaraan het Brussels Hoofdstedelijk Gewest een verplichtend karakter wil geven om de samenhang van de nagestreefde ontwikkeling te verzekeren; Dat de ontwikkeling van een site binnen de perimeter van dit ontwerp-RPA beschouwd moet worden in het licht van de strikte naleving van het verordenende luik en de overeenstemming van de ontwikkelingen ervan met de strategische oriëntaties die op de verschillende niveaus voorzien zijn; Dat enkel een gecombineerde lezing van beide luiken (strategisch en verordenend) het overzicht van de opties van het ontwerp van het richtplan van aanleg biedt; III. Doelstellingen van het Gewestelijk Plan voor Duurzame Ontwikkeling die worden nagestreefd door het ontwerp-RPA Gelet op het Gewestelijk Plan voor Duurzame Ontwikkeling in zijn definitieve versie, dat goedgekeurd werd door de regering van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest op 12 juli 2018 (hierna GPDO); Gelet op artikel 30/2 van het BWRO, dat verduidelijkt dat het RPA uitgaat van de richtsnoeren van het GewOP dat van kracht is op de dag dat het wordt goedgekeurd; Overwegende dat het GPDO de ruimtelijke ordening en de regionale projecten opdeelt in vier grote thema's, die verschillende strategieën identificeren:
- Het grondgebied inzetten om het kader van de territoriale ontwikkeling vast te leggen en nieuwe wijken te creëren. o Strategie 1/ Vastgoedpotentieel en vastgoedreserves mobiliseren o Strategie 2/ Een doordachte verdichting voorstellen o Strategie 3/ Toekomstige beleidsdaden voor de sociale huisvesting in Brussel
- Het grondgebied inzetten voor de ontwikkeling van een aangename, duurzame en aantrekkelijke leefomgeving o Strategie 1/ Voorzieningen ter ondersteuning van het dagelijkse leven o Strategie 2/ De openbare ruimtes en groene ruimtes ter ondersteuning van de kwaliteit van het levenskader o Strategie 3/ Zorgen voor een beter evenwicht tussen de wijken o Strategie 4/ Het stedelijk erfgoed beschermen en in de kijker plaatsen als drager van identiteit en aantrekkelijkheid o Strategie 5/ Het natuurlijk landschap versterken o Strategie 6/ Het natuurlijk erfgoed in het Gewest beschermen en verbeteren 3.Het grondgebied inzetten voor de ontwikkeling van de stedelijke economie o Strategie 1/ De economische functies ondersteunen in hun ruimtelijke dimensie o Strategie 2/ De plaats van de economische sectoren herkwalificeren o Strategie 3/ De buurteconomie en de lokale werkgelegenheid ondersteunen
- Het grondgebied inzetten om multimodale verplaatsingen te bevorderen Dat het gewestelijk ontwikkelingsplan twaalf prioritaire actieterreinen vaststelt die een bijzondere investering verdienen om hun ontwikkelingspotentieel op korte en middellange termijn te realiseren, rekening houdend met de mobilisatie van het beschikbare grondpotentieel, de gecontroleerde verdichting van het grondgebied en de ontwikkeling van de sociale huisvesting in Brussel; Dat het gewestelijk ontwikkelingsplan het gebied vermeldt dat binnen de perimeter van het ontwerpplan valt op de site Delta Herrmann-Debroux, en er de volgende specifieke uitdagingen identificeert: "Beaulieu Als sommige van de kantoorgebouwen van de Europese Commissie zullen worden heropgebouwd, biedt deze evolutie ruimte om na te denken over de inrichting van de site en om er een ruimere functionele mix te overwegen (kantoren, woningen, voorzieningen, enz.). Deltadriehoek Het gebied tussen de spoorlijnen 161 en 26 en de Triomflaan wordt momenteel aangepakt. In het noorden opende het nieuwe CHIREC-ziekenhuis zijn deuren. Daarnaast wordt onderzocht om in het zuiden, in de driehoek die eigendom is van de Maatschappij voor Stedelijke Inrichting (MSI), nieuwe activiteiten (met name het sorteercentrum van Bpost) te vestigen en woningen te bouwen. P+R en MIVB-site in Delta In het oosten van de Deltadriehoek wordt er ook bijzondere aandacht besteed aan de MIVB-stelplaats en de aanpalende openluchtparking. Het is de bedoeling om de huidige parking te herbestemmen, de activiteiten te diversifiëren (door woningen toe te voegen) en een stedelijke gevel langs de Jules Cockxstraat te creëren. Het winkelcentrum van Oudergem Het winkelcentrum van Oudergem vertoont de kenmerken van een shoppingcentrum in de rand: het heeft een lage ruimtelijke dichtheid, het beslaat een zeer groot perceel en het is ingericht rond een openluchtparking, waarbij elke handelszaak in een eigen gebouw is gevestigd. Het winkelcentrum werd ontworpen in een tijd dat dit gebied tot de rand behoorde, maar maakt nu deel uit van de stad. Om het beter in de stad te integreren, zou een volledig nieuwe wijk in het hart van Oudergem gecreëerd kunnen worden. Het plan zou erin bestaan de commerciële activiteit te behouden en een meer stedelijke wijk met een grotere dichtheid en een mix van functies (woningen, collectieve voorzieningen, handelszaken ...) en een aangename openbare ruimte voor de inwoners tot stand te brengen."; Overwegende dat dit ontwerpplan aansluit bij deze strategische oriëntaties op grootstedelijke en regionale schaal; Dat het ontwerpplan past in thema 1 - strategie 1, die het grondgebied wil inzetten om het kader voor de territoriale ontwikkeling op te bouwen en nieuwe wijken te ontwikkelen, met als doel een nieuwe toegangspoort te creëren en het landschap te veranderen door het beschikbare grondpotentieel te mobiliseren; Dat het ontwerpplan voorziet in de verstedelijking van het huidige braakliggende terrein dat de Driehoek beslaat; Dat het een strategie voorstelt voor een gecontroleerde verdichting rond de hoofdstedelijke weg, door het netwerk van de openbare en structurerende ruimten en het groene en blauwe netwerk te versterken, in overeenstemming met de doelstellingen van thema 1 - strategie 2; Dat het ontwerpplan ook past in de doelstellingen van thema 2, die een aangename, duurzame en aantrekkelijke leefomgeving willen garanderen door de specifieke kwaliteiten van het Brusselse grondgebied te versterken; Dat het ontwerpplan met name de voorzieningen wil ontwikkelen als ondersteuning van het dagelijks leven, en de openbare en groene ruimten als ondersteuning van de kwaliteit van de leefomgeving, en ze wil integreren in een strategie van programmatische gemengdheid; Dat het ook het evenwicht tussen de wijken wil verbeteren en het natuurlijke landschap wil versterken met behoud van het gewestelijke natuurlijke erfgoed; Dat het de voor auto's en voor actieve vervoerswijzen bestemde ruimten weer in evenwicht wil brengen en de actieve vervoerswijzen wil bevorderen door de verbindingen en de porositeit tussen de wijken en de verbindende openbare ruimten te vermenigvuldigen en te diversifiëren; Dat het ontwerpplan ook past in de visie en de strategische doelstellingen van thema 3, die tot doel hebben het grondgebied in te zetten voor de ontwikkeling van de stedelijke economie; Dat het ontwerpplan een programmatische gemengdheid wil ontwikkelen met plaats voor productieve en logistieke activiteiten en geïntegreerde diensten voor bedrijven; Dat het met name gericht is op de reconversie van het huidige braakliggende terrein van de Driehoek, om deze activiteiten te ontvangen en er tegelijkertijd voor te zorgen dat ze naast de andere stedelijke functies kunnen bestaan; Dat het ook het commerciële aanbod en de aantrekkelijkheid van verschillende sites wil versterken, met name door de ontwikkeling van actieve gevels langs structurerende en multimodale openbare ruimten; Dat deze economische ontwikkelingen nieuwe banen zullen creëren; Dat het ontwerpplan ook past in de visie en de strategische doelstellingen van thema 4, die tot doel hebben het grondgebied in te zetten om multimodale verplaatsingen te bevorderen; Dat het ontwerpplan tot doel heeft het aantal ritten met de eigen auto te verminderen en actieve vervoerswijzen tot de belangrijkste vervoerswijze te maken voor trajecten van minder dan 5 km; Dat het ernaar streeft om het autowegennet tegen 2030 om te vormen tot stadsboulevards en mobiliteitscorridors, een gemengde en polycentrische stad te ontwikkelen en een "stad van korte afstanden" te creëren waarin de behoefte aan gemotoriseerd verkeer wordt beperkt door het aanbieden van een maximum aan stedelijke diensten binnen een loopafstand van op 5 minuten van de woning; Dat het rust wil brengen in de wijken door het transitverkeer te verminderen, de stad minder doorlaatbaar te maken voor het verkeer en het wooncomfort met rustige openbare ruimten te verhogen; Dat het beoogt het gebruik van het openbaar vervoer te intensiveren door het aanbod aan te passen aan de vraag en door de aanwezigheid van een fijnmazige mobiliteitsoplossing, en dat het daartoe de stedelijke ontwikkeling en de rationele verdichting van het Gewest wil combineren met de ontwikkeling van de verkeersinfrastructuur, de oprichting van prioritaire ontwikkelingscentra wil koppelen aan de aanwezigheid van een verbinding met hoogwaardig openbaar vervoer, en het netwerk van structurerende openbaarvervoerlijnen wil versterken, waarvan het gebruik, op zich of multimodaal, wordt aangemoedigd voor de middellange en lange afstand; Overwegende dat de specifieke doelstellingen die het gewestelijke ontwikkelingsplan voor de sites Beaulieu, Driehoek, Demey en Delta bepaalt, uitdrukkelijk worden vertaald in het strategische en verordenende luik van het ontwerpplan; IV. Ambities van het ontwerp-RPA Overwegende dat het algemene doel van het ontwerp van het richtplan van aanleg "Delta-Herrmann-Debroux" de herkwalificering is van de toegang tot de stad, met inbegrip van de hoofdstedelijke weg E411 en de aanpalende sites. De algemene doelstellingen van het ontwerp zijn: - De leefkwaliteit verbeteren, onder meer door het verkeer vanaf de E411 te verminderen. - Overgaan van een wegeninfrastructuur naar een kwalificerende landschapsinfrastructuur; de infrastructuur mag niet langer worden beschouwd als een wegeninfrastructuur, maar als een multimodale landschapsinfrastructuur die lokale verbindingen tot stand brengt, ruimte vrijmaakt voor vergroening, zachte vervoerswijzen en openbaar vervoer. - Overgaan van een lineair concept langs de infrastructuur naar een transversale lokale logica - De stad maken, overgaan van een voorstedelijke naar een stedelijke logica. Dit gebeurt door de openbare ruimte te activeren, een programmatische gemengdheid te ontwikkelen, wijken opnieuw met elkaar te verbinden enz.; - De stadsontwikkeling aanpassen aan de nieuwe landschapsinfrastructuur, waarbij de landschappelijke relaties worden versterkt die ontstaan door stedelijke ontwikkelingen die haar grenzen versterken, activeren en afbakenen. - De programma's voor de inrichting van de openbare ruimte en het landschap op elkaar afstemmen, vooral in gebieden die goed bereikbaar zijn met het openbaar vervoer. - Opportunistische strategie - flexibele fasering. Sommige delen kunnen worden geherkwalificeerd om van bij de eerste aanleg de kwaliteit van de openbare ruimte te waarborgen. V. Specifieke stedenbouwkundige principes van het ontwerp-RPA Overwegende dat de thematische doelstellingen van het ontwerp-RPA voor het gebied zijn gedetailleerd volgens vier grote ambities:
- Territoriale verankering Uitdaging: Het bestudeerde gebied wordt doorkruist door grote landschapsfiguren. Het betreft de valleien van de Woluwe en haar zijrivieren, de Watermaalbeek en de Roodkloosterbeek, het Zoniënwoud en de omgeving van de site van de Plein Deze grote figuren hebben hun structurerende karakter verloren door de opkomst van de (auto)wegeninfrastructuur, die bijna volledig geïsoleerd is van de stedelijke omgeving. Ambitie: Een van de ambities van het ontwerp-RPA is het herstel van de structurerende rol van deze grote landschapsfiguren, door het infrastructuurlandschap te vervangen door de versterking van de doorkruiste landschappen en hun geografie.
