Dit besluit van de Vlaamse regering wijzigt het bestaande besluit van 1 juni 1995 over milieuhygiëne, voornamelijk door aanpassingen en verduidelijkingen aan te brengen in de definities van verschillende milieugerelateerde termen. Het doel is om de regelgeving te actualiseren en te verduidelijken, met name in het licht van een eerdere aanpassing van Titel I van het VLAREM.
zake milieuhygiëne De Vlaamse regering, Gelet op de wet van 28 december 1964 betreffende de bestrijding van de luchtverontreiniging,
zonderheid op artikelen 1 en 3; Gelet op de wet van 26 maart 1971 op de bescherming van de oppervlaktewateren tegen verontreiniging zoals tot op heden gewijzigd,
zonderheid op artikel 3; Gelet op de wet van 18 juli 1973Relevante gevonden documenten type wet prom. 18/07/1973 pub. 25/06/2013 numac 2013000403 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de bestrijding van de geluidshinder sluiten betreffende de bestrijding van de geluidshinder,
zonderheid op artikelen 1 en 2; Gelet op het decreet van 24 januari 1984 houdende maatregelen
zake het grondwaterbeheer, gewijzigd bij de decreten van 12 december 1990 en 20 december 1996,
zonderheid op artikel 9; Gelet op het decreet van 28 juni 1985 betreffende de milieuvergunning, gewijzigd bij de decreten van 7 februari 1990, 12 december 1990, 21 december 1990, 22 december 1993, 21 december 1994 en 8 juli 1996,
zonderheid op artikel 20; Gelet op het decreet van 23 januari 1991 tot bescherming van het leefmilieu tegen de verontreiniging door meststoffen, gewijzigd bij de decreten van 25 juni 1992, 18 december 1992, 22 december 1993 en 20 december 1995,
zonderheid op artikel 33 en 34; Gelet op het besluit van de Vlaamse regering van 1 juni 1995 houdende algemene en sectorale bepalingen
zake milieuhygiene, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse regering van 6 september 1995, 26 juni 1996, 3 juni 1997, 17 december 1997, 24 maart 1998 en 16 september 1998; Gelet op de dringende noodzakelijkheid, gemotiveerd door de omstandigheid dat een aanpassing van titel II van het VLAREM dringend noodzakelijk is
het licht van de voorgenomen aanpassing van titel I van het VLAREM die
middels is doorgevoerd bij besluit van de Vlaamse regering van 12 januari 1999; Gelet op het advies van de Raad van State, gegeven op 7 januari 1999, met toepassing van artikel 84, eerste lid, 2°, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State; Gelet op het advies van de
spectie van Financiën, gegeven op 27 november 1998; Op voorstel van de Vlaamse minister van Leefmilieu en Tewerkstelling; Na beraadslaging, Besluit : HOOFDSTUK I. - Wijzigingen van titel II van het VLAREM Artikel 1.
artikel 1.1.2 van het besluit van de Vlaamse regering van 1 juni 1995 houdende algemene en sectorale bepalingen
zake milieuhygiëne, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse regering van 26 juni 1996 en 24 maart 1998, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1°
het vierde gedachtestreepje onder "DEFINITIES ALGEMEEN" worden de woorden "de Afdeling Algemeen Milieu- en Natuurbeleidbeleid" vervangen door de woorden "de Afdeling Algemeen Milieu- en Natuurbeleid";2°
het zeventiende gedachtestreepje onder "DEFINITIES ALGEMEEN" worden de volgende wijzigingen aangebracht : a)
a.worden de woorden "de belgische wetten" vervangen door de woorden "de Belgische wetten"; b)
b.worden de woorden "de belgische normen" vervangen door de woorden "de Belgische normen"; c)
d.worden de woorden "het Vlaamse
stelling" vervangen door de woorden "de Vlaamse
stelling";
de titel "DEFINITIES BEDRIJFSINTERNE MILIEUZORG" worden de woorden "(Artikelen 4.1.9.2.
"DEFINITIES AFVALSTOFFENVERWERKING" worden de volgende wijzigingen aangebracht : a)
het zesde gedachtestreepje onder "Verbrandingsinrichtingen voor afvalstoffen" worden de woorden "waarvan de exploitatie, niet" vervangen door de woorden "waarvan de exploitatie niet";b)
het tweede gedachtestreepje onder "Verbrandingsinrichtingen voor houtafval" worden de woorden "waarvan de exploitatie, niet" vervangen door de woorden "waarvan de exploitatie niet";c)
het tweede gedachtestreepje onder "Dierlijk Afval" worden de woorden "de behandelingsuur van de grondstof" vervangen door de woorden "de behandelingsduur van de grondstof";d)
het derde gedachtestreepje onder "Dierlijk Afval" worden de woorden "de grondstof wordt geschuikt gemaakt" vervangen door de woorden "de grondstof wordt geschikt gemaakt";5°
het derde gedachtestreepje, b) onder "DEFINITIES ASBESTBEHEERSING" wordt het woord "verstevingsmateriaal" vervangen door het woord "verstevigingsmateriaal";6° "DEFINITIES BIOCIDEN" wordt vervangen door wat volgt : « DEFINITIES BESTRIJDINGSMIDDELEN - "bestrijdingsmiddelen" : stoffen, preparaten, micro-organismen en virussen ter vernietiging of afwering van schadelijke dieren, planten, micro-organismen of virussen; - "bestrijdingsmiddelen voor landbouwkundig gebruik" : gewasbeschermingsmiddelen en andere bestrijdingsmiddelen die
de landbouw gebruikt kunnen worden; - "gewasbeschermingsmiddelen" : werkzame stoffen en één of meer werkzame stoffen bevattende preparaten,
de vorm waarin ze aan de gebruiker worden geleverd en bestemd om : - ofwel, planten of plantaardige producten te beschermen tegen alle schadelijke organismen of de werking van dergelijke organismen te voorkomen, voorzover die stoffen of preparaten hierna niet anders worden gedefinieerd; - ofwel, de levensprocessen van planten te beïnvloeden, voorzover het niet gaat om nutritieve stoffen; - ofwel, plantaardige producten te bewaren, voorzover die stoffen of producten niet onder bijzondere bepalingen van de Raad of van de Commissie van de Europese Gemeenschappen
zake bewaarmiddelen vallen; - ofwel, ongewenste planten te doden; - ofwel, delen van planten te vernietigen of een ongewenste groei van planten af te remmen of te voorkomen; - "andere bestrijdingsmiddelen die
de landbouw gebruikt kunnen worden" : a) stoffen en preparaten voor het bestrijden of verdelgen van ectoparasieten van fok- en gebruiksdieren, duiven
begrepen en de stoffen en preparaten voor het behandelen van oppervlakken
en rond gebouwen bestemd voor veeteelt en vervoermiddelen, ter bestrijding of verdelging van de micro-organismen die ziekten kunnen veroorzaken bij bovenvermelde dieren;
de woningen,
gebouwen,
vervoermiddelen,
zwembaden, op vuilnisbelten en
riolen;
dustriële textielproducten en garens bestemd voor de fabricage daarvan;i) het behandelen van
dustrieel water ter bestrijding of verdelging van dieren, planten of micro-organismen;j) het voorkomen van het bederf van waterige
dustriële producten en hun hulpstoffen; k) het voorkomen van schade aan synthetische polymeren veroorzaakt door micro-organismen of knaagdieren;"; 7°
"DEFINITIES DIEREN/OPSLAG MEST" worden de volgende wijzigingen aangebracht : a)
het tweede gedachtestreepje worden de woorden "ouder dan drie weken" vervangen door de woorden "ouder dan één week";b)
het tiende gedachtestreepje wordt het woord "gedefiniëerd" vervangen door het woord "gedefinieerd";c)
het 24ste gedachtestreepje wordt de definitie van "bestaande landbouwinrichting" vervangen door wat volgt : "een landbouwinrichting zoals gedefinieerd
het decreet van 23 januari 1991
zake de bescherming van het leefmilieu tegen de verontreiniging door meststoffen";d)
het 25ste gedachtestreepje wordt de definitie van "bestaande veeteeltinrichting" vervangen door wat volgt : "een veeteeltinrichting zoals gedefinieerd
het decreet van 23 januari 1991
zake de bescherming van het leefmilieu tegen de verontreiniging door meststoffen";
het decreet van 23 januari 1991
zake de bescherming van het leefmilieu tegen de verontreiniging door meststoffen; - veeteeltinrichting : zoals gedefinieerd
het decreet van 23 januari 1991
zake de bescherming van het leefmilieu tegen de verontreiniging door meststoffen"; 8°
"DEFINITIES EMISSIEJAARVERSLAG" worden de woorden "(Hoofdstuk 4.1.)" vervangen door de woorden "(Hoofdstuk 4.1 en Bijlage 4.1.8)"; 9°
het zevende gedachtestreepje, a), onder "DEFINITIES GASSEN" worden de woorden "vuurweerstandscoëfficiënt hebben" vervangen door de woorden "vuurweerstandscoëfficient heeft"; 10° "DEFINITIES GELUID (Hoofdstukken 2.2 en 4.5)" wordt vervangen door wat volgt : « - "A-Weging" : weging volgens de A-curve, gedefinieerd
de Belgische norm NBN C 97-122 "geluidspeilmeters"; - "A-gewogen geluidsdrukniveau LpA": het A-gewogen momentane niveau van de geluidsdruk; - "A-gewogen equivalent continu geluidsdrukniveau LAeq.T": het constante A-gewogen geluidsdrukniveau dat gedurende het tijdsinterval T dezelfde geluidsenergie zou veroorzaken als het werkelijk gemeten A-gewogen geluidsdrukniveau gedurende hetzelfde tijdsinterval T; - "A-gewogen procentueel niveau LANT": het A-gewogen geluidsdrukniveau dat gedurende N % van het tijdsinterval T wordt overschreden; - "stabiel geluid" : geluid waarvan de niveauschommelingen, gemeten als LAeq,1s niet meer bedragen dan 5 dB(A); - "
termitterend geluid" : geluid waarvan het niveau meerdere keren terugvalt tot dat van het residuele geluid en waarbij het geluidsniveau tijdens de verhoging aanhoudt gedurende een periode
de orde van grootte van 2 seconden; de niveauverhogingen worden gemeten als LAeq,1s en duren
het totaal niet langer dan 10 % van de duur van de desbetreffende beoordelingsperiode(n); - "fluctuerend geluid" : geluid waarvan het niveau voortdurend en
belangrijke mate varieert; de variaties kunnen zowel periodisch als niet-periodisch zijn; de niveauverhogingen worden gemeten als LAeq,1s en duren
het totaal niet langer dan 10 % van de desbetreffende beoordelingsperiode(n); - "impulsachtig geluid" : geluid veroorzaakt door zeer kortstondige gebeurtenissen, korter dan 2 seconden, en waarvan het niveau meerdere keren abrupt terugvalt tot dat van het residuele geluid of het oorspronkelijke omgevingsgeluid; de niveauverhogingen worden gemeten als LAeq,1s en duren
het totaal niet langer dan 10 % van de desbetreffende beoordelingsperiode(n); - "
cidenteel geluid": geluid waarvan het niveau weinig frequent verhoogt
gevolge gebeurtenissen die langer dan 2 seconden duren; de niveauverhogingen worden gemeten als LAeq,1s en duren
het totaal niet langer dan 10 % van de duur van de desbetreffende beoordelingsperiode(n); - "tonaal geluid": geluid waarvan het tonale karakter
het frequentiegebied van 50 Hz tot 10.000 Hz wordt aangetoond door : - ofwel een lineaire tertsbandanalyse (waarde van minstens één tertsband ten minste 5 dB hoger dan waarde van beide aanliggende tertsbanden); - ofwel hoorbaarheid en een smalbandanalyse; - "omgevingsgeluid" : het geluid op een gegeven plaats en op een gegeven ogenblik; dat geldt zowel
open lucht als
een gesloten ruimte; - "relevante waarde" : de getalwaarde van de akoestische grootheid die het geluid van een
richting, of een deel ervan karakteriseert; - "specifiek geluid" : de relevante waarde die eventueel aangepast wordt met een beoordelingsgetal; tot het specifieke geluid van een
richting wordt eveneens geluid (lawaai) gerekend, voortgebracht door transport, laad- en losverrichtingen, verkeer, het opwarmen en laten draaien van motoren op het terrein van de
richting, evenals door het
- en uitgaande verkeer; - "residueel geluid" : geluid dat bestaat na stopzetting of opheffing van één of meer welbepaalde geluidsbronnen van een
richting die op significante wijze bijdragen tot het omgevingsgeluid; - "oorspronkelijk omgevingsgeluid" : omgevingsgeluid dat aanwezig is vóór het exploiteren of veranderen van een
richting; - "beoordelingsperiode" : overdag : de periode van 7 tot 19 uur; 's avonds : de periode van 19 tot 22 uur; 's nachts : de periode van 22 tot 7 uur; - "meetduur" : de totale duur van een periode waarin het geluid effectief wordt gemeten; - "meetperiode": niet noodzakelijk aaneengesloten periode die meerdere meetduren kan omvatten; - "volledig akoestisch onderzoek" : onderzoek dat een evaluatie volgens dit besluit beoogt van een akoestische situatie op basis van immissieniveaus eventueel aangevuld met saneringsvoorstellen; - "beperkt akoestisch onderzoek" : onderzoek dat enkel de technische controle omvat, bedoeld
artikel 62, § 4, van titel I van het VLAREM, en wordt uitgevoerd door of onder de verantwoordelijkheid van de toezichthoudende ambtenaren;"; 11° "DEFINITIES GEVAARLIJKE STOFFEN (PRODUCTIE EN OPSLAG)" wordt vervangen door wat volgt : « Definities gevaarlijke producten (PRODUCTIE EN OPSLAG) (Hoofdstukken 4.1, 5.17 en 6.5) Gevaarlijke producten - "hoofdeigenschap" : de catalogisering volgens de EG-richtlijn 67/548 EEG van 27 juni 1967 betreffende de
deling, verpakking en het kenmerken van gevaarlijke stoffen en de EG-richtlijn 88/379 EEG van 7 juni 1988 betreffende de
deling, verpakking en het kenmerken van gevaarlijke preparaten;
dien een product wordt gekenmerkt met twee of meer gevaarsymbolen, moet het meest relevante risico
aanmerking worden genomen;
dien dit niet wordt gepreciseerd
de EG-richtlijn hiervoor vermeld, moet de
deling worden gevolgd van de ADR-reglementering, vastgesteld door het koninklijk besluit van 16 september 1991 betreffende het vervoer van gevaarlijke goederen over de weg met uitzondering van ontplofbare en radioactieve stoffen zoals bekendgemaakt
