Dit decreet stelt het Waalse Landbouwwetboek vast, dat de landbouw in het Waalse Gewest reguleert. Het heeft als doel de landbouw te ondersteunen als hoeksteen van de maatschappij, essentieel voor economie, samenleving en milieu, en bij te dragen aan duurzame ontwikkeling.
Wij, Regering, bekrachtigen hetgeen volgt : Titel I. - Algemene bepalingen HOOFDSTUK I. - Inleidende bepalingen Artikel D. 1. § 1. Landbouw is één van de hoekstenen van onze maatschappij
maakt deel uit van het gemeenschappelijk erfgoed van het Waals Gewest. Landbouw is essentieel voor de werking van diens economie, samenleving
leefmilieu
draagt bij tot de duurzame ontwikkeling. De Waalse landbouw is verscheiden
multifunctioneel. Deze verscheidenheid is een bron van rijkdom die gevrijwaard dient te worden. § 2. De hoofdfunctie van de Waalse landbouw is, ingaand op de noodzakelijkste behoeften van de burgers, in voeding te voorzien. Deze functie wordt samen beschouwd met de andere functies die de landbouw moet vervullen : 1° het vrijwaren
het beheren van de natuurlijke rijkdommen, de biodiversiteit
de bodems;2° de sociaal-economische ontwikkeling van het grondgebied;3° het vrijwaren
het beheren van het grondgebied
de landschappen. Daardoor draagt de Waalse landbouw bij tot het levendig houden van de plattelandsgebieden
tot het evenwicht van de ruimtelijke ontwikkeling. De productie van planten, grondstoffen
materialen voor niet-voedingsdoeleinden is een aanvullende functie van de Waalse landbouw. Om de diversiteit
de multifunctionaliteit van zijn landbouw
zijn duurzame ontwikkeling te vrijwaren, geeft het Waalse Gewest aanzetten tot de instandhouding van een familiale landbouw op menselijke schaal, rendabel, bron van werkgelegenheid,
tot de evolutie naar een ecologisch intensieve landbouw. § 3. Daarvoor voert het Waalse Gewest ten voordele van allen, burgers
landbouwers, een landbouwbeleid met volgende doeleinden : 1° de verwezenlijking bevorderen van het recht op een goede voeding waarbij een bevoorrading met kwaliteitsvolle voedingsproducten in voldoende aantal gewaarborgd wordt om via een duurzame landbouwproductie de voedingsnoden van de huidige
de komende bevolking te lenigen;2° de landbouwers toegang kunnen bieden tot een decent inkomen uit de vergoeding voor hun werk
het voortbestaan van de landbouwactiviteit garanderen door een verbeterde rendabiliteit van de landbouwbedrijven middels een methode die productiekostenbeheersing
lonende prijzen verzoent;3° het leefmilieu
de biodiversiteit vrijwaren
verbeteren
de klimaatveranderingen
diens gevolgen bestrijden rekening houdend met de economische
maatschappelijke realiteit van de landbouwsector;4° de banden aanhalen tussen maatschappij
landbouw door
erzijds de voorname rol die de landbouwers op zich nemen te erkennen, de diensten die de landbouw bewijst te erkennen, te valoriseren
te ontwikkelen
door anderzijds de verwachtingen die de landbouwers over de maatschappij vestigen te erkennen;5° de vestiging van jonge landbouwers aanmoedigen
ondersteunen, zelfs zonder
ig gezinsverband, door de overname of de oprichting van landbouwbedrijven;6° tot economische ontwikkeling aanzetten via directe of indirecte werkgelegenheid als zelfstandige of in loondienst, bij voorkeur met werk voor jongeren
de inzet van lokale of regionale arbeidskrachten;7° de oppervlaktes aangewend voor landbouwproductie vrijwaren
bijdragen tot een verminderde vastgoeddruk
-speculatie, ook door een gecoördineerd beheer van openbare gronden;8° de zelfredzaamheid van de landbouwers
de landbouwbedrijven, individueel dan wel collectief, begunstigen in termen van productie, verwerking
verhandeling, ook door het samenwerkingsmodel voor te staan, de beroepsopleidingen meer gewicht te verlenen
door producenten
consumenten in kortere voedingsdistributiecircuits te betrekken;9° de verschillende actoren uit de agrovoeding een grotere samenwerking laten aangaan als partners van verschillende landbouwers van het Waalse Gewest op gewestelijke schaal
hen aanzetten tot het vinden van nieuwe afzetgebieden
-markten, waaronder in de uitvoer;10° de promotie van Waalse landbouwproducten bevorderen, deze producten een hogere erkenbaarheid bezorgen
werken aan de voorbeeldfunctie van de overheid bij de aankoop van land-
tuinbouwproducten
duurzame voedingsproducten;11° de structurering van de landbouwers aanmoedigen
ondersteunen om hun onderhandelingspositie in de voedingsketen versterken
een sterkere toeëigening van de toegevoegde waarde van landbouwproducten verwezenlijken;12° de diversificatie van de landbouw-
niet-landbouwactiviteiten bevorderen
ondersteunen als onderpand voor een beter risicobeheer
een verhoogd opveringsvermogen;13° de landbouwers nauwer betrekken bij de vaststelling
de invoering van het landbouwbeleid
de inspraak van de verwerkende sector, de handel, de consumenten
de civiele maatschappij organiseren;14° het multidisciplinair
participatief onderzoek, de innovatie, de technische vooruitgang, de netwerking tussen actoren
de opleidingen aanmoedigen met het oog op de totstandkoming van een ecologisch intensieve landbouw;15° de verspilling van voedingsmiddelen bestrijden, ongeacht of dit in termen van sensibilisering, productie of verwerking gebeurt. § 4. Het landbouwbeleid van het Waalse Gewest is deel van een internationale
Europese dimensie
strekt ertoe, de duurzame ontwikkeling van de landbouw te waarborgen. Daartoe verdedigt het Waalse Gewest het concept van voedselsoevereiniteit
draagt het bij tot de uitwerking ervan in de Europese Unie
op internationaal vlak. § 5. Alle beslissingen
reglementeringen die inzake landbouw onder het Waals Gewest vallen, nemen de oriëntaties van dit artikel in acht. Art. D.2. § 1. In het kader van de bevoegdheden van het Waalse Gewest
onverminderd de wetgeving inzake economische expansie, is dit Wetboek van toepassing op : 1° de landbouwactiviteiten
de landbouwproducten;2° de aquacultuuractiviteiten
de aquacultuurproducten;3° de structuren
de personen verbonden met de activiteiten bedoeld in 1°
2°. § 2. De activiteiten bedoeld in het eerste lid omvatten : 1° de productie, de reproductie, de vermeerdering, de oogst, de bewerking, de triage, de opslag, de verwerking, de bereiding, de presentatie, de verpakking, de monsterneming, de analyse, het vervoer
het in de handel brengen van planten of plantaardige producten, met inbegrip van zaaizaad
pootgoed;2° de ophaling, de productie, de vervaardiging, de bereiding, de verwerking, de bewerking, de opslag, de verpakking, de monsterneming, de analyse, het vervoer
het in de handel brengen van dierlijke producten;3° de teelt;4° de productie
het op de markt brengen van voedingsmiddelen, grondstoffen
andere producten;5° de dienstverlening, de begeleiding, de onderaanneming, de verkoop
de verwerking van planten, dieren, plantaardige of dierlijke producten voor landbouwers;6° de advisering
de beroepsopleiding van de personen die de activiteiten bedoeld in het eerste lid uitoefenen;7° de landelijke ontwikkeling, met inbegrip van grondinrichtingen
grondbeleid;8° de diversificatie van de landbouw-
niet-landbouwactiviteiten
de landbouw-
niet-landbouwproducten;9° de oriëntatie, de bevordering, de ontwikkeling
de begeleiding van de landbouwactiviteiten in de richting van een landbouw met verbrede doelstelling, met inbegrip van een landbouw die niet-landbouwactiviteiten opneemt binnen zijn takenpakket;10° het naleven van de uit de regelgeving voortvloeiende beheerseisen
eisen inzake goede landbouw-
milieuconditie in het kader van de randvoorwaarden;11° de invoering van landbouwpraktijken
technieken die goed zijn voor het klimaat, het milieu, de biodiversiteit of de kwaliteit van de producten;12° de samenwerking tussen de landbouwers
de verwerkers;13° het onderzoek
de begeleiding in verband met de activiteiten bedoeld in het eerste lid.14° de coëxistentie van genetisch gewijzigde organismen met conventionele
biologische teelten. HOOFDSTUK II. - Begripsomschrijvingen Art. D.3. Voor de toepassing van dit Wetboek wordt verstaan onder : 1° "landbouwactiviteit" : elke activiteit die rechtstreeks of onrechtstreeks gericht is op de productie van gewassen of dieren of van plantaardige of dierlijke producten, of die rechtstreeks of onrechtstreeks gericht is op hun verwerking met inbegrip van veeteelt, tuinbouw, aquacultuur
bijenteelt, of de instandhouding van de gronden in goede landbouw-
milieuconditie;2° "dienstactiviteit" : activiteit die verschilt van de onderzoeksactiviteit
die in verband gebracht kan worden met beschikbare expertise of apparatuur wegens activiteiten inzake landbouwkundig basis- of toegepast onderzoek;3° "administratie" : het Operationeel Directoraat-generaal Landbouw, Natuurlijke Hulpbronnen
Leefmilieu van de Waalse Overheidsdienst;4° "landbouwer" : natuurlijke of rechtspersoon of groepering van natuurlijke of rechtspersonen die een landbouwbedrijf uitbaat op het grondgebied van het Waalse Gewest;5° "gastvrije landbouwer" : natuurlijke persoon die voldoet aan de begripsomschrijving van landbouwer zoals bepaald in 4°, die landbouwer in hoofdberoep of nevenberoep is
die verantwoordelijk is voor het leiden van pedagogische activiteiten op het landbouwbedrijf;6° "gastvrije animator" natuurlijke persoon, ander dan de landbouwer-gastheer zoals omschreven in 5°, die pedagogische activiteiten leidt op het landbouwbedrijf,
die over kennis in landbouwzaken beschikt;7° "ecologisch intensieve landbouw" : landbouw die berust op ecologische processen
functionaliteiten om te produceren zonder gevaar voor de mogelijkheid van het systeem om zijn eigen productiecapaciteit in stand te houden
