← België

Decreet betreffende het Waalse Landbouwwetboek

In het kort

Dit decreet stelt het Waalse Landbouwwetboek vast, dat de landbouw in het Waalse Gewest reguleert. Het heeft als doel de landbouw te ondersteunen als hoeksteen van de maatschappij, essentieel voor economie, samenleving en milieu, en bij te dragen aan duurzame ontwikkeling.

Wat het reguleert

Wie het betreft

Kernpunten

Wettekst

wetboek (1) Het Waals Parlement heeft aangenomen

Wij, Regering, bekrachtigen hetgeen volgt : Titel I. - Algemene bepalingen HOOFDSTUK I. - Inleidende bepalingen Artikel D. 1. § 1. Landbouw is één van de hoekstenen van onze maatschappij

maakt deel uit van het gemeenschappelijk erfgoed van het Waals Gewest. Landbouw is essentieel voor de werking van diens economie, samenleving

leefmilieu

draagt bij tot de duurzame ontwikkeling. De Waalse landbouw is verscheiden

multifunctioneel. Deze verscheidenheid is een bron van rijkdom die gevrijwaard dient te worden. § 2. De hoofdfunctie van de Waalse landbouw is, ingaand op de noodzakelijkste behoeften van de burgers, in voeding te voorzien. Deze functie wordt samen beschouwd met de andere functies die de landbouw moet vervullen : 1° het vrijwaren

het beheren van de natuurlijke rijkdommen, de biodiversiteit

de bodems;2° de sociaal-economische ontwikkeling van het grondgebied;3° het vrijwaren

het beheren van het grondgebied

de landschappen. Daardoor draagt de Waalse landbouw bij tot het levendig houden van de plattelandsgebieden

tot het evenwicht van de ruimtelijke ontwikkeling. De productie van planten, grondstoffen

materialen voor niet-voedingsdoeleinden is een aanvullende functie van de Waalse landbouw. Om de diversiteit

de multifunctionaliteit van zijn landbouw

zijn duurzame ontwikkeling te vrijwaren, geeft het Waalse Gewest aanzetten tot de instandhouding van een familiale landbouw op menselijke schaal, rendabel, bron van werkgelegenheid,

tot de evolutie naar een ecologisch intensieve landbouw. § 3. Daarvoor voert het Waalse Gewest ten voordele van allen, burgers

landbouwers, een landbouwbeleid met volgende doeleinden : 1° de verwezenlijking bevorderen van het recht op een goede voeding waarbij een bevoorrading met kwaliteitsvolle voedingsproducten in voldoende aantal gewaarborgd wordt om via een duurzame landbouwproductie de voedingsnoden van de huidige

de komende bevolking te lenigen;2° de landbouwers toegang kunnen bieden tot een decent inkomen uit de vergoeding voor hun werk

het voortbestaan van de landbouwactiviteit garanderen door een verbeterde rendabiliteit van de landbouwbedrijven middels een methode die productiekostenbeheersing

lonende prijzen verzoent;3° het leefmilieu

de biodiversiteit vrijwaren

verbeteren

de klimaatveranderingen

diens gevolgen bestrijden rekening houdend met de economische

maatschappelijke realiteit van de landbouwsector;4° de banden aanhalen tussen maatschappij

landbouw door

erzijds de voorname rol die de landbouwers op zich nemen te erkennen, de diensten die de landbouw bewijst te erkennen, te valoriseren

te ontwikkelen

door anderzijds de verwachtingen die de landbouwers over de maatschappij vestigen te erkennen;5° de vestiging van jonge landbouwers aanmoedigen

ondersteunen, zelfs zonder

ig gezinsverband, door de overname of de oprichting van landbouwbedrijven;6° tot economische ontwikkeling aanzetten via directe of indirecte werkgelegenheid als zelfstandige of in loondienst, bij voorkeur met werk voor jongeren

de inzet van lokale of regionale arbeidskrachten;7° de oppervlaktes aangewend voor landbouwproductie vrijwaren

bijdragen tot een verminderde vastgoeddruk

-speculatie, ook door een gecoördineerd beheer van openbare gronden;8° de zelfredzaamheid van de landbouwers

de landbouwbedrijven, individueel dan wel collectief, begunstigen in termen van productie, verwerking

verhandeling, ook door het samenwerkingsmodel voor te staan, de beroepsopleidingen meer gewicht te verlenen

door producenten

consumenten in kortere voedingsdistributiecircuits te betrekken;9° de verschillende actoren uit de agrovoeding een grotere samenwerking laten aangaan als partners van verschillende landbouwers van het Waalse Gewest op gewestelijke schaal

hen aanzetten tot het vinden van nieuwe afzetgebieden

-markten, waaronder in de uitvoer;10° de promotie van Waalse landbouwproducten bevorderen, deze producten een hogere erkenbaarheid bezorgen

werken aan de voorbeeldfunctie van de overheid bij de aankoop van land-

tuinbouwproducten

duurzame voedingsproducten;11° de structurering van de landbouwers aanmoedigen

ondersteunen om hun onderhandelingspositie in de voedingsketen versterken

een sterkere toeëigening van de toegevoegde waarde van landbouwproducten verwezenlijken;12° de diversificatie van de landbouw-

niet-landbouwactiviteiten bevorderen

ondersteunen als onderpand voor een beter risicobeheer

een verhoogd opveringsvermogen;13° de landbouwers nauwer betrekken bij de vaststelling

de invoering van het landbouwbeleid

de inspraak van de verwerkende sector, de handel, de consumenten

de civiele maatschappij organiseren;14° het multidisciplinair

participatief onderzoek, de innovatie, de technische vooruitgang, de netwerking tussen actoren

de opleidingen aanmoedigen met het oog op de totstandkoming van een ecologisch intensieve landbouw;15° de verspilling van voedingsmiddelen bestrijden, ongeacht of dit in termen van sensibilisering, productie of verwerking gebeurt. § 4. Het landbouwbeleid van het Waalse Gewest is deel van een internationale

Europese dimensie

strekt ertoe, de duurzame ontwikkeling van de landbouw te waarborgen. Daartoe verdedigt het Waalse Gewest het concept van voedselsoevereiniteit

draagt het bij tot de uitwerking ervan in de Europese Unie

op internationaal vlak. § 5. Alle beslissingen

reglementeringen die inzake landbouw onder het Waals Gewest vallen, nemen de oriëntaties van dit artikel in acht. Art. D.2. § 1. In het kader van de bevoegdheden van het Waalse Gewest

onverminderd de wetgeving inzake economische expansie, is dit Wetboek van toepassing op : 1° de landbouwactiviteiten

de landbouwproducten;2° de aquacultuuractiviteiten

de aquacultuurproducten;3° de structuren

de personen verbonden met de activiteiten bedoeld in 1°

2°. § 2. De activiteiten bedoeld in het eerste lid omvatten : 1° de productie, de reproductie, de vermeerdering, de oogst, de bewerking, de triage, de opslag, de verwerking, de bereiding, de presentatie, de verpakking, de monsterneming, de analyse, het vervoer

het in de handel brengen van planten of plantaardige producten, met inbegrip van zaaizaad

pootgoed;2° de ophaling, de productie, de vervaardiging, de bereiding, de verwerking, de bewerking, de opslag, de verpakking, de monsterneming, de analyse, het vervoer

het in de handel brengen van dierlijke producten;3° de teelt;4° de productie

het op de markt brengen van voedingsmiddelen, grondstoffen

andere producten;5° de dienstverlening, de begeleiding, de onderaanneming, de verkoop

de verwerking van planten, dieren, plantaardige of dierlijke producten voor landbouwers;6° de advisering

de beroepsopleiding van de personen die de activiteiten bedoeld in het eerste lid uitoefenen;7° de landelijke ontwikkeling, met inbegrip van grondinrichtingen

grondbeleid;8° de diversificatie van de landbouw-

niet-landbouwactiviteiten

de landbouw-

niet-landbouwproducten;9° de oriëntatie, de bevordering, de ontwikkeling

de begeleiding van de landbouwactiviteiten in de richting van een landbouw met verbrede doelstelling, met inbegrip van een landbouw die niet-landbouwactiviteiten opneemt binnen zijn takenpakket;10° het naleven van de uit de regelgeving voortvloeiende beheerseisen

eisen inzake goede landbouw-

milieuconditie in het kader van de randvoorwaarden;11° de invoering van landbouwpraktijken

technieken die goed zijn voor het klimaat, het milieu, de biodiversiteit of de kwaliteit van de producten;12° de samenwerking tussen de landbouwers

de verwerkers;13° het onderzoek

de begeleiding in verband met de activiteiten bedoeld in het eerste lid.14° de coëxistentie van genetisch gewijzigde organismen met conventionele

biologische teelten. HOOFDSTUK II. - Begripsomschrijvingen Art. D.3. Voor de toepassing van dit Wetboek wordt verstaan onder : 1° "landbouwactiviteit" : elke activiteit die rechtstreeks of onrechtstreeks gericht is op de productie van gewassen of dieren of van plantaardige of dierlijke producten, of die rechtstreeks of onrechtstreeks gericht is op hun verwerking met inbegrip van veeteelt, tuinbouw, aquacultuur

bijenteelt, of de instandhouding van de gronden in goede landbouw-

milieuconditie;2° "dienstactiviteit" : activiteit die verschilt van de onderzoeksactiviteit

die in verband gebracht kan worden met beschikbare expertise of apparatuur wegens activiteiten inzake landbouwkundig basis- of toegepast onderzoek;3° "administratie" : het Operationeel Directoraat-generaal Landbouw, Natuurlijke Hulpbronnen

Leefmilieu van de Waalse Overheidsdienst;4° "landbouwer" : natuurlijke of rechtspersoon of groepering van natuurlijke of rechtspersonen die een landbouwbedrijf uitbaat op het grondgebied van het Waalse Gewest;5° "gastvrije landbouwer" : natuurlijke persoon die voldoet aan de begripsomschrijving van landbouwer zoals bepaald in 4°, die landbouwer in hoofdberoep of nevenberoep is

die verantwoordelijk is voor het leiden van pedagogische activiteiten op het landbouwbedrijf;6° "gastvrije animator" natuurlijke persoon, ander dan de landbouwer-gastheer zoals omschreven in 5°, die pedagogische activiteiten leidt op het landbouwbedrijf,

die over kennis in landbouwzaken beschikt;7° "ecologisch intensieve landbouw" : landbouw die berust op ecologische processen

functionaliteiten om te produceren zonder gevaar voor de mogelijkheid van het systeem om zijn eigen productiecapaciteit in stand te houden

die ernaar streeft de functies van de ecosystemen, de ecologische processen, de informatie

de kennis te gebruiken om de productiemiddelen te beperken

de chemisch kunstmatige productiemiddelen te beperken;8° "aquacultuur" : kweek of teelt van aquatische organismen die productietechnieken van deze organismen uitvoeren;9° "meewerkend echtgenoot" : de natuurlijke persoon aangesloten bij een kas voor sociale verzekeringen voor zelfstandige beroepen als meewerkend echtgenoot in de zin van artikel 7bis, § 1, van het koninklijk besluit nr.38 van 27 juli 1967 houdende inrichting van het sociaal statuut der zelfstandigen, gewijzigd bij artikel 42 van de programmawet van 8 april 2003Relevante gevonden documenten type programmawet prom. 08/04/2003 pub. 17/04/2003 numac 2003021093 bron federale overheidsdienst kanselarij van de eerste minister Programmawet sluiten, als landbouwer die een landbouwactiviteit uitoefent in hetzelfde bedrijf als zijn echtgenoot of wettelijk samenwonende partner; 10° "biologische teelt" : teelt waarvan de productie voldoet aan de eisen van de communautaire reglementering betreffende de biologische productie

de etikettering van de biologische producten of, in voorkomend geval, aan de voorwaarden omschreven in de door de Regering gehomologeerde productdossiers;11° "conventionele teelt" : teelt die noch onder de begripsomschrijving van biologische teelt noch onder die van een genetisch gemodificeerde teelt valt;12° "genetisch gemodificeerde teelt" : teelt van genetisch gemodificeerde gewassen dat wordt aangeplant op basis van als genetisch gemodificeerd organisme, GGO, of als GGO bevattend aangemerkt pootmateriaal, overeenkomstig de geldende wetgeving;13° "eenmalige aanvraag" : formulier, waarin de volgende gegevens voorkomen : de steunaanvragen in het kader van de regelingen inzake rechtstreekse steunverlening

van sommige maatregelen voor plattelandsontwikkeling, de beheers-

controlegegevens betreffende die regelingen

maatregelen

andere communautaire of nationale regelingen, alsook de elementen vereist voor de identificatie van alle landbouwpercelen van het bedrijf, hun oppervlakte, plaatsbepaling

aanwending;14° "houderij" : geheel van de verrichtingen die tot doel hebben het houden van gebruiks- of huisdieren voor de fokkerij voor landbouwdoeleinden of om er een economisch voordeel uit te halen;15° "landbouwbedrijf" : het geheel van de productie-eenheden gelegen op het geografische grondgebied van Wallonië, in zelfstandig beheer van één

dezelfde landbouwer voor zover minstens één deel van de eenheden in het Waalse Gewest gelegen is;16° "ELFPO" : Europees Landbouwfonds voor Plattelandsontwikkeling belast met de steun van de plattelandsontwikkeling door de financiering of de medefinanciering van maatregelen voor plattelandsontwikkeling;17° "ELGF" : Europees Garantiefonds voor de Landbouw belast met de ondersteuning van rechtstreekse steunmaatregelen die overeenstemmen met de aan de landbouwer toegekende rechtstreekse betalingen in het kader van de steunregeling inzake landbouwinkomsten,

de steun voor landbouwmarkten;18° "EFMZV" : Europees Fonds voor Maritieme Zaken

Visserij, dat tot de verwezenlijking van de doelstellingen van het gemeenschappelijk visserijbeleid moet bijdragen;19° "leerboerderij" : landbouwbedrijf, zoals omschreven onder 15°, dat de benaming "leerboerderij" mag gebruiken, het merendeel van zijn inkomsten uit landbouwbedrijvigheid haalt

onder zelfstandig beheer van één landbouwer staat

waar regelmatig, als bijkomende activiteit, bezoekers

kinderen ontvangen worden in het kader van pedagogische activiteiten;20° "hobbyist" : persoon die regelmatig in de land- of bosbouw actief is maar voor wie dit niet de hoofdactiviteit of de voornaamste inkomstenbron is;21° "werkdag" : elke kalenderdag, met uitsluiting van zaterdagen, zondagen

wettelijke feestdagen;22° "Minister" : de Minister van Landbouw;23° "landbouwernummer" : nummer, toegekend in het kader van de verplichting tot een eenduidig identificatiesysteem voor elke landbouwer;24° "certificerende instelling" : onafhankelijke derde die productcertificaties moet uitvoeren

daarvoor over een erkenning beschikt;25° "betaalorgaan" : orgaan belast met het beheer

de betaling van landbouwsteun uit de Fondsen ELGF

ELFPO voor het Waalse Gewest;26° "landbouwproduct" : landbouwproduct dat al dan niet moet dienen als levensmiddel zoals bedoeld in bijlage I bij het Verdrag tot de oprichting van de Europese Unie

elk landbouwproduct zoals bedoeld in bijlage I bij Verordening (EU) nr.1151/2012 inzake kwaliteitsregelingen voor landbouwproducten

levensmiddelen; 27° "product van gedifferentieerde kwaliteit" : landbouwproduct of levensmiddel dat zich van een standaardproduct onderscheidt

als marktreferentie dient omdat het zich door de productiewijze of een kwalitatieve meerwaarde bij de eindproducten onderscheidt