het Belgisch Staatsblad van 18 juni 1997; - "vlampunt" : temperatuur, bepaald volgens de voorschriften van de normen NBN T 52-900, NBN T 52-110 en NBN T 52.075; - "niet-brandbare materialen" : een materiaal wordt niet-brandbaar genoemd (NBN S21 - 201) wanneer het geen enkel uitwendig verschijnsel van merkbare warmte-ontwikkeling vertoont tijdens een genormaliseerde proef waarbij het aan een voorgeschreven verhitting blootgesteld wordt; - "P1-producten" : zeer licht en licht ontvlambare vloeistoffen, met name vloeistoffen met een vlampunt lager dan 21 °C; - "P2-producten" : ontvlambare vloeistoffen, met name vloeistoffen met een vlampunt gelijk aan of hoger dan 21 °C en gelijk aan of lager dan 55 °C; - "P3-producten" : brandbare vloeistoffen met een vlampunt hoger dan 55 °C en gelijk aan of lager dan 100 °C; - "P4-producten" : brandbare vloeistoffen met een vlampunt hoger dan 100 °C en gelijk aan of lager dan 250 °C; - "vloeistofdicht/ondoordringbaar" : met een zodanig kleine doorlatendheid ten opzichte van de te weerhouden producten dat verontreiniging van bodem, grond- en oppervlaktewater uitgesloten is; - "
kuiping" : een kuipvormige uitgevoerde vloeistofdichte constructie uit niet-brandbare materialen, die
staat is om de lekvloeistof te weerhouden; onder deze definitie valt tevens de "opvanglade" bedoeld
het besluit van de Vlaamse regering van 27 maart 1985 houdende reglementering van de handelingen binnen de waterwingebieden en de beschermingszones; - "groeve" : een ondergrondse constructie
metselwerk of beton die geen deel uitmaakt van een gebouw en die begrensd is door een vloer, wanden en eventueel een dakplaat, waarin houders zijn geplaatst en die
staat is om de lekvloeistof te weerhouden, derwijze opgevat dat:
de groeve kan terechtkomen;c) geen hemelwater
de groeve kan terechtkomen of
dien de groeve niet is afgedekt, deze is uitgerust met een systeem dat toelaat het water te verwijderen, nadat is vastgesteld dat hierin geen van de opgeslagen producten aanwezig is; - "permanent lekdetectiesysteem" : een bestendig aanwezig systeem dat toelaat op een gemakkelijke manier lekken vast te stellen; - "tankenpark" : een verzameling van één of meer bovengrondse houders binnen één
kuiping en met een totale capaciteit van meer dan 250 m3; - "tankenpark voor P-producten (P1, P2, P3, P4)" : een verzameling van één of meerdere bovengrondse houders voor de opslag van P-producten binnen één
kuiping en met een totale capaciteit van de houders voor P-producten van meer dan 250 m3; - "tankenpark voor andere dan P-producten (P1, P2, P3, P4)" : een verzameling van één of meer bovengrondse houders voor de opslag van andere dan P-producten binnen één
kuiping en met een totale capaciteit van de houders voor andere dan P-producten van meer dan 250 m3; - "erkend technicus" : milieudeskundige, erkend
de discipline verwarmingsinstallaties die gevoed zijn met vloeibare brandstof,
het bezit van een geldig en erkend attest
zake de controle en het onderhoud van stookolietanks als bedoeld
artikel 6.5.6.3; - "bevoegd deskundige" : een aan een
richting verbonden deskundige waarvan de bevoegdheid voor de bouw, beveiliging, onderhoud en controle van houders, leidingen en toebehoren overeenkomstig bijlage 5.17.8 bij dit besluit door de afdeling Milieuvergunningen is aanvaard; - "benzine" : een aardoliederivaat, met of zonder additieven, met een volgens de Reidmethode bepaalde dampdruk van 27,6 kilopascal of meer, dat voor gebruik als brandstof voor motorvoertuigen is bestemd, met uitzondering van vloeibaar petroleumgas (LPG); - "mobiele tank" : een over de weg, per spoor of over het water vervoerde houder met uitzondering van zeeschepen die wordt gebruikt voor de overbrenging van gevaarlijke vloeistoffen; - "schip" : een binnenschip zoals gedefinieerd
artikel 3 van het koninklijk besluit van 1 juni 1993 tot vaststelling van de technische voorschriften voor binnenschepen; - "verdeelinstallatie" : een
stallatie waar gevaarlijke vloeistoffen overgeladen worden van een vaste houder naar een mobiele tank of naar verplaatsbare recipiënten; - "vaste stof" : een product dat bij standaardvoorwaarden, met name 20 °C en 1 bar absoluut, een dynamische viscositeit heeft van meer dan 5.000 mPa.s; - "vloeistof" : een product dat bij standaardvoorwaarden, met name 20 °C en 1 bar absoluut, niet gasvormig is en een dynamische viscositeit heeft die kleiner is of gelijk aan dan 5.000 mPa.s; - "opslagplaats" : de ruimten of plaatsen
gebouwen, ondergronds of
open lucht, waarin de
dit reglement bedoelde gevaarlijke producten
vaste houders of
verplaatsbare recipiënten zijn opgeslagen
een hoeveelheid die het dagverbruik (24 uur) overschrijdt; hierbij wordt verstaan onder : - "vaste houders" : houders welke worden gevuld of bijgevuld op de plaats van gebruik; - "verplaatsbare recipiënten" : houders welke worden gevuld of bijgevuld op een plaats andere dan de plaats van gebruik; worden niet als opslagplaats beschouwd : - transportvoertuigen; - fabricagetoestellen waarin de producten een bewerking moeten ondergaan en de pompen en buffervaten, gekoppeld aan de productie; Beheersing van de uitstoot van vluchtige organische stoffen (VOS) (afdeling 5.17.4) - "damp" : een gasvormige, uit benzine vervluchtigde verbinding; - "opslaginstallatie" : een of meerdere vaste houders die op een terminal voor de opslag van benzine wordt gebruikt; - "overslaginstallatie" : het geheel van leidingen, pompen, laadarmen, tellers en
jectiesystemen op een terminal of
een verdeelinstallatie - met uitzondering van de ermee verbonden opslaginstallatie(s) - waardoor benzine
mobiele tanks kan worden geladen en overgeslagen; overslaginstallaties voor tankwagens omvatten één of meer laadportalen; - "laadportaal" : een constructie op een terminal waarmee te allen tijde benzine
een tankwagen kan worden geladen; - "terminal" : een geheel van voorzieningen omvattende opslaginstallaties, overslaginstallaties en alle toebehoren, die voor de opslag en het laden of overslaan van benzine
tankwagens, tankwagons of schepen wordt gebruikt; - "bestaande opslaginstallatie, overslaginstallatie, verdeelinstallatie voor benzine" :
stallatie waarvan de exploitatie op 1 augustus 1995 is vergund of waarvoor de aanvraag tot hernieuwing van de milieuvergunning op deze datum
behandeling was; - "nieuwe opslaginstallatie, overslaginstallatie, verdeelinstallatie voor benzine":
stallatie die niet beantwoordt aan de criteria van een "bestaande opslaginstallatie, overslaginstallatie, verdeelinstallatie"; - "doorzet" : de
de vermelde referentiejaren gemeten grootste totale jaarlijkse hoeveelheid benzine die vanuit of via de opslag- of overslaginstallatie van een terminal of van een verdeelinstallatie wordt overgeslagen
mobiele tanks; - "dampterugwinningseenheid" : een
stallatie voor de terugwinning van benzine uit damp, met
begrip van eventuele buffertanksystemen van een terminal; - "streefreferentiewaarde" : het richtsnoer dat is vastgesteld voor de algemene beoordeling van de overeenstemming met de technische voorschriften
de bijlagen en dat niet bedoeld is als een grenswaarde waaraan de prestaties van afzonderlijke
stallaties, terminals en verdeelinstallaties voor benzine zullen worden afgemeten; - "voorlopige dampopslag" : de voorlopige dampopslag
een houder met vast dak op een terminal voor latere overbrenging naar en terugwinning op een andere terminal; de overbrenging van damp van de ene naar de andere opslaginstallatie op een terminal wordt niet beschouwd als voorlopige dampopslag zoals
dit besluit gedefinieerd. » ; 12°
"DEFINITIES LUCHTVERONTREINIGING" worden de volgende wijzigingen aangebracht : a) onder "Algemeen" worden na het derde streepje de volgende streepjes
gevoegd : « - "waarnemingsdrempel": het laagste gehalte of de laagste concentratie voor de betrokken parameter die kan worden waargenomen; - "bepalingsdrempel" : het/de kleinste met een gegeven werkwijze
een monster kwantitatief bepaalbare gehalte of concentratie van een gegeven stof die nog van nul kan worden onderscheiden;"; b) onder "Algemeen" wordt de definitie
het vierde streepje vervangen door wat volgt : - "emissiegrenswaarde" : concentratie en/of massa van verontreinigende stoffen, gedurende een bepaalde periode,
emissies afkomstig van
richtingen, die
normale bedrijfsomstandigheden niet mag worden overschreden;bij verbrandingsinrichtingen wordt ze bepaald
massa per volume van de rookgassen, uitgedrukt
mg/Nm3, uitgaande van een zuurstofgehalte
de rookgassen van 3 volumepercent
het geval van vloeibare en gasvormige brandstoffen, van 6 volumepercent
het geval van vaste brandstoffen, 11 volumepercent
het geval van onbehandeld hout en hout vergelijkbaar met onbehandeld hout en van 15 volumepercent
het geval van gasturbines en stoom- en gasturbine-
stallaties. » ; c) onder "Stookinstallaties" wordt : -
het vierde gedachtestreepje het woord "opgewerkte" vervangen door het woord "opgewekte"; - het achtste gedachtenstreepje met de definitie van "stoom- en gasturbine-
stallatie (STEG)" opgeheven; - de volgende definitie toegevoegd : « - "onbehandeld houtafval en houtafval vergelijkbaar met onbehandeld houtafval" : (a) natuurlijk stukhout, schors
begrepen, bijvoorbeeld
de vorm van spaanders, borstelhoutjes of -stelen.(b) natuurlijk hout
de vorm van zaagresten en -meel, krullen, slijpstof of schorsdeeltjes. (c) multiplex, spaanplaten, vezelplaten of ander verlijmd hout evenals resten ervan
zoverre ze geen andere stoffen bevatten of ermee bekleed zijn;"; d) de volgende definitie wordt toegevoegd : « Machines met
wendige verbranding (hoofdstuk 5.31 ) - "Stoom- en gasturbine-
stallatie (STEG)" : een
stallatie, bestaande uit een gasturbine, waarin een vloeibare of een gasvormige brandstof wordt verbrand, met een bijhorende ketel waardoor de verbrandingsgassen van de gasturbine gevoerd worden, teneinde warmte over te dragen aan een medium dat niet
contact treedt met die gassen en waarin al of niet een brandstof wordt gestookt en waarbij geen dan wel nagenoeg geen extra lucht voor de verbranding wordt toegevoegd. » ; 13° aan "DEFINITIES MINERALE PRODUCTEN" worden de volgende definities toegevoegd : «
richtingen voor de fabricage van keramische producten (afdeling 5.30.1.) - "bestaande
richting" : als bestaande
richtingen worden beschouwd : a)
richtingen of gedeelten van
richtingen waarvoor de exploitatie vóór 1 augustus 1995 was vergund overeenkomstig een akte van verklaring van aanhorigheden bij een graverij conform het koninklijk besluit van 5 mei 1919, houdende het algemeen politiereglement op de mijnen, graverijen en ondergrondse groeven, gewijzigd door de wet van 19 augustus 1948 en de koninklijke besluiten van 20 september 1950 en 25 maart 1966, of waarvoor een
toepassing van datzelfde koninklijk besluit vóór 1 augustus 1995 aanvraag tot vergunning bij de bevoegde overheid is
gediend;b)
richtingen of gedeelten van
richtingen waarvoor de exploitatie vóór 1 augustus 1995 was vergund overeenkomstig titel 1 van het Algemeen Reglement voor Arbeidsbescherming of waarvoor een
toepassing van datzelfde reglement vóór 1 augustus 1995
gediende aanvraag tot vergunning bij de bevoegde overheid is
gediend;c)
richtingen of gedeelten van
richtingen waarvoor de exploitatie vóór 1 augustus 1995 was vergund overeenkomstig titel I van het Vlarem;d)
richtingen of gedeelten van
richtingen die vóór 1 augustus 1995
gebruik werden genomen en vóór deze datum overeenkomstig titel 1 van het Algemeen Reglement voor de Arbeidsbescherming niet als gevaarlijk, ongezond of hinderlijk
gedeeld waren; als bestaande
richtingen worden tevens beschouwd, de uitbreidingen van bestaande
richtingen met een vergroting van minder dan 100 % van de capaciteit, drijfkracht of de perceelsoppervlakte, ten aanzien van de vergunde situatie vóór 1 augustus 1995, de datum van
werkingtreding van het besluit van de Vlaamse regering, houdende algemene en sectorale bepalingen
zake milieuhygiëne; - "nieuwe
richting" : een
richting waarvoor vergunning tot exploitatie op of na 1 augustus 1995 is aangevraagd; - "keramische producten" : tot de keramische producten behoren o.a. bakstenen, kleidakpannen, vuurvaste stenen, tegels, aardewerk of porselein, geëxpandeerde kleiproducten, gresbuizen, agrarische keramiek zoals voederbakken, bloempotten en draineerbuizen; - "verhittingsinstallatie" : productie-
stallatie waarin via directe verhitting van gevormde en/of gedroogde kleimassa, onder de gepaste atmosfeer en volgens een welbepaald tijdschema, de gewenste kenmerken van het keramisch eindproduct worden verkregen; - "rookgassen" : gasvormige uitworp met de vaste, vloeibare of gasvormige emissies die zich daarin bevinden; het debiet van deze gassen wordt uitgedrukt
m3/uur herleid tot de genormaliseerde temperatuur (273 °K of 0 °C) en druk (101,3 kPa of 1013 mbar) na aftrek van het waterdampgehalte (m3/u), en herleid tot het referentiezuurstofgehalte; - "emissiegrenswaarde" : de concentratie en/of massa van verontreinigende stoffen gedurende een bepaalde periode,
emissies afkomstig van
richtingen voor de fabricage van keramische producten, die onder normale bedrijfsomstandigheden niet mag worden overschreden; ze wordt bepaald
massa per volume van de rookgassen, uitgedrukt
mg/Nm3, en herleid tot het referentiezuurstofgehalte van 18 % O2; - "primaire grondstof" : alle klei- en/of leemgrondstoffen,
clusief afmageringszanden, en alle andere natuurlijke grondstoffen geschikt voor de fabricage van keramische producten. » . Art. 2.
artikel 1.2.2.1 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1°
, eerste lid, worden de woorden "
de art.4.1.2.1. naleeft" vervangen door de woorden "
het artikel 4.1.2.1 naleeft"; 2°
worden de woorden "betrekking heeft" vervangen door de woorden "betrekking hebben". Art. 3.
artikel 1.2.3.1, § 2, van hetzelfde besluit worden de woorden "Deze wint het advies is" vervangen door de woorden "Deze wint het advies
". Art. 4.