die ernaar streeft de functies van de ecosystemen, de ecologische processen, de informatie
de kennis te gebruiken om de productiemiddelen te beperken
de chemisch kunstmatige productiemiddelen te beperken;8° "aquacultuur" : kweek of teelt van aquatische organismen die productietechnieken van deze organismen uitvoeren;9° "meewerkend echtgenoot" : de natuurlijke persoon aangesloten bij een kas voor sociale verzekeringen voor zelfstandige beroepen als meewerkend echtgenoot in de zin van artikel 7bis, § 1, van het koninklijk besluit nr.38 van 27 juli 1967 houdende inrichting van het sociaal statuut der zelfstandigen, gewijzigd bij artikel 42 van de programmawet van 8 april 2003Relevante gevonden documenten type programmawet prom. 08/04/2003 pub. 17/04/2003 numac 2003021093 bron federale overheidsdienst kanselarij van de eerste minister Programmawet sluiten, als landbouwer die een landbouwactiviteit uitoefent in hetzelfde bedrijf als zijn echtgenoot of wettelijk samenwonende partner; 10° "biologische teelt" : teelt waarvan de productie voldoet aan de eisen van de communautaire reglementering betreffende de biologische productie
de etikettering van de biologische producten of, in voorkomend geval, aan de voorwaarden omschreven in de door de Regering gehomologeerde productdossiers;11° "conventionele teelt" : teelt die noch onder de begripsomschrijving van biologische teelt noch onder die van een genetisch gemodificeerde teelt valt;12° "genetisch gemodificeerde teelt" : teelt van genetisch gemodificeerde gewassen dat wordt aangeplant op basis van als genetisch gemodificeerd organisme, GGO, of als GGO bevattend aangemerkt pootmateriaal, overeenkomstig de geldende wetgeving;13° "eenmalige aanvraag" : formulier, waarin de volgende gegevens voorkomen : de steunaanvragen in het kader van de regelingen inzake rechtstreekse steunverlening
van sommige maatregelen voor plattelandsontwikkeling, de beheers-
controlegegevens betreffende die regelingen
maatregelen
andere communautaire of nationale regelingen, alsook de elementen vereist voor de identificatie van alle landbouwpercelen van het bedrijf, hun oppervlakte, plaatsbepaling
aanwending;14° "houderij" : geheel van de verrichtingen die tot doel hebben het houden van gebruiks- of huisdieren voor de fokkerij voor landbouwdoeleinden of om er een economisch voordeel uit te halen;15° "landbouwbedrijf" : het geheel van de productie-eenheden gelegen op het geografische grondgebied van Wallonië, in zelfstandig beheer van één
dezelfde landbouwer voor zover minstens één deel van de eenheden in het Waalse Gewest gelegen is;16° "ELFPO" : Europees Landbouwfonds voor Plattelandsontwikkeling belast met de steun van de plattelandsontwikkeling door de financiering of de medefinanciering van maatregelen voor plattelandsontwikkeling;17° "ELGF" : Europees Garantiefonds voor de Landbouw belast met de ondersteuning van rechtstreekse steunmaatregelen die overeenstemmen met de aan de landbouwer toegekende rechtstreekse betalingen in het kader van de steunregeling inzake landbouwinkomsten,
de steun voor landbouwmarkten;18° "EFMZV" : Europees Fonds voor Maritieme Zaken
Visserij, dat tot de verwezenlijking van de doelstellingen van het gemeenschappelijk visserijbeleid moet bijdragen;19° "leerboerderij" : landbouwbedrijf, zoals omschreven onder 15°, dat de benaming "leerboerderij" mag gebruiken, het merendeel van zijn inkomsten uit landbouwbedrijvigheid haalt
onder zelfstandig beheer van één landbouwer staat
waar regelmatig, als bijkomende activiteit, bezoekers
kinderen ontvangen worden in het kader van pedagogische activiteiten;20° "hobbyist" : persoon die regelmatig in de land- of bosbouw actief is maar voor wie dit niet de hoofdactiviteit of de voornaamste inkomstenbron is;21° "werkdag" : elke kalenderdag, met uitsluiting van zaterdagen, zondagen
wettelijke feestdagen;22° "Minister" : de Minister van Landbouw;23° "landbouwernummer" : nummer, toegekend in het kader van de verplichting tot een eenduidig identificatiesysteem voor elke landbouwer;24° "certificerende instelling" : onafhankelijke derde die productcertificaties moet uitvoeren
daarvoor over een erkenning beschikt;25° "betaalorgaan" : orgaan belast met het beheer
de betaling van landbouwsteun uit de Fondsen ELGF
ELFPO voor het Waalse Gewest;26° "landbouwproduct" : landbouwproduct dat al dan niet moet dienen als levensmiddel zoals bedoeld in bijlage I bij het Verdrag tot de oprichting van de Europese Unie
elk landbouwproduct zoals bedoeld in bijlage I bij Verordening (EU) nr.1151/2012 inzake kwaliteitsregelingen voor landbouwproducten
levensmiddelen; 27° "product van gedifferentieerde kwaliteit" : landbouwproduct of levensmiddel dat zich van een standaardproduct onderscheidt
als marktreferentie dient omdat het zich door de productiewijze of een kwalitatieve meerwaarde bij de eindproducten onderscheidt
verkregen wordt met inachtneming van een erkend productdossier;28° "landbouwkundig basisonderzoek" : oorspronkelijke fundamentele of experimentele onderzoeksactiviteit met als doel het vergaren van nieuwe kennis of een beter inzicht in de wetten van de wetenschappen of de technologie bij hun eventuele toepassingen in de landbouwsector;29° "toegepast onderzoek" : activiteit bestaande uit vorsings- of experimentele werkzaamheden met als doel het vergaren van een diepere kennis voor een vlottere afwerking van nieuwe methodes of producten;30° "landbouwkundig onderzoek" : de gezamenlijke activiteiten in verband met landbouwkundig basisonderzoek
toegepast onderzoek met landbouwdoeleinden;31° "productiesector" : de gezamenlijke activiteiten in verband met een bedrijfsonderdeel, een groep bedrijfsonderdelen, een productiemethode of de eerste verwerking van producten uit de landbouwproductie;32° "zaaizaad
pootgoed" : planten
plantaardige producten uit geslachtelijke of ongeslachtelijke teelt van gewassen bestemd voor het zaaien of het planten;33° "vervangdienst voor de landbouwer" : dienst die met daartoe vergoede arbeidskrachten een tijdelijke
doelmatige bijstand biedt aan landbouwbedrijven die er nood aan kunnen hebben wegens overmacht of omstandigheden waardoor het landbouwbedrijfshoofd, diens aangestelde of een in het bedrijf werkend
voor de goede werking van het bedrijf onontbeerlijk gezinslid onbeschikbaar zijn of worden;34° "kwaliteitsmerk" : collectief merk, door een onafhankelijke houder ter beschikking gesteld van een geheel van landbouwers, aangebracht op een product of een geheel van producten om de consument in te lichten over de bijzondere kenmerken van dat product of dat geheel van producten.Die kenmerken vloeien voort uit de uitvoering van een productdossier waarvan de inachtneming gecertificeerd wordt door een onafhankelijk organisme; 35° "productie-eenheid" : het geheel van de functioneel samenhangende middelen, met inbegrip van de gebouwen, opslaginfrastructuren, gekweekte dieren
gronden die voor de landbouwer nodig zijn om één of meerdere landbouwactiviteiten uit te oefenen. HOOFDSTUK III. - Gemeenschappelijke bepalingen Afdeling 1. - De uitvoering van de Europese regelgeving Art. D.4. De Regering treft alle uitvoeringsmaatregelen van de Europese regels betreffende het gemeenschappelijk landbouwbeleid. Afdeling 2. - Bepalingen betreffende de erkenningen Art. D.5. De Regering beslist over de erkenningsaanvragen van natuurlijke of rechtspersonen of van groeperingen van natuurlijke of rechtspersonen zoals bedoeld in dit Wetboek. Art. D.6. § 1. De Regering stelt de procedure voor de aanvraag tot toekenning van erkenningen vast. § 2. De erkenning kan toegekend worden aan elke natuurlijke of rechtspersoon of groepering van natuurlijke of rechtspersonen, zoals bedoeld in dit Wetboek, die aan volgende voorwaarden voldoen : 1° de actie of het maatschappelijk doel beantwoordt aan de doelstellingen bedoeld in artikel D.1 of aan de verplichtingen uit de Europese wetgeving; 2° ofwel :
van de natuurlijke of rechtspersoon of de groepering van natuurlijke of rechtspersonen. §
laatstgenoemde elke drie jaar, in de loop van het eerste kwartaal volgend op het bedrijfsjaar, een verslag overleggen. Art. D.
de controle op de subsidies Art. D.
de uitvoeringsbesluiten ervan bepaalt de Regering de regels betreffende : 1° de soorten in aanmerking komende uitgaven;2° de bijzondere toekenningsvoorwaarden van subsidies, de procedure voor de indiening van de aanvragen
de lijst in te dienen documenten;3° de subsidiepercentages
-berekeningsregels, van toepassing tijdens een periode van maximum drie jaar;4° de controle op de aanwending van de subsidies, met inbegrip van elk terugvorderbaar renteloos geldvoorschot, evenals de onverenigbaarheden. §
van het Gewest. Het project of de activiteit kunnen door de aanvrager gewijzigd worden op voorwaarde dat de wijziging behoorlijk verantwoord
vooraf door de Regering goedgekeurd wordt. De bepalingen betreffende uitwerking van het project zijn van toepassing op de wijziging ervan. Er kunnen voorschotten op het bedrag van de subsidies toegekend worden, tegen de voorwaarden vastgesteld door de Regering. Afdeling 4. - Middelen om documenten van een vaste datum te voorzien
termijnberekening Art. D.15. In het Wetboek worden documenten geacht van een vaste datum te zijn voorzien wanneer de datum van inontvangstname ervan aangetoond kan worden
zij één van de volgende vormen vertonen : 1° de gedateerde
ondertekende e-mail;2° het ter post aangetekend schrijven;3° de zendingen via privé-bedrijven tegen ontvangstbewijs;4° de afgifte van de akte tegen ontvangstbewijs. Art. D.
