← België

Omzendbrief over de toepassing van de wapenwetgeving

Kort samengevat

Deze omzendbrief licht de vernieuwde wapenwetgeving toe en geeft praktische richtlijnen voor de toepassing ervan door de overheden. Het doel is de complexe regels duidelijker en toegankelijker te maken voor zowel de lokale overheid als de burger.

Wat het reguleert

Wie het aanbelangt

Kernpunten

Wettekst

FEDERALE OVERHEIDSDIENST JUSTITIE 29 OKTOBER

  1. - Omzendbrief over de toepassing van de wapenwetgeving Inhoudstafel Inleiding
  2. Toepassingsgebied 1.1.De bevoegdheden van de gewesten (jacht) en de gemeenschappen (sportschieten) 1.
  3. De geregionaliseerde wet op de internationale wapenhandel 1.
  4. Uitzonderingen voor de ordediensten 1.
  5. Pro memorie : andere toepasselijke regelgeving 1.
  6. Private veiligheid : buiten bestek 1.
  7. Statuut van de uitvoeringsbesluiten
  8. Definities 2.
  9. Verdere toelichting en voorbeelden bij wettelijke definities 2.
  10. Nuttige definities uit andere regelgeving
  11. Indeling van de wapens in categorieën 3.
  12. Verboden wapens 3.1.
  13. Wettelijke opsomming 3.1.
  14. Bij besluit verboden wapens 3.1.
  15. Verboden handelingen 3.1.
  16. Uitzonderingen voor wapenhandelaars, verzamelaars en de overheid 3.
  17. Vergunningsplichtige wapens 3.2.
  18. Betekenis van de restcategorie 3.2.
  19. Bij besluit vergunningsplichtige wapens 3.2.
  20. Principieel vrij verkrijgbare wapens die vergunningsplichtig worden 3.2.
  21. Verboden en toegelaten handelingen 3.
  22. Vrij verkrijgbare wapens 3.3.
  23. Blanke wapens 3.3.
  24. Niet-vuurwapens 3.3.
  25. Historische, folkloristische en decoratieve wapens 3.3.
  26. Vergunningsplichtige wapens die in sommige omstandigheden worden ingedeeld als « vrij verkrijgbaar » voor specifieke activiteiten 3.3.
  27. Geneutraliseerde wapens 3.3.
  28. Verboden en toegelaten handelingen 3.
  29. Wapens vs. werktuigen en speelgoed 3.
  30. Illegale wapens
  31. Bepalingen van toepassing op wapenhandelaars en tussenpersonen 4.
  32. Erkenningsprocedure 4.1.
  33. Bevoegdheid 4.1.
  34. Beroepsbekwaamheidsexamen 4.1.
  35. Ontvankelijkheid 4.1.
  36. Onderzoek 4.1.
  37. Termijn 4.1.
  38. De herkomst van de financiële middelen 4.1.
  39. Veiligheidsmaatregelen 4.1.
  40. Beslissing 4.1.
  41. Motivering 4.1.
  42. Model 2 4.1.
  43. Beroep 4.1.
  44. Wijziging van de erkenning 4.1.
  45. Administratieve sancties 4.1.
  46. 5-jaarlijkse controle 4.
  47. Rechten en plichten 4.2.
  48. Deontologie 4.2.
  49. Registers 4.2.
  50. Overdracht/verkoop van vuurwapens
  51. Bepalingen van toepassing op verzamelaars en musea 5.
  52. Erkenningsprocedure 5.1.
  53. Voorwaarden 5.1.
  54. Bevoegdheid 5.1.
  55. Ontvankelijkheid 5.1.
  56. Onderzoek 5.1.
  57. Termijn 5.1.
  58. Veiligheidsmaatregelen 5.1.
  59. Beslissing 5.1.
  60. Motivering 5.1.
  61. Model 3 5.1.
  62. Beroep 5.1.
  63. Wijziging van de erkenning 5.1.
  64. Administratieve sancties 5.1.
  65. 5-jaarlijkse controle 5.
  66. Rechten en plichten 5.2.
  67. Registers 5.2.
  68. Overdracht/verkoop van vuurwapens 5.2.
  69. Munitie
  70. Bijzondere erkenningen voor niet-commerciële activiteiten 6.
  71. Voorbeelden 6.
  72. Bijzondere aspecten in de erkenningsprocedure
  73. Erkenning als vervoerder 7.
  74. Bijzondere aspecten in de erkenningsprocedure
  75. Schietstanden 8.
  76. Erkenningsprocedure 8.1.
  77. Toepassingsgebied 8.1.
  78. Voorwaarden 8.1.
  79. Bevoegdheid 8.1.
  80. Ontvankelijkheid 8.1.
  81. Onderzoek 8.1.
  82. Termijn 8.1.
  83. Beslissing 8.1.
  84. Motivering 8.1.
  85. Model 13 8.1.
  86. Beroep 8.1.
  87. Wijziging van de erkenning 8.1.
  88. Administratieve sancties 8.1.
  89. 5-jaarlijkse controle 8.
  90. Rechten en plichten 8.2.
  91. De uitbater 8.2.
  92. De schutters 8.2.
  93. Uitzonderingen
  94. Wapenbezit door particulieren : algemene regels 9.
  95. Vergunningsprocedure 9.1.
  96. Bevoegdheid 9.1.
  97. Ontvankelijkheid 9.1.
  98. Onderzoek 9.1.
  99. Termijn 9.1.
  100. Advies van de lokale politie 9.1.
  101. Het medisch attest 9.1.
  102. De theoretische en de praktische proef 9.1.
  103. De instemming van de gezinsleden 9.1.
  104. De wettige reden 9.1.
  105. Passief wapenbezit 9.1.
  106. Vondst van een wapen 9.1.
  107. Beslissing 9.1.
  108. Motivering 9.1.
  109. Model 4 9.1.
  110. Beroep 9.1.
  111. Wijziging van de vergunning 9.1.
  112. Administratieve sancties 9.1.
  113. 5-jaarlijkse controle 9.
