9 DECEMBER 2004. - Besluit van de Waalse Regering tot uitvoering van het decreet van 18 december 2003Relevante gevonden documenten type decreet prom. 18/12/2003 pub. 11/03/2004 numac 2004200662 bron ministerie van het waalse gewest Decreet betreffende de toeristische logiesverstrekkende inrichtingen sluiten betreffende de toeristische logiesverstrekkende inrichtingen De Waalse Regering, Gelet op het decreet van 4 maart 1991 betreffende de voorwaarden voor het exploiteren van kampeer-caravanterreinen; Gelet op het decreet van 18 december 2003Relevante gevonden documenten type decreet prom. 18/12/2003 pub. 11/03/2004 numac 2004200662 bron ministerie van het waalse gewest Decreet betreffende de toeristische logiesverstrekkende inrichtingen sluiten betreffende de toeristische logiesverstrekkende inrichtingen; Gelet op het decreet van 27 mei 2004Relevante gevonden documenten type decreet prom. 27/05/2004 pub. 24/08/2004 numac 2004202631 bron ministerie van het waalse gewest Decreet betreffende de organisatie van het toerisme sluiten betreffende de organisatie van het toerisme, meer bepaald op artikel 68 ervan; Gelet op het advies van de « Conseil supérieur du Tourisme » (Hoge Raad voor Toerisme), gegeven op 21 april 2004; Gelet op het advies van de "Conseil supérieur des Villes, Communes et Provinces de la Région wallonne" (Hoge Raad van Steden, Gemeenten en Provincies van het Waalse Gewest) van 21 april 2004; Gelet op het advies van de Inspectie van Financiën, gegeven op 3 maart 2004; Gelet op de instemming van de Minister van Begroting, gegeven op 4 maart 2004; Gelet op advies nr. 37.244/4 van 25 mei 2004 en advies nr. 37.479/2/V van 19 juli 2004 van de Raad van State; Op de voordracht van de Minister van Landbouw, Landelijke Aangelegenheden, Leefmilieu en Toerisme; Na beraadslaging, Besluit : TITEL I. - Algemeen HOOFDSTUK I. - Toepassingsgebied Artikel 1.Dit besluit regelt overeenkomstig artikel 138 van de Grondwet een aangelegenheid bedoeld in artikel 127, § 1, ervan. HOOFDSTUK II. - Begripsomschrijvingen Art. 2.In de zin van dit besluit wordt verstaan onder : 1° decreet : het decreet van 18 december 2003Relevante gevonden documenten type decreet prom. 18/12/2003 pub. 11/03/2004 numac 2004200662 bron ministerie van het waalse gewest Decreet betreffende de toeristische logiesverstrekkende inrichtingen sluiten betreffende de toeristische logiesverstrekkende inrichtingen;2° minister : het Waals regeringslid bevoegd voor toerisme;3° nieuwbouw : elk gebouw dat opgetrokken is ter uitvoering van een stedenbouwkundige vergunning waarvoor een aanvraag is ingediend drie maanden na de datum van inwerkingtreding van dit besluit, de bestaande gebouwen waaraan verbouwingswerken worden verricht uitgesloten;4° inrichting van het type A : elke toeristische logiesverstrekkende inrichting dat enkel en alleen logies aanbiedt en, in voorkomend geval, het schoonmaken van de ter beschikking gestelde kamers;5° inrichting van het type B : elke toeristische logiesverstrekkende inrichting, de inrichtingen van het type A uitgesloten;6° presentatie van het streekaanbod : de ruimte die in een streekgebonden toeristisch logies voorbehouden is voor de presentatie van typische plaatselijke of streekproducten zoals fijne etenswaren of ambachtelijke producten en voor de promotie van toeristische trekpleisters, markten en bezienswaardigheden, het erfgoed of de folklore eigen aan die streek;7° kampeerverblijf : mobiel of niet-verplaatsbaar verblijf in de zin van artikel 2, 15° en 19°, van het decreet. HOOFDSTUK III. - Publicatie van toeristische brochures Art. 3.De vergunninghouders en de verenigingen voor sociaal toerisme zijn ertoe gehouden het Commissariaat-generaal voor Toerisme overeenkomstig artikel 5 van het decreet elke inlichting te verstrekken die respectievelijk betrekking heeft op : 1° de uitrusting van hun vergunde toeristische logiesverstrekkende inrichting en hun centra voor sociaal toerisme;2° de basiscapaciteit en de maximumcapaciteit van hun toeristische logiesverstrekkende inrichting en hun centra voor sociaal toerisme;3° hun dienstverlening;4° de aangerekende tarieven;5° in voorkomend geval, hun gastentafel en hun presentatie van het streekaanbod. Art. 4.Op grond van de krachtens artikel 3 ingewonnen inlichtingen publiceert het Commissariaat-generaal voor Toerisme jaarlijks een officiële brochure van het hotelwezen, een officiële brochure van het streekgebonden toerisme, een officiële brochure van de gemeubileerde vakantiewoningen, een officiële brochure van de toeristische kampeerterreinen, een officiële brochure van de centra voor sociaal toerisme en een officiële brochure van de vakantiedorpen. Het Commissariaat-generaal voor Toerisme kan evenwel verschillende soorten toeristische logiesverstrekkende inrichtingen in één en dezelfde brochure bundelen. Indien de inlichtingen bedoeld in artikel 3 niet tijdig zijn verstrekt, wordt de toeristische logiesverstrekkende inrichting enkel met naam en adres in de brochure vermeld. TITEL II. - Hotelbedrijven, streekgebonden toeristisch logies, gemeubileerde vakantiewoningen, vakantiedorpen en toeristische kampeerterreinen HOOFDSTUK I. - De vergunning Art. 5.De vergunningsaanvraag wordt ingediend door middel van het formulier dat door het Commissariaat-generaal voor Toerisme verstrekt wordt. De aanvraag wordt samen met volgende stukken ingediend : 1° een korte uiteenzetting van de hoofdkenmerken van de toeristische logiesverstrekkende inrichting, opgemaakt door middel van het formulier dat door het Commissariaat-generaal voor Toerisme verstrekt wordt;2° indien artikel 73 van het decreet van toepassing is, een afschrift van het brandveiligheidsattest;3° indien artikel 74 van het decreet van toepassing is, het vereenvoudigd controleattest;4° in voorkomend geval, een afschrift van de vereiste administratieve vergunningen die een definitief karakter dienen te hebben;5° een een bewijs van goed zedelijk gedrag ten behoeve van een overheidsbestuur en die op naam van de aanvrager is afgeleverd sinds minder dan drie maanden en, voor de hotelbedrijven, gemeubileerde vakantiewoningen en toeristische kampeerterreinen, op naam van de persoon die belast is met het dagelijks beheer van de toeristische logiesverstrekkende inrichting en voor de vakantiedorpen, op naam van de persoon belast met het dagelijks beheer van de vertegenwoordigende instantie;6° voor de hotelbedrijven, de gemeubileerde vakantiewoningen en de toeristische kampeerterreinen die bedreven worden door een handelsmaatschappij, een afschrift van de bekendmaking in het Belgisch Staatsblad van de akte tot oprichting van de maatschappij en diens eventuele wijzigingen en voor de vakantiedorpen, een afschrift van de bekendmaking in het Belgisch Staatsblad van de akte tot oprichting van de vertegenwoordigende instantie en diens eventuele wijzigingen;7° voor de toeristische kampeerterreinen, de kampeerterreinen op een hoeve uitgezonderd, een nauwkeurige plattegrond op schaal 1/500e of 1/1 000e waarop de inrichting, de uitrusting van het terrein, de verschillende stroken bedoeld in artikel 7, tweede lid, 1°, van het decreet, evenals het aantal plaatsen per strook en waaruit opgemaakt kan worden dat de voorwaarden van de artikelen 21 tot en met 26 en 28 nageleefd worden, evenals een uittreksel uit de kadastrale legger waarop de belendingen van de betrokken percelen vermeld zijn;8° voor de kampeerterreinen op een hoeve, een op schaal opgemaakte plattegrond waaruit opgemaakt kan worden dat de voorwaarden van de artikelen 27 en 28 nageleefd worden, evenals een uittreksel uit de kadastrale legger waarop de belendingen van de betrokken percelen vermeld zijn;9° voor de vakantiedorpen, een plattegrond opgemaakt door een landmeter of een architect, op schaal 1/1 000e, waarop de omtrek ervan afgebakend wordt en de plaatsen van de verschillende verblijven en andere gebouwen worden gesitueerd, en waaruit de inrichtingen en de uitrustingen ervan blijken en waaruit kan worden opgemaakt dat de voorwaarden van de artikelen 29 tot en met 35 worden nageleefd;10° indien artikel 10, derde lid, van het decreet van toepassing is, alle stukken en inlichtingen waarop gesteund kan worden om de aangevraagde afwijking toe te staan. De minister kan de bestanddelen bedoeld in de opsomming van het vorig lid nader bepalen. Art. 6.De vergunning wordt op zichtbare wijze aangebracht op de overeenkomstige toeristische logiesverstrekkende inrichting. HOOFDSTUK II. - Voorwaarden voor de toekenning van de vergunning en het gebruik van een benaming Afdeling 1. - Hotelbedrijven Art. 7.Elk hotelbedrijf dient te voldoen aan volgende voorwaarden : 1° het gebouw waarin voor de ontvangst gezorgd wordt, dient minimaal zes kamers te tellen die uitsluitend voorbehouden zijn voor het kliënteel.Dat aantal wordt op tien gebracht in de steden met meer dan 150 000 inwoners; 2° het dient te voldoen aan de minimumvoorwaarden van categorie 1, opgenomen in bijlage 1;3° de installatie dient in het geheel in een goede algemene staat van onderhoud te verkeren;4° het personeel moet correct gekleed zijn;5° het bijgebouw, indien bestaand, dient aan dezelfde voorwaarden te voldoen als het hoofdgebouw, de voorwaarde onder 1° uitgezonderd. Enkel voor de voorwaarden opgenomen onder 1° en 2° van vorig lid kan daarvan afgeweken worden. Art. 8.Naast de voorwaarden bepaald in artikel 7 dient elk hotelbedrijf dat onder de benaming « motel » bedreven wordt of onder elke andere benaming die aan laatstgenoemde benaming zou kunnen herinneren, te voldoen aan volgende voorwaarden : 1° opgetrokken zijn buiten de agglomeraties in de zin van artikel 2.12 van het koninklijk besluit van 1 december 1975Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 01/12/1975 pub. 14/07/2014 numac 2014000537 bron federale overheidsdienst mobiliteit en vervoer Koninklijk besluit houdende algemeen reglement op de politie van het wegverkeer en van het gebruik van de openbare weg. - Duitse vertaling van wijzigingsbepalingen type koninklijk besluit prom. 01/12/1975 pub. 31/03/2000 numac 1999000004 bron ministerie van binnenlandse zaken Koninklijk besluit houdende algemeen reglement op de politie van het wegverkeer - Duitse vertaling sluiten houdende algemeen reglement op de politie van het wegverkeer; 2° rechtstreeks toegankelijk zijn vanaf een weg die openstaat voor het verkeer van motorvoertuigen;3° de klanten de mogelijkheid bieden om hun maaltijden te nuttigen in een restaurant dat geheel deel uitmaakt van het hotelbedrijf of dat zich er in de onmiddellijke ligging van bevindt, zonder dat zij daartoe verplicht zouden zijn;4° de klanten de mogelijkheid bieden om hun voertuig te parkeren op een privéplaats die geheel deel uitmaakt van het hotelbedrijf. Enkel van de voorwaarden opgenomen onder 3° en 4° van vorig lid kan worden afgeweken. Art. 9.Het hotelbedrijf wordt geïdentificeerd aan de hand van een specifieke naam die op zichtbare wijze is aangebracht. Afdeling 2. - Streekgebonden toeristisch logies en gemeubileerde vakantiewoningen Art. 10.Het streekgebonden toeristisch logies en de gemeubileerde vakantiewoningen dienen te voldoen aan de respectievelijke minimumvoorwaarden van de categorie-indeling van categorie 1 opgenomen in bijlage 2. Elke woonruimte dient zo geconcipieerd en uitgerust te zijn dat de functie die aan die ruimte is toegekend, er weldegelijk uitgeoefend kan worden. Art. 11.In één en hetzelfde gebouw mogen vergunde toeristische logiesverstrekkende inrichtingen en kamers die als woning verhuurd worden voor minder dan tien maanden en waarvoor geen enkele vergunning is toegekend, niet naast elkaar bestaan. Art. 12.De gastenkamer is in één of meerdere woonruimten van de woning van de houder gelegen. Er is minstens toegang tot één woonruimte voor de toeristen om er het ontbijt te nuttigen en deel te nemen aan het gezinsleven. De voor toeristen toegankelijke ruimtes dienen er verzorgd uit te zien en zich in een perfecte staat van schoonheid en hygiëne te bevinden. Art. 13.Het streekgebonden toeristisch logies en de gemeubilieerde vakantiewoning worden aan de hand van een nummer of een specifieke naam, op zichtbare wijze aangebracht, geïdentificeerd. Art. 14.Grote onderkomens zijn uitgerust met buitenruimtes voor privéparkeergelegenheid en ontspanning die aangepast zijn aan de maximumcapaciteit van de toeristische logiesverstrekkende inrichting zonder lager te mogen zijn dan één are per tien bedden. Daarnaast dienen ze nog aan één van beide volgende criteria te voldoen : 1° zij bevinden zich in een woonkern op een afstand die de rust van de omwonenden garandeert;2° de vergunningshouder of de persoon belast met het dagelijks beheer van de toeristische logiesverstrekkende inrichting of bij gebrek een behoorlijk gemandateerde verantwoordelijke verblijft permanent ter plaatse of in de onmiddellijke nabijheid.Hij waakt erover dat het huurcontract goed wordt toegepast en dat de rust van de omwonenden strikt wordt nageleefd. De vergunningshouder dient zich ervan te vergewissen dat de bewoners van zijn toeristische logiesverstrekkende inrichting de omwonenden en hun normale rust respecteren. Indien de betrokken burgemeester bij het Commissariaat-generaal voor Toerisme tussenbeide moet komen omdat de bewoners van de toeristische logiesverstrekkende inrichting de rust van de omwonenden verstoren, licht het Commissariaat-generaal voor Toerisme de burgemeester in over het gevolg dat gegeven is aan diens tussenkomst binnen de drie maanden na ontvangst ervan. Art. 15.Het streekgebonden toeristisch logies of de gemeubileerde vakantiewoning worden tijdens een minimumduur van jaarlijks vier maanden, waaronder minstens een periode van één maand tussen februari en mei, een periode van twee maanden tussen juni en september en een periode van één maand tussen oktober en januari, ter beschikking van de toeristen gesteld. Art. 16.Voor de landelijke vakantiewoningen, de vakantiewoningen in de stad, de vakantiewoningen op de hoeve en de gemeubileerde vakantiewoningen wordt er in het voor elke bewoning ondertekende contract minstens melding gemaakt van : 1° de wezenlijke kenmerken van de toeristische logiesverstrekkende inrichting;2° de identificatie van de woning door middel van ofwel de huurcode, ofwel het officiële vergunningsnummer, ofwel de naam en het nummer dat door de houder aan diens toeristische logiesverstrekkende inrichting is toegewezen;3° de basis- en maximumcapaciteit, evenals de categorie-indeling van de toeristische logiesverstrekkende inrichting;4° de huurprijs en de gedetailleerde opgaven van de huurlasten, met inbegrip van de toeristenbelasting per overnachting, de kostprijs en de berekeningswijze ervan;5° de voorwaarden voor de bewoning ervan en het eventuele waarborgbedrag;6° de duur van de bewoning;7° voor de grote onderkomens, de voorwaarden waaronder het respect voor en de rust van de omwonenden worden gewaarborgd. Art. 17.De houder van een vergunning voor streekgebonden toeristisch logies, een persoon die onder hetzelfde dak leeft of occasioneel een familielid geven de toeristen de best mogelijke ontvangst, stellen alles in het werk om hun verblijf makkelijk te maken en hen te helpen bij het zoeken naar toeristische informatie. De ontvangst wordt ter plaatse aangeboden aan het begin van het verblijf. Art. 18.Binnen- en buitenkant van de toeristische logiesverstrekkende inrichting dienen er verzorgd uit te zien en in een perfecte staat van schoonheid en hygiëne te verkeren. Voor de inrichting verhuurd wordt, dient zij volledig schoon te worden gemaakt en te worden verlucht. Afdeling 3. - Gastentafels en presentatie van het streekaanbod Art. 19.De gastentafel stelt geen spijskaart voor maar enkel een dagmenu of dagschotel. De gastentafel is eenvoudig maar verzorgd. De minister kan andere technische voorwaarden vastleggen. Art. 20.De presentatie van het streekaanbod gebeurt in een gebouw dat minstens één streekgebonden toeristisch logies bevat, in één van de voor de logerende toeristen vrij toegankelijke ruimtes. Die presentatie is verzorgd en de producten worden regelmatig vervangen. De minister kan andere technische voorwaarden vastleggen. Afdeling 4. - Toeristische kampeerterreinen Art. 21.Elk toeristisch kampeerterrein dient te voldoen aan de minimumvoorwaarden van de categorie-indeling van categorie 1, opgenomen in bijlage 3, en moet de vereiste administratieve vergunningen hebben gekregen. Art. 22.Om aan de gezondheidsvoorwaarden te voldoen, dient het toeristisch kampeerterrein te voldoen aan volgende voorwaarden : 1° het moet op een gezonde plaats gelegen zijn;2° indien het zich langs een waterloop bevindt, moet er een strook zonder enige installatie met een minimumbreedte van acht meter, berekend vanaf de gewoonlijke oever van die waterloop, voorhanden zijn;de breedte van die strook mag evenwel naar vijftien meter worden uitgebreid indien die verbreding verantwoord is door de geografische kenmerken van het terrein. Art. 23.Om aan de uitrustingsvoorwaarden van het terrein te beantwoorden, dient het toeristisch kampeerterrein voorzien te zijn van : 1° een systeem voor de bevoorrading met drinkwater dat aan de volgende voorwaarden beantwoordt :