zijn uitvoeringsbesluiten genomen zijn. Op straffe van onontvankelijkheid wordt het beroep voor de Regering of het betaalorgaan ingediend bij elk middel waarmee de zending volgens het bepaalde in artikel D.15 van een vaste datum kan worden voorzien, binnen een termijn bepaald in het Wetboek of door de Regering. De termijn vermeld in lid 2 gaat in daags na de indiening van de beslissing of van een bericht van de postdiensten waarin gemeld wordt dat die zending aan de betrokken person verzonden wordt. §
van de omstreden beslissing wordt door de Regering meegedeeld aan de overheid die deze beslissing heeft genomen binnen een termijn bepaald door de Regering. De Regering bepaalt een termijn om een beslissing te nemen over het beroep. Deze nieuwe beslissing wordt ook overgemaakt aan de overheid die de omstreden beslissing heeft genomen binnen een termijn die zij bepaalt. Art. D.18. Naast de aard ervan, vermeldt elke krachtens dit Wetboek genomen beslissing over het beroep : 1° de identiteit
de woonplaats van de verzoeker;2° in voorkomend geval, de namen, voornamen, woonplaats
hoedanigheid van de personen die hem hebben vertegenwoordigd of bijgestaan;3° in voorkomend geval, de datum van de oproeping, van de verschijning
van het horen van de gehoorde personen;4° in voorkomend geval, de datum van overlegging van schriftelijke opmerkingen;5° de datum
de plaats van de beslissing genomen in beroep. Afdeling
beveelt de staking van een zelfs onder het strafrecht vallende daad die een inbreuk uitmaakt op de labels, logo's, benamingen
merken opgericht krachtens de artikelen D.134
D.164, in hoofdstuk 1
hoofdstuk 2 van titel 7
in titel 9 volgens de procedures bepaald krachtens de wet van 6 april 2010Relevante gevonden documenten type wet prom. 06/04/2010 pub. 12/04/2010 numac 2010011165 bron federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand
ergie Wet met betrekking tot de regeling van bepaalde procedures in het kader van de wet van 6 april 2010 betreffende marktpraktijken
consumentenbescherming type wet prom. 06/04/2010 pub. 23/12/2010 numac 2010000694 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet met betrekking tot de regeling van bepaalde procedures in het kader van de wet van 6 april 2010 betreffende marktpraktijken
consumentenbescherming. - Duitse vertaling sluiten met betrekking tot de regeling van bepaalde procedures in het kader van de wet van 6 april 2010Relevante gevonden documenten type wet prom. 06/04/2010 pub. 12/04/2010 numac 2010011165 bron federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand
ergie Wet met betrekking tot de regeling van bepaalde procedures in het kader van de wet van 6 april 2010 betreffende marktpraktijken
consumentenbescherming type wet prom. 06/04/2010 pub. 23/12/2010 numac 2010000694 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet met betrekking tot de regeling van bepaalde procedures in het kader van de wet van 6 april 2010 betreffende marktpraktijken
consumentenbescherming. - Duitse vertaling sluiten betreffende marktpraktijken
consumentenbescherming. § 2. De vordering tot staking wordt ingediend op verzoek van : 1° éénieder die er belang bij heeft de inbreuk stop te laten zetten;2° de Regering;3° de administratie;4° het "Agence wallonne pour la promotion d'une agriculture de qualité" (Waals Agentschap voor de Promotie van een Kwaliteitslandbouw in Wallonië);5° een (inter)professionele groepering met rechtspersoonlijkheid;6° een vereniging met als doel de verdediging van de labels, logo's, benamingen
merken bedoeld in paragraaf 1. In afwijking van de bepalingen van de artikelen 17
18 van het Gerechtelijk Wetboek kunnen de verenigingen
groeperingen bedoeld in lid 1, 5°
6°, voor de rechtbank optreden om hun statutair omschreven collectieve belangen te verdedigen. Titel II. - Inzameling
beheer van gegevens HOOFDSTUK I. - Geïntegreerd beheers-
controlesysteem ("GBCS")
GBCS-fonds Afdeling 1. - Geïntegreerd beheers-
controlesysteem ("GBCS") Art. D.20. De Regering organiseert het beheer
het gebruik van het geïntegreerde beheers-
controlesysteem, hierna "(het) GBCS" genoemd. Art. D.21. Behoudens wat betreft de gegevens bedoeld in artikel D.23, dient GBCS een authentieke gegevensbron te worden in de zin van het samenwerkingsakkoord van 23 mei 2013Relevante gevonden documenten type wet prom. 08/04/1965 pub. 02/08/2010 numac 2010000404 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de jeugdbescherming, het ten laste nemen van minderjarigen die een als misdrijf omschreven feit hebben gepleegd
het herstel van de door dit feit veroorzaakte schade. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten3 tussen het Waalse Gewest
de Franse Gemeenschap over het opstarten van een gemeenschappelijk initiatief om gegevens te delen
over het gemeenschappelijk beheer van dit initiatief, hierna " samenwerkingsakkoord van 23 mei 2013Relevante gevonden documenten type wet prom. 08/04/1965 pub. 02/08/2010 numac 2010000404 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de jeugdbescherming, het ten laste nemen van minderjarigen die een als misdrijf omschreven feit hebben gepleegd
het herstel van de door dit feit veroorzaakte schade. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten3" genoemd. Art. D.22. § 1. Elke landbouwer
elke niet-landbouwer zijnde steunaanvrager wordt geïdentificeerd in het GBCS. Elke persoon, geïdentificeerd in het GBCS, krijgt jaarlijks een eenduidige in te vullen aanvraag. § 2. Zowel vóór als na de verificaties worden de volgende gegevens betreffende de steunaanvrager opgenomen in het GBCS : 1° de identificatiegegevens;2° de persoonlijke kenmerken;3° de informatie betreffende zijn huidige betrekkingen; 4° de gegevens i.v.m. de percelen die de steunaanvrager uitbaat, met inbegrip van elk beeld waarop de percelen worden afgebeeld; 5° de informatie betreffende zijn productie;6° de informatie betreffende zijn rechten
quota's;7° de gegevens betreffende de behandeling van zijn steunaanvragen; 8° de financiële informatie die noodzakelijk is voor het beheer van de betalingen, met inbegrip van de gegevens die uit de berekening
de betaling van de steun
de vergoedingen voortkomen,
met uitzondering van de inlichtingen m.b.t. hun schulden; 9° de informatie betreffende de schulden die gekoppeld zijn aan de landbouwactiviteit van de steunaanvrager. § 3. De gegevens vermeld in paragraaf 2 worden verkregen ofwel tijdens de identificatie bij de administratie of het betaalorgaan, ofwel tijdens controles, ofwel tijdens verificaties bij authentieke gegevensbronnen, ofwel via eenduidige aanvragen die jaarlijks door de landbouwers
de niet-landbouwers zijnde aanvragers ingevuld
overgemaakt worden. § 4. De Regering wordt ertoe gemachtigd om : 1° de identificatiemodaliteiten van de landbouwer
de niet-landbouwer zijnde aanvrager te bepalen;2° de modaliteiten van de aanvraag tot wijziging van de identificatie te bepalen;3° bepaalde landbouwers
niet-landbouwers zijnde aanvragers van elke identificatie vrij te stellen;4° de inhoud van de gegevens bedoeld in paragraaf 2 nader op te geven. Art. D.
de federale Staat krachtens het samenwerkingsakkoord van 18 juni 2003Relevante gevonden documenten type wet prom. 26/07/1962 pub. 26/02/2010 numac 2010000080 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de rechtspleging bij hoogdringende omstandigheden inzake onteigening ten algemenen nutte. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten7 tussen de federale overheid, het Vlaamse Gewest, het Waalse Gewest
het Brussels Hoofdstedelijk Gewest betreffende de uitoefening van de geregionaliseerde bevoegdheden op het gebied van landbouw
visvangst. §
, lid 2, van het samenwerkingsakkoord van 23 mei 2013Relevante gevonden documenten type wet prom. 08/04/1965 pub. 02/08/2010 numac 2010000404 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de jeugdbescherming, het ten laste nemen van minderjarigen die een als misdrijf omschreven feit hebben gepleegd
het herstel van de door dit feit veroorzaakte schade. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten3 zijn : 1° de uitvoering van de reglementering betreffende het gemeenschappelijk landbouwbeleid;2° de uitvoering van het landbouw-, tuinbouw-
aquacultuurbeleid opgenomen in dit Wetboek
de uitvoeringsbesluiten ervan;3° de uitvoering van elk ander beleidspunt uit een federale, gewestelijke of Gemeenschapsbevoegdheid waarvoor geheel of gedeeltelijk over de GBCS-gegevens beschikt dient te worden, om te voorkomen dat reeds geïdentificeerde personen telkens bevraagd worden. In de zin van lid 1, 1°, wordt de uitvoering van de reglementering betreffende het gemeenschappelijk landbouwbeleid verstaan als beheer van de landbouwsteun, de instandhouding van de grond in goede landbouwcondities in de zin van artikel D.250, de inachtneming van landbouwpraktijken die goed zijn voor het klimaat, het leefmilieu
de kwaliteit van de producten
de landelijke ontwikkeling in de zin van artikel D.251, met inbegrip van de vrijwaring van de vrije concurrentie
het vrij verkeer van de landbouwproducten, -diensten
-activiteiten. §
, lid 2, van het samenwerkingsakkoord van 23 mei 2013Relevante gevonden documenten type wet prom. 08/04/1965 pub. 02/08/2010 numac 2010000404 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de jeugdbescherming, het ten laste nemen van minderjarigen die een als misdrijf omschreven feit hebben gepleegd
het herstel van de door dit feit veroorzaakte schade. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten3, worden door de Regering bepaald. De Regering garandeert de transparantie van de verwerking van gegevens, zowel wat de oorsprong als wat de bestemming ervan betreft. §
de beheerder ervan in de zin van artikel 7, § 1, lid 2,
, lid 2, van het samenwerkingsakkoord van 23 mei 2013Relevante gevonden documenten type wet prom. 08/04/1965 pub. 02/08/2010 numac 2010000404 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de jeugdbescherming, het ten laste nemen van minderjarigen die een als misdrijf omschreven feit hebben gepleegd
het herstel van de door dit feit veroorzaakte schade. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten3 voor de einddoelen nader omschreven in paragraaf 1, lid 1, 2°
3°. Afdeling
de boekhouding van de diensten van de Waalse Regering, wordt er in de ontvangstenbegroting
de algemene uitgavenbegroting van het Gewest een begrotingsfonds opgericht voor de financiering van het geïntegreerd beheers-
controlefonds, in dit hoofdstuk "GBCS"-fonds. Het GBCS-fonds heeft als opdracht de registratie van de ontvangsten
de overname van bepaalde uitgaven in verband met de invoering, de ontwikkeling
de exploitatie van het GBCS bedoeld in de Europese verordeningen betreffende het beheer van het gemeenschappelijk landbouwbeleid. Het GBCS-fonds houdt verband met de activiteiten van het Waals betaalorgaan voor de steun van ELGF
ELFPO. Een jaarverslag, met vermelding van de financieringsbronnen, de bestemming
de uitvoeringsmodaliteiten, wordt doorgezonden naar de Waalse Regering. Art. D.26. Aan het "GBCS-Fonds" worden toegekend : 1° de ontvangsten voortkomend uit het afgehouden gedeelte van de schuldvorderingen die bij de toepassing van de randvoorwaarden
de vergroening behoren krachtens de artikelen D.250
D.251; 2° de ontvangsten voortkomend uit het afgehouden gedeelte van de schuldvorderingen geïnd ten gevolge van onregelmatigheden of nalatigheden die niet te wijten zijn aan de administraties;3° de vrijwillige of contractuele bijdragen voortvloeiend uit de afgevaardigde tussen het Vlaamse Gewest, het Waalse Gewest
het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest met betrekking tot de uitoefening van de geregionaliseerde bevoegdheden op het gebied van landbouw
visserij of in het kader van andere samenwerkingen tussen deelstaten
/of met de federale Staat;4° de opbrengsten van leveringen van GBCS-gegevens aan derden; 5° de geldboetes of de administratieve dadingen verschuldigd wegens de niet-inachtneming van artikel D.396, lid 1, 3°. Art. D.27. De kredieten met betrekking tot het GBCS-fonds worden toegewezen aan allerhande uitgaven betreffende het onderhoud, het behoud
de ontwikkeling van het GBCS, met inbegrip van de prestatie-, personeels-, werkings-
investeringskosten,
worden toegewezen aan de uitgaven die voortvloeien uit de verplichtingen van het Gewest wat betreft de werking van het Waalse betaalorgaan in het kader van zijn handelingen
opdrachten, eventueel uitgevoerd door specifiek personeel of door derden. HOOFDSTUK II. - Eenmalige aanvraag Art. D.