- Structuur van openbare ruimten Uitdaging: Het bestudeerde gebied wordt gekenmerkt door een gebrek aan openbare ruimten en plaatsen.De organisatie van de ruimte is functionalistisch en draagt bij aan het peristedelijke karakter van het gebied en de levenswijzen. Ambitie: Het ontwerp-RPA wil een structuur van de openbare ruimten aanbieden die een echte landschapsstructuur vormt. Deze structuur, die zich ontwikkelt op het bestaande weefsel en het grote landschap, zal een diversiteit aan ruimten van verschillende diktes bieden. De bestaande centrale punten (metrostations, buurtcentra, enz.) zullen worden versterkt. Dit kader van openbare ruimten is gebaseerd op de aanleg van: - Openbare pleinen die een reeds bestaande centraliteit versterken en/of de overgang tussen verschillende vormen van openbaar vervoer vereenvoudigen; - Parken die continuïteit bieden en paden die opgaan in een groter netwerk. Ze integreren bestaande entiteiten, fungeren als schakel op territoriaal niveau en vormen nieuwe buurtschappen op lokaal niveau. Ze zorgen voor actieve mobiliteit binnen de openbare ruimten; - Voorpleinen die de relatie kwalificeren tussen een bebouwing en/of een landschap en de openbare ruimte. Dit zijn gedeelde ruimten waarin de bediening van deze bebouwingen en/of landschappen afhankelijk is van het creëren van een openbare ruimte ten gunste van actieve vervoerswijzen en/of openbaar vervoer; - Een stadsboulevard als structurerende weg die aan beide zijden wordt begrensd door een continue bebouwing van gelijke hoogte. Dit gebied bestaat uit centrale wegenzones die worden begrensd door brede voetgangerszones. De bebouwde voorzijde heeft gevels waarvan de begane grond wordt geactiveerd door voor het publiek toegankelijk programma's. De hoofdstedelijke weg E411 wordt volledig getransformeerd in een stadsboulevard. De boulevard omvat meer specifiek 2x2 rijstroken voor auto's. Tussen Beaulieu en Demey wordt alle "auto"-infrastructuur overgebracht ten zuiden van de metro-infrastructuur. De ruimte die op de oorspronkelijke infrastructuur wordt gewonnen, maakt het mogelijk om ruimte te creëren voor actieve vervoerswijzen en eigen banen voor bussen en trams. De knooppunten van de boulevard met de transversale wegen worden heraangelegd als kruispunten met verkeerslichten.
- Verstedelijking Uitdaging: Het bebouwde landschap naast de E411 wordt vandaag gekenmerkt door een mate van versnippering, grote monofunctionele ruimten van slechte kwaliteit, voornamelijk toegankelijk met de auto, die niet deelnemen aan de activering van de openbare ruimten en die geïsoleerd werken. Ambitie: Het doel van het ontwerp-RPA is de vervollediging van de stad en/of de correctie van de bebouwde omgeving door een algemeen stedenbouwkundig kader te ontwerpen dat een coherente aanpak mogelijk maakt. Het ontwerp voorziet in de ontwikkeling van een programmatische gemengdheid, van bouwhoogten die porositeit mogelijk maken en de wijken weer met elkaar verbinden, om een actief stadsleven te creëren. Deze ambitie komt tot uiting door de volgende middelen: - Om een programmatische gemengdheid te creëren, zijn bestemmingswijzigingen gepland: De Driehoeksite verandert van een spoorwegzone in een ondernemingsgebied in een stedelijke omgeving en een zone voor stedelijke industrie; De Deltasite, in de wijk Jules Cockx, verandert van een gebied met voorzieningen van collectief belang of openbare dienst in een sterk gemengd gebied; Een deel van de Beaulieusite verandert in een gemengd gebied. - In gebieden waar geen bestemmingswijziging is gepland (Triomf, een deel van Beaulieu, Demey, Herrmann-Debroux, Stadion-Adeps en Zoniënwoud), wordt de programmatische gemengdheid in stand gehouden en gewaarborgd door meer reglementaire vereisten, die minimale oppervlakten of percentages voor de zwakke functies (huisvesting) en maximale percentages voor de andere (winkels of kantoren) zullen opleggen; - Het creëren van bouwfronten die actieve gevels ontwikkelen rond structurerende openbare en landschappelijke ruimten; - De verschillende openbare ruimten, de structurerende landschappen en de toekomstige ontwikkelingen worden efficiënt verenigd.
- Transversaliteit Uitdaging: De infrastructuur vormt vandaag een breuk in het gebied.Ze vormt een visuele en fysieke barrière, moeilijk te overschrijden, die zowel de landschappen als de wijken en hun gebruik opsplitst en zo bijdraagt aan de ruimtelijke versnippering van het gebied. Ambitie: Het ontwerp-RPA heeft tot doel talrijke en gevarieerde verbindingen te realiseren aan beide zijden van de stadsboulevard. Deze verbindingen geven toegang tot het grote grondgebied door zijn grote entiteiten toegankelijk te maken. Ze verbinden ook, op lokaal niveau, de momenteel gescheiden "stedelijke delen" en scheppen een nieuw buurtgevoel. De perimeter van het ontwerp-RPA is verdeeld in verschillende sites om de specifieke doelstellingen te beschrijven die per site ontwikkeld worden: Triomf De herontwikkeling van de Triomfsite, vandaag ingenomen door monofunctionele kantoorgebouwen, heeft tot doel een uniek en gemengd gebouwencomplex te scheppen. De ambitie is de verbinding van de Triomflaan en de Jules Cockxstraat te versterken met de integratie van een landschappelijk herkenningspunt. Delta De herontwikkeling van de Deltasite, momenteel ingenomen door een P+R en de MIVB-stelplaats, heeft tot doel "De stad voltooien". Er wordt een nieuwe gemengde wijk (woningen, activiteiten, voorzieningen) ontwikkeld, met stedelijke en kwaliteitsvolle verbindingen waar zich momenteel een grote openluchtparking bevindt. Driehoek De ambitie voor deze site, die momenteel braak ligt en gekenmerkt wordt door een sterk aanwezige spoorweginfrastructuur, is zijn ontsluiting en integratie in de stedelijke dynamiek door de ontwikkeling van de openbare ruimte en de bevordering van het ontstaan van een gemengde wijk (stadsvoorzieningen, woningen en groenvoorzieningen) en de aanleg van groene ruimten (parkway en plaat). De aanleg van deze groene ruimten rechtvaardigt de uitsluiting van de Driehoeksite uit het toepassingsgebied van het algemene voorschrift nummer 6 (AV6) van het verordenende luik van het ontwerpplan. Beaulieu De Beaulieusite wordt een overgangszone tussen een zeer stedelijk deel (Delta en Jules Cockxstraat) en een meer landschappelijk deel (Watermaalbeekvallei). Hier komt de metro aan de oppervlakte en bakent hij twee zones af die in het ontwerp-RPA anders gekwalificeerd zijn. De noordelijke zone is bestemd voor de creatie van kwaliteitsvolle openbare ruimten, wandel- en woonruimten. De zuidelijke zone ontvangt de nieuwe stadsboulevard die de hoofdstedelijke weg vervangt. In deze zone vindt men een barrière van monofunctionele kantoorgebouwen. Op deze locatie wil het ontwerp-RPA een betere stedelijke integratie en meer programmatische diversiteit tot stand brengen. Demey Deze site wordt momenteel ingenomen door een winkelzone met openluchtparking. Het ontwerp-RPA heeft tot doel deze site grondig te herstructureren door een programmatische gemengdheid te ontwikkelen die een actief stedelijk leven creëert. Het is de bedoeling "de stad te vervolledigen" door een nieuwe gemengde wijk (woningen, winkels, voorzieningen) te ontwikkelen die op actieve vervoerswijzen en openbaar vervoer gericht is. Vervolgens is het ook de bedoeling om "de stad te maken", door een openbare groene ruimte en kwaliteitsvolle stedelijke verbindingen doorheen de site te creëren en de gevels en de begane grond te activeren. De aanleg van deze groene ruimten rechtvaardigt de uitsluiting van de Demeysite van het toepassingsgebied van het algemene voorschrift nummer 6 (AV6) van het verordenende luik van het ontwerpplan. Herrmann-Debroux Naast de ingrijpende herinrichting van de weginfrastructuur moet hier het Herrmann-Debrouxplein een aantrekkelijke openbare ruimte worden, en via het plein van het Bergojepark de relaties tussen de boulevard, het park en de gebouwen daartussen te bevorderen. De site Herrmann-Debroux moet als een intermodale ruimte worden, aangezien tramlijn 8 en metrolijn 5 hier samenkomen. Stadion-Adeps In deze zone wil het plan de bestaande infrastructuur, die een barrière vormt, radicaal herdefiniëren. De infrastructuur moet in het landschap worden geïntegreerd om een landschappelijke continuïteit te creëren. De ontwikkeling omvat grote ruimten voor actieve vervoerswijzen en eigen banen voor het openbaar vervoer. De P+R-site komt onder de bestaande wegbedding van de E411 te liggen. Zoniënwoud Naast de herontwikkeling van de bestaande infrastructuur is het de ambitie om het doorkruiste natuurgebied te benadrukken. Hiertoe worden in het midden van de weg ruimten vrijgemaakt voor vegetatie. Zo krijgt de stadsboulevard in dit gebied het karakter van een met bomen omzoomde boulevard. Deze aanleg is bedoeld om de ervaring van de gebruikers van deze omgeving te optimaliseren. Daarnaast zijn twee ecologische verbindingszones gepland. De eerste zone bevindt zich onder het viaduct van Drie Fonteinen en omvat ook de aanleg van een bufferbekken voor de zuivering van het afvloeiingswater. De tweede bevindt zich tussen het viaduct Drie Fonteinen en het Leonardkruispunt. Deze doorgang is bedoeld voor de grote fauna. Dit ecoduct moet ook de doorgang van het bos markeren; VI. Milieueffectenrapport Gelet op Richtlijn 2001/42/EG van 27 juni 2001 betreffende de beoordeling van de gevolgen voor het milieu van bepaalde plannen en programma's; Gelet op artikel 30/3 § 1, 1e lid van het BWRO, dat het ontwerp van het richtplan van aanleg onderwerpt aan een milieueffectenrapport (MER); Gelet op het Besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 29 november 2018Relevante gevonden documenten type besluit van de brusselse hoofdstedelijke regering prom. 29/11/2018 pub. 11/12/2018 numac 2018015186 bron brussels hoofdstedelijk gewest Besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 29 november 2018 tot vaststelling van de structuur van de milieueffectenrapporten behorend bij de uitwerking, wijziging of opheffing van de plannen en verordeningen bedoeld in de Titels II & III van het Brussels Wetboek van Ruimtelijke Ordening sluiten tot vaststelling van de structuur van de milieueffectenrapporten behorend bij de uitwerking, wijziging of opheffing van de plannen en verordeningen bedoeld in de Titels II & III van het BWRO; Gelet op het advies van Leefmilieu Brussel over het ontwerp van het bestek voor het milieueffectenrapport; Overwegende dat het MER in bijlage parallel aan dit ontwerpplan op iteratieve wijze werd opgesteld om de impact op het milieu van de ruimtelijke en programmatorische voorstellen te evalueren; Overwegende dat onderhavig ontwerp-RPA past in het kader van de aanbevelingen van het MER en deze erin zijn opgenomen, met uitzondering van de aspecten die niet binnen de mate van detail van het ontwerpplan vallen en die onderzocht moeten worden op het ogenblik van de vergunningsaanvragen; Overwegende dat na verloop van het analyseproces, de volgende aanbevelingen van het MER niet opgenomen werden in het ontwerpplan: - Een eigen baan voor bussen behouden naast de eigen site voor trams - Een eigen baan voorzien op de Waversesteenweg tot aan de middenring - Een verbinding maken: o Tussen de Ooienstraat ten westen van de spoorlijn en de weg rondom de sokkel, ten zuiden van het terrein; o Tussen het Park L26 en de Briljantstraat (verbinding naar Hof ter Coigne en het Reigerbospark (IJsvogellaan); o Tussen het noordoosten van het terrein en de brug over het spoor, langs de wegen om het traject naar het metrostation Delta te verkorten; - Een loopbrug aanleggen tussen de CHIREC-plaat en het dak van de sokkel, over de parkway, om een directe en eenvoudige verbinding tussen deze ruimtes te verzekeren; - Op het niveau van de Beaulieusite, minstens een noord-zuidverbinding aanleggen voorbij de metro-as voor zachte transportmodi; - Minstens één doorbraak creëren in het bebouwde front dat grenst aan het park in het noorden, in de as met loodrechte wegen, bijvoorbeeld de Louis Clesselaan, gelegen in het midden van de Mulderslaan; - Hogere gebouwen inplanten langs de as van de Vorstlaan om deze te structureren en de impact van de schaduw op het park te beperken; - Op de Demeysite ofwel de profielen beperken van de G+3 langs de 12 m brede wegen, ofwel de profielen G+4 behouden en de weg verbreden tot 14 m, ofwel diverse en uiteenlopende achteruitbouwzones creëren; - ............. Overwegende dat het ontwerp-RPA de realisatie van de aanbevelingen inzake de openbare ruimte, de verbindingen en doorgangen niet hindert; Overwegende dat het ontwerp-RPA kleinere