- a)zo opgevat zijn dat het verdeelde water niet verontreinigd kan worden;
- b)een dagelijks minimumwaterdebiet van honderd liter per standplaats waarborgen en per geheel van vijfentwintig standplaatsen of een breukdeel daarvan minstens één tappunt in hard materiaal bevatten waar de lozing van afvalwater mogelijk is;
- c)het gebruik van niet-drinkbaar water is enkel toegestaan voor de werking van de douche- en toiletinstallaties en daar dient op zeer zichtbare wijze op gewezen te worden;2° een elektrisch systeem voor de verlichting van de installaties waar een collectief gebruik van wordt gemaakt, samen met daarnaast, per geheel van tien standplaatsen of een breukdeel daarvan, een stopcontact dat bij de wastafels geplaatst is;3° een telefoon die dag en nacht voor de kampeerders bereikbaar is. Art. 24.Om aan de voorwaarden inzake hygiëne te beantwoorden, dient het toeristisch kampeerterrein voorzien te zijn van : 1° een gesloten en overdekt gebouw dat speciaal voor de kampeerders is ingericht, waarin het sanitair zich bevindt, met afzonderlijke toegangen en gebouwdelen voor mannen en vrouwen;die installaties moeten minstens bestaan uit :
- a)een wc met spoeling en een wastafel met wandspiegel en plankje, per geheel van tien standplaatsen of een breukdeel ervan;
- b)een urinoir met spoeling per geheel van veertig standplaatsen of een breukdeel ervan;
- c)een douche met lopend warm en koud water per geheel van vijftig standplaatsen of een breukdeel ervan;
- d)een afvoer voor chemische wc's per sanitair gebouw. Voor de toepassing van de punten a en c bedoeld in vorig lid wordt het minimumaantal wc's, wastafels of douches op twee gebracht indien het totaal aantal standplaatsen respectievelijk tien en vijftig niet overschrijdt. Het aantal sanitaire installaties voor mannen en vrouwen is in gelijke mate opgedeeld. Er wordt geen rekening gehouden met individuele sanitaire uitrustingen; 2° een materiaal voor de inzameling van afval bestaande uit ofwel van een deksel voorziene vuilnisbakken ofwel plastic zakken ofwel gesloten containers, en dat te allen tijde operationeel dient te zijn. Art. 25.Om aan de veiligheidsvoorwaarden te beantwoorden, dient het toeristisch kampeerterrein voorzien te zijn van : 1° minstens één brandbluseenheid per geheel van honderd standplaatsen of een breukdeel ervan, die op het terrein in een omtrek van elk geheel van honderd standplaatsen of een breukdeel ervan is opgesteld. Elke brandbluseenheid dient uitgerust te zijn met minstens drie draagbare snelblussers met polyvalent ABC-poeder met elk een halve bluseenheid. De snelblussers dienen te voldoen aan de Belgische normen of aan elke andere gelijkwaardige norm. De snelblussers dienen jaarlijks door een erkende firma gecontroleerd te worden. Het brandblusmateriaal dient zich in een makkelijk te openen muurkast te bevinden. De brandbluseenheden dienen in minstens acht centimeter hoge rode letters op een witte achtergrond als opschrift de Franse uitdrukking « poste d'incendie » (brandbluseenheid) te vermelden. Om een spoedige toegang tot de brandbluseenheid mogelijk te maken, dienen er zich op verschillende plaatsen van het toeristisch kampeerterrein richtingaanwijzers te bevinden met als opschrift de Franse uitdrukking « poste d'incendie » (brandbluseenheid) in minstens acht centimeter hoge rode letters op een witte achtergrond. Het opschrift « poste d'incendie » (brandbluseenheid) mag worden vervangen door goed zichtbare pictogrammen; 2° een makkelijk te vinden verbanddoos die zich in de ontvangstruimte bevindt, of in het lokaal dat als verpleegpost dienst doet en die overeenstemt met de regelgeving van de Codex over het welzijn op het werk;3° een aansluiting op de openbare weg via een berijdbare weg die de toegang van brandweervoertuigen mogelijk maakt;4° berijdbare binnenwegen met een minimumbreedte van drie meter die te allen tijde bruikbaar zijn;5° een huishoudelijk reglement die minstens de minimumvoorschriften bedoeld bij dit besluit bevat :
- a)het verbod om de voertuigen op de toegangswegen en de binnenwegen te parkeren;
- b)het verbod om kampeerverblijven als vaste verblijfplaats te gebruiken;
- c)de verplichting om de goede zeden, de openbare rust en welvoeglijkheid, evenals de nachtrust na te leven;
- d)de voorwaarden voor de aankoop en de verkoop van goederen op het toeristisch kampeerterrein;
- e)de minimumvoorwaarden inzake brandveiligheid;
- f)de minimumvoorwaarden inzake hygiëne. Dit reglement, waarvan er een model door het Commissariaat-generaal voor Toerisme bepaald kan worden, dient op zichtbare wijze aangeplakt te worden aan de hoofdtoegang van het toeristisch kampeerterrein. Art. 26.De standplaatsen en de kampeerverblijven dienen aan volgende voorwaarden te beantwoorden : 1° de standplaatsen voorbehouden voor de tenten dienen een minimumoppervlakte van 50 m2 te bekleden;2° de standplaatsen voorbehouden voor de rijcaravans, evenals voor de campers of andere gelijkaardige verblijven, waarvan de grondoppervlakte met luifel en voortent in zeil inbegrepen niet meer bedraagt dan 25 m2, bekleden een minimumoppervlakte van 80 m2;3° de standplaatsen voorbehouden voor de stacaravans of andere gelijkaardige verblijven, evenals voor de niet-verplaatsbare verblijven, waarvan de grondoppervlakte met luifel en voortent in zeil inbegrepen niet meer bedraagt dan 30 m2, bekleden een minimumoppervlakte van 100 m2;4° de standplaatsen voorbehouden voor de stacaravans of andere gelijkaardige verblijven, evenals voor de niet-verplaatsbare verblijven waarvan de grondoppervlakte met luifel en voortent in zeil inbegrepen 30 m2 overschrijdt met een maximum van 40 m2, bekleden een minimumoppervlakte van 120 m2;5° de niet-verplaatsbare verblijven uitgezonderd dienen alle bovenvermelde kampeerverblijven uit hun ontwerp en hun bestemming permanent verplaatsbaar te blijven.dissel en wielen dienen permanent gebruiksklaar te zijn. Zij mogen enkel gestabiliseerd worden met behulp van de poten die de bouwer daarvoor voorzien heeft. Die mogen enkel op een niet aan de grond vastgemaakte sokkel geplaatst worden om te voorkomen dat steunpoten en wielen in de grond zakken. De sokkel mag niet hoger zijn dan dertig centimeter om het kampeerverblijf makkelijk en snel te kunnen verplaatsen; 6° aanbouwen, of niet-verplaatsbaar of afbreekbaar, zoals terrassen, windschermen, bovenbouw, loggia's, leuningen of enig ander bouwwerk, zijn bij alle kampeerverblijven verboden, luifels of voortenten in zeil en opberghokjes die uitsluitend daartoe bestemd zijn evenwel uitgezonderd, die onafhankelijk zijn van de kampeerverblijven en die aan volgende voorwaarden beantwoorden :
- a)één enkel model van opberghokje wordt per toeristisch kampeerterrein toegelaten en één enkel opberghokje per standplaats is toegelaten;het gebruik ervan is uitsluitend bestemd voor de berging en wordt in een perfecte staat van onderhoud gehouden;
- b)het opberghokje dient op eenvoudig mondeling verzoek van de personeelsleden en ambtenaren daartoe aangewezen in artikel 53 bezocht te kunnen worden;
- c)de grondoppervlakte van het opberghokje, met inbegrip van de overhangende daken, beslaat maximum 4 m2 en de hoogte beslaat maximum 2,25 meter;
- d)het materiaal waaruit dat opberghokje opgetrokken is bestaat ofwel uit donker getint hout, verf uitgesloten, zodat de natuurlijke textuur van het hout zichtbaar blijft, met een donkerkleurig afdak ofwel uit metalen éénkleurige wanden (wit, grijs, donkerbruin of donkergroen, met verbod voor alle andere kleuren), waarbij de bedekking van de metalen opberghokjes dezelfde kleur moeten hebben als de wanden of een donkerder kleur moeten hebben;
- e)de wanden zijn verticaal en zonder openingen, de toegangsdeur uitgezonderd.Het materiaal waaruit de wanden bestaan dienen uitsluitend uit hout of uit metaal te zijn, al naar gelang het gekozen model;
- f)het dient een zadeldak te zijn met aan beide kanten dezelfde hellingsgraad tussen 15 en 35 graden, de overhangende delen zijn tot het strikt noodzakelijke beperkt voor de bescherming van de wanden, de eventuele zijplanken zijn recht en zonder versiering, bijkomende dakgoten en regenpijpen zijn verboden;het materiaal van het dak bestaat voor de metalen verblijven ofwel uit metaal van dezelfde kleur als de wanden of van een donkerder kleur, ofwel, voor de houten opberghokjes, uit houtplanken, de houten dakspanen evenals de dakspanen uit vezelcement zonder asbestvezels van een donkere kleur of uit natuurlei, elke andere stof uitgesloten. Per toeristisch kampeerterrein wordt slechts één soort materiaal voor de daken van de opberghokjes toegestaan;
- g)de hechting aan de grond mag in geen enkel geval zichtbaar zijn op een hoogte van meer dan 10 centimeter;
- h)het opberghokje mag enkel geplaatst worden op een strook die voorbehouden is voor de stacaravans en mag de verplaatsbaarheid van de kampeerverblijven niet in de weg staan. Het opberghokje mag in geen enkel geval door enig middel opgehoogd worden; indien het een hellend terrein betreft, moet het opberghokje gedeeltelijk in de grond ingegraven worden, het mag niet opgehoogd worden om het hoogteverschil ongedaan te maken. Wat de plaatsing ervan betreft, dient ervoor te worden gezorgd dat de plaats een harmonisch geheel blijft vormen. Indien er een toeristisch kampeerterrein opgericht of uitgebreid wordt, worden de opberghokjes in alle geval op de grens van de standplaats ofwel in het verlengde van de caravan waarmee ze verbonden zijn, ofwel in één van de hoeken van de standplaats gevestigd, en de nok van het dak wordt voorzien in de richting van het bodemreliëf. Bij de opberghokjes mag er geen enkele aanbouw voorzien zijn zoals dierenhokken of bergruimtes voor gasflessen. Op de opberghokjes mogen geen antennes geplaatst worden, zij mogen niet op de waterverdeling worden aangesloten, noch uitgerust worden met verwarmingsmiddelen of andere installaties; 7° op elke standplaats mag slechts één verplaatsbaar verblijf worden geplaatst.De houder kan evenwel de plaatsing van een bijkomende tent op éénzelfde standplaats toestaan op voorwaarde dat de standplaats bezet wordt door gezinsleden van de persoon die de standplaats gehuurd heeft en enkel op standplaatsen die voorbehouden zijn voor kampeerders op doortocht; 8° de op de grond berekende minimumafstand tussen de op verschillende standplaatsen geplaatste kampeerverblijven bedraagt vier meter;9° op éénzelfde toeristisch kampeerterrein dienen de verplaatsbare en de niet-verplaatsbare verblijven gesorteerd te worden in duidelijk gescheiden stroken en het aantal niet-verplaatsbare verblijven mag niet meer bedragen dan 20 % van het totaal aantal standplaatsen van het kampeerterrein.Zij worden uitsluitend voorbehouden voor de verhuur aan kampeerders op doortocht en seizoenskampeerders; 10° op het kampeerterrein dienen alle standplaatsen voor kampeerverblijven materieel afgebakend te zijn en op zichtbare wijze individueel geïdentificeerd te worden aan de hand van een doorlopende en permanente nummering die overeen dient te stemmen met het plan dat bij de toekenning van de vergunning is goedgekeurd;zij mogen enkel omgeven worden met eenvormige omheiningen die de verplaatsbaarheid van de kampeerverblijven niet in de weg staan. In het overstroombare gedeelte van het toeristisch kampeerterrein mag er geen enkele omheining geplaatst worden; 11° minstens 20 % van het totaal aantal standplaatsen voor kampeerverblijven moet voorbehouden worden voor kampeerders op doortocht;12° de vrije standplaatsen, evenals de delen van standplaatsen die niet bezet zijn door kampeerverblijven en eventuele opberghokjes, dienen een grasachtig uitzicht te behouden;13° de treden en trappen met trapleuning voor de toegang tot het verblijf zijn wegneembaar en beperkt door hun afmetingen tot hun strikte functies.Uitzonderlijk kan een verplaatsbare leuning een gemakkelijker toegang voor de mindervaliden mogelijk maken. Zij mogen de verplaatsbaarheid van het kampeerverblijf geenszins in de weg staan; 14° onder geen enkele caravan mogen voorwerpen opgeborgen worden, behalve tijdens de daadwerkelijke duur van het verblijf van de kampeerders, wat bovendien beperkt dient te blijven tot zaken die in een onmiddellijk verband staan met hun verblijf.Enkel zeilen die onmiddellijk verwijderd kunnen worden, mogen als bedekking van de onderkant van het kampeerverblijf dienen. Art. 27.In afwijking van de artikelen 21 tot en met 26 dient het kampeerterrein op een hoeve enkel aan volgende voorwaarden te beantwoorden : 1° per landbouwbedrijf mag er slechts één terrein voor het toeristisch kamperen bestemd zijn;2° op dat terrein mogen er niet meer dan vijftien verplaatsbare verblijven en vijfenveertig personen ontvangen worden, behalve tijdens de periode van 10 juli tot en met 