maakt die over volgens de vereiste vorm
binnen de termijnen bedoeld in dit hoofdstuk. De steunaanvragende niet-landbouwer in de zin van de Europese reglementering vult jaarlijks de eenmalige aanvraag ontvangen krachtens artikel D.22, § 1, in
maakt die over volgens de vereiste vorm
binnen de termijnen bedoeld in deze afdeling. § 2. De landbouwer of de steunaanvragende niet-landbouwer kan zijn eenmalige aanvraag bij het betaalorgaan laten invullen. In dit geval wordt er gewag gemaakt van deze toestand in de eenmalige aanvraag
voorziet de ambtenaar die de aangifte heeft gekregen van diens handtekening. De ambtenaar die de landbouwer of de steunaanvragende niet-landbouwer geholpen heeft met het invullen van de eenmalige aanvraag wordt later niet meer betrokken bij het dossier van betrokkene. §
die met deze eenmalige aanvraag verbonden zijn;6° de dienst waaraan de landbouwer of de steunaanvragende niet-landbouwer zijn ingevulde eenmalige aanvraag moet terugzenden. Het betaalorgaan zamelt niet meer gegevens in dan nodig voor de verwezenlijking van zijn opdrachten. De aanvraag bevat een verklaring van de landbouwer of van de steunaanvragende niet-landbouwer dat hij kennis heeft genomen van de toekenningsvoorwaarden die in verband met de betrokken steunregelingen gelden. § 3. De eenmalige aanvraag wordt ingevuld overeenkomstig de richtlijnen die erin voorkomen, voor echt verklaard, gedagtekend
ondertekend. § 4. De over te leggen stukken, lijsten of inlichtingen maken noodzakelijk deel uit van de eenmalige aanvraag
moeten erbij gevoegd worden. Afschriften van stukken moeten voor eensluidend worden verklaard; de andere bijlagen moeten voor echt verklaard, van een datum voorzien
ondertekend worden, behalve indien ze van derden uitgaan. Art. D.31. Eenieder die een eenmalige aanvraag invult, verstuurt deze aanvraag naar de dienst die op het document staat vermeld binnen de termijnen vastgelegd door de Regering. De Regering bepaalt de verlaging die van toepassing is op de steun van degene die zijn eenmalige aanvraag overmaakt zonder de termijnen of de vereiste vormen in acht te nemen die zij heeft bepaald. De landbouwer die geen formulier voor een eenmalige aanvraag heeft gekregen, dient er één aan te vragen bij het betaalorgaan. Behoudens overmacht of buitengewone omstandigheden wordt éénieder die geen exemplaar opgevraagd zou hebben onherroepelijk geacht geen aanvraag te hebben ingediend voor het overwogen jaar. Bij overdracht van een bedrijf of fusie van ondernemingen wordt de aangifte van deze wijziging ingediend binnen de vereiste vormen
de termijnen bepaald door de Regering. Art. D.
kel informatiewaarde. § 2. Het betaalorgaan is belast met het overmaken, de nadere regels
de inhoud van die informatie. De toelichting bevat minstens informatie over : 1° de wijze waarop de eenmalige aanvraag ingevuld dient te worden; 2° de termijn waarin de eenmalige aanvraag opgestuurd dient te worden naar de dienst, vermeld op het document overeenkomstig artikel D.31; 3° een verwijzing naar de toelaatbaarheidsvoorwaarden voor de verschillende steunregelingen;4° een verwijzing naar de voornaamste bepalingen inzake controles, sancties
verminderingen van steunbedragen;5° de aanwendingen van de aldus opgegeven gegevens;6° de verantwoordelijke van de GBCS-gegevensbank;7° de regels volgens welke de landbouwer het recht op inzage, wijziging of vernietiging van zijn gegevens kan uitoefenen;8° de verschillende administraties waaraan de gegevens zullen kunnen worden medegedeeld. HOOFDSTUK III. - De gegevens Afdeling 1. - De verwerking van persoonsgegevens door het betaalorgaan Art. D.33. Het betaalorgaan maakt gebruik van het GBCS voor de verzameling
de behandeling van de persoonsgegevens die nodig zijn voor de voortzetting van de opdrachten die hem worden toegewezen. Het betaalorgaan is verantwoordelijk voor deze verwerking van persoonsgegevens. Art. D.
elke administratieve
titeit, elke natuurlijke of rechtspersoon waaraan hij één of meerdere van zijn opdrachten heeft overgedragen overeenkomstig artikel D.256, wisselen alle gegevens uit die nuttig zijn voor de uitvoering van deze opdrachten
de gegevens die het betaalorgaan heeft bewaard, op gewoon verzoek. Indien hij zijn opdrachten overdraagt, treft het gemachtigd orgaan elke maatregel die het doorsturen van deze gegevens naar het betaalorgaan moet waarborgen binnen een termijn die hem toestaat om zijn opdrachten te vervullen. § 2. Met inachtneming van artikel 4, § 1, 2°, van de wet van 8 december 1992 betreffende de bescherming van de persoonlijke levenssfeer
de voorwaarden vastgesteld in de uitvoeringsbesluiten ervan kan een afgevaardigd organisme persoonsgegevens afkomstig van het betaalorgaan
kel overmaken voor een latere verwerking met een geschiedkundig, statistisch of wetenschappelijk doeleinde. Art. D.
het milieu;4° de berekening van de milieubelasting;5° de uitvoering van het programma van duurzaam beheer van stikstof;6° de bekendmaking van de begunstigden van de ELGF-, ELFPO-
EVF-steunvormen;7° de uitwerking van de reglementeringen betreffende de betalingen van de steun in het kader van het gemeenschappelijk landbouwbeleid
het gemeenschappelijk visvangstbeleid;8° de tenuitvoerlegging van de controles die overeenkomstig dit Wetboek worden uitgevoerd;9° het beheer van de voornaamste ecologische structuren van de Natura 2000-gebieden, de gebieden die in aanmerking komen voor het Natura 2000-netwerk
de biologisch zeer waardevolle locaties;10° de bekendmaking van statistieken
de berekening van de indicatoren ten behoeve van de administratie
de Europese Commissie;11° de terbeschikkingstelling van middelen om de begeleidingsopdrachten van de landbouwsector te vergemakkelijken;12° de karakterisering van de bodems, hun achteruitgang
beschadiging,
het instellen van maatregelen inzake preventie
strijd tegen deze achteruitgang
beschadiging;13° de opstelling van een advies betreffende een aanvraag tot stedenbouwkundige vergunning, milieuvergunning, of eenmalige vergunning alsook voor de aanvragen tot wijziging van het gewestplan;14° het beheer van de onbevaarbare waterlopen;15° elke opdracht inzake begeleiding of toepassing van de normen ten aanzien van het milieubehoud
de strijd tegen de klimaatverandering;16° de tenuitvoerlegging van de wetgeving betreffende de verwerking
de vernietiging van gestorven dieren; 17° de tenuitvoerlegging van een systeem zodat de risico's
kosten i.v.m. het dierenverlies verdeeld worden; 18° de uitvoering van de wetgeving inzake ruilverkaveling van landeigendommen;19° de uitvoering van de wetgeving betreffende het gebruik, op of in de bodem, van zuiveringsslib
het beheer van organische stoffen voor de landbouw;20° de inventaris van het bosbestand;21° de aankoop voor rekening van publiekrechtelijke rechtspersonen;22° de verderzetting van de opdrachten van het waarnemingscentrum voor landgoederen
de zorgzame aanwending van het voorkoop-
onteigeningsrecht;23° het grondbeheer. § 2. De doelstellingen bepaald in § 1 kunnen
kel aanleiding geven tot het gebruik van de categorieën van gegevens van het GBCS die voor elk onder hen specifiek worden opgenomen in bijlage I bij het decreet,
voor zover deze verwerking toegelaten wordt door de wetgeving op de bescherming van de persoonlijke levenssfeer. De persoonsgegevens, overgemaakt krachtens deze bepaling, mogen niet over een langere periode bewaard worden dan de tijd die nodig is om de nagestreefde doelen te verwezenlijken. De gegevens i.v.m. een particuliere landbouwer kunnen ook worden overgemaakt aan elke persoon gesubsidieerd door het Waalse Gewest om hen te helpen om hun doelstellingen inzake raadgevingen, begeleiding of bijstand bij deze landbouwer te bereiken. Art. D.
de bewaring van anoniem gemaakte of gecodeerde gegevens over een langere periode voor een geschiedkundig, statistisch of wetenschappelijk doel. Afdeling 2. - De verwerking van persoonsgegevens voor Europese kwaliteitssystemen
voor de gedifferentieerde kwaliteit Art. D.
behandelt de persoonsgegevens die nodig zijn voor de voortzetting van de opdrachten die haar worden toegewezen voor de Europese kwaliteitssystemen
voor de gedifferentieerde kwaliteit. De administratieve overheid wier opdracht het is, de Europese kwaliteitssystemen
het gewestelijk systeem van gedifferentieerde kwaliteit te beheren, is verantwoordelijk voor de verwerking van die persoonsgegevens. Per gelabeld product zijn de gegevens : 1° de lijst van de operatoren;2° de individuele volumes per operator;3° de vaststellingen van niet-conformiteit, door de operator verricht;4° de daaruit voortvloeiende corrigerende acties. Die gegevens worden ingewonnen bij de certificerende organismen. §
de bewaring van anoniem gemaakte of gecodeerde gegevens voor een langere duur voor geschiedkundige, statistische of wetenschappelijke doeleinden. Afdeling 3. - Verwerkingen van persoonsgegevens voor de landinrichting
het grondbeleid Art. D.
het betaalorgaan maken aan die administratieve overheid op gewoon verzoek alle gegevens over die nodig zijn voor het vervolgen van het landinrichtingsbeleid. De administratieve overheid is verantwoordelijk voor de door haar verrichte verwerking van die persoonsgegevens onmiddellijk na inontvangstname ervan. Art. D.45. De administratieve overheid bevoegd voor de landinrichting
erzijds
elke administratieve
titeit, elke natuurlijke of rechtspersoon aan wie ze één of meerdere van haar opdrachten heeft afgevaardigd inzake landinrichtingsbeleid anderzijds wisselen op gewoon verzoek de gegevens uit die nodig zijn voor het verwezenlijken van hun opdrachten. Art. D.
inlichtingen van de administratie van het kadaster, de registratie
de domeinen verkrijgen, fiscale gegevens uitgezonderd, evenals de gegevens vermeld in bijlage I, voor het einddoel omschreven in artikel D.37, § 1, lid 1, 18°, voor de vijf kalenderjaren voorafgaand aan het jaar van de aanvraag. Art. D.48. Met inachtneming van artikel 4, § 1, 2°, van de wet van 8 december 1992 betreffende de bescherming van de persoonlijke levenssfeer ten opzichte van verwerkingen van persoonsgegevens
van de voorwaarden vastgesteld in de uitvoeringsbesluiten kunnen de gegevens ingezameld door de administratieve overheid bevoegd voor landinrichting later
kel verwerkt worden met een geschiedkundig, statistisch of wetenschappelijk doeleinde. Art. D.
de bewaring van anoniem gemaakte of gecodeerde gegevens voor een langere duur voor geschiedkundige, statistische of wetenschappelijke doeleinden. Afdeling
verwerkt de persoonsgegevens nodig voor het vervolgen van zijn opdrachten. Het waarnemingscentrum voor landeigendommen is verantwoordelijk voor deze verwerking van persoonsgegevens. Art. D.