verkregen wordt met inachtneming van een erkend productdossier;28° "landbouwkundig basisonderzoek" : oorspronkelijke fundamentele of experimentele onderzoeksactiviteit met als doel het vergaren van nieuwe kennis of een beter inzicht in de wetten van de wetenschappen of de technologie bij hun eventuele toepassingen in de landbouwsector;29° "toegepast onderzoek" : activiteit bestaande uit vorsings- of experimentele werkzaamheden met als doel het vergaren van een diepere kennis voor een vlottere afwerking van nieuwe methodes of producten;30° "landbouwkundig onderzoek" : de gezamenlijke activiteiten in verband met landbouwkundig basisonderzoek

toegepast onderzoek met landbouwdoeleinden;31° "productiesector" : de gezamenlijke activiteiten in verband met een bedrijfsonderdeel, een groep bedrijfsonderdelen, een productiemethode of de eerste verwerking van producten uit de landbouwproductie;32° "zaaizaad

pootgoed" : planten

plantaardige producten uit geslachtelijke of ongeslachtelijke teelt van gewassen bestemd voor het zaaien of het planten;33° "vervangdienst voor de landbouwer" : dienst die met daartoe vergoede arbeidskrachten een tijdelijke

doelmatige bijstand biedt aan landbouwbedrijven die er nood aan kunnen hebben wegens overmacht of omstandigheden waardoor het landbouwbedrijfshoofd, diens aangestelde of een in het bedrijf werkend

voor de goede werking van het bedrijf onontbeerlijk gezinslid onbeschikbaar zijn of worden;34° "kwaliteitsmerk" : collectief merk, door een onafhankelijke houder ter beschikking gesteld van een geheel van landbouwers, aangebracht op een product of een geheel van producten om de consument in te lichten over de bijzondere kenmerken van dat product of dat geheel van producten.Die kenmerken vloeien voort uit de uitvoering van een productdossier waarvan de inachtneming gecertificeerd wordt door een onafhankelijk organisme; 35° "productie-eenheid" : het geheel van de functioneel samenhangende middelen, met inbegrip van de gebouwen, opslaginfrastructuren, gekweekte dieren

gronden die voor de landbouwer nodig zijn om één of meerdere landbouwactiviteiten uit te oefenen. HOOFDSTUK III. - Gemeenschappelijke bepalingen Afdeling 1. - De uitvoering van de Europese regelgeving Art. D.4. De Regering treft alle uitvoeringsmaatregelen van de Europese regels betreffende het gemeenschappelijk landbouwbeleid. Afdeling 2. - Bepalingen betreffende de erkenningen Art. D.5. De Regering beslist over de erkenningsaanvragen van natuurlijke of rechtspersonen of van groeperingen van natuurlijke of rechtspersonen zoals bedoeld in dit Wetboek. Art. D.6. § 1. De Regering stelt de procedure voor de aanvraag tot toekenning van erkenningen vast. § 2. De erkenning kan toegekend worden aan elke natuurlijke of rechtspersoon of groepering van natuurlijke of rechtspersonen, zoals bedoeld in dit Wetboek, die aan volgende voorwaarden voldoen : 1° de actie of het maatschappelijk doel beantwoordt aan de doelstellingen bedoeld in artikel D.1 of aan de verplichtingen uit de Europese wetgeving; 2° ofwel :

  1. a)de natuurlijke persoon toont aan dat hij drie jaar nuttige opleiding of beroepservaring kan voorleggen in de gebieden waarvoor een erkenning wordt aangevraagd;
  2. b)de rechtspersoon toont aan dat hij minstens één natuurlijke persoon tewerkstelt die drie jaar nuttige opleiding of beroepservaring kan voorleggen in de gebieden waarvoor een erkenning wordt aangevraagd;3° het project beantwoordt aan de doelstellingen bedoeld in dit Wetboek;4° het financieel beheer is gezond. § 3. De erkenning heeft minstens betrekking op volgende bestanddelen : 1° doel van de opdracht : 2° de regels voor de controle over de uitvoering van de opdracht;3° de documenten die verstrekt moeten worden door de natuurlijke of rechtspersoon of de groepering van natuurlijke of rechtspersonen bij de indiening van een activiteitenverslag of een boekhoudkundig verslag;4° de middelen ter beschikking gesteld door de natuurlijke of rechtspersoon of de groepering van natuurlijke of rechtspersonen voor de uitoefening van de opdracht;5° de respectievelijke verplichtingen van de Regering

van de natuurlijke of rechtspersoon of de groepering van natuurlijke of rechtspersonen. §

  1. De Regering is ertoe gemachtigd aanvullende criteria vast te stellen voor de erkenningsprocedure. §
  2. Behoudens vastlegging van een andere duur in of krachtens dit Wetboek, wordt de erkenning toegekend voor een verlengbare duur van drie jaar. Art. D.
  3. De Regering kan, niettegenstaande de inachtneming van de voorwaarden bedoeld in artikel D.6, de erkenning weigeren aan de natuurlijke of rechtspersoon of de groeperingen van natuurlijke of rechtspersonen : 1° wanneer bij hen, in één van hun organen, bij hun mandatarissen of aangestelden een gebrek aan eerbaarheid of aan belangstelling bewezen wordt; 2° wanneer ze niet onafhankelijk genoeg zijn ten opzichte van de landbouwers zoals omschreven in artikel D.3, lid 1, 4°. Art. D.
  4. De natuurlijke of rechtspersoon of de erkende groepering van natuurlijke of rechtspersonen neemt volgende verplichtingen in acht : 1° de erkenningsvoorwaarden vervullen;2° de Regering inlichten over elke wijziging in de statuten, over elke staking van activiteiten of wanneer de erkenningsvoorwaarden vastgesteld in afdeling 2 niet meer vervuld worden;3° zich onderwerpen aan de controle van de administratie

laatstgenoemde elke drie jaar, in de loop van het eerste kwartaal volgend op het bedrijfsjaar, een verslag overleggen. Art. D.

  1. De Regering kan te allen tijde de erkenning opschorten of intrekken bij niet-inachtneming van de bepalingen van afdeling
  2. Art. D.
  3. De procedure zoals bepaald in afdeling 2 is van toepassing op de erkenning van de productdossiers voor zover de bepalingen van deze afdeling niet onverenigbaar zijn. De onverenigbaarheid kan blijken uit de aard of de specifieke modaliteiten zoals bepaald voor de erkenning van productdossiers. Afdeling
  4. - Bepalingen betreffende de erkenning, de werkgelegenheid

de controle op de subsidies Art. D.

  1. §
  2. Binnen de perken van de beschikbare begrotingskredieten kan de Regering incentives toekennen voor een rechtstreeks of onrechtstreeks doel van de activiteiten bedoeld in artikel D.2, eveneens voor educatieve of sensibiliseringsactiviteiten. De incentives kunnen bestaan uit : 1° de toekenning van financiële voordelen;2° de toekenning van voordelen in natura in de vorm van overdrachten van goederen of dienstverleningen waarvan de financiële last geheel of gedeeltelijk door de Regering gedekt wordt. §
  3. De Regering bepaalt de voorwaarden voor de toekenning, de vermindering of de intrekking van incentives bedoeld in paragraaf
  4. Art. D.
  5. §
  6. Het financiële voordeel bedoeld in artikel D.11, lid 2, 1°, kan toegekend worden in de vorm van een subsidie door de Regering ofwel : 1° rechtstreeks aan de begunstigde, die de organisatie van een activiteit bepaald in dit Wetboek bekostigt;2° onrechstreeks door toedoen van een rechtspersoon die als tussenkomende subsidiërende instantie optreedt voor de begunstigde. §
  7. Subsidiegerechtigde kan zijn : 1° een natuurlijke persoon die in eigen naam optreedt;2° een rechtspersoon;3° een vereniging of een organisatie zonder rechtspersoonlijkheid. Onverminderd hun eigen individuele verantwoordelijkheid kunnen subsidiegerechtigden zich verenigen met het oog op de uitvoering van de activiteit bedoeld in de subsidie. Art. D.
  8. §
  9. Onverminderd de steunregelingen geregeld in titel 10

de uitvoeringsbesluiten ervan bepaalt de Regering de regels betreffende : 1° de soorten in aanmerking komende uitgaven;2° de bijzondere toekenningsvoorwaarden van subsidies, de procedure voor de indiening van de aanvragen

de lijst in te dienen documenten;3° de subsidiepercentages

-berekeningsregels, van toepassing tijdens een periode van maximum drie jaar;4° de controle op de aanwending van de subsidies, met inbegrip van elk terugvorderbaar renteloos geldvoorschot, evenals de onverenigbaarheden. §

  1. Het bedrag van een subsidie mag de werkelijke kosten van de activiteit of het gesubsidieerde project niet overschrijden, behoudens andersluidende bepalingen vastgelegd in dit Wetboek. Art. D.
  2. Het gesubsidieerde project of de gesubsidieerde activiteit worden door de Regering goedgekeurd. De beslissing tot gehele of gedeeltelijke goedkeuring houdt rekening met de afstemming van het voorgelegde project of de voorgelegde activiteit op de prioriteiten zoals bepaald door de Regering, met de technische waarde evenals met de financiële draagkracht van de aanvrager

van het Gewest. Het project of de activiteit kunnen door de aanvrager gewijzigd worden op voorwaarde dat de wijziging behoorlijk verantwoord

vooraf door de Regering goedgekeurd wordt. De bepalingen betreffende uitwerking van het project zijn van toepassing op de wijziging ervan. Er kunnen voorschotten op het bedrag van de subsidies toegekend worden, tegen de voorwaarden vastgesteld door de Regering. Afdeling 4. - Middelen om documenten van een vaste datum te voorzien

termijnberekening Art. D.15. In het Wetboek worden documenten geacht van een vaste datum te zijn voorzien wanneer de datum van inontvangstname ervan aangetoond kan worden

zij één van de volgende vormen vertonen : 1° de gedateerde

ondertekende e-mail;2° het ter post aangetekend schrijven;3° de zendingen via privé-bedrijven tegen ontvangstbewijs;4° de afgifte van de akte tegen ontvangstbewijs. Art. D.

  1. Termijnen die het Wetboek vermeldt, gaan in daags na ontvangst van het stuk te rekenen waarvan bepaald wordt dat de termijn ingaat. Het aangetekend verzonden stuk wordt geacht te zijn ontvangen op de vaste datum die door één van de middelen vermeld in artikel D.15 wordt bewezen. De vervaldag wordt in de termijn meegerekend. De vervaldag wordt evenwel naar de eerstvolgende werkdag verschoven wanneer de laatste dag voorzien om een procedureakte te stellen een zaterdag, zondag of wettelijke feestdag is. Afdeling
  2. - Administratieve beroepen Art. D.
  3. §
  4. Betrokkenen kunnen een beroep indienen tegen de beslissingen die krachtens het Wetboek

zijn uitvoeringsbesluiten genomen zijn. Op straffe van onontvankelijkheid wordt het beroep voor de Regering of het betaalorgaan ingediend bij elk middel waarmee de zending volgens het bepaalde in artikel D.15 van een vaste datum kan worden voorzien, binnen een termijn bepaald in het Wetboek of door de Regering. De termijn vermeld in lid 2 gaat in daags na de indiening van de beslissing of van een bericht van de postdiensten waarin gemeld wordt dat die zending aan de betrokken person verzonden wordt. §

  1. De verzoeker kan, indien hij er in zijn beroep om verzoekt, worden gehoord door het betaalorgaan of de administratie aangewezen door de Regering binnen de vereiste vormen bepaald door de Regering. Het beroep bevat de middelen die ingeroepen worden tegen de omstreden beslissing, evenals een afschrift van die beslissing voor zover ze voorhanden is. Behoudens afwijking bepaald in het Wetboek wordt de omstreden beslissing niet opgeschort wegens het beroep. §
  2. Een afschrift van het beroep

van de omstreden beslissing wordt door de Regering meegedeeld aan de overheid die deze beslissing heeft genomen binnen een termijn bepaald door de Regering. De Regering bepaalt een termijn om een beslissing te nemen over het beroep. Deze nieuwe beslissing wordt ook overgemaakt aan de overheid die de omstreden beslissing heeft genomen binnen een termijn die zij bepaalt. Art. D.18. Naast de aard ervan, vermeldt elke krachtens dit Wetboek genomen beslissing over het beroep : 1° de identiteit

de woonplaats van de verzoeker;2° in voorkomend geval, de namen, voornamen, woonplaats

hoedanigheid van de personen die hem hebben vertegenwoordigd of bijgestaan;3° in voorkomend geval, de datum van de oproeping, van de verschijning

van het horen van de gehoorde personen;4° in voorkomend geval, de datum van overlegging van schriftelijke opmerkingen;5° de datum

de plaats van de beslissing genomen in beroep. Afdeling

  1. - Vordering tot staking Art. D.
  2. §
  3. De voorzitter van de rechtbank van koophandel stelt het bestaan vast

beveelt de staking van een zelfs onder het strafrecht vallende daad die een inbreuk uitmaakt op de labels, logo's, benamingen

merken opgericht krachtens de artikelen D.134

D.164, in hoofdstuk 1

hoofdstuk 2 van titel 7

in titel 9 volgens de procedures bepaald krachtens de wet van 6 april 2010Relevante gevonden documenten type wet prom. 06/04/2010 pub. 12/04/2010 numac 2010011165 bron federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand

ergie Wet met betrekking tot de regeling van bepaalde procedures in het kader van de wet van 6 april 2010 betreffende marktpraktijken

consumentenbescherming type wet prom. 06/04/2010 pub. 23/12/2010 numac 2010000694 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet met betrekking tot de regeling van bepaalde procedures in het kader van de wet van 6 april 2010 betreffende marktpraktijken

consumentenbescherming. - Duitse vertaling sluiten met betrekking tot de regeling van bepaalde procedures in het kader van de wet van 6 april 2010Relevante gevonden documenten type wet prom. 06/04/2010 pub. 12/04/2010 numac 2010011165 bron federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand

ergie Wet met betrekking tot de regeling van bepaalde procedures in het kader van de wet van 6 april 2010 betreffende marktpraktijken

consumentenbescherming type wet prom. 06/04/2010 pub. 23/12/2010 numac 2010000694 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet met betrekking tot de regeling van bepaalde procedures in het kader van de wet van 6 april 2010 betreffende marktpraktijken

consumentenbescherming. - Duitse vertaling sluiten betreffende marktpraktijken

consumentenbescherming. § 2. De vordering tot staking wordt ingediend op verzoek van : 1° éénieder die er belang bij heeft de inbreuk stop te laten zetten;2° de Regering;3° de administratie;4° het "Agence wallonne pour la promotion d'une agriculture de qualité" (Waals Agentschap voor de Promotie van een Kwaliteitslandbouw in Wallonië);5° een (inter)professionele groepering met rechtspersoonlijkheid;6° een vereniging met als doel de verdediging van de labels, logo's, benamingen

merken bedoeld in paragraaf 1. In afwijking van de bepalingen van de artikelen 17

18 van het Gerechtelijk Wetboek kunnen de verenigingen

groeperingen bedoeld in lid 1, 5°

6°, voor de rechtbank optreden om hun statutair omschreven collectieve belangen te verdedigen. Titel II. - Inzameling

beheer van gegevens HOOFDSTUK I. - Geïntegreerd beheers-

controlesysteem ("GBCS")