artikel 1.3.2.1 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° de woorden "e.lucht" worden geschrapt; 2° de woorden "e.het koninklijk besluit van 13 december 1966Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 13/12/1966 pub. 23/03/2020 numac 2020030270 bron federale overheidsdienst volksgezondheid, veiligheid van de voedselketen en leefmilieu Koninklijk besluit tot bepaling van het percentage van de toelagen voor de opbouw, de herconditionering, de uitrusting en de apparatuur van ziekenhuizen en van zekere voorwaarden waaronder ze worden verleend. - Officieuze coördinatie
het Duits sluiten betreffende de voorwaarden en modaliteiten voor de erkenning van de laboratoria en
stellingen die belast zijn met de monsternemingen, ontledingen, proeven en onderzoekingen,
het kader van de bestrijding van de luchtverontreiniging" worden geschrapt. Art. 5.
artikel 1.3.2.2 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1°
worden de woorden "c.houders voor gassen of gevaarlijke stoffen" vervangen door de woorden : « c. houders voor gassen of gevaarlijke stoffen; d. lucht;"; 2°
worden de woorden "het Bestuur Algemeen Milieubeleid," vervangen door de woorden "de afdeling Algemeen Milieu- en Natuurbeleid,";3°
, 4°, worden de woorden "van de
dienst hebbende" vervangen door de woorden "van de
dienst zijnde";4° aan § 2 wordt een 5° tot en met 9° toegevoegd die luiden als volgt : "5° de volledige personeelslijst, met vermelding van de naam, de voornamen, de kwalificaties en de functies, aangevuld met een eensluidend verklaard afschrift van de diploma's van de aanvrager respectievelijk van de personen, bedoeld
4°;6° een plattegrond van de lokalen;7° een volledige lijst van de wetenschappelijke apparatuur waarover de deskundige beschikt;8° een volledige lijst van de technische en wetenschappelijke documentatie, de literatuur en de wettelijke en wetenschappelijke normen die voorhanden zijn; 9°
dien de aanvraag betrekking heeft op de discipline lucht, de opdrachten uit de lijst van opdrachten, vermeld
bijlage 1.3.2.2, waarvoor de erkenning wordt aangevraagd. » . 5°
worden de woorden "ten allen tijde" vervangen door de woorden "te allen tijde";6° een § 7 wordt toegevoegd die luidt als volgt : « § 7.De aanvrager voert,
het kader van het onderzoek van de aanvraag tot erkenning, kosteloos alle proefnemingen uit op typemonsters en referentiestalen. Deze proefmetingen worden georganiseerd en begeleid door het referentielaboratorium
de bedoelde discipline en bestaan
de opdrachten waarvoor de erkenning wordt aangevraagd. Voor alle opdrachten waarvoor de erkenning wordt aangevraagd, kunnen proeven worden opgelegd. Het referentielaboratorium
de bedoelde discipline stelt een beoordelingsverslag op van de uitgevoerde proefmetingen en stuurt dat verslag naar de afdeling Algemeen Milieu- en Natuurbeleid binnen 45 kalenderdagen nadat het alle resultaten vanwege de aanvrager ontvangen heeft.
dien bedoeld verslag niet binnen de voorziene termijn van 45 kalenderdagen is verstuurd wordt dit geacht gunstig te zijn. » Art. 6.
artikel 1.3.3.1 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1°
het eerste lid worden de woorden "op zijn diensten beroep doet" vervangen door de woorden "op zijn diensten een beroep doen";2° een derde lid wordt toegevoegd dat luidt als volgt : « De erkende milieudeskundige moet verder : 1°
staat zijn de opdrachten waarvoor de erkenning wordt aangevraagd zelf uit te voeren;2° te allen tijde de ambtenaren van de afdeling Algemeen Milieu- en Natuurbeleid alsook de personeelsleden van het referentielaboratorium
de beschouwde discipline toegang verlenen tot het laboratorium;3° de norm NBN-EN 45001 toepassen en over een kwaliteitshandboek beschikken;4° verplicht deelnemen en actief meewerken aan de door de afdeling Algemeen Milieu- en Natuurbeleid of het referentielaboratorium
de beschouwde discipline georganiseerde externe kwaliteitscontroles van de opdrachten waarvoor hij erkend is;de resultaten van deze controles worden anoniem kenbaar gemaakt aan de deelnemende erkende milieudeskundigen. » Art. 7.
artikel 1.3.3.2, § 2, van hetzelfde besluit worden de woorden "handelingen stellen" vervangen door de woorden "handelingen verrichten". Art. 8.Aan hoofdstuk 1.3 van hetzelfde besluit wordt een afdeling 1.3.4 toegevoegd die luidt als volgt : "Afdeling 1.3.
artikel 32quater van de wet van 26 maart 1971 houdende bescherming van oppervlaktewateren tegen verontreiniging. Hierbij gaat het om het exploiteren en het meten van de verontreiniging van de omgevingslucht
het kader van de volgende meetnetten : 1° telemetrisch meetnet lucht, voor de voortgangsbewaking van de algemene luchtkwaliteit voor luchtverontreinigende stoffen,
zonderheid : SO2, NO, NO2, O3, CO, CO2, BTX, VOS, totaal koolwaterstoffen, bemonstering en analyse zwarte rook volgens de OESO-methode, bemonstering en gravimetrische bepaling van stofdeeltjes, de continue meting van stofdeeltjes met specifieke grootte-karakteristiek;2° lokale meetnetten
gebieden met acute lokale problemen van luchtverontreiniging,
zonderheid : SO2, H2S, organische zwavelverbindingen, NO, NO2, O3, CO, CO2, BTX, VOS, bemonstering en analyse zwarte rook volgens de OESO-methode, bemonstering en gravimetrische bepaling van stofdeeltjes, de continue meting van stofdeeltjes met specifieke grootte-karakteristiek;3° mobiele metingen van luchtverontreiniging voor luchtverontreinigende stoffen,
zonderheid : SO2, H2S, organische zwavelverbindingen, NO, NO2, O3, CO, CO2, BTX, VOS, totaal koolwaterstoffen en totaal stofgehalte;4° meetnet voor zware metalen
zwevend stof,
zonderheid : As, Cd, Cu, Ni, Pb, Sb en Zn;5° meetnet voor zware metalen
neervallend stof,
zonderheid : As, Cd, Cu, Ni, Pb en Zn;6° regenmeetnet en meetnet natuurgebieden voor de bepaling van anorganische stoffen
de omgevingslucht,
droge, natte en totale depositie,
zonderheid : ammoniak, ammonium, calcium, chloriden, fluoriden, kalium, magnesium, natrium en sulfaten;7° meetnetten voor de bepaling van organische stoffen
de omgevingslucht,
droge, natte en totale depositie,
zonderheid : PAK's, nitro-aromatische koolwaterstoffen, VOS en ZVOS; Art. 1.3.4.2. De Vlaamse Milieumaatschappij (VMM), afdeling Meetnetten en Onderzoek : 1° maakt jaarlijks een verslag op over de geleverde prestaties en de
terne kwaliteitszorg, en stuurt dit aan de afdeling Algemeen Milieu- en Natuurbeleid;2° neemt deel, rechtstreeks of via de
terregionale Cel voor Leefmilieu (IRCEL), aan de door het referentielaboratorium van de EU georganiseerde externe kwaliteitscontroles
zake meetnetten voor de luchtkwaliteit;de resultaten van deze activiteiten worden opgenomen
het jaarverslag, bedoeld
1°. Art. 1.3.4.
artikel 1.3.4.1, geldt de ijkbank van de
terregionale Cel voor Leefmilieu (IRCEL). § 2. De Vlaamse
stelling voor Technologisch Onderzoek (VITO) wordt aangewezen als referentielaboratorium voor de discipline lucht. » Art. 9.Artikel 2.2.2.2 van hetzelfde besluit wordt hernummerd tot artikel 2.2.2.1. Art. 10.
artikel 2.3.6.2 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1°
het zevende gedachtestreepje worden de woorden "alle oppervlaktewateren van het Vlaamse Gewest worden" vervangen door de woorden "worden alle oppervlaktewateren van het Vlaamse Gewest";2°
het achtste gedachtestreepje worden de woorden "op het gehele grondgebied van het Vlaamse Gewest wordt" vervangen door de woorden "wordt op het gehele grondgebied van het Vlaamse Gewest". Art. 11.
artikel 2.3.6.3, § 3 van hetzelfde besluit worden de woorden "de best beschikbare technieken" vervangen door de woorden "de beste beschikbare technieken". Art. 12.
artikel 2.4.2.1 van hetzelfde besluit wordt het woord "§ 1" geschrapt. Art. 13.
artikel 2.4.3.5, 2°, van hetzelfde besluit wordt de zinsnede "wordt,.... hiervan op de hoogte gebracht" vervangen door de zinsnede "worden,.... hiervan op de hoogte gebracht". Art. 14.
artikel 2.5.2.3, § 3, 1°, c), van hetzelfde besluit wordt het woord "zwaveldioxyden" vervangen door het woord "zwaveldioxide". Art. 15.
artikel 3.2.1.1 van hetzelfde besluit worden de woorden "vergunningsverlenende overheid" vervangen door de woorden "vergunningverlenende overheid". Art. 16.
artikel 3.2.1.2 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° aan § 3, a), wordt het volgende toegevoegd : "5.11.0.5, § 2, 5.17.1.13, 5.17.3.6, 5.17.3.7, § 1 en § 2, 5.17.3.8, 5.20.4.2.1, § 1 en § 2, eerste en tweede lid, 5.23.1.1 en 5.33.1.2"; 2°
, a) wordt het volgende geschrapt : "5.17.1.9, § 2 en 5 en 5.17.1.1"; 3°
, c), worden de woorden "vergunningsverlenende overheid" vervangen door de woorden "vergunningverlenende overheid";4°
Art. 17.
artikel 3.3.0.1 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1°
wordt het woord "geemitteerd" vervangen door het woord "geëmitteerd";2° een § 3 wordt toegevoegd die luidt als volgt : « § 3.
zoverre een
richting langsheen of
de nabijheid van een waterweg is gelegen, kan
de milieuvergunning worden bepaald dat een minimumpercentage van de aan- en afvoer van grondstoffen en/of producten naar en van de
richting moet gebeuren via de waterweg. » Art. 18.
artikel 4.1.1.1, eerste lid van hetzelfde besluit worden de woorden "het goedgekeurd gewestplan" vervangen door de woorden "het goedgekeurde gewestplan of een ruimtelijk uitvoeringsplan". Art. 19.Artikel 4.1.6.2 van hetzelfde besluit wordt vervangen door wat volgt : « Art. 4.1.6.
afnemende graad van prioriteit vermeld : 1° hergebruik van producten;2° recyclage van materialen;3° winning van energie;4° verbranding zonder energiewinning. Slechts wanneer de beste beschikbare technieken geen van de voormelde verwerkingswijzen toelaten, mogen de afvalstoffen overeenkomstig de wettelijke bepalingen gestort worden
een daartoe vergunde
richting. § 2. Om te kunnen voldoen aan de verwerkingshiërarchie zoals beschreven
moeten afvalstromen die een verschillende verwerking dienen te ondergaan of kunnen ondergaan, gescheiden worden opgevangen of na ophaling mechanisch worden gescheiden. » Art. 20.
artikel 4.1.7.2, § 4 van hetzelfde besluit worden de woorden "anderssoortige gevaarlijke stoffen" vervangen door de woorden "andersoortige gevaarlijke stoffen". Art. 21.
artikel 4.1.8.4 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse regering van 26 juni 1996, wordt het woord "milieucoordinator" vervangen door het woord "milieucoördinator". Art. 22.
artikel 4.1.9.1.1, § 4, van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse regering van 26 juni 1996, wordt tussen het tweede en derde lid een nieuw lid
gevoegd dat luidt als volgt : « Het verzoek tot
stemming bij de afdeling Milieuvergunningen omvat : 1° alle gegevens over de nadere eisen en voorwaarden waaraan een milieucoördinator moet voldoen;2° een verklaring van de exploitant over het voornemen tot aanstelling van de milieucoördinator.
geval de aanstelling een werknemer van de exploitant betreft, moet de verklaring, bedoeld
2°, vergezeld zijn van het akkoord van het Comité voor Preventie en Bescherming op het werk. Het verlenen van de
stemming door de afdeling Milieuvergunningen betekent dat van rechtswege is voldaan aan de bepaling van artikel 4.1.9.1.1. » Art. 23.
artikel 4.1.9.1.2 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1°
, 1°, tweede lid, worden de woorden "wordt voor milieucoördinator-werknemer" vervangen door de woorden "wordt voor de milieucoördinator-werknemer";2° § 3 wordt vervangen door wat volgt : « § 3.Onverminderd de bepalingen van § 1 en § 2 en
zoverre de betrokkene niet is of niet wordt erkend als milieucoördinator door de Vlaamse minister op basis van een aanvraag die daartoe wordt
gediend voor 1 januari 2000, geldt voor milieucoördinatoren die vanaf die datum worden aangesteld als bijkomende vereiste dat zij : 1° voor
richtingen die
de lijst van bijlage 1 bij titel I van het VLAREM onder de 5de kolom met de letter "A" zijn aangeduid, alsook voor de milieutechnische eenheid of voor een groep van
richtingen die een dergelijke
richting omvat : met vrucht een erkende cursus van aanvullende vorming van het eerste niveau of een overgangscursus van het tweede naar het eerste niveau, bedoeld
artikel 4.1.9.1.6 hebben beëindigd; 2° voor
richtingen die
de lijst van bijlage 1 bij titel I van het VLAREM onder de 5de kolom met de letter "B" zijn aangeduid, alsook voor de milieutechnische eenheid of voor een groep van
richtingen die een dergelijke
richting omvat : met vrucht een erkende cursus van aanvullende vorming van het tweede of het eerste niveau of een overgangscursus van het tweede naar het eerste niveau, bedoeld
artikel 4.1.9.1.6 hebben beëindigd. » ; 3° een § 6 wordt toegevoegd die luidt als volgt : « § 6.Voor een
richting die
de lijst van bijlage 1 bij titel I van het VLAREM onder de 5de kolom met de letter "B" is aangeduid, en die door verandering van de
richting of door wijziging van de
delingslijst met de letter "A" wordt aangeduid, mag de persoon die op de datum van bedoelde verandering of bedoelde wijziging van de
delingslijst als milieucoördinator was aangesteld,
de
richting verder aangesteld blijven
zijn functie van milieucoördinator. » Art. 24.
artikel 4.1.9.1.3, § 3, van hetzelfde besluit worden de woorden "comité voor veiligheid, gezondheid en verfraaiing der werkplaatsen" vervangen door de woorden "comité voor preventie en bescherming op het werk". Art. 25.
artikel 4.1.9.1.4, § 1, van hetzelfde besluit worden de woorden "comité voor veiligheid, gezondheid en verfraaiing der werkplaatsen" vervangen door de woorden "comité voor preventie en bescherming op het werk". Art. 26.
artikel 4.1.9.1.5, eerste lid, van hetzelfde besluit worden de woorden "te beschikking" vervangen door de woorden "ter beschikking". Art. 27.Aan artikel 4.1.9.1.6, § 3, van hetzelfde besluit wordt een derde lid toegevoegd dat luidt als volgt : « Tot de overgangscursussen van aanvullende vorming van het tweede niveau naar het eerste niveau worden degenen die geslaagd zijn voor een cursus van het tweede niveau toegelaten. » Art. 28.
artikel 4.1.9.2.3 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1.