bouwprofielen voorstelt ten zuiden van de Demeysite, met het oog op afstemming op de bestaande profielen; Dat de grotere profielen zich op afstand van de bestaande gebouwen bevinden; Overwegende dat het MER redelijke alternatieven voor locatie en infrastructuur heeft bestudeerd; VII. Voorafgaand informatie- en participatieproces Gelet op artikel 30/3, § 1, tweede lid, van het BWRO, dat het ontwerp van een richtplan van aanleg onderwerpt aan een proces van informatie en participatie met het betrokken publiek, georganiseerd door de met de ruimtelijke ordening belaste overheidsdienst, alvorens het door de regering wordt aangenomen; Overwegende het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 3 mei 2018Relevante gevonden documenten type ministerieel besluit prom. 08/05/2018 pub. 14/05/2018 numac 2018031017 bron brussels hoofdstedelijk gewest Ministerieel besluit houdende instructie om over te gaan tot de uitwerking van het Richtplan van Aanleg voor de zone "Delta-Herrmann-Debroux" sluiten0 betreffende het informatie- en participatieproces voor het publiek voorafgaand aan de uitwerking van de ontwerpen van richtplan van aanleg; Overwegende dat het publiek op 4 en 5 juni 2018 werd geïnformeerd en geraadpleegd tijdens vergaderingen in de kantoren van het met ruimtelijke ordening belaste bestuur en op 20 juni tijdens een vergadering in het cultureel centrum van Oudergem; Dat het publiek tot 30 dagen na de laatste informatiebijeenkomst zijn opmerkingen kon formuleren; Overwegende dat er notulen werden gemaakt van die informatie- en participatiefase, die de opmerkingen van het publiek bevatten; Overwegende dat vervolgens een syntheseverslag over deze informatie- en participatiefase is opgesteld; dat dit met name de samenvatting bevat van de belangrijkste opmerkingen en vragen van het betrokken publiek over het voorgestelde ontwerp-RPA; Overwegende dat dit verslag de verschillende gebruikte communicatiemiddelen vermeldt om het betrokken publiek te informeren, namelijk: een website, een openbare informatievergadering, publicatie van adviezen in kranten, een online deelnameformulier, uitdelen van informatiebriefkaarten over de informatie- en participatiefase, georganiseerde dienstverlening bij perspective.brussels en de gemeenten Oudergem en Watermaal-Bosvoorde; Rekening houdend met de volgende opmerkingen die geformuleerd werden tijdens de informatie- en participatiefase voorafgaand aan de aanneming van dit ontwerp-RPA en de antwoorden die hierop werden gegeven in deze fase van de procedure; Overwegende de opmerkingen die zijn gemaakt tijdens de informatie- en participatiefase voorafgaand aan de goedkeuring van dit ontwerp-RPA; Overwegende de opmerkingen die zijn gemaakt over de geluidshinder; Overwegende de opmerkingen van de burgers betreffende het lawaai dat wordt veroorzaakt door de bestaande weginfrastructuur en het autoverkeer, door het openbaar vervoer, en meer in het bijzonder door de metro, de openbare en recreatieve ruimten, de vliegtuigen en het nieuwe ziekenhuiscentrum; Overwegende de wens om de toegang tot de stad te reorganiseren met het oog op het creëren van een rustige stadsboulevard; Dat het ontwerpplan tot doel heeft het aantal bestaande rijstroken te verminderen en de aanblik en de geluidsomgeving van de E411 vanaf het Leonardkruispunt radicaal te veranderen; Dat de geplande beperking van de toegang tot de stad zal leiden tot een kleinere wegcapaciteit, en dus tot een beperking van de overlast verbonden met het aantal inkomende voertuigen; Dat de sloop van het viaduct Herrmann-Debroux zal leiden tot de verdwijning van dit permanente achtergrondgeluid; Dat het kruispunt Vorst/Herrmann-Debroux inderdaad moet worden gereorganiseerd om een beter evenwicht te vinden tussen de wegen en de gebruikers; Dat het ontwerpplan deel uitmaakt van een actieve gewestelijke en hoofdstedelijke mobiliteitsstrategie die het gebruik van het openbaar vervoer bevordert; Dat de impact van het metrogeluid kan worden beperkt door het project voor de uitbreiding van de groene wandeling die later zal worden gerealiseerd; Dat een hoge berm kan fungeren als een akoestische barrière in het parkgebied en dat in het kader van een aanvraag voor een stedenbouwkundig vergunning een nader onderzoek naar geluidsbeperkende maatregelen kan worden uitgevoerd; Dat het ziekenhuis en zijn hulpdiensten, de DBDMH en de politie zich moeten houden aan de geldende regelgeving inzake geluidsoverlast; Dat de door vliegtuigen veroorzaakte geluidshinder niet onder het ontwerpplan valt; Overwegende dat burgers veronderstellingen doen betreffende de afname van het geluid door de heraanleg van de boulevard en de ontwikkeling van elektrische auto's; dat burgers bezorgd zijn over de toename van de geluidshinder door met name de toename van het transitverkeer, het metroverkeer, de bevolking en de geluidshinder tijdens de bouwfase; Overwegende dat het ontwerpplan rekening houdt met de aanbevelingen van de milieueffectenstudie met betrekking tot de mogelijke geluidshinder door activiteiten van allerlei aard en bijkomend verkeer; Dat de inrichtingsmogelijkheden (verkeerslichten, voorrangen, enz.) het voorwerp moeten zijn van verdere studies die rekening houden met de geluidsdimensie; Dat het ontwerpplan tot doel heeft de wegcapaciteit van de site te verminderen en het transitverkeer niet bevordert; Dat de directe impact van de werken en de werven in detail moet worden bestudeerd in de stedenbouwkundige vergunningen voor elk project; Overwegende de vragen van burgers over de uitgevoerde geluidsmetingen; Overwegende dat op 19 juni 2018, tijdens een periode van druk verkeer, geluidsmetingen zijn uitgevoerd; Dat deze zijn opgenomen in het milieueffectenrapport; Overwegende de verzoeken van burgers in termen van snelheidscontroles, maatregelen voor de geluidsbeperking en isolatie van het metroverkeer, volwaardige behandeling van het openbaar vervoer, installatie van boomhagen langs fietspaden, vermindering van het verkeer door het bos en het in aanmerking nemen van het wooncomfort vanaf de ontwerpfase van de projecten; Overwegende dat toekomstige wegenbouwprojecten aandacht zullen moeten wijden aan de snelheid, die van invloed is op de geluidsoverlast; Dat geluidsschermen maatregelen zijn die het bestaande lawaai verminderen, terwijl het ontwerp-RPA de bron van het bestaande lawaai, namelijk de capaciteit van de E411-as, drastisch wil verminderen; Dat inrichtingen om het metrogeluid te verminderen in overweging kunnen worden genomen, maar geen deel uitmaken van dit plan; Dat het ontwerpplan voorstelt om de actieve vervoerswijzen en de toegang tot het openbaar vervoer te verbeteren; Dat het ontwerpplan tot doel heeft de levenskwaliteit van de bewoners te verbeteren; Overwegende de opmerkingen die zijn gemaakt over het afval; Overwegende de opmerkingen van de burgers over het afvalinzamelingssysteem en de vragen die hierover zijn geformuleerd; de vragen over de toekomst en de toegankelijkheid van het afvalcentrum; Overwegende dat het inzamelingssysteem en zijn beheer niet onder dit plan vallen; Dat het ontwerpplan ook niet bedoeld is om de inplanting en ontwikkeling van het bestaande containerpark te herzien; Overwegende de bezorgdheid van burgers over de gevolgen van het project voor de afvalproductie, met name in verband met de P+R en de luchtverontreiniging; Overwegende dat het ontwerpplan rekening houdt met de aanbevelingen van het milieueffectenrapport van het plan met betrekking tot de effecten op afval; Dat dit leidt tot een toegevoegde waarde op lokaal, gewestelijk en globaal niveau van het project op het gebied van energiebeheer, afvalproductie, voorbeeldige waterhuishouding, maar ook op het gebied van - al dan niet zelf geproduceerd - duurzaam voedsel, eco-architectuur en hergebruik van materialen; Dat de P+R uitgerust moet zijn met een systeem voor de inzameling van huishoudelijk afval; Overwegende de opmerkingen die zijn gemaakt in termen van economische ontwikkeling; Overwegende de vrees van de burgers over de economische gevolgen van het mobiliteitsbeleid, de plaatselijke winkels, de kantorenmarkt in Oudergem en de consumptiegewoonten van de pendelaars; Overwegende dat de leegstand van kantoren in de tweede kroon van het Gewest aanzienlijk is; Overwegende dat de Europese Commissie heeft bevestigd dat zij van plan is in Oudergem te blijven; Overwegende dat het ontwerpplan de creatie van een grotere mix van functies en de omzetting van bepaalde gebouwen in woningen tot doel heeft; Dat de gemengdheid, en dus de installatie van nieuwe huishoudens, een toename van het aanbod van kleine winkels zal vereisen; Overwegende de vrees van burgers voor de economische impact van de afbraak van de wegeninfrastructuur en de ontwikkeling van het woonbeleid en voor de vlucht van bedrijven naar buiten het Gewest, de concurrentie voor de bestaande bedrijven die ontstaat door de ontwikkeling van nieuwe openbare ruimten en handelszaken; Overwegende dat de ontwikkelingen worden geïntegreerd in een visie op de gemengde stad in overeenstemming met de uitdagingen van het GewOP, de integratie van de huisvesting in de economische ontwikkelingen en een coherente visie op de mobiliteit en de economische ontwikkeling van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest; Overwegende dat het hoofddoel van het ontwerpplan de verbetering van de leefomgeving is, met inbegrip van met name de ontwikkeling van een stad en een economie van nabijheid; Dat de afbraak van het viaduct het gezicht van de gemeente Oudergem zal veranderen en de aantrekkelijkheid van dit gebied en dus zijn economische ontwikkeling zal vergroten; Overwegende dat verschillende gesprekken met de economische actoren van de wijk en verschillende groepen bewoners de opstellers van het ontwerpplan in staat hebben gesteld een aangepast plan voor te stellen dat het economische ontwikkelingspotentieel van de wijk in stand houdt en versterkt; Dat er op verscheidene locaties geen commercieel aanbod is, zoals in Delta en Beaulieu; Dat het commerciële aanbod van de sites Demey en Pinoy verschillend en complementair van aard is; Dat de site van het Pinoyplein ontsluiting verdient; Dat de ontwikkeling van het braakland van de Deltadriehoek onlangs een nieuwe ziekenhuissite heeft ontvangen en dat vestigingen van Bpost en Net Brussel op komst zijn; Overwegende de vragen van burgers over de impact van de afbraak van het viaduct voor Vlaanderen en Wallonië; Overwegende dat de besprekingen met de naburige gewesten en de federale regering worden voortgezet buiten het kader van de uitwerking van het ontwerp van het richtplan van aanleg; Dat de impact van het ontwerpplan op een breder gebied dan het Brussels Hoofdstedelijk Gewest werd bestudeerd in het milieueffectenrapport en dat hieruit voortvloeit dat een deel van de gebruikers die van buiten Brussel komen en die de E411 nemen hun vervoerwijze of hun route zullen moeten wijzigen, gezien de beperking van de capaciteit van de verkeersader om een stadsboulevard te creëren; Overwegende de goedkeuring van burgers van de modernisering van het winkelcentrum van Oudergem; Overwegende de vragen op het gebied van parkeren, gemengde functies, het creëren van nieuwe wijken met sociale woningen en recreatiegebieden, met name op de sites Demey en Delta, de ontwikkeling van nieuwe aantrekkelijke openbare ruimten die toegankelijk zijn voor actieve vervoerswijzen, de ontwikkeling van winkels, de aantrekkelijkheid en toegankelijkheid van de Pinoywijk, het behoud van de Demeysite in zijn huidige staat; Dat de ontwikkeling van de Deltasite de MIVB in staat stelt haar activiteiten uit te breiden en nieuwe productieve activiteiten, nieuwe voorzieningen en de integratie van woningen en recreatiegebieden te verwelkomen; Dat de ontwikkeling van de Demeysite gemengd moet zijn, met het behoud en de reorganisatie van de winkels, de ontwikkeling van nieuwe woningen, de integratie van een park en een levend plein met horeca; dat de parkeerfunctie van en de toegang voor auto's tot de Demeysite behouden wordt, hoewel gereorganiseerd, en dat het voetgangers- en fietsverkeer er duidelijk voorrang krijgt; Dat het ontwerpplan zich niet verzet tegen de ontwikkeling van handelszaken en kleine buurtwinkels; Dat het ontwerpplan geen handel oplegt, maar de mogelijkheid laat om deze op bovengenoemde plaatsen te ontwikkelen; Dat het ontwerpplan ontwikkelingsmogelijkheden biedt voor zowel publieke als private initiatieven; Dat een richtplan van aanleg niet bedoeld is om te bepalen welk type handelszaak moet worden ingeplant; Dat dit in strijd zou zijn met het beginsel van vrije