GBCS-fonds Afdeling 1. - Geïntegreerd beheers-

controlesysteem ("GBCS") Art. D.20. De Regering organiseert het beheer

het gebruik van het geïntegreerde beheers-

controlesysteem, hierna "(het) GBCS" genoemd. Art. D.21. Behoudens wat betreft de gegevens bedoeld in artikel D.23, dient GBCS een authentieke gegevensbron te worden in de zin van het samenwerkingsakkoord van 23 mei 2013Relevante gevonden documenten type wet prom. 08/04/1965 pub. 02/08/2010 numac 2010000404 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de jeugdbescherming, het ten laste nemen van minderjarigen die een als misdrijf omschreven feit hebben gepleegd

het herstel van de door dit feit veroorzaakte schade. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten3 tussen het Waalse Gewest

de Franse Gemeenschap over het opstarten van een gemeenschappelijk initiatief om gegevens te delen

over het gemeenschappelijk beheer van dit initiatief, hierna " samenwerkingsakkoord van 23 mei 2013Relevante gevonden documenten type wet prom. 08/04/1965 pub. 02/08/2010 numac 2010000404 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de jeugdbescherming, het ten laste nemen van minderjarigen die een als misdrijf omschreven feit hebben gepleegd

het herstel van de door dit feit veroorzaakte schade. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten3" genoemd. Art. D.22. § 1. Elke landbouwer

elke niet-landbouwer zijnde steunaanvrager wordt geïdentificeerd in het GBCS. Elke persoon, geïdentificeerd in het GBCS, krijgt jaarlijks een eenduidige in te vullen aanvraag. § 2. Zowel vóór als na de verificaties worden de volgende gegevens betreffende de steunaanvrager opgenomen in het GBCS : 1° de identificatiegegevens;2° de persoonlijke kenmerken;3° de informatie betreffende zijn huidige betrekkingen; 4° de gegevens i.v.m. de percelen die de steunaanvrager uitbaat, met inbegrip van elk beeld waarop de percelen worden afgebeeld; 5° de informatie betreffende zijn productie;6° de informatie betreffende zijn rechten

quota's;7° de gegevens betreffende de behandeling van zijn steunaanvragen; 8° de financiële informatie die noodzakelijk is voor het beheer van de betalingen, met inbegrip van de gegevens die uit de berekening

de betaling van de steun

de vergoedingen voortkomen,

met uitzondering van de inlichtingen m.b.t. hun schulden; 9° de informatie betreffende de schulden die gekoppeld zijn aan de landbouwactiviteit van de steunaanvrager. § 3. De gegevens vermeld in paragraaf 2 worden verkregen ofwel tijdens de identificatie bij de administratie of het betaalorgaan, ofwel tijdens controles, ofwel tijdens verificaties bij authentieke gegevensbronnen, ofwel via eenduidige aanvragen die jaarlijks door de landbouwers

de niet-landbouwers zijnde aanvragers ingevuld

overgemaakt worden. § 4. De Regering wordt ertoe gemachtigd om : 1° de identificatiemodaliteiten van de landbouwer

de niet-landbouwer zijnde aanvrager te bepalen;2° de modaliteiten van de aanvraag tot wijziging van de identificatie te bepalen;3° bepaalde landbouwers

niet-landbouwers zijnde aanvragers van elke identificatie vrij te stellen;4° de inhoud van de gegevens bedoeld in paragraaf 2 nader op te geven. Art. D.

  1. §
  2. Het GBCS is ertoe bestemd om een gegevensbank uit authentieke bronnen te worden voor de gegevens verstrekt door de organismen van de andere Gewesten

de federale Staat krachtens het samenwerkingsakkoord van 18 juni 2003Relevante gevonden documenten type wet prom. 26/07/1962 pub. 26/02/2010 numac 2010000080 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de rechtspleging bij hoogdringende omstandigheden inzake onteigening ten algemenen nutte. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten7 tussen de federale overheid, het Vlaamse Gewest, het Waalse Gewest

het Brussels Hoofdstedelijk Gewest betreffende de uitoefening van de geregionaliseerde bevoegdheden op het gebied van landbouw

visvangst. §

  1. De gegevens bedoeld in paragraaf 1 zijn de informaties uit volgende catgeorieën van de gegevensbank SANITRACE van het Federale Agentschap voor de Veiligheid van de Voedselketen, evenals uit het GBCS van de andere Gewesten : 1° de identificatiegegevens;2° de persoonlijke kenmerken;3° de informatie betreffende de productie;4° de gegevens betreffende de behandeling van de steunaanvragen. Art. D.
  2. §
  3. De einddoelen nagestreefd door het GBCS in de zin van artikel 7, § 1, lid 2,

§ 2

, lid 2, van het samenwerkingsakkoord van 23 mei 2013Relevante gevonden documenten type wet prom. 08/04/1965 pub. 02/08/2010 numac 2010000404 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de jeugdbescherming, het ten laste nemen van minderjarigen die een als misdrijf omschreven feit hebben gepleegd

het herstel van de door dit feit veroorzaakte schade. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten3 zijn : 1° de uitvoering van de reglementering betreffende het gemeenschappelijk landbouwbeleid;2° de uitvoering van het landbouw-, tuinbouw-

aquacultuurbeleid opgenomen in dit Wetboek

de uitvoeringsbesluiten ervan;3° de uitvoering van elk ander beleidspunt uit een federale, gewestelijke of Gemeenschapsbevoegdheid waarvoor geheel of gedeeltelijk over de GBCS-gegevens beschikt dient te worden, om te voorkomen dat reeds geïdentificeerde personen telkens bevraagd worden. In de zin van lid 1, 1°, wordt de uitvoering van de reglementering betreffende het gemeenschappelijk landbouwbeleid verstaan als beheer van de landbouwsteun, de instandhouding van de grond in goede landbouwcondities in de zin van artikel D.250, de inachtneming van landbouwpraktijken die goed zijn voor het klimaat, het leefmilieu

de kwaliteit van de producten

de landelijke ontwikkeling in de zin van artikel D.251, met inbegrip van de vrijwaring van de vrije concurrentie

het vrij verkeer van de landbouwproducten, -diensten

-activiteiten. §

  1. De Regering kan de gegevens vereist voor de uitvoering van de einddoelen nader bepaald in paragraaf 1 nader omschrijven. §
  2. De regels die de gegevens toegankelijk maken, in de zin van artikel 7, § 1, lid 2,

§ 2

, lid 2, van het samenwerkingsakkoord van 23 mei 2013Relevante gevonden documenten type wet prom. 08/04/1965 pub. 02/08/2010 numac 2010000404 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de jeugdbescherming, het ten laste nemen van minderjarigen die een als misdrijf omschreven feit hebben gepleegd

het herstel van de door dit feit veroorzaakte schade. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten3, worden door de Regering bepaald. De Regering garandeert de transparantie van de verwerking van gegevens, zowel wat de oorsprong als wat de bestemming ervan betreft. §

  1. Het betaalorgaan is verantwoordelijk voor de verwerking van de gegevens van het GBCS in de zin van de Europese reglementering betreffende het gemeenschappelijk landbouwbeleid voor de einddoelen nader omschreven in paragraaf 1, lid 1, 1°. §
  2. Het betaalorgaan is verantwoordelijk voor de verwerking van de gegevens van het GBCS in de zin van artikel 1, § 4, van de wet van 8 december 1992 betreffende de bescherming van de persoonlijke levenssfeer ten opzichte van de verwerking van persoonsgegevens

de beheerder ervan in de zin van artikel 7, § 1, lid 2,

§ 2

, lid 2, van het samenwerkingsakkoord van 23 mei 2013Relevante gevonden documenten type wet prom. 08/04/1965 pub. 02/08/2010 numac 2010000404 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de jeugdbescherming, het ten laste nemen van minderjarigen die een als misdrijf omschreven feit hebben gepleegd

het herstel van de door dit feit veroorzaakte schade. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten3 voor de einddoelen nader omschreven in paragraaf 1, lid 1, 2°

3°. Afdeling

  1. - Het GBCS-fonds Art. D.
  2. Overeenkomstig artikel 4, lid 2, van het decreet van 15 december 2011Relevante gevonden documenten type wet prom. 26/07/1962 pub. 26/02/2010 numac 2010000080 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de rechtspleging bij hoogdringende omstandigheden inzake onteigening ten algemenen nutte. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten2 houdende organisatie van de begroting

de boekhouding van de diensten van de Waalse Regering, wordt er in de ontvangstenbegroting

de algemene uitgavenbegroting van het Gewest een begrotingsfonds opgericht voor de financiering van het geïntegreerd beheers-

controlefonds, in dit hoofdstuk "GBCS"-fonds. Het GBCS-fonds heeft als opdracht de registratie van de ontvangsten

de overname van bepaalde uitgaven in verband met de invoering, de ontwikkeling

de exploitatie van het GBCS bedoeld in de Europese verordeningen betreffende het beheer van het gemeenschappelijk landbouwbeleid. Het GBCS-fonds houdt verband met de activiteiten van het Waals betaalorgaan voor de steun van ELGF

ELFPO. Een jaarverslag, met vermelding van de financieringsbronnen, de bestemming

de uitvoeringsmodaliteiten, wordt doorgezonden naar de Waalse Regering. Art. D.26. Aan het "GBCS-Fonds" worden toegekend : 1° de ontvangsten voortkomend uit het afgehouden gedeelte van de schuldvorderingen die bij de toepassing van de randvoorwaarden

de vergroening behoren krachtens de artikelen D.250

D.251; 2° de ontvangsten voortkomend uit het afgehouden gedeelte van de schuldvorderingen geïnd ten gevolge van onregelmatigheden of nalatigheden die niet te wijten zijn aan de administraties;3° de vrijwillige of contractuele bijdragen voortvloeiend uit de afgevaardigde tussen het Vlaamse Gewest, het Waalse Gewest

het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest met betrekking tot de uitoefening van de geregionaliseerde bevoegdheden op het gebied van landbouw

visserij of in het kader van andere samenwerkingen tussen deelstaten

/of met de federale Staat;4° de opbrengsten van leveringen van GBCS-gegevens aan derden; 5° de geldboetes of de administratieve dadingen verschuldigd wegens de niet-inachtneming van artikel D.396, lid 1, 3°. Art. D.27. De kredieten met betrekking tot het GBCS-fonds worden toegewezen aan allerhande uitgaven betreffende het onderhoud, het behoud

de ontwikkeling van het GBCS, met inbegrip van de prestatie-, personeels-, werkings-

investeringskosten,

worden toegewezen aan de uitgaven die voortvloeien uit de verplichtingen van het Gewest wat betreft de werking van het Waalse betaalorgaan in het kader van zijn handelingen

opdrachten, eventueel uitgevoerd door specifiek personeel of door derden. HOOFDSTUK II. - Eenmalige aanvraag Art. D.

  1. §
  2. De landbouwer vult jaarlijks de eenmalige aanvraag ontvangen krachtens artikel D.22, § 1, in

maakt die over volgens de vereiste vorm

binnen de termijnen bedoeld in dit hoofdstuk. De steunaanvragende niet-landbouwer in de zin van de Europese reglementering vult jaarlijks de eenmalige aanvraag ontvangen krachtens artikel D.22, § 1, in

maakt die over volgens de vereiste vorm

binnen de termijnen bedoeld in deze afdeling. § 2. De landbouwer of de steunaanvragende niet-landbouwer kan zijn eenmalige aanvraag bij het betaalorgaan laten invullen. In dit geval wordt er gewag gemaakt van deze toestand in de eenmalige aanvraag

voorziet de ambtenaar die de aangifte heeft gekregen van diens handtekening. De ambtenaar die de landbouwer of de steunaanvragende niet-landbouwer geholpen heeft met het invullen van de eenmalige aanvraag wordt later niet meer betrokken bij het dossier van betrokkene. §

  1. De aanvraag kan worden ingevuld door een gemachtigde die in dat geval het bewijs moet leveren van de schriftelijke machtiging die hem in staat stelt te handelen. Art. D.
  2. De Regering is ertoe gemachtigd sommige landbouwers of sommige steunaanvragende niet-landbouwers ervan vrij te stellen de eenmalige aanvraag in te vullen of hen toe te laten een vereenvoudigde eenmalige aanvraag in te vullen in de door haar bepaalde voorwaarden, met inbegrip van de rechtzettingsgegevens bij de terugstuurprocedure van de eenmalige aanvraag. Art. D.
  3. §
  4. Het betaalorgaan stelt het model van het formulier vast op grond waarvan de eenmalige aanvraag wordt ingediend. §
  5. De eenmalige aanvraag bevat op zijn minst de volgende gegevens : 1° de identiteit van de landbouwer of van de steunaanvragende niet-landbouwer;2° de ligging van elk perceel van het bedrijf gelegen op het geografisch grondgebied van het Waalse Gewest;3° de identificatie van de bestemming van de percelen;4° de bestemming van de rechten, voor betalingen die door Europese Verordeningen worden bepaald in het kader van het gemeenschappelijk landbouwbeleid;5° de verschillende steunregelingen die een landbouwer kan aangaan

die met deze eenmalige aanvraag verbonden zijn;6° de dienst waaraan de landbouwer of de steunaanvragende niet-landbouwer zijn ingevulde eenmalige aanvraag moet terugzenden. Het betaalorgaan zamelt niet meer gegevens in dan nodig voor de verwezenlijking van zijn opdrachten. De aanvraag bevat een verklaring van de landbouwer of van de steunaanvragende niet-landbouwer dat hij kennis heeft genomen van de toekenningsvoorwaarden die in verband met de betrokken steunregelingen gelden. § 3. De eenmalige aanvraag wordt ingevuld overeenkomstig de richtlijnen die erin voorkomen, voor echt verklaard, gedagtekend

ondertekend. § 4. De over te leggen stukken, lijsten of inlichtingen maken noodzakelijk deel uit van de eenmalige aanvraag

moeten erbij gevoegd worden. Afschriften van stukken moeten voor eensluidend worden verklaard; de andere bijlagen moeten voor echt verklaard, van een datum voorzien

ondertekend worden, behalve indien ze van derden uitgaan. Art. D.31. Eenieder die een eenmalige aanvraag invult, verstuurt deze aanvraag naar de dienst die op het document staat vermeld binnen de termijnen vastgelegd door de Regering. De Regering bepaalt de verlaging die van toepassing is op de steun van degene die zijn eenmalige aanvraag overmaakt zonder de termijnen of de vereiste vormen in acht te nemen die zij heeft bepaald. De landbouwer die geen formulier voor een eenmalige aanvraag heeft gekregen, dient er één aan te vragen bij het betaalorgaan. Behoudens overmacht of buitengewone omstandigheden wordt éénieder die geen exemplaar opgevraagd zou hebben onherroepelijk geacht geen aanvraag te hebben ingediend voor het overwogen jaar. Bij overdracht van een bedrijf of fusie van ondernemingen wordt de aangifte van deze wijziging ingediend binnen de vereiste vormen

de termijnen bepaald door de Regering. Art. D.

  1. §
  2. De landbouwer of de steunaanvragende niet-landbouwer wordt jaarlijks via een toelichting als bijlage bij de eenmalige aanvraag ingelicht over de inhoud van de reglementaire vereisten. Die toelichting heeft

kel informatiewaarde. § 2. Het betaalorgaan is belast met het overmaken, de nadere regels

de inhoud van die informatie. De toelichting bevat minstens informatie over : 1° de wijze waarop de eenmalige aanvraag ingevuld dient te worden; 2° de termijn waarin de eenmalige aanvraag opgestuurd dient te worden naar de dienst, vermeld op het document overeenkomstig artikel D.31; 3° een verwijzing naar de toelaatbaarheidsvoorwaarden voor de verschillende steunregelingen;4° een verwijzing naar de voornaamste bepalingen inzake controles, sancties

verminderingen van steunbedragen;5° de aanwendingen van de aldus opgegeven gegevens;6° de verantwoordelijke van de GBCS-gegevensbank;7° de regels volgens welke de landbouwer het recht op inzage, wijziging of vernietiging van zijn gegevens kan uitoefenen;8° de verschillende administraties waaraan de gegevens zullen kunnen worden medegedeeld. HOOFDSTUK III. - De gegevens Afdeling 1. - De verwerking van persoonsgegevens door het betaalorgaan Art. D.33. Het betaalorgaan maakt gebruik van het GBCS voor de verzameling

de behandeling van de persoonsgegevens die nodig zijn voor de voortzetting van de opdrachten die hem worden toegewezen. Het betaalorgaan is verantwoordelijk voor deze verwerking van persoonsgegevens. Art. D.

