19 APRIL 2014. - Wet houdende invoeging van boek VII "Betalings- en kredietdiensten" in het Wetboek van economisch recht, houdende invoeging van de definities eigen aan boek VII en van de straffen voor de inbreuken op boek VII, in de boeken I en XV van het Wetboek van economisch recht en houdende diverse andere bepalingen
(1)FILIP, Koning der Belgen, Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet. De Kamers hebben aangenomen en Wij bekrachtigen hetgeen volgt : HOOFDSTUK I. - Algemene bepaling Artikel 1.Deze wet regelt een aangelegenheid als bedoeld in artikel 78 van de Grondwet. HOOFDSTUK II. - Het Wetboek van economisch recht Art. 2.In boek I, titel 2, van het Wetboek van economisch recht, wordt een hoofdstuk 5 ingevoegd, luidende : "HOOFDSTUK 5. - Definities eigen aan boek VII Art. I. 9. Voor de toepassing van boek VII gelden de volgende definities : 1° betalingsdienst : elke dienst, te koop aangeboden in het raam van een bedrijfsactiviteit, als hierna vermeld :
- a)diensten waarbij de mogelijkheid wordt geboden contanten op een betaalrekening te plaatsen alsook alle verrichtingen die voor het beheren van een betaalrekening vereist zijn;
- b)diensten waarbij de mogelijkheid wordt geboden contanten van een betaalrekening op te nemen alsook alle verrichtingen die voor het beheren van een betaalrekening vereist zijn;
- c)uitvoering van betalingstransacties, met inbegrip van de overmaking van geldmiddelen op een betaalrekening bij de betalingsdienstaanbieder van de gebruiker of bij een andere betalingsdienstaanbieder : - uitvoering van domiciliëringen; - uitvoering van betalingstransacties via een betaalinstrument; - uitvoering van overschrijvingen, met inbegrip van doorlopende betalingsopdrachten;
- d)uitvoering van betalingstransacties waarbij de geldmiddelen zijn gedekt door een krediet die aan de betalingsdienstgebruiker wordt verstrekt : - uitvoering van domiciliëringen; - uitvoering van betalingstransacties via een betaalinstrument; - uitvoering van overschrijvingen, met inbegrip van doorlopende betalingsopdrachten;
- e)uitgifte van en/of aanvaarding van betaalinstrumenten;
- f)geldtransfers;
- g)uitvoering van betalingstransacties waarbij de instemming van de betaler met een betalingstransactie wordt doorgegeven met behulp van een telecommunicatie-, digitaal- of informatica-instrument en de betaling rechtstreeks geschiedt aan de beheerder van de telecommunicatiediensten, het informaticasysteem of het netwerk, die louter optreedt als tussenpersoon tussen de betalingsdienstgebruiker en de persoon die de goederen levert of de diensten verricht;2° betalingsdienstaanbieder : iedere rechtspersoon die betalingsdiensten verstrekt aan een betalingsdienstgebruiker en beantwoordt aan de kenmerken van een van de hierna opgesomde instellingen :
- a)de kredietinstellingen bedoeld in artikel 1, tweede lid, van de wet van 22 maart 1993 op het statuut en het toezicht op de kredietinstellingen;
- b)de instellingen voor elektronisch geld bedoeld in artikel 4, 31°, van de wet van 21 december 2009Relevante gevonden documenten type wet prom. 20/07/2001 pub. 24/07/2001 numac 2001009636 bron ministerie van justitie Wet tot wijziging van artikel 186bis van het Gerechtelijk Wetboek sluiten1;
- c)de naamloze vennootschap van publiek recht bpost;
- d)betalingsinstellingen : de rechtspersonen die gemachtigd zijn betalingsdiensten aan te bieden en uit te voeren overeenkomstig de wet van 21 december 2009Relevante gevonden documenten type wet prom. 20/07/2001 pub. 24/07/2001 numac 2001009636 bron ministerie van justitie Wet tot wijziging van artikel 186bis van het Gerechtelijk Wetboek sluiten1;
- e)de Nationale Bank van België en de Europese Centrale Bank, wanneer zij niet handelen in hun hoedanigheid van monetaire- of andere publieke autoriteit;
- f)de Belgische federale, regionale en lokale overheden voor zover zij krachtens de wetgeving die hun opdrachten regelt en/of hun statuten hiertoe gemachtigd zijn en zij niet handelen in hun hoedanigheid van publieke autoriteit. De persoon die als gewoon beroep of bedrijf betalingsdiensten verstrekt aan betalingsdienstgebruikers of elektronisch geld levert aan een houder van elektronisch geld zonder hiertoe over de nodige vergunning of toelating te beschikken blijft niettemin onderworpen aan de dwingende bepalingen van deze wet; 3° betalingsdienstgebruiker : de natuurlijke of rechtspersoon die in de hoedanigheid van betaler, begunstigde of beide van een betalingsdienst gebruikmaakt;4° betaler : de natuurlijke of rechtspersoon die houder is van een betaalrekening en een betalingstransactie vanaf die betaalrekening toestaat, of de natuurlijke of rechtspersoon die bij het ontbreken van een betaalrekening, een betalingsopdracht geeft;5° begunstigde : de natuurlijke of rechtspersoon die de beoogde uiteindelijke ontvanger is van de geldmiddelen waarop een betalingstransactie betrekking heeft;6° betalingstransactie : een door de betaler of de begunstigde geïnitieerde handeling waarbij geldmiddelen worden gedeponeerd, overgemaakt of opgenomen, ongeacht of er onderliggende verplichtingen tussen de betaler en de begunstigde zijn;7° betalingsopdracht : door een betaler of begunstigde aan zijn betalingsdienstaanbieder gegeven instructie om een betalingstransactie uit te voeren;8° betaalrekening : een op naam van een of meer betalingsdienstgebruikers aangehouden rekening die voor de uitvoering van betalingstransacties wordt gebruikt;9° geldmiddelen : bankbiljetten en muntstukken, giraal geld en elektronisch geld zoals bedoeld in artikel 4, 11°, van de wet van 21 december 2009Relevante gevonden documenten type wet prom. 20/07/2001 pub. 24/07/2001 numac 2001009636 bron ministerie van justitie Wet tot wijziging van artikel 186bis van het Gerechtelijk Wetboek sluiten1;10° betaalinstrument : elk gepersonaliseerd instrument en/of geheel van procedures, overeengekomen tussen de betalingsdienstgebruiker en de betalingsdienstaanbieder, waarvan de betalingsdienstgebruiker gebruikmaakt om een betalingsopdracht te initiëren;11° authentificatie : een procedure die de betalingsdienstaanbieder in staat stelt het gebruik van een welbepaald betaalinstrument na te gaan met inbegrip van de gepersonaliseerde veiligheidskenmerken;12° unieke identificator : de door de betalingsdienstaanbieder aan de betalingsdienstgebruiker opgegeven combinatie van letters, nummers of symbolen, door laatstgenoemde te verstrekken om voor een betalingstransactie de andere betrokken betalingsdienstgebruiker en/of zijn betaalrekening ondubbelzinnig te identificeren;13° domiciliëring : een betalingsdienst voor het debiteren van de betaalrekening van een betaler, waarbij een betalingstransactie wordt geïnitieerd door de begunstigde op basis van een door de betaler aan de begunstigde, aan de betalingsdienstaanbieder van de begunstigde of aan de betalingsdienstaanbieder van de betaler verstrekte instemming;14° geldtransfer : een betalingsdienst waarbij, zonder opening van betaalrekeningen op naam van de betaler of de begunstigde, van een betaler geldmiddelen worden ontvangen met als enig doel het daarmee overeenstemmende bedrag over te maken aan een begunstigde of aan een andere, voor rekening van de begunstigde handelende betalingsdienstaanbieder, en/of waarbij dergelijke geldmiddelen voor rekening van de begunstigde worden ontvangen en aan de begunstigde beschikbaar worden gesteld;15° betalingssysteem : een systeem met formele en gestandaardiseerde procedures en gemeenschappelijke regels voor de verwerking, verrekening en/of afwikkeling van betalingstransacties dat toelaat geldmiddelen over te maken;16° raamcontract : een betalingsdienstencontract dat de toekomstige uitvoering regelt van afzonderlijke en opeenvolgende betalingstransacties en dat de verplichtingen en voorwaarden voor de opening van een betaalrekening kan omvatten;17° werkdag : een dag waarop de relevante betalingsdienstaanbieder van de betaler of de betalingsdienstaanbieder van de begunstigde die betrokken is bij de uitvoering van een betalingstransactie toegankelijk is voor de bij de uitvoering van een betalingstransactie vereiste werkzaamheden;18° valutadatum : het referentietijdstip dat door een betalingsdienstaanbieder wordt gebruikt voor de berekening van de interesten op de geldmiddelen waarmee een betaalrekening wordt gedebiteerd of gecrediteerd;19° referentiewisselkoers : de wisselkoers die als berekeningsgrondslag wordt gehanteerd bij een valutawissel en die door de betalingsdienstaanbieder beschikbaar wordt gesteld of afkomstig is van een bron die voor het publiek toegankelijk is;20° referentierentevoet : de rentevoet die als berekeningsgrondslag wordt gehanteerd voor het aanrekenen van interesten en die afkomstig is van een voor het publiek toegankelijke bron en door beide partijen bij een betalingsdienstencontract kan worden nagegaan;21° techniek voor communicatie op afstand : ieder middel dat, zonder gelijktijdige fysieke aanwezigheid van de betalingsdienstaanbieder en de betalingsdienstgebruiker, kan worden gebruikt voor het sluiten van een betalingsdienstencontract;22° duurzame drager : ieder hulpmiddel dat een persoon in staat stelt om persoonlijk aan hem gerichte informatie op te slaan op een wijze die deze informatie gemakkelijk toegankelijk maakt voor toekomstig gebruik gedurende een periode die is afgestemd op het doel waarvoor de informatie kan dienen, en die een ongewijzigde reproductie van de opgeslagen informatie mogelijk maakt;23° gepersonaliseerde veiligheidskenmerken : elk technisch middel toegewezen door een betalingsdienstaanbieder aan een bepaalde betalingsdienstgebruiker voor het gebruik van een betaalinstrument. Deze kenmerken, eigen aan de betalingsdienstgebruiker en onder zijn toezicht, laat toe om het gebruik van een welbepaald betaalinstrument na te gaan en beoogt de gebruiker te authentiseren; 24° agent : een natuurlijke of rechtspersoon die bij de uitvoering van betalingsdiensten voor rekening van een betalingsdienstaanbieder optreedt;25° bijkantoor : een bedrijfszetel die niet het hoofdkantoor is en die een onderdeel zonder rechtspersoonlijkheid vormt van een betalingsdienstaanbieder, van een kredietgever of van een kredietbemiddelaar en rechtstreeks, geheel of gedeeltelijk, de handelingen verricht die eigen zijn aan de werkzaamheden van een betalingsdienstaanbieder een kredietgever of een kredietbemiddelaar; verscheidene bedrijfszetels in eenzelfde lidstaat van een betalingsdienstaanbieder een kredietgever of een kredietbemiddelaar met hoofdkantoor in een andere lidstaat worden als één bijkantoor beschouwd; 26° elektronisch geld : elektronisch, met inbegrip van magnetisch, opgeslagen monetaire waarde vertegenwoordigd door een vordering op de uitgever, die is uitgegeven in ruil voor ontvangen geld om betalingstransacties te verrichten en die wordt aanvaard door een andere natuurlijke of rechtspersoon dan de uitgever van elektronisch geld;27° uitgever van elektronisch geld : een uitgever van elektronisch geld als bedoeld in artikel 4, 32° van de wet van 21 december 2009Relevante gevonden documenten type wet prom. 20/07/2001 pub. 24/07/2001 numac 2001009636 bron ministerie van justitie Wet tot wijziging van artikel 186bis van het Gerechtelijk Wetboek sluiten1;28° instelling voor elektronisch geld : een instelling voor elektronisch geld als bedoeld in artikel 4, 31°, van de wet van 21 december 2009Relevante gevonden documenten type wet prom. 20/07/2001 pub. 24/07/2001 numac 2001009636 bron ministerie van justitie Wet tot wijziging van artikel 186bis van het Gerechtelijk Wetboek sluiten1;29° houder van elektronisch geld : een natuurlijke of rechtspersoon die geld overhandigt aan een uitgever van elektronisch geld in ruil voor de uitgifte van elektronisch geld door die uitgever;30° wet van 21 december 2009Relevante gevonden documenten type wet prom. 20/07/2001 pub. 24/07/2001 numac 2001009636 bron ministerie van justitie Wet tot wijziging van artikel 186bis van het Gerechtelijk Wetboek sluiten1 : wet van 21 december 2009Relevante gevonden documenten type wet prom. 20/07/2001 pub. 24/07/2001 numac 2001009636 bron ministerie van justitie Wet tot wijziging van artikel 186bis van het Gerechtelijk Wetboek sluiten1 op het statuut van de betalingsinstellingen en van de instellingen voor elektronisch geld, de toegang tot het bedrijf van betalingsdienstaanbieder en tot de activiteit van uitgifte van elektronisch geld en de toegang tot betalingssystemen;31° overschrijving : een betalingsdienst voor het crediteren van de betaalrekening van een begunstigde met een betalingstransactie of een reeks betalingstransacties van een betaalrekening van een betaler door de betalingsdienstaanbieder die de betaalrekening van de betaler beheert, op basis van een door de betaler gegeven instructie;32° Verordening (EG) nr.924/2009 : Verordening (EG) nr. 924/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 16 september 2009 betreffende grensoverschrijdende betalingen in de Gemeenschap en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 2560/2001; 33° Verordening (EU) nr.260/2012 : Verordening (EU) nr. 260/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 14 maart 2012 tot vaststelling van technische en bedrijfsmatige vereisten voor overmakingen en automatische afschrijvingen in euro en tot wijziging van Verordening (EG) nr. 924/2009; 34° kredietgever : elke natuurlijke persoon of elke rechtspersoon die, in het raam van zijn handels- of beroepsactiviteiten, een krediet toestaat, met uitzondering van de persoon die een kredietovereenkomst aanbiedt of sluit wanneer deze overeenkomst het voorwerp uitmaakt van een onmiddellijke overdracht of indeplaatsstelling ten gunste van een vergunninghoudende of geregistreerde kredietgever aangewezen in de overeenkomst;35° kredietbemiddelaar : een natuurlijke persoon of rechtspersoon die niet optreedt als kredietgever en die in het raam van zijn bedrijfs- of beroepsactiviteiten tegen een vergoeding in de vorm van geld of een ander overeengekomen economisch voordeel :
- a)aan consumenten kredietovereenkomsten voorstelt of aanbiedt;
- b)consumenten anderszins dan onder
- a)bedoeld, bijstaat bij de voorbereiding van het sluiten van kredietovereenkomsten;
- c)namens de kredietgever met consumenten kredietovereenkomsten sluit. Wordt hiermee gelijkgesteld de persoon die kredietovereenkomsten aanbiedt of toestaat wanneer deze overeenkomsten het voorwerp uitmaken van een onmiddellijke overdracht of indeplaatsstelling ten gunste van een andere vergunninghoudende of geregistreerde kredietgever aangewezen in de overeenkomst; 36° verbonden agent : een kredietbemiddelaar die handelt voor rekening van en onder de volle en onvoorwaardelijke verantwoordelijkheid van :
- a)slechts één kredietgever;
- b)slechts één groep van kredietgevers, of