2°, a) wordt het woord "niveau's" telkens vervangen door het woord "niveaus";2.
4°, c), iii) wordt het woord "produkctie" vervangen door het woord "productie". Art. 29.
artikel 4.1.9.2.6, § 1, worden de woorden "bedoelde bedoelde milieuaudit" vervangen door de woorden "bedoelde milieuaudit". Art. 30.
het opschrift van de subafdeling 4.1.9.3 van hetzelfde besluit worden de woorden "comité voor veiligheid, gezondheid en verfraaiing der werkplaatsen" vervangen door de woorden "comité voor preventie en bescherming op het werk". Art. 31.
artikel 4.1.9.3.1 van hetzelfde besluit worden de woorden "comité voor veiligheid, gezondheid en verfraaiing der werkplaatsen" vervangen door de woorden "comité voor preventie en bescherming op het werk". Art. 32.Aan hoofdstuk 4.1 "Algemene voorschriften" wordt een afdeling 4.1.10 toegevoegd die luidt als volgt : "Afdeling 4.1.10. - Bijzondere onderzoekscommissies Art. 4.1.10.1. § 1. Er wordt een bijzondere onderzoekscommissie opgericht die op verzoek van de bevoegde overheid een milieutechnisch advies verstrekt
zake de verontreiniging van de omgevingslucht door polychloordibenzodioxines en polychloordibenzofuranen en andere gevaarlijke stoffen veroorzaakt door
dustriële
stallaties
het algemeen en afvalverwijderingsinstallaties
het bijzonder. § 2. De onderzoekscommissie, bedoeld
, is samengesteld als volgt : 1° een deskundige, die de commissie voorzit, en ten minste twee andere deskundigen, allemaal aangewezen door de Vlaamse minister bevoegd voor het leefmilieu;2° een deskundige, aangewezen door de Vlaamse minister bevoegd voor het gezondheidsbeleid;3° het afdelingshoofd of de door hem aangewezen ambtenaar van de afdeling Milieuvergunningen, die het secretariaat verzekert;4° het afdelingshoofd of de door hem aangewezen ambtenaar van de afdeling Gezondheidszorg;5° de administrateur-generaal of de door hem aangewezen ambtenaar van de OVAM.» . Art. 33.
artikel 4.2.1.3, § 1, van hetzelfde besluit wordt de eerste zin vervangen door wat volgt : « De lozing van bedrijfsafvalwater
de kunstmatige afvoerwegen voor hemelwater of
het gedeelte van een gescheiden riolering voor de afvoer van hemelwater is verboden, behalve - mits uitdrukkelijke vergunning -
dien het bedrijfsafvalwater betreft dat voldoet aan de bijzondere voorwaarden zoals bepaald
de vergunning. » Art. 34.
artikel 4.2.2.1 van hetzelfde besluit wordt het woord "bedijfsafvalwater" vervangen door het woord "bedrijfsafvalwater". Art. 35.
artikel 4.2.2.1.1, 4 van hetzelfde besluit wordt het woord "opgenomen" vervangen door het woord "opgenomen,". Art. 36.
artikel 4.2.3.1 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1°
1° worden de woorden "maximaal voorkomen" vervangen door de woorden "maximaal te worden voorkomen";2°
b) worden de woorden "gewichtseenheid van de verontreinigde stof" vervangen door de woorden "gewichtseenheid van de verontreinigende stof". Art. 37.
artikel 4.2.4.1, § 1, van hetzelfde besluit wordt de eerste zin vervangen door wat volgt : « De algemene voorwaarden voor het lozen van koelwater
de gewone oppervlaktewateren en
de kunstmatige afvoerwegen voor hemelwater en voor het lozen van koelwater,
gedeeld
klasse 3,
de openbare riolering en de collectoren, luiden als volgt :". Art. 38.
artikel 4.2.5.1.1, § 2, van hetzelfde besluit worden de woorden "ten allen tijde" vervangen door de woorden "te allen tijde". Art. 39.
artikel 4.2.5.4.1 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1°
worden de woorden "24-uursdebiet" vervangen door de woorden "24-uurdebiet";2° aan § 1 wordt een derde lid toegevoegd dat luidt als volgt: « Ongeacht wat ter zake
de milieuvergunning is opgelegd, moet geen enkele andere parameter dan het debiet continu worden bemonsterd noch gemeten.» ; 3°
worden de woorden "Tenzij anders bepaald
de milieuvergunning worden op de
bedoelde debietsevenredige 24-uurmonsters ten minste bepaald :" vervangen door de woorden "Ongeacht wat ter zake
de milieuvergunning is opgelegd, moeten op de debietsevenredige 24-uurmonsters, bedoeld
, enkel worden bepaald :" Art.40.
het opschrift van de subafdeling 4.2.7.3 van hetzelfde besluit wordt het woord "voorbehandelingsinstallaties" vervangen door het woord "voorbehandelingsinstallaties". Art. 41.
artikel 4.3.2.2 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1°
, 1° wordt het woord "geidentificeerd" vervangen door het woord "geïdentificeerd";2°
, derde lid, worden de woorden "ter beschikking gehouden" vervangen door de woorden "ter beschikking houden". Art. 42.
artikel 4.3.3.1 van hetzelfde besluit wordt 5° vervangen door wat volgt : « 5° alleen de lozing
de besterfput, bedoeld
2°, van huishoudelijk afvalwater is toegestaan; het is ten strengste verboden hierin welkdanige afvalstof te lozen of te laten toekomen;". Art. 43.
artikel 4.4.1.2 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1°
het eerste lid wordt het woord "gedefiniëerd" vervangen door het woord "gedefinieerd";2° a) wordt vervangen door wat volgt : "de verbranding van turf, van bruinkool en van niet-rookloze kolenagglomeraten is verboden". Art. 44.
artikel 4.4.2.2 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° aan § 1 wordt een derde lid toegevoegd dat luidt als volgt : « Tenzij anders vermeld
de vergunning moeten dampen, nevels en stofhoudende afvalgassen op de plaats waar ze ontstaan worden opgezogen.Zo nodig moeten ze naar een zuiveringsinstallatie worden geleid. Vervolgens dienen ze
de atmosfeer geloosd te worden via een schoorsteen met een zodanige hoogte dat de omgeving niet gehinderd wordt. De schoorsteen moet ten minste 1 m hoger zijn dan de nok van het dak van de woningen, bedrijfs- en andere gebouwen die gewoonlijk door mensen bezet zijn, gelegen
een straal van 50 meter rond de schoorsteen. Dit geldt niet voor bestaande
richtingen, tenzij anders vermeld. » ; 2°
de tabel van § 2 wordt de parameter "zwevende deeltjes (stof)" vervangen door de parameter "totaal stof". Art. 45.
artikel 4.4.2.5 van hetzelfde besluit worden de woorden "minder dan 10 jaar" vervangen door de woorden "meer dan 10 jaar". Art. 46.
artikel 4.4.3.1 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1°
, eerste lid, wordt het woord "categoriëen" vervangen door het woord "categorieën";2°
, tweede lid, wordt 2° vervangen door wat volgt : « 2° bij emissies waar stoom het dragergas en hoofdbestanddeel is, de emissiegrenswaarden met
begrip van het watergehalte worden toegepast;emissies met natte pluimen als gevolg van natte gaswassers zijn uitgesloten van deze bepaling;"; 3°
, tweede lid, 5°, wordt het woord "gespecifiëerde" vervangen door het woord "gespecificeerde";4° een § 1bis wordt
gevoegd die luidt als volgt : « § 1bis.De emissiegrenswaarden gelden : 1° voor elk emissiepunt waarvoor de massastroom, vermeld
bijlage 4.4.3, wordt overschreden; 2° wanneer voor de hele milieutechnische eenheid de massastroom, vermeld
bijlage 4.4.3, is overschreden, moet ook de gewogen gemiddelde concentratie van de emissies uit de milieutechnische eenheid voldoen aan de emissiegrenswaarden. Voor de bepaling van de emissies van de milieutechnische eenheid dient er bij de start van het meetprogramma te worden gemeten op alle emissiepunten. Hetzelfde geldt bij wijzigingen
het productieproces die een wijziging van de emissies kunnen veroorzaken. Op basis van deze meetresultaten kunnen voor de verdere meting deelstromen worden weggelaten die niet of niet significant bijdragen tot de emissies. Tenzij anders bepaald
de milieuvergunning wordt het weglaten van de metingen op bepaalde deelstromen aanvaard : 1° ofwel,
dien de som van emissies van de gemeten deelstromen niet minder bedraagt dan 95 % van de emissies van de betrokken verontreinigende stof voor de hele milieutechnische eenheid;2° ofwel op voorwaarde dat dit voorafgaandelijk is goedgekeurd door de toezichthoudende overheid. De meetfrequentie (bijlage 4.4.3) en het controleprogramma (bijlage 4.4.4) worden toegepast op het geheel van de milieutechnische eenheid. » ; 5° een § 1ter wordt
gevoegd die luidt als volgt : « § 1ter.Tenzij anders vermeld
de milieuvergunning, gelden de volgende omstandigheden op de geloosde afvalgassen wanneer naverbranding gebruikt wordt als afvalgas-reinigingstechniek : - temperatuur : 0 °C; - druk : 101,3 kPa; - droog gas; - zuurstofgehalte van 18 %. » ; 6°
worden de woorden "bijlage 4.2.2" vervangen door de woorden "bijlage 4.4.2"; 7° een § 6 wordt toegevoegd die luidt als volgt : « § 6.Voor de omrekening van de gemeten emissie naar het referentiezuurstofgehalte dient volgende omrekeningsformule gebruikt te worden : ER= EM * ((21-OR)/ (21-OM)) met : EM = gemeten emissie; ER = emissie betrokken op referentiewaarde; OR = referentiezuurstofgehalte; OM = gemeten zuurstofgehalte. » Art. 47.
artikel 4.4.4.1, § 2, derde lid, van hetzelfde besluit worden de woorden "Dit" en "hoofdstuk 5.20. (
dustriele
richtingen" respectievelijk vervangen door de woorden "Deze frequentie" "hoofdstukken 5.1 en 5.20. (
dustriële
richtingen". Art. 48.
artikel 4.4.4.2, § 5 van hetzelfde besluit worden de woorden "§
artikel 4.4.4.4, § 1, tweede lid, van hetzelfde besluit worden de woorden "
dien het een parameter betreft" vervangen door de woorden "Voor alle parameters die voor de betrokken activiteiten relevant zijn en". Art. 50.
artikel 4.4.4.5 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1°
2°, b), i), wordt het woord "uurswaarden" vervangen door het woord "uurwaarden";2° een 4° wordt toegevoegd, die luidt als volgt : « 4° Tenzij anders vermeld
de milieuvergunning, wordt er bij continue metingen voldaan aan de emissiegrenswaarden
dien uit de evaluatie van alle beschikbare resultaten voor de bedrijfsduur tijdens een kalenderjaar, en rekening houdende met de meetonnauwkeurigheid, volgt dat :
artikel 4.4.5.3, § 1, 1°, en § 2 van hetzelfde besluit wordt het woord "24-uursgemiddelde" vervangen door het woord "24-uurgemiddelde". Art. 52.
artikel 4.4.5.4, § 1, 1°, en § 2 van hetzelfde besluit wordt het woord "24-uursgemiddelde" vervangen door het woord "24-uurgemiddelde". Art. 53.Het hoofdstuk 4.5 "Beheersing van geluidshinder" wordt vervangen door wat volgt : "HOOFDSTUK 4.
stallaties en toestellen, geluidsisolatie en/of -absorptie en/of -afscherming. § 2. De bepalingen vermeld onder de afdelingen 4.5.2, 4.5.3 en 4.5.4 van dit besluit zijn van toepassing, tenzij voor bepaalde categorieën van
richtingen
dit reglement andere bepalingen zijn opgenomen. Afdeling 4.5.2. - Richtwaarden voor het specifieke geluid
open lucht en binnenshuis Art. 4.5.2.1. Ter beoordeling van het geluid van
richtingen gelden de
de bijlagen 4.5.4 en 4.5.5 bij dit besluit aangegeven waarden
dB(A) als richtwaarden waaraan het specifieke geluid
open lucht van een
richting wordt getoetst. Art. 4.5.2.2. Ter beoordeling van het geluid van
richtingen die een gemene muur en/of vloer hebben met bewoonde vertrekken gelden de
bijlage 2.2.2 bij dit besluit aangegeven waarden
dB(A) als richtwaarden waaraan het specifieke geluid binnenshuis van een
richting wordt getoetst. Afdeling 4.5.3. - Voorwaarden voor nieuwe
richtingen van klasse 1 en 2 en voor veranderingen van bestaande
richtingen van klasse 1 en 2 Art. 4.5.3.
dat geval moet het specifieke geluid,
open lucht voortgebracht door de nieuwe
richting of door het geheel, respectievelijk door het onderdeel van een bestaande
richting dat het voorwerp van een verandering heeft uitgemaakt, beperkt worden tot het LA95,1h van het oorspronkelijke omgevingsgeluid verminderd met 5 dB(A) enerzijds alsmede tot de
bijlage 4.5.4 bij dit besluit bepaalde richtwaarden anderzijds. § 2. LA95,1h van het oorspronkelijke omgevingsgeluid is lager dan de richtwaarden
de gebieden onder 1°, 4°, 6° of 7° van de bijlage 2.2.1 bij dit besluit.
dat geval moet het specifieke geluid
open lucht voortgebracht door de nieuwe
richting of door het geheel, respectievelijk door het onderdeel van een bestaande
richting dat het voorwerp van een verandering heeft uitgemaakt, beperkt worden tot het LA95,1h van het oorspronkelijke omgevingsgeluid enerzijds en tot de
bijlage 4.5.4 bij dit besluit bepaalde richtwaarden verminderd met 5 dB(A) anderzijds. § 3. LA95,1h van het oorspronkelijke omgevingsgeluid is lager dan de richtwaarden
de gebieden onder 2°, 3°, 5°, 8° of 9° van de bijlage 2.2.1. bij dit besluit.
dat geval moet het specifieke geluid
open lucht voortgebracht door de nieuwe
richting of door het geheel, respectievelijk door het onderdeel van een bestaande
richting dat het voorwerp van een verandering heeft uitgemaakt, beperkt worden tot de
bijlage 4.5.4 bij dit besluit bepaalde richtwaarden verminderd met 5 dB(A). § 4. Onverminderd de bepalingen van § 1, 2 en 3 moeten nieuwe
richtingen van klasse 1 of 2, alsmede veranderingen van bestaande
richtingen van klasse 1 of 2 die een gemene muur en/of vloer hebben met bewoonde vertrekken voldoen aan volgende bepalingen : het specifieke geluid binnenshuis van de
richting gemeten
de bewoonde vertrekken, waarvan vensters en deuren gesloten zijn, dient beperkt te worden tot de
bijlage 2.2.2 bij dit besluit bepaalde richtwaarden verminderd met 3 dB(A). § 5. Als het geluid
open lucht van een
richting een
cidenteel, fluctuerend,
termitterend of impulsachtig karakter vertoont, dan worden de
bijlage 4.5.5 bij dit besluit aangegeven richtwaarden toegepast op de toepasselijke waarde. De toepasselijke waarde is de
bijlage 4.5.4 van dit besluit aangegeven richtwaarde voor de verschillende gebieden verminderd met 5. § 6. De voorwaarden vermeld
deze afdeling worden schematisch weergegeven
de beslissingsschema's 4.5.6.1 en 4.5.6.3
bijlage 4.5.6 bij dit reglement. Afdeling 4.5.4. - Voorwaarden voor bestaande
richtingen van klasse 1 en 2 Art. 4.5.4.1. § 1.
