← België

Decreet betreffende Boek II van het Milieuwetboek, dat het Waterwetboek inhoudt

Kort samengevat

Dit decreet, Boek II van het Milieuwetboek, regelt het waterbeleid in het Waalse Gewest. Het stelt principes vast voor het beheer van water als gemeenschappelijk erfgoed, met als doel de kwaliteit en het voortbestaan ervan te waarborgen voor duurzame ontwikkeling.

Wat het reguleert

Wie het aanbelangt

Kernpunten

Wettekst

27 MEI 2004. - Decreet betreffende Boek II van het Milieuwetboek, dat het Waterwetboek inhoudt

(1)De Waalse Gewestraad heeft aangenomen en Wij, Regering, bekrachtigen hetgeen volgt : Artikel 1.De hiernavolgende bepalingen vormen het decreetgevende gedeelte van Boek II van het Milieuwetboek : "Boek II. - WATER Deel I. - Algemeen Titel I. - Beginselen Artikel 1.§ 1. Het water maakt deel uit van het gemeenschappelijk erfgoed van het Waalse Gewest. De kringloop van het water wordt op globale en geïntegreerde wijze beheerd met de blijvende bekommernis om in het kader van een duurzame ontwikkeling tegelijk de kwaliteit en het voortbestaan van die rijkdom te waarborgen. § 2. Het waterbeleid in het Waalse Gewest heeft als doelstellingen : 1° aquatische ecosystemen en, wat de waterbehoeften ervan betreft, terrestrische ecosystemen en waterrijke gebieden die rechtstreeks afhankelijk zijn van aquatische ecosystemen, voor verdere achteruitgang behoeden, en beschermen en verbeteren;2° duurzaam gebruik van water bevorderen, op basis van de bescherming van de beschikbare waterbronnen op lange termijn;3° verhoogde bescherming en verbetering van het aquatische milieu beogen, onder andere door specifieke maatregelen voor de progressieve vermindering van lozingen, emissies en verliezen van prioritaire stoffen en voor het stopzetten of geleidelijk beëindigen van lozingen, emissies of verliezen van prioritaire gevaarlijke stoffen;4° zorgen voor de progressieve vermindering van de verontreiniging van grondwater en oppervlaktewater en verdere verontreiniging hiervan voorkomen;5° bijdragen aan de afzwakking van de gevolgen van overstromingen en perioden van droogte;6° de menselijke gezondheid beschermen tegen de schadelijke gevolgen van de aantasting van het voor menselijke consumptie bestemde water door de gezondheid en de schoonheid ervan te waarborgen in overeenstemming met Richtlijn 98/83/EG van de Raad van 3 november 1998 betreffende de kwaliteit van voor menselijke consumptie bestemd water. Op die manier draagt de kaderrichtlijn Water bij tot : 1° de beschikbaarheid van voldoende oppervlaktewater en grondwater van goede kwaliteit voor een duurzaam, evenwichtig en billijk gebruik van water;2° de gevoelige vermindering van de verontreiniging van grond- en oppervlaktewater;3° de bescherming van territoriale en mariene wateren;4° het bereiken van de doelstellingen van de toepasselijke internationale overeenkomsten, met inbegrip van die welke tot doel hebben de verontreiniging van het mariene milieu te voorkomen en te elimineren en het stopzetten of geleidelijk beëindigen van lozingen, emissies of verliezen van prioritaire gevaarlijke stoffen die een onaanvaardbaar gevaar voor of via het aquatisch milieu inhouden met als ultieme doelstelling het bereiken, in het mariene milieu, van concentraties die dicht bij de basisniveaus liggen voor de natuurlijk aanwezige stoffen en die dicht bij nul liggen voor de door de mens voortgebrachte stoffen;5° de valorisering van het water als economische hulpbron en de verdeling van die hulpbron om bij alle verschillende gebruiken, activiteiten of werken aan de vereisten inzake gezondheid, volksgezondheid, veiligheid van de burgers en bevoorrading van de bevolking met drinkwater, de instandhouding en het vrije verloop van water en de bescherming tegen de overstromingen, de landbouw, de visvangst, de nijverheid, de energieproductie, het vervoer, het toerisme en de watersport, evenals alle andere toegelaten menselijke activiteiten te voldoen of ze te verzoenen. § 3. Iedere persoon heeft het recht om over drinkwater van voldoende kwaliteit en in voldoende hoeveelheid te beschikken voor zijn voeding, zijn huishoudelijke behoeften en zijn gezondheid. De voor de uitoefening van dat recht verrichte waterwinningen en lozingen van afvalwater mogen de natuurlijke functies en het voortbestaan van de rijkdom niet in gevaar brengen. Titel II. - Begripsomschrijvingen Art. 2.Voor de toepassing van dit boek wordt verstaan onder : 1° "agglomeratie" : gebied waarin de bevolking en/of de economische activiteiten voldoende geconcentreerd zijn om het opvangen van stedelijk afvalwater en de afvoer ervan naar een waterzuiveringsstation of een uiteindelijke lozingsplaats mogelijk te maken;2° "gecombineerde benadering" : benadering waarbij de verontreiniging aan de bron aangepakt wordt door de vaststelling van emissiegrenswaarden en milieukwaliteitsnormen;3° "watervoerende laag" : één of meerdere ondergrondse rotslagen of andere geologische lagen die voldoende poreus en doorlaatbaar zijn voor een significante grondwaterstroming of de onttrekking van aanzienlijke hoeveelheden grondwater;4° "openbare sanering" : het geheel der verrichtingen inzake de opvang van afvalwater, openbare waterzuivering en afwateringswerken als bedoeld in artikel 217, tweede lid, met inbegrip van het afvoeren van overstromingswater naar mijnverzakkingsgebieden in zoverre dit onontbeerlijk is voor het behalen van resultaten inzake de openbare sanering;5° "stroomgebiedsoverheid" : de bestuurlijke overheid die bevoegd is voor het beheer van alle Waalse stroomgebieden;6° "stroomgebied" : elk gebied vanwaar al het over een oppervlak lopend water via een reeks rivieren, stromen en, eventueel, meren naar zee stroomt, waarin het door één enkele monding, trechtermonding of delta terechtkomt;7° "Waals stroomgebied" : het deel van elk internationaal stroomgebiedsdistrict dat op het grondgebied van het Waalse Gewest gelegen is;8° "boot" : vaartuig dat zich al dan niet met behulp van een motor op het wateroppervlak drijvende kan houden;9° "last van de dienst" : het geheel der verplichtingen die opgelegd worden aan de persoon die, naar gelang het geval, de hoedanigheid van abonnee of gebruiker heeft;10° "verzamelleidingen" : leidingen die de rioleringen verbinden met de plaatsen die voorzien zijn of vermoedelijk voorzien zijn voor de zuivering van afvalwater;11° "comité voor watercontrole" : comité ingesteld bij artikel 4;12° "wateradviescommissie" : commissie ingesteld bij artikel 3;13° "internationale commissie ter bescherming van de Maas" : de internationale commissie ingesteld bij het internationale Maas-akkoord;14° "internationale commissie ter bescherming van de Schelde" : de internationale commissie ingesteld bij het internationale Schelde-akkoord;15° "meter" : meetinstrument en toebehoren voor de bepaling van de over een bepaalde periode verbruikte waterhoeveelheid;16° "dienstencontract voor sanering" : overeenkomst gesloten tussen een producent van tot drinkwater verwerkbaar water en de "Société publique de gestion de l'eau" (Openbare maatschappij voor waterbeheer) waarbij de waterproducent de dienst van de "Société" huurt om volgens een bepaalde planning de openbare sanering te verrichten van een waterhoeveelheid die overeenstemt met de geproduceerde waterhoeveelheid om via het openbare leidingennet in het Waalse Gewest te worden verdeeld;17° " dienstencontract inzake waterzuivering en -opvang" : overeenkomst gesloten tussen de "Société publique de Gestion de l'Eau" en de erkende waterzuiveringsmaatschappijen waarbij laatstgenoemden tegen vergoeding in naam en opdracht van eerstgenoemde overheidstaken, onderzoeken, de bouw van zuiveringssystemen en de zuivering van bepaalde hoeveelheden afvalwater uitvoeren;18° " dienstencontract voor de bescherming van tot drinkwater verwerkbaar water" : overeenkomst gesloten tussen een producent van tot drinkwater verwerkbaar water die dat water voor verdeling over de openbare leidingen bestemt en de "Société publique de Gestion de l'Eau" waarbij laatstgenoemde tegen vergoeding de bescherming van tot drinkwater verwerkbaar water zoals bepaald in de programma's bedoeld in artikel 318, § 2, laat uitvoeren;19° "controles van de emissies" : controles die een specifieke emissiegrens vereisen, bijvoorbeeld een emissiegrenswaarde, of waarbij op een andere wijze grenzen of voorwaarden worden opgelegd aan de gevolgen, de aard of aan andere kenmerken van een emissie of van functioneringsvoorwaarden die de emissies beïnvloeden;20° "niet-bevaarbare waterlopen" : de rivieren en beken die de regering niet bij de klasse van bevaarbare waterlopen heeft ondergebracht, stroomafwaarts van het punt waarop hun waterbekken minstens honderd hectare bedraagt.Dat punt wordt oorsprong van de waterloop genoemd; 21° "milieukosten" : kostprijs van de schade van het watergebruik voor het leefmilieu, de ecosystemen en de gebruikers van het leefmilieu;22° "kosten voor de hulpbron" : kostprijs van de uitputting van de bodemrijkdom die het teloorgaan van bepaalde mogelijkheden voor andere gebruikers teweegbrengt als gevolg van het inkrimpen van de bodemrijkdommen tot onder het natuurlijke hernieuwings- of recuperatiecijfer;23° "reële kostprijs voor de sanering" : kostprijs, berekend per kubieke meter, die de gezamenlijke kostprijs voor de openbare sanering van het huishoudelijk afvalwater inhoudt;24° "reële kostprijs voor de verdeling" : kostprijs, berekend per kubieke meter, die de gezamenlijke kostprijs voor de waterproductie en de waterverdeling inhoudt, met inbegrip van de kostprijs voor de bescherming van het met het oog op de openbare verdeling ontnomen water;25° "datum van de kennisgeving" : de eerste dag na de afgifte aan de post van het stuk waarvan kennis gegeven wordt;26° "lozing van afvalwater" : het afvalwater dat via leidingen of via elk ander middel, met uitzondering van het natuurlijke afvloeien van hemelwater, in grondwater of oppervlaktewater binnendringt;27° "directe lozing in het grondwater" : lozing van verontreinigende stoffen in grondwater zonder dat het via de bodem of de ondergrond doorsijpelt;28° "verdeler" : uitbater van de dienstverlening "openbare waterverdeling";29° "internationaal stroomgebiedsdistrict" : een land- en zeegebied bestaande uit één of meerdere aan elkaar grenzende stroomgebieden van meerdere lid-Staten van de Europese Gemeenschap, met de bijkomende grond- en kustwateren, dat als voornaamste eenheid voor het stroomgebiedsbeheer wordt omschreven;30° "kustwateren" : de oppervlaktewateren, gelegen aan de landzijde van een lijn waarvan elk punt zich op een afstand bevindt van één zeemijl zeewaarts van het dichtstbijzijnde punt van de basislijn vanwaar de breedte van de territoriale wateren wordt gemeten, zo nodig uitgebreid tot de buitengrens van een overgangswater;31° "binnenwateren" : het stilstaand of stromende water op het landoppervlak en het grondwater aan de landzijde van de basislijn vanwaar de breedte van de territoriale wateren wordt gemeten;32° "koelwater" : het water dat in de nijverheid gebruikt wordt voor de afkoeling in open kringloop en dat niet in aanraking is gekomen met de af te koelen stoffen;33° "voor menselijke consumptie bestemd water" : water, dat onbehandeld of na behandeling bestemd is om gedronken te worden, te koken, levensmiddelen te bereiden of voor andere huishoudelijke doeleinden, ongeacht de herkomst ervan, en ongeacht of het verdeeld wordt via een distributiekanaal via leidingen of vanaf een privé-aansluitpunt, een watertankwagen of -boot, evenals het water dat verstrekt wordt aan de voedingsmiddelenbedrijven via een distributienet voor het in die ondernemingen bewerkt of behandeld wordt;34° "oppervlaktewater" : binnenwateren, met uitzondering van grondwater, overgangswater en kustwateren, behalve voor zover het de scheikundige toestand betreft, ook de territoriale wateren;35° "gewoon oppervlaktewater" : het water van de bevaarbare waterwegen, het water van de niet-bevaarbare waterlopen, met inbegrip van hun ondergrondse loop, de beken en rivieren, zelfs met intermitterend stromend water stroomopwaarts van het punt waar ze ondergebracht zijn bij de niet-bevaarbare waterlopen, het water van meren, vijvers en ander stromend en stilstaand water, met uitzondering van het water van de kunstmatige afvoerwegen;36° "overgangswater" : een oppervlaktewaterlichaam in de nabijheid van een riviermonding, dat gedeeltelijk zout is in de nabijheid van kustwateren maar dat in belangrijke mate beïnvloed is door zoetwaterstromen;37° "tot drinkwater verwerkbaar water" : alle grond- of oppervlaktewater dat op natuurlijke wijze of na een aangepaste fysisch-chemische of microbiologische behandeling bestemd is om verdeeld te worden en zonder gevaar voor de gezondheid gedronken kan worden;38° "grondwater" : al het water dat zich onder het bodemoppervlak bevindt in de verzadigde bodem en rechtstreeks in voeling staat met de bodem of ondergrond;39° "afvalwater" : - het kunstmatig verontreinigd water of het water waarvan gebruik is gemaakt, met inbegrip van het koelwater; - het kunstmatig van regen afkomstige afvloeiend hemelwater; - het met het oog op lozing gezuiverde water; 40° "afvalwater uit de landbouw" : het afvalwater dat afkomstig is van bedrijven waar dieren gehouden of gefokt worden en die daardoor een globale afvoer van vervuilende stoffen tot stand brengen die lager is dan een door de regering vastgesteld cijfer en die noch permanente dierentuinen of -parken zijn.Voor de toepassing van de artikelen 275 tot en met 316 wordt dat water gelijkgesteld met huishoudelijk afvalwater, behoudens door de regering toegestane afwijking; 41° "huishoudelijk afvalwater" :
  1. a)het water dat enkel bevat : - water afkomstig van sanitaire installaties; - water afkomstig uit keukens; - water afkomstig van de schoonmaak van gebouwen zoals woningen kantoren, ruimtes voor klein- of groothandel, schouwburgen, kazernes, campings, gevangenissen, onderwijsinrichtingen met of zonder internaat, hospitalen, klinieken en andere inrichtingen waar niet-besmettelijke zieken ondergebracht zijn en verzorgd worden, zwembaden, hotels, restaurants, drankslijterijen, kapsalons; - water afkomstig van de thuis verrichte huishoudelijke was; - water afkomstig van de reiniging van niet van motoren voorziene rijtuigen (fietsen, tandems, driewielers enz) en van rijwielen met hulpmotoren (cyclinderinhoud die de 50 cm3 niet te boven gaat); - water afkomstig van de reiniging van minder dan tien voertuigen en hun aanhangwagens per dag (zoals voertuigen, bestelwagens en vrachtwagens, autobussen en autocars, tractoren, motorfietsen), met uitzondering van spoorvoertuigen; - evenals, in voorkomend geval, regenwater;
  2. b)afvalwater afkomstig van wasinrichtingen waarvan de wasmachines uitsluitend door de klanten worden gebruikt;