- c)een aantal kredietgevers of groepen die niet de meerderheid van de markt vertegenwoordigen;37° kredietmakelaar : de kredietbemiddelaar die geen verbonden agent is;38° groep : groep kredietgevers die geconsolideerd moeten worden voor de opstelling van de geconsolideerde jaarrekening als omschreven in Richtlijn 2013/34/EU van het Europees Parlement en de Raad van 26 juni 2013 betreffende de jaarlijkse financiële overzichten, geconsolideerde financiële overzichten en aanverwante verslagen van bepaalde ondernemingsvormen;39° kredietovereenkomst : elke overeenkomst waarbij een kredietgever een krediet verleent of toezegt aan een consument, in de vorm van uitstel van betaling, van een lening, of van elke andere gelijkaardige betalingsregeling;40° kredietaanbod : de definitieve uitdrukking van de wil van de kredietgever die door de consument enkel nog moet worden aanvaard opdat de overeenkomst zou zijn gesloten;41° totale kosten van het krediet voor de consument : alle kosten die de consument moet betalen in verband met de kredietovereenkomst en die de kredietgever bekend zijn, met uitzondering van de notariskosten. Zijn hierin onder meer begrepen :
- a)de debetrente;
- b)commissielonen en/of vergoedingen die de kredietbemiddelaar ontvangt voor zijn bemiddeling;
- c)belastingen;
- d)vergoedingen van welke aard ook, onder meer, onderzoekskosten, kosten voor het samenstellen van het dossier en het raadplegen van de bestanden, kosten van beheer, administratie en inning, alle kaartkosten behoudens hetgeen onder
- f)wordt bedoeld;
- e)de kosten betreffende nevendiensten die verbonden zijn aan de kredietovereenkomst, onder meer verzekeringspremies, indien het sluiten van deze dienstenovereenkomst verplicht is om het krediet zelf te verkrijgen of tegen de commerciële bedingen en voorwaarden waaronder het verhandeld wordt;
- f)de kosten voor het beheer van een rekening, waaronder een betaalrekening, verbonden aan een kredietovereenkomst waarop zowel betalingsverrichtingen als kredietopnemingen worden geboekt, de kosten voor het gebruik van een betaalinstrument waarmee zowel betalingen als kredietopnemingen kunnen worden verricht en de overige kosten voor deze betalingstransacties, tenzij de opening van de rekening facultatief is en de kosten voor deze rekening duidelijk en afzonderlijk in de kredietovereenkomst of een andere met de consument gesloten overeenkomst zijn vastgesteld. De totale kosten van het krediet voor de consument omvatten niet :
- a)kosten en vergoedingen die de consument moet betalen wegens niet naleving van een in de kredietovereenkomst opgenomen verbintenis;
- b)de andere kosten dan de aankoopprijs die de consument bij het verwerven van goederen of diensten in elk geval moet betalen, ook indien contant wordt betaald;42° jaarlijkse kostenpercentage : het percentage dat de gelijkheid uitdrukt op jaarbasis, van de geactualiseerde waarden van het geheel van de verbintenissen van de kredietgever (kredietopnemingen) en de consument (aflossingen en totale kosten van het krediet voor de consument), bestaand of toekomstig, en die berekend wordt aan de hand van de elementen die de Koning aanduidt en op de wijze die Hij bepaalt;43° reclame : iedere mededeling als bedoeld in artikel I.8, 13° ; 44° debetrentevoet : de rentevoet, uitgedrukt op jaarbasis en toegepast in een vast of veranderlijk percentage op het gedeelte van het kapitaal dat is opgenomen en berekend aan de hand van de elementen die de Koning, bij een in Ministerraad overlegd besluit, aanduidt en op de wijze die Hij bepaalt, desgevallend met inbegrip van de berekeningsmethode van de hieraan verbonden nalatigheidsinteresten;45° vaste debetrentevoet : de debetrentevoet voorzien door een bepaling in de kredietovereenkomst waarbij de kredietgever en de consument voor de volledige duur van de kredietovereenkomst een enkele debetrentevoet of voor deeltermijnen verschillende debetrentevoeten overeenkomen waarvoor uitsluitend een vast specifiek percentage wordt gebruikt;46° verkoop op afbetaling : elke kredietovereenkomst, ongeacht de benaming of de vorm, welke normaal leidt tot de verkrijging van goederen of levering van diensten, verkocht door de kredietgever of de kredietbemiddelaar bedoeld in 35°, c), laatste zin, en waarvan de prijs betaald wordt door middel van periodieke stortingen;47° financieringshuur : elke kredietovereenkomst, ongeacht de benaming of de vorm, waarbij de ene partij zich ertoe verbindt de andere het genot van een lichamelijk roerend goed te verschaffen tegen een bepaalde prijs, die de laatstgenoemde zich verbindt periodiek te betalen en waarin, eveneens expliciet of stilzwijgend, een koopaanbod is vervat.Voor de toepassing van deze wet wordt de verhuurder beschouwd als kredietgever, of de kredietbemiddelaar bedoeld in 35°, c), laatste zin; 48° lening op afbetaling : elke kredietovereenkomst, ongeacht de benaming of de vorm, waarbij geld of een ander betaalmiddel ter beschikking wordt gesteld van een consument, die zich ertoe verbindt de lening terug te betalen door periodieke stortingen;49° kredietopening : elke kredietovereenkomst, ongeacht de benaming of de vorm, waarbij koopkracht, geld of gelijk welk ander betaalmiddel ter beschikking wordt gesteld van de consument, die ervan gebruik kan maken door een of meerdere kredietopnemingen te verrichten onder meer met behulp van een betaalinstrument of op een andere wijze, en die zich ertoe verbindt terug te betalen volgens de overeengekomen voorwaarden. Als het niet mogelijk is om een wederopneming te doen tenzij mits een voorafgaand akkoord met de kredietgever of mits de naleving van andere voorwaarden dan degene die initieel waren overeengekomen, dan wordt deze wederopneming beschouwd als een nieuwe kredietovereenkomst; 50° kredietovereenkomst op afstand : elke kredietovereenkomst gesloten overeenkomstig artikel I.8, 15° van dit Wetboek; 51° geoorloofde debetstand op een rekening : een uitdrukkelijke kredietopening waarbij een kredietgever een consument de mogelijkheid biedt bedragen op te nemen die het beschikbare tegoed op de hiermee verbonden betaalrekening te boven gaan;52° overschrijding : een stilzwijgend aanvaarde debetstand waarbij een kredietgever een consument de mogelijkheid biedt bedragen op te nemen die het beschikbare tegoed op zijn betaalrekening of de overeengekomen geoorloofde debetstand op een rekening van de consument te boven gaan;53° hypothecair krediet : het krediet bestemd voor het financieren van het verwerven of behouden van onroerende zakelijke rechten, toegekend aan een consument, en dat :
- a)hetzij gewaarborgd wordt door een hypotheek of een voorrecht op onroerend goed of door de inpandgeving van een op dezelfde wijze gewaarborgde schuldvordering,
- b)hetzij een schuldvordering uitmaakt die voortspruit uit de indeplaatsstelling van één of meer derde personen in de rechten van een schuldeiser die bevoorrecht is op een onroerend goed,
- c)hetzij bedongen werd met het recht een hypothecaire waarborg te eisen, zelfs indien dit recht in een afzonderlijke akte bedongen is,
- d)hetzij een garantiekrediet waarbij aan de borg of garant een hypothecaire waarborg wordt toegekend;54° consumentenkrediet : het krediet dat, ongeacht de benaming of de vorm, wordt verstrekt aan een consument en dat geen hypothecair krediet uitmaakt;55° schuldbemiddeling : de dienstverlening, met uitsluiting van het sluiten van een kredietovereenkomst, met het oog op het totstandbrengen van een regeling omtrent de wijze van betaling van de schuldenlast die geheel of ten dele uit een of meer kredietovereenkomsten voortvloeit;56° verwerking van gegevens : de verwerking van persoonsgegevens omschreven in artikel 1, § 2, van de wet van 8 december 1992 tot bescherming van de persoonlijke levenssfeer ten opzichte van de verwerking van persoonsgegevens;57° bestand : het bestand, omschreven in artikel 1, § 3, van de wet van 8 december 1992 tot bescherming van de persoonlijke levenssfeer ten opzichte van de verwerking van persoonsgegevens;58° verantwoordelijke voor de verwerking : de verantwoordelijke voor de verwerking omschreven in artikel 1, § 4, van de wet van 8 december 1992 tot bescherming van de persoonlijke levenssfeer ten opzichte van de verwerking van persoonsgegevens;59° vestiging van de kredietgever of van de kredietbemiddelaar : de plaatsen waar hij gewoonlijk zijn bedrijf uitoefent of de vestiging van een andere kredietgever of kredietbemiddelaar;60° kapitaal : de schuld in hoofdsom die het voorwerp uitmaakt van de kredietovereenkomst. Voor de geoorloofde debetstanden op een rekening en de overschrijdingen zonder regeling voor gespreide terugbetaling van de hoofdsom : het door de consument opgenomen bedrag, vermeerderd met de vervallen debetintresten en, in het geval van eenvoudige betalingsachterstand zoals bedoeld in artikel VII.106, § 2, vervallen nalatigheidsinteresten op het bedrag van de overschrijding; 61° aflossing van het kapitaal : de wijze van terugbetaling van het kapitaal waarbij de consument zich verbindt tijdens de looptijd van het krediet stortingen te doen die het kapitaal onmiddellijk met de overeenkomstige som verminderen;62° wedersamenstelling van kapitaal : de wijze van terugbetaling van het kapitaal waarbij de consument de verbintenis aangaat om, tijdens de looptijd van de kredietovereenkomst, stortingen te doen die, alhoewel contractueel aangewend voor de terugbetaling van het kapitaal, niet onmiddellijk een overeenkomstige bevrijding tegenover de kredietgever meebrengen.Zij komen slechts in mindering van het kapitaal op de tijdstippen en volgens de voorwaarden die in de overeenkomst of door dit boek bepaald worden; 63° verschuldigd blijvende saldo : het bedrag dat moet gestort worden om het opgenomen kapitaal af te lossen, weder samen te stellen of terug te betalen;64° gelieerde kredietovereenkomst : een kredietovereenkomst waarbij geldt dat :
- a)het betreffende krediet uitsluitend dient ter financiering van een overeenkomst voor het verwerven van een bepaald goed of de verrichting van een bepaalde dienst, en
- b)die twee overeenkomsten objectief gezien een commerciële eenheid vormen.Een commerciële eenheid wordt geacht te bestaan indien de leverancier of de dienstenaanbieder zelf het krediet van de consument financiert of, in het geval van financiering door een derde, indien de kredietgever bij het voorbereiden of sluiten van de kredietovereenkomst gebruik maakt van de diensten van de leverancier of dienstenaanbieder, dan wel indien bepaalde goederen of de levering van een bepaalde dienst uitdrukkelijk worden vermeld in de kredietovereenkomst; 65° kredietbedrag : het plafond of de som van alle bedragen die op grond van een kredietovereenkomst beschikbaar worden gesteld;66° totale door de consument te betalen bedrag : de som van het kredietbedrag en de totale kosten van het krediet voor de consument, met inbegrip van de te betalen residuele waarde van het goed bij het lichten van de koopoptie in geval van financieringshuur;67° FSMA : de Autoriteit voor Financiële Diensten en Markten zoals bedoeld in artikel 44 van de wet van 2 augustus 2002Relevante gevonden documenten type wet prom. 02/08/2002 pub. 20/11/2002 numac 2002009820 bron federale overheidsdienst justitie Wet betreffende de misleidende en vergelijkende reclame, de onrechtmatige bedingen en de op afstand gesloten overeenkomsten inzake de vrije beroepen sluiten;68° Bank : de Nationale Bank van België; 69° Centrale : de Centrale voor Kredieten aan Particulieren belast met de opdrachten als bedoeld in artikel VII.127; 70° nevendienst : een dienst aangeboden aan de consument in samenhang met de kredietovereenkomst of de betalingsdienst;71° kredietinstelling : de kredietinstelling als bedoeld in artikel 1, tweede lid, van de wet van 22 maart 1993 op het statuut van en het toezicht op de kredietinstellingen;72° verzekeringsonderneming : de onderneming bedoeld in artikel 2, § 1, van de wet van 9 juli 1975Relevante gevonden documenten type wet prom. 20/07/2001 pub. 24/07/2001 numac 2001009636 bron ministerie van justitie Wet tot wijziging van artikel 186bis van het Gerechtelijk Wetboek sluiten9 betreffende de controle der verzekeringsondernemingen;73° gereglementeerde onderneming : een onderneming zoals bedoeld in artikel 1, 7°, van het koninklijk besluit van 21 november 2005Relevante gevonden documenten type wet prom. 10/08/2001 pub. 25/09/2001 numac 2001011336 bron ministerie van economische zaken Wet betreffende de Centrale voor Kredieten aan Particulieren sluiten0 over het aanvullend groepstoezicht op kredietinstellingen, verzekeringsondernemingen, herverzekerings-ondernemingen, beleggingsondernemingen en beheervennootschappen van instellingen voor collectieve belegging in een financiële dienstengroep, en tot wijziging van het koninklijk besluit van 22 februari 1991 houdende het algemeen reglement betreffende de controle op de verzekeringsondernemingen en het koninklijk besluit van 12 augustus 1994 over het toezicht op geconsolideerde basis op kredietinstellingen;74° subagent : de natuurlijke of rechtspersoon die als kredietbemiddelaar handelt voor rekening van en onder de volledige en onvoorwaardelijke verantwoordelijkheid van slechts één kredietbemiddelaar;75° vestigingsakte" : het geheel van de authentieke en onderhandse akten en elk document dat bepalingen bevat die eenzelfde krediet regelen;76° lidstaat van herkomst :
- a)indien de kredietgever of kredietbemiddelaar een natuurlijk persoon is, de lidstaat waar hij zijn hoofdkantoor heeft;