concurrentie in de handel; Dat het richtplan van aanleg niet tot doel heeft om fiscale kwesties aan te pakken; Overwegende de opmerkingen die zijn gemaakt op het gebied van de energie; Overwegende de vaststelling van de burgers dat de vraag naar energie toeneemt; de eisen op het gebied van groene en elektrische energie en energiebesparing; Overwegende de bezorgdheid over de gevolgen van de sloop van het viaduct voor het energieverbruik, met name om zich te verplaatsen; Overwegende dat het ontwerpplan deel uitmaakt van een duurzame visie op de metropool, ontwikkeld in het gewestelijk ontwikkelingsplan; Dat het ontwerpplan deel uitmaakt van het Lucht-Klimaat-Energieplan van juni 2016; Dat het gebruik van het openbaar vervoer een aanzienlijke impact heeft op de energie; Dat het ontwerpplan fietspaden ontwikkelt en nieuwe voetpaden aanlegt op het grondgebied van de E411; Dat het ontwerpplan telewerken en carpoolen ondersteunt; Overwegende de opmerkingen die zijn gemaakt op het gebied van fauna en flora; Overwegende de observaties van de burgers met betrekking tot de vermindering van het aantal kleine vogels, de ontwikkeling van de openbare ruimte, het gebrek aan kwaliteitsvolle bomen en de uitdaging om weer vegetatie langs de stadsboulevard te ontwikkelen; Overwegende de bezorgdheid over de gevolgen van de aanleg van een parking; de vragen over de gevolgen van de komst van nieuwe bewoners en de afbraak van het viaduct; Overwegende dat het ontwerpplan deel uitmaakt van het op 14 april 2016 goedgekeurde Natuurplan, met name via de consolidering en versterking van het groene netwerk; Dat het ontwerpplan rekening houdt met de aanbevelingen van het milieueffectenrapport van het plan betreffende de impact op de fauna en flora, met name via de creatie van ecologische verbindingen en een ecoduct; Overwegende de vragen van burgers betreffende de reglementering van de boomhoogte, het behoud van de groene ruimten en in het bijzonder van het Zoniënwoud, de keuze van de flora voor de toekomstige groene ruimten, het planten van bomen, het aanleggen van parken en vijvers, het creëren van ecologische doorgangen, het vergroenen van de masten die de stadsautoweg dragen, de aanleg van het viaduct als hangende tuin; Overwegende dat het ontwerpplan niet de bevoegdheid heeft om de hoogte van de bestaande bomen te reglementeren; Dat de grote landschapsgehelen (Zoniënwoud, Woluwevallei) worden versterkt door het tracé van de landschappelijke continuïteiten en de mogelijkheid om ecologische verbindingen tot stand te brengen, die later het voorwerp moeten zijn van specifieke projecten van de bevoegde autoriteiten; Dat het Zoniënwoud is geklasseerd als Natura 2000-gebied; Dat het ontwerpplan voorziet in een aanzienlijke toename van het aantal en de kwaliteit van de groene ruimten in het betreffende gebied; Dat het ontwerpplan de ontwikkeling van burgerinitiatieven zoals collectieve moestuinen ondersteunt; Dat het ontwerpplan de E411 wil omvormen tot een stadsboulevard, waarvan bepaalde zones zullen worden bestemd tot groene openbare ruimten; Dat de effectenstudie heeft aangetoond dat het geen goed idee is om het viaduct om te vormen tot een hangende tuin, met name om ecologische redenen; Overwegende de opmerkingen over het microklimaat; Overwegende de vaststellingen van de burgers betreffende de opwarming van de lucht door de verkeersdrukte en de impact van het viaduct in termen van schaduw en lichtsterkte; Overwegende dat het ontwerpplan deel uitmaakt van het Lucht-Klimaat-Energieplan van juni 2016; Dat het ontwerpplan gericht is op een vermindering van het autoverkeer en tegelijkertijd de ontwikkeling van actieve vervoerswijzen; Dat het ontwerpplan groene en met bomen omzoomde openbare ruimten ontwikkelt, wat bijdraagt aan het verminderen van het effect van stedelijk hitte-eiland; Dat in die zin een verwarming van de lucht zal worden bestreden; Overwegende de vrees van burgers met betrekking tot de toename van de bodemvervuiling langs de stadsboulevard; Overwegende dat het ontwerpplan gericht is op een vermindering van het autoverkeer en tegelijkertijd de ontwikkeling van actieve vervoerswijzen; Dat de luchtkwaliteit in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest voortdurend wordt gemeten; Dat het ontwerpplan tot doel heeft de levenskwaliteit van de bewoners te verbeteren; Overwegende de veronderstellingen van burgers betreffende de windbeheersing door middel van aangepaste aanplantingen en de vragen over de impact van de bouwhoogten en de afbraak van het viaduct op de wind; de vragen betreffende de reglementering van de hoogte van de gebouwen en het verband ervan met de topografie, met name om hun impact op de wind te beperken; Overwegende dat het ontwerpplan richtlijnen zal geven voor de hoogte van de gebouwen; Dat het ontwerpplan rekening houdt met een aantal kenmerken in zijn voorstel voor de bouwhoogten, waaronder de topografie van de betrokken sites; Overwegende de opmerkingen die zijn gemaakt op het gebied van de bodem en het water; Overwegende de vaststellingen van de burgers met betrekking tot de waterkwaliteit, de bodem- en watervervuiling, de bezorgdheid over de gevolgen van de toegenomen dichtheid; de eisen op het gebied van regenwaterzuivering, gedifferentieerd gebruik en terugwinning van regenwater, van bodemsanering; Overwegende dat het ontwerpplan de ontwikkeling van het scheidingsnetwerk ondersteunt en het blauwe netwerk ontwikkelt; Dat het ontwerpplan niet bedoeld is om het waterverbruik te beperken, om de opslag en het hergebruik van regenwater tijdens een specifiek project aan te bevelen, maar deze mogelijkheid openlaat; Dat de E411 de oorzaak is van bodem- en watervervuiling; Dat de saneringswerkzaamheden uitgevoerd zullen worden in overeenstemming met de van kracht zijnde regelgeving; Overwegende de vaststellingen van de burgers met betrekking tot de problemen inzake waterbeheer, in het bijzonder met betrekking tot waterinfiltratie, regenwaterbekkens en overstromingsrisico's; de vragen over de impact van de ontwikkelde projecten op overstromingen en de impact van de afbraak van het viaduct op de omliggende zandgrond en het bestaande gebouw; Overwegende de eisen met betrekking tot het verbod op nieuwbouw in overstromingsgebieden, de vermindering van de waterdoorlatendheid en de verbetering van de bodemdoorlatendheid, en met betrekking tot regenwaterbekkens; Overwegende dat in het ontwerpplan de aanbevelingen zijn opgenomen van de studie over de milieueffecten van het plan op het gebied van bodem en water; Dat het ontwerpplan deel uitmaakt van het op 26 januari 2017 goedgekeurde Waterbeheerplan; Dat in het ontwerpplan rekening is gehouden met de toestand van de bodem binnen de beperkingen van de beschikbare gegevens; Overwegende de eisen van burgers die gesteld worden aan de verbetering van het waternetwerk, de integratie van fonteinen in de openbare ruimten, de ontwikkeling en actualisering van de Watermaalbeek; Dat het ontwerpplan gericht is op het versterken van het blauwe netwerk, ook in de geplande openbare ruimte; Dat het ontwerpplan voorziet in de mogelijkheid om waterpartijen in het park te creëren, maar dat de locatie ervan niet binnen de mate van detail van het ontwerpplan valt; Dat een deel van het Watermaalbeektraject wordt opgewaardeerd en opengelegd op de Demeysite; Overwegende de opmerkingen die zijn gemaakt op het gebied van de mobiliteit; Algemene opmerkingen over mobiliteit Overwegende de vaststellingen van de burgers met betrekking tot de omvang van het wegverkeer en de verzadiging van de site tijdens piekperiodes, de bruikbaarheid van de huidige weginfrastructuur, de door het viaduct veroorzaakte breuk tussen de wijken; Overwegende de vragen over het toekomstige traject voor het transitverkeer, de impact van het project op de omliggende straten en de toename van de reistijd; Overwegende de verzoeken met betrekking tot de vermindering van het autoverkeer door de invoering van een stedelijke tolheffing, de vermindering van het aantal bedrijfswagens, de vermindering van het parkeren op de plaats van bestemming, de verduidelijking van de stimulansen om het gebruik van de auto te ontmoedigen, de analyse van de verkeersstromen en de impact van het project op de naburige straten, de regulering van het verkeer in de naburige straten, de evaluatie van de impact van de zelfrijdende auto, de vrees voor het verkeer van de voertuigen van de hulpdiensten; Overwegende de wens om de toegang tot de stad te reorganiseren als een stadsboulevard; Dat de geplande beperking van de toegang tot de stad zal leiden tot een kleinere wegcapaciteit; Dat de Brusselse regering de specifieke gesprekken over de interregionale mobiliteit met de aangrenzende gewesten en de federale regering voortzet; Dat het ontwerpplan niet bindend kan zijn voor federale beleidskwesties; Dat het ontwerpplan niet bedoeld is om de problemen van een eventuele stedelijke tolheffing op te lossen of het systeem van de bedrijfswagens af te schaffen; Dat het Brussels Gewest het aantal auto's dat zijn grondgebied binnenkomt wil verminderen; Dat het MER een analyse van de reistijden bevat; Dat het MER het studiegebied heeft uitgebreid en zich niet beperkt tot het plangebied; Dat het meest kritieke moment van de dag de ochtendpiek is; Dat de inrichtingsmogelijkheden (verkeerslichten, voorrangen enz.) verder moeten worden onderzocht; Dat het MER de effecten van het ontwerpplan op de mobiliteit heeft geanalyseerd; Dat men momenteel slechts veronderstellingen kan maken over de impact van nieuwe technologieën, waaronder zelfrijdende auto's, op de mobiliteit, Dat het ontwerpplan het transitverkeer niet aanmoedigt; Dat de voertuigen van de hulpdiensten voorrang hebben en gebruik zullen kunnen maken van voorzieningen voor het openbaar vervoer die vandaag nog niet bestaan; Overwegende de opmerkingen van burgers over de toegankelijkheid van de site met het openbaar vervoer; overwegende de verzoeken om alternatieve vervoerswijzen te bevorderen; Overwegende dat het ontwerpplan deel uitmaakt van een actieve gewestelijke en grootstedelijke mobiliteitsstrategie en het gebruik van het openbaar vervoer stimuleert; Dat het ontwerpplan aanbeveelt de in titel VIII van de GSV genoemde kaart van de BWLKE-toegankelijkheidszones aan te passen aan de geplande verbeteringen op het gebied van de mobiliteit en de toegankelijkheid van het openbaar vervoer en de actieve vervoerswijzen op het grondgebied van het ontwerp-RPA en rekening te houden met de infrastructuur voor de actieve vervoerswijzen; Dat het ontwerpplan, in zijn strategische luik, de beperking van het aantal toegestane parkeerplaatsen aanmoedigt in overeenstemming met de reële behoeften en rekening houdend met de beschikbare alternatieven; Overwegende de verzoeken van burgers met betrekking tot het vergemakkelijken van de toewijzing van parkeerplaatsen ten aanzien van de GSV; Overwegende dat de GSV onlangs is herzien en zich momenteel in de goedkeuringsfase bevindt; Overwegende de verzoeken van burgers in termen van de raadpleging van de plannen van de bestaande situatie en de voorgestelde situatie, de gefaseerde uitvoering van het plan om indien nodig maatregelen ongedaan te kunnen maken, de coördinatie van de diensten die verantwoordelijk zijn voor de werkzaamheden aan de openbare weg; Overwegende dat de documenten van het ontwerpplan vrij toegankelijk zijn op het internet en de situaties voor en na het plan met elkaar vergelijken; Dat het ontwerpplan een gefaseerde uitvoering van de werkzaamheden voorstelt; Dat de met de werkzaamheden belaste diensten zullen moeten kiezen voor een goede coördinatie van de werkzaamheden. Sloop van het viaduct Overwegende het verzet van de burgers tegen de sloop van het viaduct, de eisen met betrekking tot hete behoud van deze infrastructuur met een beperking van de stroom van voertuigen die het viaduct gebruiken, een verfraaiing en een vergroening; Overwegende de wens om de toegang tot de stad te reorganiseren als een stadsboulevard; Dat de toegang tot de stad moet worden aangepast en rustiger gemaakt; Dat de afbraak van het viaduct Herrmann-Debroux zal leiden tot de verdwijning van schaduwzones en zones zonder sociale controle; Dat artistieke overgangsmaatregelen op/langs het viaduct mogelijk zijn; Overwegende de vrees van burgers voor de gevolgen van de sloop van het viaduct voor het verkeer in de omliggende wijken en de vraag naar mobiliteitsalternatieven voorafgaand aan de sloop; Overwegende dat het ontwerpplan rekening houdt met de aanbevelingen van de milieueffectenstudie met betrekking tot de mobiliteit; Dat het ontwerpplan, parallel