dien volgens een beperkt akoestisch onderzoek een door de
richting veroorzaakte overschrijding van de
bijlage 4.5.4, 4.5.5 en/of bijlage 2.2.2 bij dit besluit bepaalde richtwaarden wordt vastgesteld, kan de toezichthoudende ambtenaar de exploitant(en) verplichten tot uitvoering van een volledig akoestisch onderzoek en dit op kosten van de exploitant(en). Dit volledige akoestische onderzoek wordt uitgevoerd overeenkomstig bijlage 4.5.2 bij dit besluit en bepaalt de bijdrage van de
richting of,
voorkomend geval, van elke
richting tot voormelde overschrijding. § 2.
dien het volledige akoestische onderzoek, bedoeld
, uitwijst dat het specifieke geluid
open lucht voortgebracht door de
richting(en) de
bijlage 4.5.4 bij dit besluit bedoelde richtwaarde met 10 dB(A) of meer overschrijdt, moet(en) de exploitant(en) van de betrokken
richting(en) op zijn(hun) kosten een saneringsplan opstellen en uitvoeren overeenkomstig de bepalingen van bijlage 4.5.3 bij dit besluit. § 3.
dien het volledige akoestische onderzoek, bedoeld
, uitwijst dat het specifieke geluid
open lucht voortgebracht door de
richting(en) de
bijlage 4.5.4 bij dit besluit bepaalde richtwaarden met minder dan 10 dB(A) overschrijdt, kan de vergunningverlenende overheid, op advies van de afdeling Milieuvergunningen voor de
richtingen van de 1ste klasse en van de afdeling Milieuvergunningen en van de bevoegde gemeentelijke milieudienst voor
richtingen van de 2de klasse, een saneringsplan ter uitvoering opleggen overeenkomstig de bepalingen van bijlage 4.5.3 bij dit besluit. § 4. Onverminderd de bepalingen van § 1, 2 en 3 wordt het specifieke geluid binnenshuis van bestaande
richtingen van klasse 1 of 2 die een gemene muur en/of vloer hebben met bewoonde vertrekken zodanig beperkt dat de richtwaarden van bijlage 4.5.6 bij dit besluit zo goed mogelijk worden benaderd, rekening houdend met de bepalingen van artikel 4.5.1.1 en met gebruik van de beste beschikbare technieken. Het specifieke geluid van de
richting wordt gemeten
de bewoonde vertrekken, waarvan vensters en deuren gesloten zijn. Tenzij anders vermeld
de milieuvergunning moet het specifieke geluid van de
richting aan de bepalingen van deze paragraaf voldoen uiterlijk op 1 augustus 1997. § 5. Als het geluid
open lucht van een
richting een
cidenteel, fluctuerend,
termitterend of impulsachtig karakter vertoont, dan worden de
bijlage 4.5.5 bij dit besluit aangegeven richtwaarden toegepast op de toepasselijke waarde. De toepasselijke waarde is de
bijlage 4.5.4 bij dit besluit aangegeven richtwaarde voor de verschillende gebieden. § 6. De voorwaarden vermeld
deze afdeling worden schematisch weergegeven
de beslissingsschema's 4.5.6.1 en 4.5.6.2
bijlage 4.5.6 bij dit reglement. Afdeling 4.5.5. - Voorwaarden voor
richtingen van klasse 3 Art. 4.5.5.
open lucht van nieuwe
richtingen alsmede van veranderingen van bestaande
richtingen mag op de
B(A) verminderde richtwaarde
bijlage 4.5.4 bij dit besluit niet overschrijden. § 2. Onverminderd de bepalingen van § 1 moet het specifieke geluid binnenshuis van nieuwe
richtingen alsmede van veranderingen van bestaande
richtingen die een gemene muur en/of vloer hebben met bewoonde vertrekken voldoen aan de volgende bepaling : het specifieke geluid gemeten
de bewoonde vertrekken, waarvan vensters en deuren gesloten zijn, dient beperkt te worden tot de
bijlage 2.2.2 bij dit besluit bepaalde richtwaarden verminderd met 3 dB(A). § 3. Het specifieke geluid
open lucht van bestaande
richtingen wordt op de
of 4 van artikel 1 van bijlage 4.5.1 bij dit besluit bepaalde meetpunten zodanig beperkt dat de richtwaarde
bijlage 4.5.4 bij dit besluit zo goed mogelijk wordt benaderd, rekening houdend met de bepalingen van artikel 4.5.1.1 en met gebruik van de beste beschikbare technieken. § 4. Onverminderd de bepalingen van § 3 wordt het specifieke geluid binnenshuis van bestaande
richtingen die een gemene muur en/of vloer hebben met bewoonde vertrekken zodanig beperkt dat de richtwaarden van bijlage 2.2.2 bij dit besluit zo goed mogelijk worden benaderd rekening houdend met de bepalingen van artikel 4.5.1.1 en met gebruik van de beste beschikbare technieken. § 5. Het specifieke geluid van de bestaande
richtingen moet uiterlijk op 1 augustus 1998 voldoen aan de bepalingen van § 3 en § 4. § 6 Als het geluid
open lucht van een
richting een
cidenteel, fluctuerend,
termitterend of impulsachtig karakter vertoont, dan worden de
bijlage 4.5.5 bij dit besluit aangegeven richtwaarden toegepast op de toepasselijke waarde. De toepasselijke waarde voor nieuwe
richtingen is de
bijlage 4.5.4 bij dit besluit aangegeven richtwaarde verminderd met 5 en voor bestaande
richtingen de
bijlage 4.5.4 bij dit besluit aangegeven richtwaarde. § 7. De voorwaarden vermeld
deze afdeling worden schematisch weergegeven
de beslissingsschema's 4.5.6.4 en 4.5.6.5
bijlage 4.5.6 bij dit reglement. Afdeling 4.5.
richtingen van klasse 1 of 2 gelegen
de nabijheid van stiltebehoevende
stellingen of zones. Voor de toepassing van deze bepalingen wordt verstaan onder : 1° "stiltebehoevende
stellingen" : gebouwen waar omwille van de functie en het gebruik ervan het geluid
de omgeving steeds moet beperkt worden;dit zijn
zonderheid bejaardentehuizen, ziekenhuizen, scholen en gelijkaardige; 2° "stiltebehoevende zones" : zones waar omwille van de functie ervan het geluid
de omgeving al of niet tijdelijk moet beperkt worden; deze zones omvatten
zonderheid de woongebieden en de natuurgebieden met een wetenschappelijke waarde, volgens het gewestplan of een ruimtelijk uitvoeringsplan, alsook de erkende natuur- en bosreservaten. § 2. De grenswaarden, bedoeld
, kunnen ofwel buitenshuis ofwel,
geval van
richtingen die een gemene muur en/of vloer hebben met bewoonde vertrekken binnenshuis worden opgelegd en dit zowel voor overdag, 's avonds als 's nachts. § 3. Als het geluid van een
richting een
cidenteel, fluctuerend,
termitterend of impulsachtig karakter vertoont kunnen strengere grenswaarden aan dit geluid worden opgelegd
de nabijheid van de stiltebehoevende
stellingen of zones, bedoeld
Bij overtreding van de
de milieuvergunning overeenkomstig dit artikel opgelegde bijzondere voorwaarden kan de vergunningverlenende overheid, op advies van de afdeling Milieuvergunningen voor
richtingen van de 1ste klasse en van de afdeling Milieuvergunningen en de gemeentelijke milieuambtenaar voor
richtingen van de 2de klasse, een saneringsplan ter uitvoering opleggen overeenkomstig de bepalingen van bijlage 4.5.3 bij dit besluit. » Art. 54.
artikel 4.6.0.3 van hetzelfde besluit wordt het woord "uitsluitende" vervangen door het woord "uitsluitend". Art. 55.
artikel 4.7.0.1 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1°
het eerste lid wordt het woord "asbesthoudend" vervangen door het woord "asbesthoudende";2°
het tweede lid, 4° worden de woorden "de sloop van" vervangen door de woorden "bij de sloop van" en worden de woorden "
het milieu terechtkomen" vervangen door de woorden "
het milieu terechtkomt". Art. 56.
artikel 5.1.0.1 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° de woorden "subrubrieken 1.1 en 1.2" worden vervangen door de woorden "subrubriek 1.2"; 2° een tweede lid wordt toegevoegd dat luidt als volgt : « Voor
richtingen bedoeld
de subrubriek 1.1 van de
delingslijst gelden de bepalingen van afdeling 5.20.2. » . Art. 57.
artikel 5.2.2.1.1 van hetzelfde besluit wordt een § 1bis
gevoegd die luidt als volgt : « § 1bis.
de milieuvergunning kan worden bepaald dat bedrijfsafvalstoffen die omwille van aard en samenstelling vergelijkbaar zijn met huishoudelijke afvalstoffen mogen worden aanvaard voorzover ze de normale werking van het containerpark niet hinderen. Voor de toepassing van deze bepaling wordt onder "bedrijfsafvalstoffen die omwille van aard en samenstelling vergelijkbaar zijn met huishoudelijke afvalstoffen" verstaan : afvalstoffen die ontstaan ten gevolge van activiteiten die van dezelfde aard zijn als deze van de normale werking van een particuliere huishouding. » Art. 58.Aan artikel 5.2.2.1.3 van hetzelfde besluit wordt een § 3 toegevoegd, die luidt als volgt : « § 3. Het
gezamelde gebonden asbestafval dient gescheiden van de rest van het bouw- en sloopafval te worden opgeslagen. Er mag geen enkele bewerking op het opgeslagen asbestafval worden uitgevoerd. » Art. 59.
artikel 5.2.2.3.3, § 2, eerste zin van hetzelfde besluit wordt het woord "aerobe" vervangen door het woord "aërobe". Art. 60.
artikel 5.2.2.5.2, § 7, van hetzelfde besluit worden de woorden "waterzuiveringsinstallatie dat het afvalwater zuivert" vervangen door de woorden "waterzuiveringsinstallatie die het afvalwater zuivert". Art. 61.
artikel 5.2.2.6.3, vijfde streepje, van hetzelfde besluit wordt het woord "voertuigenwrakken" vervangen door het woord "voertuigwrakken". Art. 62.
artikel 5.2.2.9.2, § 5 van hetzelfde besluit wordt het woord "recipienten" vervangen door het woord "recipiënten". Art. 63.
artikel 5.2.2.10.11, § 2 van hetzelfde besluit wordt bij "M =" het woord "onbevredigd" vervangen door het woord "onbevredigend". Art. 64.Aan afdeling 5.2.2 van hetzelfde besluit wordt een subafdeling 5.2.2.11 toegevoegd omvattende de artikelen 5.2.2.11.1 en 5.2.2.11.2, die luiden als volgt : "Subafdeling 5.2.2.11. -
richtingen voor het behandelen van afvalstoffen
, of deel uitmakend van, een rioolwaterzuiveringsinstallatie Art. 5.2.2.11.1. Deze subafdeling is van toepassing op
richtingen voor de behandeling van afvalstoffen
, of deel uitmakend van, rioolwaterzuiveringsinstallaties. Art. 5.2.2.11.2. § 1.
afwijking van artikel 5.2.1.2 is geen weegbrug vereist. § 2.
afwijking van artikel 5.2.1.3 moet het werkplan enkel omvatten : 1° de organisatie van de aanvoer van de afvalstoffen;2° de organisatie van de verwerking van de aangevoerde afvalstoffen;3° de organisatie van de afvoer van de afvalstoffen;4° de verwerkingswijze van de aangevoerde afvalstoffen
dien de
richting (tijdelijk) buiten werking is;5° de maatregelen voor het opvangen van ongewenste neveneffecten en het voorkomen van de hinder. § 3.
afwijking van artikel 5.2.1.5, § 1, moet geen uithangbord worden voorzien. » Art. 65.
artikel 5.2.3.1.5, § 4, tweede lid, van hetzelfde besluit worden de woorden "de herleiding
Art. 66.Artikel 5.2.3.1.9, § 1, van hetzelfde besluit wordt vervangen door wat volgt : « § 1.
dien uit de verrichte metingen blijkt dat de
dit reglement vastgestelde emissiegrenswaarden zijn overschreden, m eldt de exploitant dit onmiddellijk aan de toezichthoudende overheid alsook aan de afdeling Milieuvergunningen. De exploitant van de betrokken
richting houdt de
richting niet
werking zonder dat de emissienormen
acht worden genomen en treft de nodige maatregelen om de
richting te wijzigen dan wel buiten werking te stellen. » Art. 67.§ 1.
artikel 5.2.3.2.4 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1°
1°, a.wordt het woord "daggemiddelde" vervangen door de woorden "daggemiddelde waarde"; 2°
2° worden
de tabel de woorden "verontreinigde stof" boven de eerste kolom vervangen door de woorden "verontreinigende stof" en worden de parameters "1 en 0,5" ter hoogte van "uitgedrukt als kobalt (Co)" verplaatst ter hoogte van "als tin (Sn) :". § 2. Aan artikel 5.2.3.3.3, § 1, van hetzelfde besluit, wordt een zin toegevoegd die luidt als volgt : « Het temperatuursniveau en zuurstofgehalte zijn minimale voorwaarden waaraan permanent moet worden voldaan wanneer de
richting
bedrijf is. » Art. 68.
artikel 5.2.3.3.4 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1°
de tweede kolom van de tabel worden de woorden "minder dan 3 ton/uur" vervangen door de woorden "minder dan 1 ton/uur";2°
de derde kolom van de tabel worden de woorden "van 3 ton/uur tot 30 ton/uur" vervangen door de woorden "van 1 ton/uur tot 30 ton/uur". Art. 69.
artikel 5.2.3.3.6 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij besluit van de Vlaamse regering van 24 maart 1998Relevante gevonden documenten type besluit van de vlaamse regering prom. 24/03/1998 pub. 30/04/1998 numac 1998035475 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Besluit van de Vlaamse regering tot wijziging van het besluit van de Vlaamse regering van 1 juni 1995 houdende algemene en sectorale bepalingen
zake milieuhygiëne type besluit van de vlaamse regering prom. 24/03/1998 pub. 23/04/1998 numac 1998035448 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Besluit van de Vlaamse regering tot wijziging van het Vlaams personeelsstatuut van 24 november 1993, wat de prestatietoelagen betreft type besluit van de vlaamse regering prom. 24/03/1998 pub. 12/05/1998 numac 1998035478 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Besluit van de Vlaamse regering tot vaststelling van de criteria, de voorwaarden en de nadere regelen volgens welke subsidies worden verleend met betrekking tot
novatie-opleidingen sluiten, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° aan § 1, 1° wordt een
gang van 1 januari 2000 de polychloorbenzodioxinen en polychloordibenzofuranen op continue wijze worden bemonsterd met ten minste tweewekelijkse analyses;voor de aldus bekomen meetresultaten geldt een richtwaarde van 0,1 ng TEQ/m3. » ; 2°
, 2°, b), worden de woorden "de tijd die" vervangen door de woorden "de tijd dat";3°
worden de woorden "worden
milieuvergunning" vervangen door de woorden "worden
de milieuvergunning". Art. 70.