alle inlichtingen om het perceel te kunnen identificeren;2° de identiteit van kopers
verkopers;3° de verkoopprijs;4° de goederen vrij van gebruik. Het waarnemingscentrum voor landeigendommen is verantwoordelijk voor de door genoemd centrum verrichte verwerking van die persoonsgegevens onmiddellijk na inontvangstname ervan. Art. D.55. Het betaalorgaan
elke administratieve
titeit, elke natuurlijke of rechtspersoon waaraan het waarnemingscentrum voor landeigendommen één of meerdere van zijn opdrachten heeft overgedragen overeenkomstig artikel D.357, wisselen alle gegevens uit die nuttig zijn voor de uitvoering van deze opdrachten, op gewoon verzoek. Het gemachtigde orgaan is verantwoordelijk voor de verwerking van deze persoonsgegevens na ontvangst ervan. Indien het waarnemingscentrum voor landeigendommen zijn opdrachten overdraagt, treft het gemachtigd orgaan elke maatregel die het doorsturen van deze gegevens naar het waarnemingscentrum moet waarborgen binnen een termijn die hem toestaat om zijn opdrachten te vervullen. Art. D.56. Het waarnemingscentrum voor landeigendommen kan bij andere personen dan de betrokken persoon, of bij organismen
andere personen dan die vermeld in de artikelen D.52 tot D.54, persoonsgegevens opvragen die nodig zijn voor de voortzetting van de opdrachten die het centrum worden toegewezen. In zijn aanvraag toont het aan dat het noodzakelijk is om deze gegevens te bezitten. Art. D.
de bewaring van anoniem gemaakte of gecodeerde gegevens voor een langere duur voor geschiedkundige, statistische of wetenschappelijke doeleinden. Afdeling
verwerkt de persoonsgegevens nodig voor het vervolgen van zijn opdrachten
van de activiteiten bedoeld in de artikelen D.225, D.226
D.228. Het Agentschap kan de inzameling, de registratie
de bijwerking van de gegevens geheel of gedeeltelijk in onderaanneming geven. Het Agentschap is verantwoordelijk voor deze verwerking van persoonsgegevens. § 2. De administratie, elke administratieve
titeit
elke persoon gesubsidieerd door het Agentschap of de Minister wisselen met het Agentschap alle gegevens uit die nuttig zijn voor de uitvoering van deze opdrachten, op gewoon verzoek van het Agentschap. De persoonsgegevens vermeld in artikel D.22, § 2, 1°, 4°
5°, die al dan niet het voorwerp hebben uitgemaakt van verificaties kunnen later door het Agentschap of een door laatstgenoemde afgevaardigd organisme worden behandeld voor het vervolgen van zijn opdrachten
activiteiten omschreven in de artikelen D.225, D.226
D.228. Het "Agence wallonne pour la promotion d'une agriculture de qualité" mag alle gegevens nodig voor de vaststelling
de inning van de bijdragen
vergoedingen bedoeld in artikel D.234 op gewoon verzoek opvragen bij de overheidsdiensten, de gemeentebesturen, de instellingen van openbaar nut
elke soort vereniging voor veetelers of rasbescherming. De persoonsgegevens vermeld in artikel D.22, § 2, 1°, 2°
5°, die al dan niet het voorwerp hebben uitgemaakt van verificaties kunnen later door het Agentschap of een door laatstgenoemde afgevaardigd organisme worden behandeld voor het vervolgen van zijn opdracht bedoeld in artikel D.234. De gegevens die verkregen kunnen worden overeenkomstig lid 3 hebben betrekking op de identificatie van bijdrageplichtigen, hun activiteiten, hun tewerkgesteld personeel, de percelen die ze in bedrijf hebben, hun omzet
hun productie of productiecapaciteit.
kel de gegevens nodig voor de berekening van de bijdrage vermeld in het verzoek om inlichtingen mogen worden overgemaakt. § 3. Voor zover als nodig in de uitvoering van diens taken mag het Agentschap bedoeld in paragraaf 1 persoonsgegevens verspreiden mits toelating door betrokkenen, of ze gebruiken om hen specifieke acties voor te stellen. Ze kan instemmen met het gebruik van gegevens door de administratie, rechtspersonen die het subsidieert, of andere publiekrechtelijke rechtspersonen voor zover het gebruik van de gegevens in de tijd beperkt is of verenigbaar is met zijn eigen opdrachten
, bij bekendmaking, voorafgaand toegelaten wordt door betrokkenen. Wanneer dat gebruik een bijwerking van de gegevens als rechtstreeks gevolg heeft, worden de bijgewerkte gegevens aan het Agentschap medegedeeld voor aanpassing van zijn bestanden na eventuele verificatie. In het kader van de diensten die het tot stand brengt inzake gunning van overheidsopdrachten kan het Agentschap toegang verlenen tot de gegevens nuttig voor de gunning, de uitvoering
de opvolging van die opdrachten aan personen die op de diensten aangesloten zijn, elk voor de gegevens die hem betreffen. §
de bewaring van anoniem gemaakte of gecodeerde gegevens voor een langere duur voor geschiedkundige, statistische of wetenschappelijke doeleinden. Afdeling 6. - Documenten
aanvragen, ingediend via elektronische weg Art. D.
overgemaakt overeenkomstig de richtlijnen die erin voorkomen
worden gelijkgesteld met een document of een aanvraag voor echt verklaard, gedagtekend
ondertekend. De bepalingen m.b.t. de schriftelijke documenten of aanvragen zijn van toepassing op de elektronische documenten
aanvragen voor zover deze bepalingen, vanwege hun aard of modaliteiten, niet onverenigbaar zijn met deze documenten of aanvragen. § 2. De inlichtingen opgenomen in artikel D.61, § 1, worden gelijkgesteld met een voor echt verklaard, gedagtekend
ondertekend document. De bepalingen m.b.t. de via briefwisseling overgemaakte aanvragen zijn van toepassing op de elektronische documenten voor zover deze bepalingen, vanwege hun aard of modaliteiten, niet onverenigbaar zijn met deze documenten. Art. D.63. De Regering bepaalt de voorwaarden
de modaliteiten volgens welke voor de toepassing van dit Wetboek bewijswaarde kan worden verleend aan gegevens die worden opgeslagen, bewaard of weergegeven door middel van een fotografische, optische, elektronische of elke andere techniek, alsook hun weergave op een leesbare drager. Titel III. - Bepalingen met betrekking tot de inspraak van de landbouwwereld, de opvolging
de coördinatie van het landbouwbeleid HOOFDSTUK I. - "Conseil supérieur wallon de l'Agriculture, de l'Agro-alimentaire et de l'Alimentation" (Waalse Hoge Raad voor de Landbouw, de Agrovoeding
de Voeding) Art. D.
besluiten in verband met landbouw, hem voorgelegd door de Regering of het strategisch comité voor landbouw, agrovoeding of voeding. De Raad kan op eigen initiatief advies uitbrengen in verband met elk desbetreffend vraagstuk. De Regering raadpleegt de Raad voor elk voorstel van decreet tot wijziging van dit Wetboek. Art. D.66. § 1. De Raad bestaat uit achttien gewone leden
achttien plaatsvervangende leden, door de Regering benoemd : 1° zes leden voorgedragen door de Waalse landbouwverenigingen, w.o. minstens één Duitstalig lid; 2° zes leden voorgedragen door de beroepsverenigingen van de sector agrovoeding
distributie;3° twee leden voorgedragen door de consumentenverenigingen;4° twee leden voorgedragen door de milieuverenigingen;5° twee leden uit wetenschappelijke
onderzoekskringen, voorgedragen door de universiteiten. De Raad kan al naar gelang externe personen verzoeken zijn vergaderingen bij te wonen, zonder beslissende stem. § 2. De oproep tot het indienen van kandidaturen voor de benoeming van de leden voorgedragen door de representatieve verenigingen
de universiteiten wordt verricht via de website van het Waalse Gewest. § 3. De Regering wijst de voorzitter
de ondervoorzitter van de Raad onder de leden van de Raad aan. Art. D.
per categorie erkenningscriteria te bepalen. Art. D.69. Onder de landbouwverenigingen vormen de verenigingen erkend krachtens deze afdeling de bevoorrechte gesprekspartners van de Regering
het strategisch comité voor landbouwbeleid. Afdeling
van het operationeel promotieplan bedoeld in artikel D.229 voor. §
plaatsvervangende leden.
kel de gewone leden
, bij hun afwezigheid, hun plaatsvervangers, zijn stemgerechtigd. § 2. Het College bestaat uit twee gewone leden
hun plaatsvervangers, aangewezen door elke permanente vergadering,
de volgende gewone leden
hun plaatsvervangers in gelijk aantal, aangewezen door de Regering : 1° drie leden voorgedragen door de Waalse landbouwverenigingen;2° twee leden voorgedragen door de beroepsverenigingen van de sector agrovoeding;3° één lid voorgedragen door de beroepsverenigingen van de sector distributie;4° drie leden voorgedragen door de civiele consumentenverenigingen die ervaring
activiteiten aantonen in verband met landbouw, evenals met een verankering over het gehele Waalse grondgebied;5° één lid voorgedragen door de milieuverenigingen. §
de plaatsvervangers, aangewezen door de Regering, worden aangewezen voor een duurtijd van drie jaar. De gewone leden
de plaatsvervangers, aangewezen door elke permanente vergadering, worden aangewezen voor een minimale duurtijd van zes maanden
een maximale duurtijd van drie jaar. §
de maatregelen voor de openbaarheid van de debatten
inspraakmogelijkheid voor alle landbouwers worden in het huishoudelijk reglement vastgelegd. Afdeling
de opvolging van het landbouwbeleid;3° over een permanente structuur beschikken die het dagelijks bestuur, haar opgedragen door de raad van bestuur, waarneemt;4° beschikken over een coördinator met de kwalificaties
de ervaring nodig voor de coördinatie van de verschillende activiteiten van de vereniging
, in voorkomend geval, de activiteiten verricht in samenwerking met externe personen. In voorkomend geval bepaalt de Regering de geldigheidsduur van de erkenning. Art. D.
de totstandbrenging van de acties gevoerd door de vereniging, met inbegrip van de onkostenvergoeding van de landbouwers, lid van het College, voor het bijwonen van de vergaderingen. Het subsidiepercentage bedraagt minstens 10 percent van de beheerskosten
mag het bedrag van die beheerskosten niet overschrijden. De Regering kan bepalen waaruit de beheerskosten bedoeld in lid 3 bestaan. §
voor 30 juni, volgende gegevens met betrekking tot het afgelopen werkingsjaar : a) een staat van de ontvangsten
de uitgaven
een begroting, goedgekeurd door de bevoegde instanties waarin de subsidies vermeld worden, toegekend of toegezegd door andere overheden;b) het loon van de personen die tot de subsidies toegelaten worden
de betaalbewijzen van de werkgeversbijdragen;2° onverwijld
schriftelijk, iedere wijziging in de statuten
de samenstelling van het gesubsidieerd personeel. Bij niet-inachtneming van die bepalingen
van de bepalingen getroffen ter uitvoering ervan, kunnen de subsidies verminderd of opgeschort worden volgens de nadere regels vastgelegd door de Regering. Art. D.79. De erkende vereniging stelt jaarlijks een omstandig activiteitenverslag op met als inhoud een analyse van de gevoerde activiteiten, daarin inbegrepen methodes voor de inspraak van de landbouwers
een evaluatie van die methodes in de doeltreffendheid ervan. Het rapport wordt uiterlijk 30 juni van het jaar na het jaar waarop het betrekking heeft aan de administratie verzonden. HOOFDSTUK III. - Cel belast met prospectief onderzoek
wetenschappelijke observatie Art. D.80. De Regering richt onder het Strategisch comité voor Landbouwbeleid, opgericht krachtens artikel D.82, een Cel op, belast met prospectief onderzoek
wetenschappelijke observatie. De Cel belast met prospectief onderzoek
wetenschappelijke observatie moet het Strategisch Comité voor Landbouwbeleid voorzien van de nodige kennis
inschatting om het in zijn opdrachten te helpen. Art. D.