aan de sloop van het viaduct, een reeks maatregelen voorstelt om het gebruik van het openbaar vervoer en actieve vervoerswijzen aan te moedigen; P+R en parkeren Overwegende het verzet van de burgers tegen de bouw van een P+R bij Rood Klooster; de vaststellingen over de slechte ligging van de P+R, de ontoereikende capaciteit van de P+R om een nuttig ontmoedigend effect te hebben; de eisen met betrekking tot de vermindering van de autostromen; de vragen met betrekking tot het nut van de sloop van de bestaande P+R en de bouw van een meer afgelegen P+R; Overwegende de wens om de toegang tot de stad te reorganiseren als een stadsboulevard; Dat het Brussels Gewest het aantal auto's dat zijn grondgebied binnenkomt wil verminderen; Dat het de bedoeling is om een parking zo ver mogelijk stroomopwaarts van de stad te creëren; Dat om de gevolgen voor het milieu te beperken, auto's zo weinig mogelijk kilometers in de stad moeten rijden; Dat de Deltaparking op dit moment niet als relaisparking functioneert en verzadigd is; Dat de Deltaparking al in het hart van de stad ligt; Dat de parking onder het viaduct ook verzadigd is; Overwegende de instemming van de burgers met de bouw van een ondergrondse P+R ter hoogte van het sportcentrum van het Zoniënwoud; de vragen in termen van de precieze locatie en de capaciteit van de P+R, de aanleg van ondergrondse parkeergarages, het aanbod van ontradingsparkings in combinatie met een efficiënt pendelsysteem, de verhoging van de capaciteit van de geplande P+R, de aansluiting van de P+R met een bus en niet met een tram, of een elektrische pendeldienst in eigen baan; Overwegende de vrees voor de gevolgen van de aanleg van de toekomstige P+R voor het Zoniënwoud en de vijvers van het Rood Klooster, de kosten van de toegang tot de P+R en het risico van een verplaatsing van het parkeren naar de omliggende straten en het gebruik van de parking door andere gebruikers dan pendelaars; Overwegende dat de Deltaparkings onder het viaduct zullen worden vervangen door een P+R-parking; Dat de P+R tussen het Adeps-centrum en het Rood Klooster zal komen, onder de bedding van de E411; Dat het dus een ondergrondse parking wordt; Dat de capaciteit en de werking (met name de locatie van de toegangen, de beheersmethode enz.) het voorwerp zullen vormen van een grondige studie door de bevoegde gewestelijke diensten; Dat de P+R niet in een Natura 2000-gebied (Rood Klooster of Zoniënwoud) zal worden gevestigd; dat het MER de milieueffecten van de bouw van een P+R in het Natura 2000-gebied heeft geanalyseerd, zoals voorgesteld in het ontwerpplan; Dat het MER de werking van het kruispunt Herrmann-Debroux/Vorst heeft geanalyseerd; dat er microsimulaties zijn uitgevoerd om een optimale aanleg voor te stellen; Dat de P+R ook gebruikt kan worden door bezoekers van het sportcentrum en door wandelaars die naar het Zoniënwoud of het Rood Klooster gaan; Dat de P+R wordt aangesloten op Herrmann-Debroux door middel van een tram; dat de tramoptie de beste prijs-kwaliteitverhouding heeft; dat de werken voor de aanleg van een tramlijn goedkoper zijn en minder lang duren dan die voor de bouw van een metro; Dat de tram voldoende capaciteit heeft om pendelaars vanaf de P+R te vervoeren, in tegenstelling tot een bus of shuttle; Dat een toekomstige transformatie van de tram tot een metro niet uitgesloten is; Overwegende de vraag van de burgers naar de aanleg van een interregionale P+R stroomopwaarts van het Leonardkruispunt, de omvorming van het viaduct tot een verhoogde parking, de aanleg van een parking met meerdere verdiepingen op de Deltasite, de aanleg van twee parkings, de ene bij Jezus-Eik die verbonden is met het GEN en de andere bij Hermann-Debroux of de het Adeps die verbonden is met de metro, de aanleg van een P+R bij het station van Groenendaal die verbonden is met het GEN, waarbij de toegang vanaf de E411 wordt vergemakkelijkt; Overwegende de vragen over de toekomst van de onder het viaduct gelegen parking en de geplande maatregelen om het parkeren op het terrein te optimaliseren; Overwegende dat deze P+R de bouw van andere P+R's in de naburige gewesten niet in de weg staat; dat het Brussels Hoofdstedelijk Gewest de naburige gewesten sterk aanmoedigt om P+R's te bouwen, in het bijzonder in de buurt van stations; Dat het behoud van het viaduct en zijn omvorming tot een parking het landschap en de visuele kwaliteit van het gebied niet ten goede zullen komen; dat de Deltaparkings onder het viaduct worden vervangen door een P+R-parking zoals hierboven beschreven; Dat locatiespecifieke parkeerfaciliteiten zullen worden voorzien, terwijl het aantal toegestane parkeerplaatsen zal worden beperkt volgens de werkelijke behoeften, rekening houdend met de beschikbare alternatieven; Openbaar vervoer Overwegende de vragen van de burgers met betrekking tot het federale beleid voor de ontwikkeling van de infrastructuur van het openbaar vervoer, de voltooiing van het GEN en de ontradingsparkings en de toelichting van de impact van het GEN op de stroom van de E411; Overwegende dat het Brussels Hoofdstedelijk Gewest werkt aan een gewestelijk mobiliteitsplan, Dat het GEN een federale aangelegenheid is waarop het ontwerpplan geen invloed heeft; Overwegende de eisen van burgers die worden gesteld aan het creëren van een echte intermodale oplossing op P+R-niveau met bus- en metroverbindingen; Overwegende de goedkeuring van de aanleg van een tramlijn tot aan de P+R; de vragen om de frequentie van tram 94 te verhogen, de tramlijnen tot aan het Adeps uit te breiden, een pendeltram te creëren die met hoge frequentie op één enkel spoor rijdt; de vragen over de uitbreiding van de tramlijnen op de site; Dat het ontwerpplan tot doel heeft de efficiëntie van het openbaar vervoer te verbeteren, met name door de uitbreiding van de tramlijn in eigen baan tot aan het Adeps; Dat het MER een waarschijnlijk scenario voor 2025 heeft geanalyseerd; Dat de verbindingen tussen de verschillende openbare vervoerssystemen in Herrmann-Debroux moeten worden geoptimaliseerd en vergemakkelijkt; Dat het gebied ter hoogte van het Adeps een intermodaal knooppunt wordt dat openbaar vervoer en P+R combineert; Dat de P+R door middel van een tram verbonden wordt met Herrmann-Debroux; Dat de tramoptie de beste prijs-kwaliteitverhouding heeft; Dat de werken voor de aanleg van een tramlijn goedkoper zijn en minder lang duren dan die voor de bouw van een metro; Dat de tram voldoende capaciteit heeft om pendelaars vanaf de P+R te vervoeren, in tegenstelling tot een bus of shuttle; Dat een toekomstige transformatie van de tram tot een metro en een uitbreiding van de verbinding niet uitgesloten zijn; Overwegende de verzoeken van burgers om het metronetwerk ter plaatse uit te breiden, de metroverbinding tussen de stations Beaulieu en Demey ondergronds te laten lopen en de frequentie van de metro's te verhogen; de vragen over het behoud van de metro als het viaduct wordt gesloopt; Dat de bovengrondse metro tussen Beaulieu en Demey zal worden behouden; Dat de mogelijkheid om dit gedeelte tussen Demey en Beaulieu ondergronds te laten lopen in de toekomst niet uitgesloten is, maar gezien de kosten geen prioriteit heeft; Dat de wijziging van de frequenties van het openbaar vervoer geen deel uitmaakt van het ontwerp-RPA maar onder de verantwoordelijkheid van de openbaarvervoermaatschappij valt; Ring Overwegende de vraag van de burgers naar coherentie tussen de verschillende projecten van de gewesten, met name voor de verbreding van de Ring, de denkoefening over het Leonardkruispunt en de verbetering van het verkeer op dit niveau; Overwegende dat de besprekingen met de naburige gewesten en de federale staat worden voortgezet; Dat de kwestie van de Ring buiten de reikwijdte van het ontwerpplan valt; Actieve modi Overwegende de wensen van de burgers inzake reflectie in termen van het verkeer van de voetgangers, de PBM, vervolgens de fietsers en pas dan het autoverkeer; Overwegende dat het ontwerpplan tot doel heeft de levenskwaliteit te verbeteren; Dat het ontwerpplan tot doel heeft een grote aaneengesloten ruimte te creëren langs het traject van de E411 die op een kwaliteitsvolle manier infrastructuren voor actieve vervoersmodaliteiten zal ontvangen en tegelijkertijd het autoverkeer zal beperken en zijn infrastructuur zal heraanleggen; Dat het ontwerpplan tot doel heeft de aantrekkelijkheid en de toegankelijkheid van de vier metrostations op de site van het ontwerpplan te verbeteren door middel van actieve vervoerswijzen; Overwegende de vraag van burgers naar voldoende brede, veilige, van de voetpaden gescheiden fietspaden met continu tweerichtingsverkeer, naar de aanleg van interregionale fietspaden, de verbetering van de toegankelijkheid voor de fietsers, de inrichting van fietsenstallingen in de buurt van de haltes van het openbaar vervoer, een fietswasstation, fietsbruggen; Dat het Brussels Hoofdstedelijk Gewest een goed verbonden fietsnetwerk wil opzetten; Dat het ontwerpplan gericht is op het creëren van een zeer kwaliteitsvol fietsnetwerk op grootstedelijk niveau; Dat een fietsroute is gepland als onderdeel van het ontwerpplan voor de as Leonard-Delta; Dat de fietsinfrastructuur daar zal worden aangelegd waar de openbare ruimte het breedst is, namelijk in het noordelijke deel, langs de infrastructuur van het openbaar vervoer; Dat de inrichting van fietsenstallingen of een fietswasstation niet binnen het toepassingsgebied van het ontwerpplan valt, maar in detail zal worden bestudeerd op het niveau van de stedenbouwkundige vergunningen; Dat het ontwerpplan niet voorziet in de ontwikkeling van fietsbruggen gezien de sloop van het viaduct en de ontwikkeling van een oversteekbare stadsboulevard; Overwegende de verzoeken van burgers met betrekking tot de aanleg van beschermde voetgangerszones; Overwegende dat het ontwerpplan tot doel heeft het gebied rustiger te maken en de verkeerssnelheid te verminderen in vergelijking met vandaag; Dat de voetgangers dus veilig zullen zijn langs de stadsboulevard; Stadsboulevard Overwegende de vraag van de burgers om de inkomende verkeersstroom te beperken en te reguleren om een permanente verzadiging van de boulevard te vermijden, of om de boulevard stroomopwaarts uit te breiden om het verkeer van de Brusselaars te garanderen; Overwegende de wens om de toegang tot de stad te reorganiseren als een stadsboulevard; Dat het Brussels Gewest het aantal auto's dat zijn grondgebied binnenkomt wil verminderen; Dat het Brussels Hoofdstedelijk Gewest momenteel werkt aan de ontwikkeling van het Gewestelijk Mobiliteitsplan dat tot doel heeft de mobiliteit in Brussel te verbeteren; Overwegende de vragen van burgers over de verkeersbeperkingen op de boulevard, zijn de concrete aanleg, de installatie van verkeerslichten; de verzoeken met betrekking tot de aanleg van rijstroken, de splitsing van de rijstroken van de boulevard, de aanleg van een echt fietspad en de verbetering van de voetgangersruimten, de beperking van de rijstroken tot één per rijrichting, de integratie van een rijstrook bestemd voor bussen, de heraanleg van het kruispunt van de Herrmann-Debrouxlaan en de Vorstlaan; Overwegende dat het ontwerpplan gericht is op de heraanleg van het grootstedelijke wegennet E411 als een stedelijke as met 2x2 rijstroken; Dat deze as de vorm krijgt van een stadsboulevard, vergelijkbaar met bijvoorbeeld de Vorstlaan of de Woluwelaan; Dat het ontwerpplan voorziet in de verwijdering van het Herrmann-Debroux-viaduct; Dat de geplande beperking van de toegang tot de stad zal leiden tot een kleinere wegcapaciteit, en dus tot een beperking van de overlast verbonden met het aantal inkomende voertuigen; Dat het ontwerpplan een snelheidslimiet van 50 km/u vanaf het Leonardkruispunt aanbeveelt; Dat het ontwerpplan voorziet in de aanleg van kruispunten met verkeerslichten op de begane grond voor de knooppunten met de hoofdwegen langs de grootstedelijke weg E411: Waversesteenweg, Vorstlaan, Invalidenlaan en Beaulieulaan; Dat de precieze modaliteiten voor het verkeer van personen (plaats van de voetgangersoversteekplaatsen, verkeerslichten, aantal plaatsen in de P+R enz.) het voorwerp zullen zijn van een grondige technische studie; Dat om te voorkomen dat het kruispunt met de Vorstlaan een knelpunt wordt, de stromen aan de ingang van de stad naar het kruispunt beperkt zullen worden tot één strook op het traject Leonard-Adeps en dat de andere strook gereserveerd zal worden voor gebruikers die naar de P+R gaan; Dat het kruispunt Vorst/Herrmann-Debroux moet worden gereorganiseerd om een beter evenwicht te vinden tussen de wegen en de gebruikers; Overwegende