- b)indien de kredietgever of kredietbemiddelaar een rechtspersoon is, de lidstaat waar zijn statutaire zetel is gevestigd of, indien deze rechtspersoon volgens zijn nationale recht geen statutaire zetel heeft, de lidstaat waar zijn hoofdkantoor is gevestigd.; 77° lidstaat van ontvangst : de lidstaat, die niet de lidstaat van herkomst is, waar de kredietgever of kredietbemiddelaar een bijkantoor heeft of diensten verricht;78° verantwoordelijke voor de distributie : elke natuurlijke persoon behorend tot de leiding van een kredietgever, een kredietbemiddelaar of elke werknemer in dienst van dergelijke persoon, die de facto de verantwoordelijkheid heeft op de kredietbemiddelingswerkzaamheid of hierop toezicht uitoefent;79° persoon die in contact staat met het publiek : de andere personen bij een kredietgever of een kredietbemiddelaar die, op welke wijze dan ook, in contact staan met het publiek met het oog op het voorstellen van kredietovereenkomsten of hierover informatie verstrekt;80° wet van 2 augustus 2002Relevante gevonden documenten type wet prom. 02/08/2002 pub. 20/11/2002 numac 2002009820 bron federale overheidsdienst justitie Wet betreffende de misleidende en vergelijkende reclame, de onrechtmatige bedingen en de op afstand gesloten overeenkomsten inzake de vrije beroepen sluiten : wet van 2 augustus 2002Relevante gevonden documenten type wet prom. 02/08/2002 pub. 20/11/2002 numac 2002009820 bron federale overheidsdienst justitie Wet betreffende de misleidende en vergelijkende reclame, de onrechtmatige bedingen en de op afstand gesloten overeenkomsten inzake de vrije beroepen sluiten betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten; 81° agenten in een nevenfunctie : de verkopers van goederen en diensten van niet-financiële aard die, bij wijze van nevenactiviteit en voor rekening van een of meer kredietgevers, als bemiddelaar inzake consumentenkrediet optreden." Art. 3.In hetzelfde Wetboek wordt een boek VII ingevoegd, luidende : "BOEK VII. - BETALINGS- EN KREDIETDIENSTEN TITEL 1. - Algemene principes Art. VII. 1. Dit boek beoogt voornamelijk de regeling van de betalingsdiensten en de kredietovereenkomsten. Het zet de bepalingen om van : 1° Richtlijn 2007/64/EG van het Europees Parlement en de Raad van 13 november 2007betreffende betalingsdiensten in de interne markt tot wijziging van de Richtlijnen 97/7/EG, 2002/65/EG, 2005/60/EG en 2006/48/EG, en tot intrekking van Richtlijn 97/5/EG;2° Richtlijn 2008/48/EG van het Europees Parlement en de Raad van 23 april 2008 inzake kredietovereenkomsten voor consumenten en tot intrekking van Richtlijn 87/102/EEG van de Raad;3° Verordening (EG) nr.924/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 16 september 2009 betreffende grensoverschrijdende betalingen in de Gemeenschap en tot intrekking van de Verordening (EG) nr. 2560/2001; 4° Richtlijn 2011/90/EU van de Commissie van 14 november 2011 tot wijziging van deel II van bijlage I bij Richtlijn 2008/48/EG van het Europees Parlement en de Raad betreffende de aanvullende hypothesen voor de berekening van het jaarlijkse kostenpercentage;5° Verordening (EU) nr.260/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 14 maart 2012 tot vaststelling van technische en bedrijfsmatige vereisten voor overmakingen en automatische afschrijvingen in euro en tot wijziging van Verordening (EG) nr. 924/2009. TITEL 2. - Toepassingsgebied Art. VII. 2. § 1. Titels 3 en 5 tot 7 van dit boek zijn van toepassing op betalingsdiensten, in de mate dat zowel de betalingsdienstaanbieder van de betaler als de betalingsdienstaanbieder van de begunstigde, of de enige bij de betalingstransactie betrokken betalingsdienstaanbieder in een lidstaat gevestigd is. Artikel VII. 47 is van toepassing op de betalingsdiensten, van zodra de betalingsdienstaanbieder van ofwel de betaler of de begunstigde in België gevestigd is. De artikelen VII. 35 en VII. 36 zijn eveneens van toepassing op de betalingsdiensten, van zodra de betalingsdienstaanbieder van de betaler in België is gevestigd. De Koning kan, bij een in Ministerraad overlegd besluit, rekening houdend met vergelijkbare wettelijke bepalingen toegepast in de overige lidstaten, de aard en de beschikbaarheid van de aangeboden betalingsdienst en de reële mogelijkheden voor de betalingsdienstaanbieders tot het verstrekken van bijkomende informatie, de lijst met artikelen opgesomd in het voorgaande lid geheel of gedeeltelijk uitbreiden tot de artikelen VII.4 tot VII.19, VII.21, § 1, VII.22, VII.24 tot VII.27, VII.29 tot VII.33, VII.39 tot VII.41, VII.48 en VII.55, § 1. Behoudens andersluidende bepalingen is dit boek van toepassing op de betalingsdiensten uitgevoerd in euro of in de valuta van een lidstaat buiten de eurozone. De artikelen VII.35 en VII.36 van dit boek zijn evenwel van toepassing op de betalingsdiensten ongeacht de gehanteerde valuta. Dit boek is ook van toepassing op de uitgifte en terugbetaalbaarheid van elektronisch geld door uitgevers van elektronisch geld. § 2. Titels 4 tot 7 van dit boek zijn van toepassing op de kredietovereenkomsten gesloten met een consument die in België zijn gewone verblijfplaats heeft, op voorwaarde dat 1° de kredietgever zijn commerciële of beroepsactiviteiten ontplooit in België, of 2° dergelijke activiteiten met ongeacht welke middelen richt op België of op verscheidene landen, met inbegrip van België, en de overeenkomst onder die activiteiten valt. Hoofdstuk 1 van titel 4 is enkel van toepassing op het consumentenkrediet. Hoofdstuk 2 van titel 4 is enkel van toepassing op het hypothecair krediet. Hoofdstuk 2 van titel 5 is enkel van toepassing op het consumentenkrediet. Hoofdstuk 3 van titel 5 is enkel van toepassing op het hypothecair krediet. § 3. Niettegenstaande de bepalingen van §§ 1 en 2 kunnen partijen, overeenkomstig artikel 3 van Verordening (EG) nr. 593/2008 van het Europees Parlement en de Raad van 17 juni 2008 inzake het recht dat van toepassing is op verbintenissen uit overeenkomst (Rome I), het recht kiezen dat van toepassing is op een overeenkomst die voldoet aan de voorwaarden van artikel 6, lid 1 van deze Verordening. Deze keuze mag er evenwel niet toe leiden dat de consument de bescherming verliest welke hij geniet op grond van bepalingen waarvan niet bij overeenkomst kan worden afgeweken volgens de toepasselijke Belgische regelgeving bij gebreke van rechtskeuze. § 4. Onverminderd de bepalingen van de artikelen VII. 26, VII. 54 en VII. 194 tot VII. 208, is elk met de bepalingen van dit boek en van zijn uitvoeringsbesluiten strijdig beding verboden en nietig van rechtswege voor zover het ertoe strekt de rechten van de consument of van de betalingsdienstgebruiker in te perken of zijn verplichtingen te verzwaren. Onverminderd de bepalingen van artikelen VII.54 zijn elk van de bedingen en voorwaarden of de combinaties van bedingen en voorwaarden verboden en nietig van rechtswege voor zover die ertoe strekken de bewijslast voor de naleving van alle of een deel van de in dit boek bedoelde verplichtingen die rusten op de betalingsdienstaanbieder, de kredietgever of de kredietbemiddelaar, op de betalingsdienstgebruiker of de consument te leggen. Het komt aan de kredietgever toe het bewijs te leveren dat hij heeft voldaan aan de verplichtingen inzake kredietwaardigheidsbeoordeling, bedoeld in de artikelen VII.69, VII.75 en VII.77, van de consument en desgevallend van de steller van een persoonlijke zekerheid. Art. VII. 3. § 1. Dit boek is niet van toepassing op : 1° betalingstransacties die uitsluitend in contanten, rechtstreeks door de betaler aan de begunstigde worden verricht, zonder enige tussenkomst;2° betalingstransacties die door de betaler aan de begunstigde worden uitgevoerd via een handelsagent die gemachtigd is om voor rekening van de betaler of de begunstigde de verkoop of aankoop van goederen of diensten tot stand te brengen of te sluiten;3° beroepsmatig fysiek transport van bankbiljetten en muntstukken, inclusief ophaling, verwerking en levering;4° betalingstransacties die bestaan in de niet-beroepsmatige ophaling en levering van contanten in het kader van een activiteit zonder winstoogmerk of voor liefdadigheidsdoeleinden;5° diensten waarbij contanten door de begunstigde aan de betaler worden verstrekt als onderdeel van een betalingstransactie op uitdrukkelijk verzoek van de betalingsdienstgebruiker vlak voor de uitvoering van een betalingstransactie in de vorm van een betaling voor de aankoop van goederen of diensten;6° geldwisseltransacties, dat wil zeggen uitwisseling van contanten waarbij de geldmiddelen niet op een betaalrekening worden aangehouden;7° betalingstransacties die zijn gebaseerd op een van de volgende documenten die door een betalingsdienstaanbieder zijn uitgegeven met de bedoeling geldmiddelen beschikbaar te stellen aan de begunstigde :
- a)een papieren cheque bedoeld in artikel 1 van de wet van 1 maart 1961 betreffende de invoering in de nationale wetgeving van de eenvormige wet op de cheque en de inwerkingtreding van deze wet, of iedere andere gelijkaardige vorm van papieren cheque, zoals de postcheque bedoeld in de wet van 2 mei 1956 op de postcheque, een circulaire cheque of enige andere titel die, ongeacht de benaming, dezelfde rechtsgevolgen met zich meebrengt;
- b)een papieren wisselbrief bedoeld in artikel 1 van de wet van 31 december 1955 op de gecoördineerde wetten op wisselbrieven en orderbriefjes en iedere gelijkaardige vorm van papieren wisselbrief die, ongeacht de benaming, dezelfde rechtsgevolgen met zich meebrengt;
- c)een papieren tegoedbon waaronder een papieren dienstencheque zoals bedoeld in artikel 2, 1°, van de wet van 20 juli 2001Relevante gevonden documenten type wet prom. 20/07/2001 pub. 24/07/2001 numac 2001009636 bron ministerie van justitie Wet tot wijziging van artikel 186bis van het Gerechtelijk Wetboek sluiten tot bevordering van buurtdiensten en -banen, en papieren maaltijdcheques;
- d)een papieren reischeque;
- e)een papieren postwissel uitgegeven en/of betaald in speciën aan een loket van een postkantoor of in een ander postaal servicepunt;8° betalingstransacties die worden uitgevoerd binnen een betalings- of een effectenafwikkelingssysteem of tussen afwikkelingsagenten, centrale tegenpartijen, verrekenkamers en/of centrale banken en andere deelnemers van het systeem, en betalingsdienstaanbieders, onverminderd het bepaalde bij artikel 49 van de wet van 21 december 2009Relevante gevonden documenten type wet prom. 20/07/2001 pub. 24/07/2001 numac 2001009636 bron ministerie van justitie Wet tot wijziging van artikel 186bis van het Gerechtelijk Wetboek sluiten1;9° betalingstransacties in verband met dienstverlening op effecten, met inbegrip van uitkeringen van dividend, inkomsten en dergelijke, en aflossing en verkoop, uitgevoerd door personen als bedoeld onder 8° of door beleggingsondernemingen, kredietinstellingen, instellingen voor collectieve belegging of vermogensbeheerders die beleggingsdiensten aanbieden, alsmede andere instellingen aan welke bewaarneming van financiële instrumenten is toegestaan;10° door technische dienstverleners verrichte diensten die de aanbieding van betalingsdiensten ondersteunen zonder dat de betrokken dienstverleners op enig moment in het bezit komen van de over te maken geldmiddelen, met inbegrip van verwerking en opslag van gegevens, diensten ter bescherming van het vertrouwen en het privéleven, authentificatie van gegevens en entiteiten, aanbieding van informatietechnologie (IT)- en communicatienetwerken, alsook aanbieding en onderhoud van voor betalingsdiensten gebruikte automaten en instrumenten;11° diensten gebaseerd op betaalinstrumenten die kunnen worden gebruikt om, louter in de door de uitgevende instelling gebruikte bedrijfsgebouwen of uit hoofde van een handelsovereenkomst met de uitgevende instelling, hetzij binnen een beperkt netwerk van dienstverleners, hetzij voor een beperkte reeks goederen en diensten, goederen en diensten te verkrijgen, en waarbij : - deze betaalinstrumenten niet - rechtstreeks of onrechtstreeks - verbonden zijn aan een kredietovereenkomst, of - in geval het een betaalinstrument betreft waarop elektronisch geld kan worden op- of ontladen, er aan de hand van dit instrument geen rechtstreekse toegang mogelijk is tot een betaalrekening die gehanteerd wordt voor het op- of ontladen;12° betalingstransacties uitgevoerd via een telecommunicatie-, digitaal of IT-instrument, wanneer de gekochte goederen of diensten geleverd worden aan, en gebruikt moeten worden via, een telecommunicatie-, digitaal of IT-instrument, mits de telecommunicatie-, digitale of IT-exploitant niet uitsluitend als intermediair optreedt tussen de betalingsdienstgebruiker en de leverancier van de goederen en diensten;13° betalingstransacties die worden uitgevoerd tussen betalingsdienstaanbieders, hun agenten of bijkantoren, voor eigen rekening;14° betalingstransacties tussen een moederonderneming en haar dochteronderneming of tussen dochternemingen van dezelfde moederonderneming, waarbij geen andere betalingsdienstaanbieder dan een tot dezelfde groep behorende onderneming tussenkomt; 15° diensten van aanbieders bestaande uit het opnemen van contanten via geldautomaten namens een of meer kaartuitgevers die geen partij zijn bij het raamcontract met de cliënt die geld van een betaalrekening opneemt, mits die aanbieders geen andere betalingsdiensten uitvoeren zoals opgesomd in artikel I.9, 1°. § 2. Dit boek is niet van toepassing op : 1° de verzekeringsovereenkomsten alsook de overeenkomsten voor doorlopende dienstverlening en doorlopende levering van dezelfde goederen, waarbij de consument, zolang de diensten of goederen worden geleverd, de kosten daarvan in termijnen betaalt;2° de huurovereenkomsten waarbij noch in het contract zelf noch bij afzonderlijke overeenkomst een verplichting is voorzien om het goed te kopen.Dergelijke verplichting wordt geacht te bestaan indien de verhuurder hiertoe eenzijdig beslist; 3° de consumentenkredietovereenkomsten zonder interest waarbij het opgenomen krediet binnen een termijn van twee maanden wordt terugbetaald en de kredietgever kosten vraagt die lager zijn dan 4,17 euro op maandbasis.Die kosten omvatten de kosten bedoeld in artikel I. 9, 41°, zo nodig berekend op basis van de elementen bedoeld in artikel I. 9, 42°. Het drempelbedrag wordt geïndexeerd op 1 januari van elk jaar op basis van de volgende formule : 4,17 euro vermenigvuldigd met de nieuwe index en gedeeld door de aanvangsindex. De nieuwe index is de index van de consumptieprijzen van de maand december van het vorige jaar en de aanvangsindex is de index van de consumptieprijzen van de maand december 2010. Het geïndexeerde bedrag wordt afgerond overeenkomstig de regelen die gelden voor de afronding van de debetrentevoet op grond van artikel I.9, 44°. De Koning kan het bedrag van deze drempel wijzigen; 4° de consumentenkredietovereenkomsten die het resultaat zijn van een schikking voor de rechter of een andere daartoe van overheidswege bevoegde instantie;5° de overeenkomsten van huwelijksbemiddeling die onder de toepassing vallen van de wet van 9 maart 1993 ertoe strekkende de exploitatie van huwelijksbureaus te regelen en te controleren;6° de consumentenkredietovereenkomsten die voorzien in kosteloos uitstel van een bestaande schuld;7° de kredietovereenkomsten toegestaan door de bergen van barmhartigheid bedoeld door de wet van 30 april 1848 op de herinrichting der bergen van barmhartigheid;8° de kredietovereenkomsten zonder interesten en zonder kosten die onder de toepassing vallen van artikel 18 van de wet van 28 augustus 2011Relevante gevonden documenten type wet prom. 20/07/2001 pub. 24/07/2001 numac 2001009636 bron ministerie van justitie Wet tot wijziging van artikel 186bis van het Gerechtelijk Wetboek sluiten4 betreffende de bescherming van de consumenten inzake overeenkomsten betreffende het gebruik van goederen in deeltijd, vakantieproducten van lange duur, doorverkoop en uitwisseling. § 3. Dit boek is evenmin van toepassing op : 1° de kredietovereenkomsten die betrekking hebben op bedragen van minder dan 200 euro, met uitzondering van de bepalingen van de artikelen VII.1, VII. 2, §§ 2 tot 4, VII. 3, §§ 2 tot 4, VII.64 tot VII. 66, VII. 67 tot VII.74, VII. 75, eerste lid,VII.79, derde lid, VII. 80, VII. 85 tot VII. 90, VII. 94, VII. 98, VII. 99, VII. 105 tot VII. 115, VII. 158 tot VII. 188, VII. 194 tot VII. 208,VII. 215 tot VII. 219; 2° de geoorloofde debetstanden op een rekening die binnen een maand moeten worden afgelost, met uitzondering van de bepalingen bedoeld in de artikelen VII.1, VII.2, §§ 2 tot 4, VII. 3, §§ 