FEDERALE OVERHEIDSDIENST KANSELARIJ VAN DE EERSTE MINISTER 22 JULI
- - Omzendbrief overheidsopdrachten - Hoofdelijke aansprakelijkheid voor de loonschulden van een opdrachtnemer of onderaannemer - Hoofdelijke aansprakelijkheid voor de loonschulden van een opdrachtnemer of onderaannemer die illegaal verblijvende onderdanen van derde landen tewerkstelt - Uitbreiding van de hoofdelijke aansprakelijkheid voor de fiscale en sociale schulden naar bepaalde fraudegevoelige dienstensectoren Aan de aanbestedende overheden, de overheidsbedrijven en de aanbestedende entiteiten, als bedoeld in de wet overheidsopdrachten en bepaalde opdrachten voor werken, leveringen en diensten van 15 juni 2006 of in de wet van 13 augustus 2011Relevante gevonden documenten type wet prom. 13/08/2011 pub. 01/02/2012 numac 2011021082 bron federale overheidsdienst kanselarij van de eerste minister Wet inzake overheidsopdrachten en bepaalde opdrachten voor werken, leveringen en diensten op defensie- en veiligheidsgebied sluiten inzake overheidsopdrachten en bepaalde opdrachten voor werken, leveringen en diensten op defensie- en veiligheidsgebied. In wat volgt worden deze personen aangeduid met de overkoepelende benaming "aanbestedende instantie". INHOUDSOPGAVE Hoofdstuk I. Inleiding Hoofdstuk II. De inhoudingsplicht en hoofdelijke aansprakelijkheid voor sociale en fiscale schulden II.
- Het systeem van de inhoudingsplicht en de hoofdelijke aansprakelijkheid voor fiscale en sociale schulden zoals het begin 2012 in voege was II.1.a. Sociale schulden II.1.b. Fiscale schulden II.
- Aanpassingen aan het systeem van de inhoudingsplicht en de hoofdelijke aansprakelijkheid voor fiscale en sociale schulden II.2.a. Invoering van de subsidiaire hoofdelijke aansprakelijkheid voor sociale en fiscale schulden II.2.b. Inhoudingsplicht op factuur en hoofdelijke aansprakelijkheid uitgebreid naar de bewakingssector (en de vleesverwerkingssector) Hoofdstuk III. Hoofdelijke aansprakelijkheid voor loonschulden en maatregelen tegen tewerkstelling van illegaal verblijvende onderdanen van derde landen III.
- Stelsel van hoofdelijke aansprakelijkheid voor de lonen in bepaalde sectoren (klassiek stelsel) - Inleiding - Artikel 88 van het koninklijk besluit van 14 januari 2013Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 14/01/2013 pub. 14/02/2013 numac 2013021005 bron federale overheidsdienst kanselarij van de eerste minister Koninklijk besluit tot bepaling van de algemene uitvoeringsregels van de overheidsopdrachten en van de concessies voor openbare werken type koninklijk besluit prom. 14/01/2013 pub. 27/03/2013 numac 2012012169 bron federale overheidsdienst werkgelegenheid, arbeid en sociaal overleg Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 27 september 2011, gesloten in het Paritair Subcomité voor het bedrijf der grind- en zandgroeven welke in openlucht geëxploiteerd worden in de provincies Antwerpen, West-Vlaanderen, Oost-Vlaanderen, Limburg en Vlaams-Brabant, betreffende de wijziging van de collectieve arbeidsovereenkomst van 26 juni 2001 betreffende het klein verlet, de betaling van bepaalde wettelijke feestdagen, de vaststelling van de gegevens die de afrekening moet bevatten, welke bij elke definitieve betaling van het loon aan de werkgever overhandigd wordt, de sociale, economische en technische vorming van de vertegenwoordigers van de arbeiders en arbeidsters type koninklijk besluit prom. 14/01/2013 pub. 27/03/2013 numac 2012012170 bron federale overheidsdienst werkgelegenheid, arbeid en sociaal overleg Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 27 september 2011, gesloten in het Paritair Subcomité voor het bedrijf der grind- en zandgroeven welke in openlucht geëxploiteerd worden in de provincies Antwerpen, West-Vlaanderen, Oost-Vlaanderen, Limburg en Vlaams-Brabant, tot wijziging van de collectieve arbeidsovereenkomst van 3 juli 2003 betreffende de werkgeversbijdrage in de vervoerskosten voor de werknemers die geen gebruik maken van het openbaar vervoer, bestaanszekerheid, arbeidstijdverkorting in de sector witzandexploitaties type koninklijk besluit prom. 14/01/2013 pub. 27/03/2013 numac 2012012189 bron federale overheidsdienst werkgelegenheid, arbeid en sociaal overleg Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 27 september 2011, gesloten in het Paritair Subcomité voor het bedrijf der grind- en zandgroeven welke in openlucht geëxploiteerd worden in de provincies Antwerpen, West-Vlaanderen, Oost-Vlaanderen, Limburg en Vlaams-Brabant, tot wijziging van de collectieve arbeidsovereenkomst van 30 april 1987 tot oprichting van een fonds voor bestaanszekerheid en vaststelling van zijn statuten type koninklijk besluit prom. 14/01/2013 pub. 27/03/2013 numac 2012012165 bron federale overheidsdienst werkgelegenheid, arbeid en sociaal overleg Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 27 september 2011, gesloten in het Paritair Subcomité voor het bedrijf der grind- en zandgroeven welke in openlucht geëxploiteerd worden in de provincies Antwerpen, West-Vlaanderen, Oost-Vlaanderen, Limburg en Vlaams-Brabant, betreffende de tewerkstelling van personen behorende tot de risicogroepen in de witzandexploitaties type koninklijk besluit prom. 14/01/2013 pub. 27/03/2013 numac 2012012166 bron federale overheidsdienst werkgelegenheid, arbeid en sociaal overleg Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 27 september 2011, gesloten in het Paritair Subcomité voor het bedrijf der grind- en zandgroeven welke in openlucht geëxploiteerd worden in de provincies Antwerpen, West-Vlaanderen, Oost-Vlaanderen, Limburg en Vlaams-Brabant, betreffende het conventioneel brugpensioen op 56 jaar in de witzandexploitaties type koninklijk besluit prom. 14/01/2013 pub. 27/03/2013 numac 2012012167 bron federale overheidsdienst werkgelegenheid, arbeid en sociaal overleg Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 6 juli 2011, gesloten in het Paritair Subcomité voor het bedrijf der grind- en zandgroeven welke in openlucht geëxploiteerd worden in de provincies Antwerpen, West-Vlaanderen, Oost-Vlaanderen, Limburg en Vlaams-Brabant, betreffende de uitzendarbeid in de grind- en zandexploitaties, de witzandexploitaties uitgezonderd sluiten tot bepaling van de algemene uitvoeringsregels van de overheidsopdrachten en van de concessies voor openbare werken - Principe - Toepassingsgebied - Aanplakkingsplicht - Specifieke modaliteiten in bepaalde sectoren III.
- Hoofdelijke aansprakelijkheid voor de loonschulden in het kader van de uitvoering van de Europese "sanctie"-richtlijn - Principe - Hoofdelijke aansprakelijkheid van de aanbestedende instantie als opdrachtgever voor het nog verschuldigde loon - Aanplakkingsplicht - Strafrechtelijke sanctie voor de aanbestedende instantie als opdrachtgever - Vergoeding voor de kosten van repatriëring en forfaitaire vergoeding voor de kosten van huisvesting, verblijf en gezondheidszorg - Gelijkstelling met de werkgever Hoofdstuk IV. De gevolgen van de toepassing van de in de vorige hoofdstukken toegelichte maatregelen op de uitvoering van opdrachten IV.
- Algemene impact IV.
- Reactiemiddelen die de wetgeving overheidsopdrachten aanreikt IV.
- Mogelijkheid om clausules in de opdrachtdocumenten op te nemen die de risico's voor de aanbestedende instantie nog verder beperken IV.
- Inbreuk op artikel 42 van de wet van 15 juni 2006Relevante gevonden documenten type wet prom. 15/06/2006 pub. 15/02/2007 numac 2006021341 bron federale overheidsdienst kanselarij van de eerste minister Wet overheidsopdrachten en bepaalde opdrachten voor werken, leveringen en diensten sluiten - Ambtshalve maatregelen, meer bepaald de eenzijdige verbreking of uitvoering in eigen beheer dan wel het sluiten van een nieuwe overeenkomst - Algemeen - Afwijkingsclausule - De opdracht al dan niet eenzijdig verbreken? - Omgaan met bijzondere modaliteiten in de schoonmaaksector (en vleesverwerkingssector) - de eis dat niet verbroken kan worden indien de betrokken werknemers toch uitbetaald werden binnen de termijn van 14 werkdagen IV.
- Verbreking van de opdracht met toepassing van artikel 62 van het koninklijk besluit van 14 januari 2013Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 14/01/2013 pub. 14/02/2013 numac 2013021005 bron federale overheidsdienst kanselarij van de eerste minister Koninklijk besluit tot bepaling van de algemene uitvoeringsregels van de overheidsopdrachten en van de concessies voor openbare werken type koninklijk besluit prom. 14/01/2013 pub. 27/03/2013 numac 2012012169 bron federale overheidsdienst werkgelegenheid, arbeid en sociaal overleg Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 27 september 2011, gesloten in het Paritair Subcomité voor het bedrijf der grind- en zandgroeven welke in openlucht geëxploiteerd worden in de provincies Antwerpen, West-Vlaanderen, Oost-Vlaanderen, Limburg en Vlaams-Brabant, betreffende de wijziging van de collectieve arbeidsovereenkomst van 26 juni 2001 betreffende het klein verlet, de betaling van bepaalde wettelijke feestdagen, de vaststelling van de gegevens die de afrekening moet bevatten, welke bij elke definitieve betaling van het loon aan de werkgever overhandigd wordt, de sociale, economische en technische vorming van de vertegenwoordigers van de arbeiders en arbeidsters type koninklijk besluit prom. 14/01/2013 pub. 27/03/2013 numac 2012012170 bron federale overheidsdienst werkgelegenheid, arbeid en sociaal overleg Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 27 september 2011, gesloten in het Paritair Subcomité voor het bedrijf der grind- en zandgroeven welke in openlucht geëxploiteerd worden in de provincies Antwerpen, West-Vlaanderen, Oost-Vlaanderen, Limburg en Vlaams-Brabant, tot wijziging van de collectieve arbeidsovereenkomst van 3 juli 2003 betreffende de werkgeversbijdrage in de vervoerskosten voor de werknemers die geen gebruik maken van het openbaar vervoer, bestaanszekerheid, arbeidstijdverkorting in de sector witzandexploitaties type koninklijk besluit prom. 14/01/2013 pub. 27/03/2013 numac 2012012189 bron federale overheidsdienst werkgelegenheid, arbeid en sociaal overleg Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 27 september 2011, gesloten in het Paritair Subcomité voor het bedrijf der grind- en zandgroeven welke in openlucht geëxploiteerd worden in de provincies Antwerpen, West-Vlaanderen, Oost-Vlaanderen, Limburg en Vlaams-Brabant, tot wijziging van de collectieve arbeidsovereenkomst van 30 april 1987 tot oprichting van een fonds voor bestaanszekerheid en vaststelling van zijn statuten type koninklijk besluit prom. 14/01/2013 pub. 27/03/2013 numac 2012012165 bron federale overheidsdienst werkgelegenheid, arbeid en sociaal overleg Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 27 september 2011, gesloten in het Paritair Subcomité voor het bedrijf der grind- en zandgroeven welke in openlucht geëxploiteerd worden in de provincies Antwerpen, West-Vlaanderen, Oost-Vlaanderen, Limburg en Vlaams-Brabant, betreffende de tewerkstelling van personen behorende tot de risicogroepen in de witzandexploitaties type koninklijk besluit prom. 14/01/2013 pub. 27/03/2013 numac 2012012166 bron federale overheidsdienst werkgelegenheid, arbeid en sociaal overleg Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 27 september 2011, gesloten in het Paritair Subcomité voor het bedrijf der grind- en zandgroeven welke in openlucht geëxploiteerd worden in de provincies Antwerpen, West-Vlaanderen, Oost-Vlaanderen, Limburg en Vlaams-Brabant, betreffende het conventioneel brugpensioen op 56 jaar in de witzandexploitaties type koninklijk besluit prom. 14/01/2013 pub. 27/03/2013 numac 2012012167 bron federale overheidsdienst werkgelegenheid, arbeid en sociaal overleg Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 6 juli 2011, gesloten in het Paritair Subcomité voor het bedrijf der grind- en zandgroeven welke in openlucht geëxploiteerd worden in de provincies Antwerpen, West-Vlaanderen, Oost-Vlaanderen, Limburg en Vlaams-Brabant, betreffende de uitzendarbeid in de grind- en zandexploitaties, de witzandexploitaties uitgezonderd sluiten - ernstige beroepsfout - vereffening in de staat waarin de opdracht zich bevindt IV.
- Bevel geven de uitvoering van de opdracht, of althans het deel van de opdracht waarop de inbreuk betrekking heeft, te schorsen IV.
- De uitsluiting van toekomstige opdrachten en sanctie overeenkomstig artikel 19 van de wet van 20 maart 1991 houdende regeling van de erkenning van aannemers. IV.
- Schorsen en recupereren van voorschotten IV.