  3. c)afvalwater afkomstig van fabrieken, werkplaatsen, opslagplaatsen en laboratoria die minder dan zeven personen tewerkstellen, behalve indien de overheid die bevoegd is voor de toekenning van de milieuvergunning of de milieuverklaring ontvangt, oordeelt dat het afvalwater schadelijk is voor de riolering en/of voor de normale werking van een waterzuiveringsstation of het milieu dat het afvalwater ontvangt en dat niet als bij de klasse van het huishoudelijk afvalwater mag worden ondergebracht;42° "industrieel afvalwater" : ander afvalwater dan huishoudelijk afvalwater en afvalwater uit landbouw;43° "openbare riolering" : openbare waterafvoerwegen, bestaande uit ondergrondse leidingen bestemd voor de opvang van afvalwater;44° "zuivering" : primaire, secundaire of gepaste afvalwaterbehandeling, voor lozing ervan in een stroomgebied, met het oog op de inachtneming van de normen en voorschriften met betrekking tot het stedelijk afvalwater en met het oog op het bekomen, in het ontvangende milieu, van water dat beantwoordt aan de dwingende waarden of aan de richtwaarden, overeenkomstig de bepalingen betreffende het ontvangende water;45° "oppervlaktewatertoestand" : de algemene aanduiding van de toestand van een oppervlaktewaterlichaam, bepaald door de ecologische en de scheikundige toestand ervan, en wel door de slechtste van beide toestanden;46° "grondwatertoestand" : de algemene aanduiding van de toestand van een grondwaterlichaam, bepaald door de ecologische en de scheikundige toestand ervan, en wel door de slechtste van beide toestanden;47° "scheikundige toestand van oppervlaktewater" : de aanduiding van de concentratie aan verontreinigende stoffen in het water, het sediment of de levende wezens;48° "scheikundige toestand van grondwater" : de aanduiding van de geleidbaarheid en van de concentraties aan verontreinigende stoffen in een grondwaterlichaam;49° "ecologische toestand" : de aanduiding van de kwaliteit van de structuur en van het functioneren van de aquatische ecosystemen die met het oppervlaktewater geassocieerd zijn;50° "kwantitatieve toestand" : de aanduiding van de mate waarin een grondwaterlichaam door directe of indirecte wateronttrekking beïnvloed wordt;51° "ambtenaar belast met de invordering" : de ambtenaar die in het ambt van de "ontvanger der belastingen en retributies" is geïnstalleerd bij het secretariaat-generaal van het ministerie van het Waalse Gewest, Afdeling Thesaurie;52° "sociaal waterfonds" : het financiële mechanisme omschreven in de artikelen 237 tot en met 251 waaraan de verdelers, de openbare centra voor maatschappelijk welzijn en de "Société publique de Gestion de l'Eau" een bijdrage leveren;53° leveranciers :
  4. a)de uitbater van een openbaar net voor de waterdistributie via waterleidingen;
  5. b)de uitbater van een privé-wateraansluitpunt waardoor de verbruikers via waterleidingen bevoorraad kunnen worden zonder dat een openbaar waterleidingennet ingeschakeld wordt;
  6. c)de operator die water verstrekt met een watertankwagen of -boot;54° "slijk" : de stof voortgebracht bij het schoonmaken van een septische put;55° "woning" : individuele woning in de zin van artikel 1, 4°, van de Waalse Huisvestingscode;56° "meer" : een massa stilstaand landoppervlaktewater;57° "kunstmatig waterlichaam" : oppervlaktewaterlichaam dat tot stand komt door de menselijke bedrijvigheid;58° "oppervlaktewaterlichaam" : een onderscheiden oppervlaktewater van aanzienlijke omvang, zoals een meer, een reservoir, een rivier, een stroom of een kanaal, een deel van een rivier, een stroom of een kanaal, overgangswater of een strook kustwater;59° "sterk veranderd waterlichaam" : oppervlaktewaterlichaam dat door fysische kwaliteitswijzigingen ingevolge de menselijke bedrijvigheid wezenlijk is veranderd van aard, zoals aangewezen door de stroomgebiedsoverheid;60° "grondwaterlichaam" : een afzonderlijke grondwatermassa binnen één of meerdere watervoerende lagen;61° "algemene beschermingsmaatregelen" : maatregelen ter bescherming van het grondwater en het tot drinkwater verwerkbaar water, geldend voor het gehele grondgebied van het Waalse Gewest;62° "milieukwaliteitsnorm" : de concentratie van een bepaalde verontreinigende stof of groep van verontreinigende stoffen in water, sediment of biota die om de menselijke gezondheid en het leefmilieu te beschermen, niet overschreden mag worden;63° "kennisgeving" : het versturen van een procedureakte als origineel of als afschrift, bij ter post aangetekend schrijven;64° "leefmilieudoelstellingen" : doelstellingen vervat in artikel 22;65° "waterwinningswerken" : alle putten, waterwinningen, draineringen en, in het algemeen, alle werken en installaties die als doel of gevolg het winnen van water hebben, met inbegrip van de waterwinningspunten bij het ontspringen van bronnen;66° "verontreinigende stof" : elke stof die tot verontreiniging kan leiden;67° "verontreinging" : de directe of indirecte inbreng door menselijke activiteiten van stoffen of warmte in lucht, water of bodem die de gezondheid van de mens of de kwaliteit van aquatische ecosystemen of van rechtstreeks van aquatische ecosystemen afhankelijke terrestrische ecosystemen kunnen aantasten, schade berokkenen aan materiële goederen dan wel de belevingswaarde van het milieu of ander rechtmatig milieugebruik aantasten of daaraan in de weg staan;68° "ecologisch potentieel" : de toestand van een sterk veranderde of kunstmatig waterlichaam dat overeenkomstig de krachtens artikel 22, § 7, door de regering getroffen bepalingen bij een klasse is ondergebracht;69° "waterwinning" : waterwinningsverrichting, met inbegrip van het uitputten van toevallige toevloeiingen;70° "aansluiting" : geheel der waterleidingen en instrumenten voor de waterbevoorrading van een pand, vanaf de waterwinning op de moederleiding van de verdeler tot en met de meter;71° "belastingplichtige" : elke persoon die waterhoeveelheden afneemt die krachtens artikel 252 onderhevig zijn aan een retributie of een bijdrage;72° "rivier" : binnenwaterlichaam dat voor het merendeel op het bodemoppervlak stroomt, maar dat eveneens op een deel van zijn traject ondergronds kan stromen;73° "dienstverlening" : geheel der technische en bestuurlijke handelingen met het oog op het waarborgen van de openbare waterverdeling;74° "waterdiensten" : alle diensten die ten behoeve van de huishoudens, openbare instellingen of andere economische actoren voorzien in :
  7. a)onttrekking, opstuwing, opslag, behandeling en distributie van oppervlakte- of grondwater;
  8. b)installaties voor de verzameling en behandeling van afvalwater, die daarna in oppervlaktewater lozen;75° "betekening" : de afgifte bij gerechtsdeurwaardersexploot van een afschrift van de akte; 76° "S.P.G.E." : de "Société publique de Gestion de l'Eau" (Openbare Maatschappij voor Waterbeheer); 77° "deelstroomgebied" : het gebied vanwaar al het over het oppervlak lopende water een reeks stromen, rivieren en eventueel meren volgt, tot een bepaald punt in een waterloop (gewoonlijk een meer of een samenvloeiing van rivieren);78° "Waals deelstroomgebied" : het deel van een Waals stroomgebied zoals bedoeld in artikel 7;79° "gevaarlijke stoffen" : de stoffen of groepen van stoffen die giftig, persistent en bioaccumuleerbaar zijn, en andere stoffen of groepen van stoffen die aanleiding geven tot evenveel bezorgdheid;80° "prioritaire gevaarlijke stoffen" : stoffen aangewezen door de regering;81° "prioritaire stoffen" : stoffen aangewezen door de regering;82° "gebruiker" : elke persoon die de dienstverlening openbare waterverdeling geniet als bewoner van een aangesloten pand;83° "watergebruik" : de waterdiensten, evenals elke andere activiteit geïdentificeerd volgens de bewoordingen van de omschrijving vereist krachtens artikel 17, met significante gevolgen op de toestand van het water;84° "richtwaarden" : parametrische waarden waaraan het oppervlaktewater in een bepaald gebied conform dient te zijn binnen een niet nader bepaalde termijn;85° "dwingende waarden" : parametrische waarden waaraan het oppervlaktewater in een bepaald gebied conform dient te zijn ofwel onmiddellijk ofwel binnen een nader bepaalde termijn;86° "emissiegrenswaarden" : de in bepaalde specifieke parameters uitgedrukte massa, de concentratie en/of het niveau van een emissie die tijdens één of meerdere vastgestelde periodes niet overschreden mag worden.De emissiegrenswaarden kunnen eveneens voor bepaalde groepen, families of categorieën van stoffen vastgesteld worden; 87° "parametrische waarden" : metingen van verschillende kenmerken van een parameter;88° "kunstmatige afvloeiingswegen" : riolen, grachten of waterleidingen die bestemd zijn voor het afvloeien van regenwater of gezuiverd afvalwater;89° "waterwegen" : eigenlijke waterwegen, bestaande uit een door de regering bij de bevaarbare waterwegen ondergebrachte waterloop of een kanaal, de bijhorigheden ervan, bestaande uit de gronden, de kunstwerken en de constructies die bestemd zijn om er in het onderhoud, het gebruik of de uitbating van te voorzien, evenals die welke bijdragen aan het waterstelsel of die voor het voorbijvaren van de boten dienen.De waterwegen houden eveneens de stuwdammen en bijhorigheden in; 90° "gebied" : in de zin van artikel 218, deel van het grondgebied dat geen agglomeratie uitmaakt, maar in een deelstroomgebied gelegen is en voldoende homogeen is om er een saneringsregeling door te voeren;91° "gebied van tot drinkwater verwerkbaar water" : gebied voor de bescherming van tot drinkwater verwerkbaar water vastgesteld krachtens artikel 156;92° "verdelingsgebied" : geografisch gebied waarin het voor menselijke consumptie bestemde water afkomstig is van één of meerdere bronnen en waarin de kwaliteit als éénvormig wordt beschouwd;93° "waterwinningsgebied" : geografisch gebied waarin de werken voor waterwinning aan de oppervlakte geïnstalleerd zijn;94° "preventiegebied" : geografisch gebied waarin elke verontreinigende stof de waterwinning kan binnendringen zonder dat die stof op voldoende wijze afgebroken of opgelost kan worden zonder dat hij doeltreffend gerecupereerd kan worden;95° "bewakingsgebied" : geografisch gebied dat het bevoorradingsbekken al dan niet gedeeltelijk omvat en het hydrogeologisch bekken, of deel ervan, dat een bestaand of eventueel waterwinningsgebied zou kunnen bevoorraden. Titel III. - Adviesinstanties HOOFDSTUK I. - Wateradviescommissie Art. 3.§ 1. Er wordt een wateradviescommissie opgericht waarvan de Regering de samenstelling en de werking vaststelt alsmede het bedrag van de eventuele vergoedingen en aanwezigheidsgeld. De commissie brengt advies uit over alle decreetontwerpen betreffende het waterbeleid en reglementaire besluitontwerpen die ter uitvoering van de bepalingen van dit boek alsook in de andere gevallen bedoeld in dit boek, worden genomen. Ze kan, op eigen initiatief, adviezen verlenen aan de Regering over het waterbeleid en bijdragen tot de samenhang van de aanpak in het Waalse Gewest wat het geïntegreerd en globaal waterbeheer betreft. § 2. De commissie omvat leden, benoemd uit de door de organisaties voorgedragen gegadigden die representatief zijn voor : - de industrie, de handel en de middenstand; - de landbouwers en de veehouders; - de werknemers; - de vissers; - de verbruikers; - de riviercontracten; - de steden en gemeenten; - de operatoren van de antropogene watercyclus; alsmede leden, benoemd uit de door de federaties voor de zwemsport en de vrijetijdsbesteding in de sector van de watersport en door de verenigingen voor de bescherming van het leefmilieu voorgestelde gegadigden. De voorzitter en de twee ondervoorzitters van de commissie kunnen buiten de in het eerste en het tweede lid vermelde personen om worden aangewezen. § 3. De Regering stelt de termijn vast waarbinnen de adviezen van de commissie moeten worden gegeven bij ontstentenis waarvan het advies geacht wordt gunstig te zijn. HOOFDSTUK II. - Comité voor watercontrole Art. 4.§ 1. Er wordt een Comité voor watercontrole ingesteld, dat via zijn adviezen ervoor moet zorgen dat de prijs van het water gebaseerd wordt op het algemeen belang en het waterbeleid gevoerd in het Waalse Gewest en het in rekening nemen van de reële kostprijs. Dit Comité zorgt voor de toepassing door de operatoren van de antropogene watercyclus van de bepalingen bedoeld in de artikelen 194 tot 209, 228 tot 233, 417 tot 419, 443 en 444, en van de reglementaire bepalingen die krachtens deze genomen worden. § 2. Het Controlecomité bestaat uit veertien gewone en veertien plaatsvervangende leden benoemd door de Regering, waaronder : 1° vier vertegenwoordigers van de gemeenten gekozen uit een dubbeltal dat voorgedragen wordt door de "Union des villes et communes de Wallonie";2° twee vertegenwoordigers van het Gewest;3° twee vertegenwoordigers van de verbruikers gekozen uit een dubbeltal dat voorgedragen wordt door de centrale Raad voor de consumptie; 4° zes vertegenwoordigers gekozen uit een dubbeltal dat voorgedragen wordt door de "C.E.R.S.W." (Sociaal-economische Raad van het Waalse Gewest). Bovendien wonen de volgende personen het Controlecomité bij : 1° twee vertegenwoordigers van de "S.P.G.E." (Openbare Maatschappij voor Waterbeheer); 2° twee vertegenwoordigers van de producenten en twee vertegenwoordigers van de door de in artikel 333, § 2, 4°, van het decreet bedoelde handelsvennootschap aangewezen zuiveringsinstellingen. De hoedanigheid van lid van de Raad van bestuur van de "S.P.G.E." of van lid van het Comité van de deskundigen is onverenigbaar met die van lid van het Comité voor controle op het waterbeheer. § 3. Elke prijswijziging van het water wordt noodzakelijkerwijze voorgelegd voor advies aan het controlecomité vóór elke andere procedure opgelegd door andere wetgevingen. Het controlecomité beschikt over dertig dagen om een advies in te dienen. Bij verstrijken van deze termijn wordt het advies geacht gunstig te zijn. Het wordt verstuurd ter informatie naar de Algemene Inspectie voor prijs en concurrentie. § 4. De Regering bepaalt de zetel van het Comité, de werkwijze, de duur van de mandaten van zijn leden alsmede het bedrag van de eventueel toegekende vergoedingen en presentiegelden. De leden van het Comité kunnen elk ogenblik ontslagen worden in geval van onmogelijkheid hun ambt uit te oefenen of wegens grove tekortkoming of wanneer ze de hoedanigheid waarvoor ze zijn benoemd, verliezen. § 5. Het secretariaat van het Comité wordt waargenomen door het personeel van de "Conseil économique et social de la Région wallonne", overeenkomstig artikel 4, § 3, van het decreet van 25 mei 1983 tot wijziging van de kaderwet van 15 juli 1970, houdende organisatie van de planning en economische decentralisatie en tot oprichting van een economische en sociale Raad van het Waalse Gewest. Titel IV. - Kostenterugwinning voor waterdiensten Art. 5.Het Waalse Gewest houdt rekening met het beginsel van terugwinning van de kosten van waterdiensten, inclusief milieukosten en kosten van de hulpbronnen. De lidstaten kunnen daarbij de sociale effecten, de milieueffecten en de economische effecten van de kostenterugwinning voor waterdiensten, inclusief milieukosten en kosten van de hulpbronnen, alsmede de geografische en klimatologische omstandigheden van de betrokken gebieden in acht nemen. Art. 6.De stroomgebiedsoverheid zorgt er tegen het jaar 2010 voor om aan de wetgever de aangepaste voorstellen te doen zodat : 1° het waterprijsbeleid adequate prikkels bevat voor de gebruikers om de watervoorraden efficiënt te benutten, en daardoor een bijdrage te leveren aan de milieudoelstellingen bedoeld in artikel 22;2° de diverse watergebruikssectoren, ten minste onderverdeeld in huishoudens, bedrijven en landbouw, een redelijke bijdrage leveren aan de terugwinning van kosten van waterdiensten, die gebaseerd is op de economische analyse uitgevoerd volgens artikel 17 en rekening houdt met het beginsel dat de vervuiler betaalt. Deel II. - Geïntegreerd beheer van de natuurlijke watercyclus Titel I. - Districten, stroomgebieden en deelstroomgebieden HOOFDSTUK I. - Samenstelling van de Waalse stroomgebieden en deelstroomgebieden Art. 7.Er bestaan in het Waalse Gewest vier stroomgebieden en vijftien deelstroomgebieden : 1° het stroomgebied van de Maas dat de deelstroomgebieden bevat van de Maas stroomopwaarts, de Maas stroomafwaarts, de Samber, de Ourthe, de Amblève, de Semois-Chiers, de Vesder en de Lesse;2° het stroomgebied van de Schelde dat de deelstroomgebieden bevat van de Schelde-Leie, de Dender, de Dijle-Gete, de Haine en de Zenne;3° het stroomgebied van de Seine dat het deelstroomgebied bevat van de Oise;4° het stroomgebied van de Rijn dat het deelstroomgebied bevat van de Moezel. Art. 8.