2 tot 4, VII. 68, VII. 71, § 3, VII. 72 en VII. 73, VII. 77, VII. 85 tot VII. 87, VII. 88 en VII. 89, VII. 99, § 1, VII. 100 en VII. 101, VII. 105 en VII. 106, VII. 107, VII. 112, VII 114 tot VII. 122, VII. 158 tot VII. 188, VII. 196, VII. 199, VII.200, VII. 201, 1° en 2°, VII. 204, VII. 205, VII. 215 tot VII. 219; 3° de geoorloofde debetstanden op een rekening terugbetaalbaar op verzoek van de kredietgever of binnen een termijn van drie maanden, met uitzondering van de bepalingen van de artikelen VII.1, VII. 2, §§ 2 tot 4, VII. 3, §§ 2 tot 4, VII. 64, § 1, eerste lid, 1° tot 3°, en § 2, VII. 65 en VII. 66, VII. 67 tot VII. 69, VII. 71 tot VII. 77, VII. 78, §§ 1 en 2, 1° tot 13°, § 4, 1° en 2°, VII. 79, VII. 84 tot VII. 95, VII. 96, § 1, VII. 97, § 2, VII. 98, VII.99, § 1, VII. 100 tot VII. 122, VII. 148 tot VII. 188, VII. 194 tot VII. 208, VII. 215 tot VII. 219; 4° de overschrijdingen, met uitzondering van de bepalingen van de artikelen VII.1, VII. 2, §§ 2 tot 4, VII. 3, §§ 2 tot 4, VII. 64, § 2, VII. 65 en VII. 66, VII. 68, VII. 85, VII. 86, §§ 1 tot 3, 5 tot 6, VII. 87 tot VII. 89, VII. VII. 94, VII. 97, § 1, VII. 97, § 2, VII. 101, VII. 105 tot VII. 107, VII. 112 tot 122, VII. 148 tot VII. 188, VII. 196, VII. 199 en VII. 200, VII. 205, VII. 215 tot VII. 219; 5° de kredietovereenkomsten gesloten met een beleggingsonderneming bedoeld in de wet van 2 augustus 2002Relevante gevonden documenten type wet prom. 02/08/2002 pub. 20/11/2002 numac 2002009820 bron federale overheidsdienst justitie Wet betreffende de misleidende en vergelijkende reclame, de onrechtmatige bedingen en de op afstand gesloten overeenkomsten inzake de vrije beroepen sluiten of met een kredietinstelling bedoeld in artikel 1, tweede lid, 1°, van de wet van 22 maart 1993 op het statuut en het toezicht op de kredietinstellingen waarbij een belegger transacties kan verrichten op één of meer van de financiële instrumenten bedoeld in artikel 2, 1°, van de wet van 2 augustus 2002Relevante gevonden documenten type wet prom. 02/08/2002 pub. 20/11/2002 numac 2002009820 bron federale overheidsdienst justitie Wet betreffende de misleidende en vergelijkende reclame, de onrechtmatige bedingen en de op afstand gesloten overeenkomsten inzake de vrije beroepen sluiten en waarbij de beleggingsonderneming of de kredietinstelling die het krediet verleent, bij deze transactie betrokken is, met uitzondering van de bepalingen van de artikelen VII.1, VII. 2, §§ 2 tot 4, VII. 3, §§ 2 tot 4, VII. 64 tot VII. 78, VII. 86 tot VII. 89, VII. 94, VII. 96 tot VII. 108, VII. 112 tot VII. 122, VII. 148 tot VII. 188, VII. 194 tot VII. 208, VII. 215 tot VII. 219. In die gevallen zorgt de kredietinstelling of de beleggingsonderneming ook, met betrekking tot het gebruik van het krediet, voor de naleving van de regels bedoeld in artikel 27 van de wet van 2 augustus 2002Relevante gevonden documenten type wet prom. 02/08/2002 pub. 20/11/2002 numac 2002009820 bron federale overheidsdienst justitie Wet betreffende de misleidende en vergelijkende reclame, de onrechtmatige bedingen en de op afstand gesloten overeenkomsten inzake de vrije beroepen sluiten; 6° consumentenkredietovereenkomsten die erin voorzien dat de kredietgever en de consument regelingen voor uitstel of aflossing treffen als de consument zijn verplichtingen op grond van de oorspronkelijke kredietovereenkomst niet is nagekomen, en :
- a)met deze regelingen een rechtsvordering tot ingebrekestelling zou kunnen worden vermeden, en
- b)de voorwaarden voor de consument daardoor niet ongunstiger worden dan de voorwaarden van de oorspronkelijke kredietovereenkomst, met uitzondering van de bepalingen bedoeld in de artikelen VII.1, VII. 2, §§ 2 tot 4, VII. 3, §§ 2 tot 4, VII.64 tot VII. 66, VII. 67 tot VII.69, VII. 71 tot VII. 77, VII. 78, §§ 1, 2, 1° tot 8°, 3, 2°, 3° en 4°, VII. 79, VII. 84, VII. 91, VII. 93, VII. 94 tot VII. 108, VII. 112 tot VII. 122, VII. 148 tot VII. 188, VII. 194 tot VII. 208, VII. 215 tot VII. 219. Valt de kredietovereenkomst onder 3°, dan zijn uitsluitend de bepalingen van dat lid van toepassing. De uitzondering bedoeld in dit lid kan slechts eenmalig worden toegepast. § 4. De Koning kan bepalen dat sommige artikelen van dit boek, die hij aanwijst, niet van toepassing zijn : 1° op kredietovereenkomsten waarbij het krediet als nevenactiviteit door een werkgever rentevrij of tegen een jaarlijks kostenpercentage dat lager is dan gebruikelijk op de markt, aan zijn werknemers wordt toegekend, en die niet aan het publiek in het algemeen worden aangeboden;2° op kredietovereenkomsten die door overheidsinstellingen of door particuliere instellingen die daartoe door de bevoegde overheid zijn erkend worden toegestaan, met een doelstelling van algemeen belang, aan een beperkt publiek worden toegekend tegen een lagere dan op de markt gebruikelijke rentevoet, dan wel rentevrij, of onder andere voorwaarden die voor de consument gunstiger zijn dan de op de marktgebruikelijke voorwaarden en tegen rentetarieven die niet hoger zijn dan de op de markt gebruikelijke. TITEL 3. - Betalingsdiensten HOOFDSTUK 1. - Inleidende bepaling Art. VII. 4. De bepalingen van deze titel doen geen afbreuk aan andere wettelijke bepalingen opgenomen in titel 4 van dit boek waarbij bijkomende vereisten inzake voorafgaande informatie of bijzondere voorwaarden, rechten en plichten worden opgelegd inzake kredietverlening aan consumenten. HOOFDSTUK 2. - Eenmalige betalingstransacties Afdeling 1. - Toepassingsgebied Art. VII. 5. Dit hoofdstuk is van toepassing op eenmalige betalingstransacties die niet onder een raamcontract vallen. Afdeling 2. Voorafgaande informatie en voorwaarden Art. VII. 6. Wanneer een betalingsopdracht voor een eenmalige betalingstransactie wordt doorgegeven via een onder een raamcontract vallend betaalinstrument, is de betalingsdienstaanbieder niet verplicht informatie te verstrekken of beschikbaar te stellen die reeds uit hoofde van een raamcontract met een andere betalingsdienstaanbieder aan de betalingsdienstgebruiker is verstrekt of volgens het raamcontract aan hem zal worden verstrekt. Art. VII. 7. § 1. Voordat de betalingsdienstgebruiker gebonden is door een contract of een aanbod betreffende een eenmalige betalingstransactie dient de betalingsdienstaanbieder hem op een gemakkelijk toegankelijke wijze de in artikel VII.8 bedoelde informatie en voorwaarden ter beschikking te stellen. Deze informatie en voorwaarden worden door de betalingsdienstaanbieder, op verzoek van de betalingsdienstgebruiker, verstrekt op een duurzame drager. De informatie en voorwaarden worden in gemakkelijk te begrijpen bewoordingen en in duidelijke en bevattelijke vorm verstrekt in de taal of de talen van het taalgebied waar de betalingsdienst wordt aangeboden of in een andere taal die tussen de partijen is overeengekomen. § 2. Indien het contract betreffende een eenmalige betalingstransactie op verzoek van de betalingsdienstgebruiker is gesloten met gebruikmaking van een techniek voor communicatie op afstand welke het de betalingsdienstaanbieder onmogelijk maakt zich aan paragraaf 1 te houden, voldoet deze onmiddellijk na de uitvoering van de betalingstransactie aan zijn verplichtingen voortvloeiend uit genoemde paragraaf. § 3. De verplichtingen voortvloeiend uit § 1 kunnen ook worden nagekomen door het verstrekken van een exemplaar van het ontwerpcontract betreffende een eenmalige betalingstransactie of de ontwerpbetalingsopdracht waarin de in artikel VII. 8 bedoelde informatie en voorwaarden zijn opgenomen. Art. VII. 8. § 1. De aan de betalingsdienstgebruiker te verstrekken of ter beschikking te stellen informatie en voorwaarden bevat minstens : 1° gedetailleerde informatie of de unieke identificator die door de betalingsdienstgebruiker moet worden verstrekt voor een correcte uitvoering van een betalingsopdracht;2° de maximale uitvoeringstermijn voor de aangeboden betalingsdienst;3° alle kosten die door de betalingsdienstgebruiker aan zijn betalingsdienstaanbieder verschuldigd zijn en, desgevallend, de uitsplitsing van de bedragen van eventuele kosten;4° desgevallend, de bij de betalingstransactie toe te passen werkelijke wisselkoers of referentiewisselkoers. § 2. Desgevallend moeten de overige in artikel VII. 13 bedoelde informatie en voorwaarden op gemakkelijk toegankelijke wijze aan de betalingsdienstgebruiker ter beschikking worden gesteld. Afdeling 3. - Informatie na betalingsopdracht en na betalingstransactie Art. VII. 9. Onmiddellijk na de ontvangst van de betalingsopdracht wordt, op de wijze bedoeld in artikel VII. 7, § 1, de volgende informatie door de betalingsdienstaanbieder van de betaler, aan de betaler verstrekt of ter beschikking gesteld : 1° een referentie aan de hand waarvan de betaler kan uitmaken om welke betalingstransactie het gaat, en, desgevallend, de informatie betreffende de begunstigde;2° het bedrag van de betalingstransactie in de in de betalingsopdracht gebruikte valuta;3° het bedrag van de voor de betalingstransactie door de betaler verschuldigde kosten en, desgevallend, de uitsplitsing van de bedragen van deze kosten;4° desgevallend, de wisselkoers gehanteerd door de betalingsdienstaanbieder van de betaler bij de betalingstransactie, of een desbetreffende referentie, indien deze verschilt van de overeenkomstig artikel VII.8, § 1, 4°, aangeboden wisselkoers en het bedrag van de betalingstransactie na die valutawissel; 5° de datum van ontvangst van de betalingsopdracht. Art. VII. 10. Onmiddellijk na de uitvoering van de betalingstransactie wordt, op de wijze bedoeld in artikel VII. 7, § 1, de volgende informatie door de betalingsdienstaanbieder van de begunstigde, aan de begunstigde verstrekt of ter beschikking gesteld : 1° de referentie aan de hand waarvan de begunstigde kan uitmaken om welke betalingstransactie en, desgevallend, om welke betaler het gaat, en alle bij de betalingstransactie gevoegde informatie;2° het bedrag van de betalingstransactie, in de valuta waarin de geldmiddelen ter beschikking van de begunstigde worden gesteld;3° het bedrag van de voor de betalingstransactie door de begunstigde verschuldigde kosten en, desgevallend, de uitsplitsing van de bedragen van deze kosten;4° desgevallend, de door de betalingsdienstaanbieder van de begunstigde bij de betalingstransactie gehanteerde wisselkoers, en het bedrag van de betalingstransactie vóór die valutawissel;5° de valutadatum van de creditering. HOOFDSTUK 3. - Raamcontract en de daaronder vallende afzonderlijke betalingstransacties Afdeling 1. - Toepassingsgebied Art. VII. 11. Dit hoofdstuk is van toepassing op betalingstransacties die onder een raamcontract vallen. Afdeling 2. - Raamcontract Onderafdeling 1. - Voorafgaande informatie en voorwaarden Art. VII. 12. § 1. Te gelegener tijd voordat de betalingsdienstgebruiker door een raamcontract of aanbod gebonden is, verstrekt de betalingsdienstaanbieder hem op een duurzame drager de in artikel VII. 13 bedoelde informatie en voorwaarden. De informatie en voorwaarden worden in gemakkelijk te begrijpen bewoordingen en in duidelijke en bevattelijke vorm verstrekt in de taal van het taalgebied waar de betalingsdienst wordt aangeboden of in een andere taal die tussen de partijen is overeengekomen. § 2. Wanneer het raamcontract op verzoek van de betalingsdienstgebruiker is gesloten met gebruikmaking van een techniek voor communicatie op afstand welke het de betalingsdienstaanbieder onmogelijk maakt zich aan § 1 te houden, voldoet deze onmiddellijk na het sluiten van het raamcontract aan zijn verplichtingen voortvloeiend uit genoemde paragraaf. § 3. De verplichtingen voortvloeiend uit § 1 kunnen ook worden nagekomen door het verstrekken van een exemplaar van het ontwerpraamcontract waarin de in artikel VII. 13 bedoelde informatie en voorwaarden zijn opgenomen. Wanneer het raamcontract betrekking heeft op de opening van een betaalrekening en de mogelijkheid bestaat dat de consument een overschrijding wordt toegestaan, dan vermeldt het raamcontract de informatie omtrent de debetrentevoet bedoeld in artikel VII. 71, § 2, tweede lid, 5°. De betalingsdienstaanbieder verstrekt in elk geval, op een duurzame drager, die informatie regelmatig, ongeacht of er een daadwerkelijke overschrijding plaats vindt of niet. Art. VII. 13. De aan de betalingsdienstgebruiker te verstrekken informatie en voorwaarden bevat minstens de volgende elementen betreffende 1° de betalingsdienstaanbieder :
- a)de identiteit van de betalingsdienstaanbieder, desgevallend zijn ondernemingsnummer, het geografische adres van zijn hoofdkantoor en, in voorkomend geval, het geografische adres van zijn agent of bijkantoor in België waar de betalingsdienst wordt aangeboden, en enig ander adres, met inbegrip van het e-mailadres, dat relevant is voor de communicatie met de betalingsdienstaanbieder, en
- b)de gegevens betreffende de bevoegde toezichthoudende prudentiële autoriteit en het relevante register bij deze autoriteit waarin de betalingsdienstaanbieder met het oog op zijn vergunning is ingeschreven en het registratienummer of gelijkaardig middel waarmee de registerinschrijvingen gecontroleerd kunnen worden, 2° het gebruik van een betalingsdienst :
- a)een beschrijving van de voornaamste kenmerken van de aan te bieden betalingsdienst, en, desgevallend, een beschrijving van de gebruiksmogelijkheden van het betaalinstrument en in het bijzonder het feit of de mogelijkheid bestaat uitgavenlimieten voor het gebruik van het betaalinstrument overeenkomstig artikel VII.29, § 1, overeen te komen,
- b)de gedetailleerde informatie of de unieke identificator die door de betalingsdienstgebruiker moet worden verstrekt opdat een betalingsopdracht correct kan worden uitgevoerd,
- c)de vorm waarin en de procedure volgens welke de instemming met het uitvoeren van een betalingstransactie wordt gegeven, respectievelijk wordt ingetrokken, overeenkomstig de artikelen VII.27 en VII. 41,
- d)een referentie aan het in artikel VII.39 omschreven tijdstip van ontvangst van een betalingsopdracht en aan het eventueel door de betalingsdienstaanbieder bepaalde uiterste tijdstip,
- e)de maximumuitvoeringstermijn voor de aangeboden betalingsdiensten, 3° de kosten, rentevoeten en wisselkoersen :
- a)alle kosten die door de betalingsdienstgebruiker aan zijn betalingsdienstaanbieder verschuldigd zijn en, desgevallend, de uitsplitsing van de bedragen van deze kosten,
- b)desgevallend, de toe te passen rentevoet op jaarbasis en wisselkoers, of, indien referentierentevoet e.wisselkoers te hanteren zijn, de wijze van berekening van de feitelijke interesten en de relevante datum en de index of basis voor de vaststelling van die referentierentevoet o. wisselkoers en
- c)indien overeengekomen, de onmiddellijke toepassing van wijzigingen in de referentierentevoet o.wisselkoers en de informatievereisten met betrekking tot de wijzigingen overeenkomstig artikel VII.15, § 2, 4° de communicatie :