  1. De administratie of een door laatstgenoemde afgevaardigd orgaan maakt alle gegevens die noodzakelijk zijn voor de uitvoering van de opdrachten van het betaalorgaan op gewoon verzoek aan laatstgenoemde over. Het betaalorgaan is verantwoordelijk, zodra het de gegevens krijgt, voor de verwerking van de gegevens die het krachtens dit artikel krijgt. Art. D.
  2. §
  3. Het betaalorgaan

elke administratieve

titeit, elke natuurlijke of rechtspersoon waaraan hij één of meerdere van zijn opdrachten heeft overgedragen overeenkomstig artikel D.256, wisselen alle gegevens uit die nuttig zijn voor de uitvoering van deze opdrachten

de gegevens die het betaalorgaan heeft bewaard, op gewoon verzoek. Indien hij zijn opdrachten overdraagt, treft het gemachtigd orgaan elke maatregel die het doorsturen van deze gegevens naar het betaalorgaan moet waarborgen binnen een termijn die hem toestaat om zijn opdrachten te vervullen. § 2. Met inachtneming van artikel 4, § 1, 2°, van de wet van 8 december 1992 betreffende de bescherming van de persoonlijke levenssfeer

de voorwaarden vastgesteld in de uitvoeringsbesluiten ervan kan een afgevaardigd organisme persoonsgegevens afkomstig van het betaalorgaan

kel overmaken voor een latere verwerking met een geschiedkundig, statistisch of wetenschappelijk doeleinde. Art. D.

  1. Het betaalorgaan kan bij andere personen dan de betrokken persoon, de administratie of een afgevaardigd organisme bedoeld in artikel D.256, persoonsgegevens opvragen die nodig zijn voor de voortzetting van de opdrachten die eerstgenoemde worden toegewezen. In zijn aanvraag toont het aan dat het noodzakelijk is om deze gegevens te bezitten. De opgevraagde gegevens worden dan overgemaakt door de persoon bij wie de gegevens krachtens dit artikel worden opgevraagd. Art. D.
  2. §
  3. De persoonsgegevens vermeld in artikel D.22, § 2, die al dan niet het voorwerp hebben uitgemaakt van verificaties kunnen later door de administratie of een door laatstgenoemde afgevaardigd organisme worden behandeld voor de volgende doeleinden : 1° het beheer van het centraal register voor de de minimis-steun;2° de bijwerking van de bedrijfseconomische boekhouding;3° de effectenonderzoeken van een vastgoedproject op de ruimtelijke ordening

het milieu;4° de berekening van de milieubelasting;5° de uitvoering van het programma van duurzaam beheer van stikstof;6° de bekendmaking van de begunstigden van de ELGF-, ELFPO-

EVF-steunvormen;7° de uitwerking van de reglementeringen betreffende de betalingen van de steun in het kader van het gemeenschappelijk landbouwbeleid

het gemeenschappelijk visvangstbeleid;8° de tenuitvoerlegging van de controles die overeenkomstig dit Wetboek worden uitgevoerd;9° het beheer van de voornaamste ecologische structuren van de Natura 2000-gebieden, de gebieden die in aanmerking komen voor het Natura 2000-netwerk

de biologisch zeer waardevolle locaties;10° de bekendmaking van statistieken

de berekening van de indicatoren ten behoeve van de administratie

de Europese Commissie;11° de terbeschikkingstelling van middelen om de begeleidingsopdrachten van de landbouwsector te vergemakkelijken;12° de karakterisering van de bodems, hun achteruitgang

beschadiging,

het instellen van maatregelen inzake preventie

strijd tegen deze achteruitgang

beschadiging;13° de opstelling van een advies betreffende een aanvraag tot stedenbouwkundige vergunning, milieuvergunning, of eenmalige vergunning alsook voor de aanvragen tot wijziging van het gewestplan;14° het beheer van de onbevaarbare waterlopen;15° elke opdracht inzake begeleiding of toepassing van de normen ten aanzien van het milieubehoud

de strijd tegen de klimaatverandering;16° de tenuitvoerlegging van de wetgeving betreffende de verwerking

de vernietiging van gestorven dieren; 17° de tenuitvoerlegging van een systeem zodat de risico's

kosten i.v.m. het dierenverlies verdeeld worden; 18° de uitvoering van de wetgeving inzake ruilverkaveling van landeigendommen;19° de uitvoering van de wetgeving betreffende het gebruik, op of in de bodem, van zuiveringsslib

het beheer van organische stoffen voor de landbouw;20° de inventaris van het bosbestand;21° de aankoop voor rekening van publiekrechtelijke rechtspersonen;22° de verderzetting van de opdrachten van het waarnemingscentrum voor landgoederen

de zorgzame aanwending van het voorkoop-

onteigeningsrecht;23° het grondbeheer. § 2. De doelstellingen bepaald in § 1 kunnen

kel aanleiding geven tot het gebruik van de categorieën van gegevens van het GBCS die voor elk onder hen specifiek worden opgenomen in bijlage I bij het decreet,

voor zover deze verwerking toegelaten wordt door de wetgeving op de bescherming van de persoonlijke levenssfeer. De persoonsgegevens, overgemaakt krachtens deze bepaling, mogen niet over een langere periode bewaard worden dan de tijd die nodig is om de nagestreefde doelen te verwezenlijken. De gegevens i.v.m. een particuliere landbouwer kunnen ook worden overgemaakt aan elke persoon gesubsidieerd door het Waalse Gewest om hen te helpen om hun doelstellingen inzake raadgevingen, begeleiding of bijstand bij deze landbouwer te bereiken. Art. D.

  1. §
  2. De persoonsgegevens vermeld in artikel D.22, § 2, kunnen later door notarissen behandeld worden voor volgende doeleinden : 1° de identificatie van de pachtrechthouders bij de verkoop, vereffening, erfopvolging of huwelijksstelsels van landbouwpercelen; 2° de kennisgeving van het voorkooprecht in het kader van de pachtwet of in het kader van het voorkooprecht bedoeld in artikel D.358; 3° de identificatie van de percelen landbouwgrond;4° de identificatie van perceelgebruikers in het kader van de hen door overheden om redenen van algemeen belang toevertrouwde deskundigenopdrachten. §
  3. De Regering legt de regels voor de toegang tot die gegevens voor de notarissen vast. Die toegang wordt beperkt tot de gegevens met betrekking tot hun cliënten. Art. D.
  4. Behandelingen van de persoonsgegevens bedoeld in afdeling 1 worden verricht met inachtneming van de wet van 8 december 1992 tot de bescherming van de persoonlijke levenssfeer ten opzichte van de verwerking van persoonsgegevens. De Regering wordt ertoe gemachtigd om de besluiten inzake de verwerking van deze persoonsgegevens vermeld in afdeling 1 te treffen. Art. D.
  5. De persoonsgegevens behandeld door het betaalorgaan krachtens afdeling 1 worden zolang bewaard als nodig om de doeleinden nagestreefd door dit Wetboek te verwezenlijken. De Regering kan een maximale duurtijd vastleggen voor de bewaring van die gegevens. De Regering kan nadere regels vastleggen met het oog op het machtigen van het bezit

de bewaring van anoniem gemaakte of gecodeerde gegevens over een langere periode voor een geschiedkundig, statistisch of wetenschappelijk doel. Afdeling 2. - De verwerking van persoonsgegevens voor Europese kwaliteitssystemen

voor de gedifferentieerde kwaliteit Art. D.

  1. §
  2. De administratie verzamelt

behandelt de persoonsgegevens die nodig zijn voor de voortzetting van de opdrachten die haar worden toegewezen voor de Europese kwaliteitssystemen

voor de gedifferentieerde kwaliteit. De administratieve overheid wier opdracht het is, de Europese kwaliteitssystemen

het gewestelijk systeem van gedifferentieerde kwaliteit te beheren, is verantwoordelijk voor de verwerking van die persoonsgegevens. Per gelabeld product zijn de gegevens : 1° de lijst van de operatoren;2° de individuele volumes per operator;3° de vaststellingen van niet-conformiteit, door de operator verricht;4° de daaruit voortvloeiende corrigerende acties. Die gegevens worden ingewonnen bij de certificerende organismen. §

  1. De Regering regelt de bekendmaking van de gegevens betreffende de Waalse producten die gecertificeerd worden in het kader van de Europese kwaliteitssystemen of de gedifferentieerde kwaliteit. Per gecertificeerd product zijn de gegevens : 1° de globale volumes;2° het aantal operatoren;3° de vaststellingen inzake niet-conformiteit;4° de daaruit voortvloeiende corrigerende acties. §
  2. De gegevens bedoeld in paragraaf 2 worden naar de nationale overheden doorgezonden indien dit bepaald wordt in een wetgevende norm, of naar de Europese instellingen indien dit bepaald wordt in een Europese norm. §
  3. Verwerkingen van persoonsgegevens bedoeld in afdeling 2 worden verricht met inachtneming van de wet van 8 december 1992 tot de bescherming van de persoonlijke levenssfeer ten opzichte van de verwerking van persoonsgegevens. De Regering wordt ertoe gemachtigd om de besluiten inzake de verwerking van deze persoonsgegevens vermeld in paragraaf 1 te treffen. Art. D.
  4. De persoonsgegevens behandeld door de administratie krachtens afdeling 2 worden zolang bewaard als nodig om de doeleinden nagestreefd door dit Wetboek te verwezenlijken. De Regering kan een maximale duurtijd voor de bewaring vastleggen met inachtneming van de Europese wetgevingen voor de Europese kwaliteitssystemen die niet langer mag duren dan de verjaringstermijn bepaald in artikel 2262bis, lid 1, van het Burgerlijk Wetboek voor het gewestelijk systeem van gedifferentieerde kwaliteit. De Regering kan de nadere regels vastleggen met het oog op het toelaten van het bezit

de bewaring van anoniem gemaakte of gecodeerde gegevens voor een langere duur voor geschiedkundige, statistische of wetenschappelijke doeleinden. Afdeling 3. - Verwerkingen van persoonsgegevens voor de landinrichting

het grondbeleid Art. D.

  1. De administratieve overheid bevoegd voor de landinrichting overeenkomstig artikel D.267 behandelt de persoonsgegevens nodig voor het vervolgen van het landinrichtingsbeleid. Die administratieve overheid is verantwoordelijk voor de verwerking van deze persoonsgegevens. Art. D.
  2. De administratie

het betaalorgaan maken aan die administratieve overheid op gewoon verzoek alle gegevens over die nodig zijn voor het vervolgen van het landinrichtingsbeleid. De administratieve overheid is verantwoordelijk voor de door haar verrichte verwerking van die persoonsgegevens onmiddellijk na inontvangstname ervan. Art. D.45. De administratieve overheid bevoegd voor de landinrichting

erzijds

elke administratieve

titeit, elke natuurlijke of rechtspersoon aan wie ze één of meerdere van haar opdrachten heeft afgevaardigd inzake landinrichtingsbeleid anderzijds wisselen op gewoon verzoek de gegevens uit die nodig zijn voor het verwezenlijken van hun opdrachten. Art. D.

  1. De administratieve overheid bevoegd voor de landinrichting overeenkomstig artikel D.267 mag bij andere personen dan de betrokken persoon, de administratie of het betaalorgaan de persoonsgegevens opvragen die nuttig zijn voor het vervolgen van het landinrichtingsbeleid. In haar aanvraag toont ze aan dat het noodzakelijk is om deze gegevens te bezitten. Art. D.
  2. De administratieve overheid bevoegd voor landinrichting kan de gegevens uit het Rijksregister, uit het centrale register van de huwelijksovereenkomsten, uit de kadastrale uittreksels

inlichtingen van de administratie van het kadaster, de registratie

de domeinen verkrijgen, fiscale gegevens uitgezonderd, evenals de gegevens vermeld in bijlage I, voor het einddoel omschreven in artikel D.37, § 1, lid 1, 18°, voor de vijf kalenderjaren voorafgaand aan het jaar van de aanvraag. Art. D.48. Met inachtneming van artikel 4, § 1, 2°, van de wet van 8 december 1992 betreffende de bescherming van de persoonlijke levenssfeer ten opzichte van verwerkingen van persoonsgegevens

van de voorwaarden vastgesteld in de uitvoeringsbesluiten kunnen de gegevens ingezameld door de administratieve overheid bevoegd voor landinrichting later

kel verwerkt worden met een geschiedkundig, statistisch of wetenschappelijk doeleinde. Art. D.

  1. Behandelingen van de persoonsgegevens bedoeld in afdeling 3 worden verricht met inachtneming van de wet van 8 december 1992 tot de bescherming van de persoonlijke levenssfeer ten opzichte van de verwerking van persoonsgegevens. De Regering wordt ertoe gemachtigd om de besluiten inzake de verwerking van deze persoonsgegevens vermeld in afdeling 3 te treffen. Art. D.
  2. De persoonsgegevens behandeld door de administratieve overheid bevoegd voor landinrichting krachtens afdeling 3 worden zolang bewaard als nodig om de doeleinden nagestreefd door dit Wetboek te verwezenlijken. De Regering kan een maximale duurtijd voor de bewaring vaststellen die de verjaringstermijn bepaald in artikel 2262 van het Burgerlijk Wetboek niet mag overschrijden. De Regering kan de nadere regels vastleggen met het oog op het toelaten van het bezit

de bewaring van anoniem gemaakte of gecodeerde gegevens voor een langere duur voor geschiedkundige, statistische of wetenschappelijke doeleinden. Afdeling

  1. - De verwerking van persoonsgegevens van het waarnemingscentrum voor landeigendommen Art. D.
  2. Het waarnemingscentrum voor landeigendommen bedoeld in artikel D.357 verzamelt

verwerkt de persoonsgegevens nodig voor het vervolgen van zijn opdrachten. Het waarnemingscentrum voor landeigendommen is verantwoordelijk voor deze verwerking van persoonsgegevens. Art. D.

  1. Het betaalorgaan of een organisme waaraan het één of meerdere van zijn opdrachten heeft afgevaardigd krachtens artikel D.256 maakt alle gegevens nodig voor het vervolgen van de opdrachten van het waarnemingscentrum voor landeigendommen op gewoon verzoek aan laatstgenoemde over. Het waarnemingscentrum voor landeigendommen is verantwoordelijk voor de door genoemd centrum verrichte verwerking van die persoonsgegevens onmiddellijk na inontvangstname ervan. Art. D.
  2. De administratieve overheid bevoegd voor de landinrichting overeenkomstig artikel D.267 maakt alle gegevens nodig voor het vervolgen van de opdrachten van het waarnemingscentrum voor landeigendommen op gewoon verzoek aan laatstgenoemde over. Het waarnemingscentrum voor landeigendommen is verantwoordelijk voor de door genoemd centrum verrichte verwerking van die persoonsgegevens onmiddellijk na inontvangstname ervan, met inbegrip van de gegevens bedoeld in artikel D.
  3. Art. D.
  4. Wanneer een notaris kennis moet nemen van een verrichting betreffende landbouwpercelen of een gebouw bestemd voor landbouw, deelt hij volgende gegevens aan het waarnemingscentrum voor landeigendommen bedoeld in artikel D.357 mee : 1° de kadastergegevens

alle inlichtingen om het perceel te kunnen identificeren;2° de identiteit van kopers

verkopers;3° de verkoopprijs;4° de goederen vrij van gebruik. Het waarnemingscentrum voor landeigendommen is verantwoordelijk voor de door genoemd centrum verrichte verwerking van die persoonsgegevens onmiddellijk na inontvangstname ervan. Art. D.55. Het betaalorgaan

elke administratieve

titeit, elke natuurlijke of rechtspersoon waaraan het waarnemingscentrum voor landeigendommen één of meerdere van zijn opdrachten heeft overgedragen overeenkomstig artikel D.357, wisselen alle gegevens uit die nuttig zijn voor de uitvoering van deze opdrachten, op gewoon verzoek. Het gemachtigde orgaan is verantwoordelijk voor de verwerking van deze persoonsgegevens na ontvangst ervan. Indien het waarnemingscentrum voor landeigendommen zijn opdrachten overdraagt, treft het gemachtigd orgaan elke maatregel die het doorsturen van deze gegevens naar het waarnemingscentrum moet waarborgen binnen een termijn die hem toestaat om zijn opdrachten te vervullen. Art. D.56. Het waarnemingscentrum voor landeigendommen kan bij andere personen dan de betrokken persoon, of bij organismen

andere personen dan die vermeld in de artikelen D.52 tot D.54, persoonsgegevens opvragen die nodig zijn voor de voortzetting van de opdrachten die het centrum worden toegewezen. In zijn aanvraag toont het aan dat het noodzakelijk is om deze gegevens te bezitten. Art. D.