- Verhouding tussen artikel 88 van het koninklijk besluit van 14 januari 2013Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 14/01/2013 pub. 14/02/2013 numac 2013021005 bron federale overheidsdienst kanselarij van de eerste minister Koninklijk besluit tot bepaling van de algemene uitvoeringsregels van de overheidsopdrachten en van de concessies voor openbare werken type koninklijk besluit prom. 14/01/2013 pub. 27/03/2013 numac 2012012169 bron federale overheidsdienst werkgelegenheid, arbeid en sociaal overleg Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 27 september 2011, gesloten in het Paritair Subcomité voor het bedrijf der grind- en zandgroeven welke in openlucht geëxploiteerd worden in de provincies Antwerpen, West-Vlaanderen, Oost-Vlaanderen, Limburg en Vlaams-Brabant, betreffende de wijziging van de collectieve arbeidsovereenkomst van 26 juni 2001 betreffende het klein verlet, de betaling van bepaalde wettelijke feestdagen, de vaststelling van de gegevens die de afrekening moet bevatten, welke bij elke definitieve betaling van het loon aan de werkgever overhandigd wordt, de sociale, economische en technische vorming van de vertegenwoordigers van de arbeiders en arbeidsters type koninklijk besluit prom. 14/01/2013 pub. 27/03/2013 numac 2012012170 bron federale overheidsdienst werkgelegenheid, arbeid en sociaal overleg Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 27 september 2011, gesloten in het Paritair Subcomité voor het bedrijf der grind- en zandgroeven welke in openlucht geëxploiteerd worden in de provincies Antwerpen, West-Vlaanderen, Oost-Vlaanderen, Limburg en Vlaams-Brabant, tot wijziging van de collectieve arbeidsovereenkomst van 3 juli 2003 betreffende de werkgeversbijdrage in de vervoerskosten voor de werknemers die geen gebruik maken van het openbaar vervoer, bestaanszekerheid, arbeidstijdverkorting in de sector witzandexploitaties type koninklijk besluit prom. 14/01/2013 pub. 27/03/2013 numac 2012012189 bron federale overheidsdienst werkgelegenheid, arbeid en sociaal overleg Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 27 september 2011, gesloten in het Paritair Subcomité voor het bedrijf der grind- en zandgroeven welke in openlucht geëxploiteerd worden in de provincies Antwerpen, West-Vlaanderen, Oost-Vlaanderen, Limburg en Vlaams-Brabant, tot wijziging van de collectieve arbeidsovereenkomst van 30 april 1987 tot oprichting van een fonds voor bestaanszekerheid en vaststelling van zijn statuten type koninklijk besluit prom. 14/01/2013 pub. 27/03/2013 numac 2012012165 bron federale overheidsdienst werkgelegenheid, arbeid en sociaal overleg Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 27 september 2011, gesloten in het Paritair Subcomité voor het bedrijf der grind- en zandgroeven welke in openlucht geëxploiteerd worden in de provincies Antwerpen, West-Vlaanderen, Oost-Vlaanderen, Limburg en Vlaams-Brabant, betreffende de tewerkstelling van personen behorende tot de risicogroepen in de witzandexploitaties type koninklijk besluit prom. 14/01/2013 pub. 27/03/2013 numac 2012012166 bron federale overheidsdienst werkgelegenheid, arbeid en sociaal overleg Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 27 september 2011, gesloten in het Paritair Subcomité voor het bedrijf der grind- en zandgroeven welke in openlucht geëxploiteerd worden in de provincies Antwerpen, West-Vlaanderen, Oost-Vlaanderen, Limburg en Vlaams-Brabant, betreffende het conventioneel brugpensioen op 56 jaar in de witzandexploitaties type koninklijk besluit prom. 14/01/2013 pub. 27/03/2013 numac 2012012167 bron federale overheidsdienst werkgelegenheid, arbeid en sociaal overleg Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 6 juli 2011, gesloten in het Paritair Subcomité voor het bedrijf der grind- en zandgroeven welke in openlucht geëxploiteerd worden in de provincies Antwerpen, West-Vlaanderen, Oost-Vlaanderen, Limburg en Vlaams-Brabant, betreffende de uitzendarbeid in de grind- en zandexploitaties, de witzandexploitaties uitgezonderd sluiten en de bepalingen met betrekking tot de hoofdelijke aansprakelijkheid voor loonschulden opgenomen in de wet van 12 april 1965Relevante gevonden documenten type wet prom. 12/04/1965 pub. 08/03/2007 numac 2007000126 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de bescherming van het loon der werknemers sluiten Hoofdstuk V. Preventieve maatregelen tegen sociale inbreuken Hoofdstuk VI. Corrigerende maatregelen Bijlage 1 : Typeclausule die de toegang tot de plaats van uitvoering van de opdracht ontzegt alsook de verdere uitvoering van de opdracht verhindert voor een opdrachtnemer of een onderaannemer die een illegaal verblijvende onderdaan van een derde land tewerkstelt, zoals blijkt uit een kennisgeving van de arbeidsinspectie Bijlage 2 : Typeclausule die de toegang tot de plaats van uitvoering van de opdracht ontzegt alsook de verdere uitvoering van de opdracht verhindert voor een opdrachtnemer of onderaannemer die een werkgever blijkt te zijn die op zwaarwichtige wijze tekortschiet in zijn verplichting het aan zijn werknemers verschuldigde loon tijdig te betalen, zoals blijkt uit een kennisgeving van de arbeidsinspectie Bijlage 3 : Voorbeeld van afwijkingsclausule wat de termijn betreft waarbinnen de opdrachtnemer zijn verweermiddelen kan doen gelden Bijlage 4 : Voorbeeld van afwijkingsclausule wat de termijn betreft waarbinnen de opdrachtnemer zijn verweermiddelen kan doen gelden in de schoonmaaksector Bijlage 5 : Voorbeeld van afwijkingsclausule waardoor een schorsing in aanwezigheid van een kennisgeving overeenkomstig de artikelen 49/1 of 49/2 Sociaal Strafwetboek, geen aanleiding geeft tot schadevergoeding HOOFDSTUK I. - Inleiding Deze omzendbrief heeft tot doel een overzicht te bieden van de verschillende maatregelen die de federale regering onlangs heeft genomen om diverse vormen van sociale en fiscale fraude tegen te gaan en erop toe te zien dat ze aansluiten bij de wetgeving inzake overheidsopdrachten. De aandacht dient vooreerst te worden gevestigd op de grondige hervorming van het stelsel van de inhoudingsplicht en de hoofdelijke aansprakelijkheid van de opdrachtgevers en aannemers voor de fiscale en sociale schulden van hun medecontractant. Dit stelsel, dat tot voor kort alleen van toepassing was voor de zogenaamde "werken in onroerende staat", is immers ook van toepassing gemaakt in sommige fraudegevoelige dienstensectoren (bewakings- en toezichtsdiensten en vleesverwerkingsdiensten). Daarnaast werd een stelsel van subsidiaire hoofdelijke aansprakelijkheid ingevoerd, dat onder meer toelaat beter op te treden tegen zogenaamde "lege doos-vennootschappen". Naast de voormelde maatregelen heeft de wetgever voor een aantal specifieke sectoren voor het eerst een systeem van hoofdelijke aansprakelijkheid voor bepaalde loonschulden ingevoerd. Kort gesteld komt het nieuwe systeem hierop neer dat opdrachtgevers (waaronder ook aanbestedende instanties), aannemers en onderaannemers die door de arbeidsinspectie schriftelijk in kennis worden gesteld dat een aannemer of een onderaannemer die zich in de aannemingsketen onder hen bevindt, op zwaarwichtige wijze tekortschiet in zijn verplichting tot uitbetaling van het loon, onder bepaalde voorwaarden hoofdelijk aansprakelijk kunnen worden gesteld voor de betaling van bepaalde loonschulden. De wetgever heeft bovendien in een stelsel van hoofdelijke aansprakelijkheid voor loonschulden voorzien dat toegepast wordt wanneer blijkt dat illegaal verblijvende onderdanen van derde landen worden tewerkgesteld en dat, in tegenstelling tot het "klassieke" stelsel (zie supra), van toepassing is in alle sectoren. Indien toepassing moet worden gemaakt van het bijzonder stelsel inzake hoofdelijke aansprakelijkheid ingevolge tewerkstelling van illegaal verblijvende onderdanen van derde landen, mag geen toepassing worden gemaakt van het klassieke stelsel. Dit neemt niet weg dat de principes inzake inhoudingsplicht en hoofdelijke aansprakelijkheid voor sociale en fiscale schulden blijven gelden. Hierbij moet tot slot worden benadrukt dat in het ingevoerde aansprakelijkheidsstelsel bij illegale tewerkstelling, ook de opdrachtgevers (en dus ook aanbestedende instanties) strafrechtelijk aansprakelijk kunnen worden gesteld (voor zover ze strafrechtelijk aansprakelijk kunnen zijn, zie infra), wanneer ze kennis krijgen van de tewerkstelling van illegaal verblijvende onderdanen van derde landen, en de inbreuken die verband houden met deze illegale tewerkstelling worden voortgezet. De aldus ingevoerde maatregelen beogen niet alleen de werknemers te beschermen maar ook de ondernemingen, die worden geconfronteerd met oneerlijke concurrentie vanwege ondernemingen die sociale inbreuken begaan. De maatregelen zijn niet alleen van toepassing op aannemers en dienstverleners, maar ook op de opdrachtgevers, en dus ook de aanbestedende instanties. In wat volgt worden de aanbestedende instanties gewezen op de gevolgen die de nieuwe maatregelen impliceren. De maatregelen worden daarbij voornamelijk toegelicht vanuit het oogpunt van de aanbestedende instantie (tenzij indien het om technische redenen noodzakelijk zou zijn ook het standpunt van de opdrachtnemer of onderaannemer in ogenschouw te nemen). Voor de toepassing van deze omzendbrief wordt onder "aanbestedende instantie" verstaan : de aanbestedende overheid, het overheidsbedrijf of de aanbestedende entiteit, als bedoeld in de wet overheidsopdrachten en bepaalde opdrachten voor werken, leveringen en diensten van 15 juni 2006 of de wet van 13 augustus 2011Relevante gevonden documenten type wet prom. 13/08/2011 pub. 01/02/2012 numac 2011021082 bron federale overheidsdienst kanselarij van de eerste minister Wet inzake overheidsopdrachten en bepaalde opdrachten voor werken, leveringen en diensten op defensie- en veiligheidsgebied sluiten inzake overheidsopdrachten en bepaalde opdrachten voor werken, leveringen en diensten op defensie- en veiligheidsgebied. De omzendbrief bestaat uit vijf hoofdstukken. Hoofdstuk I is het onderhavige inleidende hoofdstuk. In Hoofdstuk II wordt het stelsel van de hoofdelijke aansprakelijkheid voor sociale en fiscale schulden behandeld, zowel het stelsel zoals het in voege was begin 2012, als de recent ingevoerde bepalingen. In Hoofdstuk III komt vervolgens het stelsel van de hoofdelijke aansprakelijkheid voor loonschulden aan bod. In dat hoofdstuk worden daarnaast de maatregelen in verband met de tewerkstelling van illegaal verblijvende onderdanen van derde landen behandeld (specifiek stelsel van hoofdelijke aansprakelijkheid ingevolge tewerkstelling van illegaal verblijvende onderdanen van derde landen, alsook strafrechtelijke sancties). De gevolgen van deze nieuwe maatregelen in het kader van de uitvoering van de opdracht worden toegelicht in Hoofdstuk IV, waarbij ook de mogelijkheden waarover de aanbestedende instanties beschikken om tegen de betreffende inbreuken op te treden, in herinnering worden gebracht. Tevens worden in dat hoofdstuk een aantal standaardclausules voorgesteld die de aanbestedende instanties in de opdrachtdocumenten kunnen opnemen ter voorkoming van problemen en verwikkelingen. Vervolgens worden een aantal belangrijke preventieve maatregelen aangehaald, die erop gericht zijn zoveel mogelijk problemen aangaande de diverse vormen van sociale fraude bij de uitvoering van de opdracht te voorkomen (Hoofdstuk V). Het abnormale prijsonderzoek is ongetwijfeld het belangrijkste luik in deze preventieve aanpak. Aanbestedende instanties hebben de plicht om de regelmatigheid van offertes te onderzoeken, waarvan een van de elementen is dat een offerte geen abnormale prijzen mag bevatten. In sommige fraude gevoelige sectoren, moet aan het prijsonderzoek bijzondere aandacht worden geschonken. Er wordt afgesloten met een samenvatting van de maatregelen die de aanbestedende instantie zou moeten nemen, wanneer zij ondanks de preventieve maatregelen toch geconfronteerd zou worden met zware sociale inbreuken bij de uitvoering van de opdracht, met name illegale tewerkstelling van werknemers enerzijds en zwaarwichtige onderverloning van werknemers anderzijds (Hoofdstuk VI. Corrigerende maatregelen). De nieuw ingevoerde maatregelen die worden toegelicht in de hoofdstukken II en III zijn niet alleen van toepassing op de opdrachten die onder het toepassingsgebied vallen van de voormelde wetten van 15 juni 2006 en 13 augustus 2011, maar ook op de opdrachten die nog werden geplaatst onder het stelsel van de wet van 24 december 1993 betreffende de overheidsopdrachten en sommige opdrachten voor aanneming van werken, leveringen en diensten. In wat volgt worden alleen de referenties gegeven naar de vigerende regelgeving. Echter mag ervan worden uitgegaan dat de maatregelen die door de aanbestedende instanties genomen kunnen worden onder het vigerende stelsel, tenzij anders vermeld, ook genomen kunnen worden voor de opdrachten die nog vallen onder het oude stelsel. Overigens kan voor alle lopende opdrachten, met name naar aanleiding van een verlenging of een herziening van de opdracht, van de gelegenheid gebruik worden gemaakt om de in Hoofdstuk IV voorgestelde clausules op te nemen in de opdrachtdocumenten. HOOFDSTUK II. - De inhoudingsplicht en hoofdelijke aansprakelijkheid voor sociale en fiscale schulden II.
- Het systeem van de inhoudingsplicht en de hoofdelijke aansprakelijkheid voor fiscale en sociale schulden zoals het begin 2012 in voege was Ter ingeleide wordt eerst het systeem van de inhoudingsplicht en de hoofdelijke aansprakelijkheid voor fiscale en sociale schulden zoals dit begin 2012 in voege was, in herinnering gebracht. De aanbestedende instantie (opdrachtgever) die een beroep doet op een aannemer om werken in onroerende staat uit te voeren (in de zin van het Koninklijk Besluit nr. 1 van 29 december 1992 met betrekking tot de regeling voor de voldoening van de belasting over de toegevoegde waarde) is onderworpen aan verschillende verplichtingen ten aanzien van de Rijksdienst voor Sociale Zekerheid (hierna RSZ) en de FOD Financiën. Er weze eraan herinnerd dat sinds 1 januari 2008, ingevolge de afschaffing van de verplichting tot registratie voor aannemers, de registratie van de opdrachtnemer op het ogenblik van de gunning van de opdracht de aanbestedende instantie niet langer beschermt tegen de hoofdelijke aansprakelijkheid voor de betaling van de sociale of fiscale schulden van haar medecontractant. Achtereenvolgens wordt de inhoudingsplicht en de sanctionering voor de sociale en fiscale schulden behandeld. II.1.a. Sociale schulden Inhoudingsplicht Artikel 30bis van de wet van 27 juni 1969Relevante gevonden documenten type wet prom. 27/06/1969 pub. 24/01/2011 numac 2010000730 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet tot herziening van de besluitwet van 28 december 1944 betreffende de maatschappelijke zekerheid der arbeiders. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten tot herziening van de besluitwet van 28 december 1944 betreffende de maatschappelijke zekerheid der arbeiders en het uitvoeringsbesluit van 27 december 2007 bepalen de principes die van toepassing zijn voor de sociale schulden. Bij het voormelde artikel 30bis wordt een inhoudingsplicht op factuur ingevoerd wanneer op het ogenblik dat een factuur dient te worden betaald, op de website www.socialsecurity.be wordt vermeld dat de inhoudingsplicht van toepassing is op de onderneming die de factuur heeft ingediend. Wanneer de aanbestedende instantie de betaling uitvoert van alle of een deel van de werken bedoeld in artikel 30bis, aan een opdrachtnemer die op het ogenblik van de betaling sociale schulden heeft, dan moet die instantie bij de betaling 35 % van het bedrag van de factuur zonder btw inhouden en aan de RSZ doorstorten. De inhoudingen op facturen gebeuren op de volgende wijze: - ofwel bedraagt de factuur meer dan 7.143,00 euro: de aannemer moet een attest overleggen waarin het bedrag van zijn schuld vermeld is : o als de schuld hoger is dan 35 % van het factuurbedrag zonder btw, is de inhouding beperkt tot 35 % van het bedrag van de factuur zonder btw ; o als de schuld lager is dan 35 % van het factuurbedrag zonder btw, is de inhouding beperkt tot het bedrag van de RSZ-schuld ; o als de aannemer geen attest overlegt, moet 35 % van het factuurbedrag zonder btw worden ingehouden; - ofwel bedraagt de factuur minder dan 7.143 euro: de aannemer is niet verplicht om een attest over te leggen en 35 % van het factuurbedrag zonder btw moet worden ingehouden. Indien de opdrachtnemer bij de RSZ uitstel van betaling heeft gekregen zonder gerechtelijke procedure of bij een rechterlijke beslissing die in kracht van gewijsde is gegaan en hij bewijst dat hij de opgelegde termijnen strikt naleeft, dan wordt hij vrijgesteld van de inhoudingen op de facturen die hij voorlegt voor de uitvoering van werken die onder het toepassingsgebied van artikel 30bis vallen. Sanctie Het niet uitvoeren van de inhouding op factuur kan worden bestraft. De RSZ vordert dan het bedrag van de inhouding, hetzij (max.) 35 % van het bedrag (zonder btw) van de factuur, verhoogd met een sanctie van (max.) 35 % van het bedrag (zonder btw) van de factuur, van de aanbestedende instantie. De aanbestedende instantie die een beroep doet op een opdrachtnemer die al sociale schulden had op het ogenblik van de sluiting van de opdracht (volgens de website www.socialsecurity.be), kan bovendien hoofdelijk aansprakelijk worden gesteld voor de sociale schulden die de opdrachtnemer aan de RSZ verschuldigd is.