dat het ontwerpplan voorstelt om de 4 rijstroken van de stadsboulevard ten "zuiden" van de metro-infrastructuur samen te brengen; Dat deze aanleg zal gebeuren in de openbare ruimte die nu al door het verkeer wordt ingenomen; Dat deze aanleg een grote openbare ruimte zal vrijmaken op het "noordelijke" deel van de huidige rijstroken; Dat het aantal rijstroken drastisch zal worden verminderd; Dat bijvoorbeeld de zeven rijstroken voor auto's tussen de Carrefour-winkel en het Pinoyplein zullen worden verminderd tot vier rijstroken; Dat het aantal voertuigen dat gebruik maakt van deze boulevard zal afnemen ten opzichte van vandaag; Overwegende dat eigen banen voor het openbaar vervoer zullen worden aangelegd wanneer er ruimte voor is; Dat gebruiksvriendelijke interregionale fietspaden worden ontwikkeld langs de E411; Overwegende de vrees van burgers voor de impact van de stadsboulevard op de mobiliteit, de vervuiling, de omliggende wijken en het Zoniënwoud, de impact van de verschuiving; het verzet tegen de ontwikkeling van een stadsboulevard met vier stroken, gelegen aan de zuidzijde en dicht bij de woonwijken; de vaststellingen met betrekking tot de impact van de ontwikkeling van vier rijstroken en de breuk die ze kunnen vormen; Overwegende dat het MER de impact van verschillende locaties voor de stadsboulevard heeft vergeleken; Dat de microsimulaties hebben aangetoond dat er voor de doorstroming van het verkeer in Brussel twee rijstroken nodig zijn op deze stadsboulevard; Dat het ontwerpplan rekening houdt met de aanbevelingen van het MER ter zake; Dat het Brussels Hoofdstedelijk Gewest een "lage-emissiezone" heeft ingesteld om het verkeer van de meest vervuilende voertuigen te verbieden; Dat het Natura 2000-gebied behouden blijft; Overwegende dat het ontwerpplan voorstelt om het autoviaduct van Watermaal te slopen (maar het metroviaduct en het noordelijke deel voor actieve vervoerswijzen te behouden); Dat het dempen van de in- en uitritten en de tunnels bij Beaulieu een samenhangend stadsniveau zal creëren; Dat de stadsboulevard zich zal uitstrekken langs de gebouwen die momenteel door Europa worden gebruikt, zodat er geen breuk ontstaat in de boulevard aan het eind van de Van Nieuwenhuyselaan; dat de nieuwe stadsboulevard de wijken aan weerszijden van de E411 weer met elkaar zal verbinden; Dat deze boulevard zal worden onderbroken door voetgangersoversteekplaatsen die een gemakkelijke oversteek mogelijk maken; Dat dit betekent dat voertuigen op het einde van de Van Nieuwenhuyselaan, op het kruispunt van de Watermaalse Steenweg, niet meer naar de Invalidenlaan of naar de Beaulieulaan hoeven te rijden; Overwegende het verzet van de burgers tegen de aanleg van een openbare ruimte tussen het metrostation Demey en de huidige parking van de hypermarkt in plaats van de ruimte tussen het metrostation Demey en het Pinoyplein; de vragen over de toekomst van de brug over de Invalidenlaan, het behoud van een keerlus ter hoogte van de huidige hypermarkt, het behoud van het Driefonteinenviaduct, Overwegende dat het ontwerpplan voorstelt om de 4 rijstroken van de stadsboulevard ten "zuiden" van de metro-infrastructuur samen te brengen; Dat deze aanleg zal gebeuren in de openbare ruimte die nu al door het verkeer wordt ingenomen; Dat deze aanleg een grote openbare ruimte zal vrijmaken op het "noordelijke" deel van de huidige rijstroken; Dat het aantal rijstroken drastisch zal worden verminderd; Dat bijvoorbeeld de zeven rijstroken voor auto's tussen de Carrefour-winkel en het Pinoyplein zullen worden verminderd tot vier rijstroken; Dat het aantal voertuigen dat gebruik maakt van deze boulevard zal afnemen ten opzichte van vandaag; Dat deze nieuwe ontwikkeling op geen enkele wijze de ruimte voor actieve modi aan de zuidzijde van de boulevard zal verminderen; Dat het Pinoyplein voor voetgangers en fietsers rechtstreeks wordt verbonden met de hypermarkt; Overwegende dat eigen banen voor het openbaar vervoer zullen worden aangelegd wanneer er ruimte voor is; Dat gebruiksvriendelijke interregionale fietspaden worden ontwikkeld langs de E411; Overwegende dat na de sloop van het Herrmann-Debrouxviaduct en de heraanleg van het kruispunt Herrmann-Debroux/Vorst de keerlus onder het viaduct niet langer nodig is; Dat de toegang tot de verschillende functies (Delhaize, kantoren ...) behouden zal blijven en grondig bestudeerd zal worden vooraleer de stedenbouwkundige vergunning wordt aangevraagd; Dat het Driefonteinenviaduct (brug over de Invalidenlaan) behouden blijft; dat zijn behoud het mogelijk maakt de landschapscontinuïteit onder het viaduct te optimaliseren en grote fauna te laten passeren; Tunnel Overwegende het verzet van de burgers tegen een tunneloplossing, met het verminderen van de instroom van auto's als enige oplossing; Overwegende het voorstel om vanaf het Leonardkruispunt een tunnel te bouwen die het tracé van de snelweg zou volgen en die parallel aan de metro zou doorlopen tot aan de parking van de hypermarkt of tot aan Beaulieu, met eventueel een aftakking naar de Waversesteenweg; Overwegende dat het MER een "tunnel"-optie heeft geanalyseerd; Dat de kosten van de bouw van een tunnel aanzienlijk zijn; Dat het onderhoud van een tunnel eveneens aanzienlijke financiële middelen vergt; Sites Overwegende de verzoeken van de burgers om de perimeter van het plan op het grondgebied van het gewest uit te breiden vanaf Jezus-Eik, om de perrons van het station van Etterbeek uit te breiden tot onder de Fraiteurbrug; Overwegende dat het ontwerpplan zich uitstrekt van de gewestelijke grens tot aan Delta; Dat vragen met betrekking tot het station van Etterbeek niet onder het plan vallen; Overwegende de opmerkingen over de impact van de ontwikkeling van het sorteercentrum van Bpost op de Deltapool naast het ziekenhuiscentrum, in het bijzonder op het gebied van mobiliteit; de vragen over de verplaatsing van het sorteercentrum dat momenteel aan de Kroonlaan ligt in het kader van de inrichting van het nieuwe sorteercentrum op de Deltasite; de verzoeken om de door het centrum gegenereerde voertuigstroom te analyseren en te meten, het sorteercentrum door middel van een tunnel met de Ooienstraat te verbinden en de verbinding tussen Watermaal en het ziekenhuiscentrum te verbeteren; Overwegende dat het MER de impact van de projectontwikkeling in de Deltadriehoek op de mobiliteit heeft geanalyseerd; Dat de functies met betrekking tot Bpost al aanwezig zijn in de buurt; Dat het Bpost-project verschillende bestaande vestigingen van Bpost in het zuidoostelijke kwadrant van het gewest zal samenbrengen; Dat Bpost dit type functie in de stad nodig heeft voor de bezorging van de post in de omliggende wijken; Dat de activiteit van Bpost ook 's nachts zal plaatsvinden en dat Bpost zich aan de geluidsvoorschriften zal moeten houden; Dat het gebouw van Bpost ontworpen zal worden om overlast voor de bewoners te vermijden; Dat het strategische luik van het ontwerpplan een voetgangers- en fietsersverbinding tussen Watermaal en de Deltadriehoek voorstelt; Dat de typologie van deze verbinding later zal worden bestudeerd; Overwegende de instemming van de burgers met de locatie van de toegang tot de parkings van de gebouwen van de Beaulieusite aan de kant van de stadsboulevard; de verzoeken met betrekking tot de aanleg van taxistandplaatsen, de verbetering van de zichtbaarheid van de toegang tot de parkeerplaatsen, de aanleg van verkeersdrempels op de Beaulieulaan, de kruising van de bovengrondse metroroutes, de directe toegang tussen de Beaulieulaan en het metroplatform; Overwegende dat het ontwerpplan in zijn strategische luik de beperking van het aantal toegelaten parkeerplaatsen op basis van de werkelijke behoeften aanmoedigt en rekening houdend met de beschikbare alternatieven; Dat het strategische luik van het ontwerpplan de aanleg van taxistandplaatsen ter hoogte van Beaulieu voorstelt; Dat de uitvoering ervan in detail zal worden bestudeerd in latere studies; Overwegende dat de installatie van spiegels of infrastructuren ter verbetering van de zichtbaarheid van de uitgang van een parking en de installatie van verkeersdrempels buiten het bestek van het plan vallen; Dat voetgangersoversteekplaatsen zijn gepland om het Pinoyplein te verbinden met het winkelcentrum en het station Beaulieu, Dat de kruising op het niveau van de Watermaalse Steenweg behouden blijft; Dat de belangrijkste functies aan weerszijden van de bovengrondse metro bijgevolg met elkaar zullen worden verbonden; Dat de toegang tot de Beaulieu-metro zal worden heraangelegd om te passen in de nieuwe configuratie van de stadsboulevard; Overwegende de vragen van burgers over de toegankelijkheid van de Demeysite, in het bijzonder vanaf de Kleine Wijngaardstraat, die zal worden voorbehouden voor het autoverkeer naar de hypermarkt ter hoogte van het metrostation Demey; de vrees voor de impact van de geplande aanleg van het kruispunt Herrmann-Debroux op het wegverkeer ter hoogte van de Waversesteenweg en de Tervuursesteenweg; Overwegende dat de Kleine Wijngaardstraat met de auto bereikbaar zal zijn; dat de toegang voor voertuigen tot het winkelcentrum behouden zal blijven; Dat de precieze locaties van deze toegangen verder zullen worden bestudeerd; Overwegende dat het MER de impact van de ontwikkeling van een stadsboulevard op de mobiliteit heeft geanalyseerd; Overwegende de vragen van burgers over de toegang tot het Adeps-centrum vanaf het Leonardkruispunt; de verzoeken om de kruising van de weg tussen het Adeps-centrum en de plantentuin Jean Massart te verbeteren; Overwegende dat een toegang voor voertuigen tot het Adeps zal worden gehandhaafd; Dat de precieze locaties van deze toegang nader zullen worden bestudeerd; Dat de E411-as wordt omgevormd tot een stadsboulevard en dat er voetgangersoversteekplaatsen zullen worden aangelegd; Dat daardoor de oversteek tussen het Adeps en de Massart-tuin wordt vergemakkelijkt; Bouwplaats Overwegende de bezorgdheid van de burgers over de geplande fasering van de uitvoering van de projecten; de vrees voor verkeersopstoppingen in verband met de werkzaamheden; Overwegende dat het ontwerpplan voorstelt om de werkzaamheden gefaseerd uit te voeren; Dat de met de werkzaamheden belaste diensten zullen moeten kiezen voor een goede coördinatie van de werkzaamheden; Overwegende de vragen van burgers over het beheer van het verkeer van de auto's en het openbaar vervoer, in het bijzonder naar de P+R tijdens evenementen zoals marathons, wielerwedstrijden en de roller parade; Overwegende dat er maatregelen zullen worden genomen om het verkeer van personen tijdens uitzonderlijke gebeurtenissen mogelijk te maken; Overwegende de opmerkingen die zijn gemaakt op het gebied van de stedenbouw; Algemeen Overwegende de vragen van de burgers over de definitie van het begrip "levenskwaliteit"; Overwegende dat de levenskwaliteit met name de luchtkwaliteit, de kwaliteit van het landschap, het geluidsniveau, de kwaliteit van de openbare ruimte en de mogelijkheden om als voetganger of fietser de openbare ruimte te benutten omvat; Overwegende de verzoeken om het plan van de bestaande bebouwing te bestuderen, zonder rekening te houden met sloop, het uitzonderlijke erfgoedaspect van het Rood Klooster te behouden; de vrees voor de impact van nieuwbouw en het risico dat de aangename omgeving van Oudergem wordt verstoord; Overwegende dat in de aanloop naar het ontwerpplan een definitiestudie is uitgevoerd; Dat deze definitiestudie het mogelijk heeft gemaakt een schets van het gebied te maken; Dat deze definitiestudie een aantal uitdagingen onder de aandacht heeft gebracht; Dat het Brussels Hoofdstedelijk Gewest het gewestelijk programma voor de circulaire economie heeft aanvaard; Dat dit in het bijzonder aanzet tot een maximaal hergebruik van de interne middelen van het Gewest; Dat de verschillende bouwprojecten worden bestudeerd met het oog op de aanvraag van een stedenbouwkundige vergunning; Dat het Rood Klooster bewaard zal blijven; Overwegende de vragen over de toekomst van de activiteiten die onder het viaduct worden georganiseerd en de voorziene ondergrondse parkeerplaatsen voor de nieuwe woongebouwen; Overwegende dat de verplaatsing van de activiteiten die onder het viaduct plaatsvinden buiten het bestek van het ontwerpplan valt; Dat er echter nieuwe openbare ruimten zullen worden gecreëerd, waar deze activiteiten indien nodig kunnen worden ondergebracht; Dat het ontwerp-RPA, in zijn strategische luik, de beperking van het aantal geautoriseerde parkeerplaatsen aanmoedigt op basis van de werkelijke behoeften en rekening houdend met de