- a)desgevallend, de technieken voor communicatie, met inbegrip van de technische vereisten van de apparatuur van de betalingsdienstgebruiker, zoals tussen de partijen voor de mededeling van informatie en kennisgevingen overeenkomstig deze wet overeengekomen;
- b)de wijze waarop en de frequentie waarmee informatie krachtens deze wet wordt verstrekt of ter beschikking wordt gesteld;
- c)de taal of talen waarin het raamcontract wordt gesloten en waarin de communicatie gedurende de looptijd van de contractuele betrekking plaatsvindt, en
- d)het recht van de betalingsdienstgebruiker om de contractuele voorwaarden van het raamcontract en informatie en voorwaarden overeenkomstig artikel VII.14 te ontvangen, 5° de beschermende en corrigerende maatregelen
- a)desgevallend, een beschrijving van de risico's en de voorzorgsmaatregelen die de betalingsdienstgebruiker neemt om de veilige bewaring van een betaalinstrument te waarborgen, alsook de wijze waarop de betalingsdienstaanbieder in kennis wordt gesteld voor de toepassing van artikel VII.30, § 1, 2°,
- b)indien overeengekomen, de voorwaarden waaronder de betalingsdienstaanbieder zich het recht voorbehoudt het gebruik van een betaalinstrument te blokkeren overeenkomstig artikel VII.29,
- c)de aansprakelijkheid van de betaler overeenkomstig artikel VII.36, met inbegrip van de vermelding van het relevante bedrag,
- d)de wijze waarop en de termijn waarbinnen de betalingsdienstgebruiker de betalingsdienstaanbieder in kennis stelt van een niet-toegestane of foutief uitgevoerde betalingstransactie overeenkomstig artikel VII.33, onder vermelding van de aansprakelijkheid van de betalingsdienstaanbieder voor niet-toegestane betalingstransacties overeenkomstig artikel VII. 35,
- e)de aansprakelijkheid van de betalingsdienstaanbieder voor de uitvoering van betalingstransacties overeenkomstig de artikelen VII. 49 tot VII. 51,
- f)de voorwaarden voor terugbetaling overeenkomstig de artikelen VII. 37 en VII. 38, 6° de wijziging en de opzegging van het raamcontract
- a)indien overeengekomen, het feit dat de betalingsdienstgebruiker geacht wordt overeenkomstig artikel VII.15 wijzigingen in de voorwaarden te hebben aanvaard tenzij hij de betalingsdienstaanbieder vóór de voorgestelde datum van inwerkingtreding van die wijzigingen ervan in kennis heeft gesteld dat hij de wijzigingen niet aanvaardt,
- b)de looptijd van het raamcontract,
- c)het recht van de betalingsdienstgebruiker om een raamcontract op te zeggen en alle afspraken met betrekking tot de opzegging overeenkomstig de artikelen VII.15, § 1 en VII. 16, 7° de rechtsmiddelen :
- a)de contractuele bepalingen inzake het op de overeenkomst toepasselijke recht en/of inzake de bevoegde rechter,
- b)de klachten- en de buitengerechtelijke beroepsprocedures die voor de betalingsdienstgebruiker overeenkomstig boek XVI openstaan met inbegrip van het geografisch adres van de instelling waartoe de betalingsdienstgebruiker zijn klachten kan richten, waaronder de benaming en het adres van de Algemene Directie Economische Inspectie bij de FOD Economie. Art. VII. 14. Gedurende de contractuele looptijd heeft de betalingsdienstgebruiker te allen tijde het recht de contractuele voorwaarden van het raamcontract alsmede de in artikel VII.13 vermelde informatie en voorwaarden op een duurzame drager te vragen. Onderafdeling 2. - Wijziging van de voorwaarden en opzegging van het raamcontract Art. VII. 15. § 1. Elke wijziging van het raamcontract en van de in artikel VII. 13 vermelde informatie en voorwaarden wordt uiterlijk twee maanden vóór de datum van de beoogde inwerkingtreding ervan door de betalingsdienstaanbieder voorgesteld op dezelfde wijze als in artikel VII. 12, § 1, is bepaald. In geval artikel VII. 13, 6°, a), van toepassing is, deelt de betalingsdienstaanbieder de betalingsdienstgebruiker mee dat hij wordt geacht deze wijzigingen te hebben aanvaard indien hij de betalingsdienstaanbieder niet vóór de voorgestelde datum van inwerkingtreding van die wijzigingen ervan in kennis heeft gesteld dat hij de wijzigingen niet aanvaardt. In dat geval vermeldt de betalingsdienstaanbieder eveneens dat de betalingsdienstgebruiker het recht heeft het raamcontract onmiddellijk kosteloos op te zeggen voor de datum waarop de voorgestelde wijzigingen van toepassing worden. § 2. Wijzigingen in de rentevoet of de wisselkoers kunnen met onmiddellijke ingang zonder kennisgeving worden toegepast, mits het recht daartoe in het raamcontract is overeengekomen en de wijzigingen gebaseerd zijn op de overeenkomstig artikel VII. 13, 3°,
- b)en c), overeengekomen referentierentevoet of wisselkoers. De betalingsdienstgebruiker wordt zo spoedig mogelijk van elke wijziging in de rentevoet in kennis gesteld op dezelfde wijze als in artikel VII. 12, § 1, is bepaald, tenzij door de partijen is overeengekomen dat de informatie met een specifieke frequentie of op een specifieke wijze wordt verstrekt of ter beschikking wordt gesteld. Wijzigingen in de rentevoet of de wisselkoers die ten gunste van de betalingsdienstgebruiker uitvallen, kunnen zonder kennisgeving worden toegepast. § 3. Wijzigingen in de bij betalingstransacties gebruikte rentevoet of wisselkoers worden uitgevoerd en berekend op een neutrale wijze die betalingsdienstgebruikers niet discrimineert. Art. VII. 16. § 1. De betalingsdienstgebruiker kan het raamcontract te allen tijde kosteloos opzeggen met onmiddellijke ingang, tenzij een opzegtermijn van maximaal één maand werd overeengekomen. Indien zulks in het raamcontract is overeengekomen, kan de betalingsdienstaanbieder een voor onbepaalde duur gesloten raamcontract opzeggen op de wijze als bepaald in artikel VII. 12, § 1, mits inachtneming van een opzegtermijn van ten minste twee maanden. § 2. Op gezette tijden aangerekende kosten voor betalingsdiensten zijn slechts naar evenredigheid verschuldigd door de betalingsdienstgebruiker tot aan het einde van het contract. Indien die kosten vooraf zijn betaald, worden zij naar evenredigheid onverwijld terugbetaald vanaf de maand volgend op de datum van de beëindiging. De betalingsdienstverlener zal het positieve saldo, met inbegrip van alle intresten waarop hij of zij ingevolge de wettelijke en reglementaire bepalingen en de algemene voorwaarden recht heeft, van de betaalrekening, zonder bijkomende kost aan de betalingsdienstgebruiker uitbetalen hetzij overschrijven op een door de betalingsdienstgebruiker aangegeven betaalrekening van een betalingsdienstverlener. Na het afsluiten van een betaalrekening is de betalingsdienstverlener ertoe gehouden de door de betalingsdienstgebruiker op jaarbasis betaalde beheerskosten voor de betaalrekening terug te betalen naar evenredigheid van het aantal volledige kalendermaanden vanaf de maand volgend op de datum van het afsluiten van de rekening tot het einde van de periode waarvoor de beheerskosten werden betaald. § 3. Dit artikel is eveneens van toepassing op de spaarrekeningen bedoeld in artikel 2 van het koninklijk besluit van 27 augustus 1993Relevante gevonden documenten type wet prom. 10/08/2001 pub. 25/09/2001 numac 2001011336 bron ministerie van economische zaken Wet betreffende de Centrale voor Kredieten aan Particulieren sluiten2 tot uitvoering van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992. Afdeling 3. - Afzonderlijke betalingstransacties Onderafdeling 1. - Informatie vóór de uitvoering van de betalingstransactie Art. VII. 17. In geval van een door de betaler geïnitieerde afzonderlijke betalingstransactie uit hoofde van een raamcontract, verstrekt een betalingsdienstaanbieder, op verzoek van de betaler en voorafgaand aan deze betalingstransactie, duidelijke informatie over haar maximum uitvoeringstermijn en de door de betaler verschuldigde kosten en, desgevallend, de uitsplitsing van de bedragen van deze kosten. Onderafdeling 2. - Informatie vóór de uitvoering van de betalingstransactie Art. VII. 18. § 1. Nadat het bedrag van een afzonderlijke betalingstransactie van de rekening van de betaler is gedebiteerd of, indien de betaler geen betaalrekening gebruikt, na de ontvangst van de betalingsopdracht, verstrekt de betalingsdienstaanbieder van de betaler op de wijze als bedoeld in artikel VII. 12, § 1, de betaler onverwijld de volgende informatie : 1° een referentie aan de hand waarvan de betaler kan uitmaken om welke betalingstransactie het gaat en, desgevallend, de informatie betreffende de begunstigde;2° het bedrag van de betalingstransactie in de valuta waarin de betaalrekening van de betaler wordt gedebiteerd of in de voor de betalingsopdracht gebruikte valuta;3° het bedrag van de voor de betalingstransactie door de betaler verschuldigde kosten en voor zover van toepassing, de uitsplitsing daarvan, ofwel de aan de betaler aan te rekenen debetinteresten;4° desgevallend, de door de betalingsdienstaanbieder van de betaler bij de betalingstransactie gehanteerde wisselkoers, en het bedrag van de betalingstransactie na die valutawissel;5° de valutadatum van de debitering of de datum van ontvangst van de betalingsopdracht. § 2. Een raamcontract kan de voorwaarde omvatten dat de in § 1 bedoelde informatie op gezette tijden en ten minste eenmaal per maand wordt verstrekt of ter beschikking wordt gesteld op de overeengekomen wijze die de betaler de mogelijkheid biedt informatie ongewijzigd op te slaan en te reproduceren, teneinde hem toe te laten zijn uitgaven op een redelijke manier bij te houden. § 3. De Koning kan, in afwijking van § 2 en volgens de modaliteiten die hij bepaalt, bij een in Ministerraad overlegd besluit, de betalingsdienstaanbieder verplichten om de in § 1 bedoelde informatie eenmaal per maand kosteloos op papier op vraag van de betaler te verstrekken. Art. VII. 19. § 1. Na de uitvoering van een afzonderlijke betalingstransactie verstrekt de betalingsdienstaanbieder van de begunstigde op de wijze als bepaald in artikel VII. 12, § 1, de begunstigde onverwijld de volgende informatie : 1° de referentie aan de hand waarvan de begunstigde kan uitmaken om welke betalingstransactie en, desgevallend, om welke betaler het gaat, en alle bij de betalingstransactie gevoegde informatie;2° het bedrag van de betalingstransactie, in de valuta waarin de rekening van de begunstigde wordt gecrediteerd;3° het bedrag van de voor de betalingstransactie verschuldigde kosten, en voor zover van toepassing de uitsplitsing daarvan, ofwel de aan de begunstigde aan te rekenen interesten;4° voor zover van toepassing, de door de betalingsdienstaanbieder van de begunstigde bij de betalingstransactie gehanteerde wisselkoers, en het bedrag van de betalingstransactie vóór die valutawissel;5° de valutadatum van de creditering. § 2. Een raamcontract kan de voorwaarde bevatten dat de in § 1 bedoelde informatie op gezette tijden en ten minste eenmaal per maand wordt verstrekt of ter beschikking wordt gesteld op een overeengekomen wijze die de begunstigde de mogelijkheid biedt informatie ongewijzigd op te slaan en te reproduceren, teneinde hem toe te laten zijn uitgaven op een redelijke manier bij te houden. § 3. De Koning kan, in afwijking van § 2 en volgens de modaliteiten die hij bepaalt, bij een in Ministerraad overlegd besluit, de betalingsdienstaanbieder verplichten om de in § 1 bedoelde informatie eenmaal per maand kosteloos op papier op vraag van de begunstigde te verstrekken. Afdeling 4. - Afwijkende bepalingen Art. VII. 20. § 1. In geval van betaalinstrumenten die overeenkomstig het raamcontract ofwel uitsluitend worden gebruikt voor afzonderlijke betalingstransacties van maximaal 30 euro ofwel een uitgavenlimiet van 150 euro hebben of waarop maximaal een bedrag van 150 euro tegelijk kan worden opgeslagen is dit hoofdstuk van toepassing in de mate zoals hierna bepaald : 1° in afwijking van de artikelen VII.12, VII. 13 en VII. 17 verstrekt de betalingsdienstaanbieder de betaler uitsluitend informatie over de voornaamste kenmerken van de betalingsdienst, met inbegrip van de wijze waarop van het betaalinstrument gebruik kan worden gemaakt, de aansprakelijkheid, alle in rekening gebrachte kosten en andere belangrijke informatie die nodig is om een weloverwogen besluit te nemen, en geeft hij tevens aan waar andere in artikel VII. 13 bedoelde informatie en voorwaarden op gemakkelijk toegankelijke wijze beschikbaar zijn gesteld; 2° overeengekomen kan worden dat, in afwijking van artikel VII.15 de betalingsdienstaanbieder niet verplicht is wijzigingen in de voorwaarden van het raamcontract voor te stellen op de wijze als bepaald in artikel VII. 12, § 1; 3° overeengekomen kan worden dat in afwijking van de artikelen VII.18 en VII. 19, na uitvoering van een betalingstransactie :
- a)de betalingsdienstaanbieder uitsluitend een referentie verstrekt of beschikbaar stelt waarmee de gebruiker van de betalingsdienst de betalingstransactie, het daarmee gemoeide bedrag en de kosten ervan kan identificeren, en/of in het geval van verschillende gelijkaardige betalingstransacties aan dezelfde begunstigde, uitsluitend informatie over het totale bedrag en de kosten van deze betalingstransacties;
- b)de betalingsdienstaanbieder niet verplicht is de onder
- a)bedoelde informatie te verstrekken of beschikbaar te stellen als het betaalinstrument anoniem wordt gebruikt of als de verstrekking hiervan voor de betalingsdienstaanbieder uit technisch oogpunt onmogelijk is. De betalingsdienstaanbieder biedt de betaler echter een mogelijkheid de opgeslagen bedragen te verifiëren. § 2. Voor binnenlandse betalingstransacties kan de Koning, bij een in Ministerraad overlegd besluit, de in § 1, eerste lid, genoemde bedragen verlagen of verdubbelen, en voor voorafbetaalde betaalinstrumenten verhogen tot 500 euro. HOOFDSTUK 4. - Bepalingen die gelden voor alle betalingstransacties bedoeld in de hoofdstukken 2 en 3 Art. VII. 21. § 1. De betalingen vinden plaats in de valuta die tussen de partijen zijn overeengekomen. § 2. Wanneer vóór het initiëren van de betalingstransactie een valutawisseldienst wordt aangeboden door een derde ten aanzien van. het raamcontract en wanneer die valutawisseldienst op het verkooppunt of door de begunstigde wordt aangeboden, stelt de partij die de valutawisseldienst aan de betaler aanbiedt, de betaler in kennis van alle aan te rekenen kosten, alsook van de wisselkoers die bij de omrekening van de betalingstransactie zal worden gehanteerd. De betaler stemt in met de op deze basis aangeboden valutawisseldienst. Art. VII. 22. Wanneer de begunstigde een vergoeding verlangt of een korting aanbiedt voor het gebruik van een bepaald betaalinstrument, wordt de betaler daarover door de begunstigde ingelicht voordat de betalingstransactie wordt geïnitieerd. Wanneer een betalingsdienstaanbieder of een derde een vergoeding verlangt voor het gebruik van een bepaald betaalinstrument, licht hij de betalingsdienstgebruiker daarover in voordat de betalingstransactie wordt geïnitieerd. Art. VII. 23. Indien een contract betreffende betalingsdiensten, op afstand wordt gesloten, vervangt de informatie bedoeld in de artikelen VII. 7, VII. 8, VII. 12 en VII. 13, de informatie bedoeld in artikel VI. 55, § 1, van het Wetboek van economisch recht met uitzondering van 2°,