§ 1. Voor elk deel van een internationaal stroomgebiedsdistrict in het Waalse Gewest wordt een Waals stroomgebied opgericht. De delen van de internationale stroomgebiedsdistricten op het grondgebied van het Waalse Gewest bestaan respectievelijk uit het Waalse stroomgebied van de Maas, de Schelde, de Seine en de Rijn. § 2. Elk Waals stroomgebied kan bestaan uit één of meerdere Waalse deelstroomgebieden die overeenkomen met de deelstroomgebieden opgesomd in artikel 7. Art. 9.Het grondwater dat niet volledig het stroomgebied van de Maas, Schelde, Seine of Rijn volgt, wordt door de Regering bepaald en toegewezen aan het dichtstbijgelegen of het meest geschikte Waalse stroomgebied. HOOFDSTUK II. - Samenstelling van de internationale stroomgebiedsdistricten Art. 10.Het stroomgebied van de Maas wordt toegewezen aan het internationaal stroomgebiedsdistrict van de Maas. Het stroomgebied van de Schelde wordt toegewezen aan het internationaal stroomgebiedsdistrict van de Schelde. Het stroomgebied van de Seine wordt toegewezen aan het internationaal stroomgebiedsdistrict van de Seine. Het stroomgebied van de Rijn wordt toegewezen aan het internationaal stroomgebiedsdistrict van de Rijn. HOOFDSTUK III. - Bevoegde overheid Art. 11.§ 1. Voor elk Waals stroomgebied heeft een stroomgebiedsoverheid als opdracht te helpen bij de toepassing van de regels van de artikelen 5, 6, 16 tot 19, 22 tot 24, 26 tot 30, 160 en 168 of van elke relevante wetgeving en de maatregelen voor deze toepassing te coördineren. De stroomgebiedsoverheid kan binnen de perken en de voorwaarden van de artikelen 16 tot 19, 23, 24, 26 tot 28 en 168, haar opdrachten vervullen in elk Waals deelstroomgebied. § 2. Voor elk Waals stroomgebied oefent de Regering de opdrachten uit van de stroomgebiedsoverheid. § 3. De Regering brengt de Europese Commissie op de hoogte van deze toewijzing alsmede van de toewijzing van elke internationale instelling waaraan het Waalse Gewest deelneemt. § 4. De Regering brengt de Europese commissie op de hoogte van elke wijziging van de gegevens verleend overeenkomstig het vorig paragraaf binnen drie maanden na de inwerkingtreding van deze wijziging. § 5. De Regering kan een coördinatieplatform oprichten voor het uitvoeren van de bepalingen van dit boek, ze bepaalt de werkingsmodaliteiten ervan. Dit platform omvat de betrokken administraties, de vertegenwoordigers van de Regering, AQUAWAL, de S.P.G.E. en de wetenschappelijke excellentiecentra. Het brengt regelmatig de wateradviescommissie op de hoogte van de resultaten van zijn werkzaamheden of studies. HOOFDSTUK IV. - Internationale coordinatie Art. 12.§ 1. Binnen de perken van zijn bevoegdheden onderhandelt en sluit het Waalse Gewest de internationale en interregionale akkoorden af die noodzakelijk zijn voor de oprichting en organisatie van de internationale stroomgebiedsdistricten. § 2. Het bevordert de internationale en interregionale coördinatie die noodzakelijk is voor het vervullen van de verplichtingen opgelegd bij de richtlijn 2000/60/EG van het Europees Parlement en de Raad van 23 oktober 2000 tot vaststelling van een kader voor communautaire maatregelen betreffende het waterbeleid. Art. 13.De Regering treft de nuttige reglementen en beslissingen met het oog op het bijeenbrengen van de inlichtingen die noodzakelijk zijn voor het opstellen van de bescheiden die aan de internationale instellingen ter kennis moeten worden gebracht. Art. 14.De Regering bepaalt de regels voor de samenstelling van de afvaardiging van de Waalse Regering bij de Internationale Scheldecommissie. Art. 15.De Regering bepaalt de regels voor de samenstelling van de afvaardiging van de Waalse Regering bij de Internationale Maascommissie. Titel II. - Beschrijvende toestand van het stroomgebied HOOFDSTUK I. - Kenmerken van het Waalse stroomgebied, beschrijving van de gevolgen van de menselijke activiteit op het milieu en economische analyse van het waterverbruik Art. 16.Om een beschrijvende toestand van de waterhulpbronnen op te maken, bepaalt de stroomgebiedsoverheid de ligging en de grenzen van de oppervlaktewaterlichamen, het grondwater en de grondwaterlichamen die deel uitmaken van de Waalse stroomgebieden. De stroomgebiedsoverheid kan beginnen met de bepaling van de ligging en de grenzen van de oppervlaktewaterlichamen, het grondwater en de grondwaterlichamen die deel uitmaken van de Waalse deelstroomgebieden. Deze gegevens worden daarna samengevoegd en, in voorkomend geval, aangepast om de ligging en de grenzen te bepalen van de oppervlaktewaterlichamen, het grondwater en de grondwaterlichamen die deel uitmaken van de Waalse stroomgebieden. Art. 17.§ 1. In elk Waals stroomgebied maakt de stroomgebiedsoverheid een beschrijvende toestand op. Deze toestand bevat 1° een analyse van de kenmerken van het Waalse stroomgebied;2° een beschrijving van de effecten van menselijke activiteiten op de toestand van het oppervlaktewater en op het grondwater;3° een economische analyse van het watergebruik;4° de saneringsplannen bedoeld in artikel 218;5° het wettelijk en reglementair kader, met inbegrip van een voorstelling van de maatregelen die reeds van toepassing zijn in het Waalse stroomgebied zoals bedoeld in titel VII. § 2. De analyse van de kenmerken van het oppervlaktewater betreft o.a. : 1° de indeling van de oppervlaktewaterlichamen in de categorieën "rivieren" of "meren";2° de bepaling van de sterk gewijzigde of kunstmatige oppervlaktewaterlichamen;3° de verdeling van de waterlichamen in soorten voor elk categorie waterlichaam;4° de bepaling van de referentievoorwaarden die kenmerkend zijn voor elke soort oppervlaktewaterlichamen. § 3. De analyse van de kenmerken van het grondwater betreft o.a. : 1° een initiële karakterisering van alle grondwaterlichamen om hun gebruik te evalueren en de mate waarin zij niet aan de leefmilieudoelstellingen kunnen beantwoorden zoals bedoeld in artikel 22;2° een meer gedetailleerde karakterisering van de grondwaterlichamen die de leefmilieudoelstellingen niet kunnen halen zoals bedoeld in artikel 22 om een meer nauwkeurige evaluatie van de risico-omvang vast te leggen. § 4. De stroomgebiedsoverheid kan beginnen met de opmaak van de beschrijving van elk Waals deelstroomgebied. De gegevens worden daarna samengevoegd en, in voorkomend geval, aangepast om de beschrijving van het Waalse stroomgebied samen te stellen. § 5. De Regering bepaalt de inhoud van de analyse van de kenmerken van het Waalse stroomgebied en de beschrijving van de invloed van de menselijke activiteit op de toestand van het oppervlaktewater en het grondwater, alsmede de procedures en de technische bepalingen noodzakelijk voor hun uitwerking. De Regering bepaalt ook de inhoud van de economische analyse van het watergebruik. § 6. De Regering kan optimaliseringsonderzoeken van het geïntegreerde beheer van de stroomgebieden of deelstroomgebieden uitvoeren. § 7. De beschrijving van de invloed van de menselijke activiteit en de analyses bedoeld in paragraaf 1 moeten om de zes jaar door de stroomgebiedsoverheid herbekeken worden en zo nodig bijgewerkt worden. Art. 18.In elk Waals stroomgebied zorgt de stroomgebiedsoverheid voor het aanleggen van één of meer registers van elk beschermd gebied in het Waalse deelstroomgebied. De Regering bepaalt de inhoud van het register van beschermde gebieden. De stroomgebiedsoverheid kan beginnen met het aanleggen van één of meer registers van elk beschermd gebied in elk Waals deelstroomgebied. Deze gegevens worden vervolgens samengevoegd en, in voorkomend geval, aangepast om het register van elk beschermd gebied van het Waalse stroomgebied te vormen. De registers van de beschermde gebieden worden uiterlijk één jaar na de inwerkingtreding van dit wetboek opgesteld en worden door de stroomgebiedsoverheid voortdurend gevolgd en bijgewerkt. HOOFDSTUK II. - Programma voor de monitoring en noodmaatregelen Art. 19.§ 1. De stroomgebiedsoverheid draagt zorg voor de opstelling van één of meer programma's voor de systematische monitoring van de toestand van het oppervlaktewater, grondwater en de beschermde gebieden, teneinde een samenhangend en bijgewerkt totaalbeeld te krijgen van de watertoestand binnen het Waalse stroomgebied. De Regering bepaalt de inhoud, de procedures en de technische bepalingen die nodig zijn voor de oprichting van het monitoringsprogramma. § 2. Voor het oppervlaktewater houden die programma's voor de monitoring in : 1° ecologische en chemische toestand en ecologisch potentieel;2° volume en niveau of snelheid van stroming, voorzover van belang voor ecologische en chemische toestand en het ecologische potentieel. Voor grondwater houden die programma's monitoring van de chemische en de kwantitatieve toestand in. Als dit water zich bevindt in een beschermd gebied, worden de programma's voor monitoring aangevuld met de bepalingen in de wetgeving krachtens welke het beschermde gebied is ingesteld. § 3. De stroomgebiedsoverheid kan beginnen met het uitwerken van één of meer programma's voor de monitoring van de watertoestand en van de beschermde gebieden in elk Waals deelstroomgebied. Deze gegevens worden samengevoegd en, in voorkomend geval, aangepast voor de uitwerking van één of meer programma's voor de monitoring van de watertoestand en de beschermde gebieden van het Waalse stroomgebied. § 4. De programma's voor monitoring bedoeld in paragraaf 1 zijn uiterlijk op 22 december 2006 operationeel. Art. 20.De Regering kan ambtenaren en agenten belasten met het houden van toezicht op het water. De Regering kan tevens, bij besluit of overeenkomst, openbare personen, met inbegrip van de in overeenstemming met artikel 343 erkende zuiveringsinstellingen, met opdrachten voor het houden van toezicht belasten. De Regering kan, bij overeenkomst, aan privé-personen taken of opdrachten toevertrouwen die noodzakelijk zijn voor de uitoefening van het toezicht op het water. Zij bepaalt, bij besluit, de voorwaarden waaraan deze privé-personen moeten beantwoorden om met deze taken of opdrachten te worden belast. Art. 21.§ 1. In geval van een ernstige en plotselinge vervuiling van het water of een onmiddellijke bedreiging van een ernstige vervuiling kan de Regering ambtshalve alle noodzakelijke maatregelen treffen om de vervuiling te voorkomen of te verminderen; zij kan tevens de gouverneur van de provincie of de burgemeester belasten met het treffen van de spoedeisende maatregelen die door haar aan hen worden aangeduid. De Regering stelt de datum vast waarop de spoedeisende maatregelen aflopen; zij kan verschillende data vaststellen voor bepaalde of elk van de maatregelen die zij heeft getroffen of voorgeschreven. De Regering kan de gouverneur van de provincie of de burgemeester belasten de datum vast te stellen waarop de spoedeisende maatregelen aflopen die door hen krachtens lid één zijn getroffen. § 2. De Regering kan, volgens de modaliteiten van een reglement dat door haar wordt opgesteld, terugvorderbare voorschotten aan de autoriteiten toekennen die, krachtens paragraaf één, ermee zijn belast spoedeisende maatregelen te treffen. § 3. De Regering kan een dienst voor onmiddellijke tussenkomsten oprichten waarvan zij de organisatie en de opdrachten regelt. De Regering kan de deelneming voorzien van de overheden die aan deze dienst ondergeschikt zijn gemaakt. Zij kan tevens overeenkomsten met particulieren of ondernemingen afsluiten voor het verzekeren van bepaalde taken die tot haar opdracht behoren. Titel III. - Leefmilieudoelstellingen Art. 22.§ 1. Bij de tenuitvoerlegging van het in het stroomgebiedsbeheerplan omschreven maatregelenprogramma zal het stroomgebied bijdragen tot de verwezenlijking van de doelstellingen bepaald in artikel 1 en, in het bijzonder zorgen voor : 1° voor oppervlaktewateren :
  9. a)het voorkomen van de achteruitgang van de toestand van alle oppervlaktelichamen;
  10. b)het beschermen, verbeteren en herstellen van alle oppervlaktewateren met de bedoeling uiterlijk 22 december 2015 een goede toestand van het oppervlaktewater te bereiken;
  11. c)het beschermen en verbeteren van alle kunstmatige en sterk veranderde waterlichamen, met de bedoeling uiterlijk 22 december 2015 een goed ecologisch potentieel en een goede chemische toestand van het oppervlaktewater te bereiken;d. het geleidelijk verminderen van de verontreiniging door prioritaire stoffen en het stopzetten of geleidelijk beëindigen van de emissies, lozingen en verliezen van gevaarlijke prioritaire stoffen;
  12. e)de beheersing van de emissies in oppervlaktewateren overeenkomstig de gecombineerde aanpak;2° voor grondwater :
  13. a)het voorkomen of beperken van de inbreng van verontreinigende stoffen in het grondwater;
  14. b)het voorkomen van de achteruitgang van de toestand van alle grondwaterlichamen;
  15. c)het beschermen, verbeteren en herstellen van alle grondwaterlichamen en zorgen voor een evenwicht tussen onttrekking en aanvulling van grondwater, met de bedoeling uiterlijk 22 december 2015 een goede grondwatertoestand te bereiken;