16 augustus, waarin die cijfers respectievelijk op twintig en zestig worden gebracht.Die verblijven dienen zich in de onmiddellijke nabijheid van de hoevegebouwen te bevinden, volledig deel uit te maken van een landbouwbedrijf en gevestigd te zijn op een gezond terrein met een minimumoppervlakte van één are per verplaatsbaar verblijf; 3° het terrein dient voorzien te zijn van een systeem voor de bevoorrading met drinkwater en van minstens twee wc's met spoeling en een douche in de hoevegebouwen of in een verblijf dat voor de kampeerders voorbehouden is;4° het terrein kan enkel bezet worden tijdens de periode die aanvangt vijftien dagen vóór Pasen en eindigt jaarlijks op 15 november, evenals tijdens de periode gaande van 15 december tot en met 15 januari van het daarop volgende jaar. Art. 28.De overstroombare strook van het toeristisch kampeerterrein mag enkel kampeerders op doortocht ontvangen en enkel tijdens de periode van 15 maart tot en met 15 november, seizoenskampeerders. Afdeling 5. - De vakantiedorpen en hun verblijfseenheden Art. 29.De vakantiedorpen en de verblijfseenheden voldoen aan de respectievelijke minimumvoorwaarden van de categorie-indeling van categorie 1 vermeld in bijlage 4. De verblijfseenheden zijn uitgerust met een doeltreffende en snelle verwarming. Elke woonruimte is zo geconcipieerd en uitgerust dat de hem toegekende functie er uitgeoefend kan worden. Art. 30.De vakantiedorpen en de verblijfseenheden worden geïdentificeerd aan de hand van een nummer of een specifieke naam die goed zichtbaar aangebracht wordt. Art. 31.De verblijfseenheden zijn uitgerust met buitenruimten voor het privé-parkeren en de ontspanning, aangepast aan hun maximumcapaciteit, zonder lager te zijn dan één are per tien bedden. Art. 32.De verblijfseenheid wordt ter beschikking gesteld van de toeristen tijdens een minimumduur van jaarlijks zes maanden tussen 1 april en 31 december. Art. 33.Voor de verblijfseenheden vermeldt het contract dat voor elke bezetting ondertekend wordt minstens : 1° de wezenlijke kenmerken van de verblijfseenheid;2° de identificatie van de verblijfseenheid door middel van ofwel de handelscode, ofwel het officiële vergunningsnummer, ofwel de naam, ofwel het nummer dat door de eigenaar is toegekend;3° de basis- en maximumcapaciteit, evenals de categorie-indeling van de verblijfseenheid;4° de huurprijs en de gedetailleerde opgave van de lasten, met inbegrip van de toeristenbelasting per overnachting, de kostprijs ervan en de berekeningswijze ervan;5° de voorwaarden voor het gebruik en het eventuele waarborgbedrag;6° de duur van het verblijf. Art. 34.Elk vakantiedorp beschikt in zijn omtrek over een lokaal voor de ontvangst en de informatieverstrekking, parkeerplaatsen en een ruimte voor sport en spel die aan de onderkomenscapaciteit ervan aangepast is. Art. 35.De omgeving, de buiteninrichting en de collectieve uitrustingen van de vakantiedorpen en de binnenhuisinrichting van de verblijfseenheden dienen er verzorgd uit te zien, regelmatig onderhouden te zijn en in een perfecte staat van schoonheid en hygiëne te verkeren. Vóór de verblijfseenheid wordt verhuurd, moet zij volledig schoongemaakt en verlucht worden. HOOFDSTUK III. - Categorie-indeling Art. 36.De normen waaraan de hotelverblijven, het streekgebonden toeristisch logies, de gemeubileerde vakantiewoningen, de toeristische kampeerterreinen, de kampeerterreinen op een hoeve uitgezonderd, de vakantiedorpen en de verblijfseenheden ervan dienen te voldoen met het oog op hun categorie-indeling, zijn opgenomen in de bijlagen 1 tot en met 4. Art. 37.De aanvraag tot herziening van de categorie-indeling, of die al dan niet samengaat met een aanvraag tot afwijking van een criterium van die indeling, wordt ingediend door middel van het formulier dat afgeleverd wordt door het Commissariaat-generaal voor Toerisme. Art. 38.Er kunnen geen afwijkingen van meer dan twee criteria van de categorie-indeling toegekend worden. Art. 39.Op het schild worden de vergunde benaming en de categorie waarin de toeristische logiesverstrekkende inrichting ondergebracht wordt, vermeld. Het schild dient op zichtbare wijze aangebracht te worden op de logiesverstrekkende inrichting en in de nabijheid van de hoofdtoegang. Voor de gastenkamers, de gastenkamers op de hoeve, de gastenhuizen en de gastenhuizen op de hoeve wordt er een bijkomend schild aangebracht boven de toegangsdeur van elke vergunde kamer. Onverminderd het tweede lid wordt er, indien er in een gebouw verschillende logiesverstrekkende inrichtingen zijn ondergebracht die voor dezelfde benaming en een identieke categorie-indeling in aanmerking komen, één enkel schild in de nabijheid van de hoofdtoegang aangebracht. Het schild dat voor elke verblijfseenheid van een vakantiedorp afgeleverd wordt, vermeldt de categorie-indeling. Het dient op zichtbare wijze op de verblijfseenheid en in de nabijheid van de hoofdtoegang van de verblijfseenheid te worden aangebracht. Art. 40.Elk schild wordt binnen de dertig dagen na ontvangst van de kennisgeving van de beslissing tot intrekking van de vergunning of van de herziening van de categorie-indeling of, in geval van beroep, van de bevestiging ervan, teruggegeven. Indien men vrijwillig van het gebruik van de benaming afziet, wordt daar bij ter post aangetekend schrijven kennis van gegeven aan het Commissariaat-generaal voor Toerisme. De schilden worden bij het schrijven gevoegd. HOOFDSTUK IV. - Adviserende beroepscommissie Art. 41.De leden voorgedragen door de technische comités zijn gekozen uit een lijst van zes namen die door elk technisch comité voorgedragen wordt. Art. 42.De meest representatieve verenigingen ter bescherming van de consumenten worden door de minister uitgenodigd om een lijst van zes kandidaten voor te dragen die zullen zetelen in de commissie bedoeld in artikel 50 van het decreet. Art. 43.De plaatsvervangende leden wordt volgens dezelfde procedure benoemd als de procedure die betrekking heeft op de gewone leden en op grond van dezelfde lijsten. Het plaatsvervangend lid zetelt indien het gewone lid wiens plaatsvervanger hij is, verhinderd is. Art. 44.Bij verhindering van de voorzitter wordt hij vervangen door het oudste gewone lid. Art. 45.Het mandaat van de commissieleden eindigt bij verlies van de hoedanigheid waarvoor het lid is benoemd. De minister kan de voorzitter of een lid ontslaan bij kennelijk wangedrag of indien hij ernstig tekortkomt aan de plichten van zijn ambt of die voor meer dan drie opeenvolgende vergaderingen afwezig blijft, behalve in geval van overmacht. Voor elk ontslag wordt de betrokken persoon door de minister of diens vertegenwoordiger gehoord. Art. 46.Indien een mandaat openvalt voor het verstrijken ervan, wordt de plaatsvervanger tot gewoon lid benoemd voor de overblijvende duur van het mandaat. Er wordt in de vervanging van de plaatsvervanger voorzien in de zestig dagen volgend op diens benoeming. Daartoe draagt het betrokken technisch comité of dragen de verenigingen die geraadpleegd worden overeenkomstig artikel 42, een lijst van twee namen voor. Art. 47.Het is elk lid, met inbegrip van de voorzitter, verboden te zetelen indien het (hij) ofwel persoonlijk ofwel via een tussenpersoon ofwel als zaakgelastige een rechtstreeks belang heeft in het voorwerp van de beraadslaging. Art. 48.De voorzitter en de commissieleden hebben recht : 1° op aanwezigheidsgeld van veertig euro per vergadering die zij bijwonen en per technisch bezoek dat ze afleggen;2° op de terugbetaling van hun reis- of verblijfkosten, berekend op dezelfde regelgevende basis als die, welke van toepassing is op de ambtenaren van rang A3 van het Waalse Gewest;3° op de terugbetaling van de kosten voor het nemen van foto's die noodzakelijk zijn voor de vervulling van hun opdracht, op grond van de passende bewijsstukken. De forfaitaire vergoeding bedoeld in het eerste lid onder punt 1° wordt jaarlijks aangepast om rekening te houden met de waarde van de index van de consumptieprijzen volgens de formule : 40 euro x nieuwe index/aanvankelijke index waarbij de aanvankelijke index, de index van 1 januari 2005 is en de nieuwe index, de index van de jaardag van die inwerkingtreding. In ieder geval worden de bedragen die op grond van vorig lid worden aangepast, naar de lagere eenheid afgerond indien de decimaal lager zou zijn dan 50 en naar de hogere eenheid indien de decimaal gelijk zou zijn aan of hoger zou zijn dan 50. Art. 49.De commissie stelt zijn huishoudelijk reglement op, dat ter goedkeuring voorgelegd wordt aan de minister. HOOFDSTUK V. - Bevoegdheidsoverdrachten Art. 50.De minister stelt de modellen van de schilden bedoeld in de artikelen 35 en 35bis van het decreet vast. Art. 51.De minister is ermee belast zich uit te spreken over de beroepen bedoeld in hoofdstuk IV van titel II van het decreet. Art. 52.De minister is ermee belast de voorzitter en de gewone en plaatsvervangende leden van de commissie bedoeld in artikel 50 van het decreet te benoemen. Art. 53.De ambtenaren en personeelsleden bedoeld in artikel 26, 6°, b, worden door de minister aangewezen uit de ambtenaren en personeelsleden van niveau 1, 2+, 2 of 3 van het Commissariaat-generaal voor Toerisme. TITEL III. - Sociaal toerisme HOOFDSTUK I. - Erkenning Art. 54.Bij de aanvraag tot erkenning van een vereniging worden volgende stukken gevoegd : 1° een afschrift van de laatst bijgewerkte statuten van de vereniging;2° elk bewijsstuk waaruit blijken kan dat aan de voorwaarde van artikel 56, 3°, van het decreet is voldaan;3° elk stuk waaruit blijkt dat de vereniging een sociaal-toerismebeleid uitstippelt in zijn toeristische logiesverstrekkende inrichtingen;4° een bewijs van goed zedelijk gedrag bestemd voor een openbaar bestuur en afgeleverd sinds minder dan drie maanden op naam van de persoon die belast is met het dagelijks bestuur van de vereniging. HOOFDSTUK II. - Bevoegdheidsoverdracht Art. 55.De minister is ermee belast zich over de beroepen bedoeld in hoofdstuk IV van titel III van het decreet uit te spreken. TITEL IV. - Brandbescherming HOOFDSTUK I. - Brandveiligheidsattest Art. 56.Bij toepassing van artikel 73 van het decreet zijn de specifieke veiligheidsnormen bedoeld in de bijlagen 5 tot en met 9 van toepassing in de gebouwen of gebouwdelen overeenkomstig onderstaande tabel : Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld Onverminderd het eerste lid zijn de normen bedoeld in bijlage 10 van toepassing indien er in één en hetzelfde gebouw waarvan de samengetelde maximumcapaciteit boven de vijftien personen uitkomt, verschillende toeristische logiesverstrekkende inrichtingen zijn ondergebracht met een maximumcapaciteit van minder dan 10 personen en die een gebouwdeel uitmaken in de zin van artikel 2, 28°, van het decreet. HOOFDSTUK II. - Procedure voor de aflevering van het attest Art. 57.De aanvraag wordt ingediend door middel van het formulier afgeleverd door het Commissariaat-generaal voor Toerisme. HOOFDSTUK III. - Vereenvoudigd controleattest Art. 58.De logiesverstrekkende inrichting(
- en)gelegen in éénzelfde gebouw en waarvan de (samengetelde) maximumcapaciteit lager is dan tien personen mag (mogen) niet in bedrijf genomen worden zonder het vereenvoudigd controleattest bedoeld in artikel 74 van het decreet. Art. 59.Het vereenvoudigd controleattest wordt afgeleverd door de burgemeester na voorlegging van een conformiteitsattest afgeleverd door een erkende instelling, dat betrekking heeft op : 1° de elektriciteitsinstallatie;2° de verwarmingsinstallatie;3° de gasinstallatie, met inbegrip van de apparaten die op die installatie zijn aangesloten. De conformiteitsattesten bedoeld in het eerste lid dienen afgeleverd te zijn sedert minder dan twee jaar vóór de datum van indiening van de aanvraag voor het vereenvoudigd controleattest en er mogen geen werkzaamheden zoals omschreven in artikel 60, § 2, ondernomen zijn nadat die conformiteitsattesten zijn afgeleverd. Art. 60.§ 1. Het vereenvoudigd controleattest heeft een geldigheidsduur van zeven jaar. De termijn gaat in de dag van kennisgeving aan de aanvrager. Het vereenvoudigd controleattest kan evenwel worden verlengd tot na de behandeling van de hernieuwingsaanvraag voor zover die aanvraag ingediend is minstens zes maanden voor verstrijken van de termijnen bedoeld in vorig lid. § 2. In afwijking van vorig lid vervalt het vereenvoudigd controleattest en dient er een nieuw attest bekomen te worden indien het gebouw of de uitrusting ervan zodanig verbouwd zijn dat de brandveiligheid ervan in het gedrang zou kunnen komen, en in ieder geval bij : 1° de oprichting van nieuwe lokalen bestemd voor de gasten zoals kamer, vergaderzaal, keuken, salon;2° de installatie, de wijziging of de uitbreiding van een gas- of elektriciteitsnet;3° elke verbouwing waarvoor een stedenbouwkundige vergunning nodig is. Het vereenvoudigd controleattest wordt evenwel verlengd tot na de behandeling van de aanvraag voorzover die is ingediend uiterlijk dertig dagen na het einde van de werken. Indien de werken onderbroken worden, dient de aanvraag, om voor verlenging in aanmerking te komen, ingediend te worden binnen de dertig dagen te rekenen van die onderbreking. HOOFDSTUK IV. - Procedure voor de aflevering van het vereenvoudigd controleattest Art. 61.De aanvraag voor het vereenvoudigd controleattest wordt bij ter post aangetekend schrijven met bericht van ontvangst aan de burgemeester van de gemeente op het grondgebied waarvan betrokken gebouw gelegen is, gericht, aan de hand van het formulier afgeleverd door het Commissariaat-generaal voor Toerisme. Art. 62.De burgemeester beslist over de aanvraag voor het vereenvoudigd controleattest en geeft kennis van zijn beslissing aan de aanvrager bij ter post aangetekend schrijven, binnen de drie maanden te rekenen van het versturen van het bericht van ontvangst bedoeld in artikel 61. Die kennisgeving bevat meer bepaald de vermelding van artikel 60. HOOFDSTUK VI. - Beroepen Art. 63.De aanvrager kan bij de minister een gemotiveerd beroep indienen : 1° tegen de weigering van het vereenvoudigd controleattest;2° indien hij de beslissing van de burgemeester niet gekregen heeft binnen een termijn van vijfennegentig dagen van het bericht van ontvangst bedoeld in artikel 61. Dat beroep staat open binnen de vorm en de termijn bedoeld in de artikelen 84 tot en met 89 van het decreet. HOOFDSTUK VII. - Brandveiligheidscommissie Art. 64.De deskundige leden van de brandweerdiensten worden door de minister gekozen op grond van een oproep tot de kandidaten bij de regionale brandweerdiensten en na advies van de minister bevoegd voor de plaatselijke besturen. De leden voorgedragen door de technische comités en de « Conseil supérieur du Tourisme » (Hoge Raad voor Toerisme) zijn gekozen uit een lijst van zes namen voorgedragen door respectievelijk elk technisch comité en de « Conseil supérieur du Tourisme ». Art. 65.De plaatsvervangende leden worden benoemd volgens dezelfde procedure als die, welke