- c)tot g), 3°, a),
- d)en e), en 4°, b). Art. VII. 24. § 1. De betalingsdienstaanbieder mag de betalingsdienstgebruiker geen kosten aanrekenen voor krachtens deze titel verstrekte informatie. § 2. De betalingsdienstaanbieder en de betalingsdienstgebruiker kunnen overeenkomen dat kosten worden aangerekend voor bijkomende, veelvuldiger of met andere communicatiemiddelen verstrekte informatie dan in het raamcontract is bepaald, en verstrekt op verzoek van de betalingsdienstgebruiker. Kosten die de betalingsdienstaanbieder krachtens het vorige lid mag aanrekenen zijn passend en in overeenstemming met de kosten die de betalingsdienstaanbieder daadwerkelijk heeft gemaakt. Art. VII. 25. De bewijslast inzake het naleven van de informatieverplichtingen bedoeld in deze titel komt aan de betalingsdienstaanbieder toe. Art. VII. 26. Behoudens wanneer de betalingsdienstgebruiker een consument is, kunnen partijen overeenkomen dat de bepalingen van deze titel in het geheel of ten dele niet van toepassing zijn. HOOFDSTUK 5. - Toestaan van betalingstransacties Afdeling 1. - Instemming met de uitvoering van betalingsopdrachten en mogelijke beperkingen van gebruik van betaalinstrumenten Art. VII. 27. § 1. Een betalingstransactie wordt pas als toegestaan aangemerkt indien de betaler heeft ingestemd met de uitvoering van de betalingsopdracht. Een betalingstransactie kan voorafgaand aan de uitvoering of, indien overeengekomen door de betaler en zijn betalingsdienstaanbieder, na de uitvoering door de betaler worden toegestaan. § 2. De instemming om een betalingstransactie of een reeks betalingstransacties te doen uitvoeren wordt verleend in de tussen de betaler en zijn betalingsdienstaanbieder overeengekomen vorm en volgens de overeengekomen procedure. Bij gebreke van een dergelijke instemming wordt een betalingstransactie als niet toegestaan aangemerkt. § 3. De instemming kan te allen tijde door de betaler worden ingetrokken, doch uiterlijk op het tijdstip van het onherroepelijk worden bedoeld in artikel VII. 41. Hetzelfde geldt voor een instemming met de uitvoering van een reeks betalingstransacties, die kan worden ingetrokken met als gevolg dat iedere toekomstige betalingstransactie als niet-toegestaan wordt aangemerkt. Art. VII. 28. § 1. De totstandkoming van de domiciliëring vereist het verlenen van een lastgeving door de betaler aan, naargelang, één of meerdere van de hierna volgende personen : 1° de begunstigde;2° de betalingsdienstaanbieder van de begunstigde;3° de betalingsdienstaanbieder van de betaler. Een exemplaar dient overhandigd te worden aan de betaler. § 2. Ongeacht of de lastgeving bedoeld in § 1, eerste lid, al dan niet is opgenomen in hetzelfde instrumentum van de hoofdverbintenis waarvan zij uitvoering waarborgt, beantwoordt de lastgeving minstens aan de volgende voorwaarden : 1° een uitdrukkelijke instemming van de betaler;2° de te geven volmacht moet uitdrukkelijk verwijzen naar de onderliggende overeenkomst die op haar beurt de draagwijdte van de gedomicilieerde schuldvorderingen bepaalt met betrekking tot de aard, de vervaltermijn en zo mogelijk het juiste bedrag. De domiciliëring kan slechts rechtgeldig tot stand komen indien de betaler voorafgaand in kennis werd gesteld van de onderliggende overeenkomst. § 3. Onverminderd de toepassing van artikel VII. 37, § 3, indien het juiste bedrag of de datum van debitering niet bepaald is bij het sluiten van de domiciliëring, geeft de begunstigde hiervan kennis aan de betaler op de overeengekomen datum binnen een redelijke termijn voorafgaand aan het initiëren van iedere betalingstransactie. § 4. Een domiciliëring en de hiermee verbonden lastgeving kan door elke partij ten allen tijde rechtsgeldig worden opgezegd, door de kennisgeving aan de medecontractant/tegenpartij. De opzegging van de domiciliëring door de betaler is rechtsgeldig, en tegenstelbaar aan al zijn lasthebbers, wanneer de betaler hiervan kennis geeft hetzij aan zijn schuldeiser, hetzij aan zijn betalingsdienstaanbieder indien dit laatste uitdrukkelijk werd overeengekomen. Art. VII. 29. § 1. Wanneer voor het verlenen van de instemming van een specifiek betaalinstrument gebruik wordt gemaakt, kunnen de betaler en zijn betalingsdienstaanbieder uitgavenlimieten overeenkomen voor betalingsdiensten die met dat betaalinstrument zijn verricht. § 2. Indien zulks in het raamcontract is overeengekomen, kan de betalingsdienstaanbieder zich het recht voorbehouden een betaalinstrument te blokkeren om objectief gerechtvaardigde redenen die verband houden met de veiligheid van het betaalinstrument, het vermoeden van niet-toegestaan of bedrieglijk gebruik van het betaalinstrument of, in geval van een betaalinstrument met een kredietovereenkomst, het aanzienlijk toegenomen risico dat de betaler niet in staat is zijn betalingsplicht na te komen. In die gevallen informeert de betalingsdienstaanbieder de betaler op de overeengekomen wijze, onverminderd de toepassing van artikel VII. 98, § 2, van de blokkering van het betaalinstrument en van de redenen daarvoor, indien mogelijk voordat het betaalinstrument wordt geblokkeerd, en ten laatste onmiddellijk daarna. De informatieverstrekking, bedoeld in het voorgaande lid, is niet vereist wanneer dit objectief gerechtvaardigde veiligheidsoverwegingen zou doorkruisen of verboden is krachtens andere toepasselijke wetgeving. De betalingsdienstaanbieder deblokkeert het betaalinstrument of vervangt dit door een nieuw betaalinstrument zodra de redenen voor de blokkering niet langer bestaan. Afdeling 2. - Verplichtingen met betrekking tot betaalinstrumenten Art. VII. 30. § 1. De betalingsdienstgebruiker die gemachtigd is om een betaalinstrument te gebruiken, voldoet aan de volgende verplichtingen : 1° hij gebruikt het betaalinstrument overeenkomstig de voorwaarden die op de uitgifte en het gebruik van het betaalinstrument van toepassing zijn;2° hij stelt de betalingsdienstaanbieder, of de door laatstgenoemde aangeduide entiteit, onverwijld in kennis wanneer hij zich rekenschap geeft van het verlies, de diefstal of onrechtmatig gebruik van het betaalinstrument of van het niet-toegestane gebruik ervan. § 2. Voor de toepassing van § 1, 1°, neemt de betalingsdienstgebruiker, zodra hij een betaalinstrument ontvangt, alle redelijke maatregelen om de veiligheid van het betaalinstrument en de gepersonaliseerde veiligheidskenmerken ervan te waarborgen. Art. VII. 31. De betalingsdienstaanbieder die het betaalinstrument uitgeeft, voldoet aan de volgende verplichtingen : 1° hij zorgt ervoor dat de gepersonaliseerde veiligheidskenmerken van een betaalinstrument niet toegankelijk zijn voor andere partijen dan de betalingsdienstgebruiker die gerechtigd is het betaalinstrument te gebruiken, onverminderd de verplichtingen van de betalingsdienstgebruiker bedoeld in artikel VII.30; 2° hij zendt niet ongevraagd een betaalinstrument toe, tenzij een betaalinstrument dat reeds aan de betalingsdienstgebruiker verstrekt is, moet worden vervangen;3° hij zorgt ervoor dat er te allen tijde passende middelen beschikbaar zijn om de betalingsdienstgebruiker in staat te stellen een kennisgeving bedoeld in artikel VII.30, § 1, 2°, te verrichten of om deblokkering te verzoeken op grond van artikel VII. 29, § 2, laatste lid, de betalingsdienstaanbieder verstrekt de betalingsdienstgebruiker desgevraagd de middelen waarmee laatstgenoemde kan bewijzen, tot achttien maanden na de kennisgeving, dat hij een dergelijke kennisgeving heeft gedaan; 4° hij belet dat het betaalinstrument nog kan worden gebruikt zodra de kennisgeving overeenkomstig artikel VII.30, § 1, 2°, is verricht; 5° hij draagt het risico van het zenden van een betaalinstrument aan de betaler of het zenden van elk middel dat het gebruik ervan toelaat, in het bijzonder de gepersonaliseerde veiligheidskenmerken. Art. VII. 32. De betalingsdienstaanbieder dient een interne registratie bij te houden van de betalingstransacties, gedurende een periode van ten minste vijf jaar te rekenen vanaf de uitvoering van de transacties. Deze bepaling doet geen afbreuk aan andere wettelijke bepalingen inzake het leveren van bewijsstukken. Afdeling 3. - Kennisgeving en betwisting in geval van niet-toegestane of niet correct uitgevoerde betalingstransacties Art. VII. 33. De betalingsdienstgebruiker die zich rekenschap geeft van ofwel een niet-toegestane betalingstransactie, ofwel een niet correct uitgevoerde betalingstransactie, welke aanleiding geeft tot een vordering, met inbegrip van een vordering bedoeld in de artikelen VII. 49 tot VII. 51, verkrijgt alleen rechtzetting van zijn betalingsdienstaanbieder indien hij hem onverwijld en uiterlijk dertien maanden na de valutadatum van de debitering of creditering, kennis geeft van de bewuste transactie, tenzij de betalingsdienstaanbieder, desgevallend, de informatie betreffende die betalingstransactie niet overeenkomstig de artikelen VII. 4 tot VII. 26 van dit boek heeft verstrekt of ter beschikking heeft gesteld. Art. VII. 34. § 1. Wanneer een betalingsdienstgebruiker ontkent dat hij een uitgevoerde betalingstransactie heeft toegestaan of aanvoert dat de betalingstransactie niet correct is uitgevoerd, is zijn betalingsdienstaanbieder gehouden het bewijs te leveren dat de betalingstransactie geauthentiseerd is, juist geregistreerd en geboekt is en niet door een technische storing of enig ander falen is beïnvloed. § 2. Wanneer een betalingsdienstgebruiker ontkent dat hij een uitgevoerde betalingstransactie heeft toegestaan, vormt het feit dat het gebruik van een betaalinstrument door de betalingsdienstaanbieder is geregistreerd op zichzelf niet noodzakelijkerwijze afdoende bewijs dat de betalingstransactie door de betaler is toegestaan of dat de betaler bedrieglijk heeft gehandeld of opzettelijk of met grove nalatigheid een of meer van zijn verplichtingen uit hoofde van artikel VII. 30 niet is nagekomen. § 3. De Koning kan de regels opleggen waaraan het bewijs inzake de authentificatie, de registratie en het boeken van de betwiste betalingstransactie, moet voldoen. Hij kan een onderscheid maken in functie van de aard van de betalingstransactie en het betaalinstrument dat werd gebruikt voor het initiëren van een betalingsopdracht. De Koning kan eveneens de sancties bepalen die van toepassing zijn bij niet-naleving van de aldus opgelegde regels. Afdeling 4. - Aansprakelijkheid in geval van niet-toegestane betalingstransacties Art. VII. 35. Onverminderd de toepassing van artikel VII. 33 dient de betalingsdienstaanbieder van de betaler, in geval van een niet-toegestane betalingstransactie, na een prima facie onderzoek met betrekking tot bedrog in hoofde van de betaler, de betaler onmiddellijk het bedrag van de niet-toegestane betalingstransactie terug te betalen en, in voorkomend geval, de betaalrekening die met dat bedrag was gedebiteerd, te herstellen in de toestand zoals die geweest zou zijn mocht de niet-toegestane betalingstransactie niet hebben plaatsgevonden, desgevallend vermeerderd met de rente op dat bedrag. Bovendien dient de betalingsdienstaanbieder van de betaler de eventueel verdere financiële gevolgen, in het bijzonder het bedrag van de door de betalingsdienstgebruiker gedragen kosten ter bepaling van de te vergoeden schade, te vergoeden. Art. VII. 36. § 1. In afwijking van artikel VII. 35 draagt de betaler tot aan de kennisgeving verricht overeenkomstig artikel VII. 30, § 1, 2°, het verlies tot een bedrag van ten hoogste 150 euro met betrekking tot niet-toegestane betalingstransacties dat voortvloeit uit het gebruik van een verloren of gestolen betaalinstrument of, indien de betaler heeft nagelaten de veiligheid van de gepersonaliseerde veiligheidskenmerken ervan te waarborgen, uit onrechtmatig gebruik van een betaalinstrument. De betaler draagt alle verliezen die uit niet-toegestane betalingstransacties voortvloeien, indien deze zich hebben voorgedaan doordat hij hetzij bedrieglijk heeft gehandeld, hetzij opzettelijk of met grove nalatigheid een of meer verplichtingen uit hoofde van artikel VII. 30 niet is nagekomen. In dergelijke gevallen is het in het eerste lid bedoelde maximumbedrag niet van toepassing. Wanneer de betaler niet bedrieglijk heeft gehandeld of opzettelijk zijn verplichtingen uit hoofde van artikel VII. 30 heeft verzaakt, draagt hij, in afwijking van de voorgaande leden, geen enkel verlies, in volgende gevallen : 1° indien het betaalinstrument werd gebruikt zonder fysieke voorlegging en zonder elektronische identificatie;2° indien het betaalinstrument werd nagemaakt door een derde of onrechtmatig werd gebruikt voor zover de betaler op het moment van de betwiste transactie in het bezit was van het betaalinstrument. § 2. Na de kennisgeving overeenkomstig artikel VII. 30 § 1, 2°, heeft het gebruik van het verloren, gestolen of wederrechtelijk toegeëigende betaalinstrument geen financiële gevolgen voor de betaler, tenzij de betalingsdienstaanbieder bewijst dat de betaler bedrieglijk heeft gehandeld. § 3. De bewijslast inzake bedrog, opzet of grove nalatigheid komt aan de betalingsdienstaanbieder toe. Worden onder andere beschouwd als grove nalatigheid zoals bedoeld in § 1, het feit, vanwege de betaler, zijn gepersonaliseerde veiligheidskenmerken, zoals een identificatienummer of enige andere code in een gemakkelijk herkenbare vorm te noteren, en met name op het betaalinstrument, of op een voorwerp of een document dat de betaler bij het instrument bewaart of met dat instrument bij zich draagt, alsook het feit van de betalingsdienstaanbieder, of de door laatstgenoemde aangeduide entiteit, niet onverwijld in kennis te hebben gesteld van het verlies of de diefstal. Wat de beoordeling van de nalatigheid betreft, houdt de rechter rekening met het geheel van de feitelijke omstandigheden. Het produceren door de betalingsdienstaanbieder van de registraties bedoeld in artikel VII. 34, en het gebruik van het betaalmiddel met de code die enkel door de betalingsdienstgebruiker is gekend, vormen geen voldoende vermoeden van nalatigheid vanwege deze laatste. Afdeling 5. - Terugbetaling van door of via een begunstigde geïnitieerde betalingstransactie Art. VII. 37. § 1. De betalingsdienstaanbieder van de betaler dient een toegestane, door of via een begunstigde geïnitieerde, betalingstransactie die reeds is uitgevoerd, terug te betalen aan de betaler, indien de volgende voorwaarden vervuld zijn : 1° toen de transactie werd toegestaan, werd het precieze bedrag van de betalingstransactie niet gespecificeerd, en 2° het bedrag van de betalingstransactie ligt hoger dan de betaler, op grond van zijn eerdere uitgavenpatroon, de voorwaarden van zijn raamcontract en relevante aspecten van de zaak, redelijkerwijs had kunnen verwachten. De betaler verstrekt de betalingsdienstaanbieder op diens verzoek de feitelijke elementen omtrent die voorwaarden. De terugbetaling bestaat uit het volledige bedrag