  114. Rechten en plichten 9.2.
  115. Aanschaf van een wapen 9.2.
  116. Overdracht/verkoop van een wapen 9.2.
  117. Veiligheidsmaatregelen 9.2.
  118. Gebruik 9.2.
  119. Lenen van een wapen 9.2.
  120. Vervoer 9.2.
  121. Herstelling 9.2.
  122. Munitie
  123. Wapendracht door particulieren : algemene regels 10.
  124. Notie 10.
  125. Omstandigheden waarin een wapen vrij mag worden gedragen 10.
  126. Vergunningsprocedure 10.3.
  127. Bevoegdheid 10.3.
  128. Ontvankelijkheid 10.3.
  129. Onderzoek 10.3.
  130. Ambassadepersoneel e.d. 10.3.
  131. Het medisch attest 10.3.
  132. Termijn 10.3.
  133. Beslissing 10.3.
  134. Model 5 10.3.
  135. Beroep 10.3.
  136. Wijziging van de vergunning 10.3.
  137. Administratieve sancties
  138. Bijzondere regeling voor jagers 11.
  139. Wie ? 11.
  140. Welke wapens ? 11.
  141. Welke handelingen ? 11.
  142. Model 9 11.
  143. Administratieve sancties 11.
  144. Rechten en plichten 11.
  145. Beëindiging van de activiteiten
  146. Bijzondere regeling voor sportschutters 12.
  147. Wie ? 12.
  148. Welke wapens ? 12.
  149. Welke handelingen ? 12.
  150. Model 9 12.
  151. Administratieve sancties 12.
  152. Rechten en plichten 12.
  153. Beëindiging van de activiteiten
  154. Bijzondere wachters 14.De Europese vuurwapenpas 14.
  155. Nut 14.
  156. Aanvraag 14.
  157. Geldigheid van de EVP 14.
  158. Op reis met wapens 14.
  159. Rechten en plichten van buitenlandse houders van de EVP
  160. Occasionele schutters 15.
  161. Voorwaarden
  162. Opslag van wapens en munitie 17.Wapenbeurzen 17.
  163. Voorwaarden 17.
  164. Toelating
  165. De nummering van vuurwapens 18.
  166. Het centraal wapenregister 18.
  167. De proefbank voor vuurwapens 18.
  168. Het nationaal identificatienummer
  169. Bijzonderheden over munitie en onderdelen 19.
  170. Onderdelen en hulpstukken 19.
  171. Munitie
  172. Toezicht en straffen 20.
  173. Bevoegde overheden 20.
  174. Straffen
  175. Inbeslagname van wapens 21.
  176. Gerechtelijke inbeslagname en administratieve inbeslagname 21.
  177. Verwittiging van de gouverneur en administratieve sancties 21.
  178. Model 10 21.
  179. Vrijwillige afstand en tijdelijke bewaargeving van een wapen zonder dat er sprake is van een misdrijf 21.
  180. Onderzoek van wapens door het NICC en private experts 21.
  181. Teruggave 21.
  182. Verbeurdverklaring
  183. Gevolgen van de overgang van de oude naar de nieuwe wetgeving 22.
  184. De hernieuwing van de oude erkenningen en vergunningen 22.
  185. Model 6 22.
  186. Regularisaties
  187. Verandering van statuut van een vergunningsplichtig wapen 24.Retributies 24.
  188. Principes 24.
  189. Tarieven 24.
  190. Uitzonderingen Nuttige adressen Bijlage 1 : lijst van inbreuken bedoeld in artikel 5, § 4, 2° WW Bijlage 2 : lijst van HFD-wapens (punt 3.3.3) Bijlage 3 : theoretische proef (punt 9.1.7) Bijlage 4 : aanvraagformulier tot het verkrijgen van een vergunning (model 4) tot het voorhanden hebben van een vergunningsplichtig vuurwapen Inleiding De regelgeving met betrekking tot wat de Wapenwet (in verdere verwijzingen afgekort als WW) de « economische en individuele activiteiten met wapens » noemt, is sinds de invoering van de nieuwe wet op 8/6/06 fundamenteel gewijzigd. Er is een volledig nieuwe wet en alle oude uitvoeringsbesluiten die nog bestaan, zijn in min of meer grondige mate aangepast en enkele nieuwe uitvoeringsbesluiten werden genomen. Het is daarom dringend noodzakelijk geworden de oude omzendbrief 3630/1/8 van 30/10/95 en zijn aanvullingen te vervangen door een tekst die de vernieuwde regelgeving in haar geheel nader toelicht en praktische, bindende richtlijnen bevat voor de overheden die zijn belast met de toepassing van die regelgeving op het terrein. Deze omzendbrief behandelt alle thema's die aan bod komen in de wapenwetgeving. Hij beoogt de vaak complexe en technische regels te verduidelijken en toegankelijker te maken, zowel voor de lokale overheid als voor de burger. Waar voor de volledigheid zaken worden aangehaald die behoren tot de bevoegdheid van andere overheden (jacht, schietsport, in- en uitvoer), beperkt deze omzendbrief zich ertoe de regelgeving te citeren of te parafraseren zonder commentaar en zonder toepassingsrichtlijnen.
  191. Toepassingsgebied De Belgische regelgeving over wapens vindt zijn neerslag in verschillende teksten.Dit is deels te verklaren door de verdeling van bevoegdheden binnen onze federale staat. Zo moet men niet alleen rekening houden met de federale Wapenwet van 8/6/06 en haar uitvoeringsbesluiten, maar ook met de gewestelijke decreten over de jacht, de gemeenschapsdecreten over het sportschieten en de gewestelijke bevoegdheid op het gebied van de in-, uit- en doorvoer van wapens, die evenwel nog niet heeft geleid tot eigen decreten. Verder onderging de federale wapenwet reeds enkele tekstwijzigingen en bevatten diverse uitvoeringsbesluiten regels die noodzakelijk zijn voor haar toepassing, hetgeen eveneens heeft bijgedragen tot de versnippering. Voor de toepassing op het terrein van onze regelgeving minder relevant, maar als gemeenschappelijke basis van de betrokken wetten van de andere lidstaten van de Europese Unie een belangrijke rechtsbron is tot slot de Europese Richtlijn 91/477/EEG van de Raad van 18/6/91 inzake de controle op de verwerving en het voorhanden hebben van wapens (gewijzigd door de Europese Richtlijn 2008/51/EG van 21/5/08), waarnaar verder kort wordt verwezen als « Richtlijn 91/477/EEG ». 1.