betrekking heeft op de gewone leden en op grond van dezelfde lijsten. Het plaatsvervangend lid zetelt indien het gewone lid wiens plaatsvervanger hij is, verhinderd is of indien de door de commissie gedragen werklast daartoe noopt. Art. 66.Bij verhindering van de voorzitter wordt hij vervangen door het oudste gewone lid. Art. 67.Het mandaat van de commissieleden eindigt bij verlies van de hoedanigheid waarvoor het lid is benoemd. De minister kan de voorzitter of een lid ontslaan bij kennelijk wangedrag of indien hij ernstig tekortkomt aan de plichten van zijn ambt of indien hij voor meer dan drie opeenvolgende vergaderingen afwezig blijft, behalve in geval van overmacht. Voor elk ontslag wordt de betrokken persoon door de minister of diens vertegenwoordiger gehoord. Art. 68.Indien een mandaat openvalt voor het verstrijken ervan, wordt de plaatsvervanger tot gewoon lid benoemd voor de overblijvende duur van het mandaat. Er wordt in de vervanging van de plaatsvervanger voorzien in de zestig dagen volgend op diens benoeming. Indien het een lid betreft dat voorgedragen is door een technisch comité, wordt een lijst van twee namen voorgedragen en indien het een deskundig lid van de brandweerdiensten betreft, wordt er een oproep tot de kandidaten verricht bij de regionale brandweerdiensten. Art. 69.Het is elk lid, met inbegrip van de voorzitter, verboden te zetelen indien het (hij) ofwel persoonlijk ofwel via een tussenpersoon ofwel als zaakgelastige een rechtstreeks belang heeft in het voorwerp van de beraadslaging. Art. 70.De voorzitter en de commissieleden hebben recht : 1° op aanwezigheidsgeld van veertig euro per vergadering die zij bijwonen en per technisch bezoek dat ze afleggen;2° op de terugbetaling van hun reis- of verblijfkosten, berekend op dezelfde regelgevende basis als die, welke van toepassing is op de ambtenaren van rang A3 van het Waalse Gewest;3° op de terugbetaling van de kosten voor het nemen van foto's die noodzakelijk zijn voor de vervulling van hun opdracht, op grond van de passende bewijsstukken. De forfaitaire vergoeding bedoeld in het eerste lid onder punt 1° wordt jaarlijks aangepast om rekening te houden met de waarde van de index van de consumptieprijzen volgens de formule : 40 euro x nieuwe index/aanvankelijke index waarbij de aanvankelijke index, de index van 1 januari 2005 is en de nieuwe index, de index van de jaardag van die inwerkingtreding. In ieder geval worden de bedragen die op grond van vorig lid worden aangepast, naar de lagere eenheid afgerond indien de decimaal lager zou zijn dan 50 en naar de hogere eenheid indien de decimaal gelijk zou zijn aan of hoger zou zijn dan 50. Art. 71.De commissie stelt zijn huishoudelijk reglement op, dat ter goedkeuring voorgelegd wordt aan de minister. HOOFDSTUK IV. - Bevoegdheidsoverdracht Art. 72.De minister is ermee belast zich uit te spreken over de beroepen bedoeld in hoofdstuk III van titel IV van het decreet en over de afwijkingsaanvragen bedoeld in hoofdstuk IV van dezelfde titel. Art. 73.De minister is ermee belast de voorzitter en de gewone en plaatsvervangende leden van de Commissie bedoeld in artikel 93 van het decreet te benoemen. TITEL V. - Subsidies HOOFDSTUK I. - Algemeen Art. 74.Een subsidie zoals bedoeld in artikel 99 van het decreet kan worden verleend voor : 1° ruwbouwwerkzaamheden, afwerking en renovatie van panden, meer bepaald grondwerken, metselwerk, schrijnwerkerij, beglazing, betegelen, muurbekleding, vloerbedekking, pleisteren, verven, dakwerken;2° de volgende installaties indien zij geplaatst worden in de kamers of in de delen van gemeenschappelijke lokalen die voorbehouden zijn aan het ondergebrachte kliënteel :
- a)verwarming;
- b)koud en warm water;
- c)gas en elektriciteit;
- d)telefoon in de kamers en aangesloten op het telefoonnetwerk;
- e)teledistributie;
- f)airconditioning en luchtzuivering;
- g)sanitair en toebehoren;
- h)liften;
- i)uitrustingen voor de veiligheid, met inbegrip van telebewaking;
- j)informatica-uitrustingen voor het cliënteel;
- k)de specifieke inrichtingen met het oog op het naleven van alle bepalingen van het Waals Wetboek van Ruimtelijke Ordening, Stedenbouw en Patrimonium, of krachtens dat wetboek genomen, met betrekking tot de inrichtingen die specifiek zijn voor de ontvangst van personen met verminderde beweeglijkheid;3° het meubilair en de decoratie indien zij bestemd zijn voor de kamers of de delen van de gemeenschappelijke lokalen die voor het ondergebrachte kliënteel voorbehouden zijn :
- a)bed en toebehoren, namelijk onderbed, matras, dekbed en oorkussens;
- b)(over)gordijnen en bedsprei;
- c)kasten en hangkasten, tafels, stoelen en zetels;
- d)decoratie-elementen zoals spiegels en verlichtingsapparatuur;4° de buiteninrichting, roerend zowel als onroerend, aanpalend aan het hotelbedrijf of gelegen in de onmiddellijke nabijheid ervan en voorbehouden voor het ondergebrachte kliënteel, om het imago van het hotelbedrijf sterker te maken :
- a)terrassen, luifels, zonnetenten en veranda's;
- b)aanleg van tuinen, parken en perken, tuinmeubilair;
- c)decoratie-elementen zoals fonteinen, waterbekkens annex bloembakken en verlichtingsapparatuur;
- d)al dan niet lichtend uithangbord;5° de uitrustingen die volledig deel uitmaken van het hotelbedrijf, aanpalend aan of gelegen in de onmiddellijke nabijheid en hoofdzakelijk bestemd voor het ondergebrachte kliënteel :
- a)vergaderzalen, evenals de specifieke uitrusting daarvoor;
- b)sport- en ontspanningsuitrustingen zoals zwembad, jacuzzi, tennisveld, fitnesszaal;
- c)parkeerplaatsen en garages;
- d)riolering en zuiveringsstation;6° de kosten eigen aan de installatie van de verkeerssignalisatie van het hotelbedrijf, beantwoordend aan de criteria van de gemeentelijke, provinciale, gewestelijke en federale regelgeving. Art. 75.Een subsidie zoals bedoeld in artikel 104 van het decreet kan worden verleend voor : 1° werken met een onroerend karakter en aankopen van materiaal, zonder dat de oppervlakte waarop werken worden verricht ter uitbreiding van het streekgebonden toeristisch logies 25 % van de totaal bestaande nuttige oppervlakte mag overschrijden;2° de onroerende buiteninrichtingen aanpalend aan het streekgebonden toeristisch logies of gelegen in nabijheid van de onmiddellijke omgeving ervan, in verhouding tot de maximumcapaciteit van het streekgebonden toeristisch logies;3° de specifieke inrichtingen met het oog op het naleven van alle bepalingen van het Waals Wetboek van Ruimtelijke Ordening, Stedenbouw en Patrimonium, of krachtens dat wetboek genomen, met betrekking tot de inrichtingen die specifiek zijn voor de ontvangst van personen met verminderde beweeglijkheid;4° het meubilair dat enkel bestemd is voor de uitrusting van de kamers;5° de kosten eigen aan de installatie van de verkeerssignalisatie van het streekgebonden toeristisch logies, beantwoordend aan de criteria van de gemeentelijke, provinciale, gewestelijke en federale regelgeving;6° de aankoop of het maken van meubilair voor de presentatie van het streekaanbod of van een standaard voor toeristische documentatie;7° de aankoop en de installatie van het materieel voor de aanmaak van hernieuwbare energie;8° de conformiteitsattesten afgeleverd door een erkende instelling overeenkomstig artikel 59. Art. 76.Een subsidie zoals bedoeld in artikel 112, eerste lid, van het decreet kan worden verleend voor : 1° de inrichtings- en uitrustingswerken voor de installaties voor de verwerking, de zuivering en de lozing van afvalwater, met inbegrip van de algemene riolering en de ontsmettingssystemen;2° de installatie van sanitair en toebehoren;3° de plaatsing van stopcontacten voor de kampeerplaatsen;4° de aanleg van terreinen voor sport en spel, evenals wegneembare uitrustingen die deel uitmaken van die inrichting;5° de installatie van een gemeenschappelijk lokaal, met inbegrip van het meubilair;6° de installatie van een restaurant of een cafetaria, met inbegrip van het meubilair;7° de verlichting van de toegangswegen en de binnenwegen voor het verkeer van voertuigen op het toeristisch kampeerterrein;8° de aanleg van de toegangswegen en de wegen op het toeristisch kampeerterrein;9° de installaties voor de inzameling en het selectief sorteren van afval, met inbegrip van containers;10° het planten van inheemse soorten;11° de aansluiting van het toeristisch kampeerterrein en van de kampeerplaatsen op de telecommunicatienetwerken;12° de aanleg van watertappunten op het toeristisch kampeerterrein of op de kampeerplaatsen;13° de installatie van brandbestrijdingsmaterieel;14° het verstevigen en het verhogen van de oevers van een waterloop die gelegen is langs het toeristisch kampeerterrein, op voorwaarde dat de beheerder van de bedding of de waterloop of andere er verplicht de toelating voor geeft;15° de aanleg van parkeerruimten; 16° het optrekken van identieke onverplaatsbare hokjes op het hele toeristische kampeerterrein, waarbij het in aanmerking komend bedrag voor dat werk maximum 2.500 euro per hokje bedraagt; 17° de kosten eigen aan de installatie van de verkeerssignalisatie van het hotelbedrijf, beantwoordend aan de criteria van de gemeentelijke, provinciale, gewestelijke en federale regelgeving;18° de kosten voor het afbakenen van het toeristisch kampeerterrein en de nummering van de kampeerplaatsen;19° de werken en uitrustingen met betrekking tot de aanleg van een geluidsinstallatie en de veiligheid van het toeristisch kampeerterrein, met inbegrip van de bewaking;20° de installatie van een openbare telefooncel, met inbegrip van het telefoontoestel en de aansluiting ervan;21° de aanleg van een washok, met inbegrip van de wasmachines en droogkasten;22° de aanleg van compleet uitgeruste ruimten voor de ontvangst van campers;23° de aanleg van een lokaal bestemd voor de ontvangst, met inbegrip van een balie, het informatica- en informatiematerieel en de software, evenals een aanpalende conciërgewoning waarin een gezin ondergebracht kan worden;24° de aanleg van watertappunten en de aankoop van pompmaterieel, en de aanleg van regenwatertanks;25° de aankoop, de plaatsing en de aansluiting van een hoogspanningstransformator;26° de aanleg van de percelen;27° de infrastructuren voor de animatie en de kosten voor de animatie tijdens de schoolvakantieperiodes, en die verenigbaar zijn met de rust van de kampeerders;28° de versteviging en de verhoging van de oevers van een watervlak;29° de aankoop van gemotoriseerd onderhoudsmaterieel;30° de aanleg en de modernisering van de hangar of het berghok voor gereedschap en gemotoriseerd onderhoudsmaterieel;31° de aankoop en de installatie van materieel voor de aanmaak van hernieuwbare energie;32° de specifieke inrichtingen met het oog op het naleven van alle bepalingen van het Waals Wetboek van Ruimtelijke Ordening, Stedenbouw en Patrimonium, of krachtens dat wetboek genomen, met betrekking tot de inrichtingen die specifiek zijn voor de ontvangst van personen met verminderde beweeglijkheid. De minister is bevoegd om de kosten voor de animatie waarvoor een toelage verleend kan worden, nader te bepalen. Art. 77.Er kan een toelage zoals bedoeld in artikel 112, tweede lid, van het decreet verleend worden voor de plaatsing, in de gebouwen van de hoeve of in een hok, van wc's, douches, wastafels of kleedkamers voorbehouden voor de kampeerders, evenals voor de installaties voor de afvoer, de zuivering en de lozing van afvalwater. HOOFDSTUK II. - Normen voor de sanitaire uitrustingen Art. 78.De krachtens artikel 129, eerste lid, van het decreet door de toeristische logiesverstrekkende inrichting na te leven normen voor de sanitaire uitrustingen waarvoor een vereniging voor sociaal toerisme een subsidie aanvraagt, zijn : 1° gemiddelde lucht per kamer : minstens 8m3 per persoon;2° minstens één douche per acht personen; 3° minstens één W.C. per acht personen; 4° minstens één wastafel per drie personen. HOOFDSTUK III. - Procedures voor de toekenning van de subsidies Afdeling I. - Hotelbedrijven, streekgebonden toeristisch logies, gemeubileerde vakantiewoningen en toeristische kampeerterreinen Art. 79.De aanvraag van een subsidie zoals bedoeld in artikel 99, 104 of 112 van het decreet dient door middel van het formulier afgeleverd door het Commissariaat-generaal voor Toerisme, dat uitdrukkelijk de bepaling van artikel 118, derde lid van het decreet citeert, ingediend te worden. Bij die aanvraag worden alle nuttige stukken en inlichtingen gevoegd en minstens : 1° een afschrift van de vereiste bestuurlijke vergunningen die een definitief karakter dienen te bezitten;2° in voorkomend geval, een van afmetingen voorziene plattegrond van de in het vooruitzicht gestelde dan wel uitgevoerde werken;3° een geraamd ontwerp, bestekken of facturen waarop de eenheidsprijzen en de hoeveelheden in detail vermeld worden;4° een verklaring waarin de gekregen, aangevraagde of verwachte subsidies van andere overheden nader aangegeven worden;5° in voorkomend geval, vergunningen voor de plaatsing van verkeerssignalisatie;6° in voorkomend geval, een stuk uitgaand van de eigenaar van de toeristische logiesverstrekkende inrichting waaruit blijkt dat hij instemt met de uitvoering van de werken;7° een eigendomsattest afgeleverd door het territoriaal bevoegde registratiekantoor;8° in voorkomend geval, de verbintenis bedoeld in artikel 118, eerste lid, 1°, van het decreet;9° volledige informatie over de elders verkregen tegemoetkomingen van andere overheden of openbare instellingen tijdens de drie jaar die aan de aanvraag zijn voorafgegaan en waarop Verordening nr.69/2001 van de Europese Commissie van 12 januari 2001 betreffende de toepassing van de artikelen 87 en 88 van het EG-verdrag op de de minimis-steun van toepassing is. Afdeling II. - Sociaal toerisme Art. 80.Bij de aanvragen met betrekking tot de uitgaven bedoeld in artikel 127, tweede lid, van het decreet worden volgende stukken in tweevoudig exemplaar gevoegd : 1° een nota waarin de hoofdkenmerken van de toeristische logiesverstrekkende inrichting kort worden uiteengezet, opgesteld door middel van het formulier afgeleverd door het Commissariaat-generaal voor Toerisme;2° in voorkomend geval, een afschrift van het brandveiligheidsattest;3° in voorkomend geval, een attest waaruit blijkt dat de elektriciteitsinstallatie conform is, afgeleverd door een erkende instelling;4° een bewijs van goed zedelijk gedrag ten behoeve van een overheidsbestuur en dat op naam van de persoon belast met het dagelijks beheer van het centrum voor sociaal toerisme is afgeleverd sinds minder dan drie maanden;5° de plattegronden, het bestek en een gedetailleerde raming van de investeringen en de uitgaven waarvoor de subsidie is aangevraagd;6° een nota waaruit de toeristische gepastheid blijkt en waarmee vastgesteld wordt dat de werken of aankopen conform zijn aan de wettelijke en regelgevende bepalingen;de motivering van de werken of aankopen ten opzichte van de zorgvuldige exploitatie van de toeristische logiesverstrekkende