  1. Behandelingen van de persoonsgegevens bedoeld in afdeling 4 worden verricht met inachtneming van de wet van 8 december 1992 tot de bescherming van de persoonlijke levenssfeer ten opzichte van de verwerking van persoonsgegevens. De Regering wordt ertoe gemachtigd om de besluiten inzake de verwerking van deze persoonsgegevens vermeld in afdeling 4 te treffen. Art. D.
  2. De persoonsgegevens behandeld door het waarnemingscentrum voor landeigendommen krachtens afdeling 4 worden zolang bewaard als nodig om de doeleinden nagestreefd door dit Wetboek te verwezenlijken. De Regering kan een maximale duurtijd voor de bewaring vaststellen die de verjaringstermijn bepaald in artikel 2262 van het Burgerlijk Wetboek niet mag overschrijden. De Regering kan de nadere regels vastleggen met het oog op het toelaten van het bezit

de bewaring van anoniem gemaakte of gecodeerde gegevens voor een langere duur voor geschiedkundige, statistische of wetenschappelijke doeleinden. Afdeling

  1. - De verwerking van persoonsgegevens van het "Agence wallonne pour la Promotion d'une Agriculture de qualité" (Waals Agentschap voor de promotie van een kwaliteitslandbouw) Art. D.
  2. §
  3. Het "Agence wallonne pour la promotion d'une agriculture de qualité" bedoeld in artikel D.224 verzamelt

verwerkt de persoonsgegevens nodig voor het vervolgen van zijn opdrachten

van de activiteiten bedoeld in de artikelen D.225, D.226

D.228. Het Agentschap kan de inzameling, de registratie

de bijwerking van de gegevens geheel of gedeeltelijk in onderaanneming geven. Het Agentschap is verantwoordelijk voor deze verwerking van persoonsgegevens. § 2. De administratie, elke administratieve

titeit

elke persoon gesubsidieerd door het Agentschap of de Minister wisselen met het Agentschap alle gegevens uit die nuttig zijn voor de uitvoering van deze opdrachten, op gewoon verzoek van het Agentschap. De persoonsgegevens vermeld in artikel D.22, § 2, 1°, 4°

5°, die al dan niet het voorwerp hebben uitgemaakt van verificaties kunnen later door het Agentschap of een door laatstgenoemde afgevaardigd organisme worden behandeld voor het vervolgen van zijn opdrachten

activiteiten omschreven in de artikelen D.225, D.226

D.228. Het "Agence wallonne pour la promotion d'une agriculture de qualité" mag alle gegevens nodig voor de vaststelling

de inning van de bijdragen

vergoedingen bedoeld in artikel D.234 op gewoon verzoek opvragen bij de overheidsdiensten, de gemeentebesturen, de instellingen van openbaar nut

elke soort vereniging voor veetelers of rasbescherming. De persoonsgegevens vermeld in artikel D.22, § 2, 1°, 2°

5°, die al dan niet het voorwerp hebben uitgemaakt van verificaties kunnen later door het Agentschap of een door laatstgenoemde afgevaardigd organisme worden behandeld voor het vervolgen van zijn opdracht bedoeld in artikel D.234. De gegevens die verkregen kunnen worden overeenkomstig lid 3 hebben betrekking op de identificatie van bijdrageplichtigen, hun activiteiten, hun tewerkgesteld personeel, de percelen die ze in bedrijf hebben, hun omzet

hun productie of productiecapaciteit.

kel de gegevens nodig voor de berekening van de bijdrage vermeld in het verzoek om inlichtingen mogen worden overgemaakt. § 3. Voor zover als nodig in de uitvoering van diens taken mag het Agentschap bedoeld in paragraaf 1 persoonsgegevens verspreiden mits toelating door betrokkenen, of ze gebruiken om hen specifieke acties voor te stellen. Ze kan instemmen met het gebruik van gegevens door de administratie, rechtspersonen die het subsidieert, of andere publiekrechtelijke rechtspersonen voor zover het gebruik van de gegevens in de tijd beperkt is of verenigbaar is met zijn eigen opdrachten

, bij bekendmaking, voorafgaand toegelaten wordt door betrokkenen. Wanneer dat gebruik een bijwerking van de gegevens als rechtstreeks gevolg heeft, worden de bijgewerkte gegevens aan het Agentschap medegedeeld voor aanpassing van zijn bestanden na eventuele verificatie. In het kader van de diensten die het tot stand brengt inzake gunning van overheidsopdrachten kan het Agentschap toegang verlenen tot de gegevens nuttig voor de gunning, de uitvoering

de opvolging van die opdrachten aan personen die op de diensten aangesloten zijn, elk voor de gegevens die hem betreffen. §

  1. Verwerkingen van persoonsgegevens bedoeld in afdeling 5 worden verricht met inachtneming van de wet van 8 december 1992 tot de bescherming van de persoonlijke levenssfeer ten opzichte van de verwerking van persoonsgegevens. De Regering wordt ertoe gemachtigd om de besluiten inzake de verwerking van deze persoonsgegevens vermeld in afdeling 5 te treffen. Art. D.
  2. De persoonsgegevens behandeld door het "Agence wallonne pour la promotion d'une agriculture de qualité" krachtens afdeling 5 worden zolang bewaard als nodig om de doeleinden nagestreefd door dit Wetboek te verwezenlijken. De Regering kan een maximale duurtijd voor de bewaring vaststellen die de verjaringstermijn bepaald in artikel 2262bis van het Burgerlijk Wetboek niet mag overschrijden. De Regering kan de nadere regels vastleggen met het oog op het toelaten van het bezit

de bewaring van anoniem gemaakte of gecodeerde gegevens voor een langere duur voor geschiedkundige, statistische of wetenschappelijke doeleinden. Afdeling 6. - Documenten

aanvragen, ingediend via elektronische weg Art. D.

  1. §
  2. Inlichtingen of gegevens nodig voor de toepassing van dit Wetboek mogen elektronisch overgemaakt worden. §
  3. De Regering bepaalt de voorwaarden voor de indiening van documenten of aanvragen, geregeld bij of krachtens het Wetboek, middels elektronische formulieren. De landbouwer die een steunaanvraag elektronisch indient, houdt alle bewijsstukken die bij deze aanvraag worden gevoegd ter beschikking van de bevoegde administratie gedurende de hele duur van de steun, met bepaalde duur verlengd door de Regering. Art. D.
  4. §
  5. De documenten of aanvragen ingediend via een elektronisch formulier worden ingevuld

overgemaakt overeenkomstig de richtlijnen die erin voorkomen

worden gelijkgesteld met een document of een aanvraag voor echt verklaard, gedagtekend

ondertekend. De bepalingen m.b.t. de schriftelijke documenten of aanvragen zijn van toepassing op de elektronische documenten

aanvragen voor zover deze bepalingen, vanwege hun aard of modaliteiten, niet onverenigbaar zijn met deze documenten of aanvragen. § 2. De inlichtingen opgenomen in artikel D.61, § 1, worden gelijkgesteld met een voor echt verklaard, gedagtekend

ondertekend document. De bepalingen m.b.t. de via briefwisseling overgemaakte aanvragen zijn van toepassing op de elektronische documenten voor zover deze bepalingen, vanwege hun aard of modaliteiten, niet onverenigbaar zijn met deze documenten. Art. D.63. De Regering bepaalt de voorwaarden

de modaliteiten volgens welke voor de toepassing van dit Wetboek bewijswaarde kan worden verleend aan gegevens die worden opgeslagen, bewaard of weergegeven door middel van een fotografische, optische, elektronische of elke andere techniek, alsook hun weergave op een leesbare drager. Titel III. - Bepalingen met betrekking tot de inspraak van de landbouwwereld, de opvolging

de coördinatie van het landbouwbeleid HOOFDSTUK I. - "Conseil supérieur wallon de l'Agriculture, de l'Agro-alimentaire et de l'Alimentation" (Waalse Hoge Raad voor de Landbouw, de Agrovoeding

de Voeding) Art. D.

  1. Er wordt een "Conseil supérieur wallon de l'Agriculture, de l'Agro-alimentaire et de l'Alimentation" opgericht. De "Conseil économique et social de la Région wallonne" (Sociaal-economische raad van het Waalse Gewest) neemt het secretariaat van de raad waar. Art. D.
  2. De opdracht van de Raad bestaat erin, advies uit te brengen over elk vraagstuk van algemeen beleid of decreten

besluiten in verband met landbouw, hem voorgelegd door de Regering of het strategisch comité voor landbouw, agrovoeding of voeding. De Raad kan op eigen initiatief advies uitbrengen in verband met elk desbetreffend vraagstuk. De Regering raadpleegt de Raad voor elk voorstel van decreet tot wijziging van dit Wetboek. Art. D.66. § 1. De Raad bestaat uit achttien gewone leden

achttien plaatsvervangende leden, door de Regering benoemd : 1° zes leden voorgedragen door de Waalse landbouwverenigingen, w.o. minstens één Duitstalig lid; 2° zes leden voorgedragen door de beroepsverenigingen van de sector agrovoeding

distributie;3° twee leden voorgedragen door de consumentenverenigingen;4° twee leden voorgedragen door de milieuverenigingen;5° twee leden uit wetenschappelijke

onderzoekskringen, voorgedragen door de universiteiten. De Raad kan al naar gelang externe personen verzoeken zijn vergaderingen bij te wonen, zonder beslissende stem. § 2. De oproep tot het indienen van kandidaturen voor de benoeming van de leden voorgedragen door de representatieve verenigingen

de universiteiten wordt verricht via de website van het Waalse Gewest. § 3. De Regering wijst de voorzitter

de ondervoorzitter van de Raad onder de leden van de Raad aan. Art. D.

  1. De Raad legt zijn huishoudelijk reglement ter goedkeuring aan de Regering voor. HOOFDSTUK II. - Inspraak van de landbouwers Afdeling
  2. - Waalse landbouwverenigingen Art. D.
  3. Om de landbouwers inspraak te verlenen via hun representatieve organisaties overeenkomstig artikel D.1, § 3, lid 1, 13°, erkent de Regering de Waalse landbouwverenigingen. De Regering is ertoe gemachtigd categorieën op te richten

per categorie erkenningscriteria te bepalen. Art. D.69. Onder de landbouwverenigingen vormen de verenigingen erkend krachtens deze afdeling de bevoorrechte gesprekspartners van de Regering

het strategisch comité voor landbouwbeleid. Afdeling

  1. - Producentencollege Art. D.
  2. Om rechtstreekse inspraak te verlenen aan de landbouwers overeenkomstig artikel D.1, § 3, lid 1, 13°, wordt er een producentencollege opgericht, hierna het college genoemd. De vereniging erkend krachtens artikel D.75 of, bij ontstentenis de administratie, is belast met het secretariaat van het College. Art. D.
  3. De opdracht van het College bestaat erin, de landbouwers hun belangen te laten behartigen bij de overheid. Het College kan op eigen initiatief of als antwoord op elke vraag die het voorgelegd krijgt door de Regering of het strategisch comité voor landbouwbeleid advies uitbrengen. De Regering kan het College elke vraag voorleggen om de afstemming van de behoeften van de producenten af te stemmen op de maatregelen die ze treft om de doelstellingen bepaald in artikel D.
  4. te bereiken. Art. D.
  5. Wanneer het advies van het College vormelijk vereist is krachtens dit Wetboek, wordt dat advies uitgebracht binnen een termijn van dertig dagen volgend op de ontvangst van het daartoe strekkende verzoek. Er kan om een verlenging van de termijn met vijftien dagen verzocht worden, mits motivering. Als die termijn eenmaal verstreken is, wordt geacht dat het College de indiening van zijn advies afvaardigt aan het Strategisch Comité voor Landbouwbeleid. Art. D.
  6. §
  7. De roeping van het College bestaat erin, de gezamenlijke landbouwers van het grondgebied van het Waalse Gewest te verenigen. Jaarlijks organiseert het College een vergadering die de gezamenlijke landbouwers worden verzocht bij te wonen. Op die vergadering leggen de leden van het Strategisch Comité voor landbouwbeleid de evolutie van het driejaarlijks onderzoeksplan bedoeld in artikel D.363

van het operationeel promotieplan bedoeld in artikel D.229 voor. §

  1. Het College vindt zijn grondslag in de producentenvergaderingen per productiesector of per afzonderlijk thema. Die vergaderingen kunnen tijdelijk of permanent opgericht worden. De erkenning van nieuwe producentenvergaderingen met een tijdelijk karakter wordt besloten door het College, dat er het Strategisch Comité voor Landbouwbeleid over inlicht. De erkenning van nieuwe producentenvergaderingen met een permanent karakter wordt besloten door het Strategisch Comité voor Landbouwbeleid op voorstel van College. §
  2. Iedere landbouwer die betrokken is bij een productiesector of een afzonderlijk thema kan deze vergaderingen bijwonen. Een vergadering kan al naar gelang externe personen verzoeken zijn vergaderingen bij te wonen. Art. D.
  3. §
  4. Het College bestaat uit gewone leden

plaatsvervangende leden.

kel de gewone leden

, bij hun afwezigheid, hun plaatsvervangers, zijn stemgerechtigd. § 2. Het College bestaat uit twee gewone leden

hun plaatsvervangers, aangewezen door elke permanente vergadering,

de volgende gewone leden

hun plaatsvervangers in gelijk aantal, aangewezen door de Regering : 1° drie leden voorgedragen door de Waalse landbouwverenigingen;2° twee leden voorgedragen door de beroepsverenigingen van de sector agrovoeding;3° één lid voorgedragen door de beroepsverenigingen van de sector distributie;4° drie leden voorgedragen door de civiele consumentenverenigingen die ervaring

activiteiten aantonen in verband met landbouw, evenals met een verankering over het gehele Waalse grondgebied;5° één lid voorgedragen door de milieuverenigingen. §

  1. De oproep tot het indienen van kandidaturen voor de benoeming van de leden voorgedragen door de verenigingen wordt verricht via de website van het Waalse Gewest. §
  2. De gewone leden

de plaatsvervangers, aangewezen door de Regering, worden aangewezen voor een duurtijd van drie jaar. De gewone leden

de plaatsvervangers, aangewezen door elke permanente vergadering, worden aangewezen voor een minimale duurtijd van zes maanden

een maximale duurtijd van drie jaar. §

  1. Het College kan al naar gelang externe personen verzoeken zijn vergaderingen bij te wonen. Voor zover een vergadering erkend wordt krachtens artikel D.76, wordt de coördinator waarover die vergadering beschikt overeenkomstig artikel D.76, § 2, lid 1, 4°, aangewezen als permanent waarnemer van het College. Art. D.
  2. Het College legt zijn huishoudelijk reglement ter goedkeuring aan de Regering voor. Minstens de regels inzake degelijk bestuur, de nadere regels van het beslissingsproces

de maatregelen voor de openbaarheid van de debatten

inspraakmogelijkheid voor alle landbouwers worden in het huishoudelijk reglement vastgelegd. Afdeling

  1. - Operationele ondersteuning van het producentencollege Art. D.
  2. §
  3. De Regering kan op eigen initiatief een vereniging oprichten of erkennen voor de operationele ondersteuning van het producentencollege. §
  4. Om erkend te worden, voldoet elke vereniging aan de volgende voorwaarden : 1° opgericht zijn in de vorm van een vereniging zonder winstgevend oogmerk;2° als voornaamste maatschappelijk doel voorzien in de ondersteuning van de inspraak van de landbouwers in de omschrijving, de uitvoering

de opvolging van het landbouwbeleid;3° over een permanente structuur beschikken die het dagelijks bestuur, haar opgedragen door de raad van bestuur, waarneemt;4° beschikken over een coördinator met de kwalificaties

de ervaring nodig voor de coördinatie van de verschillende activiteiten van de vereniging

, in voorkomend geval, de activiteiten verricht in samenwerking met externe personen. In voorkomend geval bepaalt de Regering de geldigheidsduur van de erkenning. Art. D.