beschikbare alternatieven; Dichtheid Overwegende de vragen met betrekking tot de vermelding van de vloer/terreinverhouding, het gebruik van de conclusies van de globale studies over de dichtheid die in het verleden uitgevoerd zijn; de vrees dat de dichtheid het samenleven niet reguleert, maar alleen dient om de begrotingen op te blazen en de salarissen van lokale verkozenen te verhogen; Overwegende dat de verhouding tussen de vloeroppervlakte en de grondoppervlakte een technisch criterium is voor de beoordeling van de dichtheid van de site; Dat deze op andere manieren kan worden uitgedrukt; Dat het milieueffectenrapport hoe dan ook de geprojecteerde dichtheid analyseert en een conclusie en aanbevelingen formuleert; Overwegende dat alle recente demografische vooruitzichten voor het Brussels Hoofdstedelijk Gewest concluderen dat de Brusselse bevolking op korte, middellange en lange termijn zal toenemen; Overwegende de vraag van de burgers naar de verdichting van de groene wandeling tussen Demey en Beaulieu, de vermindering van de verdichting van de geplande woningbouw, samen met de toename van de open ruimten en de parken; Overwegende dat in Brussel uit verschillende studies en regeringsverklaringen is gebleken dat men het bestaande stedelijke weefsel redelijk moet verdichten om een polycentrische regio te creëren die de levenskwaliteit garandeert; Dat de groene wandeling echter in de groene zone van het GBP ligt en niet kan worden aangelegd; Dat ze een kwaliteitsvolle openbare ruimte vormt; Dat het ontwerpplan gericht is op de ontwikkeling van kwaliteitsvol groen in de openbare ruimte; Openbare ruimten Overwegende de steun van de burgers voor het geplande autovrij maken van de openbare ruimte, voor het geplande nieuwe stadsplein op de Demeysite; de vragen over de ruimte tussen de hypermarkt en het Demey-station en de bestemming die ze zal krijgen; Overwegende de vraag in termen van de ontwikkeling van openbare ruimten van passende omvang, niet te groot en niet leeg, om opheldering te krijgen over de herinrichting van de ruimte onder het Watermaalviaduct; Overwegende dat het ontwerpplan voorziet in de aanleg van een openbaar plein op de huidige locatie van het parkeerterrein van het winkelcentrum; Dat dit een plein op mensenmaat zal zijn, omgeven door functies die afhankelijk zijn van de passage (zoals hotels en restaurants en buurtwinkels); Dat een plein het Demey-metrostation op de begane grond zal verbinden met het winkelcentrum; Dat dit plein ook bedoeld is om de relatie van het metrostation met het stadspark Demey, waarin het geïntegreerd is, te kwalificeren; Dat deze openbare ruimte ook bedoeld is als een schakel in de as van de "actieve vervoerswijzen" die van oost naar west door de site loopt en die actieve vervoerswijzen op grootstedelijke schaal mogelijk maakt van Leonard tot Delta. Dat de aanleg ook een rijbaan voor lokale bussen omvat, met een bushalte die toegang geeft tot de Demeysite en met bus-metroverbindingen. Dat het dus tegelijkertijd een landschappelijke openbare ruimte is, een wandelgebied, een gebied voor samenkomen en ontmoeting, die af en toe gebruikt kan worden voor activiteiten op een bovenlokale schaal; Dat een deel van het Watermaalviaduct wordt gesloopt; Dat onder het viaduct een overdekte openbare ruimte kan worden ontwikkeld, die ook stedelijke activiteiten kan omvatten; Voorzieningen Overwegende de vraag van de burgers naar voorzieningen voor kinderen; de vragen over het schoolaanbod, dat niet noodzakelijkerwijs zal meegroeien gezien het tekort aan leerkrachten, opvoeders en andere pedagogische teams; Overwegende dat nieuwe openbare ruimten zullen worden gecreëerd; Dat zij faciliteiten voor kinderen zullen kunnen ontvangen; Dat de aanpalende sites ruimte bieden voor voorzieningen; Dat zich onder deze voorzieningen ook scholen kunnen bevinden; Typologie en gemengdheid Overwegende de eisen van de burgers op het vlak van de sociale gemengdheid en de harmonieuze en evenwichtige ontwikkeling van de wijk; Overwegende dat het ontwerpplan tot doel heeft de levenskwaliteit in Oudergem en het Brussels Hoofdstedelijk Gewest te verbeteren; Overwegende de eisen van burgers op het vlak van de sociale huisvesting, het evenwicht tussen sociale en privéwoningen, groepswoningen, seniorenwoningen; Overwegende dat het ontwerpplan zich niet expliciet uitspreekt over de inplanting van de sociale woningen in de perimeter; dit aspect zal het voorwerp uitmaken van een latere gewestelijke beslissing; Dat hier echter wel aandacht aan kan worden besteed in de uitvoering van het plan; Dat het Departement Territoriale Kennis van Perspective een analyserooster ontwikkelt in samenwerking met de referent Huisvesting van het Gewest om de types sociale woningen beter over het gewestelijk grondgebied te verdelen; Dat het ontwerpplan geen specifieke verdeling van typologieën in het project specificeert, terwijl de verschillende vormen van bouwzones en de geaccepteerde profielen een mix van woontypologieën in het project mogelijk maken; Overwegende de eisen van burgers met betrekking tot het behoud van het stedelijk evenwicht tussen de wijken en het karakter van de kruispunten, het behoud van de samenhang met de inplanting van andere soorten gebouwen en de mensenmaat van de gemeente Oudergem, en het verzet tegen de bouw van torens; Overwegende dat het ontwerpplan dus tot doel heeft de levenskwaliteit in Oudergem en het Brussels Hoofdstedelijk Gewest te verbeteren; Dat het verordenende luik van het ontwerpplan betrekking heeft op bestemmingen, gemengdheid en bouwprofielen; Dat in het ontwerpplan de aanbevelingen van de milieueffectenstudie zijn opgenomen; Dat het ontwerpplan de diversiteit van alle aanpalende sites bevordert; Overwegende de vragen van burgers over het soort gemengdheid dat voor de Beaulieusite wordt gepland en het behoud van de huidige bestemmingen, de fasering van de werkzaamheden aan de gebouwen van de Europese Commissie; Dat het ontwerpplan de gemengdheid op de Beaulieusite bevordert en tegelijkertijd administratieve functies omvat; Overwegende dat het werkprogramma van de gebouwen die door de Europese Commissie worden gebruikt op dit moment niet bekend is; Overwegende de vragen van de burgers over de toekomstige functies die gepland zijn op de site van de Deltadriehoek, de mogelijke bouw van iconische gebouwen boven het sorteercentrum; Overwegende dat op het terrein van de Deltadriehoek een grote groene ruimte, een parkway, zal worden aangelegd; Dat voor deze parkway een driehoekige bouwzone gepland is, met aan de noordzijde hoge elementen voor woon- en kantoorprogramma's en aan de zuidzijde een gemengd productieve en/of logistieke uitrusting en activiteiten waarop een met daken beplante ruimte wordt ontwikkeld; Dat het ontwerpplan gemiddelde en maximale hoogten vaststelt, en dat de hoogte van de toekomstige gebouwen in een later stadium nauwkeurig zal worden vastgesteld; Dat deze gebouwen onderworpen zijn aan een bouwvergunning; Tijdelijk Overwegende de wensen van de burgers op het vlak van de planning van de werken, en meer bepaald hun start voor de afbraak van het viaduct, de verfraaiing van het viaduct in afwachting van alle geplande projecten, de integratie van permanente of kortstondige artistieke projecten in de nieuwe ruimten die gaandeweg zullen vrijkomen; Overwegende dat in het ontwerpplan wordt voorgesteld de werkzaamheden gefaseerd te operationaliseren; Dat verschillende projecten al worden bestudeerd of uitgevoerd; Dat verfraaiingsprojecten tijdelijke projecten kunnen zijn; Overwegende de andere opmerkingen die zijn gemaakt; Overwegende dat de burgers dit visionaire, moedige en ambitieuze plan steunen, het initiatief om een toekomstvisie te hebben voor deze toegang tot de stad en de ambitie om de toekomst na het viaduct te plannen; Overwegende dat burgers het gebrek aan een algemene visie betreuren, de beperkte perimeter van het plan, die de omliggende wijken en de rest van de gemeente uitsluit, het gebrek aan een inventarisatie (beperkingen en mogelijkheden in en rond het ontwerp-RPA), het gebrek aan verbeeldingskracht bij het voorstellen van innovatieve oplossingen voor het fundamentele probleem van de mobiliteit; Overwegende dat het MER de impact van het ontwerpplan op een groot gebied heeft geanalyseerd in vergelijking met het ontwerpplan; Dat er in de aanloop naar het ontwerpplan een definitiestudie is uitgevoerd, die een aantal uitdagingen voor het betrokken gebied geïdentificeerd heeft; Dat het ontwerpplan, in zijn strategische luik, indicatieve voorstellen bevat op een grotere schaal dan die van het plan; Dat de aanbevelingen van de milieueffectenstudie, met name op het gebied van mobiliteit, in het ontwerpplan zijn opgenomen; Overwegende dat burgers vragen hebben bij het richtplan van aanleg als nieuw instrument en bij zijn nut, tenzij als een manier om gemakkelijker en sneller af te wijken van het Gewestelijk Bestemmingsplan en de stedenbouwkundige verordeningen; en dat burgers eisen dat het plan op het GPDO en Good Move wordt gebaseerd; Overwegende dat het richtplan van aanleg een recent en hybride planningsinstrument is dat de stadsvernieuwing versnelt en een kader biedt voor de verschillende ontwikkelingen; Dat het richtplan van aanleg het gewestelijke planningsinstrument is waarmee de strategische en reglementaire aspecten van een stedelijke strategie in één enkel document kunnen worden gedefinieerd; Dat de strategische visie en de hoofdlijnen van het ontwerpplan passen in de strategische visie van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest zoals bepaald in het gewestelijk ontwikkelingsplan en in de gewestelijke beleidsverklaring van 20 juli 2014; Dat het toekomstige gewestelijke mobiliteitsplan bovendien een transversaal document is dat compatibel is met het gewestelijke ontwikkelingsplan; Dat het gewestelijk mobiliteitsplan en het richtplan van aanleg dus sectorale en lokale varianten van het gewestelijk ontwikkelingsplan vormen; Dat de voor de ontwikkeling van het Gewestelijk Mobiliteitsplan Good Move bevoegde gewestelijke overheden betrokken werden bij de uitwerking van het ontwerp van richtplan van aanleg, om de onderlinge samenhang te verzekeren; Overwegende dat burgers zich zorgen maken over het feit dat deze werkzaamheden de lokale belastingen zouden kunnen verhogen, over de meer- en minderwaarden die de uitwerking van een richtplan van aanleg zou kunnen opleveren en over het budget dat met dit soort projecten is gemoeid, en over het feit dat burgers vragen om de nodige financiële middelen toe te wijzen aan de heraanleg van deze stadstoegang; Overwegende dat het ontwerpplan een algemene begrotingsraming heeft gemaakt; Dat de variatie in de waardering van de panden die zich binnen zijn perimeter bevinden, niet binnen het kader van het richtplan van aanleg valt; Dat hoe dan ook niet redelijkerwijs kan worden gesteld dat het ontwerpplan de waarde van de eigendommen binnen zijn perimeter zou doen dalen; dat er echter, gelet op de hierboven uiteengezette doelstellingen, alle reden is om aan te nemen dat deze eigendommen in waarde zullen toenemen na de effectieve uitvoering van het plan; Dat burgers vragen om aanzienlijke boetes op te leggen voor de overschrijding van de termijnen van de werken; Dat burgers vraagtekens zetten bij de duur van de geplande werkzaamheden en de maatregelen die in deze periode voor de handelaars worden genomen; Overwegende dat de termijnen van de werken zullen afhangen van de verschillende projecten; Dat de vragen in verband met belastingen, invoer, dwangsommen en vergoedingen niet relevant zijn voor het ontwerpplan; Dat burgers het gebrek aan overleg met andere regio's, handelaars en bewoners betreuren; Dat burgers het gebrek aan informatie over een discussie of overleg met de naburige steden en gewesten betreuren; Overwegende dat het publiek op 4 en 5 juni 2018 werd geïnformeerd en geraadpleegd tijdens vergaderingen in de kantoren van het met ruimtelijke ordening belaste bestuur en op 20 juni tijdens een vergadering in het cultureel centrum van Oudergem; Dat het publiek zijn opmerkingen kon maken tot 30 dagen na de laatste informatievergadering en dat alle relevante informatie voor het publiek beschikbaar was; Dat de besprekingen met de naburige gewesten aan de gang zijn; Dat tijdens de uitwerking van het ontwerpplan werd vergaderd met vertegenwoordigers van instellingen en bedrijven; Gelet op artikel 7 van de Ordonnantie van 29 juli 2015 houdende oprichting van het Brussels Planningsbureau en artikel 2 van het Besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 2 februari 2017Relevante