van de uitgevoerde betalingstransactie. Voor domiciliëringen kunnen de betaler en zijn betalingsdienstaanbieder in het raamcontract overeenkomen dat de betaler ook recht heeft op een terugbetaling door zijn betalingsdienstaanbieder als de in het eerste lid vermelde voorwaarden voor terugbetaling niet vervuld zijn. § 2. Voor de toepassing van § 1, eerste lid, 2°, kan de betaler evenwel geen met een valutawissel verband houdende redenen aanvoeren indien de referentiewisselkoers is toegepast die hij overeenkomstig artikelen VII. 8, § 1, 4° en VII. 13, 3°, b), met zijn betalingsdienstaanbieder is overeengekomen. § 3. In het raamcontract tussen de betaler en de betalingsdienstaanbieder kan worden overeengekomen dat de betaler geen recht heeft op terugbetaling op voorwaarde dat : 1° hij zijn instemming met de uitvoering van de betalingstransactie of een reeks betalingstransacties rechtstreeks aan zijn betalingsdienstaanbieder heeft gericht, én 2° er voorafgaande informatie betreffende de toekomstige betalingstransactie gedurende ten minste vier weken voor de vervaldag op een overeengekomen wijze door de betalingsdienstaanbieder of door de begunstigde aan de betaler was verstrekt of ter beschikking was gesteld. Art. VII. 38. § 1. De betaler kan gedurende een periode van acht weken na de datum waarop de geldmiddelen zijn gedebiteerd, de in artikel VII. 37 bedoelde terugbetaling van een toegestane, door of via een begunstigde geïnitieerde betalingstransactie verzoeken. § 2. Binnen de tien werkdagen na ontvangst van een verzoek om terugbetaling betaalt de betalingsdienstaanbieder het volledige bedrag van de betalingstransactie terug, of motiveert hij waarom hij weigert tot terugbetaling over te gaan, met opgave van de instanties waarbij de betaler de zaak overeenkomstig de bepalingen van boek XV en artikel VII. 216 aanhangig kan maken indien hij de aangevoerde motivering niet aanvaardt. Het in het eerste lid bedoelde recht van de betalingsdienstaanbieder om de terugbetaling te weigeren, is niet van toepassing in het geval bedoeld in artikel VII. 37, § 1, laatste lid. HOOFDSTUK 6. - Uitvoeren van betalingstransacties Afdeling 1. - Betalingsopdrachten en overgemaakte bedragen Art. VII. 39. § 1. Het tijdstip van ontvangst van de betalingsopdracht is het tijdstip waarop de rechtstreeks door de betaler of onrechtstreeks door of via een begunstigde gegeven betalingsopdracht door de betalingsdienstaanbieder van de betaler wordt ontvangen. Indien het tijdstip van ontvangst voor de betalingsdienstaanbieder niet op een werkdag valt, wordt de ontvangen betalingsopdracht geacht op de eerstvolgende werkdag te zijn ontvangen. De betalingsdienstaanbieder kan een uiterste tijdstip aan het einde van een werkdag vaststellen, na welk tijdstip een ontvangen betalingsopdracht geacht wordt op de eerstvolgende werkdag te zijn ontvangen. § 2. Indien de betalingsdienstgebruiker die een betalingsopdracht initieert, en zijn betalingsdienstaanbieder overeenkomen dat de uitvoering van de betalingsopdracht aanvangt hetzij op een specifieke datum, hetzij aan het einde van een bepaalde termijn, hetzij op de dag waarop de betaler geldmiddelen ter beschikking van zijn betalingsdienstgebruiker heeft gesteld, wordt het tijdstip van ontvangst van de opdracht voor de toepassing van artikel VII. 44 geacht op de overeengekomen dag te vallen. Indien de overeengekomen dag geen werkdag is voor de betalingsdienstaanbieder, wordt de ontvangen betalingsopdracht geacht op de eerstvolgende werkdag te zijn ontvangen. Art. VII. 40. § 1. Wanneer de betalingsdienstaanbieder weigert een betalingsopdracht uit te voeren, wordt de betalingsdienstgebruiker in kennis gesteld van deze weigering en, indien mogelijk, van de redenen daarvoor en van de procedure voor de correctie van eventuele feitelijke onjuistheden die tot de weigering hebben geleid, onverminderd de toepassing van artikel 12 van de wet van 11 januari 1993Relevante gevonden documenten type wet prom. 20/07/2001 pub. 24/07/2001 numac 2001009636 bron ministerie van justitie Wet tot wijziging van artikel 186bis van het Gerechtelijk Wetboek sluiten5 tot voorkoming van het gebruik van het financiële stelsel voor het witwassen van geld en de financiering van terrorisme of andere toepasselijke wetgeving die dit verbiedt. De betalingsdienstaanbieder verstrekt zo spoedig mogelijk de kennisgeving of stelt deze ter beschikking op de overeengekomen wijze, en in elk geval binnen de termijnen bedoeld in artikel VII. 44. In het raamcontract kan de voorwaarde worden gesteld dat de betalingsdienstaanbieder voor die kennisgeving kosten mag aanrekenen indien de weigering objectief gerechtvaardigd is. § 2. Indien alle in het raamcontract van de betaler gestelde voorwaarden vervuld zijn, weigert de betalingsdienstaanbieder van de betaler niet een toegestane betalingsopdracht uit te voeren, ongeacht of de betalingsopdracht door een betaler dan wel door een begunstigde is geïnitieerd, onverminderd de toepassing van artikel 12 van de wet van 11 januari 1993Relevante gevonden documenten type wet prom. 20/07/2001 pub. 24/07/2001 numac 2001009636 bron ministerie van justitie Wet tot wijziging van artikel 186bis van het Gerechtelijk Wetboek sluiten5 tot voorkoming van het gebruik van het financiële stelsel voor het witwassen van geld en de financiering van terrorisme of andere toepasselijke wetgeving die dit verbiedt. § 3. Voor de toepassing van de artikelen VII. 44, VII. 49 en VII. 50 wordt een betalingsopdracht waarvan de uitvoering is geweigerd, geacht niet ontvangen te zijn. Art. VII. 41. De betalingsdienstgebruiker kan een betalingsopdracht niet meer herroepen zodra de betalingsdienstaanbieder van de betaler die heeft ontvangen, tenzij anders is bepaald in dit artikel. Wanneer de betalingstransactie door of via de begunstigde is geïnitieerd, kan de betaler de betalingsopdracht niet herroepen nadat hij de betalingsopdracht of zijn instemming met de uitvoering van de betalingstransactie aan de begunstigde heeft verstrekt. In het geval van een domiciliëring en onverminderd de rechten inzake terugbetaling kan de betaler de betalingsopdracht evenwel herroepen, ten laatste aan het einde van de werkdag die voorafgaat aan de overeengekomen dag waarop de betaalrekening wordt gedebiteerd. In het in artikel VII. 39, § 2, bedoelde geval kan de betalingsdienstgebruiker een betalingsopdracht herroepen tot uiterlijk het einde van de werkdag die aan de overeengekomen dag voorafgaat. Na het verstrijken van de in het eerste tot vierde lid bedoelde termijnen kan de betalingsopdracht alleen worden herroepen indien zulks tussen de betalingsdienstgebruiker en zijn betalingsdienstaanbieder is overeengekomen. In het in tweede en derde lid bedoelde geval is ook het akkoord van de begunstigde vereist. Indien zulks in het raamcontract is overeengekomen, mag de betalingsdienstaanbieder voor de uitoefening van dit bijkomend herroepingsrecht kosten aanrekenen. Art. VII. 42. De betalingsdienstaanbieder van de betaler, de betalingsdienstaanbieder van de begunstigde en eventuele tussenpersonen van de betalingsdienstaanbieders maken het volledige bedrag van de betalingstransactie over en houden op het overgemaakte bedrag geen kosten in. De begunstigde en zijn betalingsdienstaanbieder kunnen evenwel overeenkomen dat de betalingsdienstaanbieder zijn kosten op het overgemaakte bedrag inhoudt voordat hij de begunstigde daarmee crediteert. In dat geval worden het volledige bedrag van de betalingstransactie en de kosten afzonderlijk vermeld in de informatie die aan de begunstigde wordt verstrekt. Indien andere kosten dan die bedoeld in het tweede lid op het overgemaakte bedrag worden ingehouden, zorgt de betalingsdienstaanbieder van de betaler ervoor dat de begunstigde het volledige bedrag van de door de betaler geïnitieerde betalingstransactie ontvangt. Wanneer de betalingstransactie door de begunstigde wordt geïnitieerd, zorgt diens betalingsdienstaanbieder ervoor dat het volledige bedrag van de betalingstransactie door de begunstigde wordt ontvangen. Afdeling 2. - Uitvoeringstermijn en valutadatum Art. VII. 43. Deze afdeling is van toepassing op 1° betalingstransacties in euro;2° betalingstransacties met slechts één valutawissel tussen de euro en de valuta van een lidstaat die de euro niet als munt heeft, mits de vereiste valutawissel wordt uitgevoerd in de betrokken lidstaat waar de euro niet de munteenheid is en, bij grensoverschrijdende betalingstransacties, de overmaking in euro geschiedt. § 2. Deze afdeling is van toepassing op andere betalingstransacties, tenzij tussen de betalingsdienstgebruiker en zijn betalingsdienstaanbieder anders overeengekomen is, met uitzondering van artikel VII. 47, waarvan partijen niet kunnen afwijken. Indien de betalingsdienstgebruiker en zijn betalingsdienstaanbieder een periode overeenkomen die langer is dan in artikel VII. 44 is bepaald, mag die periode voor betalingstransacties binnen de EER niet langer zijn dan vier werkdagen na het tijdstip van ontvangst overeenkomstig artikel VII. 39. Art. VII. 44. § 1. De betalingsdienstaanbieder van de betaler zorgt er voor dat de rekening van de betalingsdienstaanbieder van de begunstigde uiterlijk aan het einde van de eerstvolgende werkdag na het tijdstip van ontvangst overeenkomstig artikel VII. 39 voor het bedrag van de betalingstransactie wordt gecrediteerd. Deze termijn kan voor betalingstransacties die op papier worden geïnitieerd, met een bijkomende werkdag worden verlengd. Voor de uitvoering van elektronisch geïnitieerde binnenlandse betalingstransacties tussen twee betaalrekeningen waarbij de betalingsdienstaanbieder van de betaler en van de begunstigde dezelfde persoon is, wordt de termijn bedoeld in het vorige lid, herleid tot het einde van dezelfde werkdag van het moment van de ontvangst overeenkomstig artikel VII. 39. § 2. De betalingsdienstaanbieder van de begunstigde valuteert het bedrag van de betalingstransactie en stelt het beschikbaar op de betaalrekening van de begunstigde zodra de betalingsdienstaanbieder het geld ontvangen heeft overeenkomstig artikel VII. 47. § 3. De betalingsdienstaanbieder van de begunstigde maakt een door of via de begunstigde geïnitieerde betalingsopdracht over aan de betalingsdienstaanbieder van de betaler binnen de tussen de begunstigde en zijn betalingsdienstaanbieder overeengekomen termijnen, zodat de afwikkeling van de domiciliëring op de overeengekomen vervaldatum kan plaatsvinden. Art. VII. 45. Wanneer de begunstigde geen betaalrekening bij de betalingsdienstaanbieder heeft, worden de geldmiddelen door de betalingsdienstaanbieder die de geldmiddelen ten behoeve van de begunstigde ontvangt, aan de begunstigde ter beschikking gesteld binnen de in artikel VII. 44 bepaalde termijn. Art. VII. 46. Wanneer een consument contanten op een betaalrekening bij deze betalingsdienstaanbieder deponeert in de valuta van die betaalrekening, zorgt die betalingsdienstaanbieder ervoor dat het bedrag onmiddellijk na het tijdstip van ontvangst van de geldmiddelen beschikbaar wordt gesteld en wordt gevaluteerd. Wanneer de betalingsdienstgebruiker geen consument is, wordt het bedrag uiterlijk op de eerstvolgende werkdag na de ontvangst van de geldmiddelen op de betaalrekening van de begunstigde beschikbaar gesteld en gevaluteerd. Art. VII. 47. § 1. De valutadatum van de creditering van de betaalrekening van de begunstigde valt uiterlijk op de werkdag waarop het bedrag van de betalingstransactie op de rekening van de betalingsdienstaanbieder van de begunstigde wordt gecrediteerd. De betalingsdienstaanbieder van de begunstigde zorgt ervoor dat het bedrag van de betalingstransactie ter beschikking van de begunstigde komt onmiddellijk nadat het bedrag op de rekening van de betalingsdienst-aanbieder van de begunstigde is gecrediteerd. § 2. De valutadatum van de debitering van de betaalrekening van de betaler valt niet vroeger dan het tijdstip waarop het bedrag van de betalingstransactie van die rekening is gedebiteerd. Afdeling 3. - Aansprakelijkheid in geval van onjuiste unieke identificator, niet-uitvoering of gebrekkige uitvoering Art. VII. 48. § 1. Een betalingsopdracht uitgevoerd in overeenstemming met de unieke identificator, wordt geacht correct te zijn uitgevoerd wat betreft de in de unieke identificator gespecificeerde begunstigde. De betalingsdienstaanbieder gaat niettemin na, voor zover zulks technisch en zonder manuele tussenkomst mogelijk is, of de unieke identificator coherent is. Indien niet, weigert hij de betalingsopdracht uit te voeren en licht hij de betalingsdienstgebruiker die de identificator heeft verstrekt hierover in. § 2. Indien de unieke identificator die door de betalingsdienstgebruiker is verstrekt, onjuist is, is de betalingsdienstaanbieder uit hoofde van artikelen VII.49 en VII 50 niet aansprakelijk voor de niet-uitvoering of gebrekkige uitvoering van de betalingstransactie voor zover hij de controle bedoeld in § 1 heeft uitgevoerd. De betalingsdienstaanbieder van de betaler levert evenwel redelijke inspanningen om de met de betalingstransactie gemoeide geldmiddelen terug te verkrijgen. Indien zulks in het raamcontract is overeengekomen, mag de betalingsdienstaanbieder de betalingsdienstgebruiker voor het terugverkrijgen kosten aanrekenen. § 3. Indien de betalingsdienstgebruiker aanvullende informatie verstrekt naast de informatie die krachtens de artikelen VII. 8, § 1, 1° of VII.13, 2°, b), vereist is, is de betalingsdienstaanbieder alleen aansprakelijk voor de uitvoering van betalingstransacties overeenkomstig de unieke identificator die door de betalingsdienstgebruiker is verstrekt. Art. VII. 49. § 1. Wanneer een betalingsopdracht door de betaler wordt geïnitieerd, is zijn betalingsdienstaanbieder, onverminderd de toepassing van de artikelen VII. 33, VII. 48, §§ 2 en 3, en VII. 53, jegens de betaler aansprakelijk voor de juiste uitvoering van de betalingstransactie. In afwijking van het eerste lid is de betalingsdienstaanbieder van de begunstigde aansprakelijk jegens de begunstigde voor de juiste uitvoering van de betalingstransactie in geval de betalingsdienstaanbieder van de betaler tegenover de betaler en, voor zover relevant, tegenover de betalingsdienstaanbieder van de begunstigde, kan bewijzen dat de betalingsdienstaanbieder van de begunstigde het bedrag van de betalingstransactie heeft ontvangen overeenkomstig artikel VII. 44. § 2. Wanneer de betalingsdienstaanbieder van de betaler aansprakelijk is uit hoofde van § 1, betaalt hij de betaler onverwijld het bedrag van de niet-uitgevoerde of gebrekkig uitgevoerde betalingstransactie terug en herstelt hij, in voorkomend geval, de betaalrekening die met dat bedrag was gedebiteerd, in de toestand zoals die geweest zou zijn mocht de gebrekkig uitgevoerde betalingstransactie niet hebben plaatsgevonden. Wanneer de betalingsdienstaanbieder van de begunstigde aansprakelijk is uit hoofde van § 1, stelt hij onmiddellijk het bedrag van de betalingstransactie ter beschikking