(1)Onderscheid tussen het attest dat beschikbaar wordt gesteld op de website www.socialsecurity.be en het attest dat door de aanbestedende instantie met het oog op het onderzoek van het toegangsrecht wordt opgevraagd Het voormelde attest dat beschikbaar wordt gesteld via de website www.socialsecurity.be, mag niet worden verward met het RSZ-attest dat door de aanbestedende instantie wordt opgevraagd met het oog op het onderzoek van het toegangsrecht (artikel 62 koninklijk besluit plaatsing overheidsopdrachten klassieke sectoren van 15 juli 2011 en analoge bepalingen van de overige besluiten "plaatsing")
(2). Aangezien beide attesten hun eigen finaliteit hebben, zijn ook de parameters die voor deze attesten worden gebruikt verschillend. Zo wordt op het RSZ-attest dat aangewend wordt in het kader van het onderzoek van het toegangsrecht slechts een mogelijke schuld vermeld wanneer de kandidaat of inschrijver een bijdrageschuld bezit van meer dan 3.000 euro (bij het attest dat beschikbaar wordt gesteld via de website www.socialsecurity.be, is dit 2.500 euro). Voor dit attest dat aangewend wordt in het kader van het onderzoek van het toegangsrecht wordt bovendien geen rekening gehouden met de bedragen die een werkgever, die onder het paritair comité voor het bouwbedrijf ressorteert, verschuldigd is aan een Fonds voor Bestaanszekerheid, terwijl dit wel het geval is bij het attest dat gebruikt wordt in het kader van de hoofdelijke aansprakelijkheid en via de website www.socialsecurity.be ter beschikking wordt gesteld. Te melden valt dat van zodra de openstaande schuld aan het Fonds voor bestaanszekerheid 70 euro bereikt, een inhoudingsplicht zal worden gesignaleerd. Bovendien heeft het attest dat aangewend wordt in het kader van het onderzoek van het toegangsrecht betrekking op het voorlaatste afgelopen kalenderkwartaal vóór de uiterste datum voor de ontvangst van de aanvragen tot deelneming of offertes, al naargelang (artikel 62, § 1, eerste lid, tweede zin, koninklijk besluit plaatsing overheidsopdrachten klassieke sectoren van 15 juli 2011 en analoge bepalingen van de overige besluiten "plaatsing"). Het attest dat ter beschikking wordt gesteld op de website www.socialsecurity.be, geeft daarentegen steeds de actuele situatie weer. Voor meer informatie omtrent de berekeningswijze van de attesten die ter beschikking worden gesteld op de website www.socialsecurity.be wordt verwezen naar de door de RSZ opgesteld informatieve nota aangaande de verplichting in uitvoering van de artikelen 30bis en 30ter van de wet van 27 juni 1969Relevante gevonden documenten type wet prom. 27/06/1969 pub. 24/01/2011 numac 2010000730 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet tot herziening van de besluitwet van 28 december 1944 betreffende de maatschappelijke zekerheid der arbeiders. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten, die beschikbaar is op de volgende website: https://www.socialsecurity.be/site_nl/employer/applics/30bis/general/ avis.htm Gelet op het bovenstaande bestaat de mogelijkheid dat een aanbestedende instantie die de sociale toestand van een kandidaat of inschrijver in het kader van het onderzoek van het toegangsrecht nagaat, vaststelt dat zich op dat vlak geen probleem stelt, terwijl de website www.socialsecurity.be aangeeft dat er wel sociale schulden zijn. De aanbestedende instantie zal in dit geval de betreffende kandidaat/inschrijver toch moeten toelaten tot de procedure (conform artikel 62 van het koninklijk besluit plaatsing klassieke sectoren van 15 juli 2011 en analoge bepalingen van de koninklijke besluiten "plaatsing"), zelfs al betekent dit voor de aanbestedende instantie dat deze hoofdelijk aansprakelijk zou kunnen worden gesteld voor de sociale schulden van deze kandidaat/inschrijver, meer bepaald indien er ook op het moment van het sluiten van de opdracht sociale schulden zouden bestaan (volgens het attest beschikbaar via www.socialsecurity.be) en in zoverre de aanbestedende instantie in het kader van de uitvoering van de opdracht de op hem rustende inhoudingsplicht op factuur niet correct zou naleven.
(3)Uit de aard der zaak zal het voor de aanbestedende instantie in dergelijk geval dan ook erg belangrijk zijn om de inhoudingsplicht op de facturen, zo die zou gelden, goed toe te passen conform artikel 30bis van de wet van 27 juni 1969Relevante gevonden documenten type wet prom. 27/06/1969 pub. 24/01/2011 numac 2010000730 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet tot herziening van de besluitwet van 28 december 1944 betreffende de maatschappelijke zekerheid der arbeiders. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten. Door deze inhoudingen correct uit te voeren bij de betaling van die facturen, kan de aanbestedende instantie haar hoofdelijke aansprakelijkheid ontlopen. II.1.b. Fiscale schulden Het belastingstelsel bevat een soortgelijk systeem als het hiervoor vermelde sociale systeem. Het wordt gedefinieerd in de artikelen 400 en volgende van het Wetboek van de Inkomstenbelastingen 1992 (hierna WIB 92). Inhoudingsplicht Wanneer de aanbestedende instantie de betaling uitvoert van alle of een deel van de werken bedoeld in artikel 400, 1°, WIB 92 (oorspronkelijk waren enkel de werken in onroerende staat bedoeld, maar het systeem werd daarna uitgebreid naar andere activiteiten, cf. hierna) aan een opdrachtnemer die op het ogenblik van de betaling fiscale schulden heeft, dan moet die instantie bij deze betaling 15 % van het bedrag van de factuur (zonder btw) inhouden en aan de belastingadministratie doorstorten. De controle of de opdrachtnemer al dan niet in orde is met zijn fiscale schulden gebeurt aan de hand van de website "Minfin", die kan worden geraadpleegd op: https://eservices.minfin.fgov.be/portal/nl/ public/citizen/services/attests Wanneer een factuur 7.143 euro (zonder btw) of meer bedraagt en een inhouding op factuur moet worden uitgevoerd, dan verzoekt de aanbestedende instantie de opdrachtnemer haar een attest te bezorgen waarin het exacte bedrag van zijn fiscale schuld staat vermeld
(4). Op die manier moet de storting, indien de schuld lager ligt dan de in principe uit te voeren inhouding, beperkt worden tot het bedrag van de schuld. Indien de schuld op het attest echter hoger ligt dan de in principe uit te voeren inhouding of indien de opdrachtnemer het attest niet indient in de maand van de aanvraag, dan moet een bedrag van 15 % van het gefactureerde bedrag (zonder btw) worden doorgestort naar de belastingadministratie. Sanctie Wanneer de storting aan de belastingadministratie van de bedragen die op de facturen moesten worden ingehouden niet is verricht, wordt het verschuldigde bedrag verdubbeld en als administratieve boete ten name van de aanbestedende instantie ingekohierd.
(5)De aanbestedende instantie die voor de bedoelde werken of activiteiten een beroep doet op een opdrachtnemer die al fiscale schulden had op het ogenblik van de sluiting van de opdracht (volgens "minfin", cf. hierna), kan - naar analogie met de sociale schulden - hoofdelijk aansprakelijk worden gesteld voor de betaling van deze fiscale schulden van de opdrachtnemer. Ze kan ook hoofdelijk aansprakelijk worden gesteld voor de fiscale schulden van de opdrachtnemer die ontstaan in de loop van de uitvoering van de overeenkomst. De hoofdelijke aansprakelijkheid is beperkt tot 35 % van het totaalbedrag (zonder btw) van de toevertrouwde werken.
(6)Onderscheid tussen het attest dat beschikbaar wordt gesteld op de website www.myminfin.be en het attest dat door de aanbestedende instantie wordt opgevraagd met het oog op het onderzoek van het toegangsrecht Net als bij de sociale schulden dient eraan te worden herinnerd dat het voormelde attest dat beschikbaar wordt gesteld via "Myminfin", niet mag verward worden met het fiscaal attest dat door de aanbestedende instantie wordt opgevraagd met het oog op het onderzoek naar het toegangsrecht (artikel 63 koninklijk besluit plaatsing klassieke sectoren van 15 juli 2011 en analoge bepalingen van de overige koninklijke besluiten "plaatsing"). Aangezien beide attesten hun eigen finaliteit hebben, zijn ook de parameters die voor deze attesten worden gebruikt verschillend. Op heden zijn in het fiscaal attest dat opgevraagd wordt met het oog op het onderzoek van het toegangsrecht
(7), de volgende belastingen begrepen (door de FOD Financiën worden deze belastingen functioneel omschreven als de "fiscale balans") : 1° de directe belastingen, te weten:
- a)de verschillende inkomstenbelastingen (de personenbelasting, de vennootschapsbelasting, de belasting van niet-inwoners en de rechtspersonenbelasting);
- b)de voorheffingen (de onroerende voorheffing, de roerende voorheffingen de bedrijfsvoorheffing);
- c)de met de inkomstenbelastingen gelijkgestelde belastingen (de verkeers belasting op autovoertuigen, de belasting op inverkeerstelling, het eurovignet, de belasting op spelen en weddenschappen, de belasting op automatische ontspanningstoestellen);
- d)de administratieve boeten;2° de belasting over de toegevoegde waarde en de fiscale boeten. Een kandidaat of inschrijver wordt geacht in regel te zijn, indien hij geen schuld heeft van meer dan 3.000 euro of voor die schuld uitstel van betaling heeft verkregen en de afbetalingen daarvan strikt in acht neemt (artikel 63, § 2, koninklijk besluit plaatsing klassieke sectoren van 15 juli 2011 en analoge bepalingen van de overige besluiten "plaatsing")
(8). Voor het via Myminfin ter beschikking gesteld attest - dat wordt aangewend in het kader van de hoofdelijke aansprakelijkheid en de verplichting tot inhouding - wordt echter geen rekening gehouden met de belasting over de toegevoegde waarde. De drempel van 3.000 euro is evenmin van toepassing. De mogelijkheid bestaat dan ook dat een aanbestedende instantie die de fiscale toestand van een kandidaat of inschrijver in het kader van het onderzoek van het toegangsrecht nagaat, vaststelt dat zich op dat vlak geen probleem stelt, terwijl het attest dat beschikbaar is via Myminfin aangeeft dat er wel fiscale schulden zijn. De aanbestedende instantie zal in dit geval de betreffende kandidaat/inschrijver toch moeten toelaten tot de procedure (conform artikel 63 van het koninklijk besluit van 15 juli 2011Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 15/07/2011 pub. 09/08/2011 numac 2011021058 bron federale overheidsdienst kanselarij van de eerste minister Koninklijk besluit plaatsing overheidsopdrachten klassieke sectoren sluiten en analoge bepalingen), zelfs al betekent dit voor de aanbestedende instantie dat deze hoofdelijk aansprakelijk zou kunnen worden gesteld voor de fiscale schulden van deze kandidaat/inschrijver (i.e. potentieel rechtstreekse medecontractant), meer bepaald indien er ook op het moment van het sluiten van de opdracht fiscale schulden zouden bestaan (volgens het attest beschikbaar via Myminfin) en in zoverre de aanbestedende instantie bij de betaling de op hem rustende inhoudingsplicht op factuur niet correct zou naleven.