  16. d)het ombuigen van elke significante en aanhoudende stijgende tendens van de concentratie van een verontreinigende stof ten gevolge van menselijke activiteiten, teneinde de grondwaterverontreiniging geleidelijk te verminderen;3° voor beschermde gebieden vastgesteld krachtens artikel 18, op uiterlijk 22 december 2015, het voldoen aan alle normen en doelstellingen, voorzover niet anders bepaald in de wetgeving waaronder het betrokken beschermde gebied is ingesteld. § 2. De goede toestand van het water moet op 22 december 2015 bereikt worden, onder voorbehoud van toepassing van de uitzonderingen bedoeld in de paragrafen 5, 6, 7, 8 en 9. De Regering bepaalt, voor elk soort waterlichaam, de algemene criteria van de goede toestand en de theoretische grenzen die de toestand "zeer goed" van de toestanden "goed", "matig", "ontoereikend" en "slecht" scheiden. Deze bepalingen hebben bindende kracht. De Regering bepaalt ook de presentatieregels van de watertoestand. De stroomgebiedsoverheid bepaalt in het beheersplan de specifieke referentievoorwaarden voor elk soort waterlichaam, teneinde de goede toestand omschreven krachtens het vorig lid te bereiken en, desgevallend, de waarden nader te bepalen die de toestand "zeer goed" van de toestanden "goed", "matig", "ontoereikend" en "slecht" scheiden. § 3. Wanneer meer dan één van de leefmilieudoelstellingen betrekking heeft op een waterlichaam, is de strengste van toepassing. § 4. De stroomgebiedsoverheid gaat maatregelen invoeren ter vermindering van de concentratie van verontreinigende stoffen in het grondwater op grond van de criteria vastgelegd door de Europese gemeenschap of, bij gebrek aan dergelijke criteria, op grond van aangepaste criteria die ze voor 22 december 2005 vastlegt. Bij gebrek aan door de stroomgebiedsoverheid aangenomen criteria geldt voor de ombuiging van de stijgende tendens als beginpunt een maximum van 75 % van het niveau van de in de bestaande communautaire wetgeving vastgestelde kwaliteitsnormen voor grondwater. Deze maatregelen worden ten uitvoer gelegd onder voorbehoud van de toepassing van de afwijkingen bedoeld in de paragrafen 8 en 9 en onverminderd de toepassing van paragraaf 11. § 5. De stroomgebiedsoverheid kan voor bepaalde waterlichamen leefmilieudoelstellingen aanwijzen waarvan de verwezenlijking na 2015 zal plaatsvinden, mits de toestand van het betrokken waterlichaam niet verder verslechtert en wanneer aan alle navolgende voorwaarden wordt voldaan : 1° de verlenging van de termijn komt ten minste overeen met één van de drie volgende redenen :
  17. a)de vereiste verbeteringen van de toestand van de waterlichamen zijn technisch slechts haalbaar in periodes die de gestelde termijn overschrijden;
  18. b)de verwezenlijking van de verbeteringen binnen de termijn zou onevenredig kostbaar zijn;
  19. c)de natuurlijke omstandigheden beletten een tijdige verbetering van de toestand van het waterlichaam;2° de verlenging van de termijn en de redenen daarvoor worden in het Waalse stroomgebiedsbeheersplan specifiek vermeld en toegelicht;3° verlengingen worden beperkt tot maximaal twee bijwerkingen van het Waalse stroomgebiedsbeheersplan, behalve wanneer de natuurlijke omstandigheden van dien aard zijn dat de doelstellingen niet binnen die termijn kunnen worden bereikt;4° in het Waalse stroomgebiedsbeheersplan wordt een overzicht gegeven van de ingevolge artikel 23 vereiste maatregelen die noodzakelijk worden geacht om de waterlichamen vóór het verstrijken van de verlengde termijn geleidelijk in de vereiste toestand te brengen, de redenen voor significante vertraging bij de operationalisering van deze maatregelen, alsmede het vermoedelijke tijdschema voor de uitvoering ervan.In de bijwerkingen van het Waalse stroomgebiedsbeheersplan wordt een evaluatie van de uitvoering van die maatregelen opgenomen, alsmede een overzicht van eventuele extra maatregelen. § 6. De stroomgebiedsoverheid mag voor specifieke waterlichamen minder strenge leefmilieudoelstellingen vaststellen, wanneer die lichamen in een zodanige mate door menselijke activiteiten zijn aangetast of hun natuurlijke gesteldheid van dien aard is dat het bereiken van die doelstellingen niet haalbaar of onevenredig kostbaar zou zijn, en aan alle navolgende voorwaarden wordt voldaan : 1° aan de ecologische en sociaal-economische behoeften die door zulke menselijke activiteiten worden gediend, kan niet worden voldaan met andere, voor het milieu aanmerkelijk gunstigere middelen die geen onevenredig hoge kosten met zich brengen;2° de oppervlaktewateren moeten de best mogelijke ecologische en chemische toestand bereiken die haalbaar is, gezien de redelijkerwijs niet te vermijden effecten vanwege de aard van de menselijke activiteiten of verontreiniging;3° de grondwateren mogen zo gering mogelijke veranderingen in de goede grondwatertoestand vertonen, gezien de redelijkerwijs niet te vermijden effecten vanwege de aard van de menselijke activiteiten of verontreiniging;4° er treedt geen verdere achteruitgang op in de toestand van het aangetaste waterlichaam;5° de vaststelling van minder strenge leefmilieudoelstellingen en de redenen daarvoor worden in het Waalse stroomgebiedsbeheersplan specifiek vermeld, en die doelstellingen worden om de zes jaar getoetst. § 7. De stroomgebiedsoverheid mag oppervlaktewaterlichamen als kunstmatig of sterk veranderd aanmerken, indien : 1° de voor het bereiken van een goede ecologische toestand noodzakelijke wijzigingen van de hydromorfologische kenmerken van die lichamen significante negatieve effecten zouden hebben op :
  20. a)het milieu in bredere zin;
  21. b)scheepvaart, met inbegrip van havenfaciliteiten, of recreatie;
  22. c)activiteiten waarvoor water wordt opgeslagen, zoals drinkwatervoorziening, energieopwekking of irrigatie;
  23. d)waterhuishouding, bescherming tegen overstromingen, afwatering;
  24. e)andere even belangrijke duurzame activiteiten voor menselijke ontwikkeling;2° het nuttige doel dat met de kunstmatige of veranderde aard van het waterlichaam gediend wordt, om redenen van technische haalbaarheid of onevenredig hoge kosten redelijkerwijs niet kan worden bereikt met andere, voor het milieu aanmerkelijk gunstiger middelen. Het aanmerken van een waterlichaam als kunstmatig of sterk veranderd en de redenen daarvoor worden uitdrukkelijk vermeld in het Waalse stroomgebiedsbeheersplan en worden om de zes jaar herzien. Voor kunstmatige en sterk veranderde oppervlaktewaterlichamen bepaalt de Regering de algemene criteria van een goed ecologisch potentieel dat op 22 december 2015 bereikt moet worden, onder voorbehoud van de uitzonderingen bedoeld in de paragrafen 5, 6, 8 en 9. De stroomgebiedsoverheid bepaalt in het beheersplan de specifieke referentievoorwaarden waaraan elk kunstmatig of sterk veranderd waterlichaam moet beantwoorden, teneinde het goede ecologische potentieel omschreven krachtens het vorig lid te bereiken en, desgevallend, de grenzen te bepalen die het ecologisch potentieel "goed" van het ecologisch potentieel "matig", "ontoereikend" of "slecht" scheiden. § 8. De stroomgebiedsoverheid kan beslissen dat een tijdelijke achteruitgang van de toestand van waterlichamen wordt toegelaten, indien deze het resultaat is van omstandigheden die zich door een natuurlijke oorzaak of overmacht voordoen of die zijn veroorzaakt door niet te voorziene ongevallen, op voorwaarde dat aan alle navolgende voorwaarden is voldaan : 1°alle haalbare stappen worden ondernomen om verdere achteruitgang van de toestand te voorkomen teneinde het bereiken van de doelstellingen voor andere, niet door die omstandigheden getroffen waterlichamen niet in het gedrang te brengen; 2° de voorwaarden waaronder uitzonderlijke of redelijkerwijs niet te voorziene omstandigheden mogen worden aangevoerd, met inbegrip van de vaststelling van passende indicatoren, worden in het Waalse stroomgebiedsbeheersplan vermeld;3° de maatregelen die in dergelijke uitzonderlijke omstandigheden moeten worden genomen, worden opgenomen in het maatregelenprogramma en mogen het herstel van de kwaliteit van het waterlichaam niet in de weg staan wanneer die omstandigheden niet meer bestaan;4° de gevolgen van uitzonderlijke of redelijkerwijs niet te voorziene omstandigheden worden jaarlijks geëvalueerd, en onder voorbehoud van de redenen zoals uiteengezet in paragraaf 5, 1°, worden alle haalbare maatregelen genomen om het waterlichaam zo snel als redelijkerwijs haalbaar is te herstellen in de toestand waarin het zich bevond voordat de effecten van die omstandigheden intraden, en 5° in de volgende bijwerking van het Waalse stroomgebiedsbeheersplan wordt een overzicht gegeven van de effecten van de omstandigheden en van de maatregelen die zijn of zullen worden genomen. § 9. De stroomgebiedsoverheid kan beslissen om een toelating te verlenen voor het niet bereiken van een goede grondwatertoestand, een goede ecologische toestand, of in voorkomend geval een goed ecologisch potentieel, of het niet-voorkomen van achteruitgang van de toestand van een oppervlakte- of grondwaterlichaam ten gevolge van nieuwe veranderingen van de fysische kenmerken van een oppervlaktewaterlichaam of wijzigingen in de stand van grondwaterlichamen, of voor het niet-voorkomen van de achteruitgang van een zeer goede toestand van een oppervlaktewater naar een goede toestand als deze achteruitgang het gevolg is van nieuwe duurzame activiteiten van menselijke ontwikkeling, en als aan alle volgende voorwaarden is voldaan : 1° alle haalbare stappen worden ondernomen om de negatieve effecten op de toestand van het waterlichaam tegen te gaan;2° de redenen voor die veranderingen of wijzigingen worden specifiek vermeld en toegelicht in het Waalse stroomgebiedsbeheersplan en worden om de zes jaar getoetst;3° de redenen voor die veranderingen of wijzigingen zijn van hoger openbaar belang of de nut ervan voor de gezondheid van de mens, de handhaving van de veiligheid van de mens of duurzame ontwikkeling is belangrijker dan de verwezenlijking van leefmilieudoelstellingen vastgelegd in het eerste paragraaf;4° het nuttige doel dat met die veranderingen of wijzigingen wordt gediend, kan vanwege technische haalbaarheid of onevenredig hoge kosten niet worden bereikt met andere, voor het milieu aanmerkelijk gunstigere middelen. § 10. De stroomgebiedsoverheid oefent bevoegdheden uit die opgesomd zijn in de paragrafen 5, 6, 7, eerste lid, 8 en 9 na het inwinnen van het advies van de Wateradviescommissie. Een rapport wordt door de stroomgebiedsoverheid opgesteld om het gebruik van dergelijke bepalingen te rechtvaardigen. § 11.Het bereiken van de leefmilieudoelstellingen in andere waterlichamen wordt niet verhinderd of in gevaar gebracht door de toepassing van dit artikel en is verenigbaar met de toepassing van andere voorschriften inzake milieubescherming. § 12. Stappen moeten worden genomen door de stroomgebiedsoverheid om ervoor te zorgen dat de toepassing van dit artikel, met name de paragrafen 5, 6, 7, 8 en 9 ten minste hetzelfde beschermingsniveau waarborgt als de bestaande wetgeving. Titel IV. - Coördinatie-actie HOOFDSTUK I. - Maatregelenprogramma Art. 23.§ 1. Voor elk Waals stroomgebied wordt door de stroomgebiedsoverheid een maatregelenprogramma opgesteld, teneinde de doelstellingen vastgesteld overeenkomstig artikel 22 te verwezenlijken. § 2. Elk maatregelenprogramma omvat de in paragraaf 3 genoemde "basismaatregelen" en, waar nodig, de in paragraaf 4 genoemde "aanvullende maatregelen". § 3. Elk programma omvat minstens : 1° maatregelen die voor de toepassing van de communautaire wetgeving voor de waterbescherming nodig zijn, met inbegrip van maatregelen die krachtens de in artikel 160 genoemde wetgeving vereist zijn en de maatregelen opgesomd door de regering;2° maatregelen die bijdragen tot de kostenterugwinning voor waterdiensten;3° aangepaste maatregelen voor een efficiënt gebruik van de waterhulpbronnen om hun beschikbaarheid voor de volgende generaties in stand te houden;4° de vereiste maatregelen voor de uitvoering van de saneringsplannen per deelstroomgebied, bedoeld in artikel 218;5° maatregelen om aan de voorschriften van artikel 168 te voldoen, met inbegrip van maatregelen om de waterkwaliteit veilig te stellen teneinde het niveau van de zuivering dat voor de productie van voor menselijke consumptie bestemd water vereist is, te verminderen;6° de beheersingsmaatregelen van de onttrekking van oppervlaktewater en grondwater en de opstuwing van oppervlaktewater.De stroomgebiedsoverheid kan onttrekkingen en opstuwingen die geen significant effect hebben op de watertoestand, van deze beheersingsmaatregelen vrijstellen; 7° beheersingsmaatregelen voor de kunstmatige aanvulling of vergroting van grondwaterlichamen;8° beheersingsmaatregelen voor lozingen door puntbronnen;9° beheersingsmaatregelen voor lozingen door diffuse bronnen;10° maatregelen voor de verwezenlijking van de doelstellingen in geval van significante negatieve effecten vastgesteld door de beschrijving van de effecten, opgesteld overeenkomstig artikel 17;11° een verbod op de rechtstreekse lozing van verontreinigende stoffen in het grondwater;12° maatregelen ter opruiming van de gevaarlijke prioritaire stoffen en voor de progressieve vermindering van de verontreinigende stoffen in het oppervlaktewater;13° maatregelen die nodig zijn ter voorkoming van aanzienlijke lekkage van verontreinigende stoffen uit technische installaties en ter voorkoming en/of beperking van de gevolgen van incidentele verontreiniging, met inbegrip van de passende maatregelen om het risico voor de aquatische ecosystemen te beperken.14° maatregelen ter vermindering van de gevolgen van overstromingen en droogte;15° specifieke maatregelen ter voorkoming en beheersing van grondwaterverontreiniging overeenkomstig de maatregelen vastgesteld door het Europees Parlement en de Raad;16° maatregelen om een geïntegreerd en afgesproken beheer te ontwikkelen via de informatie, de sensibilisatie en de samenwerking van de betrokken actoren en het publiek in de verschillende fasen van de opmaking van de beheersplannen bedoeld in artikel 24. Het maatregelenprogramma wordt opgesteld en bijgewerkt overeenkomstig de artikelen 26 tot 31. De Regering kan regels betreffende de inhoud van het maatregelenprogramma opstellen. Deze maatregelen kunnen, in voorkomend geval, bestaan uit reeds genomen maatregelen ter uitvoering van de bepalingen van de reglementaire en wetgevende teksten toepasselijk op het Waalse Gewest in dit bereik. Voor elke rubriek probeert de stroomgebiedsoverheid het verschil te maken tussen de aan te brengen verbeteringen aan de reeds toepasbare maatregelen in het Waalse stroomgebied en de nieuw te nemen maatregelen. § 4. Elk programma kan aanvullende maatregelen bevatten waarvan de niet-limitatieve lijst door de Regering opgesteld wordt. Zulke maatregelen worden door de stroomgebiedsoverheid gespecificeerd in het maatregelenprogramma als zij aangenomen worden.De stroomgebiedsoverheid kan met het oog op extra bescherming of verbetering van het water nog andere aanvullende maatregelen vaststellen, met inbegrip van maatregelen ter uitvoering van de relevante internationale overeenkomsten, bedoeld in artikel 1. § 5. De stroomgebiedsoverheid kan beginnen met het opstellen van een maatregelenprogramma van elk Waals deelstroomgebied. Deze programma's worden vervolgens samengevoegd en, in voorkomend geval, aangepast om het ontwerp-maatregelenprogramma te vormen en daarna het maatregelenprogramma van elk Waals stroomgebied. § 6. De voorgeschreven bepalingen van het maatregelenprogramma hebben een indicatieve waarde voor de stroomgebiedsoverheid, de gewestelijke administratie, de gewestelijke instellingen van openbaar nut, de particulieren belast met een opdracht van openbare dienst en, in de materies van gewestelijk belang, de provincies, gemeenten en gemeentenverenigingen. § 7. Wanneer uit monitoringsgegevens of andere gegevens blijkt dat de doelstellingen uit hoofde van artikel 22 vermoedelijk niet worden bereikt, zorgt de stroomgebiedsoverheid ervoor dat : 1° de reden van het eventuele falen worden onderzocht;2° de betrokken vergunningen en toestemmingen onderzocht en zo nodig herzien worden;3° de monitoringsprogramma's getoetst en zo nodig bijgesteld worden;4° eventueel noodzakelijke aanvullende maatregelen worden getroffen teneinde die doelstellingen te bereiken, waaronder indien nodig de vaststelling van strengere milieukwaliteitsnormen. Indien deze reden het resultaat zijn van redelijkerwijs niet te voorziene of uitzonderlijke omstandigheden die het gevolg zijn van natuurlijke oorzaken of overmacht, met name omvangrijke overstromingen of lange droogteperioden, kan de stroomgebiedsoverheid bepalen dat aanvullende maatregelen niet haalbaar zijn. § 8. Het maatregelenprogramma van het Waalse stroomgebied kan uitgevoerd worden in elk Waals deelstroomgebied. § 9. Ter uitvoering van de maatregelen uit hoofde van paragraaf 3 worden alle passende stappen ondernomen opdat de verontreiniging van mariene wateren niet toeneemt. Onverminderd de bestaande wetgeving mag de toepassing van maatregelen uit hoofde van paragraaf 3 in geen geval direct of indirect tot meer verontreiniging van oppervlaktewateren leiden. Dit voorschrift is niet van toepassing indien het tot meer verontreiniging van het milieu in zijn geheel zou leiden. § 10. De maatregelenprogramma's worden uiterlijk op 22 december 2009 opgesteld en alle maatregelen dienen uiterlijk op 22 december 2012 operationeel te zijn. De maatregelenprogramma's worden getoetst en zo nodig om de zes jaar bijgesteld door de stroomgebiedsoverheid. HOOFDSTUK II. - Beheersplan Afdeling 1. - Principes Art. 24.