  192. De bevoegdheden van de gewesten (jacht) en de gemeenschappen (sportschieten) Sinds de staatshervorming van 1980 zijn de gewesten en de gemeenschappen van ons land bevoegd voor respectievelijk de jacht en de sport (het schieten is in alle gemeenschappen een erkende sporttak). Dit betekent dat de federale wet zich niet mag uitspreken over de voorwaarden waaronder de jacht en de schietsport mogen beoefend worden. De federale wet beperkt zich tot het indelen van de wapens in categorieën en ze verbindt aan elke categorie de modaliteiten voor het uitoefenen van economische en individuele activiteiten met die wapens. Concreet bepaalt de Wapenwet wie wapens mag verhandelen, verzamelen, bezitten, vervoeren en dragen, evenals wie een schietstand mag uitbaten, en de voorwaarden waaraan dit alles is gebonden. De gewesten en de gemeenschappen van hun kant, hebben in hun decreten en uitvoeringsbesluiten bepaald wie mag jagen en sportschieten, en onder welke voorwaarden dit mag. Het raakpunt van de federale met de gewestelijke, resp. gemeenschapsbevoegdheden ligt waar artikel 12 WW een gunstregime toekent aan jagers en sportschutters. Omdat de jagers en de sportschutters hun statuut pas kunnen verkrijgen na controle van hun antecedenten en hun theoretische en praktische kennis, heeft de wetgever ervoor gekozen hen niet te verplichten de vergunningsprocedure te doorlopen telkens als ze een vergunningsplichtig wapen voor de jacht of de schietsport willen kopen. Hun jachtverlof of sportschutterslicentie geldt dan als vergunning voor het voorhanden hebben van wapens die ontworpen zijn voor hun activiteit. Zeker voor de sportschutters, die een grote verscheidenheid aan schietdisciplines kennen waarbij allerlei wapens, ook zware, worden gebruikt, reikt dit gunstregime echter niet zover dat ze alle wapens vrij mogen verwerven. De Europese Richtlijn 91/477/EEG (zie verder), zoals deze meer bepaald in Belgisch recht geïmplementeerd werd door artikel 12 WW en het MB van 15/03/07, verzet zich hiertegen. Het is belangrijk te weten dat de toepassing van de jachtdecreten plaatsgebonden is. Wie wenst te jagen, moet in het bezit zijn van een jachtverlof afgegeven door de bevoegde overheden van de plaats waar de activiteit plaatsvindt. Een Vlaming die wil jagen in het Waals gewest, moet dus een Waals jachtverlof hebben (hierop bestaan echter uitzonderingen). Sport(schieten) is dan weer een persoonsgebonden materie. De Vlaamse sportschutter zal met zijn Vlaamse sportschutterslicentie, afgegeven door de schuttersfederatie waarvan hij lid is, ook kunnen deelnemen aan een wedstrijd georganiseerd door een Waalse schuttersfederatie (ook hier bestaan bijzondere regelingen). Momenteel (midden 2010) zijn de volgende teksten van kracht (allemaal terug te vinden op de website van de FOD Justitie www.just.fgov.be onder « Belgische wetgeving ») : -het Vlaams jachtdecreet van 24/7/91; - het besluit van 28/10/87 van de Vlaamse Executieve betreffende het gebruik van vuurwapens en munitie bij de jacht in het Vlaamse Gewest; - het decreet van het Waals gewest van 14/7/94 tot wijziging van de jachtwet van 28/2/1882 (de oude jachtwet is er nog deels van toepassing); - het besluit van 22/9/05 van de Waalse Regering houdende regeling van het gebruik van vuurwapens en munitie met het oog op het uitoefenen van de jacht, alsmede van enkele jachtprocessen of -technieken; - het Vlaams decreet van 11/5/07 houdende het statuut van de sportschutter; - het besluit van de Vlaamse Regering van 1/6/07 houdende de uitvoering van het decreet van 11/5/07 houdende het statuut van de sportschutter; - het decreet van de Franse gemeenschap van 24/11/06 betreffende de toekenning van de vergunning van sportschutter; - het besluit van de Regering van de Franse Gemeenschap van 30/3/07 tot vaststelling van de lijst van de schietsportdisciplines; - het besluit van 30/3/07 van de Regering van de Franse Gemeenschap tot vaststelling van de nadere regels voor de organisatie, de inhoud, de evaluatie en de gelijkwaardigheid van de theoretische en praktische proeven waarvoor geslaagd moet worden voor het bekomen van de vergunning van sportschutter; - het besluit van 30/3/07 van de Regering van de Franse Gemeenschap tot vaststelling van het model van vergunning van sportschutter; - het besluit van 11/4/08 van de Regering van de Franse Gemeenschap tot vaststelling van het model van het verslag bedoeld in artikel 7 van het decreet van 24 november 2006Relevante gevonden documenten type decreet prom. 24/11/2006 pub. 15/02/2007 numac 2007200483 bron ministerie van de franse gemeenschap Decreet betreffende de toekenning van de vergunning van sportschutter sluiten betreffende de toekenning van de vergunning van sportschutter; - het decreet van de Duitstalige gemeenschap van 20/11/06 over het statuut van de sportschutters; - het besluit van de Regering van de Duitstalige gemeenschap van 23/5/07 tot uitvoering van het decreet van 20/11/06 over het statuut van de sportschutters. Te noteren valt dat de teksten die dateren van voor de Wapenwet (8/6/06) nog de terminologie van de oude wetgeving gebruiken, bijvoorbeeld de oude benaming van de diverse categorieën wapens. Die achterhaalde terminologie moet uiteraard worden gelezen met respect voor de nieuwe regelgeving! 1.
  193. De geregionaliseerde wet op de internationale wapenhandel In 2003 werden de gewesten bevoegd voor nog een ander aspect van de wapenproblematiek, met name de in-, uit- en doorvoer (uitgezonderd voor leger en politie). Voorheen was dit, net zoals dit voor andere goederen het geval is gebleven, een federale bevoegdheid. Omdat de gewesten nog geen eigen decreten hebben aangenomen, passen ze nog steeds de oude federale regelgeving toe : de wet van 5/8/91 betreffende de in-, uit- en doorvoer van en de bestrijding van illegale handel in wapens, munitie en speciaal voor militair gebruik of voor ordehandhaving dienstig materieel en daaraan verbonden technologie, en haar uitvoeringsbesluiten. Zoals de titel aangeeft, is het toepassingsgebied van die wet heel wat ruimer dan dat van de hier besproken Wapenwet. Ze bestrijkt alle wapens die onder de Wapenwet vallen, maar daarnaast ook zwaar militair materieel, onderdelen daarvoor, elektronica, software, chemische substanties, materiaal voor ordehandhaving (zoals kogelwerende vesten, helmen, schilden en handboeien, die in tegenstelling tot wat soms wordt gedacht, niet onder de Wapenwet vallen!), en wat men « materiaal voor dubbel gebruik » noemt (dit zijn op zich onschuldige goederen die een militaire bestemming krijgen of hebben gehad). Naar gelang van de vestigingsplaats van de in-, uit- of doorvoerder geeft het betrokken gewest in-, uit- en doorvoerlicenties af. Dit zijn vaak grote gespecialiseerde bedrijven, die alleen als ze wapens in de zin van de Wapenwet produceren of verhandelen als wapenhandelaar of tussenpersoon moeten zijn erkend in overeenstemming met de Wapenwet. Maar ook de gewone particulier die een wapen aankoopt in het buitenland of zijn wapen daar wenst te verkopen, valt onder deze wetgeving. Binnen de Benelux zijn er dan weer geen in-, uit- of doorvoerlicenties vereist. Een bijzonderheid van de regelgeving op het vlak van uit- en doorvoer (niet van invoer!) is de onmogelijkheid de nodige licenties aan te vragen bij de gewestelijke overheden, als men niet een voorafgaande vergunning heeft verkregen. Die wordt door de Federale Wapendienst namens de minister van Justitie afgegeven. Ook particulieren moeten die aanvragen. Een uitzondering wordt in de praktijk wel gemaakt voor de particulier die naar het buitenland verhuist en zijn wapen meeneemt. Toelichting dienaangaande en het verplichte aanvraagformulier zijn terug te vinden op de voornoemde website van de FOD Justitie (rubriek 'justitie van a tot z', trefwoord 'wapens'). Verderop (punten 9.2.1 en 14.4) wordt ingegaan op twee aspecten van de in- en uitvoerregeling die van belang zijn binnen dit bestek : het reizen met wapens binnen de EU en het aankopen van een wapen in een andere EU-lidstaat. 1.