(9)II.2. Aanpassingen aan het systeem van de inhoudingsplicht en de hoofdelijke aansprakelijkheid voor fiscale en sociale schulden II.2.a. Invoering van de subsidiaire hoofdelijke aansprakelijkheid voor sociale en fiscale schulden Bij de programmawet van 29 maart 2012Relevante gevonden documenten type programmawet prom. 29/03/2012 pub. 06/04/2012 numac 2012021063 bron federale overheidsdienst kanselarij van de eerste minister Programmawet
(1)sluiten (Belgisch Staatsblad van 6 april 2012) werd in artikel 30bis van de wet van 27 juni 1969Relevante gevonden documenten type wet prom. 27/06/1969 pub. 24/01/2011 numac 2010000730 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet tot herziening van de besluitwet van 28 december 1944 betreffende de maatschappelijke zekerheid der arbeiders. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten tot herziening van de besluitwet van 28 december 1944 betreffende de maatschappelijke zekerheid der arbeiders een "subsidiaire" hoofdelijke aansprakelijkheid ingevoerd. Vóór de hervormingen die vanaf 2012 werden doorgevoerd, kon de opdrachtnemer alleen hoofdelijk aansprakelijk worden gesteld (mits de voorwaarden daartoe waren vervuld), voor de sociale en fiscale schulden van zijn eigen onderaannemer en niet voor deze van de verdere onderaannemers in de aannemingsketen. Hetzelfde gold voor een onderaannemer: deze kon alleen hoofdelijk aansprakelijk worden gesteld voor de sociale en fiscale schulden van zijn directe onderaannemer, en niet voor deze van de overige onderaannemers in de aannemingsketen. Voortaan echter kan de opdrachtnemer of de onderaannemer wel op subsidiaire wijze hoofdelijk aansprakelijk worden gesteld, volgens het hieronder beschreven mechanisme dat wordt toegelicht aan de hand van een praktisch voorbeeld waarbij A tussenkomt als aanbestedende instantie, B als opdrachtnemer, C als onderaannemer van B en D als onderaannemer van C. De rechtstreekse hoofdelijke aansprakelijkheid van C zal in werking worden gesteld wanneer D sociale schulden heeft op het ogenblik van de sluiting van het contract, en wanneer hij ook sociale schulden heeft op het ogenblik dat C de factuur betaalt, en die laatste de inhoudingen niet verricht en ze niet doorstort aan de RSZ. Indien C het gevorderde bedrag van de hoofdelijke aansprakelijkheid niet overmaakt aan de RSZ
(10), dan zal hij door B worden onderworpen aan een inhouding op factuur. Ingeval het verschuldigde bedrag niet betaald zou zijn (onder andere door B) door middel van de aldus ingestelde inhouding op factuur, dan kan de RSZ een beroep doen op de subsidiaire hoofdelijke aansprakelijkheid, hetgeen inhoudt dat wordt opgeklommen in de keten van medecontractanten en de subsidiaire hoofdelijke aansprakelijkheid van B in werking wordt gesteld. Indien ook B het gevorderde bedrag van de hoofdelijke aansprakelijkheid niet betaalt, dan zal ook hij worden onderworpen aan een inhouding op factuur op basis van deze schuld, zodat ook de aanbestedende instantie ertoe gehouden zal zijn inhoudingen te verrichten. Het mechanisme dat werd geschetst aan de hand van bovenstaande voorbeeld, zal ook van toepassing zijn indien de keten van onderaannemers langer is. Bij toepassing van het systeem wordt trapsgewijs steeds hoger opgeklommen in de aannemingsketen, zo nodig tot bij de opdrachtnemer. Voor de fiscale schulden werd een gelijkaardig mechanisme ingesteld door artikel 402 van het WIB/92. Deze bepaling die uit 7 paragrafen bestond, werd bij de programmawet van 29 maart 2012Relevante gevonden documenten type programmawet prom. 29/03/2012 pub. 06/04/2012 numac 2012021063 bron federale overheidsdienst kanselarij van de eerste minister Programmawet
(1)sluiten (Belgisch Staatsblad van 6 april 2012) aangevuld met een paragraaf 8. Ingevolge deze bepaling kan de belastingadministratie een beroep doen op de subsidiaire hoofdelijke aansprakelijkheid wanneer een onderaannemer, na ontvangst van een betekening van een dwangbevel dat uitgaat van de belastingadministratie, de van hem gevorderde bedragen in het kader van de rechtstreekse hoofdelijke aansprakelijkheid niet vereffent binnen de dertig dagen na de kennisgeving van een dwangbevel, hetgeen inhoudt dat opgeklommen wordt in de keten van medecontractanten (stap voor stap). De aanbestedende instantie zelf kan niet op subsidiaire wijze hoofdelijk aansprakelijk worden gesteld. De maatregel is immers alleen van toepassing op de opdrachtnemer en de onderaannemers. Toch zou deze maatregel ook gevolgen kunnen hebben voor de aanbestedende instantie: aangezien de RSZ en de belastingadministratie voortaan over de mogelijkheid beschikken om via de subsidiaire hoofdelijke aansprakelijkheid (stapsgewijs) hoger in de keten de sociale en fiscale schulden te innen, zal uiteindelijk ook de opdrachtnemer (i.e. rechtstreekse medecontractant van de aanbestedende instantie) kunnen worden aangesproken. Indien ook de laatgenoemde in gebreke zou blijven zijn sociale en fiscale verplichtingen na te leven, zal dit voor de aanbestedende instantie betekenen dat de inhoudingsplicht op factuur ten aanzien van de opdrachtnemer zal moeten worden toegepast. II.2.b. Inhoudingsplicht op factuur en hoofdelijke aansprakelijkheid uitgebreid naar de bewakingssector (en de vleesverwerkingssector) In de programmawet van 29 maart 2012Relevante gevonden documenten type programmawet prom. 29/03/2012 pub. 06/04/2012 numac 2012021063 bron federale overheidsdienst kanselarij van de eerste minister Programmawet
(1)sluiten werd de mogelijkheid gecreëerd om het systeem van de inhoudingsplicht op factuur voor sociale en fiscale schulden en de bij niet-naleving van deze plicht hieraan verbonden hoofdelijke aansprakelijkheid, uit te breiden naar andere fraudegevoelige sectoren. Momenteel zijn twee sectoren betrokken: de sector van de bewakings- en toezichtsactiviteiten en de vleesverwerkingssector. De uitbreiding werd doorgevoerd door middel van de onderstaande koninklijke besluiten: 1° wat de bewakings- en/of toezichtsdiensten betreft, het koninklijk besluit van 17 juli 2013 tot wijziging van het koninklijk besluit van 27 december 2007 tot uitvoering van de artikelen 400, 401, 403, 404 en 406 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 en van artikel 30bis van de wet van 27 juni 1969Relevante gevonden documenten type wet prom. 27/06/1969 pub. 24/01/2011 numac 2010000730 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet tot herziening van de besluitwet van 28 december 1944 betreffende de maatschappelijke zekerheid der arbeiders. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten tot herziening van de besluitwet van 28 december 1944 betreffende de maatschappelijke zekerheid der arbeiders, in werking getreden op 1 september 2013 (Belgisch Staatsblad van 1 augustus 2013);2° wat de vleesverwerkingssector betreft, het koninklijk besluit van 22 oktober 2013Relevante gevonden documenten type wet prom. 15/06/2006 pub. 15/02/2007 numac 2006021341 bron federale overheidsdienst kanselarij van de eerste minister Wet overheidsopdrachten en bepaalde opdrachten voor werken, leveringen en diensten sluiten1 tot wijziging van het koninklijk besluit van 27 december 2007 tot uitvoering van de artikelen 400, 403, 404 en 406 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 en van de artikelen 12, 30bis en 30ter van de wet van 27 juni 1969Relevante gevonden documenten type wet prom. 27/06/1969 pub. 24/01/2011 numac 2010000730 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet tot herziening van de besluitwet van 28 december 1944 betreffende de maatschappelijke zekerheid der arbeiders. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten tot herziening van de besluitwet van 28 december 1944 betreffende de maatschappelijke zekerheid der arbeiders, in werking getreden op 1 november 2013 (Belgisch Staatsblad van 29 oktober 2013). In beide voormelde sectoren is het systeem van de inhoudingsplicht en hoofdelijke aansprakelijkheid voor fiscale en sociale schulden dus van toepassing. In de vleesverwerkingssector zullen de aanbestedende instanties waarschijnlijk slechts zelden met deze systemen worden geconfronteerd. Dit om de eenvoudige reden dat aanbestedende instanties, in tegenstelling tot hetgeen het geval is in de bewakingssector, in de vleesverwerkingssector erg weinig opdrachten plaatsen. HOOFDSTUK III. - Hoofdelijke aansprakelijkheid voor loonschulden en maatregelen tegen tewerkstelling van illegaal verblijvende onderdanen van derde landen III.1. Stelsel van hoofdelijke aansprakelijkheid voor de lonen in bepaalde sectoren (klassiek stelsel) Inleiding Door in de wet van 12 april 1965Relevante gevonden documenten type wet prom. 12/04/1965 pub. 08/03/2007 numac 2007000126 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de bescherming van het loon der werknemers sluiten betreffende de bescherming van het loon der werknemers, hierna "de wet van 12 april 1965Relevante gevonden documenten type wet prom. 12/04/1965 pub. 08/03/2007 numac 2007000126 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de bescherming van het loon der werknemers sluiten", de artikelen 35/1 tot en met 35/6 in te voegen, heeft de programmawet (I) van 29 maart 2012 (11 voor het eerst en enkel voor bepaalde sectoren, een stelsel van hoofdelijke aansprakelijkheid voor loonschulden ingevoerd ten laste van de aanbestedende instanties, de opdrachtnemers en de onderaannemers
(12). Het is belangrijk op te merken dat dit stelsel niet van toepassing zal zijn in geval van tewerkstelling in België van illegaal verblijvende onderdanen van derde landen. In die specifieke hypothese zal, in afwijking van het stelsel dat wordt beschreven in het onderhavige punt III.1, uitsluitend het bijzondere stelsel van hoofdelijke aansprakelijkheid bepaald in de artikelen 35/7 tot 35/13 van de wet van 12 april 1965Relevante gevonden documenten type wet prom. 12/04/1965 pub. 08/03/2007 numac 2007000126 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de bescherming van het loon der werknemers sluiten van toepassing zijn. Dit stelsel wordt hierna toegelicht in punt III.
- Het ingevoerde stelsel (het zogenaamde "klassieke stelsel") verschilt op een aantal belangrijke punten van het in hoofdstuk II toegelichte systeem van hoofdelijke aansprakelijkheid voor sociale en fiscale schulden. De aanbestedende instanties zullen in het klassieke stelsel inderdaad niet alleen hoofdelijk aansprakelijk kunnen worden gesteld voor de loonschulden van de opdrachtnemer waarmee zij rechtstreeks werken, maar ook voor de loonschulden van de onderaannemers waarop onrechtstreeks, via een keten van onderaannemers, een beroep wordt gedaan. Aldus valt het ingevoerde stelsel te onderscheiden van het stelsel van subsidiaire hoofdelijke aansprakelijkheid zoals dat van toepassing is voor sociale en fiscale schulden. De hoofdelijke aansprakelijkheid is evenwel niet automatisch van toepassing. Daartoe is een specifieke formele kennisgeving vereist van de arbeidsinspectie. Deze kennisgeving zal vervolgens een bepaald mechanisme in werking stellen dat hierna zal worden toegelicht, maar dat er grosso modo in bestaat dat de betrokkenen eerst nog de mogelijkheid krijgen om desgevallend de nodige maatregelen te nemen. In sommige gevallen zal het mechanisme uitlopen op de mogelijke hoofdelijke aansprakelijkheid voor bepaalde loonschulden. Bij de beoordeling of maatregelen moeten worden getroffen, gaat de aanbestedende instantie na of geen rekening moet worden gehouden met de desgevallend reeds in de lagere keten van aanneming genomen maatregelen waarvan zij in kennis wordt gesteld (zie infra). De arbeidsinspectie heeft de bevoegdheid om de kennisgeving niet alleen te versturen naar de werkgever die in gebreke blijft het loon te betalen, maar ook naar de overige aannemers in de aannemingsketen, alsook naar de opdrachtgever (in dit geval de aanbestedende instantie) (artikel 49/1 Sociaal Strafwetboek). De arbeidsinspectie apprecieert autonoom aan wie zij de schriftelijke kennisgeving overmaakt, dus voor wie er eventueel gevolgen kunnen optreden inzake hoofdelijke aansprakelijkheid voor loonschulden volgens het hierna besproken mechanisme. De arbeidsinspectie kan er bijvoorbeeld voor kiezen om de ganse keten, met inbegrip van de aanbestedende instantie, op formele wijze in kennis te stellen. Indien het een opdracht voor werken betreft, rust op de aanbestedende instanties aan wie de kennisgeving wordt gedaan reeds een inhoudingsplicht voor loonschulden en hierop betrekking hebbende sociale en fiscale schulden op grond van artikel 88 van het koninklijk besluit van 14 januari 2013Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 14/01/2013 pub. 14/02/2013 numac 2013021005 bron federale overheidsdienst kanselarij van de eerste minister Koninklijk besluit tot bepaling van de algemene uitvoeringsregels van de overheidsopdrachten en van de concessies voor openbare werken type koninklijk besluit prom. 14/01/2013 pub. 27/03/2013 numac 2012012169 bron federale overheidsdienst werkgelegenheid, arbeid en sociaal overleg Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 27 september 2011, gesloten in het Paritair Subcomité voor het bedrijf der grind- en zandgroeven welke in openlucht geëxploiteerd worden in de provincies Antwerpen, West-Vlaanderen, Oost-Vlaanderen, Limburg en Vlaams-Brabant, betreffende de wijziging van de collectieve arbeidsovereenkomst van 26 juni 2001 betreffende het klein verlet, de betaling van bepaalde wettelijke feestdagen, de vaststelling van de gegevens die de afrekening moet bevatten, welke bij elke definitieve betaling van het loon aan de werkgever overhandigd wordt, de sociale, economische en technische vorming van de vertegenwoordigers van de arbeiders en arbeidsters type koninklijk besluit prom. 14/01/2013 pub. 27/03/2013 numac 2012012170 bron federale overheidsdienst werkgelegenheid, arbeid en sociaal overleg Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 27 september 2011, gesloten in het Paritair Subcomité voor het bedrijf der grind- en zandgroeven welke in openlucht geëxploiteerd worden in de provincies Antwerpen, West-Vlaanderen, Oost-Vlaanderen, Limburg en Vlaams-Brabant, tot wijziging van de collectieve arbeidsovereenkomst van 3 juli 2003 betreffende de werkgeversbijdrage in de vervoerskosten voor de werknemers die geen gebruik maken van het openbaar vervoer, bestaanszekerheid, arbeidstijdverkorting