§ 1. Een beheersplan van elk Waals stroomgebied wordt door de stroomgebiedsoverheid opgesteld. De Regering bepaalt de inhoud van het beheersplan van het Waalse stroomgebied. Elk plan omvat o.a. : 1° een algemene beschrijving van de kenmerken van het Waalse stroomgebied alsmede een samenvatting van de beschrijving van de gevolgen van de menselijke activiteit op de watertoestand en van de economische analyse;2° de kaarten van de toezichtsnetwerken en de cartografische weergave van de beschermde gebieden;3° een lijst met de vastgestelde leefmilieudoelstellingen voor het Waalse stroomgebied, met inbegrip van de identificatie van de gevallen waarvoor afwijkingen worden toegelaten overeenkomstig artikel 22;4° een samenvatting van het of de maatregelenprogramma('s);5° een samenvatting van de genomen maatregelen voor de informatie of raadpleging van het publiek;6° een balans van het vorig beheersplan. Elk plan bevat, indien nodig, een register en een samenvatting van de beheersplannen opgesteld krachtens paragraaf 2. § 2. De stroomgebiedsoverheid kan beginnen met het opstellen van een beheersplan van elk Waals deelstroomgebied. Deze plannen worden vervolgens samengevoegd en, in voorkomend geval, aangepast om het ontwerp van beheersplan te vormen en vervolgens het beheersplan van het Waalse stroomgebied. § 3. Het beheersplan van het Waalse stroomgebied wordt opgesteld en bijgesteld overeenkomstig de artikelen 26 tot 31. Het wordt uiterlijk op 22 december 2009 bekendgemaakt en wordt om de zes jaar getoetst en bijgesteld door de stroomgebiedsoverheid. § 4. Het beheersplan van het Waalse stroomgebied is vergezeld van gegevens betreffende zijn voorzienbaar effect op de prijs van het water, op de budgettaire gevolgen voor de openbare overheden, zijn voorzienbare effecten uit sociaal, economisch en milieuoogpunt. Art. 25.Het beheersplan bevat een plan van de zuiveringsinstallaties dat de sites vermeld die kunnen dienen voor de vestiging van een zuiveringsstation. De Regering stelt de voorwaarden vast die tot doel hebben de coherentie tussen de ligging van de voor de oprichting van zuiveringsstations bestemde sites en de regels betreffende de ruimtelijke ordening te waarborgen. Ze kan bovendien de criteria en voorwaarden voor de afwijking van de plannen van aanleg en de gemeentelijke plannen van aanleg nader bepalen. Afdeling 2. - Opstellingsprocedure Art. 26.§ 1. Bij de opstelling van het beheersplan bedoeld in artikel 24, § 1, zal de stroomgebiedsoverheid een ontwerp van tijdschema en werkprogramma opstellen, met inbegrip van de vermelding van de te nemen raadplegingsmaatregelen. § 2. Minstens drie jaar vóór de voorziene datum van publicatie van het beheersplan en ten laatste drie jaar vóór 22 december 2009 worden de ontwerpen van tijdschema en werkprogramma per uittreksel bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad en door de stroomgebiedsoverheid onderworpen aan een terinzagelegging van minstens zes maanden. Tegelijk worden door de stroomgebiedsoverheid de ontwerpen van tijdschema en werkprogramma alsook de informatie gebruikt voor de opstelling ervan, ter beschikking gesteld op een internetsite en in elk betrokken Waals deelstroomgebied. § 3. De terinzagelegging wordt aangekondigd in elke gemeente van het Waalse stroomgebied door middel van een aanplakbiljet of van een bericht geplaatst in minstens drie kranten die verspreid worden over heel het grondgebied van het Waalse Gewest waarvan één in de Duitse taal. Indien een gemeente- of reclameblad gratis wordt uitgedeeld aan de bevolking wordt het bericht daarin gepubliceerd. Om een enkel stroomgebiedsbeheersplan voort te brengen, wordt de terinzagelegging ook schriftelijk aangekondigd aan de andere staten of regio's van het internationaal stroomgebiedsdistrict. Begin en einde van de termijn voor terinzagelegging worden meegedeeld in het bericht, alsmede de adressen van de website en de plaatsen waar de ontwerpen van tijdschema en werkprogramma geraadpleegd kunnen worden en het adres waar de schriftelijke opmerkingen toegezonden kunnen worden, de plaats en het ogenblik waarop de mondelinge opmerkingen worden ontvangen. § 4. Samen met de terinzagelegging van de ontwerpen van tijdschema en werkprogramma wint de stroomgebiedsoverheid het advies in van de gemeenten van het Waalse stroomgebied, AQUAWAL, de "Conseil wallon de l'Environnement pour le Développement durable", de "Société publique de Gestion de l'Eau", de Wateradviescommissie, de "Commission régionale de l'Aménagement du Territoire", de betrokken "Commission de conservation", het Comité voor Watercontrole, alsmede van elke andere instantie waarvan zij het advies nuttig acht. § 5. De adviezen worden vóór het einde van de terinzagelegging aan de stroomgebiedsoverheid overgemaakt. Bij gebrek worden ze geacht gunstig te zijn. § 6. Binnen zestig dagen na het einde van de terinzagelegging bepaalt de stroomgebiedsoverheid het tijdschema en werkprogramma. Haar beslissing wordt met reden omkleed. Het tijdschema en werkprogramma worden bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad. § 7. Deze procedure is ook van toepassing op de procedures voor de bijwerking van het beheersplan. Art. 27.§ 1. Bij de opstelling van het beheersplan bedoeld in artikel 24, § 1, zal de stroomgebiedsoverheid een tussentijds overzicht opstellen van de belangrijke waterbeheerskwesties die zijn vastgesteld in het stroomgebied. § 2. Minstens twee jaar vóór de voorziene datum van publicatie van het beheersplan en ten laatste twee jaar vóór 22 december 2009 wordt het tussentijdse overzicht van de belangrijke kwesties per uittreksel bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad en door de stroomgebiedsoverheid onderworpen aan een terinzagelegging van minstens zes maanden. Tegelijk wordt door de stroomgebiedsoverheid het tussentijdse overzicht van de belangrijke kwesties alsook de informatie gebruikt voor de opstelling ervan, ter beschikking gesteld op een website en in elk betrokken Waals deelstroomgebied. § 3. De terinzagelegging wordt aangekondigd in elke gemeente van het Waalse stroomgebied door middel van een aanplakbiljet en van een bericht geplaatst in minstens drie kranten die verspreid worden over heel het grondgebied van het Waalse Gewest waarvan één in de Duitse taal. Om een enkel stroomgebiedsbeheersplan voort te brengen, wordt de terinzagelegging ook schriftelijk aangekondigd aan de andere staten of regio's van het internationaal stroomgebiedsdistrict. Begin en einde van de termijn voor terinzagelegging worden meegedeeld in het bericht, alsmede de adressen van de website en de plaatsen waar het tussentijdse overzicht van de belangrijke kwesties geraadpleegd kan worden en het adres waar de schriftelijke opmerkingen toegezonden kunnen worden, de plaats en het ogenblik waarop de mondelinge opmerkingen worden ontvangen. § 4. Samen met de terinzagelegging van het tussentijdse overzicht van de belangrijke kwesties wint de stroomgebiedsoverheid het advies in van de gemeenten van het Waalse stroomgebied, "AQUAWAL", de "Conseil wallon de l'Environnement pour le Développement durable", de "Société publique de Gestion de l'Eau", de Wateradviescommissie, de "Commission régionale de l'aménagement du territoire", de betrokken "Commission de conservation", het Comité voor watercontrole, alsmede van elke andere instantie waarvan zij het advies nuttig acht. § 5. De adviezen worden vóór het einde van de terinzagelegging aan de stroomgebiedsoverheid overgemaakt. Bij gebrek worden ze gunstig verklaard. § 6. Binnen zestig dagen na het einde van de terinzagelegging bepaalt de stroomgebiedsoverheid het tussentijdse overzicht van de belangrijke kwesties. Haar beslissing wordt met reden omkleed. Het tussentijdse overzicht van de belangrijke kwesties wordt bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad. § 7. Deze procedure is ook van toepassing op de procedures voor de bijwerking van het beheersplan. Art. 28.§ 1. Bij de opstelling van het beheersplan bedoeld in artikel 24, § 1, zal de stroomgebiedsoverheid een ontwerp van beheersplan en maatregelenprogramma opstellen, met name op grond van de adviezen en opmerkingen ingewonnen na de procedures van de artikelen 27 en 28. § 2. Minstens een jaar vóór de voorziene datum van publicatie van het beheersplan en ten laatste één jaar vóór 22 december 2009 wordt het ontwerp van beheersplan en maatregelenprogramma per uittreksel bekendgemaakt in Belgisch Staatsblad en door de stroomgebiedsoverheid onderworpen aan een terinzagelegging van minstens zes maanden. Tegelijk worden door de stroomgebiedsoverheid het ontwerp van beheersplan en maatregelenprogramma alsook de informatie gebruikt voor de opstelling ervan, ter beschikking gesteld op een website en in elk betrokken Waals deelstroomgebied. § 3. De terinzagelegging wordt aangekondigd in elke gemeente van het Waalse stroomgebied door middel van een aanplakbiljet of van een bericht geplaatst in minstens drie kranten die verspreid worden over heel het grondgebied van het Waalse Gewest waarvan één in de Duitse taal. Om een enkel stroomgebiedsbeheersplan voort te brengen, wordt de terinzagelegging ook schriftelijk aangekondigd aan de andere staten of regio's van het internationaal stroomgebiedsdistrict. Begin en einde van de termijn voor terinzagelegging worden meegedeeld in het bericht alsmede de adressen van de website en de plaatsen waar het ontwerp van beheersplan en maatregelenprogramma geraadpleegd kan worden en het adres waar de schriftelijke opmerkingen toegezonden kunnen worden, de plaats en het ogenblik waarop de mondelinge opmerkingen worden ontvangen. § 4. Samen met de terinzagelegging van de ontwerpen van beheersplan en maatregelenprogramma wint de stroomgebiedsoverheid het advies in van de gemeenten van het Waalse stroomgebied, "AQUAWAL", de "Conseil wallon de l'environnement pour le développement durable", de "Société publique de gestion de l'eau", de Wateradviescommissie, de "Commission régionale de l'aménagement du territoire", de betrokken "Commission de conservation", het Comité voor watercontrole, alsmede van elke andere instantie waarvan zij het advies nuttig acht. § 5. De adviezen worden vóór het einde van de terinzagelegging aan de stroomgebiedsoverheid overgemaakt. Bij gebrek worden ze gunstig verklaard. § 6. De resultaten van de terinzagelegging alsmede de adviezen van de instanties bedoeld in paragraaf 4 worden in beschouwing genomen bij de goedkeuring van het beheersplan en het maatregelenprogramma. Het beheersplan bevat een samenvatting van de maatregelen genomen voor de informatie en raadpleging van het publiek, alsook de resultaten van deze maatregelen. Het beheersplan en het maatregelenprogramma worden uiterlijk op 22 december 2009 goedgekeurd door de stroomgebiedsoverheid en daarna om de zes jaar. § 7. Het beheersplan en het maatregelenprogramma worden bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad. De voorgeschreven bepalingen van het maatregelenprogramma hebben een indicatieve waarde tien dagen na de bekendmaking van het maatregelenprogramma in het Belgisch Staatsblad. Binnen tien dagen na bekendmaking in het Belgisch Staatsblad worden afschriften van het beheersplan en het maatregelenprogramma overgemaakt aan de personen en instanties die zijn geraadpleegd krachtens paragraaf 4. Art. 29.Wanneer het beheersplan en/of het maatregelenprogramma worden onderworpen aan een milieueffectevaluatie krachtens artikel 53 van het decretale deel van boek I, zijn de bepalingen van de artikelen 55 tot 61 van het decretale deel van boek I van toepassing naast de bepalingen bedoeld in artikel 28. Samen met het ontwerp van beheersplan en maatregelenprogramma, maakt de stroomgebiedsoverheid het milieueffectrapport op bedoeld in artikel 56 van het decretale deel van boek I. Wanneer de informatie vereist in artikel 56 van het decretale deel van boek I voldoende is in het ontwerp van beheersplan of van maatregelenprogramma, mag het milieueffectrapport over dit punt beperkt worden tot een nauwkeurige verwijzing naar dit ontwerp. Art. 30.§ 1. De stroomgebiedsoverheid zendt de Europese commissie en eventuele andere betrokken lidstaten afschriften van de Waalse stroomgebiedsbeheersplannen binnen drie maanden na publicatie daarvan toe. § 2. De stroomgebiedsoverheid legt beknopte verslagen voor met betrekking tot : - de krachtens artikel 17 vereiste beschrijvende toestand; - de in artikel 19 bedoelde monitoringsprogramma's die ten behoeve van het eerste beheersplan zijn uitgevoerd binnen drie maanden na de voltooiing daarvan. § 3. Binnen drie jaar na de publicatie van elk Waals stroomgebiedsbeheersplan of van elke bijstelling legt de stroomgebiedsoverheid een tussentijds verslag voor over de vordering in de uitvoering van het geplande maatregelenprogramma. Art. 31.Indien een stroomgebiedsoverheid een probleem constateert dat voor zijn waterbeheer gevolgen heeft, maar niet door die stroomgebiedsoverheid kan worden opgelost, kan ze dat probleem voorleggen aan de Europese commissie en eventuele andere betrokken staten of regio's en daarbij aanbevelingen doen voor de oplossing ervan HOOFDSTUK III. - Riviercontract Art. 32.Op initiatief van de plaatselijke overheid, van operatoren van de watercyclus en/of verenigingen kan een riviercontract opgemaakt worden binnen elk Waals deelstroomgebied. Het riviercontract verenigt een meerderheid van gemeenten en openbare en privé-actoren die betrokken zijn bij het beheer van de waterhulpbronnen van het deelstroomgebied. Het riviercontract ontvangt het publiek, de overheden en de actoren van de watersector om hen te informeren over en te sensibiliseren voor het geïntegreerde en globale beheer van de watercyclus. De Regering kan aan het riviercontract informatie-, sensibilisatie- en overlegopdrachten toewijzen om de dialoog te bevorderen, alsook bepaalde technische opdrachten. De Regering kan de riviercontracten subsidiëren volgens zelf bepaalde regels. Het riviercontract maakt een jaarlijks activiteitenverslag op. De evaluatie van het riviercontract wordt jaarlijks uitgevoerd door het Directoraat-generaal Natuurlijke Hulpbronnen en Energie, Afdeling Water. Titel V. - Waterlopen HOOFDSTUK I. - Algemeen Art. 33.De waterlopen van het Waalse Gewest zijn samengesteld uit onbevaarbare waterlopen en waterwegen. Ze kunnen worden gerangschikt in één van deze categorieën volgen de regels vastgelegd in artikel 2, 20° en 90°. Ze worden beheerd overeenkomstig de regels van deze Titel en in overeenstemming met hun hoofddoel, hun verschillende functies en gebruiken alsmede de bijzondere verplichtingen die eraan verbonden zijn. Overeenkomstig de internationale akkoorden die ze mee ondertekend heeft zorgt het Gewest voor het vrije verkeer van de vissen in al zijn stroomgebieden. HOOFDSTUK II. - Onbevaarbare waterlopen Afdeling 1. - Bepaling van de onbevaarbare waterlopen Art. 34.De Regering bepaalt de oorsprong van de onbevaarbare waterlopen, omschreven in artikel 2, 20° en wijst hun beheerder aan. Art. 35.De Regering mag, om redenen van algemeen nut of klaarblijkelijk belang, elke kunstmatige waterweg alsmede waterlopen of delen van waterlopen waarvan de gehele grondoppervlakte geen 100 ha omvat en waarvoor het water wordt afgevoerd door de waterloop dat stroomopwaarts ligt van een bepaald punt bij de onbevaarbare waterlopen indelen. Art. 36.De beheerder(