inrichting of de oprichting ervan; de summiere analyse van de lokale behoeften inzake uitrustingen; 7° een afschrift van de vereiste bestuurlijke vergunningen, die een definitief karakter moeten hebben;8° een afschrift van de eigendomstitel of van de huurpacht; 9° de lijst van de voor hypotheek in aanmerking komende goeden, eigendomstitels of huurpachten, een recente hypothecaire staat in verband met die goeden en, in voorkomend geval, een recent attest van de hypothecaire schuldeiser waaruit het bedrag van zijn schuldvordering in hoofdsom en in rente blijkt indien de aangevraagde subsidie het bedrag van 100.000 euro overschrijdt; 10° een afschrift van de laatst bijgewerkte statuten van de vereniging voor sociaal toerisme;11° de balansen en resultaatrekeningen van de laatste twee jaar;12° een financieringsplan voor de uitvoering van de werken;13° een op drie jaar opgestelde raming van het beheer. HOOFDSTUK IV. - Bevoegdheidsoverdrachten Art. 81.De minister bepaalt de prioritaire investeringen bedoeld in de artikelen 101, tweede lid, 106, tweede lid, en 114, § 3, van het decreet. Art. 82.De minister wijst in het Commissariaat-generaal voor Toerisme de ambtenaren en personeelsleden van niveau 1, 2+, 2 of 3 aan die belast zijn met : 1° de verificaties ter plaatse bepaald in de artikelen 122 en 135 van het decreet;2° de controle bepaald in de artikelen 125 en 138 van het decreet;3° de controle van de naleving van de termijnen bepaald in artikel 137 van het decreet en de verlenging ervan overeenkomstig de bepaling van dat artikel. Art. 83.De minister wijst in het Commissariaat-generaal voor Toerisme de ambtenaren en personeelsleden van niveau 1 of 2+ aan die belast zijn met : 1° het opvragen van de inschrijving der hypotheken bepaald in artikel 136 van het decreet;2° het ondertekenen van de akten van handlichting onder voorbehoud van de voorafgaandelijke toelating van de regering bepaald in artikel 139 van het decreet. TITEL VI. - Inbreuken en straffen Art. 84.De ambtenaren en personeelsleden bedoeld in de artikelen 141 en 154 van het decreet worden door de minister aangewezen onder de ambtenaren en personeelsleden van niveau 1, 2+, 2 of 3 van het Commissariaat-generaal voor Toerisme. Art. 85.De overtreder wordt uitgenodigd om zich van de boete bedoeld in artikel 142 van het decreet te kwijten binnen een termijn van dertig dagen. TITEL VII. - Wijzigings-, overgangs- en slotbepalingen HOOFDSTUK I. - Wijzigingsbepalingen Art. 86.In het opschrift van het besluit van de Executieve van de Franse Gemeenschap van 4 september 1991 betreffende de camping-caravaning worden de woorden « camping-caravaning » vervangen door de term « caravaning ». Art. 87.In artikel 1, evenals in de bijlagen 2a, 2b, 3a en 3b van hetzelfde besluit, wordt het woord « camping-caravaningvergunning » vervangen door het woord « caravaningvergunning ». Art. 88.In artikel 1, evenals in de bijlagen 2a, 2b, 3a en 3b van hetzelfde besluit, wordt het woord « kampeer-caravaningterrein » vervangen door het woord « caravaningterrein ». Art. 89.In de artikelen 1, 6 en 7, evenals in de bijlagen 1, 2a, 2b, 3a en 3b van hetzelfde besluit wordt het woord « kampeer- en caravaningverblijven » vervangen door het woord « caravaningverblijf ». Art. 90.In artikel 2 van hetzelfde besluit worden na het cijfer 7 de volgende bewoordingen ingevoegd : « en de uitbater ervan is houder van de vereiste bestuurlijke vergunningen, die een definitief karakter verworven moeten hebben ». Art. 91.In artikel 3, punt 2°, van hetzelfde besluit worden de bewoordingen « waarvan de omvang bepaald wordt door het eensluidend advies van de gemachtigde ambtenaar » geschrapt. Art. 92.In artikel 3, punt 3°, van hetzelfde besluit worden de bewoordingen « volgens het eensluidend advies van de gemachtigd ambtenaar » geschrapt. Art. 93.In artikel 6 van hetzelfde besluit worden in fine twee leden, luidend als volgt, ingevoegd : « Om te voldoen aan de veiligheidsvoorwaarden dient het overstroombaar gedeelte van het caravaningterrein vrij te zijn van iedere bezetting door kampeerverblijven van 15 november tot en met 15 maart. Daarnaast dient de aanvrager of de vergunninghouder, om aan de veiligheidsvoorwaarden te voldoen, voor elk niet-verplaatsbaar verblijf en voor elk gebouw dat voor de kampeerders toegankelijk is, te beschikken over een brandveiligheidsattest in de zin van artikel 73 van het decreet van 18 december 2003Relevante gevonden documenten type decreet prom. 18/12/2003 pub. 11/03/2004 numac 2004200662 bron ministerie van het waalse gewest Decreet betreffende de toeristische logiesverstrekkende inrichtingen sluiten betreffende de toeristische logiesverstrekkende inrichtingen. » Art. 94.Punt 2° van artikel 7 van hetzelfde besluit wordt vervangen door volgende tekst : « de plaatsen die voorbehouden zijn voor de rijcaravans en de campers of andere vergelijkbare verblijven waarvan de grondoppervlakte, luifel en voortent in zeil inbegrepen, de 25 m2 niet overschrijdt, hebben een maximumoppervlakte van 80 m2 ». Art. 95.In artikel 7 van hetzelfde besluit wordt er een punt 13° ingevoegd, luidend als volgt : « de vrije plaatsen en de onderdelen van plaatsen die niet bezet zijn door caravaningverblijven of door berghokjes dienen een grasachtig uitzicht te behouden ». Art. 96.In artikel 9 van hetzelfde besluit wordt punt 1° vervangen door volgende tekst : « een afschrift van de vereiste bestuurlijke vergunningen, die een definitief karakter verworven dienen te hebben ». Art. 97.In artikel 10, eerste lid, van hetzelfde besluit worden de bewoordingen « van de gemachtigd ambtenaar en » geschrapt. Art. 98.In de artikelen 10, vierde lid, 11, laatste lid, en 18, vierde lid, evenals in de bijlagen 2a, 2b, 3a en 3b worden de bewoordingen « aan de gemachtigd ambtenaar » geschrapt. Art. 99.Artikel 10, zesde lid, wordt opgeheven. Art. 100.In artikel 10, laatste lid, van hetzelfde besluit worden de bewoordingen « de bepalingen van de eensluidende adviezen gegeven door de gemachtigde ambtenaar en de Commissaris voor Toerisme » vervangen door de woorden « de bepalingen van het eensluidend advies gegeven door het Commissariaat-generaal voor Toerisme ». Art. 101.In artikel 12, eerste lid, van hetzelfde besluit wordt het woord « opschorting » geschrapt. Art. 102.Artikel 12, vijfde lid, van hetzelfde besluit is opgeheven. Art. 103.In artikel 12, derde lid en laatste lid, evenals in de artikelen 13, § 2, tweede lid, 15, tweede en vierde lid, 19, laatste lid, 20 § 1, tweede lid, en § 2, tweede lid, 22, tweede en zesde lid en 24, derde lid, evenals in de bijlagen 2a, 2b, 3a en 3b, van hetzelfde besluit, worden de bewoordingen « aan de gemachtigd ambtenaar » geschrapt. Art. 104.In artikel 13, § 1, tweede lid, van hetzelfde besluit worden de bewoordingen « en aan de gemachtigd ambtenaar » geschrapt. Art. 105.Artikel 13, § 3, tweede lid, van hetzelfde besluit wordt opgeheven. Art. 106.In artikel 18, eerste lid, van hetzelfde besluit worden de bewoordingen « rekening houdend met het eensluidend advies van de gemachtigd ambtenaar » geschrapt. Art. 107.In artikel 18, laatste lid, van hetzelfde besluit worden de bewoordingen « van het eensluidend advies gegeven door de gemachtigd ambtenaar » geschrapt. Art. 108.Artikel 20, § 3, tweede lid, evenals de artikelen 31, 32, 45 en de bijlagen 4a, 4b, 5a, 5b, 6a, 6b, 7a en 7b van hetzelfde besluit worden opgeheven. Art. 109.Na artikel 30 worden er een nieuw hoofdstuk V met als opschrift « Schild » en een nieuw artikel 31 luidend als volgt ingevoegd : « De minister stelt het model van het schild bedoeld in artikel 4, 3°, van het decreet van 4 maart 1991 betreffende de voorwaarden voor het exploiteren van de caravaningterreinen vast. Diefstal, verlies of vernietiging van het schild dienen bij de lokale politieoverheid aangegeven te worden. Er wordt enkel een nieuw schild afgeleverd tegen inlevering van een afschrift van die aangifte. Bij beslissing tot definitieve intrekking van de vergunning dient het afgeleverde schild binnen de tien dagen na ontvangst van de beslissing te worden teruggegeven. Indien de exploitatie van het terrein definitief beëindigd wordt, dient het afgeleverde schild binnen de tien dagen na de beëindiging ingeleverd te worden. » Art. 110.In de bijlagen 2a, 2b, 3a et 3b bij hetzelfde besluit wordt het visum « Gelet op het advies van de gemachtigd ambtenaar gegeven op luidend als volgt » geschrapt. Art. 111.In het beschikkend gedeelte van bijlage 2a bij hetzelfde besluit worden de bewoordingen « in de bovenstaande adviezen van de gemachtigde ambtenaar en van de Commissaris voor Toerisme » vervangen door « in het advies van het Commissariaat-generaal voor Toerisme ». Art. 112.In het beschikkend gedeelte van bijlage 3a bij hetzelfde besluit worden de bewoordingen « en onder deze vermeld in de bovenstaande adviezen van de gemachtigde ambtenaar » geschrapt. Art. 113.De bijlagen 8 en 10 bij hetzelfde besluit worden opgeheven. Art. 114.In het opschrift en in artikel 1 van het besluit van de Executieve van de Franse Gemeenschap van 9 december 1991 tot aanwijzing van de ambtenaren belast met het opsporen en het vaststellen van de overtredingen inzake hotelwezen, logiesverstrekkende inrichtingen en kampeer-caravaninrichtingen worden de bewoordingen « hotelwezen, logiesverstrekkende inrichtingen » geschrapt. Art. 115.In het opschrift evenals in de artikelen 2, 1°, en 3 van het besluit van de Waalse Regering van 16 februari 1995 tot vaststelling van de voorwaarden en de modaliteiten voor de toekenning van premies inzake camping-caravaning worden de woorden « camping-caravaning » vervangen door het woord « caravaning ». Art. 116.In artikel 2 van hetzelfde besluit worden « de oprichting, de vergroting en » geschrapt. Art. 117.In artikel 2 van hetzelfde besluit wordt punt 2° opgeheven. Art. 118.In artikel 3, derde lid, van hetzelfde besluit worden de bewoordingen « 50.000 euro » vervangen « 25.000 euro ». Art. 119.In punt 5° van artikel 7 worden de bewoordingen « eventueel een afschrift van de bouwvergunning » vervangen door de woorden « afschrift van de milieuvergunning ». Art. 120.In artikel 6 van hetzelfde besluit wordt punt 4° opgeheven. Art. 121.De artikelen 11 en 11bis van hetzelfde besluit worden opgeheven. Art. 122.In artikel 3 van het besluit van de Waalse Regering van 24 juli 2003Relevante gevonden documenten type besluit van de waalse regering prom. 24/07/2003 pub. 16/09/2003 numac 2003200825 bron ministerie van het waalse gewest Besluit van de Waalse Regering ter aanwijzing van de badzones en houdende verschillende maatregelen voor de bescherming van het zwemwater sluiten ter aanwijzing van de badzones en houdende verschillende maatregelen voor de bescherming van het zwemwater wordt punt h vervangen door volgende tekst : « camping-caravaning : toeristische camping in de zin van artikel 2, 14°, van het decreet of camping-caravaning zoals omschreven in artikel 1, 1°, van het decreet van 4 maart 1991 betreffende de voorwaarden voor het exploiteren van kampeer-caravanterreinen ». Art. 123.In hetzelfde artikel wordt punt i vervangen door volgende tekst : « camping-caravaningterrein : toeristisch kampeerterrein in de zin van artikel 2, 18°, van het decreet of caravaningterrein in de zin van artikel 1, 2°, van het decreet van 4 maart 1991 betreffende de voorwaarden voor het exploiteren van kampeer-caravanterreinen ». Art. 124.Artikel 2 van het besluit van de Waalse Regering van 29 april 2004Relevante gevonden documenten type besluit van de waalse regering prom. 29/04/2004 pub. 24/05/2004 numac 2004201409 bron ministerie van het waalse gewest Besluit van de Waalse Regering tot bepaling van de voorwaarden voor de toekenning van premies inzake camping-caravaning in het kader van het meerjarenactieplan betreffende het permanent wonen in toeristische accommodaties sluiten tot bepaling van de voorwaarden voor de toekenning van premies inzake camping-caravaning in het kader van het meerjarenactieplan betreffende het permanent wonen in toeristische accommodaties wordt vervangen door volgende tekst : « Binnen de perken van de kredieten uitgetrokken op de begroting verleent de Minister bevoegd voor Toerisme de gemeenten een subsidie voor het slopen van verplaatsbare verblijven zoals omschreven bij artikel 1 van het decreet van de Raad van de Franse Gemeenschap van 4 maart 1991 betreffende de voorwaarden voor het exploiteren van kampeer-caravanterreinen of bij artikel 2, 15°, van het decreet van 18 december 2003Relevante gevonden documenten type decreet prom. 18/12/2003 pub. 11/03/2004 numac 2004200662 bron ministerie van het waalse gewest Decreet betreffende de toeristische logiesverstrekkende inrichtingen sluiten betreffende de toeristische logiesverstrekkende inrichtingen. Binnen de perken van de kredieten uitgetrokken op de begroting verleent de minister bevoegd voor toerisme de gemeenten een subsidie voor het slopen van niet-verplaatsbare verblijven zoals omschreven bij artikel 1 van het decreet van de Raad van de Franse Gemeenschap van 4 maart 1991 betreffende de voorwaarden voor het exploiteren van kampeer-caravanterreinen of bij artikel 2, 19°, van het decreet van 18 december 2003Relevante gevonden documenten type decreet prom. 18/12/2003 pub. 11/03/2004 numac 2004200662 bron ministerie van het waalse gewest Decreet betreffende de toeristische logiesverstrekkende inrichtingen sluiten betreffende de toeristische logiesverstrekkende inrichtingen. » Art. 125.In artikel 3, 2°, van hetzelfde besluit worden de woorden « camping-caravaningterrein » vervangen door de woorden « caravaningterrein of toeristisch kampeerterrein ». HOOFDSTUK II. - Overgangsbepalingen Art. 126.De vergunningsaanvraag bepaald in artikel 162 van het decreet wordt ingediend door middel van het formulier afgeleverd door het Commissariaat-generaal voor Toerisme. Art. 127.Indien er op het ogenblik van de inwerkingtreding van dit besluit in een gebouw een toeristische logiesverstrekkende inrichting is ondergebracht waarvan de maximumcapaciteit lager is dan tien personen ofwel meerdere toeristische logiesverstrekkende inrichtingen waarvan de samengetelde maximumcapaciteit lager is dan tien personen, beschikt de vergunninghouder over een termijn van twaalf maanden, te rekenen van de inwerkingtreding van dit besluit, om een aanvraag voor een vereenvoudigd controleattest aan de burgemeester te richten. Art. 128.De termijn bedoeld in artikel 169, eerste lid, van het decreet mag de tien jaar niet overschrijden. HOOFDSTUK III. - Slotbepaling Art. 129.Het decreet, de artikelen 56 tot en met 63, van het decreet van 27 mei 2004Relevante gevonden documenten type decreet prom. 27/05/2004 pub. 24/08/2004 numac 2004202631 bron ministerie van het waalse gewest Decreet betreffende de organisatie van het toerisme sluiten betreffende de organisatie van het toerisme en dit besluit treden in werking op 1 januari 2005. Art. 130.De minister is belast met de uitvoering van dit besluit. Namen, 9 december 2004. De Minister-President, J.