artikel 5.2.3.4.4 van hetzelfde besluit wordt het woord "§ 1" geschrapt. Art. 71.
artikel 5.2.4.1.3, § 3 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1°
4° worden de woorden "10 Gew.-%" vervangen door de woorden "10 Gew.-% op de watervrije afvalstof"; 2°
5° worden de volgende woorden toegevoegd : « dit criterium geldt niet
de gevallen waarvoor de OVAM uitdrukkelijke toestemming verleent;". Art. 72.
artikel 5.2.4.1.4, § 2, 4°, van hetzelfde besluit worden de woorden "10 Gew.-%" vervangen door de woorden "10 Gew.-% op de watervrije afvalstof". Art. 73.
artikel 5.2.4.3.3, § 5, van hetzelfde besluit worden de woorden "Het drainagesysteem worden zodanig" vervangen door de woorden "Het drainagesysteem wordt zodanig". Art. 74.
artikel 5.2.4.4.5, § 5, van hetzelfde besluit wordt
de eerste zin het woord "worden" geschrapt. Art. 75.
artikel 5.2.5.4.3, § 5, van hetzelfde besluit worden
de laatste zin de woorden "Het drainagesysteem worden" vervangen door de woorden "Het drainagesysteem wordt". Art. 76.Aan artikel 5.3.1.3, § 2, van hetzelfde besluit wordt een tweede lid toegevoegd dat luidt als volgt : «
afwijking van de lozingsvoorwaarden, vermeld
het eerste lid, 1°, moeten afvalwaterbehandelingsystemen voor lozingen van agglomeraties met meer dan 10.000 I.E. waarvoor de milieuvergunning voor 1 augustus 1995 is verleend en waarvan het effluentwater wordt geloosd noch
een kanaal, noch
een oppervlaktewater dat een bijzondere bestemming is toegewezen, aan de lozingsvoorwaarden voor de parameter "totaal stikstof", zoals vastgesteld
bijlage 5.3.1.a, voldoen tegen uiterlijk 1 augustus 2002. Wanneer dergelijk afvalwaterbehandelingsysteem evenwel voor 1 augustus 1995
gebruik is genomen, moet aan de lozingsvoorwaarden voor de parameter "totaal stikstof", zoals vastgesteld
bijlage 5.3.1.a, pas worden voldaan vanaf de datum die is vastgesteld
het door de Vlaamse Milieumaatschappij aanvaarde saneringsprogramma. Bedoeld saneringsprogramma wordt door de exploitant opgesteld en moet tegen uiterlijk 1 januari 2000 aan de Vlaamse Milieumaatschappij worden bezorgd. De Vlaamse Milieumaatschappij bezorgt een afschrift van het door haar aanvaarde saneringsplan aan : - de afdeling Milieu-
spectie van de AMINAL; - de afdeling Milieuvergunningen van de AMINAL; - de vergunningverlenende overheid; - de burgemeester van de gemeente waarin het afvalwaterbehanbdelingssysteem is gelegen. Voor de toepassing van deze bepalingen wordt onder "oppervlaktewater dat een bijzondere bestemming is toegewezen" verstaan de oppervlaktewateren die zijn aangeduid met als bestemming drinkwaterproductie, zwemwater, viswater of schelpdierwater. » Art. 77.
artikel 5.3.1.4, § 3 van hetzelfde besluit wordt de komma na de woorden "is verboden" vervangen door een punt. Art. 78.
artikel 5.3.2.1, § 2, van hetzelfde besluit wordt tussen de woorden "2000" en "vóór" een streepje "-"
gevoegd. Art. 79.
artikel 5.3.2.4 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1°
B" vervangen door de woorden "A of B";2°
, tweede lid, worden de woorden "de referentievolumina" vervangen door de woorden "de referentievolumes" en worden de woorden "gehanteerd wordt" vervangen door de woorden "gehanteerd worden";3°
, § 7, 1°, § 7, 2°, § 7, 3° en § 8 worden de woorden "de best beschikbare technieken" vervangen door de woorden "de beste beschikbare technieken";4°
, 3°, worden de woorden "stoffen verwerkt" vervangen door de woorden "stoffen worden verwerkt". Art. 80.
artikel 5.4.1.4, § 1, 3°, b) van hetzelfde besluit worden de woorden "de naam aan wie" vervangen door de woorden "de naam van degene aan wie". Art. 81.Het tweede artikel 5.4.2.3 van hetzelfde besluit wordt hernummerd tot artikel 5.4.2.3bis. Art. 82.
artikel 5.4.2.5, § 3 van hetzelfde besluit worden de woorden "bereiden van loodarseniaat" vervangen door de woorden "bereiden van loodarsenaat". Art. 83.
artikel 5.4.3.4, § 2, 4° van hetzelfde besluit worden de woorden "het
serie spuiten van carrosseriën" vervangen door de woorden "het
serie spuiten van carrosserieën". Art. 84.
artikel 5.4.4.2 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1°
wordt de parameter "stofdeeltjes totaal" en de overeenkomstige emissiegrenswaarde "3,0 mg/Nm3" vervangen door wat volgt : « stofdeeltjes totaal : - bij pyrolyseovens : 30,0 mg/Nm3 -
de overige gevallen : 3,0 mg/Nm3";2°
, zevende streepje, worden de woorden "wordt de optimale temperatuur gekozen worden waarbij" vervangen door de woorden "wordt de optimale temperatuur gekozen waarbij"; 3°
» vervangen door de woorden "de bepalingen van hoofdstuk 4.5". Art. 85.
artikel 5.5.0.1 van hetzelfde besluit worden § 2 en § 3 opgeheven. Art. 86.Artikel 5.5.0.2 van hetzelfde besluit wordt vervangen door wat volgt : « Art. 5.5.0.2. § 1. Tenzij anders vermeld
de milieuvergunning is het verboden een
richting als bedoeld
artikel 5.5.0.1, § 1, te exploiteren die geheel of gedeeltelijk gelegen is : 1°
een waterwingebied of een beschermingszone type I, II of III;2°
een gebied ander dan een
dustriegebied.3° op minder dan 100 meter afstand van :
richtingen of gedeelten ervan. » Art. 87.
artikel 5.5.0.3 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° § 1 wordt vervangen door wat volgt : « § 1.Tenzij anders vermeld
de milieuvergunning wordt bij de
gang van de
klasse 1
gedeelde
richtingen een identificatie- en
formatiebord van tenminste 1 m2 grootte aangebracht waarop duidelijk leesbaar tenminste de volgende vermeldingen voorkomen : 1° "BESTRIJDINGSMIDDELEN";2° naam, adres en telefoonnummer van de exploitant;3° het adres en het telefoonnummer van de toezichthoudende overheid;4° het telefoonnummer van contactpersonen en voor noodgevallen (brandweer).» ; 2° § 3 wordt opgeheven. Art. 88.
artikel 5.5.0.4 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1°
wordt het woord "bereiden," geschrapt en wordt het woord "biociden" vervangen door het woord "bestrijdingsmiddelen";2° § 2 wordt vervangen door wat volgt : « § 2.Tenzij uitdrukkelijk vermeld
de milieuvergunning is het produceren, formuleren, opslaan of verpakken verboden van : 1° methylbromide;2° dicyaan, cyaanwaterstof (blauwzuur) en zijn zouten (cyaniden);3° organische cyaanverbindingen (nitrillen).» ; 3° § 3 wordt vervangen door wat volgt : « § 3.De exploitant van een
richting waar bestrijdingsmiddelen geformuleerd worden, dient een register bij te houden. Tenzij anders bepaald
de milieuvergunning noteert hij hierin : 1° de hoeveelheid actieve stoffen, uitgedrukt
kilogram of ton 100 % actief, die
de
richting wordt geproduceerd of verwerkt;2° gegevens over de afvoer uit de
richting :
artikel 5.5.0.5 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° § 1 wordt opgeheven;2°
worden de woorden "Methylbromide moet" en de woorden "tegen mechanische beschadeging" respectievelijk vervangen door de woorden "Tenzij anders vermeld
de milieuvergunning moet methylbromide" en de woorden "tegen mechanische beschadiging";3° § 4 wordt opgeheven;4° § 5 wordt vervangen door wat volgt : « § 5.De personen tewerkgesteld
de
richting moeten op de hoogte zijn van de aard en de gevaarsaspecten van de geformuleerde en/of verpakte bestrijdingsmiddelen en de te nemen maatregelen bij onregelmatigheden. Hiertoe verstrekt de exploitant de nodige actuele
structies. Ten minste éénmaal per jaar dienen deze
structies door de exploitant geëvalueerd te worden. » Art. 90.
artikel 5.5.0.6 van hetzelfde besluit wordt het woord "biociden" telkens vervangen door het woord "bestrijdingsmiddelen". Art. 91.
artikel 5.5.0.7 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1°
worden de woorden "
goed leesbare letters" vervangen door de woorden "
goed leesbare letters of met reglementaire pictogrammen";2° § 3 wordt vervangen door wat volgt : « § 3.Onverminderd de andere wettelijke of reglementaire bepalingen ter zake treft de exploitant de vereiste maatregelen om de buurt
voldoende mate te beschermen tegen de risico's van brand en ontploffing. Dit houdt onder meer
dat de nodige brandbestrijdingsmiddelen beschikbaar moeten zijn. Het bepalen en de plaatsing van de brandbestrijdingsmiddelen gebeurt onafhankelijk van de milieuvergunning
overleg met de bevoegde brandweer. De brandbestrijdingsmiddelen dienen
goede staat van onderhoud te verkeren, beschermd te zijn tegen vorst, doelmatig gesignaleerd, gemakkelijk bereikbaar en oordeelkundig verdeeld. Het brandbestrijdingsmaterieel moet onmiddellijk
werking kunnen worden gebracht. » ; 3° een § 4 wordt toegevoegd die luidt als volgt : « § 4.
de
richting dienen de nodige voorzieningen te zijn om het wegvloeien van met bestrijdingsmiddelen verontreinigd bluswater naar bodem, openbare riool, oppervlakte- of grondwater te voorkomen. Het opgevangen verontreinigd bluswater dient op een aangepaste manier verwijderd te worden. De bepaling van de opvangcapaciteit voor verontreinigd bluswater dient te gebeuren
overleg met de bevoegde brandweer. » Art. 92.
artikel 5.6.1.2, van hetzelfde besluit worden de woorden "best beschikbare technieken" vervangen door de woorden "beste beschikbare technieken". Art. 93.
artikel 5.6.1.3 van hetzelfde besluit wordt het woord "stofimmisssies" vervangen door het woord "stofimmissies". Art. 94.
artikel 5.7.1.2, § 5, van hetzelfde besluit worden de woorden "produktie en opslag" en de woorden "produktie en/of opslag" vervangen door het woord "productie". Art. 95.
artikel 5.7.1.3 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1°
worden de woorden "Methylbromide moet" vervangen door de woorden "Tenzij anders vermeld
de milieuvergunning moet methylbromide";2° § 3 wordt vervangen door wat volgt : « § 3.De constructie van alle ruimten voor de behandeling van gevaarlijke producten is zodanig uitgevoerd dat toevallig gemorste stoffen en lekvloeistoffen opgevangen kunnen worden. Om brandverspreiding te voorkomen moeten alle ruimten voor de behandeling van zeer licht ontvlambare en licht ontvlambare vloeistoffen zo geconstrueerd worden dat toevallig gemorste stoffen en lekvloeistoffen
een opvanginrichting terechtkomen en vervolgens via opvanggoten naar één of meerdere opvangputten geleid worden. De bedoelde opvanginrichting mag op geen enkele manier, noch onrechtstreeks, noch rechtstreeks,
verbinding staan met een openbare riolering, een oppervlaktewater, een verzamelbekken voor oppervlaktewater, een gracht of een grondwaterlaag. De opvanginrichting en de opvangputten moeten regelmatig, en ten minste na elke calamiteit geledigd worden. De verkregen afvalstroom dient op een aangepaste manier verwijderd te worden. » ; 3° § 4 wordt vervangen door wat volgt : « § 4.Onverminderd de andere wettelijke of reglementaire bepalingen terzake, treft de exploitant de vereiste maatregelen om de buurt
voldoende mate te beschermen tegen de risico's van brand en ontploffing. Dit houdt onder meer
dat de nodige brandbestrijdingsmiddelenbeschikbaar moeten zijn. Het bepalen en het aanbrengen van de brandbestrijdingsmiddelen gebeurt onafhankelijk van de milieuvergunning
overleg met de bevoegde brandweer. De brandbestrijdingsmiddelen dienen
goede staat van onderhoud te verkeren, beschermd te zijn tegen vorst, doelmatig gesignaleerd, gemakkelijk bereikbaar en oordeelkundig verdeeld. Het brandbestrijdingsmateriaal moet onmiddellijk
werking kunnen worden gebracht. » ; 4° § 5 wordt vervangen door wat volgt : « § 5.
de
richting dienen de nodige voorzieningen aanwezig te zijn om het wegvloeien van met chemicalieën verontreinigd bluswater naar bodem, openbare riool, oppervlakte- of grondwater te voorkomen. Het opgevangen verontreinigd bluswater dient op een aangepaste manier verwijderd te worden. De bepaling van de opvangcapaciteit voor verontreinigd bluswater dient te gebeuren
overleg met de bevoegde brandweer. » ; 5° een § 6 wordt toegevoegd die luidt als volgt : § 6.De personen en het personeel tewerkgesteld
de
richting moeten op de hoogte zijn van de aard en de gevaarsaspecten van de geproduceerde stoffen en producten alsmede van de te nemen maatregelen bij onregelmatigheden. Hiertoe verstrekt de exploitant de nodige actuele
structies. Tenminst éénmaal per jaar moeten deze
structies door de exploitant worden geëvalueerd. » Art. 96.
artikel 5.7.1.4, § 1 van hetzelfde besluit wordt de tabel aangevuld met de volgende parameter en overeenkomstige emissiegrenswaarden : Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld Art. 97.
artikel 5.7.2.2, § 2, 2, van hetzelfde besluit wordt het woord "mletaalchloriden" vervangen door het woord "metaalchloriden". Art. 98.
artikel 5.7.2.3 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1°
1°, derde streepje, worden de woorden "de emissies van SOx" vervangen door de woorden "de emissie van SOx";2°
1°, vijfde streepje, worden de woorden "best beschikbare technieken" vervangen door de woorden "beste beschikbare technieken". Art. 99.