  25. s)is (zijn) belast, zich voegend naar de onderrichtingen van de Regering, met het opmaken en bijhouden van de beschrijvende tabellen van de Atlas van de onbevaarbare waterlopen en van alle andere bescheiden dienend om de toestand ervan op te nemen. De Regering bepaalt welke aanduidingen in deze tabellen en bescheiden moeten voorkomen en schrijft voor op welke wijze en binnen welke termijn zij worden opgemaakt. Zij bepaalt de modaliteiten van het onderzoek, van de bezwaren en van de beroepen waartoe het opmaken van de tabellen en bescheiden aanleiding geeft alsook die van hun definitieve goedkeuring. Zij stelt eveneens regelen inzake het bewaren en bijhouden van deze bescheiden. Afdeling 2. - Onderhoudswerken en kleine herstellingen Art. 37.§ 1. De onderhoudswerken en kleine herstellingen bevatten de tussenkomsten in verband met het onderhoud van de waterlopen en werken die eraan verbonden zijn, uitgevoerd op een aangepaste en evenredige manier om de veiligheid van de goederen en personen en de bescherming van het leefmilieu en de natuur te garanderen. § 2. De onderhoudswerken en kleine herstellingen moeten worden uitgevoerd door de beheerder overeenkomstig het door de Regering bepaald gewestelijk reglement betreffende de onbevaarbare waterlopen. Dit reglement moet de modaliteiten van die uitvoering regelen, onder meer de termijnen binnen welke zij moet geschieden; het moet ook bepalen dat jaarlijks een schouwing zal gedaan worden van de waterlopen ten einde vast te stellen welke werken moeten worden ten uitvoer gelegd in de loop van de daaropvolgende periode van twaalf maanden. Onverminderd de bepalingen van dit reglement zorgen de gemeenten overeenkomstig artikel 123, 11°, van de nieuwe gemeentewet voor de dringende onderhoudswerken en kleine herstellingen die noodzakelijk zijn voor de onmiddellijke veiligheid van de goederen en de personen. Art. 38.De door die werken veroorzaakte kosten worden gedragen door het Gewest. Een bijdrage in die kosten mag ten laste gelegd worden van de privaat- of publiekrechtelijke personen die gebruiker zijn van de waterloop of die eigenaar zijn van een kunstwerk dat zich op de waterloop bevindt, in verhouding tot de verzwaring van de kosten van die werken welke het gevolg is van het gebruik van de waterloop of van het bestaan van het kunstwerk. Die bijdrage wordt bepaald door de Regering. Art. 39.De bijzondere verplichtingen welke, hetzij door het gebruik, hetzij door titels of overeenkomsten opgelegd worden, blijven behouden en zij moeten uitgevoerd worden onder de leiding van de beheerder aangewezen overeenkomstig artikel 34. De bruggen en andere private werken worden onderhouden en hersteld door diegenen aan wie ze toebehoren, zoniet kan de Regering de werken doen uitvoeren op kosten van de eigenaars, onverminderd de bij dit hoofdstuk en de artikelen 423 en 424 bepaalde straffen. Afdeling 3. - Werken die aan een milieuvergunning of aangifte kunnen onderworpen worden Art. 40.Aan een milieuvergunning of -aangifte volgens de regels omschreven bij het decreet van 11 maart 1999Relevante gevonden documenten type decreet prom. 11/03/1999 pub. 08/06/1999 numac 1999027439 bron ministerie van het waalse gewest Decreet betreffende de milieuvergunning type decreet prom. 11/03/1999 pub. 26/06/1999 numac 1999031161 bron franse gemeenschapscommissie van het brussels hoofdstedelijk gewest Decreet houdende de aanpassing van de algemene uitgavenbegroting van de Franse Gemeenschapscommissie voor het begrotingsjaar 1999 sluiten kunnen onderworpen worden : 1° elk beduidend werk van wijziging van de waterloop en van de kunstwerken die zich op de waterloop bevinden;2° elk werk ter verbetering van de waterafloop;3° elk werk ter bestrijding van de overstromingen;4° elke oprichting of afschaffing van een waterloop;5° de bagger- of ruimingswerken van de waterloop en de uitvoering ervan door de beheerder. De beheerder kan ambtshalve tot de uitvoering van elk werk overgaan waarvan de vertraging een gevaar of schade zou kunnen veroorzaken. Hij is belast met het onmiddellijk verwittigen van de Regering. Art. 41.Onverminderd de door de openbare besturen verleende toelagen worden de door die werken veroorzaakte kosten gedragen door hen die er het initiatief van genomen hebben. De Regering kan een deel van de kosten ten laste leggen van de publiekrechtelijke of privaatrechtelijke personen die de waterloop gebruiken of die eigenaar zijn van een kunstwerk dat zich op de waterloop bevindt en uit bedoelde werken voordeel halen of deze werken noodzakelijk hebben gemaakt. Afdeling 4. - Algemene bepalingen Art. 42.De bedding van een onbevaarbare waterloop wordt geacht toe te behoren aan het Gewest. Art. 43.§ 1. De aangelanden, de gebruikers en de eigenaars van kunstwerken op de waterlopen zijn verplicht : 1. doorgang te verlenen aan de personeelsleden van het bestuur, aan de werklieden en aan de andere met de uitvoering van de werken en met het algemeen toezicht van de waterlopen belaste personen;2. op hun gronden of eigendommen de voor de uitvoering van de werken nodige materialen, gereedschap en werktuigen te laten plaatsen. § 2. De aangelanden, de gebruikers en de eigenaars van kunstwerken kunnen aanspraak maken op een schadeloosstelling voor de schade die zij hebben geleden naar aanleiding van de uitvoering van de werken bedoeld in artikel 40. Die schadeloosstelling wordt in de kosten van de werken verrekend. Art. 44.De uit de bedding van de waterloop opgehaalde voorwerpen worden beheerd overeenkomstig de bepalingen van het decreet van 27 juni 1996 betreffende de afvalstoffen en zijn uitvoeringsbesluiten. Art. 45.Onderhavig hoofdstuk is van toepassing in de wateringen. Art. 46.De overeenkomstig de artikelen 34, de aanwijzing van de beheerder uitgezonderd, 35, 38 en 41 te nemen beslissingen, moeten worden voorafgegaan door een openbaar onderzoek in de betrokken gemeenten. Art. 47.De Regering is bevoegd om een algemeen politiereglement van de onbevaarbare waterlopen op te maken. Zij bepaalt in dat reglement wat zal gebeuren met de werken die wederrechterlijk op de onbevaarbare waterlopen bestaan. Zij stelt, in ditzelfde reglement, benevens de straf, regelen betreffende de modaliteiten van de herstelling van de overtreding en bepaalt de te volgen procedure voor het geval dat de beklaagde een recht van eigendom of een ander zakelijk recht inroept. HOOFDSTUK III. - Waterwegen Afdeling 1. - Algemeen Art. 48.Dit hoofdstuk beoogt het behoud van de materiële en fysieke integriteit van de goederen van het gewestelijk openbaar waterwegendomein en van hun oorspronkelijke bestemming alsmede een duurzaam beheer van de waterwegen. De Regering kan een lijst opmaken van de waterwegen. Art. 49.De beheerder van de waterwegen wordt door de Regering aangewezen. Afdeling 2. - Onderhoudswerken en kleine herstellingen Art. 50.§ 1. De onderhoudswerken en kleine herstellingen bevatten de tussenkomsten in verband met het onderhoud van de waterwegen, uitgevoerd op een aangepaste en evenredige manier om de veiligheid van de goederen en personen en de bescherming van het milieu en de natuur te garanderen. § 2. De onderhoudswerken en kleine herstellingen moeten worden uitgevoerd door de beheerder overeenkomstig het gewestelijk reglement betreffende de waterwegen. Dit reglement moet de modaliteiten van die uitvoering regelen, onder meer de termijnen binnen welke zij moet geschieden; het moet ook bepalen dat jaarlijks een schouwing zal gedaan worden van de waterwegen ten einde vast te stellen welke werken ten uitvoer moeten worden gelegd in de loop van de daaropvolgende periode van twaalf maanden. Afdeling 3. - Werken die aan een milieuvergunning of aangifte kunnen onderworpen worden Art. 51.Aan een milieuvergunning of aangifte volgens de regels omschreven bij het decreet van 11 maart 1999Relevante gevonden documenten type decreet prom. 11/03/1999 pub. 08/06/1999 numac 1999027439 bron ministerie van het waalse gewest Decreet betreffende de milieuvergunning type decreet prom. 11/03/1999 pub. 26/06/1999 numac 1999031161 bron franse gemeenschapscommissie van het brussels hoofdstedelijk gewest Decreet houdende de aanpassing van de algemene uitgavenbegroting van de Franse Gemeenschapscommissie voor het begrotingsjaar 1999 sluiten betreffende de milieuvergunning kunnen onderworpen worden : 1° elk beduidend werk van wijziging van de waterloop en van de kunstwerken die zich op de waterloop bevinden;2° elk werk van verbetering van de waterafloop;3° elk werk ter bestrijding van de overstromingen;4° elke oprichting of afschaffing van een waterloop;5° de bagger- of ruimingswerken van de waterloop en de uitvoering ervan door de beheerder;6° de vaste of mobiele installaties uitgevoerd op het gewestelijk waterwegendomein;7° de lozingen in het gewestelijk waterwegendomein;8° het opstellen van dijken, ophogingen, afsluitingen, beplantingen die de waterloop kunnen hinderen of storen in geval van hoogwater, alsmede alle andere werken uitgevoerd in het waterwegendomein;9° de winning van aarde, zand en andere grondstoffen op minder dan twintig meter van de oevers van de waterwegen. De beheerder kan ambtshalve tot de uitvoering van elk werk overgaan waarvan de vertraging een gevaar of schade zou kunnen veroorzaken. Hij is belast met het onmiddellijk verwittigen van de Regering. HOOFDSTUK IV. - Beheer van de niet in de Hoofdstukken I tot III bedoelde waterwegen Art. 52.De Regering bepaalt in een reglement politionele en beheersregels die van toepassing zijn op de waterlopen die niet onder de toepassing van de hoofdstukken I tot III vallen. HOOFDSTUK V. - Bepalingen inzake de bestrijding van overstromingen Art. 53.De Regering kan alle nodige maatregelen treffen teneinde de gevolgen van overstromingen efficiënt te bestrijden. Zij maakt een cartografische lijst op van de gebieden die overstroomd kunnen worden. De voorschriften van deze documenten hebben een reglementaire waarde en vormen de gebieden bedoeld in artikel 40, 5° van het Waalse Wetboek van Ruimtelijke Ordening, Stedenbouw en Patrimonium en bepalen het overstromingsrisico waaraan onroerende goederen worden blootgesteld in de zin van artikel 136 van het Waalse Wetboek van Ruimtelijke Ordening, Stedenbouw en Patrimonium. De Regering kan bovendien een cartografische lijst opmaken van : - de overstromingskwetsbaarheid van de goederen die zich in de overstromingsgebieden bevinden; - de aan overstromingen toe te schrijven schaderisico's. Ze kan een methodologie voor het opstellen van deze documenten vastleggen. Art. 54.De Regering richt een gecentraliseerde dienst op voor de aankondiging, opvolging en verwachtingen inzake hoogwater en overstromingen. Ze regelt de organisatie en opdrachten van deze dienst. De beheerder van de waterwegen wordt door haar belast met de installatie en de werking van de dienst. Titel VI. - Wateringen HOOFDSTUK I. - Inrichting van de wateringen Art. 55.Wateringen zijn openbare besturen, ingesteld met het oog op het tot stand brengen en handhaven, binnen de grenzen van hun territoriaal gebied, van een waterstelsel gunstig voor de landbouw en de hygiëne alsmede voor het beschermen van de gronden tegen overstromingen. In de omtrekken van de Natura 2000-sites opgenomen in die van de wateringen in de zin van de wet van 12 juli 1973Relevante gevonden documenten type wet prom. 12/07/1973 pub. 24/08/2010 numac 2010000473 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet op het natuurbehoud Duitse vertaling van de federale versie sluiten op het natuurbehoud worden deze wateringen bovendien ingesteld met het oog op het tot stand brengen en handhaven van een aangepast waterstelstel zoals bepaald in het aanwijzingsbesluit van de site overeenkomstig artikel 26, § 1 van voornoemde wet. Art. 56.De Regering bepaalt het gebied van elke watering. De natuurreservaten en de vochtige gebieden die een biologisch belang vertonen krachtens de wet van 12 juli 1973Relevante gevonden documenten type wet prom. 12/07/1973 pub. 24/08/2010 numac 2010000473 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet op het natuurbehoud Duitse vertaling van de federale versie sluiten op het natuurbehoud worden onttrokken aan het gebied van elke watering. De zetel van de watering wordt door haar reglement vastgesteld. Hij moet evenwel gelegen zijn in de gemeente of in een van de gemeenten waarover het gebied van de watering zich uitstrekt, behoudens afwijking toegestaan door de Regering. Art. 57.Onder de gelding van deze titel vallen alle besturen, verenigingen of gemeenschappen die bestaan onder de benaming wateringen en die effectief de opdrachten uitoefenen bedoeld in de wet van 5 juli 1956 betreffende de wateringen, voor het voorwerp bedoeld in artikel 55. Besturen, verenigingen of gemeenschappen die bestaan onder de benaming wateringen en die op 1 januari 2003 alle voorwaarden bedoeld in de artikelen 14, 16, 26, 27, 29 en 80 van de wet van 5 juli 1956 