  194. Uitzonderingen voor de ordediensten De Wapenwet is niet van toepassing op de dienstwapens van de ordediensten, die worden opgesomd in het KB van 26/6/02 betreffende het voorhanden hebben en het dragen van wapens door de diensten van het openbaar gezag of van de openbare macht. Het gaat over : 1° de krijgsmacht;2° het operationeel kader van de politiediensten;3° bepaalde leden van het administratief en logistiek kader van de politiediensten;4° de politieambtenaren van de Algemene inspectie van de federale politie en van de lokale politie;5° de hoofden en de leden van de Diensten Enquêtes van de Vaste Comités van toezicht op de politiediensten en op de inlichtingendiensten;6° de agenten van de Administratie van douane en accijnzen;7° de buitendiensten van het Directoraat-Generaal Strafinrichtingen;8° de buitendiensten van het Bestuur Veiligheid van de Staat;9° de daartoe aangestelde personeelsleden van het Agentschap voor Natuur en Bos binnen het Vlaamse ministerie van Leefmilieu, Natuur en Energie;10° de ambtenaren van het bosbeheer van het « Département de la Nature et des Forêts », alsook de ambtenaren van het « Département de la police et des contrôles de la Direction générale opérationnelle Agriculture, Ressources naturelles et Environnement » van de Waalse overheidsdienst;11° de ingenieurs en adjuncten van de Bosdienst van de Afdeling Natuur, Water en Bos van het Brussels Instituut voor Milieubeheer van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest;12° de inspecteurs van de Dienst Beveiliging van de Luchtvaart- en Luchthaveninspectie;13° de politiediensten van een lidstaat van de Europese Unie, overeenkomstig een bilateraal of multilateraal akkoord van politiesamenwerking of een maatregel die genomen is in het kader van titel VI van het Verdrag over de Europese Unie, waarin bepaald wordt dat deze politieambtenaren bepaalde politieopdrachten uitvoeren in België waarbij zij wapens dragen;14° de veiligheidsbeambten van het veiligheidskorps van de Federale Overheidsdienst Justitie. Het feit dat een overheidsdienst is opgenomen in de bovenstaande lijst houdt niet in dat de betrokken ambtenaren volledige vrijheid genieten. Voor elke betrokken dienst moet er immers een uitvoeringsbesluit worden gemaakt waarin wordt bepaald welke wapens door welke ambtenaren als dienstwapens mogen worden gebruikt, hoe ze dienen te worden verworven, bewaard, vervoerd, gebruikt, enz. Het voorhanden mogen hebben van een dienstwapen betekent zeker niet dat de betrokken ambtenaren het recht zouden hebben dat dienstwapen ook buiten de dienst voorhanden te hebben, laat staan te gebruiken voor privédoeleinden. Over dit onderwerp bestaan bijzondere richtlijnen van de Minister van Binnenlandse Zaken. In elk geval zijn ook de gewapende leden van de ordediensten als privépersoon onderworpen aan alle gewone regels die gelden voor de burger

(1). Verderop wordt besproken (punt 3.1.4) onder welke voorwaarden bepaalde wapens niet verboden zijn voor de ordediensten en hoe ze die kunnen verwerven, voorhanden hebben, enz. 1.
  1. Pro memorie : andere toepasselijke regelgeving Het is opportuun om er op deze plaats aan te herinneren dat wapenhandelaars en particuliere wapenbezitters niet alleen de regelgeving over wapens moeten naleven. In geval van opslag van grote hoeveelheden munitie kan de wetgeving over springstoffen ook van toepassing zijn (de wet van 28/5/56 betreffende ontplofbare en voor deflagratie vatbare stoffen en mengsels en de daarmede geladen tuigen, en haar voornaamste uitvoeringsbesluit van 23/9/58 houdende algemeen reglement betreffende het fabriceren, opslaan, onder zich houden, verkopen, vervoeren en gebruiken van springstoffen). Hiervoor is de Dienst Reglementering Springstoffen en Gas bij de FOD Economische Zaken verantwoordelijk. Daarnaast is de gewestelijke milieureglementering van toepassing op wapenhandelaars en -fabrikanten, net als op schietstanden. Wapenhandelaars dienen met name, naast bijvoorbeeld de sociale, fiscale en de milieureglementering, ook de wetgeving over de handelspraktijken te eerbiedigen. Bezoekers van schietstanden en openluchtmanifestaties waar vuurwapens worden gebruikt, en vooral deelnemers aan « oorlogsspellen » met paintballmarkers of airsoftwapens moeten opletten dat ze geen daden stellen die strafbaar worden gesteld door de wet van 29/7/34 waarbij de private milities verboden worden. Dit zou bijvoorbeeld het geval zijn als de activiteiten een politiek doel nastreven. Activiteiten georganiseerd in het kader van de door de gemeenschapsoverheden erkende sporten vallen nooit onder de wet op de private milities. 1.