-Cl. VAN CAUWENBERGHE De Minister van Landbouw, Landelijke Aangelegenheden, Leefmilieu en Toerisme, B. LUTGEN Bijlage 1 Classificatienormen voor hotelinrichtingen. Onderstaande tabel vermeldt de uitrustingen die in aanmerking komen voor de classificatie van een hotelinrichting in één van de vijf categorieën (sterren). Een punt wordt toegekend aan elke inrichting. Bovendien wanneer het vakje doorgekruist is, betekend het dat het criterium verplicht is. Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld Gezien om te worden gevoegd bij het besluit van de Waalse Regering van 9 december 2004 houdende uitvoering van het decreet van 18 december 2003Relevante gevonden documenten type decreet prom. 18/12/2003 pub. 11/03/2004 numac 2004200662 bron ministerie van het waalse gewest Decreet betreffende de toeristische logiesverstrekkende inrichtingen sluiten betreffende de toeristische logiesverstrekkende inrichtingen. Namen, 9 december 2004. De Minister-President, J.-Cl. VAN CAUWENBERGHE De Minister van Landbouw, Landelijke Aangelegenheden, Leefmilieu en Toerisme, B. LUTGEN Bijlage 2 Classificatienormen voor streekgebonden toeristisch logies en gemeubileerde vakantiewoningen DEEL A Classificatienormen voor landelijke vakantiewoningen, vakantiewoningen in de stad, vakantiewoningen op de hoeve en gemeubileerde vakantiewoningen Minimale punten per post en categorie Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld BELANGRIJK Bovenstaande tabel vermeldt de uitrustingen die in aanmerking komen voor de classificatie van een landelijke vakantiewoning, een vakantiewoning in de stad, een vakantiewoning op de hoeve en een gemeubileerde vakantiewoning in één van de vier categorieën. Wanneer het vak doorgekruist wordt, betekent het dat het criterium verplicht is. De punten opgenomen in het indelingsrooster zijn maximale waarderingscijfers. De toegekende punten zijn dus begrepen tussen nul en genoemde waarderingscijfers. De classificatie in een categorie impliceert dus dat alle criteria van die categorie worden vervuld en dat de minimale waarderingscijfers worden bereikt. Voor landelijke vakantiewoningen, vakantiewoningen in de stad en op de hoeve wordt de classificatie vastgesteld in korenaren. Voor gemeubileerde vakantiewoningen wordt zij vastgesteld in sleutels. De classificatie van de huisvesting is gegrond op de basiscapaciteit; de aanvullende basiscapaciteit, met name het aantal personen aan wie logies verstrekt kan worden door middel van bijkomende bedden, wordt strikt beperkt tot twee personen, kooibedden niet inbegrepen. Om toegestaan te zijn moet de huisvesting minstens ingedeeld worden in 1 korenaar/1 sleutel. Minimale punten per post en categorie Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld Gezien om te worden gevoegd bij het besluit van de Waalse Regering van 9 december 2004 houdende uitvoering van het decreet van 18 december 2003Relevante gevonden documenten type decreet prom. 18/12/2003 pub. 11/03/2004 numac 2004200662 bron ministerie van het waalse gewest Decreet betreffende de toeristische logiesverstrekkende inrichtingen sluiten betreffende de toeristische logiesverstrekkende inrichtingen. Namen, 9 december 2004. De Minister-President, J.-Cl. VAN CAUWENBERGHE De Minister van Landbouw, Landelijke Aangelegenheden, Leefmilieu en Toerisme, B. LUTGEN DEEL B Classificatienormen voor gastkamers en gastkamers op de hoeve Minimale punten per post en indelingscategorie. Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld BELANGRIJK Bovenstaande tabel vermeldt de uitrustingen die in aanmerking komen voor de classificatie van een gastkamer of een gastkamer op de hoeve. Wanneer het vak doorgekruist wordt, betekent het dat het criterium verplicht is. De punten opgenomen in het indelingsrooster zijn maximale waarderingscijfers. De toegekende punten zijn dus begrepen tussen nul en genoemde waarderingscijfers. De classificatie in een categorie impliceert dus dat alle criteria van die categorie worden vervuld en dat de minimale waarderingscijfers worden bereikt. Voor gastkamers en gastkamers op de hoeve wordt de classificatie vastgesteld in korenaren. De classificatie van de huisvesting is gegrond op de basiscapaciteit; de aanvullende basiscapaciteit, met name het aantal personen aan wie logies verstrekt kan worden door middel van bijkomende bedden, wordt strikt beperkt tot twee personen, kooibedden niet inbegrepen. Om toegestaan te zijn moet de huisvesting minstens ingedeeld worden in 1 korenaar. Minimale punten per post en indelingscategorie. Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld Gezien om te worden gevoegd bij het besluit van de Waalse Regering van 9 december 2004 houdende uitvoering van het decreet van 18 december 2003Relevante gevonden documenten type decreet prom. 18/12/2003 pub. 11/03/2004 numac 2004200662 bron ministerie van het waalse gewest Decreet betreffende de toeristische logiesverstrekkende inrichtingen sluiten betreffende de toeristische logiesverstrekkende inrichtingen. Namen, 9 december 2004. De Minister-President, J.-Cl. VAN CAUWENBERGHE De Minister van Landbouw, Landelijke Aangelegenheden, Leefmilieu en Toerisme, B. LUTGEN Bijlage 3 CLASSIFICATIENORMEN VOOR TOERISTISCHE KAMPEERTERREINEN Notes minimales à obtenir par catégorie de classement. Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld _______ Nota's
(1)Bijkomende douches i.v.t. de reglementaire aantallen per groep of groepdeel van 50 plaatsen, met warm en koud lopend water en een aparte cabine met een uitkledingshoek. Gezien om te worden gevoegd bij het besluit van de Waalse Regering van 9 december 2004 houdende uitvoering van het decreet van 18 december 2003Relevante gevonden documenten type decreet prom. 18/12/2003 pub. 11/03/2004 numac 2004200662 bron ministerie van het waalse gewest Decreet betreffende de toeristische logiesverstrekkende inrichtingen sluiten betreffende de toeristische logiesverstrekkende inrichtingen. Namen, 9 december 2004. De Minister-President, J.-Cl. VAN CAUWENBERGHE De Minister van Landbouw, Landelijke Aangelegenheden, Leefmilieu en Toerisme, B. LUTGEN Bijlage 4 Classificatienormen voor vakantiedorpen en hun verblijfseenheden DEEL A Classificatienormen voor vakantiedorpen Minimale cijfers per post en indelingscategorie. Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld DEEL B Classificatienormen voor de verblijfseenheden Minimale cijfers per post en indelingscategorie. Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld BELANGRIJK : De elementen opgenomen in onderstaand indelingsrooster worden beoordeeld volgens de onthaalcapaciteit van de verblijfseenheid. De punten opgenomen in het indelingsrooster zijn maximale cijfers. De toegekende punten zijn dus begrepen tussen nul en genoemde cijfers. De classificatie in een categorie impliceert dus dat alle verplichte criteria (X) van die categorie worden vervuld en dat de minimale waarderingscijfers worden bereikt voor elke rubriek A, B, C, D en E. INDELINGSROOSTER EN -NORMEN VAN DE VERBLIJFSEENHEDEN Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld Gezien om te worden gevoegd bij het besluit van de Waalse Regering van 9 december 2004 houdende uitvoering van het decreet van 18 december 2003Relevante gevonden documenten type decreet prom. 18/12/2003 pub. 11/03/2004 numac 2004200662 bron ministerie van het waalse gewest Decreet betreffende de toeristische logiesverstrekkende inrichtingen sluiten betreffende de toeristische logiesverstrekkende inrichtingen. Namen, 9 december 2004. De Minister-President, J.-Cl. VAN CAUWENBERGHE De Minister van Landbouw, Landelijke Aangelegenheden, Leefmilieu en Toerisme, B. LUTGEN Bijlage 5 Hoofdstuk I. - Algemene bepalingen 1. Algemeen. Deze bepalingen zijn van toepassing onverminderd de toepasselijke normen en algemene of bijzondere bepalingen en met name : het koninklijk besluit van 7 juli 1994Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 07/07/1994 pub. 24/03/2023 numac 2023040927 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Koninklijk besluit tot vaststelling van de basisnormen voor de preventie van brand en ontploffing waaraan de gebouwen moeten voldoen. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten tot vaststelling van de basisnormen voor de preventie van brand en ontploffing waaraan de nieuwe gebouwen moeten voldoen en wijzigingen aan dit besluit (Belgisch Staatsblad van 26 april 1995); - de Codex over het welzijn op het werk (Codex); - het Algemeen Reglement op de arbeidsbescherming (A.R. A.B. ); - bijlage 10 bij dit besluit tot vaststelling van de bijkomende normen die toepasselijk zijn op gebouwen voor de opvang van meerdere toeristische instellingen met een maximale capaciteit van minder dan 10 personen en waarvan de opgetelde maximale capaciteit hoger is dan 15 personen; - het decreet van 11 maart 1999Relevante gevonden documenten type decreet prom. 11/03/1999 pub. 08/06/1999 numac 1999027439 bron ministerie van het waalse gewest Decreet betreffende de milieuvergunning sluiten betreffende de milieuvergunning. 1.1. Doel van die bepalingen. Ze vermelden de minimale maatregelen die van toepassing zijn in de gebouwen met het oog op :
- a)het voorkomen van branden;
- b)de veiligheid van personen;
- c)het voorkomen van problemen bij de tussenkomst van de brandweerdiensten. 1.2. Door de exploitant te treffen maatregelen. De exploitant treft de gepaste maatregelen om :
- a)branden te voorkomen;
- b)elk begin van brand snel en efficiënt te bestrijden;
- c)in geval van brand : - de gehuisveste personen in staat te stellen de alarm te slaan; - de veiligheid van de personen te verzekeren en in voorkomend geval die snel en zonder gevaar te evacueren; - de territoriaal bevoegde brandweerdienst onmiddellijk te waarschuwen. 1.3. Toepassingsgebied. Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld Deze bepalingen zijn van toepassing op het gebouw of gedeelte daarvan bestemd voor de opvang van een toeristische logiesverstrekkende inrichting met een maximale capaciteit van 9 personen overeenkomstig bovenstaande tabel. 1.4. Terminologie. 1.4.1. De gebruikte terminologie is die welke staat vermeld in bijlage I bij het koninklijk besluit van 7 juli 1994Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 07/07/1994 pub. 24/03/2023 numac 2023040927 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Koninklijk besluit tot vaststelling van de basisnormen voor de preventie van brand en ontploffing waaraan de gebouwen moeten voldoen. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten tot vaststelling van de basisnormen voor de preventie van brand en ontploffing waaraan de nieuwe gebouwen moeten voldoen. 1.4.2. Deze terminologie wordt aangevuld als volgt : Deur Rf : brandwerende deur. De bepalingen van bijlage 1 bij het koninklijk besluit van 7 juli 1994Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 07/07/1994 pub. 24/03/2023 numac 2023040927 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Koninklijk besluit tot vaststelling van de basisnormen voor de preventie van brand en ontploffing waaraan de gebouwen moeten voldoen. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten inzake de "BENOR/ATG"-erkenning en erkende plaatsers zijn enkel van toepassing op de deuren geplaatst of vervangen na de datum van bekendmaking in het Belgisch Staatsblad van deze regeling. 1.5. Gebruiksvoorschriften. Binnen een gebouw mogen enkel de volgende niveaus worden gebruikt : - het normale evacuatieniveau; - het niveau 1 boven het normale evacuatieniveau. 1.6. Gedrag bij brand van de elementen en van het constructiemateriaal. 1.6.1. Op het verzoek van de burgemeester of zijn afgevaardigde, is de exploitant verplicht het bewijs voor te leggen dat de voorschriften inzake gedrag bij brand van de elementen en het constructiemateriaal, opgenomen in deze reglementering, worden nageleefd. Kan hij dit bewijs niet voorleggen, is hij verplicht een schriftelijke beschrijving van de samenstelling van de elementen en het constructiemateriaal met de medeondertekening van een architect te geven waarvoor het voormelde bewijs niet kan geleverd worden. 1.6.2. Reactie bij brand - Testmethodes. Het contructiemateriaal wordt ingedeeld volgens de klassering die opgenomen is in bijlage 5 bij het koninklijk besluit van 7 juli 1994Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 07/07/1994 pub. 24/03/2023 numac 2023040927 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Koninklijk besluit tot vaststelling van de basisnormen voor de preventie van brand en ontploffing waaraan de gebouwen moeten voldoen. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten tot vaststelling van de basisnormen voor de preventie van brand en ontploffing waaraan de nieuwe gebouwen moeten voldoen. 1.6.3. Boringen in de wanden Rf. De boringen en uithollingen in de wanden waarvoor een Rf vereist is, moeten afgesloten worden met elementen die een Rf-graad hebben die gelijk is met deze van de wand. 1.7. Certificering van materialen en installaties Algemene bepalingen betreffende de certificering van de uitrustingen en installaties. Ter uitvoering van de wet van 20 juli 1990Relevante gevonden documenten type wet prom. 20/07/1990 pub. 10/06/2010 numac 2010000325 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet tot instelling van een flexibele pensioenleeftijd voor werknemers en tot aanpassing van de werknemerspensioenen aan de evolutie van het algemeen welzijn. - Officieuze coördinatie in het Duits type wet prom. 20/07/1990 pub. 26/05/2011 numac 2011000307 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet ter bevordering van de evenwichtige aanwezigheid van mannen en vrouwen in organen met adviserende bevoegdheid. - Officieuze coördinatie in het Duits type wet prom. 20/07/1990 pub. 02/12/2010 numac 2010000669 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de voorlopige hechtenis Officieuze coördinatie in het Duits sluiten betreffende de accreditatie van instellingen voor de conformiteitsbeoordeling alsook de proeflaboratoria en van het koninklijk besluit van 6 september 1993 tot oprichting van een accreditatiesysteem van certificatie-instellingen en tot vaststelling van de accreditatieprocedures overeenkomstig de criteria van de normen van de reeks NBN-EN 45000 en voorzover de certificering van de betrokken installateurs, installaties en/of materiaal bestaat binnen een termijn van 2 jaar voorafgaand aan de uitvoering van de installatie of het gebruik van het materieel : - de installaties en/of het materieel gebruikt of vervangen in het gebouw moeten gecertificeerd zijn door een certificeringsinstelling, geaccrediteerd als instelling voor de certificering van producten overeenkomstig het BELCERT-systeem of volgens een certificeringsprocedure die als gelijkwaardig wordt erkend in een andere lidstaat van de Europese Unie of, bij gebrek aan accreditatie, voldoen aan de algemene criteria opgenomen in de NBN-EN-45011; - de installaties en/of het materieel gebruikt of vervangen in het gebouw moeten worden geplaatst door installateurs die gecertificeerd zijn door een certificeringsionstelling, geaccrediteerd als instelling voor de certificering van personen overeenkomstig het BELCERT-systeem of volgens een certificeringsprocedure die als gelijkwaardig wordt erkend in een andere lidstaat van de Europese Unie of, bij gebrek aan accreditatie, voldoen aan de algemene criteria opgenomen in de NBN-EN-45013. 