in de sector witzandexploitaties type koninklijk besluit prom. 14/01/2013 pub. 27/03/2013 numac 2012012189 bron federale overheidsdienst werkgelegenheid, arbeid en sociaal overleg Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 27 september 2011, gesloten in het Paritair Subcomité voor het bedrijf der grind- en zandgroeven welke in openlucht geëxploiteerd worden in de provincies Antwerpen, West-Vlaanderen, Oost-Vlaanderen, Limburg en Vlaams-Brabant, tot wijziging van de collectieve arbeidsovereenkomst van 30 april 1987 tot oprichting van een fonds voor bestaanszekerheid en vaststelling van zijn statuten type koninklijk besluit prom. 14/01/2013 pub. 27/03/2013 numac 2012012165 bron federale overheidsdienst werkgelegenheid, arbeid en sociaal overleg Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 27 september 2011, gesloten in het Paritair Subcomité voor het bedrijf der grind- en zandgroeven welke in openlucht geëxploiteerd worden in de provincies Antwerpen, West-Vlaanderen, Oost-Vlaanderen, Limburg en Vlaams-Brabant, betreffende de tewerkstelling van personen behorende tot de risicogroepen in de witzandexploitaties type koninklijk besluit prom. 14/01/2013 pub. 27/03/2013 numac 2012012166 bron federale overheidsdienst werkgelegenheid, arbeid en sociaal overleg Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 27 september 2011, gesloten in het Paritair Subcomité voor het bedrijf der grind- en zandgroeven welke in openlucht geëxploiteerd worden in de provincies Antwerpen, West-Vlaanderen, Oost-Vlaanderen, Limburg en Vlaams-Brabant, betreffende het conventioneel brugpensioen op 56 jaar in de witzandexploitaties type koninklijk besluit prom. 14/01/2013 pub. 27/03/2013 numac 2012012167 bron federale overheidsdienst werkgelegenheid, arbeid en sociaal overleg Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 6 juli 2011, gesloten in het Paritair Subcomité voor het bedrijf der grind- en zandgroeven welke in openlucht geëxploiteerd worden in de provincies Antwerpen, West-Vlaanderen, Oost-Vlaanderen, Limburg en Vlaams-Brabant, betreffende de uitzendarbeid in de grind- en zandexploitaties, de witzandexploitaties uitgezonderd sluiten tot bepaling van de algemene uitvoeringsregels van de overheidsopdrachten en van de concessies voor openbare werken, hierna "het koninklijk besluit van 14 januari 2013Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 14/01/2013 pub. 14/02/2013 numac 2013021005 bron federale overheidsdienst kanselarij van de eerste minister Koninklijk besluit tot bepaling van de algemene uitvoeringsregels van de overheidsopdrachten en van de concessies voor openbare werken type koninklijk besluit prom. 14/01/2013 pub. 27/03/2013 numac 2012012169 bron federale overheidsdienst werkgelegenheid, arbeid en sociaal overleg Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 27 september 2011, gesloten in het Paritair Subcomité voor het bedrijf der grind- en zandgroeven welke in openlucht geëxploiteerd worden in de provincies Antwerpen, West-Vlaanderen, Oost-Vlaanderen, Limburg en Vlaams-Brabant, betreffende de wijziging van de collectieve arbeidsovereenkomst van 26 juni 2001 betreffende het klein verlet, de betaling van bepaalde wettelijke feestdagen, de vaststelling van de gegevens die de afrekening moet bevatten, welke bij elke definitieve betaling van het loon aan de werkgever overhandigd wordt, de sociale, economische en technische vorming van de vertegenwoordigers van de arbeiders en arbeidsters type koninklijk besluit prom. 14/01/2013 pub. 27/03/2013 numac 2012012170 bron federale overheidsdienst werkgelegenheid, arbeid en sociaal overleg Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 27 september 2011, gesloten in het Paritair Subcomité voor het bedrijf der grind- en zandgroeven welke in openlucht geëxploiteerd worden in de provincies Antwerpen, West-Vlaanderen, Oost-Vlaanderen, Limburg en Vlaams-Brabant, tot wijziging van de collectieve arbeidsovereenkomst van 3 juli 2003 betreffende de werkgeversbijdrage in de vervoerskosten voor de werknemers die geen gebruik maken van het openbaar vervoer, bestaanszekerheid, arbeidstijdverkorting in de sector witzandexploitaties type koninklijk besluit prom. 14/01/2013 pub. 27/03/2013 numac 2012012189 bron federale overheidsdienst werkgelegenheid, arbeid en sociaal overleg Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 27 september 2011, gesloten in het Paritair Subcomité voor het bedrijf der grind- en zandgroeven welke in openlucht geëxploiteerd worden in de provincies Antwerpen, West-Vlaanderen, Oost-Vlaanderen, Limburg en Vlaams-Brabant, tot wijziging van de collectieve arbeidsovereenkomst van 30 april 1987 tot oprichting van een fonds voor bestaanszekerheid en vaststelling van zijn statuten type koninklijk besluit prom. 14/01/2013 pub. 27/03/2013 numac 2012012165 bron federale overheidsdienst werkgelegenheid, arbeid en sociaal overleg Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 27 september 2011, gesloten in het Paritair Subcomité voor het bedrijf der grind- en zandgroeven welke in openlucht geëxploiteerd worden in de provincies Antwerpen, West-Vlaanderen, Oost-Vlaanderen, Limburg en Vlaams-Brabant, betreffende de tewerkstelling van personen behorende tot de risicogroepen in de witzandexploitaties type koninklijk besluit prom. 14/01/2013 pub. 27/03/2013 numac 2012012166 bron federale overheidsdienst werkgelegenheid, arbeid en sociaal overleg Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 27 september 2011, gesloten in het Paritair Subcomité voor het bedrijf der grind- en zandgroeven welke in openlucht geëxploiteerd worden in de provincies Antwerpen, West-Vlaanderen, Oost-Vlaanderen, Limburg en Vlaams-Brabant, betreffende het conventioneel brugpensioen op 56 jaar in de witzandexploitaties type koninklijk besluit prom. 14/01/2013 pub. 27/03/2013 numac 2012012167 bron federale overheidsdienst werkgelegenheid, arbeid en sociaal overleg Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 6 juli 2011, gesloten in het Paritair Subcomité voor het bedrijf der grind- en zandgroeven welke in openlucht geëxploiteerd worden in de provincies Antwerpen, West-Vlaanderen, Oost-Vlaanderen, Limburg en Vlaams-Brabant, betreffende de uitzendarbeid in de grind- en zandexploitaties, de witzandexploitaties uitgezonderd sluiten". Anders dan bij de inhoudingsplicht voor sociale en fiscale schulden (in uitvoering van de artikelen 30bis en 30ter van de wet van 27 juni 1969Relevante gevonden documenten type wet prom. 27/06/1969 pub. 24/01/2011 numac 2010000730 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet tot herziening van de besluitwet van 28 december 1944 betreffende de maatschappelijke zekerheid der arbeiders. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten en het WIB), zullen de aanbestedende instanties hun hoofdelijke aansprakelijkheid voor loonschulden hier evenwel niet volledig kunnen ontlopen door het louter correct uitvoeren van de inhoudingsplicht op factuur. De inhoudingen zullen er in de praktijk wel toe bijdragen dat de loonschulden ofwel toch worden voldaan, ofwel minder hoog oplopen. Niettemin moeten de aanbestedende instanties ook bij opdrachten voor werken nagaan of er geen andere maatregelen moeten worden getroffen. Het stelsel dat door de wet van 12 april 1965Relevante gevonden documenten type wet prom. 12/04/1965 pub. 08/03/2007 numac 2007000126 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de bescherming van het loon der werknemers sluiten werd ingevoerd is niet alleen van toepassing (in de betreffende sectoren, zie infra) in het kader van overheidsopdrachten, maar ook tussen ondernemingen. Het stelsel is evenwel niet van toepassing op opdrachtgevers/natuurlijke personen die de betreffende activiteiten uitsluitend voor privédoeleinden laten uitvoeren. Artikel 88 van het koninklijk besluit van 14 januari 2013Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 14/01/2013 pub. 14/02/2013 numac 2013021005 bron federale overheidsdienst kanselarij van de eerste minister Koninklijk besluit tot bepaling van de algemene uitvoeringsregels van de overheidsopdrachten en van de concessies voor openbare werken type koninklijk besluit prom. 14/01/2013 pub. 27/03/2013 numac 2012012169 bron federale overheidsdienst werkgelegenheid, arbeid en sociaal overleg Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 27 september 2011, gesloten in het Paritair Subcomité voor het bedrijf der grind- en zandgroeven welke in openlucht geëxploiteerd worden in de provincies Antwerpen, West-Vlaanderen, Oost-Vlaanderen, Limburg en Vlaams-Brabant, betreffende de wijziging van de collectieve arbeidsovereenkomst van 26 juni 2001 betreffende het klein verlet, de betaling van bepaalde wettelijke feestdagen, de vaststelling van de gegevens die de afrekening moet bevatten, welke bij elke definitieve betaling van het loon aan de werkgever overhandigd wordt, de sociale, economische en technische vorming van de vertegenwoordigers van de arbeiders en arbeidsters type koninklijk besluit prom. 14/01/2013 pub. 27/03/2013 numac 2012012170 bron federale overheidsdienst werkgelegenheid, arbeid en sociaal overleg Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 27 september 2011, gesloten in het Paritair Subcomité voor het bedrijf der grind- en zandgroeven welke in openlucht geëxploiteerd worden in de provincies Antwerpen, West-Vlaanderen, Oost-Vlaanderen, Limburg en Vlaams-Brabant, tot wijziging van de collectieve arbeidsovereenkomst van 3 juli 2003 betreffende de werkgeversbijdrage in de vervoerskosten voor de werknemers die geen gebruik maken van het openbaar vervoer, bestaanszekerheid, arbeidstijdverkorting in de sector witzandexploitaties type koninklijk besluit prom. 14/01/2013 pub. 27/03/2013 numac 2012012189 bron federale overheidsdienst werkgelegenheid, arbeid en sociaal overleg Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 27 september 2011, gesloten in het Paritair Subcomité voor het bedrijf der grind- en zandgroeven welke in openlucht geëxploiteerd worden in de provincies Antwerpen, West-Vlaanderen, Oost-Vlaanderen, Limburg en Vlaams-Brabant, tot wijziging van de collectieve arbeidsovereenkomst van 30 april 1987 tot oprichting van een fonds voor bestaanszekerheid en vaststelling van zijn statuten type koninklijk besluit prom. 14/01/2013 pub. 27/03/2013 numac 2012012165 bron federale overheidsdienst werkgelegenheid, arbeid en sociaal overleg Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 27 september 2011, gesloten in het Paritair Subcomité voor het bedrijf der grind- en zandgroeven welke in openlucht geëxploiteerd worden in de provincies Antwerpen, West-Vlaanderen, Oost-Vlaanderen, Limburg en Vlaams-Brabant, betreffende de tewerkstelling van personen behorende tot de risicogroepen in de witzandexploitaties type koninklijk besluit prom. 14/01/2013 pub. 27/03/2013 numac 2012012166 bron federale overheidsdienst werkgelegenheid, arbeid en sociaal overleg Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 27 september 2011, gesloten in het Paritair Subcomité voor het bedrijf der grind- en zandgroeven welke in openlucht geëxploiteerd worden in de provincies Antwerpen, West-Vlaanderen, Oost-Vlaanderen, Limburg en Vlaams-Brabant, betreffende het conventioneel brugpensioen op 56 jaar in de witzandexploitaties type koninklijk besluit prom. 14/01/2013 pub. 27/03/2013 numac 2012012167 bron federale overheidsdienst werkgelegenheid, arbeid en sociaal overleg Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 6 juli 2011, gesloten in het Paritair Subcomité voor het bedrijf der grind- en zandgroeven welke in openlucht geëxploiteerd worden in de provincies Antwerpen, West-Vlaanderen, Oost-Vlaanderen, Limburg en Vlaams-Brabant, betreffende de uitzendarbeid in de grind- en zandexploitaties, de witzandexploitaties uitgezonderd sluiten tot bepaling van de algemene uitvoeringsregels van de overheidsopdrachten en van de concessies voor openbare werken Ook in de wetgeving overheidsopdrachten zijn een aantal maatregelen opgenomen die erop gericht zijn ervoor te zorgen dat de lonen worden uitbetaald indien de werkgever in gebreke blijft. Ingevolge artikel 88 van het koninklijk besluit van 14 januari 2013Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 14/01/2013 pub. 14/02/2013 numac 2013021005 bron federale overheidsdienst kanselarij van de eerste minister Koninklijk besluit tot bepaling van de algemene uitvoeringsregels van de overheidsopdrachten en van de concessies voor openbare werken type koninklijk besluit prom. 14/01/2013 pub. 27/03/2013 numac 2012012169 bron federale overheidsdienst werkgelegenheid, arbeid en sociaal overleg Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 27 september 2011, gesloten in het Paritair Subcomité voor het bedrijf der grind- en zandgroeven welke in openlucht geëxploiteerd worden in de provincies Antwerpen, West-Vlaanderen, Oost-Vlaanderen, Limburg en Vlaams-Brabant, betreffende de wijziging van de collectieve arbeidsovereenkomst van 26 juni 2001 betreffende het klein verlet, de betaling van bepaalde wettelijke feestdagen, de vaststelling van de gegevens die de afrekening moet bevatten, welke bij elke definitieve betaling van het loon aan de werkgever overhandigd wordt, de sociale, economische en technische vorming van de vertegenwoordigers van de arbeiders en arbeidsters type koninklijk besluit prom. 14/01/2013 pub. 27/03/2013 numac 2012012170 bron federale overheidsdienst werkgelegenheid, arbeid en sociaal overleg Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 27 september 2011, gesloten in het Paritair Subcomité voor het bedrijf der grind- en zandgroeven welke in openlucht geëxploiteerd worden in de provincies Antwerpen, West-Vlaanderen, Oost-Vlaanderen, Limburg en Vlaams-Brabant, tot wijziging van de collectieve arbeidsovereenkomst van 3 juli 2003 betreffende de werkgeversbijdrage in de vervoerskosten voor de werknemers die geen gebruik maken van het openbaar vervoer, bestaanszekerheid, arbeidstijdverkorting in de sector witzandexploitaties type koninklijk besluit prom. 14/01/2013 pub. 27/03/2013 numac 2012012189 bron federale overheidsdienst werkgelegenheid, arbeid en sociaal overleg Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 27 september 2011, gesloten in het Paritair Subcomité voor het bedrijf der grind- en zandgroeven welke in openlucht