  2. Private veiligheid : buiten bestek Een aparte categorie van wapenbezitters wordt gevormd door de bewakingsagenten die met toepassing van de wet van 10/4/90 tot regeling van de private en bijzondere veiligheid het recht hebben tijdens de uitoefening van hun beroep wapens voorhanden te hebben. Omdat zijzelf en hun werkgevers al moeten vergund of erkend worden door de Minister van Binnenlandse Zaken en ze voor het voorhanden hebben en dragen van wapens een bijzondere toestemming van hem nodig hebben, heeft de Wapenwet
(2)ook de afgifte van de vergunningen tot het voorhanden hebben van wapens en wapendrachtvergunningen aan bewakingsagenten gecentraliseerd bij de bevoegde directie private veiligheid van de FOD Binnenlandse Zaken. Deze omzendbrief is niet op hen van toepassing, maar kan wel als aanvullende toelichting worden gebruikt door de bevoegde diensten
(3). 1.6. Statuut van de uitvoeringsbesluiten De belangrijkste uitvoeringsbesluiten van de oude wapenwet van 1933 waren veel recenter dan die wet en waren zelf niet aan een fundamentele herziening toe op het moment dat de nieuwe Wapenwet in 2006 in werking trad. Daarom werd ervoor gekozen ze waar mogelijk van kracht te laten
(4)en alleen over te gaan tot de noodzakelijke aanpassingen (eerst vooral terminologisch, later vooral inhoudelijk) om ze te doen overeenstemmen met de tekst en de geest van de nieuwe wet. Soms was het mogelijk de uitvoering van nieuwe wetsbepalingen te integreren in een bestaand besluit. Midden 2010 zijn de volgende besluiten nog van kracht (en meestal al volledig aangepast) : ? het KB van 26/6/02 betreffende het voorhanden hebben en het dragen van wapens door de diensten van het openbaar gezag of van de openbare macht; ? het KB van 13/7/2000 tot bepaling van de erkenningsvoorwaarden van schietstanden; ? het KB van 1/3/98 betreffende de indeling in categorieën van sommige seinpistolen, sommige slachttoestellen, sommige verdovingswapens; ? het KB van 24/4/97 tot bepaling van de veiligheidsvoorwaarden bij het opslaan, het voorhanden hebben en het verzamelen van vuurwapens of munitie; ? het KB van 27/2/97 betreffende de indeling van de munitie van kaliber 5.7 x 28 mm; ? het KB van 18/11/96 tot indeling van sommige alarmwapens bij de categorie vergunningsplichtige vuurwapens; ? het KB van 30/3/95 tot indeling van sommige gas- en luchtwapens; ? het KB van 8/8/94 betreffende de Europese Vuurwapenpassen; ? het KB van 20/9/91 tot uitvoering van de Wapenwet; ? het KB van 20/9/91 betreffende de vuurwapens met historische, folkloristische of decoratieve waarde en de vuurwapens die voor het schieten onbruikbaar zijn gemaakt. Een reeks van overbodig geworden oude uitvoeringsbesluiten werd uitdrukkelijk opgeheven. Tevens werd een aantal nieuwe autonome besluiten genomen om te voorzien in de uitvoering van nieuwe wetsbepalingen. Midden 2010 betreft het de volgende teksten : ? het KB van 29/12/06 tot uitvoering van sommige bepalingen van de wet van 8 juni 2006Relevante gevonden documenten type wet prom. 08/06/2006 pub. 09/06/2006 numac 2006009449 bron federale overheidsdienst justitie Wet houdende regeling van economische en individuele activiteiten met wapens type wet prom. 08/06/2006 pub. 09/06/2006 numac 2006009438 bron federale overheidsdienst justitie Wet houdende regeling van economische en individuele activiteiten met wapens. - Adviesraad voor wapens : oproep tot kandidaatstelling sluiten houdende regeling van economische en individuele activiteiten met wapens, waarvan de eerste artikelen autonome bepalingen zijn; ? het MB van 15/3/07 tot bepaling van de lijst van vuurwapens ontworpen voor het sportschieten, waarvoor houders van een sportschutterslicentie vrijgesteld zijn van de vergunningsplicht; ? het KB van 16/10/08 tot regeling van het statuut van de wapenhandelaar; ? het MB van 16/10/08 houdende erkenning van de artsen bevoegd voor het afgeven van een attest bedoeld in artikel 14 van de wapenwet; ? het MB van 11/3/10 tot indeling bij de verboden wapens van bepaalde hulpstukken voor vuurwapens. Ook na het verspreiden van deze omzendbrief zal nog een (beperkt) aantal nieuwe besluiten moeten worden genomen, die echter geen fundamentele wijzigingen meer zullen aanbrengen in deze tekst.
  1. Definities 2.
  2. Verdere toelichting en voorbeelden bij wettelijke definities Artikel 2 WW geeft een heterogene reeks definities van termen die worden gebruikt in de regelgeving. Ook in sommige uitvoeringsbesluiten zijn definities terug te vinden. Die laatste worden (tenzij ze van algemeen nut zijn) besproken in de punten waar de betrokken besluiten zelf ter sprake komen. Hieronder worden alle wettelijke definities weergegeven, waar mogelijk aangevuld met nuttige commentaar. De gebruikte nummering is die van de wet. 1° wapenhandelaar : eenieder die voor eigen rekening en gewoonlijk, als hoofdactiviteit of als nevenactiviteit, tegen een vergoeding of om niet, vuurwapens, onderdelen ervan of munitie ervoor vervaardigt, herstelt, wijzigt, verhandelt of anderszins ter beschikking stelt; Commentaar : ? deze term dekt niet alleen de traditionele handelaars, maar ook de andere leden van de betrokken economische sector (fabrikanten, invoerders, ambachtelijke herstellers en onderaannemers, graveerders,...) ? handelaars in blanke wapens zoals messen zijn geen wapenhandelaars ? particulieren mogen occasioneel hun eigen wapens verkopen zonder als wapenhandelaar beschouwd te worden, zolang ze geen wapens verwerven met het oog op de wederverkoop ervan en dus geen verdoken handel drijven ? particulieren, vooral jagers en sportschutters, mogen zelf in beperkte hoeveelheden munitie voor eigen gebruik vervaardigen zonder als wapenhandelaar beschouwd te worden, zonder ze evenwel te mogen verhandelen ? hieronder vallen niet de schietstanden of particulieren die wapens tijdelijk uitlenen op de schietstand en personen begeleiden zonder evenwel de wapens definitief over te dragen 2° tussenpersoon : eenieder die, tegen een vergoeding of om niet, de voorwaarden creëert voor het sluiten van een overeenkomst met als onderwerp de vervaardiging, de herstelling, de wijziging, het aanbod, de verwerving, de overdracht of enige andere vorm van terbeschikkingstelling van vuurwapens, onderdelen ervan of munitie ervoor, ongeacht de herkomst en de bestemming ervan en ongeacht of de goederen op het Belgische grondgebied komen, of die een dergelijke overeenkomst sluit wanneer het vervoer door een derde wordt verricht; Commentaar : ? deze term slaat zowel op de particulier die als bijberoep optreedt als makelaar bij de aankoop van wapens door derden, als op internationale brokers die enkel een bureau