artikel 5.7.3.2, § 1, van hetzelfde besluit worden de woorden "best beschikbare technieken" vervangen door de woorden "beste beschikbare technieken". Art. 100.
artikel 5.7.5.1 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1°
, 2°, b), worden de woorden "volgens het amalgaanprocédé" vervangen door de woorden "volgens het amalgaamprocédé";2°
worden de woorden "volgend het kwikcelprocédé" vervangen door de woorden "volgens het kwikcelprocédé". Art. 101.
het opschrift van Afdeling 5.7.8 van hetzelfde besluit worden de woorden "en al of niet behorend tot een petroleumrafinnaderij" vervangen door de woorden "niet behorend tot een petroleumraffinaderij". Art. 102.
artikel 5.7.8.1 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1°
worden de woorden "afvalgassen die bij het regeneren van katalysatoren" vervangen door de woorden "afvalgassen die bij het regenereren van katalysatoren";2° § 6 wordt opgeheven. Art. 103.
artikel 5.7.11.1, § 3, van hetzelfde besluit wordt het woord "afgas" vervangen door het woord "afvalgas". Art. 104.
artikel 5.7.14.1 wordt § 4 vervangen door wat volgt : « § 4. Bij de productie van viscoseproducten gelden voor het gehele afvalgas, met
begrip van de uit de ruimten afgezogen lucht en de bij de machines afgezogen lucht, de volgende emissiegrenswaarden tot en met 31 december 2001 : 1° voor zwavelwaterstof : 100 mg/Nm3 als daggemiddelde;2° voor koolstofdisulfide : 600 mg/Nm3;3° som zwavelwaterstof en koolstofdisulfide : 650 mg/Nm3. De beste beschikbare technieken moeten worden toegepast om de emissies van zwavelwaterstof en koolstofdisulfide maximaal te beperken en zo mogelijk te voorkomen. Vanaf 1 januari 2002 gelden
afwijking van de bepalingen van hoofdstuk 4.4 de volgende emissiegrenswaarden
het afvalgas : 1° voor zwavelwaterstof : 50 mg/Nm3 als daggemiddelde;2° voor koolstofdisulfide
functie van het viscoseproduct :
rubriek 7 van de
delingslijst bedoelde
richtingen voor de productie van email. Art. 5.7.15.2. § 1.
afwijking van de bepalingen van hoofdstuk 4.4 bedragen de emissiegrenswaarden van het afvalgas van de emailproductie : 1° voor gasvormige anorganische fluoriden, uitgedrukt als fluorwaterstof : 15 mg/Nm3 met als richtwaarde 5 mg/Nm3; 2° voor stikstofoxiden (NOx), uitgedrukt als NO2 : 15 kg per ton geproduceerd email als maandgemiddelde met maximale concentratie van 2.200 mg/Nm3 met als richtwaarde 500 mg/Nm3. § 2. De concentraties, vermeld
, worden,
afwijking van artikel 1.1.2 betrokken op het werkelijke zuurstofgehalte van de geloosde afvalgassen. § 3. Tenzij anders vermeld
de milieuvergunning moeten de emissiewaarden van de hogervermelde stoffen continu worden gemeten door middel van een op kosten van de exploitant geïnstalleerde meetinrichting gebouwd en geëxploiteerd volgens een code van goede praktijk goedgekeurd door een milieudeskundige erkend
de discipline lucht. » Art. 106.Aan het hoofdstuk 5.7 van hetzelfde besluit wordt een afdeling 5.7.16 "Batchprocessen
de fijnchemie en de farmacie" toegevoegd, die luidt als volgt : "Afdeling 5.7.16. - Batchprocessen
de fijnchemie en de farmacie Art. 5.7.16.1. Voor processen
de fijnchemie en de farmacie worden de voorwaarden voor de emissiegrenswaarde
mg/Nm3 voor batchprocessen die niet groter zijn dan 500 kg zuiver eindproduct per batch, vervangen door de volgende regelgeving : het proces moet voldoen aan een maximale totale emissie van maximum 15 % van de solventinput. » Art. 107.
artikel 5.8.0.1,1 van hetzelfde besluit worden de woorden "dan het daknok" vervangen door de woorden "dan de daknok". Art. 108.
artikel 5.9.2.3, § 2, tweede lid, van hetzelfde besluit worden de woorden "tot 1 januari 2000" geschrapt. Art. 109.Artikel 5.9.3.1 van hetzelfde besluit wordt vervangen door wat volgt : « Art. 5.9.3.
het decreet van 23 januari 1991
zake de bescherming van het leefmilieu tegen de verontreiniging door meststoffen, en de daarbij behorende uitvoeringsbesluiten. § 2. Het voldoen aan de voorwaarden, bedoeld
, moet blijken uit het advies dat de Vlaamse Landmaatschappij verstrekt
het kader van de desbetreffende milieuvergunningsprocedure. » Art. 110.
artikel 5.9.4.4, 2° van hetzelfde besluit worden de woorden "tot 21 december 1998" geschrapt. Art. 111.
artikel 5.9.4.6 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1°
en § 2 worden de woorden "De
de art.» vervangen door de woorden "De
artikel"; 2°
Art. 112.
artikel 5.9.9.4, § 2 van hetzelfde besluit worden de woorden "dient dit onmiddellijk te melden aan het
vermelde Afdeling Milieu-
spectie" vervangen door de woorden "dient hij dit onmiddellijk te melden aan de
vermelde afdeling Milieu-
spectie". Art. 113.
artikel 5.10.0.4, § 1 van hetzelfde besluit wordt het woord "distileerinstallaties" vervangen door het woord "distilleerinstallaties". Art. 114.
artikel 5.11.0.5 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1°
worden
de tabel de volgende wijzigingen aangebracht :
wordt de nota "**" bij de tabel geschrapt;3°
worden de woorden "waar ze o tstaan" vervangen door de woorden "waar ze ontstaan";4°
Art. 115.
artikel 5.13.0.3, § 4 van hetzelfde besluit worden de woorden "Hiertoe dient een schriftelijke
structie verstrekt" vervangen door de woorden "Hiertoe verstrekt de exploitant de nodige actuele
structies. Ten minste éénmaal per jaar moeten deze
structies door de exploitant worden geëvalueerd. » Art. 116.
artikel 5.13.0.4 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° § 4 wordt vervangen door wat volgt : « § 4.Onverminderd de andere wettelijke of reglementaire bepalingen ter zake treft de exploitant de vereiste maatregelen om de buurt
voldoende mate te beschermen tegen de risico's van brand en ontploffing. Dit houdt ondermeer
dat de nodige brandbestrijdingsmiddelen beschikbaar moeten zijn. Het bepalen en de plaatsing van de brandbestrijdingsmiddelen gebeurt onafhankelijk van de milieuvergunning
overleg met de bevoegde brandweer. De brandbestrijdingsmiddelen dienen
goede staat van onderhoud te verkeren, beschermd te zijn tegen vorst, doelmatig gesignaliseerd, gemakkelijk bereikbaar en oordeelkundig verdeeld. Het brandbestrijdingsmaterieel moet onmiddellijk
werking kunnen worden gebracht. » ; 2° § 5 wordt vervangen door wat volgt : « § 5.
de
richting dienen de nodige voorzieningen aanwezig te zijn om het wegvloeien van met gevaarlijke producten verontreinigd bluswater naar bodem, openbare riool, oppervlakte- of grondwater te voorkomen. Het opgevangen verontreinigd bluswater dient op een aangepaste manier verwijderd. De bepaling van de opvangcapaciteit voor verontreinigd bluswater dient te gebeuren
overleg met de bevoegde brandweer. » ; 3°
, 2° worden de woorden "
goed leesbare letters" vervangen door de woorden "
goed leesbare letters of met reglementaire pictogrammen". Art. 117.
artikel 5.15.0.5, § 2, 2°, van hetzelfde besluit wordt het woord "bezine" vervangen door het woord "benzine". Art. 118.
artikel 5.15.0.6, § 2, 2°, van hetzelfde besluit wordt het woord "luchtcon-ditionneringsapparaten" vervangen door het woord "luchtconditioneringsapparaten". Art. 119.
artikel 5.16.1.2, § 9, 2°, van hetzelfde besluit wordt het woord "luchtcon- ditionneringsapparaten" vervangen door het woord "luchtconditioneringsapparaten". Art. 120.
artikel 5.16.3.2 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1°
, 1°, worden de woorden "aan een erkende code en wordt" vervangen door de woorden "aan een erkende code van goede praktijk en wordt";2°
, 3° worden de woorden "en
stallaties onder druk en waaruit blijkt" vervangen door de woorden "en
stallaties onder druk en/of
de discipline houders voor gassen of gevaarlijke stoffen en waaruit blijkt";3°
, 3°, a), worden de woorden "een waterdrukproef heeft onderaan" vervangen door de woorden "een waterdrukproef heeft ondergaan";4° aan § 2, 4°, c), worden de woorden ", tenzij de bedoelde luchtreservoir zo is
gericht dat
de houder normaal geen lucht kan worden geperst op een drukking hoger dan de maximum dienstdruk" toegevoegd;5°
, 5°, b), worden de woorden "en brengt het zijn stempel aan" vervangen door de woorden "en brengt zijn stempel aan";5°
, 6°, tweede lid, worden de woorden "en voert het de stempeling uit" vervangen door de woorden "en voert de stempeling uit";6°
, 7°, vierde lid, worden de woorden "waarin het de uitgevoerde onderzoeken" vervangen door de woorden "waarin hij de uitgevoerde onderzoeken". Art. 121.
artikel 5.16.3.3 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1°
, 1°, c), worden de woorden "bevattende onderdelen is gebouwd volgens" vervangen door de woorden "bevattende onderdelen zijn gebouwd volgens";2°
, 2°, eerste lid, worden de woorden "het ontsnappende koudemiddelvulling" vervangen door "het ontsnappende koudemiddel";3°
, 2°, tweede lid, worden de woorden "bij buitenbedrijfname" vervangen door de woorden "bij buitenbedrijfstelling". Art. 122.
het opschrift van Afdeling 5.16.4 van hetzelfde besluit worden de woorden "
dustriëel vullen" vervangen door de woorden "
dustrieel vullen". Art. 123.
artikel 5.16.4.1.3 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1°
, 2°, b), eerste gedachtestreepje, worden de woorden "werking van de
stallatie moet waarborgen;" vervangen door de woorden "werking van de
stallatie moeten waarborgen;"; 2°
, 2°, b), tweede gedachtestreepje, worden de woorden "een gebrek van opvatting" vervangen door de woorden "een conceptiefout". Art. 124.
artikel 5.16.4.3.1, § 8, van hetzelfde besluit worden de woorden "voor geen andere doeleinde gebruikt worden" vervangen door de woorden "voor geen ander doel gebruikt worden". Art. 125.
artikel 5.16.4.3.5 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1°
worden de woorden "mogen noch geplaats, noch gebruikt worden" vervangen door de woorden "mogen noch geplaatst, noch gebruikt worden";2° aan § 10 worden de volgende woorden toegevoegd : ",moet aanwezig zijn". Art. 126.
artikel 5.16.4.4.4 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1°
worden de woorden "wanneer een te sterkte tractie" vervangen door de woorden "wanneer een te sterke tractie";2°
, 1°, worden de woorden "handkraan van de aanvoerleidng" vervangen door de woorden "handkraan van de aanvoerleiding". Art. 127.
artikel 5.16.4.4.5, 4° van hetzelfde besluit worden de woorden "mogen noch geplaats, noch gebruikt worden" vervangen door de woorden "mogen noch geplaatst, noch gebruikt worden". Art. 128.
artikel 5.16.4.4.6, tweede lid, van hetzelfde besluit worden de woorden "beschermd tegen vorst" vervangen door de woorden "beschermd tegen vorst,". Art. 129.
artikel 5.16.4.4.7 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1°
, 2° worden de woorden "voorzien van hogervermelde uitrustingen" vervangen door de woorden "voorzien van hogervermelde uitrustingen,";2° § 7 tot en met § 9 worden hernummerd tot respectievelijk § 6, § 7 en § 8. Art. 130.
artikel 5.16.4.4.9, § 1, van hetzelfde besluit worden de woorden "door deskundige opgestelde attesten" vervangen door de woorden "door een deskundige opgestelde attesten". Art. 131.
artikel 5.16.4.4.10 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1°
, 5° worden de woorden "de houder
de
graving is geplaatst" vervangen door de woorden "de houder
de uitgraving is geplaatst";2°
SO4";3°
, 8° worden de woorden "
dien het twijfels heeft over de goede werking" vervangen door de woorden "
dien hij twijfels heeft over de goede werking";4°
, 8° worden de woorden "wordt de houder ultrasonoor onderzocht" vervangen door de woorden "wordt de houder ultrasoon onderzocht". Art. 132.
artikel 5.16.5.2, § 1 van hetzelfde besluit worden de woorden "die een equivalente vuurweerstandscoëfficiënt hebben" vervangen door de woorden "die een equivalente vuurweerstandscoëfficiënt heeft". Art. 133.
artikel 5.16.5.3, § 1, tweede lid, van hetzelfde besluit worden de woorden "stockeringszones dient minimum" vervangen door de woorden "stockeringszones dienen minimum". Art. 134.
artikel 5.16.5.7 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1°
, vijfde lid, eerste gedachtestreepje, worden de woorden "ofwel, reiken tot aan de zoldering;" vervangen door de woorden "reiken ofwel tot aan de zoldering;"; 2°
, vijfde lid, tweede gedachtestreepje, worden de woorden "ofwel, hebben een minimale hoogte" vervangen door de woorden "of hebben een minimale hoogte". Art. 135.
artikel 5.16.5.10 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1°
worden de woorden "de
de §§ 1 en 2 vermelde elektrische apparaten" vervangen door de woorden "de
en § 2 van artikel 5.16.5.9 vermelde elektrische apparaten"; 2°
worden de woorden "andere zeer licht, licht of ontvlambare of brandbare" vervangen door de woorden "andere zeer licht ontvlambare, licht ontvlambare, ontvlambare of brandbare". Art. 136.
artikel 5.16.6.1 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1°
worden de woorden "wat bepaald is
artikel 5.16.6.21. » vervangen door de woorden "wat bepaald is
artikel 5.16.6.17. » ; 2°
, tweede lid, worden de woorden "de risico's gedefinië erd" vervangen door de woorden "de risico's gedefinieerd". Art. 137.
artikel 5.16.6.2 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1°
worden de woorden "compartimenten dient" vervangen door de woorden "compartimenten dienen"; 2°
worden de woorden "dat de
de artikel 5.16.6.3. » vervangen door de woorden "dat de
artikel 5.16.6.3". Art. 138.
artikel 5.16.6.4 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1°
het opschrift worden de woorden "Bouw houders voor gassen" vervangen door de woorden "Bouw van houders voor gassen";2° de woorden "De al of niet" worden vervangen door de woorden "De bouw van de al of niet", en de woorden "zijn gebouwd aangepast" worden vervangen door de woorden "is aangepast". Art. 139.
artikel 5.16.6.5 van hetzelfde besluit worden de woorden "verhoogd woren" vervangen door de woorden "verhoogd worden". Art. 140.