  1. §
  2. De Regering bepaalt de voorwaarden voor de toekenning van de toelagen aan de vereniging bedoeld in artikel D.
  3. Die subsidies dienen ter dekking van : 1° de personeelskosten, met inbegrip van, zonder beperking, de bezoldiging van haar personeel, de oprichting van een reserve voor de maatschappelijke passiva, de vorming van haar personeel;2° de werkingskosten;3° de kosten in verband met de verwezenlijking

de totstandbrenging van de acties gevoerd door de vereniging, met inbegrip van de onkostenvergoeding van de landbouwers, lid van het College, voor het bijwonen van de vergaderingen. Het subsidiepercentage bedraagt minstens 10 percent van de beheerskosten

mag het bedrag van die beheerskosten niet overschrijden. De Regering kan bepalen waaruit de beheerskosten bedoeld in lid 3 bestaan. §

  1. De Regering kan de erkende vereniging voordelen in natura toekennen, in de vorm van de overdracht van goederen of het verstrekken van prestaties waarvoor de lasten geheel of gedeeltelijk door de Regering overgenomen worden. Art. D.
  2. De erkende vereniging deelt aan de administratie, aangewezen door de Regering, mede : 1° jaarlijks

voor 30 juni, volgende gegevens met betrekking tot het afgelopen werkingsjaar : a) een staat van de ontvangsten

de uitgaven

een begroting, goedgekeurd door de bevoegde instanties waarin de subsidies vermeld worden, toegekend of toegezegd door andere overheden;b) het loon van de personen die tot de subsidies toegelaten worden

de betaalbewijzen van de werkgeversbijdragen;2° onverwijld

schriftelijk, iedere wijziging in de statuten

de samenstelling van het gesubsidieerd personeel. Bij niet-inachtneming van die bepalingen

van de bepalingen getroffen ter uitvoering ervan, kunnen de subsidies verminderd of opgeschort worden volgens de nadere regels vastgelegd door de Regering. Art. D.79. De erkende vereniging stelt jaarlijks een omstandig activiteitenverslag op met als inhoud een analyse van de gevoerde activiteiten, daarin inbegrepen methodes voor de inspraak van de landbouwers

een evaluatie van die methodes in de doeltreffendheid ervan. Het rapport wordt uiterlijk 30 juni van het jaar na het jaar waarop het betrekking heeft aan de administratie verzonden. HOOFDSTUK III. - Cel belast met prospectief onderzoek

wetenschappelijke observatie Art. D.80. De Regering richt onder het Strategisch comité voor Landbouwbeleid, opgericht krachtens artikel D.82, een Cel op, belast met prospectief onderzoek

wetenschappelijke observatie. De Cel belast met prospectief onderzoek

wetenschappelijke observatie moet het Strategisch Comité voor Landbouwbeleid voorzien van de nodige kennis

inschatting om het in zijn opdrachten te helpen. Art. D.

  1. §
  2. De Waalse Regering stelt de samenstelling

de werkingswijze van de Cel belast met prospectief onderzoek

wetenschappelijke observatie vast. § 2. De Cel belast met prospectief onderzoek

wetenschappelijke observatie legt zijn huishoudelijk reglement aan de Regering voor. § 3. De Cel belast met prospectief beleid

wetenschappelijke observatie wordt door een administratieve

technische cel bijgestaan, opgericht in de Directie Onderzoek

Ontwikkeling van het Departement Ontwikkeling van de administratie. HOOFDSTUK IV. - Strategisch Comité voor Landbouwbeleid Art. D.82. De Minister, de directeurs-generaal van de administratie, van het "Centre wallon de Recherches agronomiques" (Waals Centrum voor landbouwkundig onderzoek) opgericht krachtens artikel D.366

het "Agence wallonne pour la Promotion d'une Agriculture de qualité" opgericht krachtens artikel D.224, hun adjunct-directeurs-generaal

de inspecteurs-generaal van de administratie met bevoegdheden voor landbouw vormen het Strategisch Comité voor Landbouwbeleid. Het Strategisch Comité voor Landbouwbeleid wordt voorgezeten door de Minister of diens afgevaardigde. De coördinator van de krachtens artikel D.76 erkende vereniging wordt verzocht de vergaderingen van het Strategisch Comité voor Landbouwbeleid bij te wonen voor de punten betreffende het producentencollege. Art. D.83. De opdrachten van het Strategisch Comité voor Landbouwbeleid zijn : 1° operationele plannen ontwerpen

aan de Regering voorleggen om op gecoördineerde wijze de doelstellingen van artikel D.1 uit te kunnen voeren; 2° zorgen voor de opvolging van de operationele plannen, de uitvoeringswijzen ervan coördineren

het producentencollege inlichten over de opvolging ervan;3° ingaan op elke dringende vraag van het producentencollege of op elke gebeurtenis of toestand waarvoor een spoedige interventie vereist wordt;4° ingaan op de verzoeken uitgaand van de "Conseil supérieur wallon de l'agriculture, de l'agro-alimentaire" et de l'alimentation, het producentencollege

de landbouwverenigingen; 5° advies uitbrengen voor het producentencollege overeenkomstig artikel D.72, lid 2; Art. D.84. Het Strategisch Comité voor Landbouwbeleid pleegt overleg met het Directoraat-generaal Economie, Tewerkstelling

Onderzoek voor wat diens bevoegdheden betreft. Art. D.

  1. Voor zijn opdrachten kan het Strategisch Comité voor Landbouwbeleid te rade gaan bij : 1° de "Conseil supérieur wallon de l'Agriculture, de l'Agro-Alimentaire et de l'Alimentation";2° het producentencollege;3° iedere andere overheid die door haar bijdrage deel kan hebben in de verwezenlijking van de doelstellingen van dit Wetboek;4° elke andere derde. Voor de opdracht vermeld in artikel D.83, lid 1, 1°, is het raadplegen van het producentencollege verplicht. Art. D.
  2. Het secretariaat van het Strategisch Comité voor Landbouwbeleid wordt telkens voor de duur van één kalenderjaar waargenomen door de administratie, het "Centre wallon de Recherches agronomiques"

het "Agence wallonne pour la Promotion d'une Agriculture de qualité". Art. D.87. Het Strategisch Comité voor Landbouwbeleid neemt een huishoudelijk reglement aan. In het reglement worden minstens regels opgenomen voor het samenroepen, het quorum, de meerderheid, het vacant zijn

de periodiciteit van de vergaderingen opgenomen. HOOFDSTUK V. - Jaarverslag over de staat van de Waalse landbouw Art. D.88. Om de drie jaar wordt door de Regering, voor het indienen van de begroting

uiterlijk op 15 november bij het Waalse Parlement, dat zich via een resolutie uitspreekt, een verslag neergelegd over de "staat van de Waalse landbouw". Art. D.89. Het verslag over de "staat van de Waalse landbouw" wordt opgesteld door de administratie, in samenwerking met de Cel belast met het prospectief onderzoek

de wetenschappelijke observatie, onder de coördinatie van het Strategisch Comité voor Landbouwbeleid. In het verslag wordt een analyse opgenomen van de evolutie van de Waalse landbouw, evenals indicatoren ter beoordeling van de evolutie in het nastreven van de doelstellingen van het Waalse landbouwbeleid bedoeld in artikel D.1, § 3. Art. D.90. Het verslag inzake de "staat van de Waalse Landbouw" wordt door de "Conseil supérieur wallon de l'Agriculture, de l'Agro-alimentaire et de l'Alimentation" van advies

aanbevelingen voorzien. Het verslag

het advies worden ruim verspreid

bekend gemaakt op het landbouwportaal van de website van het Waalse Gewest. Titel IV. - De landbouwer HOOFDSTUK I. - Co-houderschap Art. D.91. Eenieder die in een landbouwbedrijf dat uitsluitend beheerd wordt door natuurlijke personen in de zin van dit hoofdstuk het statuut van meewerkend echtgenoot geniet, wordt geacht één van de landbouwers van het bedrijf

uit de aard der zaak één van de beheerders van dat bedrijf te zijn. Dit hoofdstuk is evenwel niet toepasselijk als de meewerkend echtgenoot een ander bedrijf leidt. Art. D.

  1. §
  2. Wanneer het bestaan van een meewerkend echtgenoot waarvan de administratie kennis krijgt, niet opgenomen is in de identificatiegegevens van de landbouwer, licht de administratie betrokkenen daarover in

vraagt hun instemming met een eventuele wijziging van de identificatie van de landbouwer. De toestand wordt gewijzigd indien beide echtgenoten of wettelijk samenwonenden die wijziging aanvaarden

de aanvaarding ondertekenen. Wordt die wijziging geweigerd door beide echtgenoten of wettelijk samenwonenden of door één van beiden, dan voert de administratie geen

kele wijziging door. Als de administratie geen

kel antwoord op haar verzoek krijgt, dan wordt nogmaals om de instemming van betrokkenen verzocht, met een antwoordtermijn van dertig dagen. Blijft het antwoord dan nog uit, dan wordt de wijziging van ambtswege doorgevoerd. Als de administratie slechts van één van beide betrokken echtgenoten of wettelijk samenwonenden een antwoord krijgt, dan wordt nogmaals om de instemming van betrokkenen verzocht, met een antwoordtermijn van dertig dagen. Blijft het antwoord dan nog uit, dan wordt de wijziging van ambtswege doorgevoerd. § 2. Wanneer de identificatie van een meewerkend echtgenoot niet vermeld is in de identificatie van de landbouwer, dan mag het verzoek om wijziging spontaan uitgaan van de landbouwer zelf, middels een aangifteformulier dat bij de administratie beschikbaar is. § 3. De wijziging kan

kel toegelaten worden als ze voor de administratie in een neutrale verrichting bestaat waardoor de betrokken landbouwer niet meer of niet minder rechten dan voorheen krijgt. § 4. De identificatie van een meewerkend echtgenoot houdt geen overname of overdracht van het bedrijf

dienovereenkomstige voorwaarden in. Art. D.93. Wanneer de wijziging van de identificatie is doorgevoerd, worden alle aldus geïdentificeerde landbouwers samen beheerder van hun bedrijf

onverdeelde houders van de administratieve toewijzingen die de landbouwer geniet. Het verlies van de hoedanigheid van meewerkend echtgenoot heeft geen automatisch effect op de gewijzigde identificatie zonder de instemming van alle betrokken landbouwers. De in artikel D.92 bedoelde wijzigingsverrichting is onherroepelijk. Elke nieuwe beweging wordt als een overname of een overdracht van een bedrijf beschouwd. Art. D.94. Elk onverdeeld lid van een groepering van natuurlijke personen kan

kel, zonder een beroep te doen op de andere onverdeelde leden van de groepering, daden van gewoon bestuur stellen. De daden van gewoon bestuur brengen de andere onverdeelde leden geen schade toe. Voor elk bedrijf dat onder beheer van een groepering van natuurlijke personen staat is de handtekening van alle landbouwers nodig voor het bekrachtigen van elke daad van gewoon bestuur met een blijvend karakter, evenals van elke andere daad dan die bedoeld onder lid 1. HOOFDSTUK II. - Beroepsopleiding Afdeling 1. - Algemene bepalingen Art. D.95. Dit hoofdstuk regelt, krachtens artikel 138 van de Grondwet, een aangelegenheid bedoeld in artikel 128, § 1, ervan. Het is

kel van toepassing in het Franse taalgebied. De bepalingen van dit hoofdstuk kunnen evenwel worden uitgebreid tot het grondgebied van het Waalse Gewest voor wat betreft medegefinancierde acties indien de Europese wetgeving in die mogelijkheid voorziet. Art. D.96. In de zin van dit hoofdstuk wordt verstaan onder "administratie", het Departement Werk

Beroepsopleiding van het Operationeel Directoraat-generaal Economie, Werk

Onderzoek van de Waalse Overheidsdienst of de Administratie in de zin van artikel D.

  1. Art. D.
  2. Overeenkomstig de doelstellingen verwoord in artikel D.1, is dit hoofdstuk bestemd om : 1° de beroepsopleiding te bevorderen van de personen die een landbouwactiviteit uitoefenen, alsook van de personen die tewerkgesteld zijn bij een rechtspersoon die werkzaamheden verricht met het oog op de productie, verwerking

verkoop van producten afkomstig uit het landbouwbedrijf om die personen d.m.v. permanente vormingen, in staat te stellen, nieuwe bekwaamheden te verwerven of hun huidige kennis te verbeteren in de landbouwactiviteiten; 2° moderne technieken inzake bedrijfsbeheer

de verschillende methoden voor de productie

de opwaardering van producten te bevorderen;3° de opleiding van vormingswerkers, sprekers

personeelsleden, alsook van de organisatoren belast met de beroepsopleiding te verbeteren;4° het overleg tussen de betrokken partijen te organiseren;5° de vormingsactiviteiten te stimuleren die georganiseerd worden door erkende liefhebbersverenigingen in de landbouwsector voor de personen die zich uit liefhebberij bezighouden met één van die activiteiten; 6° de diversifiëring

de kwaliteit van de economische landbouwbasis te bevorderen d.m.v. vormingen. Voor de medefinanciering bedoeld krachtens de Europese wetgevingen

indien de Europese wetgeving in die mogelijkheid voorziet, kunnen de doelstellingen van de opleiding worden uitgebreid tot de bosbouw. Afdeling

  1. - Opleiding Art. D.
  2. De beroepsopleiding in de landbouw is gericht : 1° op de landbouwer, op de medewerker, meewerkende echtgenoot

loontrekkende in de landbouwsector

op de werkzoekende ingeschreven bij de Waalse Openbare Dienst voor Werkgelegenheid

Professionele Opleiding, hierna "FOREm" genoemd;2° op de personen die tewerkgesteld zijn bij een rechtspersoon die werkzaamheden verricht met het oog op de productie, verwerking

verkoop van producten afkomstig uit het bedrijf of die daar noodzakelijk voor zijn; 3° op de erkende liefhebbersvereniging in de landbouwsector, voor personen die uit liefhebberij werkzaamheden verrichten m.b.t. de landbouwproductie; 4° op alle personen die moeten bewijzen dat zij een voldoende kennis hebben om een fytolicentie te krijgen in de zin van artikel 2, 11°, van het koninklijk besluit van 19 maart 2013Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 19/03/2013 pub. 16/04/2013 numac 2013024124 bron federale overheidsdienst volksgezondheid, veiligheid van de voedselketen

leefmilieu Koninklijk besluit ter verwezenlijking van een duurzaam gebruik van gewasbeschermingsmiddelen

toevoegingsstoffen sluiten ter verwezenlijking van een duurzaam gebruik van gewasbeschermingsmiddelen

toevoegingsstoffen;5° op alle personen die landbouw als beroepsoriëntatie willen kiezen. De Regering mag het toepassingsgebied bedoeld in het eerste lid uitbreiden tot andere categorieën personen, bij gemotiveerde beslissing

met het oog op het bereiken van de in artikel D.1, § 3 opgesomde doelstellingen. In aanmerking voor de tegemoetkoming van het ELFPO, komen

kel de vormingen die bestemd zijn om kennis door te geven aan de gerechtigden bedoeld in lid 1, 1°,

de personen die tewerkgesteld zijn in de landbouwsector, de agrovoedings-

de bosbouwsector, de grondbeheerders

de natuurlijke of rechtspersonen die werkzaam zijn in landelijke gebieden zoals bedoeld bij de Europese wetgeving. Art. D.