1.8. Norm NBN en gelijkwaardigheid in een andere Lidstaat van de Europese Unie. Indien het wordt vastgesteld d.m.v. de noodzakelijke stukken dat een product opgenomen in deze bijlage voldoet aan de vereisten omgezet in een norm NBN volgens proef- en classificeringsmethodes die gelijkwaardig zijn in een andere Lidstaat van de Europese Unie, wordt dat product geacht te voldoen aan de technische voorschriften van deze bijlage. 1.9. Branddetectie. Volgens zijn werking en belang moet elk gebouw uitgerust zijn met autonome detectors in de volgende lokalen : - In elke kamer voorbehouden aan de gasten, - In haar toegangszone, met inbegrip van het trappenhuis. - In de gemeenschappelijke keuken voorbehouden aan de gasten. Dat materieel moet het voorwerp uitmaken van een erkenning die zijn conformiteit met de normen bekendgemaakt door het Belgisch Instituut voor Normalisatie (B.I.N.). Hoofdstuk II. - Aanvullende voorschriften toepasselijk op nieuwe gebouwen Onverminderd de bepalingen van het koninklijk besluit van 7 juli 1994Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 07/07/1994 pub. 24/03/2023 numac 2023040927 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Koninklijk besluit tot vaststelling van de basisnormen voor de preventie van brand en ontploffing waaraan de gebouwen moeten voldoen. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten tot vaststelling van de basisnormen voor de preventie van brand en ontploffing waaraan de nieuwe gebouwen moeten voldoen, zijn de volgende voorschriften van toepassing op nieuwe gebouwen. 2.1. Dragende structuur. Het geheel van de dragende structuur van het gebouw heeft een brandweerstand van 1/2 uur. 2.2. Trappenhuizen. - Maatregelen moeten worden getroffen ter voorkoming van brandverspreiding naar het hogere niveau d.m.v. elementen Rf 1/2 h en zelfsluitende deuren Rf 1/2 h. - De trappen hebben een brandstabiliteit van 1/2 h of worden gemaakt van metselwerk of beton. - De trappen hebben een verplichte toegang tot een evacuatieniveau. 2.3. Dakwerk. Het dakwerk heeft een brandweerstand van minstens 1/2 h of is beschermd door één of meerdere elementen met dezelfde weerstandsgraad. De binnenbekleding van het dakwerk moet worden gemaakt van materialen van klasse A0. Het geheel van de bekleding voldoet aan het normontwerp EN- 1187. 1. Hoofdstuk III. - Algemene voorschriften 3.1 Als gevaarlijk, ongezond of hinderlijk ingedeelde installaties. Indien het gebouw of het landgoed waarop het gebouwd is, installaties bevat die ingedeeld zijn als gevaarlijk, ongezond of hinderlijk krachtens de gewestelijke regelgeving, bepaalt de bevoegde Dienst de eventuele veiligheidsmaatregelen om de veiligheid van de gebruikers te verzekeren rekening houdend met de risico's eigen aan die installaties. 3.2. Groep van gebouwen. De volgende bepalingen zijn van toepassing wanneer binnen eenzelfde landgoed dat tot éénzelfde exploitant behoort, verschillende aparte gebouwen bestemd zijn voor de huisvesting van toeristen. 3.2.1. Vestiging : De bijgebouwen, luifels, uitspringende daken, delen in uitkraging of andere toevoegingen zijn enkel toegelaten indien daardoor noch de evacuatie en de veiligheid van de gebruikers noch de bewegingsvrijheid van de brandweer in het gedrang gebracht worden. 3.2.2. Toegangswegen : De gebouwen zijn voortdurend bereikbaar door de voertuigen van de brandweerdiensten. Er wordt voor gezorgd dat in de nabijheid van de gebouwen het stationeren, het in werking stellen en het maneuvreren van het materiaal voor brandbestrijding en van het reddingsmateriaal gemakkelijk kunnen worden uitgevoerd. De toelichtingen over de bereikbaarheid worden aan het oordeel van de bevoegde brandweerdienst overgelaten. 3.2.3. Bluswaterbevoorrading : De bluswaterbevoorrading moet voldoende zijn. De bevoorrading kan verzekerd worden met stromend of stilstaand water of met het openbaar waterleidingsnet. De bluswaterbevoorrading wordt bepaald door de bevoegde brandweerdienst. Die bepaling houdt rekening met het aantal gebouwen en hun vuurbelasting. Een signalisatie conform de omzendbrief van het Ministerie van Binnenlandse Zaken van 14 oktober 1975 betreffende de watervoorraden voor het blussen van branden is voorzien. 3.2.4. Opslag van verplaatsbare recipiënten voor vloeibaar gemaakte petroleumgassen : De verplaatsbare recipiënten voor vloeibaar gemaakte petroleumgassen en de recipiënten die verondersteld worden leeg te zijn moeten in open lucht in een gesloten ruimte of in een lokaal dat voldoende geventileerd is door een hoge en lage verluchting, opgeslagen zijn. Die ruimten en lokalen zijn voorbehouden voor dat gebruik en zijn niet toegankelijk voor de gehuisveste personen 3.2.5. Groep van gebouwen met centrum voor gemeenschappelijke diensten : De volgende bepalingen zijn van toepassing wanneer verschillende gebouwen bestemd zijn voor de huisvesting van toeristen binnen éénzelfde landgoed dat toebehoort aan éénzelfde exploitant. De algemene en lokale regels alsook de grondprincipes van brandpreventie zijn van toepassing op het centrum voor gemeenschappelijke diensten Hoofdstuk IV. - Vereisten betreffende de brandweerstand De volgende voorschriften worden gegeven onverminderd de vaststelling van gevaarlijke toestanden wat betreft de brandreactie van de materialen door de territoriale bevoegde brandweerdienst. In dit geval moeten onverwijld gepaste maatgerelen getroffen worden. 4.1. Algemene bepalingen. Bij de vernieuwing van de bestaande bekledingen moeten de vereisten opgenomen in volgende tabel worden toegepast. De classificering van de bouwmaterialen is conform met de proefmethodes opgenomen in bijlage 5 van het koninklijk besluit van 7 juli 1994Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 07/07/1994 pub. 24/03/2023 numac 2023040927 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Koninklijk besluit tot vaststelling van de basisnormen voor de preventie van brand en ontploffing waaraan de gebouwen moeten voldoen. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten tot vaststelling van de basisnormen voor de preventie van brand en ontploffing waaraan de nieuwe gebouwen moeten voldoen. Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld 4.2. Gebruik van houten plankjes. Bij de vernieuwing van de bestaande bekledingen of bij de uitbreiding van een bestaand gebouw wordt het gebruik van houten plankjes als versieringselement toegelaten voor zover die plankjes worden geplaatst tegen een niet-brandbare drager A0 met de tussenplaatsing van een niet-brandbaar element A0 in de eventuele leegte tussen de drager en de plankjes. Hun gebruik is verboden in de evacuatiewegen; 4.3. Nieuwe lokalen. Bij inrichting van nieuwe lokalen na de inwerkingtredingsdatum van deze regelgeving zijn de onder 4.2. en 4.3. omschreven regels onmiddellijk van toepassing. Hoofdstuk V. - Evacuatie De plaats, de verdeling en de breedte van de trappen, evacuatiewegen en uitgangen moeten een snelle en gemakkelijke evacuatie van de personen mogelijk maken. Hoofdstuk VI. - Verwarming - Brandstof 6.1. Verwarmingstoestellen en toestellen voor de productie van sanitair warm water. 6.1.1 De verwarmingstoestellen en de toestellen voor de productie van sanitair warm water moeten zodanig ontworpen en gebouwd zijn dat ze voldoende veiligheidswaarborgen bieden t.a.v. lokale omstandigheden. 6.1.2 De verwarmingstoestellen en de toestellen voor de productie van sanitair warm water d.m.v. verbranding worden in goede staat gehouden, zijn verplicht verbonden aan een leiding met een goede trek en zijn zodanig ontworpen dat ze de totale en regelmatige evacuatie van de verbrandingsgassen verzekeren, zelfs bij maximale afsluiting van de regeltoestellen. 6.1.3 De schoorstenen en rookpijpen van de verwarmingstoestellen en de toestellen voor de productie van sanitair warm water moeten gebouwd zijn met niet-brandbare materialen. 6.1.4 De warmtegeneratoren, de schoorstenen en de rookpijpen moeten geïnstalleerd zijn op een voldoende afstand van brandbare stoffen en materialen of daarvan worden verwijderd om het brandrisico te voorkomen. 6.1.5. De verwarmingsinstallaties met warme lucht moeten worden gebouwd volgens de regels der kunst : - de luchttemperatuur op de distributiepunten mag niet hoger zijn dan 80 °C; - de warmeluchtleidingen moeten volledig gebouwd zijn met niet-brandbare materialen. 6.1.5 Beweeglijke verwarmingsapparaten zijn verboden. 6.1.6 Het materieel van de elektrische verwarmingsinstallaties draagt het CEBEC- of EG-label. 6.2. Aardgas. Indien de bandstof bestaat uit aardgas, moet de installatie volgens haar type conform zijn met NBN D 51-003 « Installaties voor brandbaar gas lichter dan lucht, verdeeld door leidingen », of met NBN D 51-004 "Installaties voor brandbaar gas lichter dan lucht, verdeeld door leidingen : bijzondere installaties". De gasapparaten dragen het BENOR- of EG-label. Alle verwarmingsapparaten aangesloten op de gasinstallatie zijn voorzien van veiligheidsthermokoppels. 6.3 Vloeibaar gemaakt petroleumgas. Indien de brandstof bestaat uit vloeibaar gemaakt petroleumgas, moet de installatie conform zijn met de code van goede praktijk; de gasflessen worden buiten geplaatst. De gasapparaten dragen het BENOR- of EG-label. Alle verwarmingsapparaten aangesloten op de gasinstallatie zijn voorzien van veiligheidsthermokoppels. Het gebruik en de opslag van beweeglijke recipiënten van vloeibaar gemaakt petroleumgas, zelfs leeg, is strikt verboden in alle lokalen. De gasflessen worden buiten de lokalen geplaatst en beschut tegen het onweer. 6.4. Hout, vloeibare of vaste brandstof. Indien de brandstof bestaat uit vloeibaar of vast hout, moet de installatie conform zijn met de regels der kunst wat betreft de isolatie van de rookpijp i.v.t. de rest van het gebouw. De centrale verwarmingsinstallaties moeten voldoen aan de bepalingen van voornoemd koninklijk besluit van 6 januari 1978. Hoofdstuk VII. - Bijzondere voorschriften voor haarden en open haarden De installatie van haarden en open haarden is toegelaten mis de volgende voorwaarden worden vervuld : - de installatie van de vuurhaard en de schoorsteen wordt uitgevoerd overeenkomstig de regels der kunst, met name wat betreft de isolatie van de vuurhaard en de rookpijp i.v.t. de rest van het gebouw; de installatie is voorzien van een vonkenvanger; - gebruiks- en veiligheidsinstructies worden aangeplakt. Hoofdstuk VIII. - Signalisatie Indien noodzakelijk zijn de plaats van elke uitgang en nooduitgang alsook de richting van de wegen, gangen en trappen naar die uitgangen aangegeven d.m.v. reddingssignalen voorzien in het koninklijk besluit van 17 juni 1997Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 17/06/1997 pub. 03/10/1997 numac 1997012551 bron ministerie van economische zaken en ministerie van tewerkstelling en arbeid Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 31 maart 1995 betreffende de erkenning van de instanties die aangemeld worden bij de Commissie van de Europese Gemeenschappen voor de toepassing van bepaalde procedures in het kader van de fabricatie van machines, drukvaten van eenvoudige vorm en persoonlijke beschermingsmiddelen type koninklijk besluit prom. 17/06/1997 pub. 21/08/1997 numac 1997016167 bron ministerie van middenstand en landbouw Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 2 juli 1996 betreffende de identificatie en de registratie van schapen, geiten en hertachtigen type koninklijk besluit prom. 17/06/1997 pub. 26/07/1997 numac 1997000508 bron ministerie van binnenlandse zaken Koninklijk besluit tot toekenning van financiële hulp ter ondersteuning van de werking van de gemeentelijke politiekorpsen type koninklijk besluit prom. 17/06/1997 pub. 05/09/1997 numac 1997014163 bron ministerie van verkeer en infrastructuur Koninklijk besluit houdende vaststelling van de personeelsformatie van de Regie der Luchtwegen type koninklijk besluit prom. 17/06/1997 pub. 19/09/1997 numac 1997012552 bron ministerie van tewerkstelling en arbeid Koninklijk besluit betreffende de veiligheids- en gezondheidssignalering op het werk sluiten en zijn bijlagen. Hoofdstuk IX. - Veiligheidsverlichting Volgens de bijzondere inrichting van de plaats kan de bevoegde brandweerdienst de installatie van een veiligheidsverlichting vragen. Hoofdstuk X. - Bericht Bij gebrek aan publieke telefooncel in de omgeving van het gebouw moet de dienst 100 altijd kunnen worden bereikt d.m.v. een telefoonpost die ter beschikking van de huurders is gesteld. Een bericht aangeplakt in elk gebouw geeft de plaats van de telefoonpost aan alsook de oproepnummers. Die nummers bevinden zich ook op de telefoonposten. Hoofdstuk XI. - Blusmiddelen Elk gebouw moet ten minste beschikken over : - een blusapparaat dat conform is met de vigerende normen van een halve bluseenheid per niveau toegankelijk voor gehuisveste personen; - een blusdeken conform met de norm NBN-EN-1869 in de keuken. Hoofdstuk XII. - Onderhoud en controle voor instellingen van type A en B 12.1. Algemeen. 12.1.1.De technische uitrusting wordt in goede staat gehouden. De exploitant is verantwoordelijk voor de periodieke controle van die uitrusting door bevoegde personen of instellingen. 12.1.2 De exploitant zorgt ervoor dat de inspecties, onderzoeken en controles, met name die waarvan sprake in artikel 12.2, worden uitgevoerd en dat een proces-verbaal daarvan wordt opgemaakt. De datums van de controles en de vaststellingen die in de loop daarvan werden gemaakt, worden opgenomen in een dossier dat ter beschikking van de Burgemeester of zijn afgevaardigde wordt gesteld. 12.2. Periodieke controles. 12.2.1 Elektrische installaties voor drijfkracht, verlichting, signalisatie en veiligheidsverlichting. De elektrische installaties voor drijfkracht, verlichting, signalisatie en veiligheidsverlichting van het gebouw voldoen aan de voorschriften van het Algemeen Reglement op de Elektrische Installaties (arrêté royalE.I.). Onverminderd de voorschriften van die regelingen worden bovenbedoelde elektrische installaties gecontroleerd door een instelling erkend door het Ministerie van Economische Zaken voor de controle op elektrische installaties : - bij hun indienststelling en telkens als belangrijke wijzigingen daaraan worden aangebracht of bij gebrek binnen het jaar na de inwerkingtreding van dit besluit; - om de 5 jaar. Het doel van bovenbedoelde controles is de conformiteit van de installaties voor drijfkracht, verlichting, signalisatie en veiligheidsverlichting met de voorschriften van deze regeling te verifiëren. De werking van de eventuele veiligheidsverlichting moet periodiek en minstens om de 6 maanden worden gecontroleerd door de exploitant. 