betreffende de wateringen niet vervuld hebben, worden niet beschouwd als instanties die de voorwaarden bedoeld in het eerste lid naleven. Bij gebrek aan meedelen aan de Regering van de inlichtingen die kunnen bewijzen dat ze deze voorwaarden vervullen een maand na de inwerkingtreding van deze titel, zullen deze wateringen van rechtswege ontbonden worden. De Regering stelt de naleving van de voorwaarden bedoeld in het tweede lid vast of, bij gebrek, de ontbinding van de watering. Art. 58.Twee jaar na de inwerkingtreding van deze titel overhandigen de wateringen aan de Regering een administratief en financieel verslag dat met name de documenten bevat bedoeld in de artikelen 66 en 68, de notulen van de algemene vergaderingen en een lijst van de maatregelen die hun beraadslagingen hebben uitgevoerd, de inventaris en een samenvatting van de budgetten en rekeningen samen met een toelichting die de financiële toestand van de watering beschrijft. De Regering maakt een evaluatie van het verslag bedoeld in het eerste lid. Op grond van deze evaluatie is ze bevoegd om alle nodige maatregelen te nemen voor de goede uitvoering van de opdrachten van de wateringen. Art. 59.De Regering kan wateringen opheffen, de bestaande gebieden wijzigen, verscheidene wateringen samensmelten of bevelen dat zij een vereniging vormen met het oog op hun gemeenschappelijke verdediging of voor de uitvoering van werken waarbij zij gemeenschappelijk belang hebben. Het besluit waarbij een watering wordt opgeheven, gesplitst of gewijzigd of waarbij verscheidene wateringen worden samengesmolten regelt de overgang van de vermogens. Art. 60.Aan de beslissingen bedoeld in artikel 59 gaat een onderzoek vooraf, ingesteld door de Regering. Te dien einde wordt het ontwerp van beslissing, eventueel samen met de kaart van de wijzigingen of innovaties, gezonden naar alle wateringen die er belang bij kunnen hebben en ten gemeentehuize neergelegd in alle gemeenten die het aangaat. In die gemeentehuizen worden een maand lang registers geopend voor de opmerkingen van de eigenaars. Zodra zij gesloten zijn, worden de registers gezonden naar de Regering. Art. 61.Gaat het in de beslissing om het vormen van een of meer nieuwe wateringen, door samensmelting, dan moet ieder van de nieuwe openbare besturen zich binnen de hierna gestelde termijn een reglement opmaken. De Regering stelt een ontwerp op, dat het reglement tot voorbeeld zal dienen. Over het reglement wordt gestemd door een vergadering samengesteld uit de personen aan wie het ontwerp onder de voorwaarden gesteld door artikel 67 voorlopig stemrecht verleent en door de Regering bijeengeroepen binnen de termijn die ze bepaalt. De vergadering zendt het reglement ter goedkeuring aan de Regering. Heeft de vergadering haar het behoorlijk aangenomen reglement niet binnen drie maanden na de eerste bijeenkomst doen toekomen, dan stelt de Regering het reglement ambtshalve vast. Art. 62.Gaat het in de beslissing om het vormen van een vereniging van wateringen, dan verzoekt de Regering deze wateringen het reglement van hun vereniging op te stellen binnen de termijn die ze bepaalt. De vereniging van wateringen zendt het reglement ter goedkeuring aan de regering. Hebben de wateringen haar niet binnen de genoemde termijn het reglement van hun vereniging doen toekomen, dan stelt de Regering dit reglement ambtshalve vast. Art. 63.De wateringen kunnen zich ook uit eigen beweging verenigen met het oog op hun gemeenschappelijke verdediging of voor de uitvoering van werken waarbij zij gemeenschappelijk belang hebben. In dat geval stellen zij het reglement van hun vereniging vast onder voorbehoud van de Regeringsgoedkeuring. Art. 64.De vereniging van wateringen bezit rechtspersoonlijkheid. Het reglement van de vereniging bepaalt haar benaming, haar zetel, haar doel, de wijze van benoemingen en afzetting van de beheerders en hun bevoegdheden, de wijze van vereffening. Verenigde wateringen behouden in de groepering hun rechtspersoonlijkheid. HOOFDSTUK II. - Het beheer van de wateringen Afdeling 1. - De algemene vergadering Art. 65.De algemene vergadering van de watering bestaat uit de stemgerechtigde ingelanden. Ingelanden zijn in de zin van deze titel, zij die een titel hebben van zakelijke rechten waaraan genot van de in het gebied van de watering gelegen erven verbonden is. Art. 66.Door het bestuur van de watering wordt een legger opgemaakt van al de in de watering gelegen erven. Die legger wordt bijgehouden en jaarlijks, binnen de eerste zes maanden, door het bestuur herzien. Het tijdstip waarop die verrichting plaats heeft, wordt door het bestuur ter kennis gebracht van de ingelanden. Gedurende deze tijd kunnen de ingelanden de legger inzien en opmerkingen maken. Binnen acht dagen na die herziening wordt hiervan verslag gedaan aan de Regering. Komt het bestuur van de watering deze verplichting niet na, dan geeft de Regering aan de bewaarder van het kadaster opdracht de legger op kosten van de watering op te maken en vast te stellen. De Regering is te allen tijde gerechtigd de in de legger vastgestelde vergissingen te doen herstellen. Art. 67.Het reglement van elke watering moet, in billijke mate, de vertegenwoordiging van de kleine eigendommen waarborgen. Het moet, ten minste, stemrecht waarborgen aan iedere ingelande die, in het gebied van de watering, grond bezit ter grootte van : 1° één halve hectare in een gebied van minder dan 100 hectaren;2° één hectare in een gebied van 100 tot 499 hectaren;3° twee hectaren in een gebied van 500 tot 999 hectaren; 4° drie hectaren in een gebied van 1.000 tot 4.999 hectaren; 5° vier hectaren in een gebied van 5.000 tot 9.999 hectaren; 6° vijf hectaren in een gebied van 10.000 hectaren en meer. Eigenaars die afzonderlijk geen stemrecht hebben, kunnen hun eigendommen groeperen tot het in het reglement vastgestelde minimum, om gezamenlijk een afgevaardigde naar de algemene vergadering te zenden. Elk lid van de algemene vergadering beschikt slechts over een stem. Art. 68.Het bestuur van de watering is gehouden de lijst van de stemgerechtigden op te maken. Deze lijst wordt ieder jaar vóór 1 oktober herzien en, te rekenen van die datum, gedurende één maand ter beschikking gehouden van belanghebbenden, die gedurende die termijn en op straffe van verval, hun eventuele bezwaren bij de Regering moeten indienen. Ze beslist zonder verwijl en, in ieder geval, vóór het einde van het jaar. Zij die op de aldus vastgestelde lijst niet voorkomen, hebben geen recht van stemmen in de loop van het volgende jaar. Art. 69.Behoort het stemrecht aan een rechtspersoon, dan wijst deze een speciaal gemachtigde aan om het uit te oefenen. Behoort het stemrecht aan eigenaars van onverdeelde goederen, of aan een eigenaar samen met houders van een recht van vruchtgebruik, erfpacht, opstal, gebruik of bewoning, dan kan dat stemrecht slechts worden uitgeoefend door een gemeenschappelijke mandataris, die door de belanghebbenden of, bij gebreke van overeenstemming, door de vrederechter wordt aangesteld. Deze doet uitspraak binnen een maand nadat het verzoek hem daartoe door de meest gerede partij is toegezonden. Art. 70.Stemgerechtigden kunnen zich op de algemene vergaderingen door een gevolmachtigde naar hun keuze, die al dan niet ingelande is, laten vertegenwoordigen. Een gevolmachtigde kan slechts drager zijn van één volmacht. Art. 71.De burgemeesters der gemeenten waarover het gebied van de watering zich uitstrekt of hun gemachtigden, maken van rechtswege, maar zonder medebeslissende stem, deel uit van de algemene vergadering. De door de Regering aangewezen ambtenaren moeten op de algemene vergaderingen uitgenodigd worden. Zij hebben daarin raadgevende stem. Art. 72.Ieder lid van de algemene vergadering dat niet woont in één van de gemeenten waarover het gebied van de watering zich uitstrekt, is verplicht aldaar woonplaats te kiezen voor alles wat zijn betrekkingen met het bestuur van de watering aangaat. Bij gebreke aan dergelijke keuze van woonplaats worden de betekeningen en oproepingen geldig gezonden aan het gemeentebestuur van de plaats waar de watering haar zetel heeft. Art. 73.Onverminderd de bevoegdheden haar door bijzondere bepalingen toegekend, omvat de bevoegdheid van de algemene vergadering : 1° het opmaken van het huishoudelijk reglement;2° het opmaken van bijzondere politiereglementen van de watering onder de voorwaarden bepaald bij artikel 75;3° de beslissingen betreffende het aanleggen en verbeteren van de verdedigings-, droogleggings- of bevloeiingswerken en van de wegen;de bepalingen betreffende de overeenkomsten, die met het Gewest worden gesloten, voor de uitvoering van werken door deze laatste binnen het gebied van de watering; 4° het opmaken van de begroting van de watering;5° het onderzoek van de rekeningen en het geven van ontlasting aan de rekenplichtigen;6° de beslissingen betreffende het principe en de voorwaarden van de verhuring en verpachtingen van goederen van de watering en het eventueel kwijtschelden van verplichtingen aangegaan door huurders, pachters en aannemers van werken of leveranties;7° het vervreemden of andere daden van beschikking met betrekking tot de goederen van de watering;8° de geldleningen door de watering aan te gaan;9° het goedkeuren van het geschot of belasting ten behoeve van de watering. Art. 74.De algemene vergadering is gehouden jaarlijks op de begroting de uitgaven te brengen die ingevolge de wet of bij overeenkomst te haren laste komen. Indien de ontvangsten geraamd op de begroting ontoereikend zijn, is zij verplicht daarin te voorzien door het invoeren van gewone of buitengewone belastingen. Blijft de algemene vergadering in gebreke aan die voorschriften te voldoen, dan wordt daarin door de Regering voorzien, het bestuur van de watering en de ingelanden gehoord. De Regering geeft kennis van haar beslissing aan het bestuur van de watering en het bestuur geeft er kennis van aan de ingelanden. Art. 75.Het bijzonder politiereglement van de watering mag slechts ten doel hebben het behoud van de dijken, waterlozingen en bevloeiingen, van de wegen, van de kunstwerken en hun aanhorigheden. Het reglement kan de inbreuken op zijn bepalingen of op sommige daarvan als overtreding vaststellen. Die overtredingen worden gestraft met gevangenisstraf van één dag tot zeven dagen en met geldboete van één euro tot vijfentwintig euro of slechts met een van die straffen. Behalve de straf beveelt de rechter, zo nodig, de herstelling van de overtreding binnen de door hem vastgestelde termijn en hij bepaalt dat bij niet-uitvoering het bestuur van de watering erin zal voorzien op kosten van de overtreder, die, krachtens het vonnis, tot terugbetaling van de uitgave gedwongen kan worden op een eenvoudige staat door dit college opgemaakt. Het reglement mag niet in strijd zijn met de wetten of algemene verordeningen. Het wordt bindend met ingang van de tiende dag na de bekendmaking. De wijze waarop deze bekendmaking geschiedt en de vormen waarin ze wordt gesteld, worden bij besluit bepaald. Art. 76.De besluiten van de algemene vergadering worden met volstrekte meerderheid van stemmen genomen. Bij staking van stemming beslist de stem van de voorzitter. Geheime stemming geschiedt van rechtswege wanneer één vierde der aanwezige leden zulks vragen. Art. 77.Na twee achtereenvolgende, uit de briefwisseling blijkende waarschuwingen, kan de Regering één of meer commissarissen gelasten zich ter plaatse te begeven, op kosten van de watering die verzuimde aan de waarschuwingen te voldoen, met opdracht om de gevraagde inlichtingen of opmerkingen in te winnen of de maatregelen, voorgeschreven door de decretale en reglementaire bepalingen, en de ter uitvoering van deze decretale bepalingen genomen beslissingen van alle bevoegde overheden ten uitvoer te leggen. De invordering van die kosten geschiedt, zoals in zake directe belastingen, door de rijksontvanger, op bevel van de Regering. Art. 78.Onverminderd de bijzondere decretale en reglementaire bepalingen, zijn aan de goedkeuring der Regering onderworpen : 1° overeenkomsten tussen wateringen onderling of tussen wateringen en derde personen betreffende afwatering of watertoevoer;2° vervreemdingen, verkrijgingen, ruilingen en dadingen welke onroerende goederen of rechten betreffen en de huurovereenkomsten;3° geldleningen en overeenkomsten, waaruit lasten van blijvende aard voortvloeien voor de watering;4° beslissingen houdende vaststelling van de belastingen ten behoeve van de watering;5° begrotingen en rekeningen. Art. 79.Aan de Regeringsgoedkeuring zijn onderworpen, de reglementen van de wateringen, alsook de in deze reglementen aangebrachte wijzigingen. Aan dezelfde goedkeuring zijn onderworpen, de krachtens artikel 63 tussen verscheidene wateringen gesloten overeenkomsten, betreffende hun vereniging, alsook de reglementen van elke vereniging van wateringen. De Regering kan de reglementen ambtshalve aanvullen met alle nodige bepalingen ter uitvoering van deze titel. Art. 80.De beslissingen van de algemene vergaderingen die niet worden onderworpen aan de goedkeuring van de hogere overheid, kunnen door de Regering vernietigd worden indien zij strijdig zijn met deze titel, met het door de hogere overheid goedgekeurd reglement van de watering, met algemene belangen of met die van een ander bestuur, openbare instelling of inrichting. De beslissing kan door de Regering niet meer vernietigd worden na het verstrijken van een termijn van zes maanden, te rekenen van de dag waarop ze kennis heeft gekregen van de beslissing. Tijdens die termijn van zes maanden kan de Regering de uitvoering van de beslissing schorsen; deze schorsing neemt een einde ten laatste bij het verstrijken van die termijn. Afdeling 2. - Het bestuur Art. 81.Iedere watering heeft een bestuur, bestaande uit een voorzitter, een ondervoorzitter en beheerders, wier aantal bepaald wordt door het reglement. Het bestuur wordt bijgestaan door een ontvanger-griffier. Art. 82.De leden van het bestuur en de ontvanger-griffier mogen onderling bloed- noch aanverwant zijn in de eerste en in de tweede graad. Zij mogen met elkaar niet door het huwelijk verbonden zijn. In geval van aanverwantschap, ontstaan sedert de benoeming, mag degene die ze heeft doen ontstaan, zijn ambt niet verder waarnemen. Wanneer het huwelijk na de benoeming plaats heeft, mag de echtgenote haar ambt niet verder waarnemen. Afwijkingen van het bepaalde bij dit artikel kunnen door de Regering verleend worden. Art. 83.Indien de watering aan minder dan vier ingelanden toebehoort, worden de voorzitter, de ondervoorzitter en de beheerders benoemd door de Regering. Deze kan een of meer bestuursleden buiten de ingelanden benoemen; in dat geval maken zij van rechtswege deel uit van de algemene vergadering. Art. 84.Buiten het geval bedoeld in artikel 83 benoemt de algemene vergadering de leden van het bestuur bij geheime stemming, onder de ingelanden. Zij wijst onder de leden van het bestuur, bij twee afzonderlijke stemmingen, de voorzitter en de ondervoorzitter aan. Zij die verkozen mochten worden onder de ingelanden die geen