in België hebben en zelf niet in contact komen met de wapens 3° antipersoonsmijnen, valstrikmijnen en soortgelijke mechanismen : ieder tuig dat op of onder enig oppervlak of in de nabijheid daarvan wordt geplaatst, en ontworpen of aangepast is om te ontploffen of uiteen te spatten door de aanwezigheid of nabijheid van of het contact met een persoon, al dan niet voorzien van een anti-hanteermechanisme, dat de mijn beschermt, er onderdeel van is, verbonden is met, bevestigd aan of geplaatst onder de mijn en dat in werking wordt gesteld wanneer een poging wordt gedaan de mijn te manipuleren of opzettelijk te ontregelen;4° submunitie : alle munitie die zich, om haar functie te vervullen, van een moederbom losmaakt.Dat betreft alle munitie of explosieve ladingen die bedoeld zijn om op een bepaald ogenblik te ontploffen nadat zij zijn gelanceerd of uitgestoten uit een moederbom met verspreidingsmunitie, met uitzondering van : - verspreidingssystemen die alleen rook- of lichtmunitie bevatten, of munitie die uitsluitend bestemd is om als elektrisch of elektronisch afweermiddel te dienen; - systemen met meervoudige munitie die alleen bedoeld is om pantservoertuigen te doorboren en te vernietigen, die uitsluitend met die doelstelling kunnen worden ingezet zonder dat ze gevechtszones kunnen bestrijken zonder enig onderscheid, meer bepaald doordat hun traject en hun doelwit moeten worden gecontroleerd, en die in voorkomend geval uitsluitend kunnen exploderen op het ogenblik dat ze inslaan en in ieder geval niet kunnen exploderen louter door het contact met, de aanwezigheid of de nabijheid van een persoon; 5° blindmakend laserwapen : wapen ontworpen of aangepast met als enig doel of onder meer als doel om door middel van lasertechnologie mensen permanent blind te maken;6° brandwapen : elk wapen of elk stuk munitie dat in de eerste plaats is ontworpen om objecten in brand te steken of brandwonden toe te brengen aan personen via de inwerking van vlammen, hitte of een combinatie daarvan, voortgebracht door een chemische reactie van een op het doel gebrachte stof;7° spring- of valmes met slot : mes waarvan het lemmet door een mechanisme of door de zwaartekracht uit het heft wordt gebracht en automatisch wordt geblokkeerd; Commentaar : ? de bekendste voorbeelden hiervan zijn de messen beter gekend onder de benamingen « knipmes » of « stiletto » ? het gaat dus niet over messen waarvan het lemmet handmatig moet worden opengevouwen en al dan niet automatisch kan worden geblokkeerd met een veer, knop of ring 8° vlindermes : een mes, waarvan het heft in de lengterichting in tweeën is gedeeld en waarvan het lemmet naar buiten wordt gebracht door elk van de delen van het heft in tegenovergestelde richting zijdelings open te vouwen;9° namaakwapen : al dan niet inerte natuurgetrouwe imitatie, replica of kopie van een vuurwapen; Commentaar : ? de ouderdom van namaakwapen en origineel model speelt geen rol ? van doorslaggevend belang is de uiterlijke gelijkenis, maar ook het gewicht kan meespelen ? de vraag die men zich moet stellen om iets als namaakwapen te beschouwen, is of iemand zich er redelijkerwijs bedreigd zou kunnen door voelen 10° lang wapen : wapen waarvan de looplengte meer dan 30 cm bedraagt of waarvan de totale lengte meer dan 60 cm bedraagt; Commentaar : ? a contrario heeft een kort wapen een looplengte van ten hoogste 30 cm en een totale lengte van ten hoogste 60 cm 11° vouwgeweer : wapen waarvan de loop, door volledig te draaien rond een as, langsheen de kolf komt, zodat de lengte van het wapen is herleid tot de helft ervan, waardoor het aldus gemakkelijk kan worden verborgen onder de kledij; Commentaar : ? niet te verwarren met de term plooigeweer die vaak wordt gebruikt voor openknikkende jachtgeweren ? typevoorbeeld van het stropersgeweer ? geweren met een klapkolf of met een uitschuifbare kolf vallen hier evenwel niet onder als deze kolven er niet voor zorgen dat het wapen gemakkelijk kan worden verborgen onder de kledij. 12° niet-vuurwapen : elk wapen dat één of meerdere projectielen afschiet waarvan de voortstuwing niet resulteert door de verbranding van poeder of door een detonator; Commentaar : ? deze term dekt uiteenlopende soorten wapens : luchtpistolen, loodjesgeweren, airsoftwapens, paintballmarkers, bogen, kruisbogen, katapulten, ... ? ook de zeldzame wapens die projectielen afschieten door middel van elektrische impulsen vallen hieronder 13° blank wapen : elk wapen voorzien van één of meerdere klingen die één of meerdere snedes hebben; Commentaar : ? in deze definitie gaat het alleen over de steek- en snijwapens, maar verderop bij de bespreking van het statuut van de blanke wapens (punt 3.3.1) worden ook sommige slagwapens ermee gelijkgesteld 14° werpmes : mes waarvan het bijzonder evenwicht toelaat met precisie te werpen; Commentaar : ? dit zijn de messen die gebruikt worden bij stunts en in circussen, die zich nu tevreden moeten stellen met imitaties ? ook zgn. ballistische messen vallen hieronder, dit zijn lemmeten met het uitzicht van een werpmes die niet worden geworpen, maar afgeschoten door een mechanisme in het heft 15° nunchaku : vlegel bestaande uit twee korte onbuigzame stokjes die met elkaar verbonden zijn door een ketting of een ander middel; Commentaar : ? bij gevechtssporten neemt men vaak zijn toevlucht tot imitaties waarvan de stokjes zijn gemaakt uit een buigzaam materiaal of zijn overtrokken met een soepel materiaal; die zijn aanvaardbaar als ze niet kunnen kwetsen 16° werpster : metalen plaatje in de vorm van een ster en met scherpe punten, dat kan worden verborgen en ook « shuriken » wordt genoemd;17° jachtverlof : een document dat het recht verleent om de jacht te beoefenen en dat is afgeleverd door of namens de gewestelijke overheden bevoegd voor de jacht, of een gelijkwaardig document afgeleverd in een andere lidstaat van de Europese Unie, of een door de minister van Justitie erkend document afgeleverd in een andere staat; Commentaar : ? een jachtverlof uit een andere EU-lidstaat is niet per definitie gelijkwaardig : voor elk land dient het bewijs geleverd te worden dat het document slechts wordt afgegeven na grondige controle van de gerechtelijke antecedenten en de theoretische en praktische kennis ? op dezelfde basis kan de Federale Wapendienst namens de minister jachtverloven van andere staten ook als gelijkwaardig beschouwen 18° sportschutterslicentie : een document dat het recht verleent om de schietsport te beoefenen en dat is afgeleverd door of namens de gemeenschapsoverheden bevoegd voor sport, of een gelijkwaardig document afgeleverd in een andere lidstaat van de Europese Unie of een