geëxploiteerd worden in de provincies Antwerpen, West-Vlaanderen, Oost-Vlaanderen, Limburg en Vlaams-Brabant, tot wijziging van de collectieve arbeidsovereenkomst van 30 april 1987 tot oprichting van een fonds voor bestaanszekerheid en vaststelling van zijn statuten type koninklijk besluit prom. 14/01/2013 pub. 27/03/2013 numac 2012012165 bron federale overheidsdienst werkgelegenheid, arbeid en sociaal overleg Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 27 september 2011, gesloten in het Paritair Subcomité voor het bedrijf der grind- en zandgroeven welke in openlucht geëxploiteerd worden in de provincies Antwerpen, West-Vlaanderen, Oost-Vlaanderen, Limburg en Vlaams-Brabant, betreffende de tewerkstelling van personen behorende tot de risicogroepen in de witzandexploitaties type koninklijk besluit prom. 14/01/2013 pub. 27/03/2013 numac 2012012166 bron federale overheidsdienst werkgelegenheid, arbeid en sociaal overleg Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 27 september 2011, gesloten in het Paritair Subcomité voor het bedrijf der grind- en zandgroeven welke in openlucht geëxploiteerd worden in de provincies Antwerpen, West-Vlaanderen, Oost-Vlaanderen, Limburg en Vlaams-Brabant, betreffende het conventioneel brugpensioen op 56 jaar in de witzandexploitaties type koninklijk besluit prom. 14/01/2013 pub. 27/03/2013 numac 2012012167 bron federale overheidsdienst werkgelegenheid, arbeid en sociaal overleg Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 6 juli 2011, gesloten in het Paritair Subcomité voor het bedrijf der grind- en zandgroeven welke in openlucht geëxploiteerd worden in de provincies Antwerpen, West-Vlaanderen, Oost-Vlaanderen, Limburg en Vlaams-Brabant, betreffende de uitzendarbeid in de grind- en zandexploitaties, de witzandexploitaties uitgezonderd sluiten, bepaling die, het weze herhaald, alleen van toepassing is op de opdrachten voor werken, rust op de aanbestedende instanties die aan dit koninklijk besluit onderworpen zijn een inhoudingsplicht op factuur, indien blijkt dat nog loon verschuldigd is voor het personeel dat op de bouwplaats is of was tewerkgesteld. Deze bepaling was ook opgenomen in het ondertussen opgeheven koninklijk besluit van 26 september 1996 tot bepaling van de algemene uitvoeringsregels van de overheidsopdrachten en van de concessies voor openbare werken. Indien blijkt dat het personeel niet is betaald, dan moet de aanbestedende instantie volgens het voormelde artikel 88 ambtshalve het brutobedrag inhouden van de achterstallige lonen op de aan de aannemer verschuldigde bedragen. Overeenkomstig de voormelde bepaling moet de aanbestedende instantie het brutoloon inhouden en de betreffende bedragen (lonen, sociale zekerheidsbijdragen en afhoudingen betreffende de inkomstenbelasting) overmaken aan de rechthebbenden. Er is geen kennisgeving van de arbeidsinspectie vereist opdat deze bepaling toepassing zou vinden. Het volstaat dat de aanbestedende instantie er kennis van krijgt, bijvoorbeeld via een personeelslid van de aannemer, dat het voor de uitvoering van de opdracht tewerkgesteld personeel onbetaald blijft. De aanbestedende instantie zal zich er in dat geval wel moeten van vergewissen of de bewering van het personeelslid wel gegrond is. Daartoe kan hij navraag doen bij de aannemer en de arbeidsinspectie. Indien de inbreuken worden toegegeven of bevestigd door de arbeidsinspectie dient de aanbestedende instantie tot de nodige inhoudingen over te gaan. Het door artikel 88 van het koninklijk besluit van 14 januari 2013Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 14/01/2013 pub. 14/02/2013 numac 2013021005 bron federale overheidsdienst kanselarij van de eerste minister Koninklijk besluit tot bepaling van de algemene uitvoeringsregels van de overheidsopdrachten en van de concessies voor openbare werken type koninklijk besluit prom. 14/01/2013 pub. 27/03/2013 numac 2012012169 bron federale overheidsdienst werkgelegenheid, arbeid en sociaal overleg Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 27 september 2011, gesloten in het Paritair Subcomité voor het bedrijf der grind- en zandgroeven welke in openlucht geëxploiteerd worden in de provincies Antwerpen, West-Vlaanderen, Oost-Vlaanderen, Limburg en Vlaams-Brabant, betreffende de wijziging van de collectieve arbeidsovereenkomst van 26 juni 2001 betreffende het klein verlet, de betaling van bepaalde wettelijke feestdagen, de vaststelling van de gegevens die de afrekening moet bevatten, welke bij elke definitieve betaling van het loon aan de werkgever overhandigd wordt, de sociale, economische en technische vorming van de vertegenwoordigers van de arbeiders en arbeidsters type koninklijk besluit prom. 14/01/2013 pub. 27/03/2013 numac 2012012170 bron federale overheidsdienst werkgelegenheid, arbeid en sociaal overleg Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 27 september 2011, gesloten in het Paritair Subcomité voor het bedrijf der grind- en zandgroeven welke in openlucht geëxploiteerd worden in de provincies Antwerpen, West-Vlaanderen, Oost-Vlaanderen, Limburg en Vlaams-Brabant, tot wijziging van de collectieve arbeidsovereenkomst van 3 juli 2003 betreffende de werkgeversbijdrage in de vervoerskosten voor de werknemers die geen gebruik maken van het openbaar vervoer, bestaanszekerheid, arbeidstijdverkorting in de sector witzandexploitaties type koninklijk besluit prom. 14/01/2013 pub. 27/03/2013 numac 2012012189 bron federale overheidsdienst werkgelegenheid, arbeid en sociaal overleg Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 27 september 2011, gesloten in het Paritair Subcomité voor het bedrijf der grind- en zandgroeven welke in openlucht geëxploiteerd worden in de provincies Antwerpen, West-Vlaanderen, Oost-Vlaanderen, Limburg en Vlaams-Brabant, tot wijziging van de collectieve arbeidsovereenkomst van 30 april 1987 tot oprichting van een fonds voor bestaanszekerheid en vaststelling van zijn statuten type koninklijk besluit prom. 14/01/2013 pub. 27/03/2013 numac 2012012165 bron federale overheidsdienst werkgelegenheid, arbeid en sociaal overleg Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 27 september 2011, gesloten in het Paritair Subcomité voor het bedrijf der grind- en zandgroeven welke in openlucht geëxploiteerd worden in de provincies Antwerpen, West-Vlaanderen, Oost-Vlaanderen, Limburg en Vlaams-Brabant, betreffende de tewerkstelling van personen behorende tot de risicogroepen in de witzandexploitaties type koninklijk besluit prom. 14/01/2013 pub. 27/03/2013 numac 2012012166 bron federale overheidsdienst werkgelegenheid, arbeid en sociaal overleg Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 27 september 2011, gesloten in het Paritair Subcomité voor het bedrijf der grind- en zandgroeven welke in openlucht geëxploiteerd worden in de provincies Antwerpen, West-Vlaanderen, Oost-Vlaanderen, Limburg en Vlaams-Brabant, betreffende het conventioneel brugpensioen op 56 jaar in de witzandexploitaties type koninklijk besluit prom. 14/01/2013 pub. 27/03/2013 numac 2012012167 bron federale overheidsdienst werkgelegenheid, arbeid en sociaal overleg Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 6 juli 2011, gesloten in het Paritair Subcomité voor het bedrijf der grind- en zandgroeven welke in openlucht geëxploiteerd worden in de provincies Antwerpen, West-Vlaanderen, Oost-Vlaanderen, Limburg en Vlaams-Brabant, betreffende de uitzendarbeid in de grind- en zandexploitaties, de witzandexploitaties uitgezonderd sluiten georganiseerde systeem van de inhoudingsplicht moet worden onderscheiden van het recent door de wetgever ingevoerde en hierna besproken systeem van hoofdelijke aansprakelijkheid voor loonschulden, dat een verschillend toepassingsgebied kent (ook van toepassing in sommige fraudegevoelige dienstensectoren), onderworpen is aan meer vormvereisten (specifieke kennisgeving van de arbeidsinspectie, termijnen, specifieke berekeningswijze van het verschuldigd bedrag waarvoor men hoofdelijk aansprakelijk is) en geenszins beperkt blijft tot een inhoudingsplicht op het verschuldigde bedrag. Beide regelingen zullen, indien de toepassingsvoorwaarden daartoe vervuld zijn, cumulatief moeten worden toegepast. Hoe dit precies verloopt, wordt hierna toegelicht onder punt IV.
- Principe Het algemene principe van de hoofdelijke aansprakelijkheid wordt uiteengezet in artikel 35/2, § 1, 1°, van de wet van 12 april 1965Relevante gevonden documenten type wet prom. 12/04/1965 pub. 08/03/2007 numac 2007000126 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de bescherming van het loon der werknemers sluiten. Deze bepaling luidt als volgt : "De opdrachtgevers (aanbestedende instanties), aannemers (opdrachtnemers) en onderaannemers die voor de in artikel 35/1, § 1, 1°, bepaalde activiteiten een beroep doen op één of meerdere aannemers of onderaannemers, en die overeenkomstig artikel 49/1 van het Sociaal Strafwetboek door de inspectie, schriftelijk in kennis worden gesteld van de omstandigheid dat hun aannemers of de na hun aannemers komende onderaannemers, op zwaarwichtige wijze tekortschieten in hun verplichting om aan hun werknemers tijdig het loon te betalen waarop deze recht hebben, zijn, in de mate en gedurende de periode zoals bepaald in artikel 35/3, hoofdelijk aansprakelijk voor de betaling van het loon aan de betrokken werknemers.". In de praktijk zal de arbeidsinspectie de kennisgeving uitvoeren via een aangetekende zending. Onder "op zwaarwichtige wijze tekortschieten in hun verplichting om aan hun werknemers tijdig het loon te betalen waarop deze recht hebben" verstaat men de betaling van een loon dat lager ligt dan de laagste van toepassing zijnde loonschaal in de betrokken sector. Toepassingsgebied De door deze nieuwe maatregel beoogde activiteiten zijn onder meer de activiteiten die onder het begrip "werken in onroerende staat" vallen in de zin van het Wetboek van de belasting over de toegevoegde waarde en het koninklijk besluit nr. 1 van 29 december 1992 met betrekking tot de regeling voor de voldoening van de belasting over de toegevoegde waarde. Ze betreffen dus hoofdzakelijk - maar niet uitsluitend - de opdrachten voor werken. De paritaire comités hebben er namelijk voor gekozen, wanneer zij werden bevraagd omtrent het toepassingsgebied van deze maatregel, om de draagwijdte van de maatregel niet tot bepaalde activiteiten te beperken, maar om alle activiteiten te beogen die onder de voormelde definitie van werken in onroerende staat vallen en ze uit te breiden tot andere categorieën van werken en diensten. De wetsbepaling inzake hoofdelijke aansprakelijkheid voor de lonen werd uitgevoerd via verschillende koninklijke besluiten
(13)die betrekking hebben op de volgende sectoren: - activiteiten inzake bewaking en/of toezicht; - activiteiten uitgevoerd in de bouwsector; - bepaalde activiteiten inzake elektriciteit die werken in onroerende staat zijn in de zin van artikel 20, § 2, van het koninklijk besluit nr. 1 van 29 december 1992 met betrekking tot de regeling voor de voldoening van de belasting over de toegevoegde waarde; - bepaalde activiteiten inzake stoffering en houtbewerking die werken in onroerende staat zijn in de zin van artikel 20, § 2, van het koninklijk besluit nr. 1 van 29 december 1992 met betrekking tot de regeling voor de voldoening van de belasting over de toegevoegde waarde; - bepaalde activiteiten inzake de metaal-, machine- en elektrische bouw die werken in onroerende staat zijn in de zin van artikel 20, § 2, van het koninklijk besluit nr. 1 van 29 december 1992 met betrekking tot de regeling voor de voldoening van de belasting over de toegevoegde waarde; - activiteiten uitgevoerd in de landbouwsector; - activiteiten uitgevoerd in de tuinbouwsector; - activiteiten uitgevoerd in de schoonmaaksector; - bepaalde activiteiten uitgevoerd in de voedingsnijverheid en in de handel van voedingswaren (vleesverwerking) ; - bepaalde transportactiviteiten. Procedureaspecten - Termijn van 14 werkdagen Het vaststellen van de inbreuk gebeurt door de arbeidsinspectie (de algemene directie Toezicht op de sociale wetten van de FOD Werkgelegenheid, Arbeid en Sociaal Overleg). Zoals hierboven reeds aangehaald, is de hoofdelijke aansprakelijkheid voor loonschulden niet automatisch van toepassing, maar afhankelijk van een specifieke formele kennisgeving van de arbeidsinspectie overeenkomstig artikel 49/1 van het Sociaal Strafwetboek. De arbeidsinspectie vervult bijgevolg een sleutelrol in de werking van het stelsel van de hoofdelijke aansprakelijkheid, aangezien zij zal moeten oordelen wie de bestemmelingen van deze kennisgeving zullen zijn. Zij kan oordelen deze niet enkel te sturen naar de rechtstreekse medecontractant van de persoon die in gebreke blijft de lonen te betalen, maar ook naar al diegenen die zich hoger in de keten van onderaanneming bevinden, tot en met de aanbestedende instantie. De kennisgeving kan zodoende trapsgewijs of groepsgewijs gebeuren, zodat de aanbestedende instantie niet noodzakelijk een risico inzake hoofdelijke aansprakelijkheid voor loonschulden loopt. Bij de voormelde algemene directie Toezicht op de sociale wetten van de FOD Werkgelegenheid, Arbeid en Sociaal Overleg, is overigens een contactpunt opgericht, waar de aanbestedende instanties terecht kunnen met praktische vragen. Dit contactpunt kan bereikt worden op volgende wijze : 1° telefonisch : 02-233 48 15 ; 2° per email : tsw@werk.belgie.be Overeenkomstig artikel 35/3, § 4, van de voormelde wet van 12 april 1965Relevante gevonden documenten type wet prom. 12/04/1965 pub. 08/03/2007 numac 2007000126 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de bescherming van het loon der werknemers sluiten, neemt de hoofdelijke aansprakelijkheid een aanvang na afloop van een termijn van 14 werkdagen volgend op de kennisgeving van de arbeidsinspectie, en mag ze de termijn van 1 jaar niet overschrijden. Praktisch gezien betekent dit voor de aanbestedende instantie die een kennisgeving van de arbeidsinspectie heeft ontvangen, dat ze over een termijn van 14 werkdagen beschikt om de gepaste maatregelen te nemen die ze nuttig acht en die in verhouding staan tot de risico's die gelopen kunnen worden. De arbeidsinspectie zal de aanvangsdatum van de periode van hoofdelijke aansprakelijkheid vermelden in de kennisgeving (artikel 49/1, 7°, Sociaal Strafwetboek).