stemrecht hebben, verkrijgen dit recht krachtens hun benoeming. Art. 85.De voorzitter, ondervoorzitter en beheerders moeten op de datum van hun benoeming of verkiezing of van de vernieuwing van hun mandaat, Belg en meerderjarig zijn. Behoudens bijzondere toestemming van de Regering moeten zij hun gewone verblijfplaats hebben in een der gemeenten waarover het gebied van de watering zich uitstrekt, of in een aangrenzende gemeente. Art. 86.Het mandaat van voorzitter, van ondervoorzitter en van beheerder duurt zes jaar. Het kan worden vernieuwd. Het reglement van de watering stelt een orde van aftreden vast. Art. 87.De bestuursleden leggen de eed af in handen van de Regering of van zijn gemachtigde. Art. 88.Behoudens bijzondere toestemming van de Regering mag niemand in meer dan één watering voorzitter, ondervoorzitter of beheerder zijn. Art. 89.Een voorzitter die verhinderd is, wordt vervangen door de ondervoorzitter, en indien ook deze verhinderd is, door de oudste beheerder in jaren. Zijn al de beheerders verhinderd, dan wijst de Regering een derde persoon aan om het ambt van voorzitter tijdelijk waar te nemen. Art. 90.Klachten tegen de voorzitter worden aan de algemene vergaderingen voorgelegd. Voor het onderzoek van die klachten op de algemene vergadering wordt de voorzitter vervangen zoals bepaald in artikel 89, eerste en tweede lid. De algemene vergadering hoort de voorzitter. Acht zij de klacht ongegrond, dan beslist zij dat er geen aanleiding is tot straf. Meent zij dat een straf nodig is, dan zendt zij het dossier, samen met haar besluit, aan de Regering. De Regering, na de voorzitter gehoord te hebben, kan beslissen dat er geen aanleiding is tot straf ofwel de voorzitter schorsen of afzetten. Art. 91.De algemene vergadering kan de ondervoorzitter en de beheerders schorsen op verslag van de voorzitter en na de betrokkene te hebben gehoord. Meent zij dat de schorsing meer dan een maand moet duren, of dat de betrokken ondervoorzitter of beheerder moet worden afgezet, dan wordt haar besluit aan de Regering gezonden. Die uitspraak doet na de betrokkene gehoord te hebben. Art. 92.De Regering kan eveneens, ambtshalve, na de betrokkenen gehoord te hebben, en na het advies van de op haar initiatief speciaal daarvoor bijeengeroepen algemene vergadering ingewonnen te hebben, de voorzitter, de ondervoorzitter of de beheerders schorsen dan wel afzetten. De algemene vergadering geeft haar advies eerst na de betrokkenen gehoord te hebben. Art. 93.Onverminderd de bevoegdheden, door bijzondere bepalingen verleend, is het bestuur belast : 1° met het voorbereiden van de werkzaamheden van de algemene vergadering;2° met het uitvoeren van haar beslissingen;3° met het dagelijks bestuur en met het toezicht op de belangen van de watering, en in het bijzonder met het onderhoud en het in stand houden van de verdedigings-, droogleggings- of bevloeiingswerken en van de wegen;4° met het beheer van het domein van de watering;5° met het opmaken van de plannen en bestekken van de werken en leveringen;6° met het nazien van de boeken en de kas, gehouden door de ontvanger-griffier;7° met het bijhouden van de lijst van de ingelanden die belasting ten behoeve van de watering schuldig zijn en van het kohier dier belastingen;8° met het vaststellen van de wedden en lonen van de wachters, de sluiswachters en van de overige leden van het personeel der watering, behalve van de ontvanger-griffier. Art. 94.De voorzitter roept de algemene vergadering samen op de plaats daartoe door het reglement bepaald; hij zit deze vergadering voor. Hij is gehouden de algemene vergadering bijeen te roepen op schriftelijk verzoek van ten minste een derde der leden. Art. 95.Hij vraagt de goedkeuring van de hogere overheid voor de daden en beslissingen aan die goedkeuring onderworpen. Art. 96.Hij gelast de betaling van de werken en leveranties, na oplevering en op zicht van de bewijsstukken betreffende de uitgave, die moeten bewaard worden om tot staving van de rekeningen te worden overlegd. Art. 97.Hij voert de beslissingen van het bestuur uit. Hij treedt in rechte op voor de watering overeenkomstig de aanwijzingen van het bestuur en na daartoe gemachtigd te zijn door de algemene vergadering en door de Regering voor andere rechtsgedingen als eiser dan de bezitsvorderingen en de vorderingen in kortgeding. Hij tekent al de akten en bescheiden van de watering, zonder zijn ambtsbevoegdheid te moeten rechtvaardigen tegenover derden. De akten en bescheiden betreffende het geldelijk beheer van de watering moeten evenwel medeondertekend worden door de ontvanger-griffier. De obligatiën van geldleningen worden getekend door de voorzitter en medeondertekend door een beheerder. Art. 98.Hij heeft de leiding van en houdt toezicht over het personeel van de watering. Art. 99.In processen-verbaal die bewijskracht hebben tot het tegendeel is bewezen, stelt hij de overtredingen vast, omschreven bij deze titel, bij de ter uitvoering daarvan genomen besluiten of bij het politiereglement van de watering. Art. 100.In spoedeisende gevallen neemt hij de beslissingen die tot de bevoegdheid van het bestuur behoren, mits hij bij dit bestuur daarover zo spoedig mogelijk verslag uitbrengt. Art. 101.Bij hoge waterstand en telkens wanneer de watering in gevaar van overstroming verkeert, begeven de bestuursleden zich naar de bedreigde plaatsen en treffen er de nodige maatregelen. Afdeling 3. - De ontvanger-griffier Art. 102.De ontvanger-griffier wordt door de algemene vergadering benoemd. Art. 103.Hij moet Belg en meerderjarig zijn. Zijn ambt neemt een einde op de leeftijd van 65 jaar, met dit voorbehoud dat hij de dienst waarneemt tot de dag dat zijn opvolger de eed aflegt. De algemene vergadering stelt zijn wedde vast, die door de Regering moet goedgekeurd worden. Art. 104.Hij legt ter vergadering van het bestuur de eed af in handen van de voorzitter. Art. 105.Hij stort een borgsom waarvan het bedrag door de algemene vergadering wordt vastgesteld. Deze borgsom mag het bedrag van zijn jaarwedde niet overschrijden; zij wordt hem eerst terugbetaald na het neerleggen van zijn ambt en na goedkeuring, door de algemene vergadering, van zijn rekening van klerk tot meester. Art. 106.Hij houdt zijn kantoor in de gemeente waar het bestuur van de watering haar zetel heeft, of in een aangrenzende gemeente. Art. 107.De ontvanger-griffier stelt de notulen op van de algemene vergaderingen en van de bestuursvergaderingen en ondertekent ze samen met de voorzitter. Art. 108.Hij is verantwoordelijk voor de bewaring van de boeken, de stukken van comptabiliteit en beheer alsook het archief van de watering. Art. 109.Hij legt deze bescheiden voor op ieder verzoek van de voorzitter, van het bestuur, van de Regering. Gedurende vijftien dagen vóór elke algemene vergadering kan ieder lid inzage nemen van de bescheiden betreffende de punten die aan de orde zijn. Wanneer de vaststelling van de begroting of het onderzoek van de rekeningen aan de orde is, ontvangt elk lid uiterlijk vijftien dagen vóór de algemene vergadering een afschrift van die bescheiden. Van het archief van de watering kan inzage worden genomen door ieder die de toestemming van de voorzitter verkregen heeft. Art. 110.Meent het bestuur dat een sanctie moet worden getroffen ten laste van de ontvanger-griffier, dan brengt het de zaak vóór de algemene vergadering. Deze hoort de belanghebbende. Zij kan hem voor één maand schorsen. Acht zij een strengere sanctie noodzakelijk, dan kan zij aan de Regering de schorsing voor meer dan een maand of de afzetting voorstellen. Art. 111.Is de ontvanger-griffier geschorst of verhinderd zijn ambt te vervullen, dan voorziet het bestuur in zijn tijdelijke vervanging. Afdeling 4. - De wachters en de sluiswachters of sluismeesters Art. 112.De wachters en sluiswachters worden door het bestuur benoemd, geschorst of uit hun ambt ontzet. Zij kunnen eveneens door de Regering worden geschorst of uit hun ambt ontzet, het bestuur van de watering gehoord. Geen tuchtstraf wordt getroffen tenzij de belanghebbende vooraf gehoord is. Art. 113.Om wachter of sluiswachter te zijn, moet men meer dan 21 zijn en minder dan 65 jaar oud. Art. 114.De wachters en sluiswachters leggen de eed af vóór de vrederechter van het kanton waarin de watering haar zetel heeft. Art. 115.In processen-verbaal, die bewijskracht hebben tot het tegendeel is bewezen, stellen zij de overtredingen vast omschreven bij deze titel en bij het politiereglement van de watering. In de wateringen waar geen wachter noch sluiswachter is, behoort die politiebevoegdheid aan de ontvanger-griffier. Art. 116.Zij kunnen belast worden met de dienst van bode of dwangbeveldrager. HOOFDSTUK III. De belastingen ten behoeve van de wateringen Afdeling 1. - Het vestigen der belastingen Art. 117.Op al de erven binnen het gebied van de watering kan een belasting ten behoeve van de watering worden geheven op de grondslagen en volgens het onderscheid te bepalen bij het reglement. Dit reglement mag het aandeel in de belasting differentieel onder de verschillende categorieën van erven vaststellen. De belastingvoet wordt jaarlijks door de algemene vergadering vastgesteld. Art. 118.Voor de betaling van de belasting, van de intresten en de kosten heeft de watering een hoofdelijke rechtsvordering tegen de eigenaars, erfpachters, opstalhouders, vruchtgebruikers en houders van een recht van gebruik van eenzelfde erf. De mede-eigenaars van een erf zijn ook hoofdelijk gehouden. Art. 119.Erfgenamen en erfopvolgers van een overleden schuldenaar zijn hoofdelijk aansprakelijk voor de schuld. Afdeling 2. - Wijze van invordering der belastingen Art. 120.Het kohier van de belasting ten behoeve van de watering wordt elk jaar door de algemene vergadering opgemaakt en vastgesteld volgens de regelen bepaald door het reglement. Het wordt door de Regering uitvoerbaar verklaard. Een aanvullend kohier kan door de algemene vergadering worden opgemaakt voor het heffen van buitengewone belastingen. Bezwaren worden vóór de Regering gebracht binnen drie maanden na ontvangst van het aanslagbiljet, in de vormen en onder de voorwaarden bepaald bij de artikelen 25 tot 27 van het decreet van 6 mei 1999Relevante gevonden documenten type wet prom. 26/05/2002 pub. 31/07/2002 numac 2002022559 bron ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu Wet betreffende het recht op maatschappelijke integratie sluiten0 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillen inzake de directe gewestelijke belastingen. Tegen de beslissingen over deze bezwaren door de Regering getroffen, mag men zich in verbreking voorzien overeenkomstig de bepalingen van artikel 28 van bovenvermeld decreet. Art. 121.De belasting moet betaald zijn binnen de termijnen door de algemene vergadering vastgesteld. Het reglement voorziet in de betaling van een verwijlinterest. De ontvanger-griffier is verantwoordelijk voor de belastingen die door zijn schuld niet binnen de gestelde tijd zijn geïnd. In afwachting van de inning kan hij door de Regering gedwongen worden persoonlijk het bedrag voor te schieten om de uitgaven van de watering te dekken, zonder uit dien hoofde op enige intrest aanspraak te hebben. Art. 122.Buitengewone belastingen kunnen over verscheidene dienstjaren verdeeld worden, met goedkeuring van de Regering. Art. 123.De ontvanger-griffier volgt, voor de invordering van de belastingen, van de intresten en de kosten, de regelen vastgesteld voor de invordering der directe belastingen door de Staat. Art. 124.De kosten van dwangbevel en tenuitvoerlegging worden vastgesteld zoals inzake directe belastingen. Afdeling 3. - Waarborgen voor de invordering der belasting Art. 125.De schuldenaren van de belasting ten behoeve van de watering staan in met hun in het gebied van de watering gelegen onroerende goederen en met al hun roerende goederen. Art. 126.De gewone en buitengewone belastingen ten behoeve van de watering, de intresten en de kosten zijn gewaarborgd door een algemeen voorrecht op de inkomsten en op de roerende goederen van alle aard van de belastingsplichtige en door een wettelijke hypotheek op al de hem toebehorende goederen in het gebied van de watering gelegen en die daarvoor vatbaar zijn. Art. 127.Het voorrecht neemt rang onmiddellijk na dat hetwelk ingesteld is ten voordele van de Openbare Schatkist voor de invordering der directe belastingen, onverminderd artikel 13 van de wet van 5 juli 1871 en artikel 4 van de wet van 11 april 1895. Het wordt uitgeoefend gedurende twee jaar te rekenen van de datum van de uitvoerbaarverklaring van het kohier. Bij beslag op de inkomsten of goederen vóór het verstrijken van die termijn blijft het voorrecht behouden tot hun tegeldemaking. Met beslag gelijkgesteld wordt het verzoek van de ontvanger-griffier bij ter post aangetekend schrijven gedaan aan de pachters, huurders, ontvangers, agenten, huismeesters, notarissen, deurwaarders, griffiers, curators, vertegenwoordigers en andere bewaarnemers en schuldenaars van de inkomsten, sommen, waarden of roerende goederen om, op het bedrag van de fondsen of waarden die zij verschuldigd zijn of die zich in hun handen bevinden, ter ontlasting van de belastingplichtigen, te betalen tot beloop van al of een deel van de door de laatstgenoemden aan de watering verschuldigde belastingen. De uitwerking van dit verzoek strekt zich uit tot de voorwaardelijke schuldvorderingen of die op termijn, op welk tijdstip ook zij opeisbaar worden. Art. 128.§ 1. De wettelijke hypotheek schaadt geenszins de vorige voorrechten en hypotheken. § 2. Zij neemt rang vanaf haar inschrijving. Behalve wanneer de rechten van de watering in gevaar verkeren, mag de inschrijving slechts worden genomen vanaf het verstrijken van een termijn van zes maanden, ingaande op de datum van de uitvoerbaarverklaring van het kohier waarin de gewaarborgde belastingen zijn opgenomen. § 3. De hypotheek wordt ingeschreven op verzoek van de ontvanger-griffier belast met de invordering. De inschrijving heeft plaats niettegenstaande verzet, betwisting of beroep op voorlegging van een door de ontvanger-griffier voor echt verklaard afschrift van het aanslagbiljet houdende vermelding van de datum van de uitvoerbaarverklaring van het kohier. § 4. Onverminderd de toepassing van artikel 87 van de wet van 16 december 1851 kan de inschrijving worden gevorderd voor een door de ontvanger-griffier in het borderel te bepalen bedrag dat de intresten en toebehoren, die vóór de vereffening van de aan de watering verschuldigde belasting zouden kunnen verschuldigd zijn, vertegenwoordigt. § 5. De ontvanger-griffier verleent handlichting in de administratieve vorm, zonder dat hij tegenover de hypotheekbewaarder gehouden is de betaling der verschuldigde sommen te verantwoorden. § 6. Zo de betrokkenen, alvorens de bedragen vereffend te hebben die door de wettelijke hypotheek gewaarborgd zijn, wensen al of een deel van bezwaarde goederen vrij te maken van hypotheek, dienen zij daartoe een verzoek in bij de ontvanger-griffier. Dit verzoek wordt ingewilligd zo

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.