door de minister van Justitie erkend document afgeleverd in een andere staat; Commentaar : ? hiervoor gelden dezelfde opmerkingen als bij het jachtverlof, met dien verstande dat in tegenstelling daartoe in veel landen geen officiële sportschutterslicentie bestaat of ze niet gelijkwaardig blijkt te zijn! 19° schietstand : een schietinstallatie voor vuurwapens, al dan niet gelegen in een gesloten lokaal; Commentaar : ? ook openlucht-schietstanden voor het kleischieten vallen hieronder ? schietstanden waar alleen met niet-vuurwapens wordt geschoten (paintball, luchtdruk,...) vallen hier niet onder 20° munitie : een geheel bestaande uit een huls, een slaghoedje, een kruitlading en een of meer projectielen; Commentaar : ? de projectielen bestemd voor niet-vuurwapens vallen niet onder deze definitie, maar wanneer de betrokken niet-vuurwapens met vuurwapens gelijkgesteld werden, krijgen die projectielen in de praktijk toch vaak het statuut van munitie ? blanke munitie (of oefenmunitie) voldoet niet aan deze definitie bij gebrek aan projectiel, en kan er dus niet mee worden gelijkgesteld 21° automatisch vuurwapen : enig vuurwapen dat, na elk afgevuurd schot, zich automatisch herlaadt en dat met een druk op de trekker, een salvo van meerdere schoten kan afvuren; Commentaar : ? elk vuurwapen dat automatisch kan vuren, ook al kan het ook in een andere modus vuren, is te beschouwen als een automatisch vuurwapen 22° verblijfplaats : de belangrijkste verblijfplaats die iemand in België heeft, met uitsluiting van de plaatsen waar wapens worden bewaard en die de betrokkene deelt met derden; Commentaar : ? de plaats waar de betrokkene het meest aanwezig is als hij twee eigen verblijfplaatsen heeft in ons land, of één in ons land en één in het buitenland ? de plaats waar het wapen is ondergebracht als de betrokkene evenveel aanwezig is in twee verblijfplaatsen in ons land, of waarvan één in ons land ligt en één in het buitenland ? niet een tweede verblijfplaats die door anderen wordt bewoond wanneer de betrokkene er zelf niet aanwezig is 23° loop : onderdeel van een wapen, bestaande uit de holte waarlangs het projectiel voorbijkomt, al dan niet met trekken, en gewoonlijk met een kamer waarin het projectiel wordt ingebracht;24° revolver : kort vuurwapen met rotatiemagazijn of trommel met een of meerdere kamers.De kamers komen achtereenvolgens voor de loop te staan door druk op de trekker of bij rechtstreekse wapening, door druk van de duim op de haan van het wapen; Commentaar : ? er bestaan ook enkelschotsrevolvers waarvan de trommel niet beweegt ? trommelkarabijnen zijn lange wapens en vallen niet onder deze definitie 25° pistool : kort vuurwapen waarbij de uitwerping van de huls, de invoering van de nieuwe patroon en het vergrendelen automatisch gebeurt na het vertrekken van het schot, dankzij de energie die ontstaat door de ontploffing van de kruitlading of door de verbrandingsgassen.De schutter moet de trekker loslaten en opnieuw drukken om een nieuw schot af te vuren; Commentaar : ? er bestaan ook enkelschotspistolen zonder lader 26° repeteerwapen : vuurwapen dat projectielen één per één afvuurt bij iedere druk op de trekker, doch waarbij de schutter het wapen manueel dient te herbewapenen, met een hefboom, een grendel of een pomp. Commentaar : ? bekende voorbeelden van elk gebruikt mechanisme zijn de Winchesterkarabijn (hefboom), de Lee-Enfield (grendel) en de riot-gun (pomp) ? een single-actionrevolver, waarbij de haan met de vinger moet worden opgespannen voor elk schot, is een repeteerwapen 2.
  3. Nuttige definities uit andere regelgeving De bovenstaande definities van automatische wapens en van repeteerwapens zijn door de wet overgenomen uit de Richtlijn 91/477/EEG. In deze Richtlijn zijn ook de volgende andere relevante definities opgenomen : 1° semi-automatisch of halfautomatisch wapen : een vuurwapen dat na elk schot automatisch weer geladen wordt en dat bij eenmalige bediening van de trekker niet meer dan één projectiel kan afvuren; Commentaar : ? een double-actionrevolver, waarbij de haan automatisch wordt opgespannen door de trekker te manipuleren voor elk schot, heeft een semi-automatische werking, maar wordt traditioneel niet beschouwd als een semi-automatisch wapen doch wel als een repeteerwapen 2° enkelschotswapen : een vuurwapen zonder lader, dat voor elk schot wordt geladen door met de hand een kogel in de kamer of in een hiertoe aangebrachte ruimte bij de ingang van de loop te brengen. Commentaar : ? een pistool is in principe een semi-automatisch wapen, tenzij het slechts een enkelschotswapen is De definitie van jagen en sportschieten is terug te vinden in de verschillende betrokken gewest- en gemeenschapsdecreten. Hoewel de regelgeving verschillend is, zijn de definities in de praktijk dezelfde : 1° jagen volgens het Vlaams jachtdecreet : de jachtdaad is de handeling waarbij het wild gedood of gevangen wordt, alsmede de handeling waarbij dat wild met dat doel opgespoord en achtervolgd wordt.In dit decreet wordt het woord jagen gebruikt in de betekenis van het stellen van een jachtdaad; 2° sportschieten volgens het Vlaams sportschuttersdecreet : het beoefenen van de schietdisciplines die worden aangeboden door de internationale schietsportfederatie die erkend is door het Internationaal Olympisch Comité, of door de schietsportfederaties, met uitzondering van het buksschieten;de sportschutter is de natuurlijke persoon die via een schuttersvereniging lid is van een schietsportfederatie; Commentaar : ? in alle Gemeenschappen is het verboden om het sportschieten te beoefenen zonder houder te zijn van een sportschutterslicentie. De definitie van het begrip « sportschieten » verschilt in elke Gemeenschap. De decreten regelen echter enkel het beoefenen van de schietsport binnen de disciplines die worden aangeboden door de erkende schietsportfederaties. Met de term « recreatief schieten » wordt dan bedoeld het schieten buiten het door de Gemeenschappen geregelde kader (b.v. wapenbezitters die niet bij een club zijn aangesloten en/of die geen door een federatie georganiseerde schietdisciplines beoefenen).
  4. Indeling van de wapens in categorieën In onze regelgeving is sprake van drie categorieën van wapens : verboden wapens, vergunningsplichtige wapens en vrij verkrijgbare wapens.Vuurwapens die niet uitdrukkelijk bij de verboden of de vrij verkrijgbare wapens zijn ingedeeld, zijn vergunningsplichtig. Niet-vuurwapens zijn dan weer principieel vrij verkrijgbaar, maar kunnen vergunningsplichtig worden gemaakt of verboden worden. Tot slot wordt ingegaan op de soms moeilijke aflijning tussen wapens en andere voorwerpen. 3.