12.2.2 Verwarmingsinstallaties. Onverminderd de bepalingan van het koninklijk besluit van 6 januari 1978 tot voorkoming van luchtverontreiniging bij het verwarmen van gebouwen met vaste of vloeibare brandstof, worden de verwarmings- en airconditioningsinstallaties jaarlijks onderzocht door een erkende bevoegde technicus. De afvoerpijpen voor rook en verbrandingsgassen moeten altijd in goede staat worden gehouden. 12.2.3 Met brandbaar gas gevoede installaties. Onverminderd de bepalingen van het koninklijk besluit van 21 oktober 1968 betreffende de opslagplaatsen voor vloeibaar gemaakt handelspropaan, handelsbutaan of mengsels daarvan in vaste ongekoelde houders, wordt elke nieuwe of gedeeltelijk vernieuwde of herstelde installatie onderzocht vóór de in bedrijfstelling ervan, volgens de voorschriften van de Belgische normen en de regels van goede praktijk. De voormelde controle wordt om de vijf jaar uitgevoerd door een bevoegd organisme of installateur. De uitslagen ervan worden in een proces-verbaal opgetekend, dat de uitbater moet bewaren. 12.2.4 Onderhoud van de met brandbaar gas gevoede installaties. Die installaties en de daarop aangesloten apparaten worden elk jaar onderhouden door een gekwalificeerde installateur. Dat onderhoudt heeft o.a. als doel : - de verificatie en reiniging van de branders; - de verificatie van de beschermings- en regulatietoestellen; - de verificatie van de waterdichtheid van de installatie; - het bezoek en indien noodzakelijk de reiniging van de afvoerpijpen voor verbrandingsgassen. 12.2.5 Blusmiddelen. De uitbater draagt er zorg voor dat de blustoestellen jaarlijks nagezien en onderhouden worden door een gespecialiseerde firma. 12.2.6 Filters en afvoerwegen van keukenafzuigkappen. De exploitant zorgt ervoor dar de vetfilters en afvoerwegen van de keukenafzuigkappen minstens jaarlijks worden onderhouden. 12.2.7 Schoorstenen en afvoerpijpen. De schoorstenen en afvoerpijpen worden één keer per jaar schoongemaakt en gecontroleerd door een gekwalificeerde technicus. Hoofdstuk XIII. - Bijkomend onderhoud en controle voor instellingen van type B 13.1. Installatie voor branddetectie door punctuele voeler. De algemeen verspreide installaties voor automatische detectie worden in ontvangst genomen en gecontroleerd zoals bepaald in de Belgische norm NBN S 21-100 "Concipiëring van de installaties voor automatische branddetectie door punctuele voeler". De controles moeten echter betrekking hebben op het geheel van de installaties (voelers, centrales, versterkingstabellen, stuurinstallaties, enz.). De algemeen verspreide installaties voor automatische detectie worden jaarlijks onderhouden, nagezien en gecontroleerd zoals bepaald in de Belgische norm NBN S 21-100 "Concipiëring van de installaties voor automatische branddetectie door punctuele voeler". 13.2. Alarminstallaties : Die installaties worden jaarlijks nagezien en onderhouden door een gekwalificeerde installateur. 13.3. Brandwerende deuren en deurtjes : De exploitant zorgt voor de goede werking van de zelfsluitende of bij brand zelfsluitende deuren, deurtjes, Hij zorgt ook voor het regelmatig onderhoud ervan. Hoofdstuk XIV. - Exploitatievoorschriften voor instellingen van type A en B 14.1. Algemeen. Afgezien van wat voorzien is in deze regelgeving, neemt de exploitant alle nodige maatregelen met het oog op de bescherming van alle personen tegen brand, paniek en ontploffingen. De opmerkingen die tijdens de periodieke controles werden geformuleerd, moeten zo spoedig mogelijk aanleiding geven tot de nodige verbeteringen. De omtrek van de plaatsen waar brandbestrijdingsapparaten geïnstalleerd zijn, moeten steed vrij blijven zodat die apparaten onverwijld kunnen worden gebruikt. 14.2. Autonome branddetectie. De exploitant zorgt voor de goede werking van de autonome rookdetectors minstens één keer voor elke huur. Tot dat einde houdt hij rekening met de aanwijzing van de fabrikant. 14.3. Kookapparaten. Kooktoestellen en vloeistofverwarmers zijn ver genoeg verwijderd of geïsoleerd van elk brandbaar materiaal. Geen beweeglijk apparaat gevoed met brandbaar gas mag worden geplaatst of gebruikt binnen die lokalen. Bij gebruik van een buigzame leiding voor de aansluiting van het fornuis op de gasdistributieinstallatie, moet die jaarlijks worden vervangen. Haar lengte wordt beperkt tot 1,5 meter. Elk uiteinde is uitgerust met spanringen. 14.4. Veiligheidsinstructies. De exploitant handelt als een goed huisvader en verbindt zich ertoe de gehuisveste personen op de hoogte te brengen van de werking van de installaties en de brandveiligheidsinstructies die in acht moeten worden genomen in het gebouw. Bij aanwezigheid van een haard of open haard worden gebruiks- en veiligheidsinstructies aangeplakt ten dienste van de gehuisveste personen. Veiligheidsinstructies in de drie nationale talen en in het Engels, eventueel vervangen door pictogrammen en duidelijk zichtbaar geplaatst in het gebouw geven de aan te nemen gedragslijn in geval van brand. Ze vermelden de naaste publieke of privé telefoonpost. Voor groeperingen van gebouwen moet een dossier bestemd om de hulpploegen te informeren de plaats vermelden van o.a. : - de trappen en evacuatiewegen; - de beschikbare blusmiddelen; - de algemene tabel van het brand- en alarmdetectiesysteem; - de stookplaats; - in voorkomend geval de installaties en lokalen met bijzondere risico's; - de algemene vestiging van de gebouwen, toegangswegen, waterhulpbronnen en stroomonderbrekingsapparaten. Dat dossier wordt bijgehouden. 14.4. Bescherming tegen vallen. De putten, tanken, bekkens, reservoirs en een of andere openingen, wanneer ze gevarlijk zijn voor de gebruikers, moeten voldoende open zijn of omringd zijn met stevig vastgemaakte borstweringen, van minstens 1 meter hoog. De raam- en deuropeningen en andere openingen in de muren waarvan de drempel op minder dan 70 cm boven de vloer naar de binnenkant ligt en op meer dan 1,50 m boven de grond naar de buitenkant, moeten beschermd worden door stevig vastgemaakte borstweringen van minstens 1 meter hoog. De trappen moeten voorzien zijn van stevige leuningen die geplaatst zijn op een minimale hoogte van 0,75 m aan de kant met een eventueel valrisico. Wanneer de breedte van de trappen hoger is dan 1,50m of wanneer een valrisico bestaat aan beide kanten, zijn de leuningen dubbel. De leuningen moeten zo vervaardigd zijn dat de kinderen niet kunnen binnensluipen tussen de spijlen. Hetzelfde geldt voor de leuningen wanneer een valrisico bestaat. Hoofdstuk XV. - Bijkomende exploitatievoorschriften voor instellingen van type B 15.1. Kookapparaten. De gaskookplaten zijn voorzien van veiligheidsthermokoppels. 15.2. Veiligheidsinstructies. Het personeel en in het bijzonder het nachtwachtpersoneel wordt getraind op de bediening van blusmiddelen en wordt ingelicht over de gebruiksvoorwaarden daarvan. Dat personeel krijgt ook een algemene opleiding inzake onheilpreventie. Gezien om te worden gevoegd bij het besluit van de Waalse Regering van 9 december 2004 houdende uitvoering van het decreet van 18 december 2003Relevante gevonden documenten type decreet prom. 18/12/2003 pub. 11/03/2004 numac 2004200662 bron ministerie van het waalse gewest Decreet betreffende de toeristische logiesverstrekkende inrichtingen sluiten betreffende de toeristische logiesverstrekkende inrichtingen. Namen, 9 december 2004. De Minister-President, J.-Cl. VAN CAUWENBERGHE De Minister van Landbouw, Landelijke Aangelegenheden, Leefmilieu en Toerisme, B. LUTGEN Bijlage 6 Hoofdstuk I. - Algemene bepalingen ALGEMEEN. Deze bepalingen zijn van toepassing onverminderd de toepasselijke normen en algemene of bijzondere bepalingen en met name : het koninklijk besluit van 7 juli 1994Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 07/07/1994 pub. 24/03/2023 numac 2023040927 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Koninklijk besluit tot vaststelling van de basisnormen voor de preventie van brand en ontploffing waaraan de gebouwen moeten voldoen. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten tot vaststelling van de basisnormen voor de preventie van brand en ontploffing waaraan de nieuwe gebouwen moeten voldoen en wijzigingen aan dit besluit (Belgisch Staatsblad van 26 april 1995); - de Codex over het welzijn op het werk (Codex); - het Algemeen Reglement op de arbeidsbescherming (A.R. A.B. ); - het decreet van 11 maart 1999Relevante gevonden documenten type decreet prom. 11/03/1999 pub. 08/06/1999 numac 1999027439 bron ministerie van het waalse gewest Decreet betreffende de milieuvergunning sluiten betreffende de milieuvergunning. Doel van die bepalingen. Ze vermelden de minimale maatregelen die van toepassing zijn in de gebouwen met het oog op :
- a)het voorkomen van branden;
- b)de veiligheid van personen;
- c)het voorkomen van problemen bij de tussenkomst van de brandweerdiensten. Door de exploitant te treffen maatregelen. De exploitant treft de gepaste maatregelen om :
- a)branden te voorkomen;
- b)elk begin van brand snel en efficiënt te bestrijden;
- c)in geval van brand : - de gehuisveste personen in staat te stellen de alarm te slaan; - de veiligheid van de personen te verzekeren en in voorkomend geval die snel en zonder gevaar te evacueren; - de territoriaal bevoegde brandweerdienst onmiddellijk te waarschuwen. 1.3. Toepassingsgebied. Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld Deze bepalingen zijn van toepassing op het gebouw of gedeelte daarvan bestemd voor de opvang van een toeristische logiesverstrekkende inrichting met een maximale capaciteit begrepen tussen 10 en 15 personen overeenkomstig bovenstaande tabel. 1.4. Terminologie. 1.4.1. De gebruikte terminologie is die welke staat vermeld in bijlage I bij het koninklijk besluit van 7 juli 1994Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 07/07/1994 pub. 24/03/2023 numac 2023040927 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Koninklijk besluit tot vaststelling van de basisnormen voor de preventie van brand en ontploffing waaraan de gebouwen moeten voldoen. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten tot vaststelling van de basisnormen voor de preventie van brand en ontploffing waaraan de nieuwe gebouwen moeten voldoen. Deur Rf : brandwerende deur. De bepalingen van bijlage 1 bij het koninklijk besluit van 7 juli 1994Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 07/07/1994 pub. 24/03/2023 numac 2023040927 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Koninklijk besluit tot vaststelling van de basisnormen voor de preventie van brand en ontploffing waaraan de gebouwen moeten voldoen. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten inzake de "BENOR/ATG"-erkenning en erkende plaatsers zijn enkel van toepassing op de deuren geplaatst of vervangen na de datum van bekendmaking in het Belgisch Staatsblad van deze regeling. De plaatsers zijn erkend in de zin van het ministerieel besluit van 5 mei 1995 tot vaststelling van de voorwaarden en de procedure inzake de erkenning van de plaatsers van brandwerende deuren. 1.5. Gebruiksvoorschriften. Binnen een gebouw mogen enkel de volgende niveaus worden gebruikt : - het normale evacuatieniveau; - het niveau 1 boven het normale evacuatieniveau; - het niveau 2 boven het normale evacuatieniveau mag enkel worden gebruikt indien het gebouw uitgerust is met een veralgemeende installatie voor branddetectie die conform is met de norm NBN S 21-100. 1.6. Gedrag bij brand van de elementen en van het constructiemateriaal. 1.6.1. Op het verzoek van de burgemeester of zijn afgevaardigde, is de exploitant verplicht het bewijs voor te leggen dat de voorschriften inzake gedrag bij brand van de elementen en het constructiemateriaal, opgenomen in deze reglementering, worden nageleefd. Kan hij dit bewijs niet voorleggen, is hij verplicht een schriftelijke beschrijving van de samenstelling van de elementen en het constructiemateriaal met de medeondertekening van een architect te geven waarvoor het voormelde bewijs niet kan geleverd worden. 1.6.2. Reactie bij brand - Testmethodes. Het contructiemateriaal wordt ingedeeld volgens de klassering die opgenomen is in bijlage 5 bij het koninklijk besluit van 7 juli 1994Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 07/07/1994 pub. 24/03/2023 numac 2023040927 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Koninklijk besluit tot vaststelling van de basisnormen voor de preventie van brand en ontploffing waaraan de gebouwen moeten voldoen. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten tot vaststelling van de basisnormen voor de preventie van brand en ontploffing waaraan de nieuwe gebouwen moeten voldoen. 1.6.3. Boringen in de wanden Rf. De boringen en uithollingen in de wanden waarvoor een Rf vereist is, moeten afgesloten worden met elementen die een Rf-graad hebben die gelijk is met deze van de wand. 1.7.Algemene bepalingen betreffende de certificering van de uitrustingen en installaties. Algemene bepalingen betreffende de certificering van de uitrustingen en installaties. Ter uitvoering van de wet van 20 juli 1990Relevante gevonden documenten type wet prom. 20/07/1990 pub. 10/06/2010 numac 2010000325 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet tot instelling van een flexibele pensioenleeftijd voor werknemers en tot aanpassing van de werknemerspensioenen aan de evolutie van het algemeen welzijn. - Officieuze coördinatie in het Duits type wet prom. 20/07/1990 pub. 26/05/2011 numac 2011000307 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet ter bevordering van de evenwichtige aanwezigheid van mannen en vrouwen in organen met adviserende bevoegdheid. - Officieuze coördinatie in het Duits type wet prom. 20/07/1990 pub. 02/12/2010 numac 2010000669 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de voorlopige hechtenis Officieuze coördinatie in het Duits sluiten betreffende de accreditatie van instellingen voor de conformiteitsbeoordeling alsook de proeflaboratoria en van het koninklijk besluit van 6 september 1993 tot oprichting van een accreditatiesysteem van certificatie-instellingen en tot vaststelling van de accreditatieprocedures overeenkomstig de criteria van de normen van de reeks NBN-EN 45000 en voorzover de certificering van de betrokken installateurs, installaties en/of materiaal bestaat binnen een termijn van 2 jaar voorafgaand aan de uitvoering van de installatie of het gebruik van het materieel : - de installaties en/of het materieel gebruikt of vervangen in het gebouw moeten gecertificeerd zijn door een certificeringsinstelling, geaccrediteerd als instelling voor de certificering van producten overeenkomstig het BELCERT-systeem of volgens een certificeringsprocedure die als gelijkwaardig wordt erkend in een andere lidstaat van de Europese Unie of, bij gebrek aan accreditatie, voldoen aan de algem