  1. §
  2. De basisvorming, waarvan na het volgen van cursussen een examen afgelegd wordt

die georganiseerd wordt door de scholingscentra bedoeld in afdeling 3 van dit hoofdstuk, bevat : 1 ° cursussen landbouwtechnieken die de technische bijscholing beogen van personen met onvoldoende basiskennis van de landbouwsector; 2° cursussen beheer

landbouweconomie die de betrokkenen in staat stellen zich te vestigen; 3° stages zoals bedoeld in artikel D.101. In de cursussen beheer bedoeld in lid 1, 2°, is de opleiding gegrond op de studie van moderne organisatie-, onderhandelings-, beheers-

bedrijfsmethoden. Om tot de cursussen landbouwbeheer toegelaten te worden, moet de leerling ofwel : 1° cursussen landbouwtechnieken hebben gevolgd;2° houder zijn van een landbouwgericht getuigschrift van minstens het niveau van het hoger secundair onderwijs;3° een nuttige ervaring hebben volgens de voorwaarden bepaald door de Regering. § 2. De vaste vorming georganiseerd door de in § 1 bedoelde centra bevat : 1° afstandscursussen;2° studiesessies, lezingen, rondleidingen

contactdagen; 3° stages zoals bedoeld in artikel D.

  1. §
  2. De opleiding van de vormingswerkers bevat bijscholingsdagen bestemd om de technische of pedagogische kennis te verbeteren

om de vormingswerkers te begeleiden. Art. D.

  1. De door liefhebbersverenigingen georganiseerde vorming voor liefhebbers bevat lezingen. Art. D.
  2. In het kader van de vorming is de Regering bevoegd om stages te organiseren. Ze kan bepalen : 1° de personen die ervoor in aanmerking kunnen komen;2° de duur;3° de bedrijven of instellingen in contact met de landbouw- of de bosbouwsector waar de stage kan worden georganiseerd;4° de erkenningsvoorwaarden van de stagemeesters

de geldigheidsduur van de erkenning;5° de modaliteiten in verband met het verloop van de stage. Voor de erkenningsvoorwaarden van de stagemeesters bedoeld in lid 2, 4°, voorziet de Regering dat de stagemeesters : 1° een minimumberoepservaring bepaald door de Regering hebben in de landbouwsectoren;2° bewijzen dat ze ervaring hebben als vormingswerker of dat ze een vorming hebben gevolgd over de methoden voor de overdracht van kennis volgens de modaliteiten die door de Regering worden bepaald. Art. D.102. De Regering is bevoegd om bijscholingscursussen beheer

technologieën, fytolicentie of cursussen in verband met veevoeding te organiseren. Art. D.103. De Regering bepaalt : 1° de organisatievoorwaarden

de praktische modaliteiten van de vormingsactiviteiten bedoeld in de artikelen D.99

D.100; 2° de voorwaarden om toegang tot die cursussen te krijgen;3° de voorwaarden om een vakbekwaamheidscertificaat als landbouwer te krijgen. Art. D.104. Voor de medefinanciering bedoeld krachtens de Europese wetgevingen

indien de Europese wetgeving in die mogelijkheid voorziet, kan de Regering maatregelen bepalen in verband met : 1° de overdracht van kennis

de acties voor informatie; 2° de opleiding, ter aanvulling van de artikelen D.99

D.100; 3° de stage, ter aanvulling van artikel D.101; 4° andere soorten activiteiten met het oog op de versterking van het menselijk vermogen van de personen die actief zijn in de landbouw-, voedings-

bosbouwsector, de grondbeheerders

de natuurlijke of rechtspersonen die werkzaam zijn in landelijke gebieden. De overdracht van kennis

de acties voor informatie bedoeld in lid 1, 1°, kunnen meerdere vormen aannemen, zoals vormingen, werkgroepen, coaching, demonstratieacties, acties voor informatie, stages

bezoekprogramma's. Afdeling

  1. - Scholingscentra Art. D.
  2. §
  3. Overeenkomstig de artikelen D.5 tot D.10, worden de scholingscentra erkend door de Regering volgens de criteria die ze bepaalt. Deze criteria hebben minstens betrekking met de volgende voorwaarden : 1° het inzetten van erkende vormingswerkers;2° het organiseren van vormingen in lokalen erkend door de Regering;3° de expertise

de ervaring van de centra op het gebied van beroepsopleiding;4° de inachtneming van de voorschriften van dit hoofdstuk

van zijn uitvoeringsbesluiten. Voor de toepassing van lid 2, 1°, bepaalt de Regering de erkenningsvoorwaarden

de geldigheidsduur van de erkenning van de personen belast met het verstrekken van de opleidingen bedoeld in de artikelen D.99,

D.100, in overeenstemming met de artikelen D.5 tot D.

  1. §
  2. De Regering kan in categorieën scholingscentra voorzien volgens de voorwaarden die ze bepaalt. De Regering bepaalt de acties

activiteiten in verband met de beroepsopleiding bedoeld bij het Wetboek waarvoor elke categorie scholingscentrum bedoeld in het eerste lid bevoegd is. Art. D.106. Om te voldoen aan de erkenningsvoorwaarden, moet het vormingscentrum dat niet over een maatschappelijke zetel beschikt in het Franse taalgebied volgens de door de Regering vastgestelde procedure wanneer het zijn sociale zetel of inschrijvingsnummer heeft bij de Kruispuntbank van Ondernemingen als fysieke persoon of als rechtspersoon, hetzij in het Nederlandstalige taalgebied, hetzij in het tweetalig gebied Brussel-Hoofdstad, of in het Duitstalige taalgebied, aantonen dat het in zijn taalgebied beantwoordt aan de erkenningsvoorwaarden die overeenkomen met deze bepaald door of krachtens dit decreet. Om te voldoen aan de erkenningsvoorwaarden, moet het vormingscentrum dat zijn maatschappelijke zetel in het buitenland, maar binnen de Europese Economische Ruimte heeft, volgens de door de Regering vastgestelde procedure aantonen dat het in zijn land beantwoordt aan de erkenningsvoorwaarden die overeenkomen met deze bepaald door of krachtens dit decreet

dit zonder directe of indirecte discriminatie op basis van de Staat waaruit de vormingsoperator die de erkenning aanvraagt afkomstig is. Om te voldoen aan de erkenningsvoorwaarden, moet het vormingscentrum dat zijn sociale zetel in het buitenland

buiten de Europese Economische Ruimte heeft, volgens de door de Regering vastgestelde procedure voldoen aan de erkenningsvoorwaarden bepaald in dit decreet,

bewijs leveren dat het hetzelfde type diensten presteert in zijn land van herkomst

dit zonder directe of indirecte discriminatie op basis van de Staat waaruit de vormingsoperator die de erkenning aanvraagt, afkomstig is. Afdeling

  1. - Toelagen aan de scholingscentra Art. D.
  2. De Regering mag toelagen toekennen aan de beroepsopleidingscentra overeenkomstig de door haar vastgestelde modaliteiten. Voor de bepaling van detoelage houdt ze rekening met : 1° de bezoldiging van de vormingswerkers, van de stagemeesters

van de sprekers;2° de werkings-

organisatiekosten;3° de vergoedingen aan de deelnemers aan de bijscholingsdagen;4° de vergoedingen die door de scholingscentra worden gestort aan de stagiairs naar gelang van de duur van de stage, zoals bepaald door de Regering. Art. D.108. § 1. Voor de toelage bedoeld in artikel D.107, bedraagt het subsidiepercentage minstens tien procent van de beheerskosten

dit bedrag kan de beheerskosten niet overschrijden. De Regering kan de beheerskosten bedoeld in lid 1 bepalen. § 2. Het scholingscentrum kan het bedrag van een bijdrage ten laste van de landbouwers vaststellen voor de financiering van zijn activiteiten volgens de door de Regering bepaalde modaliteiten. Het bedrag van deze bijdrage mag niet hoger zijn dan het bedrag van de kosten die het scholingscentrum werkelijk heeft gehad om zijn opdrachten te vervullen

voor zover de krachtens deze bijdragen gedragen kosten nooit het voorwerp zijn van een dubbele subsidiëring of van een terugbetaling. Afdeling

  1. - Liefhebbersverenigingen Art. D.
  2. §
  3. Teneinde in aanmerking te kunnen komen voor de in paragraaf 3 beoogde subsidies, moeten de liefhebbersverenigingen bedoeld in artikel D.100 de volgende erkenningsvoorwaarden in acht nemen : 1° de vorming van liefhebbers in de zin van artikel D.98 als doelstelling hebben; 2° geen winstoogmerk hebben;3° voornamelijk gevestigd zijn in het Franse taalgebied. §
  4. De erkenningsaanvraag van een liefhebbersvereniging wordt ingediend volgens de door de Regering bepaalde modaliteiten. §
  5. De Regering mag toelagen toekennen aan de erkende liefhebbersverenigingen overeenkomstig de door haar vastgestelde modaliteiten. Voor de bepaling van de toekenning houdt ze rekening met : 1° de bezoldiging van de vormingswerkers;2° de werkings-

organisatiekosten van de vereniging. Art. D.

  1. §
  2. Voor de toelage bedoeld in artikel D.109, bedraagt het subsidiepercentage minstens tien procent van de beheerskosten

dit bedrag kan de beheerskosten niet overschrijden. De Regering kan de beheerskosten bedoeld in lid 1 bepalen. § 2. De liefhebbersverenigingen kunnen het bedrag van een bijdrage ten laste van de liefhebbers vaststellen voor de financiering van hun activiteiten volgens de door de Regering bepaalde modaliteiten. Het bedrag van deze bijdrage mag niet hoger zijn dan het bedrag van de kosten die de liefhebbersvereniging werkelijk heeft gehad om haar opdrachten te vervullen

voor zover de krachtens deze bijdragen gedragen kosten nooit het voorwerp zijn van een dubbele subsidiëring of van een terugbetaling. Afdeling 6. - Commissie voor de Landbouwopleiding

diverse bepalingen Art. D.

  1. §
  2. Er wordt een commissie ingesteld die Commissie voor de Landbouwopleiding genoemd wordt

die belast is met : 1° op aanvraag van de administratie, het overmaken van een voorstel aan de Regering betreffende de toekenning, de hernieuwing of de weigering van de erkenning als zij vindt dat één of meerdere erkenningscriteria vastgelegd bij of krachtens dit hoofdstuk niet zijn vervuld;2° het houden van een vergadering op verzoek van één van haar leden die kennis zou genomen hebben van feiten die betrekking hebben op overtredingen of tekortkomingen inzake de bepalingen van het hoofdstuk, de situatie onderzoeken

de Regering

de administratie op de hoogte houden van de feiten van de zaak;3° op eigen initiatief of op verzoek van de Regering, het uitbrengen van gemotiveerde adviezen over ontwerpen of voorstellen van decreet

over ontwerp-besluiten betreffende de beroepsopleiding in de landbouw; 4° het opstellen van richtsnoeren voor het Strategisch Comité voor Landbouwbeleid inzake landbouwersopleiding voor de personen bedoeld in artikel D.98; 5° een jaarlijks evaluatieverslag over vormingsprogramma's

-stages aan het Strategisch Comité voor Landbouwbeleid overhandigen. § 2. De Commissie bestaat minstens uit elf gewone leden

elf plaatsvervangende leden die door de Regering worden benoemd, namelijk : 1° vijf leden

evenveel plaatsvervangende leden ter vertegenwoordiging van de centra voor landbouwberoepsopleiding, onder wie een vertegenwoordiger van de bewegingen van landbouwjongeren, een vertegenwoordigster van de vrouwelijke landbouwverenigingen

een vertegenwoordiger van de sector van de biologische landbouw;2° één lid

één plaatsvervangend lid ter vertegenwoordiging van de Waalse Openbare Dienst voor Werkgelegenheid

Professionele Opleiding, "FOREm";3° één lid

één plaatsvervangend lid ter vertegenwoordiging van het "Institut wallon de Formation

Alternance et des indépendants et des Petites et Moyennes

treprises" (Waals instituut voor alternerende opleiding

zelfstandigen

kleine

middelgrote ondernemingen);4° één lid

één plaatsvervangend lid ter vertegenwoordiging van de diensten van de Waalse administratie bevoegd voor tewerkstelling

beroepsopleiding;5° één lid

één plaatsvervangend lid ter vertegenwoordiging van de diensten van de Waalse administratie bevoegd voor landbouw;6° één lid

één plaatsvervangend lid ter vertegenwoordiging van de liefhebbersverenigingen : 7° één lid

één plaatsvervangend lid ter vertegenwoordiging van het wetenschappelijk onderzoek. Bovendien worden aangewezen om de Commissie met raadgevende stem bij te wonen : 1° één lid

één plaatsvervangend lid ter vertegenwoordiging van de Minister bevoegd voor Vorming;2° één lid

één plaatsvervangend lid ter vertegenwoordiging van de Minister van Landbouw;3° één lid

één plaatsvervangend lid ter vertegenwoordiging van de Ministers bevoegd voor Economie

Leefmilieu, waarbij de daadwerkelijke zetel wordt toegekend aan de vertegenwoordiger van de Minister onder wiens bevoegdheid één of ander agendapunt van de Commissie valt;4° één lid

één plaatsvervangend lid ter vertegenwoordiging van de Minister bevoegd voor Gezondheid overeenkomstig artikel 3, 6°, van het decreet II van 22 juli 1993 betreffende de overheveling van sommige bevoegdheden van de Franse Gemeenschap naar het Waalse Gewest

de Franse Gemeenschapscommissie. §

  1. De "Conseil économique et social de Wallonie" (Sociaal-Economische Raad van Wallonië) is belast met het waarnemen van het secretariaat van de Commissie voor de Landbouwopleiding. Art. D.
  2. De Administratie is belast met : 1° het vervullen van opdrachten inzake de functie van dossierbeheer;2° het overmaken van een gemotiveerd voorstel aan de Regering betreffende de toekenning, de hernieuwing of de weigering van de erkenning met inachtneming van de bij of krachtens dit hoofdstuk vastgelegde criteria;3° het vragen van een met redenen omkleed advies, telkens als ze het nodig acht alsook telkens als de vastgelegde criteria voor de toekenning, de hernieuwing of de weigering van de erkenning niet ingevuld zijn, aan de Commissie binnen de door de Regering vastgelegde termijn vóór het overmaken van het dossier aan de Regering;4° de ontwikkeling van de samenwerking

het partnerschap met de operatoren van de aanvankelijke

voortgezette opleiding, namelijk inzake de geldigheidsverklaring van de bevoegdheden

de pedagogische begeleiding;5° het vervullen van de opdrachten inzake de functie van controle

toezicht;6° de bevordering van het geheel van de landbouwberoepsopleiding. Art. D.113. De Regering wordt ertoe gemachtigd om de maatregelen te nemen die nodig zijn voor de uitvoering van de opdrachten in verband met de controles

het toezicht van de bepalingen van dit hoofdstuk, met inbegrip van de controle van de bekwaamheid van de vormingswerkers. Art. D.114. Indien niet meer wordt voldaan aan de voorwaarden van dit hoofdstuk

van zijn uitvoeringsbesluiten, mag de Regering de erkenning schorsen of intrekken van de scholingscentra, liefhebbersverenigingen

personen bedoeld in artikel D.102, §§ 1

2,

het recht op toelagen aan de scholingscentra, liefhebbersverenigingen

personen bedoeld in artikel D.99, §§ 1

2,

in artikel D.100 overeenkomstig de door haar vastgestelde modaliteiten schorsen of intrekken. HOOFDSTUK III. - Begeleidingsdiensten voor de landbouwer Afdeling