artikel 5.16.6.7 van hetzelfde besluit worden de woorden "welke het zelf uitgevoerd heeft" vervangen door de woorden "welke hij zelf uitgevoerd heeft". Art. 141.
artikel 5.16.6.8, § 2, 3° van hetzelfde besluit worden de woorden "met behulp van ultrasonore stralingen" vervangen door de woorden "met behulp van ultrasone stralingen". Art. 142.
artikel 5.16.6.9 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1°
, 1° worden
de eerste kolom van de tabel de vermelde dichtheden aangevuld met de eenheid "kg/l";2°
, eerste lid, worden de woorden "niet-vacuumgeïsoleerde" vervangen door de woorden "niet-vacuüm-geïsoleerde";3°
worden de woorden "moeten de slangen" vervangen door de woorden "mogen de slangen". Art. 143.
artikel 5.16.6.10 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1°
, 3°, worden de woorden "geplaatse schakelaar" vervangen door de woorden "geplaatste schakelaar";2°
worden de woorden "zijn toegelaten" vervangen door de woorden "is toegelaten" en worden de woorden "mechanische weerstand bieden" vervangen door de woorden "mechanische weerstand biedt". Art. 144.
artikel 5.16.6.11, § 7 van hetzelfde besluit worden de woorden "door minstens twee lagen jutte" vervangen door de woorden "door minstens twee lagen jute". Art. 145.
artikel 5.16.6.12 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1°
worden de woorden "Mits toesteming van" vervangen door de woorden "Mits toestemming van"; 2°
worden de woorden "één der typen voorzien
artikel 5.16.6.14. » vervangen door de woorden "één der typen voorzien
artikel 5.16.6.10. » Art. 146.
artikel 5.16.6.14 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1°
worden de woorden "bepaald
de artikelen 5.16.6.
artikel 5.16.6.3. » ; 2°
worden de woorden "gemakkelijke brandbare" vervangen door de woorden "gemakkelijk brandbare";3°
worden de woorden "toebehoren van gassen" vervangen door de woorden "toebehoren van houders van gassen". Art. 147.
artikel 5.16.6.17, 1° van hetzelfde besluit worden de woorden "vastgesteld
artikel 5.16.6.12" vervangen door de woorden "vastgesteld
artikel 5.16.6.
richtingen
gedeeld
subrubriek 16.9, c) van de
delingslijst. Art. 5.16.7.2. De aflevereenheid moet zo zijn geïnstalleerd dat : 1° geen hinder wordt veroorzaakt aan het gasleverende bedrijf of andere gebruikers van aardgas;2° geen schade aan de binnenleiding wordt veroorzaakt;3° de goede werking van andere toestellen, die op de binnenleiding zijn aangesloten, niet nadelig wordt beïnvloed;4° geen geluiden of trillingen
de binnenleiding ontstaan.5° deze
laatzijdig is voorzien van een
richting, die automatisch de eenheid uitschakelt en vergrendelt, zodra de druk
het leidinggedeelte voor de eenheid beneden een aanvaardbaar minimum daalt. Art. 5.16.7.
dien hieraan niet wordt voldaan, moet een geschikte gasdroger zijn toegepast. De droger mag het odorant niet noemenswaardig uit het aardgas verwijderen. Art. 5.16.7.
leidingen en aansluitingen;2° toegankelijk zijn voor onderhoud en bediening. § 2. Opstelling van een aflevereenheid
de buitenlucht is toegelaten op plaatsen die ten minste 1 m zijn verwijderd van een deur of ventilatieopening
een gevel. Voor afblaasleidingen gelden de bepalingen van artikel 5.16.7.7, § 7. § 3. Opstelling van een aflevereenheid
een omsloten ruimte is toegelaten, mits de afblaasveiligheden van een afblaasleiding, bedoeld
artikel 5.16.7.7, § 7, zijn voorzien. Voor het bepalen van de gevarenzones wordt van een secundaire gevarenbron uitgegaan. Maatgevend voor het lekdebiet is de maximaal mogelijke massastroom door een slang of leiding waardoor, binnen de betreffende ruimte, gecomprimeerd aardgas wordt getransporteerd. § 4.
dien een aflevereenheid en/of het afleverpunt van een overkapping is voorzien, moet deze zo zijn uitgevoerd dat onder de overkapping geen ophoping van aardgas mogelijk is. § 5. De aflevereenheid moet zo zijn opgesteld en beschermd, dat deze is gevrijwaard tegen mechanische beschadiging. Een bescherming kan zijn het plaatsen van stalen/betonnen palen (schamppaal, vangrail), die
de grond zijn
gebracht en ongeveer 100 cm boven de grond uitsteken. § 6. De referentietemperatuur moet op een dusdanige plaats worden gemeten, dat geen grote temperatuurverschillen kunnen optreden tussen de plaats waar de referentietemperatuur wordt gemeten en de plaats van het aangesloten voertuig. Aan de hand van de referentietemperatuur wordt de afleverdruk aan het voertuig bepaald, zo dat de druk
het brandstofreservoir van het voertuig bij een temperatuur van 15 °C gelijk is aan 20 MPa (200 bar). De referentietemperatuur wordt meestal bij de aflevereenheid gemeten.
dien het voertuig gedurende het vullen op een zeer koude plaats staat en de aflevereenheid niet, ontstaat er een groot temperatuurverschil tussen beide plaatsen. Het aardgas wordt dan gevuld
een koude tank (en warm gemeten).
dien het voertuig wordt verwarmd (zon) kan de druk
de tank hoog oplopen en de maximale waarde worden overschreden. Art. 5.16.7.
de buitenlucht is toegelaten op plaatsen die ten minste 1 m zijn verwijderd van een deur of ventilatieopening
een gevel. § 4. Het vullen
omsloten ruimten is toegelaten : 1°
ruimten met een
houd van meer dan 60 m3; 2° waarbij de afblaasveiligheden zijn voorzien van een afblaasleiding, bedoeld
artikel 5.16.7.7, §
combinatie met de aflevereenheid worden toegepast, moeten volgens de voorschriften van de fabrikant zijn geïnstalleerd. § 2. De leidingmaterialen en verbindingstechnieken/-systemen, die
de aardgasafleverinstallatie worden toegepast, moeten geschikt zijn voor het doel waarvoor ze worden toegepast en voor de omstandigheden (druk, temperatuur, milieu, enz.) waaronder ze worden gebruikt. § 3. Een afleverzuil moet : 1° zo zijn opgesteld en beschermd, dat deze tegen mechanische beschadiging is gevrijwaard;2° zo zijn geïnstalleerd dat er,
dien een voertuig wegrijdt terwijl de afleverslang nog is aangekoppeld, geen schade aan de afleverzuil of het leidingwerk ontstaat;hierbij wordt er van uitgegaan dat de breekveiligheid naar behoren functioneert. § 4. Een afleverslang moet : 1° geschikt zijn voor het transporteren van aardgas onder een druk van nominaal 20 MPa (200 bar)(PN 250 of hoger);2° een voorziening hebben die de aardgasstroom automatisch onderbreekt
dien een voertuig wegrijdt terwijl de afleverslang nog is aangekoppeld (losbreekkoppeling of breekveiligheid).De trekkracht om de aardgasstroom te stoppen mag maximaal 200 N zijn, gemeten onder de ongunstigste hoek waaronder deze kracht op de slang werkt en terwijl de slang onder de afleverdruk wordt belast; 3° zo zijn aangebracht dat de afleverslang niet op de grond ligt. §
de buitenlucht gebeuren en aan de volgende voorwaarden voldoen : 1°
dien er zich binnen een straal van 5 m van de afblaasveiligheid een ventilatie en/of luchttoevoeropeningen bevinden van een gebouw of een ruimte waarin zich gas kan ophopen, dan moet de afblaasveiligheid uitmonden op een hoogte van ten minste 3 m boven het maaiveld, en ten minste 1 m hoger zijn dan dit gebouw;2° ten minste 1 m zijn verwijderd van ontstekingsbronnen (waaronder niet explosieveilig elektrisch materieel);3° ten minste 1 m zijn verwijderd van het verharde gedeelte van een voor publiek vrij toegankelijk terrein. § 7.
dien een afblaasveiligheid van een afblaasleiding moet voorzien zijn, moet deze afblaasleiding : 1° zo zijn gedimensioneerd dat de capaciteit van de afblaasveiligheid niet méér wordt beperkt dan volgens de fabrikant is toegelaten;2° zijn vervaardigd van mechanisch weerstandbiedend en onbrandbaar materiaal;3° niet afsluitbaar zijn;4° zijn beschermd tegen verstopping en
watering;5° uitmonden op een voldoende verluchte plaats waar geen gasophoping kan plaatsvinden. Art. 5.16.7.
stallatie ter
zage van de toezichthoudende overheid en dit ten minste tot de resultaten van de eerstvolgende meting, keuring of controle van de
richting beschikbaar zijn. § 2. De gehele
stallatie moet zo vaak als volgens opgave van de fabrikant nodig is, en ten minste éénmaal voor de
gebruikname en vervolgens ten minste éénmaal per twee jaar, volgens de specificaties van de fabricant, worden gecontroleerd door een milieudeskundige erkend
de discipline "houders voor gassen of gevaarlijke stoffen".
dien bij de controle gebreken worden geconstateerd, moet voor reparatie of vernieuwing worden gezorgd. § 3. De afleverslang(
dien bij deze proef geen gebreken worden vastgesteld en ook visueel geen ernstige beschadiging wordt vastgesteld, kunnen de beproefde afleverslangen opnieuw worden
gezet.
dien een aflevereenheid beschikt over een automatische lekproefinrichting hoeft de sterktebeproeving slechts éénmaal per 10.000 draaiuren, en ten minste éénmaal per vier jaar, te worden uitgevoerd. » Art. 149.Hoofdstuk 5.17, van hetzelfde besluit wordt vervangen door wat volgt : "HOOFDSTUK 5.17. - Opslag van gevaarlijke producten Afdeling 5.17.1. - Algemene bepalingen Art. 5.17.1.1. § 1. De voorschriften
dit hoofdstuk zijn van toepassing op de
richtingen bedoeld
rubriek 17 van de
delingslijst. Voor de toepassing van de bepalingen
dit hoofdstuk moet zowel met de hoofdeigenschap als met het ontvlammingspunt rekening worden gehouden. Voor de vloeibare brandstoffen dient enkel rekening gehouden met het ontvlammingspunt. § 2. De kortstondige opslag samenhangend met het vervoer over de weg, per spoor, over binnenwateren of zeewateren of door de lucht, met
begrip van laden en lossen en de overbrenging naar of van een andere tak van vervoer
havens, op kaden of
spoorwegemplacementen is niet onderworpen aan de voorschriften van dit reglement. Wanneer de
dit reglement bedoelde gevaarlijke producten echter worden opgeslagen
opslagplaatsen die gelegen zijn
havens, langs kaden of spoorwegemplacementen en die bestemd zijn om regelmatig dergelijke gevaarlijke producten kortstondig op te slaan, dan zijn deze opslagplaatsen wel onderworpen aan de voorschriften van dit reglement. Art. 5.17.1.2. § 1. Tenzij anders bepaald
de milieuvergunning is de exploitatie van een
klasse 1
gedeelde
richting voor de opslag van andere dan P1-, P2-, P3- of P4-producten verboden : 1°
een waterwingebied of een beschermingszone type I, II of III;2°
een gebied ander dan een
dustriegebied;3° op minder dan 100 m afstand van :
richtingen of gedeelten ervan, zoals bepaald
artikel 3.2.1.1; 2° voor gevaarlijke producten welke
een dusdanige fysico-chemische toestand verkeren dat zij geen eigenschappen bezitten die een zwaar ongeval met zich kunnen meebrengen voor zover dit bevestigd wordt door een deskundige erkend voor de discipline externe veiligheid risico's voor zware ongevallen;3° voor gevaarlijke producten die behoren tot de eigenlijke exploitatie van een waterwinning voor openbaar nut. § 3. Tenzij anders bepaald
de milieuvergunning is de exploitatie van een tankenpark voor de opslag van P1-, P2-, P3- of P4-producten verboden
een waterwingebied of een beschermingszone type I, II of III. § 4. Tenzij anders bepaald
de milieuvergunning is de opslag van de volgende stoffen verboden : 1° methylbromide;2° dicyaan, cyaanwaterstof (blauwzuur) en zijn zouten (cyaniden);3° organische cyaanverbindingen (nitrillen). Art. 5.17.1.3. § 1. Tenzij anders bepaald
de milieuvergunning dient bij de
gang van
klasse 1
gedeelde
richtingen waarop artikel 7 van titel I van het Vlarem van toepassing is, een identificatie- en
formatiebord van tenminste 1 m2 grootte aangebracht waarop duidelijk leesbaar ten minste de volgende vermeldingen voorkomen : 1° "VR-PLICHTIG BEDRIJF" wanneer het overeenkomstig artikel 7 § 3 van titel I van het VLAREM om een bedrijf gaat waarvoor een veiligheidsrapport is vereist, dan wel « GEVAARLIJKE STOFFEN", voor de
richtingen waarop artikel 7 § 1 en § 2, van titel I van het Vlarem van toepassing zijn;2° de naam, het adres en telefoonnummer van de exploitant;3° het telefoonnummer van contactpersonen en voor noodgevallen (brandweer). § 2. Bij de toegang tot de
richting waarop artikel 7 van titel I van het VLAREM van toepassing is, dient zich een actueel situatieplan van de
richting te bevinden
een voor de hulpdiensten gemakkelijk bereikbare brandvrije kast. Op dit situatieplan moet voor alle opslagplaatsen van gevaarlijke producten, aanwezig
de
richting, duidelijk zijn aangeduid : 1° de juiste liggingsplaats;2° de chemische en/of technische benaming van het gevaarlijke product, met de vermelding van de catalogering van de EG-richtlijn 67/548/EEG van 27 juni 1967 of 88/379/EEG van 7 juni 1988 en van het UN-nummer;3° de vermelding of het gaat om een opslag
:
de grond
gegraven houders;d)
een groeve geplaatste houders;4° de maximum opslagcapaciteit
ton of m3;5° de normale opslagtemperatuur
°C en de opslagdruk
Pa. § 3. De kast, bedoeld
, draagt de vermelding "GS-SITUATIEPLAN",
zwarte letters van ten minste 8 cm hoogte op een gele achtergrond.
geval deze kast op slot wordt gehouden, dient ofwel : 1° de desbetreffende vergrendelingssleutel
de onmiddellijke nabijheid van de kast bewaard achter een beschermglas dat
geval van nood met een hamertje kan worden gebroken, 2° de kast afgesloten te zijn met een beschermglas dat
geval van nood met een hamertje kan worden gebroken. § 4. Van de voorwaarden, vermeld
en § 3, mag worden afgeweken
dien
een alternatief systeem voorzien wordt, aanvaard door de afdeling Milieuvergunningen, dat op gebied van
formatie minstens dezelfde waarborgen biedt. § 5. De nodige voorzieningen moeten worden aangebracht om de
richting ontoegankelijk te maken voor o
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.