gevonden documenten type besluit van de brusselse hoofdstedelijke regering prom. 02/02/2017 pub. 12/07/2017 numac 2017020477 bron brussels hoofdstedelijk gewest Besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering met betrekking tot het Gewestelijk Comite voor Territoriale Ontwikkeling sluiten met betrekking tot het Gewestelijk Comité voor Territoriale Ontwikkeling tot oprichting van het Gewestelijk Comité voor Territoriale Ontwikkeling (GCTO); Gelet op het evaluatieverslag, genaamd `gelijkekansentest', vereist door artikel 2, § 1°, van de ordonnantie van 4 oktober 2018 tot invoering van de gelijkekansentest in de beleidslijnen van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest en door artikel 1 van het besluit van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest van 22 november 2018 houdende uitvoering van die ordonnantie, waarvan de Brusselse Hoofdstedelijke Regering op 31/01/2019 kennis heeft genomen; Overwegende dat Leefmilieu Brussel een advies heeft uitgebracht over het ontwerp van het lastenboek van het milieueffectenrapport, naar aanleiding van de brief die op 18/02/2019 door de administratie is verstuurd, d.d. 19/03/2019; Overwegende dat Leefmilieu Brussel de volgende wijzigingen vraagt: - Bijwerken van gegevens met betrekking tot de verschillende auteurs van documenten, het regelgevend kader, meer gedetailleerde analyses rond bepaalde thema's; - Laten zien dat elke aanpalende site is geanalyseerd als een "mini-pad" - Laten zien wat de impact van de tram/Adeps-optie is op het recypark - De herbeoordeling van de metro-optie tot aan het Adeps tonen - De gedetailleerde analyse van de mobiliteit op de aanpalende sites tonen, met name op het niveau van de driehoek, de vragen over de aansluiting van het Chirec met de E411; Overwegende dat met deze wijzigingen rekening is gehouden; Gelet op het advies van 03/05/2019 van het GCTO; Overwegende dat het ontwerp-RPA moet worden voorgelegd aan een openbaar onderzoek in elk van de gemeenten van het Gewest die betrokken zijn bij voornoemd project in toepassing van artikel 30/5, § 1 van het BWRO; Dat de gemeenten waarop het RPA betrekking heeft, de gemeenten Oudergem en Watermaal-Bosvoorde zijn - op het grondgebied waarvan de perimeter van het RPA betrekking heeft - en Elsene, Sint-Pieters-Woluwe, de Sint-Lambrechts-Woluwe, Ukkel, Etterbeek, en Stad Brussel; Dat geen enkele andere gemeente in het Gewest redelijkerwijs beschouwd kan worden als een betrokken gemeente, aangezien het RPA geen milieueffecten zal hebben op het grondgebied van deze andere gemeenten; Dat dit voldoende tot uiting komt in het milieueffectenrapport; Dat uit het milieueffectenrapport naar voren komt dat het ontwerpplan en aanzienlijke impact kan hebben op het milieu in het Vlaams en Waals Gewest; Dat het dus geboden is het ontwerpplan en het bijbehorende MER, in overeenstemming met artikel 30/5 § 3 van het BWRO, voor advies voor te leggen aan de autoriteiten van het Waals en Vlaams Gewest; VIII. Samenvatting van de adviezen en van de bezwaren en opmerkingen geformuleerd in het kader van het openbaar onderzoek en van de manier waarop de regering ze in aanmerking genomen heeft Gelet op artikel 30/6 van het BWRO waarin bepaald is dat het besluit houdende definitieve goedkeuring van het RPA in zijn motivering de manier waarop de tijdens de procedure uitgebrachte adviezen, bezwaren en opmerkingen in overweging werden genomen, samenvat; Overwegende dat de regering kennis heeft genomen van en rekening heeft gehouden met de adviezen, bezwaren en opmerkingen die tijdens de initiële informatie- en participatiefase en vervolgens naar aanleiding van de speciale regelen van openbaarmaking (openbaar onderzoek en adviesaanvragen) werden ingediend; Dat zij kennis heeft genomen van en rekening heeft gehouden met het advies van de Gewestelijke Ontwikkelingscommissie, dat zelf op die elementen was gebaseerd; Dat zij het richtplan van aanleg op grond van bepaalde vragen om de redenen die zij uiteenzet, in geringe mate heeft bijgestuurd; Dat zij daarnaast ook de weigering van andere voorstellen die tijdens die opeenvolgende fasen werden geformuleerd, motiveert; Dat zij zich op die manier houdt aan de bepalingen van artikel 30/6 van het BWRO; Overwegende dat de antwoorden van de regering op de bezwaren en opmerkingen die tijdens het openbaar onderzoek werden geformuleerd en op de adviezen die bij het onderzoek van het ontwerp-RPA werden uitgebracht, hierna worden vermeld, zonder afbreuk te doen aan de antwoorden van de regering, zoals hierboven vermeld, in verband met de bezwaren en opmerkingen die tijdens het voorafgaande informatie- en participatieproces waren geformuleerd, dewelke geacht worden hierna te worden weergegeven, onder voorbehoud van eventuele wijzigingen die eraan werden aangebracht; A. ALGEMENE OPMERKINGEN Overwegende dat de regering eraan herinnert dat het vaste rechtspraak van de Raad van State is dat klachten die niet ter zake dienend of onnauwkeurig zijn, geen weerwoord behoeven, evenals klachten die gebaseerd zijn op onjuistheden, op een verkeerde lezing van het project, op een klacht die in wezen beoogt te vermelden dat schadevergoeding gevorderd zal worden in geval van handhaving van het geplande gebruik, of op klachten die louter betrekking hebben op particuliere of speculatieve belangen; dat alleen opmerkingen in verband met de door de wet nagestreefde doelstellingen, die betrekking hebben op aangelegenheden die door dit plan geregeld worden, en die voldoende verband houden met het algemeen belang dat bij de opstelling van plannen van aanleg in acht genomen moet worden, aanvaard dienen te worden; B. INFORMATIEF LUIK
- Rechtvaardiging van de perimeter Overwegende dat de Gewestelijke Ontwikkelingscommissie eraan herinnert dat het van belang is twee perimeters te onderscheiden, een strategische en een reglementaire perimeter;dat de strategische perimeter rekening moet houden met de stedelijke context en met de projecten in de omgeving en hun relatie met het plan; Dat zij opmerkt dat de perimeter van het plan een schoolvoorbeeld is in die zin dat deze twee verschillende gebieden, met verschillende doelstellingen, verbindt langs een voor de sloop bestemde autoweginfrastructuur; Overwegende dat de regering eraan herinnert dat het strategische luik van het plan niet alleen de belangrijkste beginselen en richtsnoeren voor de ruimtelijke ordening van de betrokken perimeter aangeeft, maar ook voorstellen bevat die een invloed hebben buiten de betrokken perimeter, met het oog op het creëren van een algemene samenhang; dat het MER, dat iteratief met het richtplan van aanleg opgesteld is, in zijn onderdeel 'Diagnose van de bestaande situatie' de aangrenzende projecten vermeldt; Overwegende dat een aantal reclamanten kritiek hebben op de perimeter van het plan omdat het te groot zou zijn, dat het heterogene gebieden met hun eigen doelstellingen met elkaar verbindt; Overwegende dat een aantal reclamanten vragen om de aanpalende sites uit de perimeter van het plan te verwijderen; dat dit laatste alleen betrekking heeft op de toegang tot de stad via de E411; Overwegende dat een aantal reclamanten wensen dat de perimeter van het verordenende luik van het plan beperkt wordt tot de gebieden waarvoor een aanpassing van de voorschriften noodzakelijk is; Overwegende dat een aantal reclamanten vragen om de perimeter van het plan uit te breiden, teneinde de strategische visie van het plan te verduidelijken en de volledige uitvoering van de doelstellingen ervan mogelijk te maken; Overwegende dat de regering aangeeft dat de site die in de perimeter van het ontwerpplan opgenomen is, als prioritaire ontwikkelingspool opgenomen is in het op 12 juli 2018 goedgekeurde gewestelijk ontwikkelingsplan; dat in het gewestelijk ontwikkelingsplan wordt benadrukt dat voor een harmonieuze en samenhangende herinrichting van de Delta Herrmann-Debroux-site een visie voor de gehele toegang tot de stad en een gefaseerd programma nodig zijn, met dien verstande dat bepaalde delen van de site zich reeds in de renovatie- of zelfs reconversiefase bevinden, met het oog op de omvorming ervan tot een stadsboulevard die de twee oevers aan weerskanten van de grootstedelijke weg opnieuw met elkaar verbindt; Overwegende dat de site overeenstemt met de Delta-Herrmann-Debroux-site die de regering onder de naam 'pool Delta-Vorst' in haar algemene beleidsverklaring 2014-2019 gekozen heeft als een van de tien nieuwe te creëren wijken om de ontwikkelingsuitdagingen van het Gewest het hoofd te bieden, namelijk: betaalbare en aangepaste woningen bouwen die beantwoorden aan de doelstelling van de sociale gemengdheid, nieuw openbare ruimtes, nieuwe groene ruimten en voorzieningen van algemeen belang, de vestiging van nieuwe ondernemingen in Brussel bevorderen, een goede bereikbaarheid met het openbaar vervoer waarborgen en de systematische aanleg van een gescheiden fietsnet; Dat de regering in dit verband verklaart: "De Delta-Herrmann-Debroux-site beschikt als zuidoostelijke toegangspoort tot het Gewest over talrijke troeven. Het gebied bestaat uit drie strategische polen: de universiteitscampus VUB-ULB, de 'Deltadriehoek', die openbaar eigendom is, en de omgeving van het Herrmann-Debroux-viaduct. Deze drie gebieden hebben nood aan een globale visie met het oog op een harmonieuze en coherente ontwikkeling."; Dat het plan tot doel heeft de toegang tot de stad, met inbegrip van de grootstedelijke weg E411, en de aanpalende sites ervan te herontwikkelen aan de hand van algemene doelstellingen die voor alle gebieden gelden en die in elk van deze gebieden ontwikkeld worden naargelang hun specifieke kenmerken en uitdagingen, in aanvulling op de mobiliteitsstrategie; Dat de perimeter van het verordenende luik de onveranderlijke elementen omvat waaraan het Brussels Hoofdstedelijk Gewest een dwingend karakter wil geven om de coherentie van de nagestreefde ontwikkeling te garanderen; Overwegende dat de gemeente Oudergem vraagt dat de perimeter van het plan gewijzigd wordt om de eigendommen gelegen langs de Waversesteenweg tussen de Hugo Van der Goeslaan en de François-Elie Van Elderenlaan uit te sluiten, evenals de eigendommen 1 tot 6 van de François-Elie Van Elderenlaan; Overwegende dat de regering aangeeft dat deze gebouwen in de perimeter van het plan werden gehouden om de coherentie van de ontwikkeling van de site Stadion-Adeps te garanderen; dat het strategische luik van het plan met name de bouwzones preciseert, evenals de behandeling van de gevels van de toekomstige bouwwerken die op de stadsboulevard zullen worden voorzien in de plaats van of tussen deze bestaande gebouwen; dat het verordenende luik van het plan echter werd gewijzigd om het bijkomende voorschrift te schrappen over de hoogte van de bouwwerken, waarvoor de bepalingen van de GSV van toepassing blijven om de schaal van de bouwwerken van deze wijk te vrijwaren; Overwegende dat de Gewestelijke Ontwikkelingscommissie van oordeel is dat de perimeter van het project het niet mogelijk maakt de banden en verbindingen die met de aangrenzende wijken tot stand gebracht moeten worden tot hun recht te laten komen; dat zij wenst dat bij de perimeter van het strategische luik rekening gehouden wordt met kaart 1 van het GPDO, waarop het project opgenomen is binnen een groter gebied dat de plaats en de rol van het project in de gewestelijke stedelijke structuur op de verschillende schaalniveaus weerspiegelt; dat buiten de site kazerne Usquare, de dynamiek van de 'universiteitswijk' die de verschillende campussen integreert, verbonden moet worden met Delta, zoals in Flagey of de begraafplaats van Elsene, een schakel in het globale stadsproject; Dat zij van mening is dat er een schakel ontbreekt tussen het project Usquare (Toussaint-kazerne) en het plan; dat zij aanbeveelt een lineaire strategie uit te werken om de strategische visie van dit deel van het gewestelijk grondgebied te voltooien, waarbij rekening gehouden zou worden met beslissende elementen zoals het station van Etterbeek, de verbreding van de Fraiteurbrug voor voetgangers en openbaar vervoer, de verbinding met de Solbosch, de herstructureringsprojecten van de universiteitscampussen, de woonprojecten en de herinrichting van de Pleinlaan en de Triomflaan; Overwegende dat de regering aangeeft dat het informatief luik van het plan gewijzigd is door toevoeging van een verwijzing naar kaart 1 van het GPDO, naar de definitiestudie 'Campus Pleinlaan en omgeving' en naar het herstructureringsproces van de infras
🔗 Vers la source officielle
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.