(14)De aanbestedende instantie doet er goed aan binnen deze termijn van 14 werkdagen de gepaste maatregelen te treffen ten aanzien van de opdrachtnemer, rekening houdend met de concrete situatie en de eventuele verweermiddelen die door de opdrachtnemer worden opgeworpen. Onder punt IV.2. zal worden toegelicht dat de termijn die in artikel 44, § 2, van het koninklijk besluit van 14 januari 2013Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 14/01/2013 pub. 14/02/2013 numac 2013021005 bron federale overheidsdienst kanselarij van de eerste minister Koninklijk besluit tot bepaling van de algemene uitvoeringsregels van de overheidsopdrachten en van de concessies voor openbare werken type koninklijk besluit prom. 14/01/2013 pub. 27/03/2013 numac 2012012169 bron federale overheidsdienst werkgelegenheid, arbeid en sociaal overleg Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 27 september 2011, gesloten in het Paritair Subcomité voor het bedrijf der grind- en zandgroeven welke in openlucht geëxploiteerd worden in de provincies Antwerpen, West-Vlaanderen, Oost-Vlaanderen, Limburg en Vlaams-Brabant, betreffende de wijziging van de collectieve arbeidsovereenkomst van 26 juni 2001 betreffende het klein verlet, de betaling van bepaalde wettelijke feestdagen, de vaststelling van de gegevens die de afrekening moet bevatten, welke bij elke definitieve betaling van het loon aan de werkgever overhandigd wordt, de sociale, economische en technische vorming van de vertegenwoordigers van de arbeiders en arbeidsters type koninklijk besluit prom. 14/01/2013 pub. 27/03/2013 numac 2012012170 bron federale overheidsdienst werkgelegenheid, arbeid en sociaal overleg Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 27 september 2011, gesloten in het Paritair Subcomité voor het bedrijf der grind- en zandgroeven welke in openlucht geëxploiteerd worden in de provincies Antwerpen, West-Vlaanderen, Oost-Vlaanderen, Limburg en Vlaams-Brabant, tot wijziging van de collectieve arbeidsovereenkomst van 3 juli 2003 betreffende de werkgeversbijdrage in de vervoerskosten voor de werknemers die geen gebruik maken van het openbaar vervoer, bestaanszekerheid, arbeidstijdverkorting in de sector witzandexploitaties type koninklijk besluit prom. 14/01/2013 pub. 27/03/2013 numac 2012012189 bron federale overheidsdienst werkgelegenheid, arbeid en sociaal overleg Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 27 september 2011, gesloten in het Paritair Subcomité voor het bedrijf der grind- en zandgroeven welke in openlucht geëxploiteerd worden in de provincies Antwerpen, West-Vlaanderen, Oost-Vlaanderen, Limburg en Vlaams-Brabant, tot wijziging van de collectieve arbeidsovereenkomst van 30 april 1987 tot oprichting van een fonds voor bestaanszekerheid en vaststelling van zijn statuten type koninklijk besluit prom. 14/01/2013 pub. 27/03/2013 numac 2012012165 bron federale overheidsdienst werkgelegenheid, arbeid en sociaal overleg Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 27 september 2011, gesloten in het Paritair Subcomité voor het bedrijf der grind- en zandgroeven welke in openlucht geëxploiteerd worden in de provincies Antwerpen, West-Vlaanderen, Oost-Vlaanderen, Limburg en Vlaams-Brabant, betreffende de tewerkstelling van personen behorende tot de risicogroepen in de witzandexploitaties type koninklijk besluit prom. 14/01/2013 pub. 27/03/2013 numac 2012012166 bron federale overheidsdienst werkgelegenheid, arbeid en sociaal overleg Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 27 september 2011, gesloten in het Paritair Subcomité voor het bedrijf der grind- en zandgroeven welke in openlucht geëxploiteerd worden in de provincies Antwerpen, West-Vlaanderen, Oost-Vlaanderen, Limburg en Vlaams-Brabant, betreffende het conventioneel brugpensioen op 56 jaar in de witzandexploitaties type koninklijk besluit prom. 14/01/2013 pub. 27/03/2013 numac 2012012167 bron federale overheidsdienst werkgelegenheid, arbeid en sociaal overleg Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 6 juli 2011, gesloten in het Paritair Subcomité voor het bedrijf der grind- en zandgroeven welke in openlucht geëxploiteerd worden in de provincies Antwerpen, West-Vlaanderen, Oost-Vlaanderen, Limburg en Vlaams-Brabant, betreffende de uitzendarbeid in de grind- en zandexploitaties, de witzandexploitaties uitgezonderd sluiten tot bepaling van de algemene uitvoeringsregels, aan de opdrachtnemer gelaten wordt om zijn verweermiddelen te doen gelden, meer bepaald de termijn van 15 kalenderdagen volgend op de datum van de verzending van het proces-verbaal waarbij de inbreuk wordt vastgesteld, er in de praktijk vaak toe zal leiden dat de voormelde termijn van 14 werkdagen zal worden overschreden. De aanbestedende instanties doen er dan ook goed aan in de opdrachtdocumenten in de nodige afwijkingen op de betreffende regels van het koninklijk besluit van 14 januari 2013Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 14/01/2013 pub. 14/02/2013 numac 2013021005 bron federale overheidsdienst kanselarij van de eerste minister Koninklijk besluit tot bepaling van de algemene uitvoeringsregels van de overheidsopdrachten en van de concessies voor openbare werken type koninklijk besluit prom. 14/01/2013 pub. 27/03/2013 numac 2012012169 bron federale overheidsdienst werkgelegenheid, arbeid en sociaal overleg Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 27 september 2011, gesloten in het Paritair Subcomité voor het bedrijf der grind- en zandgroeven welke in openlucht geëxploiteerd worden in de provincies Antwerpen, West-Vlaanderen, Oost-Vlaanderen, Limburg en Vlaams-Brabant, betreffende de wijziging van de collectieve arbeidsovereenkomst van 26 juni 2001 betreffende het klein verlet, de betaling van bepaalde wettelijke feestdagen, de vaststelling van de gegevens die de afrekening moet bevatten, welke bij elke definitieve betaling van het loon aan de werkgever overhandigd wordt, de sociale, economische en technische vorming van de vertegenwoordigers van de arbeiders en arbeidsters type koninklijk besluit prom. 14/01/2013 pub. 27/03/2013 numac 2012012170 bron federale overheidsdienst werkgelegenheid, arbeid en sociaal overleg Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 27 september 2011, gesloten in het Paritair Subcomité voor het bedrijf der grind- en zandgroeven welke in openlucht geëxploiteerd worden in de provincies Antwerpen, West-Vlaanderen, Oost-Vlaanderen, Limburg en Vlaams-Brabant, tot wijziging van de collectieve arbeidsovereenkomst van 3 juli 2003 betreffende de werkgeversbijdrage in de vervoerskosten voor de werknemers die geen gebruik maken van het openbaar vervoer, bestaanszekerheid, arbeidstijdverkorting in de sector witzandexploitaties type koninklijk besluit prom. 14/01/2013 pub. 27/03/2013 numac 2012012189 bron federale overheidsdienst werkgelegenheid, arbeid en sociaal overleg Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 27 september 2011, gesloten in het Paritair Subcomité voor het bedrijf der grind- en zandgroeven welke in openlucht geëxploiteerd worden in de provincies Antwerpen, West-Vlaanderen, Oost-Vlaanderen, Limburg en Vlaams-Brabant, tot wijziging van de collectieve arbeidsovereenkomst van 30 april 1987 tot oprichting van een fonds voor bestaanszekerheid en vaststelling van zijn statuten type koninklijk besluit prom. 14/01/2013 pub. 27/03/2013 numac 2012012165 bron federale overheidsdienst werkgelegenheid, arbeid en sociaal overleg Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 27 september 2011, gesloten in het Paritair Subcomité voor het bedrijf der grind- en zandgroeven welke in openlucht geëxploiteerd worden in de provincies Antwerpen, West-Vlaanderen, Oost-Vlaanderen, Limburg en Vlaams-Brabant, betreffende de tewerkstelling van personen behorende tot de risicogroepen in de witzandexploitaties type koninklijk besluit prom. 14/01/2013 pub. 27/03/2013 numac 2012012166 bron federale overheidsdienst werkgelegenheid, arbeid en sociaal overleg Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 27 september 2011, gesloten in het Paritair Subcomité voor het bedrijf der grind- en zandgroeven welke in openlucht geëxploiteerd worden in de provincies Antwerpen, West-Vlaanderen, Oost-Vlaanderen, Limburg en Vlaams-Brabant, betreffende het conventioneel brugpensioen op 56 jaar in de witzandexploitaties type koninklijk besluit prom. 14/01/2013 pub. 27/03/2013 numac 2012012167 bron federale overheidsdienst werkgelegenheid, arbeid en sociaal overleg Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 6 juli 2011, gesloten in het Paritair Subcomité voor het bedrijf der grind- en zandgroeven welke in openlucht geëxploiteerd worden in de provincies Antwerpen, West-Vlaanderen, Oost-Vlaanderen, Limburg en Vlaams-Brabant, betreffende de uitzendarbeid in de grind- en zandexploitaties, de witzandexploitaties uitgezonderd sluiten te voorzien (zie infra). Meer in het bijzonder dient de aanbestedende instantie rekening te houden met de door de opdrachtnemer geleverde bewijzen die aantonen dat de gepaste maatregelen reeds werden genomen in de lagere keten van aanneming om een einde te stellen aan de vastgestelde inbreuken. Het bewijs van verbreking van de opdracht bijvoorbeeld, meer in het bijzonder ten opzichte van de onderaannemer bij wie de inbreuk werd vastgesteld, maakt dat deze en de eventuele onderaannemers die zich onder hem bevinden, zich losmaken uit de keten, zodat zij die zich hoger in de keten bevinden, ontsnappen aan de hoofdelijke aansprakelijkheid voor loonschulden. De hoofdelijke aansprakelijkheid inzake loonschulden is enkel van toepassing op het loon dat opeisbaar wordt na het verstrijken van de voormelde termijn van 14 werkdagen. Zelfs al is de hierboven vermelde termijn van 14 werkdagen overschreden, dan nog kan de aanbestedende instantie beslissen om beschermende maatregelen te nemen. Enkel zal zij in dat geval haar hoofdelijke aansprakelijkheid voor de loonschulden niet altijd meer helemaal kunnen ontlopen. In bepaalde gevallen zal de aanbestedende instantie inderdaad aangemaand kunnen worden door de betrokken werknemers, dan wel door de arbeidsinspectie. Aanplakkingsplicht De aanbestedende instantie die, overeenkomstig artikel 49/1 van het Sociaal Strafwetboek, een kennisgeving ontvangt van de arbeidsinspectie, en daarbij in kennis wordt gesteld van zwaarwichtige onderverloning van het in het kader van de uitvoering van de opdracht tewerkgestelde personeel, dient steeds een afschrift van deze kennisgeving aan te plakken op de plaats van de uitvoering van de activiteiten (artikel 35/4, tweede lid, loonbeschermings wet van 12 april 1965Relevante gevonden documenten type wet prom. 12/04/1965 pub. 08/03/2007 numac 2007000126 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de bescherming van het loon der werknemers sluiten). Op het niet-naleven van deze aanplakkingsplicht is een sanctie van niveau 2 bepaald in artikel 171/3 van het Sociaal Strafwetboek
(15). Specifieke modaliteiten in bepaalde sectoren Artikel 35/2, § 2, van de voormelde wet van 12 april 1965Relevante gevonden documenten type wet prom. 12/04/1965 pub. 08/03/2007 numac 2007000126 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de bescherming van het loon der werknemers sluiten bepaalt bovendien dat de Koning ook voor de betrokken sectoren kan bepalen aan welke voorwaarden de contractuele afspraken tussen de opdrachtgevers (aanbestedende instanties), aannemers (opdrachtnemers) en verschillende onderaannemers die in hun onderlinge rechtsverhoudingen de gevolgen kunnen afspreken van de ontvangst van een door de arbeidsinspectie verrichte kennisgeving, moeten voldoen
(16). De Koning heeft gebruik gemaakt van deze mogelijkheid, zodat er in bepaalde sectoren specifieke modaliteiten van toepassing zijn. De verschillende betrokken paritaire comités werden hieromtrent bevraagd. Wat de werken in onroerende staat betreft, werd er geen wens uitgedrukt tot beperking van de mogelijkheden voor de partijen om tot een akkoord te komen. Wat daarentegen de schoonmaaksector, de land- en tuinbouwsector en de vleesverwerkingssector betreft, werd beslist te voorzien in specifieke modaliteiten. Deze modaliteiten moeten worden nageleefd door de aanbestedende instanties. Voor de activiteiten die onder de schoonmaaksector vallen, wordt meer in het bijzonder bepaald dat de onmiddellijke verbreking van de contractuele verhouding zonder schadevergoeding niet mag plaatsvinden: 1° indien de in de door de arbeidsinspectie verzonden kennisgeving vermelde werknemers binnen de veertien werkdagen na de kennisgeving het nog verschuldigde deel van het loon hebben gekregen, of 2° indien de overeenkomst tussen de partij die de verbreking inroept en de partij tegen wie de verbreking wordt ingeroepen, werd gesloten onder financiële voorwaarden die de betaling van het loon waarop de werknemers van de ondernemers of onderaannemers recht hebben, manifest onmogelijk hebben gemaakt. Deze modaliteiten zullen in de praktijk vaak de mogelijkheid voor de aanbestedende instantie beperken om de opdracht te verbreken (eenzijdig als ambtshalve maatregel, dan wel een verbreking wegens beroepsfout ; zie infra). De specifieke modaliteiten in de sectoren van de vleesverwerking en de land- en tuinbouwsector, kunnen in het kader van deze omzendbrief niet in detail worden besproken. Het valt te verwachten dat deze minder frequent door de aanbestedende instanties zullen worden toegepast, zeker wat de vleesverwerkingssector betreft. Voor meer informatie wordt verwezen naar de betreffende koninklijke uitvoeringsbesluiten (zie voetnoot 13 voor de referenties). III.2. Hoofdelijke aansprakelijkheid voor de loonschulden in het kader van de uitvoering van de Europese "sanctie"-richtlijn
(17)Principe De wet van 11 februari 2013Relevante gevonden documenten type wet prom. 11/02/2013 pub. 22/02/2013 numac 2013200528 bron federale overheidsdienst werkgelegenheid, arbeid en sociaal overleg Wet tot vaststelling van sancties en maatregelen voor werkgevers van illegaal verblijvende onderdanen van derde landen sluiten tot vaststelling van sancties en maatregelen voor werkgevers van illegaal verblijvende onderdanen van derde landen, heeft gezorgd voor de omzetting in Belgisch recht van de richtlijn 2009/52/EG van het Europees Parlement en van de Raad van 18 juni 2009 tot vaststelling van minimumnormen inzake sancties en maatregelen tegen werkgevers van illegaal verblijvende onderdanen van derde landen. Deze wet beoogt voornamelijk het algemene verbod op tewerkstelling van onderdanen van derde landen die geen verblijfsvergunning hebben in België. De wet voert een systeem van aansprakelijkheid in geval van tewerkstelling van illegaal verblijvende onderdanen van derde landen in. De ingevoerde regeling bestaat enerzijds in een hoofdelijke aansprakelijkheid voor het nog verschuldigde loon en anderzijds in een bijkomende strafrechtelijke sanctie zoals bepaald in artikel 175 van het Sociaal Strafwetboek. Deze problematiek zal hieronder in detail worden uiteengezet. Hoofdelijke aansprakelijkheid van de aanbestedende instantie als opdrachtgever voor het nog verschuldigde loon Bij de wet van 11 februari 2013Relevante gevonden documenten type wet prom. 11/02/2013 pub. 22/02/2013 numac 2013200528 bron federale overheidsdienst werkgelegenheid, arbeid en sociaal overleg Wet tot vaststelling van sancties en maatregelen voor werkgevers van illegaal verblijvende onderdanen van derde landen sluiten werd in de artikelen 35/7 tot en met 35/13 van de wet van 12 april 1965Relevante gevonden documenten type wet prom. 12/04/1965 pub. 08/03/2007 numac 2007000126 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de bescherming van het loon der werknemers sluiten een specifiek systeem van hoofdelijke aansprakelijkheid voor loonschulden ingevoerd in geval van tewerkstelling in België van illegaal verblijvende onderdanen van derde landen. Dit bijzondere stelsel wijkt af van het klassieke stelsel bepaald in de artikelen 35/1 tot en met 35/6 van de wet van 12 april 1965Relevante gevonden documenten type wet prom. 12/04/1965 pub. 08/03/2007 numac 2007000126 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de bescherming van het loon der werknemers sluiten. Het is niettemin van toepassing in alle sectoren zonder dat een koninklijk besluit vereist is om er de draagwijdte van te bepalen. Enkel de gevolgen van deze wettelijke bepalingen voor de aanbestedende instantie zullen hieronder worden uiteengezet. Er wordt verwezen naar de website van de FOD Werkgelegenheid