de werkingswijze van de Cel belast met prospectief onderzoek
wetenschappelijke observatie vast. § 2. De Cel belast met prospectief onderzoek
wetenschappelijke observatie legt zijn huishoudelijk reglement aan de Regering voor. § 3. De Cel belast met prospectief beleid
wetenschappelijke observatie wordt door een administratieve
technische cel bijgestaan, opgericht in de Directie Onderzoek
Ontwikkeling van het Departement Ontwikkeling van de administratie. HOOFDSTUK IV. - Strategisch Comité voor Landbouwbeleid Art. D.82. De Minister, de directeurs-generaal van de administratie, van het "Centre wallon de Recherches agronomiques" (Waals Centrum voor landbouwkundig onderzoek) opgericht krachtens artikel D.366
het "Agence wallonne pour la Promotion d'une Agriculture de qualité" opgericht krachtens artikel D.224, hun adjunct-directeurs-generaal
de inspecteurs-generaal van de administratie met bevoegdheden voor landbouw vormen het Strategisch Comité voor Landbouwbeleid. Het Strategisch Comité voor Landbouwbeleid wordt voorgezeten door de Minister of diens afgevaardigde. De coördinator van de krachtens artikel D.76 erkende vereniging wordt verzocht de vergaderingen van het Strategisch Comité voor Landbouwbeleid bij te wonen voor de punten betreffende het producentencollege. Art. D.83. De opdrachten van het Strategisch Comité voor Landbouwbeleid zijn : 1° operationele plannen ontwerpen
aan de Regering voorleggen om op gecoördineerde wijze de doelstellingen van artikel D.1 uit te kunnen voeren; 2° zorgen voor de opvolging van de operationele plannen, de uitvoeringswijzen ervan coördineren
het producentencollege inlichten over de opvolging ervan;3° ingaan op elke dringende vraag van het producentencollege of op elke gebeurtenis of toestand waarvoor een spoedige interventie vereist wordt;4° ingaan op de verzoeken uitgaand van de "Conseil supérieur wallon de l'agriculture, de l'agro-alimentaire" et de l'alimentation, het producentencollege
de landbouwverenigingen; 5° advies uitbrengen voor het producentencollege overeenkomstig artikel D.72, lid 2; Art. D.84. Het Strategisch Comité voor Landbouwbeleid pleegt overleg met het Directoraat-generaal Economie, Tewerkstelling
Onderzoek voor wat diens bevoegdheden betreft. Art. D.
het "Agence wallonne pour la Promotion d'une Agriculture de qualité". Art. D.87. Het Strategisch Comité voor Landbouwbeleid neemt een huishoudelijk reglement aan. In het reglement worden minstens regels opgenomen voor het samenroepen, het quorum, de meerderheid, het vacant zijn
de periodiciteit van de vergaderingen opgenomen. HOOFDSTUK V. - Jaarverslag over de staat van de Waalse landbouw Art. D.88. Om de drie jaar wordt door de Regering, voor het indienen van de begroting
uiterlijk op 15 november bij het Waalse Parlement, dat zich via een resolutie uitspreekt, een verslag neergelegd over de "staat van de Waalse landbouw". Art. D.89. Het verslag over de "staat van de Waalse landbouw" wordt opgesteld door de administratie, in samenwerking met de Cel belast met het prospectief onderzoek
de wetenschappelijke observatie, onder de coördinatie van het Strategisch Comité voor Landbouwbeleid. In het verslag wordt een analyse opgenomen van de evolutie van de Waalse landbouw, evenals indicatoren ter beoordeling van de evolutie in het nastreven van de doelstellingen van het Waalse landbouwbeleid bedoeld in artikel D.1, § 3. Art. D.90. Het verslag inzake de "staat van de Waalse Landbouw" wordt door de "Conseil supérieur wallon de l'Agriculture, de l'Agro-alimentaire et de l'Alimentation" van advies
aanbevelingen voorzien. Het verslag
het advies worden ruim verspreid
bekend gemaakt op het landbouwportaal van de website van het Waalse Gewest. Titel IV. - De landbouwer HOOFDSTUK I. - Co-houderschap Art. D.91. Eenieder die in een landbouwbedrijf dat uitsluitend beheerd wordt door natuurlijke personen in de zin van dit hoofdstuk het statuut van meewerkend echtgenoot geniet, wordt geacht één van de landbouwers van het bedrijf
uit de aard der zaak één van de beheerders van dat bedrijf te zijn. Dit hoofdstuk is evenwel niet toepasselijk als de meewerkend echtgenoot een ander bedrijf leidt. Art. D.
vraagt hun instemming met een eventuele wijziging van de identificatie van de landbouwer. De toestand wordt gewijzigd indien beide echtgenoten of wettelijk samenwonenden die wijziging aanvaarden
de aanvaarding ondertekenen. Wordt die wijziging geweigerd door beide echtgenoten of wettelijk samenwonenden of door één van beiden, dan voert de administratie geen
kele wijziging door. Als de administratie geen
kel antwoord op haar verzoek krijgt, dan wordt nogmaals om de instemming van betrokkenen verzocht, met een antwoordtermijn van dertig dagen. Blijft het antwoord dan nog uit, dan wordt de wijziging van ambtswege doorgevoerd. Als de administratie slechts van één van beide betrokken echtgenoten of wettelijk samenwonenden een antwoord krijgt, dan wordt nogmaals om de instemming van betrokkenen verzocht, met een antwoordtermijn van dertig dagen. Blijft het antwoord dan nog uit, dan wordt de wijziging van ambtswege doorgevoerd. § 2. Wanneer de identificatie van een meewerkend echtgenoot niet vermeld is in de identificatie van de landbouwer, dan mag het verzoek om wijziging spontaan uitgaan van de landbouwer zelf, middels een aangifteformulier dat bij de administratie beschikbaar is. § 3. De wijziging kan
kel toegelaten worden als ze voor de administratie in een neutrale verrichting bestaat waardoor de betrokken landbouwer niet meer of niet minder rechten dan voorheen krijgt. § 4. De identificatie van een meewerkend echtgenoot houdt geen overname of overdracht van het bedrijf
dienovereenkomstige voorwaarden in. Art. D.93. Wanneer de wijziging van de identificatie is doorgevoerd, worden alle aldus geïdentificeerde landbouwers samen beheerder van hun bedrijf
onverdeelde houders van de administratieve toewijzingen die de landbouwer geniet. Het verlies van de hoedanigheid van meewerkend echtgenoot heeft geen automatisch effect op de gewijzigde identificatie zonder de instemming van alle betrokken landbouwers. De in artikel D.92 bedoelde wijzigingsverrichting is onherroepelijk. Elke nieuwe beweging wordt als een overname of een overdracht van een bedrijf beschouwd. Art. D.94. Elk onverdeeld lid van een groepering van natuurlijke personen kan
kel, zonder een beroep te doen op de andere onverdeelde leden van de groepering, daden van gewoon bestuur stellen. De daden van gewoon bestuur brengen de andere onverdeelde leden geen schade toe. Voor elk bedrijf dat onder beheer van een groepering van natuurlijke personen staat is de handtekening van alle landbouwers nodig voor het bekrachtigen van elke daad van gewoon bestuur met een blijvend karakter, evenals van elke andere daad dan die bedoeld onder lid 1. HOOFDSTUK II. - Beroepsopleiding Afdeling 1. - Algemene bepalingen Art. D.95. Dit hoofdstuk regelt, krachtens artikel 138 van de Grondwet, een aangelegenheid bedoeld in artikel 128, § 1, ervan. Het is
kel van toepassing in het Franse taalgebied. De bepalingen van dit hoofdstuk kunnen evenwel worden uitgebreid tot het grondgebied van het Waalse Gewest voor wat betreft medegefinancierde acties indien de Europese wetgeving in die mogelijkheid voorziet. Art. D.96. In de zin van dit hoofdstuk wordt verstaan onder "administratie", het Departement Werk
Beroepsopleiding van het Operationeel Directoraat-generaal Economie, Werk
Onderzoek van de Waalse Overheidsdienst of de Administratie in de zin van artikel D.
verkoop van producten afkomstig uit het landbouwbedrijf om die personen d.m.v. permanente vormingen, in staat te stellen, nieuwe bekwaamheden te verwerven of hun huidige kennis te verbeteren in de landbouwactiviteiten; 2° moderne technieken inzake bedrijfsbeheer
de verschillende methoden voor de productie
de opwaardering van producten te bevorderen;3° de opleiding van vormingswerkers, sprekers
personeelsleden, alsook van de organisatoren belast met de beroepsopleiding te verbeteren;4° het overleg tussen de betrokken partijen te organiseren;5° de vormingsactiviteiten te stimuleren die georganiseerd worden door erkende liefhebbersverenigingen in de landbouwsector voor de personen die zich uit liefhebberij bezighouden met één van die activiteiten; 6° de diversifiëring
de kwaliteit van de economische landbouwbasis te bevorderen d.m.v. vormingen. Voor de medefinanciering bedoeld krachtens de Europese wetgevingen
indien de Europese wetgeving in die mogelijkheid voorziet, kunnen de doelstellingen van de opleiding worden uitgebreid tot de bosbouw. Afdeling
loontrekkende in de landbouwsector
op de werkzoekende ingeschreven bij de Waalse Openbare Dienst voor Werkgelegenheid
Professionele Opleiding, hierna "FOREm" genoemd;2° op de personen die tewerkgesteld zijn bij een rechtspersoon die werkzaamheden verricht met het oog op de productie, verwerking
verkoop van producten afkomstig uit het bedrijf of die daar noodzakelijk voor zijn; 3° op de erkende liefhebbersvereniging in de landbouwsector, voor personen die uit liefhebberij werkzaamheden verrichten m.b.t. de landbouwproductie; 4° op alle personen die moeten bewijzen dat zij een voldoende kennis hebben om een fytolicentie te krijgen in de zin van artikel 2, 11°, van het koninklijk besluit van 19 maart 2013Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 19/03/2013 pub. 16/04/2013 numac 2013024124 bron federale overheidsdienst volksgezondheid, veiligheid van de voedselketen
leefmilieu Koninklijk besluit ter verwezenlijking van een duurzaam gebruik van gewasbeschermingsmiddelen
toevoegingsstoffen sluiten ter verwezenlijking van een duurzaam gebruik van gewasbeschermingsmiddelen
toevoegingsstoffen;5° op alle personen die landbouw als beroepsoriëntatie willen kiezen. De Regering mag het toepassingsgebied bedoeld in het eerste lid uitbreiden tot andere categorieën personen, bij gemotiveerde beslissing
met het oog op het bereiken van de in artikel D.1, § 3 opgesomde doelstellingen. In aanmerking voor de tegemoetkoming van het ELFPO, komen
kel de vormingen die bestemd zijn om kennis door te geven aan de gerechtigden bedoeld in lid 1, 1°,
de personen die tewerkgesteld zijn in de landbouwsector, de agrovoedings-
de bosbouwsector, de grondbeheerders
de natuurlijke of rechtspersonen die werkzaam zijn in landelijke gebieden zoals bedoeld bij de Europese wetgeving. Art. D.