  1. - Vervangdiensten voor de landbouwer Art. D.
  2. De vervangdiensten voor de landbouwer of hun federaties worden door de Regering erkend volgens de modaliteiten bepaalt in de artikelen D.5 tot D.
  3. Art. D.
  4. De Regering kan een toelage toekennen aan de erkende vervangdiensten voor de landbouwer of aan de erkende federaties van vervangdiensten voor de landbouwer, om bij te dragen tot de dekking van hun beheerskosten. Art. D.
  5. §
  6. Voor de toelage bedoeld in artikel D.116, bedraagt het subsidiepercentage minstens tien procent van de beheerskosten

dit bedrag kan de beheerskosten niet overschrijden. De Regering kan de beheerskosten bedoeld in het eerste lid bepalen. De toekenningsvoorwaarden bepalen : 1° het maximumbedrag van de steun per jaar

per vervangend personeelslid;2° het aantal vervangende personeelsleden per leden-landbouwers;3° de categorieën redenen voor de vervanging met voor elk ervan, specifieke regels betreffende de verrichte uren

prestaties. De categorieën bedoeld in het tweede lid, 3°, omvatten, op niet-limitatieve wijze, de volgende gevallen : 1° overlijden, ziekte, ongeval, met inbegrip van waterschade, brand of storm;2° beroepsopleiding;3° gebeurtenissen van familiale aard;4° de deelname als gewoon of plaatsvervangend lid aan de vergaderingen van het producentencollege of de deelname als voorzitter, secretaris of penningmeester aan de vergaderingen van landbouwcomicen;5° vakantie

vrije tijd. De Regering wordt ertoe gemachtigd om nieuwe categorieën te bepalen. §

  1. De Regering kan voorzien in de betaling van de steun in verschillende schijven. Art. D.
  2. De vervangdienst voor de landbouwer kan het bedrag van voor de financiering van zijn activiteiten volgens de door de Regering bepaalde modaliteiten een bijdrage ten laste van de landbouwers vaststellen. Dit bedrag mag niet hoger zijn dan het bedrag van de kosten die de instelling werkelijk heeft gehad om haar opdrachten te vervullen

voor zover de overeenkomstig deze bijdragen gedragen kosten nooit het voorwerp zijn van een dubbele subsidiëring of van een terugbetaling. Afdeling

  1. - Adviesdiensten voor landbouwers in moeilijkheden Art. D.
  2. De Regering kan een toelage toekennen aan adviesdiensten voor landbouwers in moeilijkheden om bij te dragen tot de dekking van hun beheerskosten. Art. D.
  3. De Regering kan de adviesdiensten voor landbouwers in moeilijkheden subsidiëren voor de volgende opdrachten : 1° de begeleiding van de landbouwers in moeilijkheden;2° de sensibilisering

de vorming van de landelijke actoren inzake de voorkoming van de moeilijkheden ondervonden door de landbouwsector;3° steun bij de behandeling van de schuldenlast

de voorkoming van bestaansonzekerheid;4° de bevordering van de bestaande tegemoetkomingen

middelen;5° de ontwikkeling van databases, indicatoren

aanbevelingen. Art. D.121. Voor de toelage bedoeld in artikel D.119, bedraagt het subsidiepercentage minstens tien procent van de beheerskosten

dit bedrag kan deze beheerskosten niet overschrijden. De Regering kan de beheerskosten bedoeld in lid 1 bepalen. Art. D.122. De adviesdienst kan het bedrag van een bijdrage ten laste van de landbouwers vaststellen voor de financiering van zijn activiteiten volgens de door de Regering bepaalde modaliteiten. Dit bedrag mag niet hoger zijn dan het bedrag van de kosten die de instelling werkelijk heeft gehad om haar opdrachten te vervullen

voor zover de overeenkomstig deze bijdragen gedragen kosten nooit het voorwerp zijn van een dubbele subsidiëring of van een terugbetaling. Afdeling

  1. - Begeleidingsdiensten voor arbeidsveiligheid Art. D.
  2. De Regering kan een toelage toekennen aan begeleidingsdiensten voor arbeidsveiligheid. Art. D.
  3. De Regering kan de begeleidingsdiensten voor arbeidsveiligheid subsidiëren voor de volgende opdrachten : 1° de bedrijfsbezoeken;2° de sensibilisering

de vorming inzake arbeidsveiligheid;3° de uitvoering

het verspreiden van onderzoeken naar arbeidsongevallen

gezondheid. Art. D.125. Voor de toelage bedoeld in artikel D.123, bedraagt het subsidiepercentage minstens tien procent van de beheerskosten

dit bedrag kan deze beheerskosten niet overschrijden. De Regering kan de beheerskosten bedoeld in lid 1 bepalen. Art. D.126. De begeleidingsdienst kan het bedrag van een bijdrage ten laste van de landbouwers vaststellen voor de financiering van zijn activiteiten volgens de door de Regering bepaalde modaliteiten. Dit bedrag mag niet hoger zijn dan het bedrag van de kosten die de instelling werkelijk heeft gehad om haar opdrachten te vervullen

voor zover de overeenkomstig deze bijdragen gedragen kosten nooit het voorwerp zijn van een dubbele subsidiëring of van een terugbetaling. Afdeling

  1. - Adviessysteem voor landbouwers Art. D.
  2. §
  3. De Regering voorziet in een adviessysteem voor landbouwers in de zin van de Europese regelgeving. Ze kan bepalen dat dit adviessysteem voor landbouwers door privé-instellingen of door de administratie wordt ingevuld. De instellingen voor landbouwadvies verstrekken de landbouwers advies inzake het beheer van de gronden

van de bedrijven. § 2. Het adviessysteem omvat : 1° de besluiten genomen met toepassing van de artikelen D.250

D.251; 2° de ontwikkeling van de economische activiteit van de landbouwbedrijven; 3° de door de Regering bepaalde aangelegenheden om de in artikel D.1, § 3, bedoelde doelstellingen te bereiken; 4° de bij de Europese regelgeving bepaalde aangelegenheden. Art. D.

  1. De privé-adviesinstellingen worden door de Regering erkend overeenkomstig de artikelen D.5 tot D.
  2. De Regering maakt jaarlijks de lijst van de erkende adviesinstellingen bekend. Art. D.
  3. De Regering bepaalt de toekenningsvoorwaarden van de toelagen die aan erkende privé-instellingen voor landbouwadvies of aan erkende federaties worden toegekend. Het subsidiespercentage bedraagt minstens tien procent van de beheerskosten

kan deze beheerskosten niet overschrijden. De Regering kan de beheerskosten bedoeld in lid 2 bepalen. Art. D.

  1. §
  2. De landbouwer kan vrijwillig een beroep doen op het adviessysteem voor landbouwers. §
  3. De Regering kan de categorieën gerechtigden bepalen die voorrang hebben voor de toegang tot het adviessysteem voor landbouwers. De Regering zorgt ervoor dat voorrang wordt verleend aan de landbouwers wier toegang tot een andere adviesdienst dan het adviessysteem voor landbouwers het meest beperkt is. §
  4. De Regering garandeert de gerechtigden toegang tot een adviesdienst die rekening houdt met de bijzondere toestand van hun bedrijf. Art. D.
  5. De adviesinstelling kan het bedrag van een bijdrage ten laste van de landbouwers vaststellen voor de financiering van haar activiteiten volgens de door de Regering bepaalde modaliteiten. Dit bedrag mag niet hoger zijn dan het bedrag van de kosten die de instelling werkelijk heeft gehad om haar opdrachten te vervullen. Art. D.
  6. De instellingen die als adviessysteem voor landbouwers worden erkend, delen geen bij hun adviseringsactiviteit verkregen persoonlijke of individuele informatie

gegevens mee aan andere personen dan de landbouwer die het betrokken bedrijf beheert, met uitzondering van bij hun activiteit ontdekte onregelmatigheden of inbreuken met inachtneming van de desbetreffende Europese wetgevingen. Art. D.

  1. Bij niet-naleving van de verplichtingen bedoeld in hoofdstuk 3, wordt de toelage van de erkende instelling verminderd of ingetrokken naar gelang van de ernst van de tekortkoming aan zijn verplichtingen. Titel V. - Plantaardige producten HOOFDSTUK I. - Plantaardige producties Art. D.
  2. De Regering is gemachtigd, wat betreft de activiteiten bedoeld in artikel D.2

de plantaardige producten die uit deze activiteiten voortvloeien, om elke maatregelen te nemen om : 1° de voorwaarden te bepalen waarin de handelingen gedaan in dit kader worden uitgevoerd

deze handelingen of de auteur van deze handelingen aan een controle, een registratie, een erkenning of een voorafgaande vergunning onderwerpen

de voorwaarden ervan vastleggen inzake toekenning, wijziging, handhaving, verlenging, beperking, uitbreiding, schorsing, opheffing of intrekking;2° de eisen te bepalen inzake productie, uitladen, verwerking, bewerking, monsterneming, analyse, samenstelling, aanwezigheid van residu's, instandhouding, vervoer, behandeling, vervaardiging, bereiding, opslag, gebruik, rangschikking, kwaliteit, kwantiteit, omvang, gewicht, vorm, heffing, prijs, afhouding, toeslag, subsidie, oorsprong, herkomst, triage, verpakking, presentatie, conditionering

reclame waaraan de landbouwproducten moeten voldoen voor zover deze eisen worden opgelegd om een bepaald kwaliteitsniveau te bereiken voor de betrokken producten met het oog op de verbetering van deze kwaliteit of de verbetering van de productietechnieken;3° de merken, loodjes, verzegelingen, labels, etiketten, getuigschriften, attesten, bordjes, tekens, verpakkingen, benamingen of andere aanwijzingen of stukken te bepalen waaruit het bestaan van de sub 1°

2° bedoelde voorwaarden bewezen of te kennen gegeven wordt;4° de genetische diversiteit van gewassen te behouden

te verbeteren, de reproductie

de genetische verbetering van planten

plantaardige producten te steunen

te reguleren;5° de uitvoering

de naleving te waarborgen van de reglementeringen genomen krachtens de punten 1°, 2°

4°, door de personen op wie ze van toepassing zijn,

de erkenningsvoorwaarden van de instellingen waaraan hij deze maatregelen overdraagt;6° de bezoldigingen, vergoedingen, rechten, taksen, inhoudingen

toeslagen te bepalen die voor de uitvoering van de maatregelen vermeld in deze titel

de desbetreffende uitvoeringsbesluiten kunnen worden vereist;7° het risicobeheer te steunen door preventie, diversificatie

vergoedingen in geval van uitzonderlijke omstandigheden die door de Regering worden omschreven; 8° zaaizaad

pootgoed aan een facultatieve of verplichte controle te onderwerpen m.b.t. de oorsprong, de identiteit, de zuiverheid van soorten

variëteit, alsook de kwaliteit; 9° de karakteriserings-

toelatingscriteria te bepalen voor het in de handel brengen van een plantenras;10° verzamelingen soorten te handhaven

te kenmerken met het oog op het behoud van de genetische diversiteit. De voorwaarden vermeld in lid 1, 3°, strekken ertoe voor bedoelde producten algemeen geldende minimumvereisten in te voeren om in de handel te worden gebracht, verworven, aangeboden, ten verkoop tentoongesteld, in bezit gehouden, bereid, vervoerd, verkocht, geleverd, onder kosteloze of bezwarende titel afgestaan, ingevoerd, uitgevoerd of doorgevoerd te worden. Deze voorwaarden kunnen eveneens ertoe strekken een op kwaliteitsverschillen of bepaalde karakteristieken gebaseerd onderscheid te maken tussen de in de handel gebrachte producten. HOOFDSTUK II. - Coëxistentie van genetisch gemodificeerde teelten met conventionele

biologische teelten Afdeling 1. - Doel

begripsomschrijvingen Art. D.135. Dit hoofdstuk stelt de nadere regels vast inzake coëxistentie tussen conventionele teelten, biologische teelten

genetisch gemodificeerde teelten, bosbouw inbegrepen, overeenkomstig artikel 26bis van Richtlijn 2001/18/EG, zoals gewijzigd bij artikel 43 van Verordening (E.G.) nr. 1829/2003 van het Europees Parlement

de Raad van 22 september 2003 betreffende genetisch gemodificeerde levensmiddelen

diervoeders waarbij de lidstaten van de Europese Unie ertoe gemachtigd worden om alle nodige maatregelen te nemen om onvoorziene sporen van genetisch gemodificeerde organismen in andere producten te voorkomen. Een eerst doel van dit hoofdstuk is de vrijheid van keuze van de producenten te vrijwaren voor een soort teelt

de vrijheid van keuze van de consumenten voor de producten die ze gebruiken. Een tweede doel is het economisch verlies, dat zou kunnen voortkomen uit de onverwachte aanwezigheid van genetisch gemodificeerde planten in een conventionele teelt of een biologische teelt, te voorkomen,

, in voorkomend geval, te compenseren. Art. D.136. Voor de toepassing van dit hoofdstuk

de uitvoeringsbesluiten ervan, wordt verstaan onder : 1° toezichthoudende overheid : de dienst die door de Regering wordt aangewezen om toezicht uit te oefenen op de uitvoering van dit hoofdstuk;2° isolatieafstand : minimaal aan te houden afstand tussen de rand van een gewas met genetisch gemodificeerde planten

de dichtstbijzijnde rand van een conventioneel of biologisch gewas van planten die genetisch verenigbaar zijn met deze genetisch gemodificeerde planten;3° genetische gebeurtenis : de combinatie van genen waarin de genetische modificatie van een genetisch gemodificeerde plant is vastgelegd; 4° Fonds : het "Fonds budgétaire de la qualité des produits animaux et végétaux" (Begrotingsfonds voor de kwaliteit van dierlijke

plantaardige producten) bedoeld in artikel D.189; 5° eenduidig identificatienummer : identificatienummer dat wordt toegekend aan de genetisch gemodificeerde organismen zoals bedoeld in artikel 3, 4, van Verordening (E.G.) nr. n° 1830/2003 van het Europees Parlement

de Raad van 22 september 2003 betreffende de traceerbaarheid

etikettering van genetisch gemodificeerde organismen

de traceerbaarheid van genetisch gemodificeerde levensmiddelen

diervoeders

in de bijlage van Verordening (E.G.) nr. n° 65/2004 van 14 januari 2004 tot vaststelling van een systeem voor de ontwikkeling

toekenning van eenduidige identificatienummers voor genetisch gemodificeerde organismen; 6° teelt : elke teelt van een plantaardig materiaal;7° genetisch compatibele plant : niet-genetisch gemodificeerde plant die langs geslachtelijke weg in haar genoom genetisch materiaal kan opnemen van een genetisch gemodificeerde plant; 8° genetisch gemodificeerde plant, G.G.P. : plant of deel daarvan met het vermogen tot replicatie of tot overdracht van genetisch materiaal

waarvan het genetische materiaal veranderd is op een wijze welke van nature door voortplanting

/of natuurlijke recombinatie niet mogelijk is, overeenkomstig de definitie van een G.G.O. van artikel 2, 2°, van het koninklijk besluit van 21 februari 2005Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 21/02/2005 pub. 24/02/2005 numac 2

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.