(18)voor meer informatie over de aansprakelijkheid van de aannemers (opdrachtnemers) en de onderaannemers. De wet maakt een onderscheid tussen de gevallen van rechtstreekse en onrechtstreekse onderaanneming om de aansprakelijkheid van de aannemers (opdrachtnemers) en de onderaannemers te bepalen. De aanbestedende instantie die kennis heeft van de tewerkstelling door de opdrachtnemer of door de onderaannemer die rechtstreeks of onrechtstreeks (als co-contractant van een onderaannemer) optreedt na de opdrachtnemer, van een of meerdere illegaal verblijvende onderdanen van derde landen, is hoofdelijk aansprakelijk voor de betaling van het loon dat nog verschuldigd is door de opdrachtnemer of de voormelde onderaannemer. Voor de aanbestedende instantie wordt deze aansprakelijkheid echter slechts toegepast voor de prestaties die voor haar zijn uitgevoerd nadat zij kennis kreeg van de tewerkstelling (artikel 35/11, § 1, van de wet van 12 april 1965Relevante gevonden documenten type wet prom. 12/04/1965 pub. 08/03/2007 numac 2007000126 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de bescherming van het loon der werknemers sluiten). Dergelijke kennis wordt bijvoorbeeld aangetoond wanneer de aanbestedende instantie bij een kennisgeving door de arbeidsinspectie overeenkomstig artikel 49/2 van het Sociaal Wetboek verwittigd wordt van de tewerkstelling van een of meerdere illegaal verblijvende onderdanen van derde landen. Het bewijs van deze kennis kan echter ook door eender welk ander rechtsmiddel worden geleverd. Dit kan een belangrijke impact hebben op de aanbestedende instantie omdat zij hoofdelijk aansprakelijk zal kunnen worden gesteld zonder beperking in de tijd (in tegenstelling tot een maximumduur van een jaar volgens het klassieke stelsel) in alle sectoren, zodra ze kennis heeft genomen (en niet langer na verloop van 14 werkdagen zoals in het klassieke stelsel) van de tewerkstelling van illegaal verblijvende onderdanen van derde landen, door de opdrachtnemer of een onderaannemer, voor prestaties geleverd in het kader van de uitvoering van de opdracht. Aanplakkingsplicht De aanbestedende instantie is ertoe gehouden een afschrift van de kennisgeving inzake illegale tewerkstelling die zij ontving vanwege de arbeidsinspectie, aan te plakken op de plaats waar de illegaal verblijvende onderdanen van derde landen de bedoelde prestaties hebben verricht, indien de betrokken werkgever de aanplakking niet reeds zou hebben verricht (artikel 35/12, tweede lid loonbeschermingswet). Op het niet-naleven van deze aanplakkingsplicht is een sanctie van niveau 2 bepaald in artikel 171/3 van het Sociaal Strafwetboek. Strafrechtelijke sanctie voor de aanbestedende instantie als opdrachtgever Artikel 175 van het Sociaal Strafwetboek voorziet in een bijkomende strafrechtelijke sanctie in geval van overtreding van het verbod op tewerkstelling van onderdanen van derde landen die illegaal verblijven. Er is gekozen voor een sanctie van niveau 4
(19). Enkel de sancties die zijn bepaald voor de aanbestedende instantie in haar hoedanigheid van opdrachtgever, worden hieronder verduidelijkt
(20). Het mechanisme is eenvoudig: de aanbestedende instantie zal kunnen worden bestraft vanaf het ogenblik dat ze kennis heeft van de tewerkstelling van illegaal verblijvende onderdanen van een derde land, wanneer de begane inbreuk voortduurt na deze kennisname. Opdat deze sanctie van toepassing zou zijn, moeten de werknemers uiteraard arbeidsprestaties leveren ten voordele van de aanbestedende instantie
(21). Daarbij moet worden opgemerkt dat sommige aanbestedende instanties van een strafrechtelijke immuniteit genieten
(22). Volgens een bepaalde rechtspraak kunnen mandatarissen en leidend ambtenaren evenwel strafrechtelijk aansprakelijk worden gesteld wanneer de rechtspersoon niet strafrechtelijk aansprakelijk kan worden gesteld. Vergoeding voor de kosten van repatriëring en forfaitaire vergoeding voor de kosten van huisvesting, verblijf en gezondheidszorg Overeenkomstig artikel 13 van de wet van 30 april 1999Relevante gevonden documenten type wet prom. 30/04/1999 pub. 21/05/1999 numac 1999012338 bron ministerie van tewerkstelling en arbeid Wet betreffende de tewerkstelling van buitenlandse werknemers sluiten betreffende de tewerkstelling van buitenlandse werknemers, worden aanbestedende instanties die zich schuldig maken aan een misdrijf bedoeld in artikel 175, § 3/3 van het Sociaal Strafwetboek, bovendien hoofdelijk aansprakelijk gehouden voor de betaling van de kosten van repatriëring, alsmede van een forfaitaire vergoeding voor de kosten van huisvesting, verblijf en gezondheidszorg van de betrokken buitenlandse werknemers en van de leden van hun gezin die onwettig in België verblijven (voor 2013 betrof het een forfaitair bedrag van 190 euro per persoon en per dag). Gelijkstelling met de werkgever Aanbestedende instanties die hoofdelijk aansprakelijk worden geacht voor de tewerkstelling van illegaal verblijvende onderdanen van derde landen, worden gelijkgesteld met de werkgever voor de toepassing van bepaalde artikelen van de wet van 12 april 1965Relevante gevonden documenten type wet prom. 12/04/1965 pub. 08/03/2007 numac 2007000126 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de bescherming van het loon der werknemers sluiten (artikel 35/8, derde lid, wet van 12 april 1965Relevante gevonden documenten type wet prom. 12/04/1965 pub. 08/03/2007 numac 2007000126 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de bescherming van het loon der werknemers sluiten). Het betreft meer bepaald een gelijkstelling voor de toepassing van de artikelen 3 tot 6, 10, 13 tot 16, 18 en 23 van de voormelde wet. Als gevolg hiervan zullen de aanbestedende instanties, bij elke betaling aan de betrokken werknemer, bijvoorbeeld een afrekening (loonfiche) moeten overhandigen, hetzij in papieren vorm, hetzij in elektronische vorm, overeenkomstig artikel 15 van de wet van 12 april 1965Relevante gevonden documenten type wet prom. 12/04/1965 pub. 08/03/2007 numac 2007000126 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de bescherming van het loon der werknemers sluiten. HOOFDSTUK IV. - De gevolgen van de toepassing van de in de vorige hoofdstukken toegelichte maatregelen op de uitvoering van opdrachten IV.1. Algemene impact De recente wijzigingen van de arbeidswetgeving leiden ertoe dat: 1° op de aanbestedende instanties ook een inhoudingsplicht op factuur rust wat de toezichts- en bewakingsdiensten betreft en de diensten in de vleesverwerkingssector, tenminste indien blijkt dat de opdrachtnemer sociale of fiscale schulden heeft;2° de aanbestedende instanties een passend gevolg zullen moeten geven aan de kennisgevingen die ze ontvangen van de arbeidsinspectie, willen zij vermijden hoofdelijke aansprakelijk gesteld te worden voor de loonschulden van opdrachtnemers en/of onderaannemers in de betreffende sectoren, rekening houdend met de gepaste maatregelen die werden genomen in de lagere keten van de aanneming;3° de aanbestedende instanties gepast zullen moeten reageren wanneer zij kennis hebben dat illegaal verblijvende onderdanen van derde landen worden tewerkgesteld in het kader van de uitvoering van een opdracht.Vanaf het moment dat zij deze kennis verkrijgen, worden ze immers hoofdelijk aansprakelijk voor de loonschulden van de illegaal tewerkgestelde werknemers. Bovendien zullen de aanbestedende instanties, tenminste zij die niet over een strafrechtelijke immuniteit beschikken, vervolgd kunnen worden. In principe zullen ze de opdracht dan ook moeten verbreken, tenzij indien zou blijken dat lager in de aannemingsketen reeds een contractverbreking is gebeurd. Let wel, in het kader van 2° en 3° dient de aanbestedende instantie in de hiernavolgende gevallen te vermijden verdere sanctionerende maatregelen te nemen, wanneer op grond van de aangevoerde verweermiddelen blijkt en bewezen wordt dat de opdrachtnemer of een onderaannemer lager in de aannemingsketen, al tot een nuttige contractverbreking is overgegaan, zodat het duidelijk is dat de inbreuk (zwaarwichtige niet-betaling van het loon of tewerkstelling van illegaal verblijvende onderdanen van derde landen) zich niet opnieuw kan voordoen, tenminste voor zover kan worden aangetoond dat het gaat om een reële en rechtmatige verbreking. Een contractverbreking in de onderaannemingsketen met de onderaannemer die verantwoordelijk is voor de illegale tewerkstelling of de zwaarwichtige onderverloning, zal immers de facto de ganse resterende keten beschermen met inbegrip van de aanbestedende instantie, aangezien het ook in dat geval uitgesloten is dat de inbreuk nog zou voortduren of dat nog nieuwe inbreuken kunnen worden vastgesteld ten aanzien van dezelfde onderaannemer. Indien dezelfde onderaannemer niettegenstaande de beweerde en door geen enkel bewijs ondersteunde verbreking in de praktijk echter toch zou blijven verderwerken, dan riskeert de aanbestedende instantie uiteraard alsnog aansprakelijk te worden gesteld. Vandaar dan ook dat de aanbestedende instantie er goed aan doet alle bewijzen van de contractverbreking op te vragen en te controleren. Indien de aanbestedende instantie op die manier een bewijs verkrijgt waaruit de effectieve contractverbreking blijkt, zou het wellicht excessief zijn om in dat geval toch nog tot een ambtshalve maatregel of het verbreken van de opdracht wegens beroepsfout over te gaan. Het valt niet uit te sluiten dat het nemen van deze maatregelen door de rechtbanken in dat geval zelfs zou worden gesanctioneerd. Ook wanneer bewezen wordt dat de tekortkomingen binnen de verweermiddelentermijn van de opdrachtnemer worden hersteld, meer bepaald de betreffende werknemers alsnog werden uitbetaald, kan de aanbestedende instantie ervoor kiezen geen verdere maatregelen te nemen. In dat geval valt het risico op hoofdelijke aansprakelijkheid voor loonschulden evenwel niet helemaal te ontlopen. Meer bepaald zou de aanbestedende instantie kunnen worden aangemaand om tot betaling van bepaalde loonschulden over te gaan, volgens het hierboven beschreven mechanisme. Ingevolge de werking van artikel 12 van het koninklijk besluit van 14 januari 2013Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 14/01/2013 pub. 14/02/2013 numac 2013021005 bron federale overheidsdienst kanselarij van de eerste minister Koninklijk besluit tot bepaling van de algemene uitvoeringsregels van de overheidsopdrachten en van de concessies voor openbare werken type koninklijk besluit prom. 14/01/2013 pub. 27/03/2013 numac 2012012169 bron federale overheidsdienst werkgelegenheid, arbeid en sociaal overleg Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 27 september 2011, gesloten in het Paritair Subcomité voor het bedrijf der grind- en zandgroeven welke in openlucht geëxploiteerd worden in de provincies Antwerpen, West-Vlaanderen, Oost-Vlaanderen, Limburg en Vlaams-Brabant, betreffende de wijziging van de collectieve arbeidsovereenkomst van 26 juni 2001 betreffende het klein verlet, de betaling van bepaalde wettelijke feestdagen, de vaststelling van de gegevens die de afrekening moet bevatten, welke bij elke definitieve betaling van het loon aan de werkgever overhandigd wordt, de sociale, economische en technische vorming van de vertegenwoordigers van de arbeiders en arbeidsters type koninklijk besluit prom. 14/01/2013 pub. 27/03/2013 numac 2012012170 bron federale overheidsdienst werkgelegenheid, arbeid en sociaal overleg Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 27 september 2011, gesloten in het Paritair Subcomité voor het bedrijf der grind- en zandgroeven welke in openlucht geëxploiteerd worden in de provincies Antwerpen, West-Vlaanderen, Oost-Vlaanderen, Limburg en Vlaams-Brabant, tot wijziging van de collectieve arbeidsovereenkomst van 3 juli 2003 betreffende de werkgeversbijdrage in de vervoerskosten voor de werknemers die geen gebruik maken van het openbaar vervoer, bestaanszekerheid, arbeidstijdverkorting in de sector witzandexploitaties type koninklijk besluit prom. 14/01/2013 pub. 27/03/2013 numac 2012012189 bron federale overheidsdienst werkgelegenheid, arbeid en sociaal overleg Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 27 september 2011, gesloten in het Paritair Subcomité voor het bedrijf der grind- en zandgroeven welke in openlucht geëxploiteerd worden in de provincies Antwerpen, West-Vlaanderen, Oost-Vlaanderen, Limburg en Vlaams-Brabant, tot wijziging van de collectieve arbeidsovereenkomst van 30 april 1987 tot oprichting van een fonds voor bestaanszekerheid en vaststelling van zijn statuten type koninklijk besluit prom. 14/01/2013 pub. 27/03/2013 numac 2012012165 bron federale overheidsdienst werkgelegenheid, arbeid en sociaal overleg Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 27 september 2011, gesloten in het Paritair Subcomité voor het bedrijf der grind- en zandgroeven welke in openlucht geëxploiteerd worden in de provincies Antwerpen, West-Vlaanderen, Oost-Vlaanderen, Limburg en Vlaams-Brabant, betreffende de tewerkstelling van personen behorende tot de risicogroepen in de witzandexploitaties type koninklijk besluit prom. 14/01/2013 pub. 27/03/2013 numac 2012012166 bron federale overheidsdienst werkgelegenheid, arbeid en sociaal overleg Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 27 september 2011, gesloten in het Paritair Subcomité voor het bedrijf der grind- en zandgroeven welke in openlucht geëxploiteerd worden in de provincies Antwerpen, West-Vlaanderen, Oost-Vlaanderen, Limburg en Vlaams-Brabant, betreffende het conventioneel brugpensioen op 56 jaar in de witzandexploitaties type koninklijk besluit prom. 14/01/2013 pub. 27/03/2013 numac 2012012167 bron federale overheidsdienst werkgelegenheid, arbeid en sociaal overleg Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 6 juli 2011, gesloten in het Paritair Subcomité voor het bedrijf der grind- en zandgroeven welke in openlucht geëxploiteerd worden in de provincies Antwerpen, West-Vlaanderen, Oost-Vlaanderen, Limburg en Vlaams-Brabant, betreffende de uitzendarbeid in de grind- en zandexploitaties, de witzandexploitaties uitgezonderd sluiten, zal zij ec