die georganiseerd wordt door de scholingscentra bedoeld in afdeling 3 van dit hoofdstuk, bevat : 1 ° cursussen landbouwtechnieken die de technische bijscholing beogen van personen met onvoldoende basiskennis van de landbouwsector; 2° cursussen beheer
landbouweconomie die de betrokkenen in staat stellen zich te vestigen; 3° stages zoals bedoeld in artikel D.101. In de cursussen beheer bedoeld in lid 1, 2°, is de opleiding gegrond op de studie van moderne organisatie-, onderhandelings-, beheers-
bedrijfsmethoden. Om tot de cursussen landbouwbeheer toegelaten te worden, moet de leerling ofwel : 1° cursussen landbouwtechnieken hebben gevolgd;2° houder zijn van een landbouwgericht getuigschrift van minstens het niveau van het hoger secundair onderwijs;3° een nuttige ervaring hebben volgens de voorwaarden bepaald door de Regering. § 2. De vaste vorming georganiseerd door de in § 1 bedoelde centra bevat : 1° afstandscursussen;2° studiesessies, lezingen, rondleidingen
contactdagen; 3° stages zoals bedoeld in artikel D.
om de vormingswerkers te begeleiden. Art. D.
de geldigheidsduur van de erkenning;5° de modaliteiten in verband met het verloop van de stage. Voor de erkenningsvoorwaarden van de stagemeesters bedoeld in lid 2, 4°, voorziet de Regering dat de stagemeesters : 1° een minimumberoepservaring bepaald door de Regering hebben in de landbouwsectoren;2° bewijzen dat ze ervaring hebben als vormingswerker of dat ze een vorming hebben gevolgd over de methoden voor de overdracht van kennis volgens de modaliteiten die door de Regering worden bepaald. Art. D.102. De Regering is bevoegd om bijscholingscursussen beheer
technologieën, fytolicentie of cursussen in verband met veevoeding te organiseren. Art. D.103. De Regering bepaalt : 1° de organisatievoorwaarden
de praktische modaliteiten van de vormingsactiviteiten bedoeld in de artikelen D.99
D.100; 2° de voorwaarden om toegang tot die cursussen te krijgen;3° de voorwaarden om een vakbekwaamheidscertificaat als landbouwer te krijgen. Art. D.104. Voor de medefinanciering bedoeld krachtens de Europese wetgevingen
indien de Europese wetgeving in die mogelijkheid voorziet, kan de Regering maatregelen bepalen in verband met : 1° de overdracht van kennis
de acties voor informatie; 2° de opleiding, ter aanvulling van de artikelen D.99
D.100; 3° de stage, ter aanvulling van artikel D.101; 4° andere soorten activiteiten met het oog op de versterking van het menselijk vermogen van de personen die actief zijn in de landbouw-, voedings-
bosbouwsector, de grondbeheerders
de natuurlijke of rechtspersonen die werkzaam zijn in landelijke gebieden. De overdracht van kennis
de acties voor informatie bedoeld in lid 1, 1°, kunnen meerdere vormen aannemen, zoals vormingen, werkgroepen, coaching, demonstratieacties, acties voor informatie, stages
bezoekprogramma's. Afdeling
de ervaring van de centra op het gebied van beroepsopleiding;4° de inachtneming van de voorschriften van dit hoofdstuk
van zijn uitvoeringsbesluiten. Voor de toepassing van lid 2, 1°, bepaalt de Regering de erkenningsvoorwaarden
de geldigheidsduur van de erkenning van de personen belast met het verstrekken van de opleidingen bedoeld in de artikelen D.99,
D.100, in overeenstemming met de artikelen D.5 tot D.
activiteiten in verband met de beroepsopleiding bedoeld bij het Wetboek waarvoor elke categorie scholingscentrum bedoeld in het eerste lid bevoegd is. Art. D.106. Om te voldoen aan de erkenningsvoorwaarden, moet het vormingscentrum dat niet over een maatschappelijke zetel beschikt in het Franse taalgebied volgens de door de Regering vastgestelde procedure wanneer het zijn sociale zetel of inschrijvingsnummer heeft bij de Kruispuntbank van Ondernemingen als fysieke persoon of als rechtspersoon, hetzij in het Nederlandstalige taalgebied, hetzij in het tweetalig gebied Brussel-Hoofdstad, of in het Duitstalige taalgebied, aantonen dat het in zijn taalgebied beantwoordt aan de erkenningsvoorwaarden die overeenkomen met deze bepaald door of krachtens dit decreet. Om te voldoen aan de erkenningsvoorwaarden, moet het vormingscentrum dat zijn maatschappelijke zetel in het buitenland, maar binnen de Europese Economische Ruimte heeft, volgens de door de Regering vastgestelde procedure aantonen dat het in zijn land beantwoordt aan de erkenningsvoorwaarden die overeenkomen met deze bepaald door of krachtens dit decreet
dit zonder directe of indirecte discriminatie op basis van de Staat waaruit de vormingsoperator die de erkenning aanvraagt afkomstig is. Om te voldoen aan de erkenningsvoorwaarden, moet het vormingscentrum dat zijn sociale zetel in het buitenland
buiten de Europese Economische Ruimte heeft, volgens de door de Regering vastgestelde procedure voldoen aan de erkenningsvoorwaarden bepaald in dit decreet,
bewijs leveren dat het hetzelfde type diensten presteert in zijn land van herkomst
dit zonder directe of indirecte discriminatie op basis van de Staat waaruit de vormingsoperator die de erkenning aanvraagt, afkomstig is. Afdeling
van de sprekers;2° de werkings-
organisatiekosten;3° de vergoedingen aan de deelnemers aan de bijscholingsdagen;4° de vergoedingen die door de scholingscentra worden gestort aan de stagiairs naar gelang van de duur van de stage, zoals bepaald door de Regering. Art. D.108. § 1. Voor de toelage bedoeld in artikel D.107, bedraagt het subsidiepercentage minstens tien procent van de beheerskosten
dit bedrag kan de beheerskosten niet overschrijden. De Regering kan de beheerskosten bedoeld in lid 1 bepalen. § 2. Het scholingscentrum kan het bedrag van een bijdrage ten laste van de landbouwers vaststellen voor de financiering van zijn activiteiten volgens de door de Regering bepaalde modaliteiten. Het bedrag van deze bijdrage mag niet hoger zijn dan het bedrag van de kosten die het scholingscentrum werkelijk heeft gehad om zijn opdrachten te vervullen
voor zover de krachtens deze bijdragen gedragen kosten nooit het voorwerp zijn van een dubbele subsidiëring of van een terugbetaling. Afdeling
organisatiekosten van de vereniging. Art. D.
dit bedrag kan de beheerskosten niet overschrijden. De Regering kan de beheerskosten bedoeld in lid 1 bepalen. § 2. De liefhebbersverenigingen kunnen het bedrag van een bijdrage ten laste van de liefhebbers vaststellen voor de financiering van hun activiteiten volgens de door de Regering bepaalde modaliteiten. Het bedrag van deze bijdrage mag niet hoger zijn dan het bedrag van de kosten die de liefhebbersvereniging werkelijk heeft gehad om haar opdrachten te vervullen
voor zover de krachtens deze bijdragen gedragen kosten nooit het voorwerp zijn van een dubbele subsidiëring of van een terugbetaling. Afdeling 6. - Commissie voor de Landbouwopleiding
diverse bepalingen Art. D.
die belast is met : 1° op aanvraag van de administratie, het overmaken van een voorstel aan de Regering betreffende de toekenning, de hernieuwing of de weigering van de erkenning als zij vindt dat één of meerdere erkenningscriteria vastgelegd bij of krachtens dit hoofdstuk niet zijn vervuld;2° het houden van een vergadering op verzoek van één van haar leden die kennis zou genomen hebben van feiten die betrekking hebben op overtredingen of tekortkomingen inzake de bepalingen van het hoofdstuk, de situatie onderzoeken
de Regering
de administratie op de hoogte houden van de feiten van de zaak;3° op eigen initiatief of op verzoek van de Regering, het uitbrengen van gemotiveerde adviezen over ontwerpen of voorstellen van decreet
over ontwerp-besluiten betreffende de beroepsopleiding in de landbouw; 4° het opstellen van richtsnoeren voor het Strategisch Comité voor Landbouwbeleid inzake landbouwersopleiding voor de personen bedoeld in artikel D.98; 5° een jaarlijks evaluatieverslag over vormingsprogramma's
-stages aan het Strategisch Comité voor Landbouwbeleid overhandigen. § 2. De Commissie bestaat minstens uit elf gewone leden
elf plaatsvervangende leden die door de Regering worden benoemd, namelijk : 1° vijf leden
evenveel plaatsvervangende leden ter vertegenwoordiging van de centra voor landbouwberoepsopleiding, onder wie een vertegenwoordiger van de bewegingen van landbouwjongeren, een vertegenwoordigster van de vrouwelijke landbouwverenigingen
een vertegenwoordiger van de sector van de biologische landbouw;2° één lid
één plaatsvervangend lid ter vertegenwoordiging van de Waalse Openbare Dienst voor Werkgelegenheid
Professionele Opleiding, "FOREm";3° één lid
één plaatsvervangend lid ter vertegenwoordiging van het "Institut wallon de Formation
Alternance et des indépendants et des Petites et Moyennes
treprises" (Waals instituut voor alternerende opleiding
zelfstandigen
kleine
middelgrote ondernemingen);4° één lid
één plaatsvervangend lid ter vertegenwoordiging van de diensten van de Waalse administratie bevoegd voor tewerkstelling
beroepsopleiding;5° één lid
één plaatsvervangend lid ter vertegenwoordiging van de diensten van de Waalse administratie bevoegd voor landbouw;6° één lid
één plaatsvervangend lid ter vertegenwoordiging van de liefhebbersverenigingen : 7° één lid
één plaatsvervangend lid ter vertegenwoordiging van het wetenschappelijk onderzoek. Bovendien worden aangewezen om de Commissie met raadgevende stem bij te wonen : 1° één lid
één plaatsvervangend lid ter vertegenwoordiging van de Minister bevoegd voor Vorming;2° één lid
één plaatsvervangend lid ter vertegenwoordiging van de Minister van Landbouw;3° één lid
één plaatsvervangend lid ter vertegenwoordiging van de Ministers bevoegd voor Economie
Leefmilieu, waarbij de daadwerkelijke zetel wordt toegekend aan de vertegenwoordiger van de Minister onder wiens bevoegdheid één of ander agendapunt van de Commissie valt;4° één lid
één plaatsvervangend lid ter vertegenwoordiging van de Minister bevoegd voor Gezondheid overeenkomstig artikel 3, 6°, van het decreet II van 22 juli 1993 betreffende de overheveling van sommige bevoegdheden van de Franse Gemeenschap naar het Waalse Gewest
de Franse Gemeenschapscommissie. §
het partnerschap met de operatoren van de aanvankelijke
voortgezette opleiding, namelijk inzake de geldigheidsverklaring van de bevoegdheden
de pedagogische begeleiding;5° het vervullen van de opdrachten inzake de functie van controle
toezicht;6° de bevordering van het geheel van de landbouwberoepsopleiding. Art. D.113. De Regering wordt ertoe gemachtigd om de maatregelen te nemen die nodig zijn voor de uitvoering van de opdrachten in verband met de controles
het toezicht van de bepalingen van dit hoofdstuk, met inbegrip van de controle van de bekwaamheid van de vormingswerkers. Art. D.114. Indien niet meer wordt voldaan aan de voorwaarden van dit hoofdstuk