van de begunstigde en crediteert hij, voor zover van toepassing, de betaalrekening van de begunstigde met het overeenkomstige bedrag. § 3. Wanneer een betalingstransactie niet of gebrekkig is uitgevoerd en de betalingsopdracht door de betaler was geïnitieerd, tracht de betalingsdienstaanbieder van de betaler, ongeacht de aansprakelijkheid uit hoofde van dit artikel, op vraag van de betaler, onmiddellijk de betalingstransactie te traceren en stelt hij de betaler op de hoogte van de resultaten daarvan. Art. VII. 50. § 1. Wanneer een betalingsopdracht door of via de begunstigde wordt geïnitieerd, is de betalingsdienstaanbieder van de begunstigde, onverminderd de artikelen VII. 33, VII. 48, §§ 2 en 3, en VII. 53, aansprakelijk jegens de begunstigde voor de juiste verzending van de betalingsopdracht aan de betalingsdienstaanbieder van de betaler, overeenkomstig artikel VII. 44, § 3. Wanneer de betalingsdienstaanbieder van de begunstigde aansprakelijk is uit hoofde van het vorige lid, geeft hij de betrokken betalingsopdracht onmiddellijk door aan de betalingsdienstaanbieder van de betaler. § 2. De betalingsdienstaanbieder van de begunstigde is, onverminderd de toepassing van de artikelen VII. 33, VII. 48, §§ 2 en 3, en VII. 53, aansprakelijk jegens de begunstigde voor het behandelen van de geldtransactie overeenkomstig zijn verplichtingen krachtens artikel VII. 47. Wanneer de betalingsdienstaanbieder van de begunstigde aansprakelijk is uit hoofde van het vorige lid, zorgt hij ervoor dat het bedrag van de betalingstransactie onmiddellijk ter beschikking van de begunstigde wordt gesteld zodra de rekening van de betalingsdienstaanbieder van de begunstigde met het overeenkomstige bedrag is gecrediteerd. § 3. Bij een niet-uitgevoerde of gebrekkig uitgevoerde betalingstransactie waarvoor de betalingsdienstaanbieder van de begunstigde niet aansprakelijk is uit hoofde van de §§ 1 en 2 van dit artikel, is de betalingsdienstaanbieder van de betaler aansprakelijk jegens de betaler. Wanneer de betalingsdienstaanbieder van de betaler aansprakelijk is uit hoofde van het vorige lid, betaalt hij, in voorkomend geval, de betaler onverwijld het bedrag van de niet-uitgevoerde of gebrekkig uitgevoerde betalingstransactie terug en herstelt hij onverwijld de betaalrekening die met dat bedrag was gedebiteerd, in de toestand zoals die geweest zou zijn mocht de gebrekkig uitgevoerde betalingstransactie niet hebben plaatsgevonden. § 4. Wanneer een betalingstransactie niet of gebrekkig is uitgevoerd en de betalingsopdracht door of via de begunstigde was geïnitieerd, tracht de betalingsdienstaanbieder van de begunstigde, ongeacht de aansprakelijkheid uit hoofde van dit artikel, desgevraagd onmiddellijk de betalingstransactie te traceren en stelt hij de begunstigde op de hoogte van de resultaten daarvan. Art. VII. 51. Betalingsdienstaanbieders zijn aansprakelijk jegens hun respectieve betalingsdienstgebruikers voor de kosten waarvoor zij verantwoordelijk zijn en de interesten die de betalingsdienstgebruiker worden aangerekend wegens niet-uitvoering of gebrekkige uitvoering van de betalingstransactie. De betalingsdienstgebruiker heeft ook recht op aanvullende vergoedingen voor eventuele verdere financiële gevolgen naast die waarin deze afdeling voorziet. Art. VII. 52. Wanneer de aansprakelijkheid van een betalingsdienstaanbieder uit hoofde van de artikelen VII. 49 tot VII. 50 kan worden toegerekend aan een andere betalingsdienstaanbieder of een tussenpersoon, vergoedt die betalingsdienstaanbieder of die tussenpersoon eerstgenoemde betalingsdienstaanbieder voor alle verliezen die zijn opgelopen en/of de bedragen die zijn betaald uit hoofde van de artikelen VII. 49 tot VII. 50. Aanvullende financiële vergoeding kan worden vastgesteld conform tussen de betalingsdienstaanbieders en/of tussenpersonen gesloten overeenkomsten en het recht dat van toepassing is op de tussen hen gesloten overeenkomst. Art. VII. 53. De aansprakelijkheid bedoeld in de artikelen VII.27 tot VII.52, geldt niet in geval van overmacht, noch wanneer een betalingsdienstaanbieder uit hoofde van nationale of Europese gemeenschapswetgeving andere wettelijke verplichtingen heeft. HOOFDSTUK 7. - Bepalingen die gelden voor alle betalingstransacties bedoeld in de hoofdstukken 5 en 6 Art. VII. 54. Wanneer de betalingsdienstgebruiker geen consument is, kunnen partijen overeenkomen dat de artikelen VII. 27, § 3, VII. 28, VII. 34, VII. 36 tot VII. 38, VII. 41, VII. 49 tot VII. 51, en VII. 55, § 1, in het geheel of ten dele niet van toepassing zijn. Partijen kunnen ook een andere termijn overeenkomen dan die welke is bepaald in artikel VII. 33. Art. VII. 55. § 1. De betalingsdienstaanbieder mag uit hoofde van de artikelen VII. 27 tot VII. 53 en behoudens andersluidende bepaling, de betalingsdienstgebruiker geen kosten aanrekenen voor het vervullen van zijn verplichtingen. In afwijking van de voorgaande leden, kan de betalingsdienstaanbieder kosten aanrekenen in de gevallen bedoeld in de artikelen VII. 40, § 1, VII. 41, vijfde lid, of VII. 48, § 2, voor zover dit in het raamcontract werd overeengekomen tussen de betalingsdienstgebruiker en de betalingsdienstaanbieder en in de mate dat de aan te rekenen kosten passend zijn en in overeenstemming met de kosten die de betalingsdienstaanbieder feitelijk gemaakt heeft. § 2. Wanneer met een betalingstransactie geen valutawissel gemoeid is, betalen de betaler en de begunstigde elk voor zich de door hun respectieve betalingsdienstaanbieder in rekening gebrachte kosten. § 3. De betalingsdienstaanbieder belet niet dat de begunstigde van de betaler een vergoeding vraagt of een korting aanbiedt voor het gebruik van een bepaald betaalinstrument. Deze vergoeding mag niet hoger zijn dan de werkelijke kosten voor de begunstigde als gevolg van het gebruik van dit betaalinstrument. In afwijking van het eerste lid, kan de Koning, bij een in de Ministerraad overlegd besluit, rekening houdend met de noodzaak om de mededinging en het gebruik van efficiënte betaalinstrumenten aan te moedigen, de begunstigde het recht ontzeggen of inperken om een vergoeding te vragen voor het verrichten van betalingstransacties met behulp van een betaalinstrument. De Koning kan ook, bij een in de Ministerraad overlegd besluit, maxima bepalen voor de vergoedingen, ongeacht de benaming of de vorm, die door de betalingsdienstaanbieder aan de begunstigde worden aangerekend voor de terbeschikkingstelling van uitrusting die het verstrekken van betalingsdiensten verbonden met een betaalinstrument vergemakkelijken. Art. VII. 56. § 1. In geval van betaalinstrumenten die overeenkomstig het raamcontract ofwel uitsluitend worden gebruikt voor afzonderlijke betalingstransacties van maximaal 30 euro ofwel een uitgavenlimiet van 150 euro hebben of waarop maximaal een bedrag van 150 euro tegelijk kan worden opgeslagen, kunnen betalingsdienstaanbieders met hun betalingsdienstgebruikers overeenkomen dat : 1° artikelen VII.30, § 1, 2°, VII. 31, 3° en 4°, en VII. 36, § 2, niet van toepassing zijn als het betaalinstrument niet kan worden geblokkeerd of verder gebruik ervan niet kan worden voorkomen; 2° artikelen VII.34, VII. 35, en VII. 36, § 1, eerste en tweede lid, niet van toepassing zijn als het betaalinstrument anoniem wordt gebruikt of de betalingsdienstaanbieder om andere redenen inherent aan het betaalinstrument niet het bewijs kan leveren dat de betalingstransactie is toegestaan; 3° in afwijking van artikel VII.40, § 1, de betalingsdienstaanbieder niet verplicht is de betalingsdienstgebruiker in kennis te stellen van de weigering van een betalingsopdracht als uit de context duidelijk blijkt dat de opdracht niet is uitgevoerd; 4° in afwijking van artikel VII.41 de betaler de betalingsopdracht niet kan herroepen nadat hij de betalingsopdracht heeft overgemaakt of de begunstigde heeft ingestemd met de uitvoering van de betalingstransactie; 5° in afwijking van de artikelen VII.44 en VII. 45, andere uitvoeringstermijnen worden toegepast. § 2. Voor binnenlandse betalingstransacties kan de Koning, bij een besluit, vastgesteld na overleg in de Ministerraad, de in § 1, eerste lid, genoemde bedragen verlagen of verdubbelen, en voor voorafbetaalde betaalinstrumenten verhogen tot 500 euro. § 3. De artikelen VII. 35 en VII. 36 zijn ook van toepassing op elektronisch geld, tenzij de betalingsdienstaanbieder van de betaler niet de mogelijkheid heeft de betaalrekening of het betaalinstrument te blokkeren en het instrument voldoet aan de gebruiksvoorwaarden zoals bedoeld in de inleidende bepaling van § 1. HOOFDSTUK 8. - Basisbankdienst Art. VII. 57. § 1. De basisbankdienst is een betalingsdienst die bestaat uit de diensten bedoeld in artikel I. 9, 1°,
- a)tot c), met uitzondering van iedere uitgestelde betalingsverrichting aan de hand van een betaalinstrument, en de boeking van cheques. De mogelijkheid om contanten op een betaalrekening te plaatsen of op te nemen geldt enkel in België. De Koning kan de lijst van deze diensten wijzigen en aanvullen. § 2. Iedere kredietinstelling moet de basisbankdienst aanbieden. Elke consument heeft recht op de basisbankdienst. De toegang tot een basisbankdienst mag niet afhankelijk worden gesteld van het sluiten van een overeenkomst betreffende een nevendienst. § 3. De maximale prijs voor de basisbankdienst mag het bedrag van 12 euro per jaar niet overschrijden. De Koning bepaalt het aantal verrichtingen dat vervat is in deze prijs. Hij kan dit tarief aanpassen. § 4. Ingeval het toegestane aantal verrichtingen wordt overschreden, mag de kredietinstelling die verrichtingen tegen het gewone tarief aanrekenen. De Koning kan een maximale prijs per verrichting vaststellen. § 5. De kredietinstelling mag noch uitdrukkelijk noch stilzwijgend een kredietopening aanbieden of toestaan verbonden met een basisbankdienst . Een betalingstransactie uitgevoerd in het raam van een basisbankdienst kan niet worden uitgevoerd wanneer deze leidt tot een debetstand. Art. VII. 58. De consument die een basisbankdienst aanvraagt, mag niet reeds beschikken over een basisbankdienst, een andere betaalrekening of een rekening waarvan het jaarlijkse gemiddelde gecumuleerde creditsaldo hoger is dan 6.000 euro. Voor de bepaling van dit maximumbedrag worden de waarborgen bedoeld bij artikel 10 van het Burgerlijk Wetboek, Boek III, Titel VIII, Hoofdstuk II, Afdeling 2, niet in rekening gebracht. De Koning kan dit bedrag wijzigen. Art. VII. 59. § 1. De aanvraag tot opening van een basisbankdienst dient schriftelijk te geschieden door middel van een formulier dat ter beschikking wordt gesteld door de kredietinstelling Het aanvraagformulier bevat een verklaring waarin de consument bevestigt niet reeds te beschikken over een basisbankdienst of een betaalrekening. De Koning kan de vermeldingen bepalen die op het aanvraagformulier moeten voorkomen. § 2. De kredietinstelling mag een aanvraag weigeren of de basisbankdienst opzeggen in geval van oplichting, misbruik van vertrouwen, bedrieglijke bankbreuk, valsheid in geschrifte, witwassen van geld of financieren van terrorisme door de consument, en niet-naleving van artikel VII. 58, eerste tot derde lid. De beschikking van toelaatbaarheid van een verzoek tot collectieve schuldenregeling kan geen reden zijn om een betaalrekening te weigeren of op te zeggen. De beslissing tot weigering of opzegging dient op het aanvraagformulier te worden aangebracht met inbegrip van de gronden en de rechtvaardiging van de beslissing. In dit formulier worden uitdrukkelijk de klachten- en buitengerechtelijke beroepsprocedures vermeld die voor de consument open staan, evenals de volledige naam, het adres en het telefoonnummer van het bevoegde orgaan, bedoeld in artikel VII. 59, § 3, eerste lid, ter betwisting van een weigering tot opening of een opzegging van deze basisbankdienst. De consument ontvangt in geval van weigering of opzegging gratis een afschrift van het aanvraagformulier. Deze informatieverstrekking is niet vereist wanneer dit objectief gerechtvaardigde veiligheidsmaatregelen zou doorkruisen of verboden is krachtens andere toepasselijke wetgeving. § 3. Onverminderd de toepassing van § 2, laatste lid, brengt de kredietinstelling haar beslissing van weigering of opzegging onverwijld, schriftelijk en gratis ter kennis aan het orgaan dat bevoegd is om een klachten- en buitengerechtelijke beroepsprocedure te behandelen en, desgevallend, de schuldbemiddelaar. Dit orgaan kan de beslissing van de kredietinstelling vernietigen of de tenlasteneming van de basis-bankdienstverlening door een andere kredietinstelling opleggen, volgens de voorwaarden die het bepaalt. § 4. De kredietinstelling zendt elk jaar aan het bevoegde orgaan, bedoeld in § 3, informatie over het aantal geopende rekeningen, het aantal weigeringen en opzeggingen alsook over de motivering ervan. De informatie over het afgelopen kalenderjaar wordt ten laatste op 31 januari van het daaropvolgend jaar overgezonden. HOOFDSTUK 9. - Uitgifte en terugbetaalbaarheid van elektronisch geld en verbod op rente Art. VII. 60. Uitgevers van elektronisch geld geven elektronisch geld uit tegen de nominale waarde, in ruil voor ontvangen geld. Art. VII. 61. § 1. Uitgevers van elektronisch geld betalen de nominale monetaire waarde van het aangehouden elektronisch geld op elk ogenblik terug wanneer de houder van het elektronisch geld daarom verzoekt. § 2. De terugbetalingsvoorwaarden, met inbegrip van de eventuele vergoeding die hiermee samenhangt, worden duidelijk en opvallend vermeld in de overeenkomst tussen de uitgever van elektronisch geld en de houder van elektronisch geld, en de houder van het elektronisch geld wordt in kennis gesteld van deze voorwaarden voordat hij wordt gebonden door een overeenkomst of een aanbod. § 3. Voor terugbetaling kan er enkel een vergoeding in rekening worden gebracht indien dit in de overeenkomst is vermeld overeenkomstig § 2, en enkel in een van de volgende gevallen : 1° indien er om terugbetaling wordt gevraagd vóór de overeenkomst is beëindigd;2° indien de overeenkomst voorziet in een beëindigingsdatum en de houder van het elektronisch geld de overeenkomst vóór deze datum beëindigt, of 3° indien er meer dan een jaar na de beëindiging van de overeenkomst om terugbetaling wordt gevraagd. Dergelijke vergoeding staat in verhouding tot de werkelijke kosten die de uitgever van elektronisch geld heeft gemaakt. De Koning kan de criteria vastleggen die toelaten de werkelijke kosten te bepalen die de uitgever van elektronisch geld in aanmerking kan nemen. § 4. Indien er om terugbetaling wordt gevraagd vóór de beëindiging van de overeenkomst, kan de houder van elektronisch geld verzoeken om de gedeeltelijke of volledige terugbetaling van het elektronisch geld. § 5. Wanneer de houder van het elektronisch geld om terugbetaling vraagt op de datum van beëindiging van de overeenkomst of binnen een termijn van een jaar na die datum : 1° wordt de volledige monetaire waarde van het aangehouden