van zijn uitvoeringsbesluiten, mag de Regering de erkenning schorsen of intrekken van de scholingscentra, liefhebbersverenigingen
personen bedoeld in artikel D.102, §§ 1
2,
het recht op toelagen aan de scholingscentra, liefhebbersverenigingen
personen bedoeld in artikel D.99, §§ 1
2,
in artikel D.100 overeenkomstig de door haar vastgestelde modaliteiten schorsen of intrekken. HOOFDSTUK III. - Begeleidingsdiensten voor de landbouwer Afdeling
dit bedrag kan de beheerskosten niet overschrijden. De Regering kan de beheerskosten bedoeld in het eerste lid bepalen. De toekenningsvoorwaarden bepalen : 1° het maximumbedrag van de steun per jaar
per vervangend personeelslid;2° het aantal vervangende personeelsleden per leden-landbouwers;3° de categorieën redenen voor de vervanging met voor elk ervan, specifieke regels betreffende de verrichte uren
prestaties. De categorieën bedoeld in het tweede lid, 3°, omvatten, op niet-limitatieve wijze, de volgende gevallen : 1° overlijden, ziekte, ongeval, met inbegrip van waterschade, brand of storm;2° beroepsopleiding;3° gebeurtenissen van familiale aard;4° de deelname als gewoon of plaatsvervangend lid aan de vergaderingen van het producentencollege of de deelname als voorzitter, secretaris of penningmeester aan de vergaderingen van landbouwcomicen;5° vakantie
vrije tijd. De Regering wordt ertoe gemachtigd om nieuwe categorieën te bepalen. §
voor zover de overeenkomstig deze bijdragen gedragen kosten nooit het voorwerp zijn van een dubbele subsidiëring of van een terugbetaling. Afdeling
de vorming van de landelijke actoren inzake de voorkoming van de moeilijkheden ondervonden door de landbouwsector;3° steun bij de behandeling van de schuldenlast
de voorkoming van bestaansonzekerheid;4° de bevordering van de bestaande tegemoetkomingen
middelen;5° de ontwikkeling van databases, indicatoren
aanbevelingen. Art. D.121. Voor de toelage bedoeld in artikel D.119, bedraagt het subsidiepercentage minstens tien procent van de beheerskosten
dit bedrag kan deze beheerskosten niet overschrijden. De Regering kan de beheerskosten bedoeld in lid 1 bepalen. Art. D.122. De adviesdienst kan het bedrag van een bijdrage ten laste van de landbouwers vaststellen voor de financiering van zijn activiteiten volgens de door de Regering bepaalde modaliteiten. Dit bedrag mag niet hoger zijn dan het bedrag van de kosten die de instelling werkelijk heeft gehad om haar opdrachten te vervullen
voor zover de overeenkomstig deze bijdragen gedragen kosten nooit het voorwerp zijn van een dubbele subsidiëring of van een terugbetaling. Afdeling
de vorming inzake arbeidsveiligheid;3° de uitvoering
het verspreiden van onderzoeken naar arbeidsongevallen
gezondheid. Art. D.125. Voor de toelage bedoeld in artikel D.123, bedraagt het subsidiepercentage minstens tien procent van de beheerskosten
dit bedrag kan deze beheerskosten niet overschrijden. De Regering kan de beheerskosten bedoeld in lid 1 bepalen. Art. D.126. De begeleidingsdienst kan het bedrag van een bijdrage ten laste van de landbouwers vaststellen voor de financiering van zijn activiteiten volgens de door de Regering bepaalde modaliteiten. Dit bedrag mag niet hoger zijn dan het bedrag van de kosten die de instelling werkelijk heeft gehad om haar opdrachten te vervullen
voor zover de overeenkomstig deze bijdragen gedragen kosten nooit het voorwerp zijn van een dubbele subsidiëring of van een terugbetaling. Afdeling
van de bedrijven. § 2. Het adviessysteem omvat : 1° de besluiten genomen met toepassing van de artikelen D.250
D.251; 2° de ontwikkeling van de economische activiteit van de landbouwbedrijven; 3° de door de Regering bepaalde aangelegenheden om de in artikel D.1, § 3, bedoelde doelstellingen te bereiken; 4° de bij de Europese regelgeving bepaalde aangelegenheden. Art. D.
kan deze beheerskosten niet overschrijden. De Regering kan de beheerskosten bedoeld in lid 2 bepalen. Art. D.
gegevens mee aan andere personen dan de landbouwer die het betrokken bedrijf beheert, met uitzondering van bij hun activiteit ontdekte onregelmatigheden of inbreuken met inachtneming van de desbetreffende Europese wetgevingen. Art. D.
de plantaardige producten die uit deze activiteiten voortvloeien, om elke maatregelen te nemen om : 1° de voorwaarden te bepalen waarin de handelingen gedaan in dit kader worden uitgevoerd
deze handelingen of de auteur van deze handelingen aan een controle, een registratie, een erkenning of een voorafgaande vergunning onderwerpen
de voorwaarden ervan vastleggen inzake toekenning, wijziging, handhaving, verlenging, beperking, uitbreiding, schorsing, opheffing of intrekking;2° de eisen te bepalen inzake productie, uitladen, verwerking, bewerking, monsterneming, analyse, samenstelling, aanwezigheid van residu's, instandhouding, vervoer, behandeling, vervaardiging, bereiding, opslag, gebruik, rangschikking, kwaliteit, kwantiteit, omvang, gewicht, vorm, heffing, prijs, afhouding, toeslag, subsidie, oorsprong, herkomst, triage, verpakking, presentatie, conditionering
reclame waaraan de landbouwproducten moeten voldoen voor zover deze eisen worden opgelegd om een bepaald kwaliteitsniveau te bereiken voor de betrokken producten met het oog op de verbetering van deze kwaliteit of de verbetering van de productietechnieken;3° de merken, loodjes, verzegelingen, labels, etiketten, getuigschriften, attesten, bordjes, tekens, verpakkingen, benamingen of andere aanwijzingen of stukken te bepalen waaruit het bestaan van de sub 1°
2° bedoelde voorwaarden bewezen of te kennen gegeven wordt;4° de genetische diversiteit van gewassen te behouden
te verbeteren, de reproductie
de genetische verbetering van planten
plantaardige producten te steunen
te reguleren;5° de uitvoering
de naleving te waarborgen van de reglementeringen genomen krachtens de punten 1°, 2°
4°, door de personen op wie ze van toepassing zijn,
de erkenningsvoorwaarden van de instellingen waaraan hij deze maatregelen overdraagt;6° de bezoldigingen, vergoedingen, rechten, taksen, inhoudingen
toeslagen te bepalen die voor de uitvoering van de maatregelen vermeld in deze titel
de desbetreffende uitvoeringsbesluiten kunnen worden vereist;7° het risicobeheer te steunen door preventie, diversificatie
vergoedingen in geval van uitzonderlijke omstandigheden die door de Regering worden omschreven; 8° zaaizaad
pootgoed aan een facultatieve of verplichte controle te onderwerpen m.b.t. de oorsprong, de identiteit, de zuiverheid van soorten
variëteit, alsook de kwaliteit; 9° de karakteriserings-
toelatingscriteria te bepalen voor het in de handel brengen van een plantenras;10° verzamelingen soorten te handhaven
te kenmerken met het oog op het behoud van de genetische diversiteit. De voorwaarden vermeld in lid 1, 3°, strekken ertoe voor bedoelde producten algemeen geldende minimumvereisten in te voeren om in de handel te worden gebracht, verworven, aangeboden, ten verkoop tentoongesteld, in bezit gehouden, bereid, vervoerd, verkocht, geleverd, onder kosteloze of bezwarende titel afgestaan, ingevoerd, uitgevoerd of doorgevoerd te worden. Deze voorwaarden kunnen eveneens ertoe strekken een op kwaliteitsverschillen of bepaalde karakteristieken gebaseerd onderscheid te maken tussen de in de handel gebrachte producten. HOOFDSTUK II. - Coëxistentie van genetisch gemodificeerde teelten met conventionele
biologische teelten Afdeling 1. - Doel
begripsomschrijvingen Art. D.135. Dit hoofdstuk stelt de nadere regels vast inzake coëxistentie tussen conventionele teelten, biologische teelten
genetisch gemodificeerde teelten, bosbouw inbegrepen, overeenkomstig artikel 26bis van Richtlijn 2001/18/EG, zoals gewijzigd bij artikel 43 van Verordening (E.G.) nr. 1829/2003 van het Europees Parlement
de Raad van 22 september 2003 betreffende genetisch gemodificeerde levensmiddelen
diervoeders waarbij de lidstaten van de Europese Unie ertoe gemachtigd worden om alle nodige maatregelen te nemen om onvoorziene sporen van genetisch gemodificeerde organismen in andere producten te voorkomen. Een eerst doel van dit hoofdstuk is de vrijheid van keuze van de producenten te vrijwaren voor een soort teelt
de vrijheid van keuze van de consumenten voor de producten die ze gebruiken. Een tweede doel is het economisch verlies, dat zou kunnen voortkomen uit de onverwachte aanwezigheid van genetisch gemodificeerde planten in een conventionele teelt of een biologische teelt, te voorkomen,
, in voorkomend geval, te compenseren. Art. D.136. Voor de toepassing van dit hoofdstuk
de uitvoeringsbesluiten ervan, wordt verstaan onder : 1° toezichthoudende overheid : de dienst die door de Regering wordt aangewezen om toezicht uit te oefenen op de uitvoering van dit hoofdstuk;2° isolatieafstand : minimaal aan te houden afstand tussen de rand van een gewas met genetisch gemodificeerde planten
de dichtstbijzijnde rand van een conventioneel of biologisch gewas van planten die genetisch verenigbaar zijn met deze genetisch gemodificeerde planten;3° genetische gebeurtenis : de combinatie van genen waarin de genetische modificatie van een genetisch gemodificeerde plant is vastgelegd; 4° Fonds : het "Fonds budgétaire de la qualité des produits animaux et végétaux" (Begrotingsfonds voor de kwaliteit van dierlijke
plantaardige producten) bedoeld in artikel D.189; 5° eenduidig identificatienummer : identificatienummer dat wordt toegekend aan de genetisch gemodificeerde organismen zoals bedoeld in artikel 3, 4, van Verordening (E.G.) nr. n° 1830/2003 van het Europees Parlement
de Raad van 22 september 2003 betreffende de traceerbaarheid
etikettering van genetisch gemodificeerde organismen
de traceerbaarheid van genetisch gemodificeerde levensmiddelen
diervoeders
in de bijlage van Verordening (E.G.) nr. n° 65/2004 van 14 januari 2004 tot vaststelling van een systeem voor de ontwikkeling
toekenning van eenduidige identificatienummers voor genetisch gemodificeerde organismen; 6° teelt : elke teelt van een plantaardig materiaal;7° genetisch compatibele plant : niet-genetisch gemodificeerde plant die langs geslachtelijke weg in haar genoom genetisch materiaal kan opnemen van een genetisch gemodificeerde plant; 8° genetisch gemodificeerde plant, G.G.P. : plant of deel daarvan met het vermogen tot replicatie of tot overdracht van genetisch materiaal
waarvan het genetische materiaal veranderd is op een wijze welke van nature door voortplanting
/of natuurlijke recombinatie niet mogelijk is, overeenkomstig de definitie van een G.G.O. van artikel 2, 2°, van het koninklijk besluit van 21 februari 2005Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 21/02/2005 pub. 24/02/2005 numac 2
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.