  5. Verboden wapens 3.1.
  6. Wettelijke opsomming
(5)Opmerking - Uit de vroegere opsomming van de verboden wapens in de wet zijn de dolken en dolkmessen verdwenen. Dit komt enerzijds omdat hun statuut al te veel aanleiding gaf tot twijfel en discussie, en anderzijds omdat veel types van messen die als verboden dolkmessen konden worden beschouwd noodzakelijk of nuttig zijn bij het beoefenen van een hobby. Dat deze messen voortaan vrij verkrijgbaar zijn, betekent echter niet dat ze ontsnappen aan alle controle : hun dracht en bijgevolg hun gebruik zijn nog steeds onderworpen aan een wettige reden ! 1° antipersoonsmijnen, valstrikmijnen en soortgelijke mechanismen (ieder tuig dat op of onder enig oppervlak of in de nabijheid daarvan wordt geplaatst, en ontworpen of aangepast is om te ontploffen of uiteen te spatten door de aanwezigheid of nabijheid van of het contact met een persoon, al dan niet voorzien van een anti-hanteermechanisme, dat de mijn beschermt, er onderdeel van is, verbonden is met, bevestigd aan of geplaatst onder de mijn en dat in werking wordt gesteld wanneer een poging wordt gedaan de mijn te manipuleren of opzettelijk te ontregelen), en blindmakende laserwapens (wapen ontworpen of aangepast met als enig doel of onder meer als doel om door middel van lasertechnologie mensen permanent blind te maken);2° brandwapens (elk wapen of elk stuk munitie dat in de eerste plaats is ontworpen om objecten in brand te steken of brandwonden toe te brengen aan personen via de inwerking van vlammen, hitte of een combinatie daarvan, voortgebracht door een chemische reactie van een op het doel gebrachte stof);3° wapens ontworpen voor uitsluitend militair gebruik, zoals automatische vuurwapens, lanceertoestellen, artilleriestukken, raketten, wapens die gebruik maken van andere vormen van straling dan die bedoeld onder het 1°, munitie die specifiek is ontworpen voor die wapens, bommen, torpedo's en granaten;4° submunitie (alle munitie die zich, om haar functie te vervullen, van een moederbom losmaakt.Dat betreft alle munitie of explosieve ladingen die bedoeld zijn om op een bepaald ogenblik te ontploffen nadat zij zijn gelanceerd of uitgestoten uit een moederbom met verspreidingsmunitie, met uitzondering van verspreidingssystemen die alleen rook- of lichtmunitie bevatten, of munitie die uitsluitend bestemd is om als elektrisch of elektronisch afweermiddel te dienen, en van systemen met meervoudige munitie die alleen bedoeld is om pantservoertuigen te doorboren en te vernietigen, die uitsluitend met die doelstelling kunnen worden ingezet zonder dat ze gevechtszones kunnen bestrijken zonder enig onderscheid, meer bepaald doordat hun traject en hun doelwit moeten worden gecontroleerd, en die in voorkomend geval uitsluitend kunnen exploderen op het ogenblik dat ze inslaan en in ieder geval niet kunnen exploderen louter door het contact met, de aanwezigheid of de nabijheid van een persoon); 5° spring- en valmessen met slot (mes waarvan het lemmet door een mechanisme of door de zwaartekracht uit het heft wordt gebracht en automatisch wordt geblokkeerd), vlindermessen (een mes, waarvan het heft in de lengterichting in tweeën is gedeeld en waarvan het lemmet naar buiten wordt gebracht door elk van de delen van het heft in tegenovergestelde richting zijdelings open te vouwen), boksbeugels en blanke wapens die uiterlijk gelijken op een ander voorwerp (bijvoorbeeld een mes verborgen in een riem);6° degenstokken en geweerstokken die geen historische sierwapens zijn : het gaat om wandelstokken of paraplu's waarin een steekwapen of een vuurwapen verborgen zit, en die geen aantoonbare historische waarde hebben;7° knotsen (wapens die zijn gemaakt om iemand zware slagen mee te geven) en wapenstokken (het woord "matrak" is een soortnaam waaronder alle kleine slagwapens worden bedoeld, uit eender welk materiaal vervaardigd en die, naar vorm en bestemming, een gelijkenis hebben met de wapenstok.Specifieke kenmerken van de wapenstok zijn o.m. het feit dat hij de vorm van een stok heeft; gemakkelijk te gebruiken en zelfs te verbergen is; zeer sterk en stevig is; voorzien van een handvat of van een riem en dat hij kennelijk ontworpen of bestemd is om te kneuzen of te verwonden); 8° vuurwapens waarvan de kolf of de loop op zich in verschillende delen kan worden uiteengenomen, vuurwapens die zodanig zijn vervaardigd of gewijzigd dat het dragen ervan niet of minder zichtbaar is dan wel dat hun technische eigenschappen niet meer overeenstemmen met die van het model zoals omschreven in de vergunning tot het voorhanden hebben ervan en vuurwapens die uiterlijk gelijken op een ander voorwerp dan een wapen (hieronder valt bijvoorbeeld een geweer met afgezaagde loop);9° draagbare tuigen waarmee door een elektrische stroomstoot personen weerloos kunnen worden gemaakt of pijn kan worden toegebracht, met uitzondering van medische of diergeneeskundige hulpmiddelen (zgn. tasers); 10° voorwerpen bestemd voor het treffen van personen met giftige, verstikkende, traanverwekkende en soortgelijke stoffen, met uitzondering van medische hulpmiddelen (bijvoorbeeld traangas- of pepersprays, maar ook de zgn.« smurfenspray » die een sterke kleurstof in het gezicht van een aanvaller spuit, waarbij die tijdelijk wordt verblind); 11° vouwgeweren boven kaliber 20 (wapen waarvan de loop, door volledig te draaien rond een as, langsheen de kolf komt, zodat de lengte van het wapen is herleid tot de helft ervan, waardoor het aldus gemakkelijk kan worden verborgen onder de kledij).De kaliberaanduiding 20 wijst op een loop met diameter 15,6mm, dus enkel lopen met een diameter van 15,6mm of groter zijn verboden (dus kalibers 4, 10, 12, 14, 16 en 20); 12° werpmessen (mes waarvan het bijzonder evenwicht toelaat met precisie te werpen);13° nunchaku's (vlegel bestaande uit twee korte onbuigzame stokjes die met elkaar verbonden zijn door een ketting of een ander middel);14° werpsterren (metalen plaatje in de vorm van een ster en met scherpe punten, dat kan worden verborgen en ook "shuriken" wordt genoemd);15° vuurwapens uitgerust met de volgende onderdelen en hulpstukken, evenals de volgende onderdelen en hulpstukken afzonderlijk : geluiddempers (ook als ze in het wapen zijn geïntegreerd);laders met een grotere capaciteit dan de normale capaciteit zoals bepaald door de minister van Justitie voor een bepaald model vuurwapen; richtapparatuur voor vuurwapens, die een straal projecteert op het doel (niet de elektronische richtapparatuur waarbinnen een rood punt is te zien, zonder dat dit op het doel wordt geprojecteerd) en nachtkijkers (bedoeld worden de nachtkijkers die op een vuurwapen kunnen worden gemonteerd); 16° bij MB aangewezen tuigen, wapens en munitie die een nieuwe ernstige bedreiging voor de openbare veiligheid kunnen vormen en wapens en munitie die om die reden alleen de ordediensten voorhanden mogen hebben (deze mogelijkheid werd in het leven geroepen om te kunnen reageren wanneer een onwenselijk type wapen op de markt komt);17° voorwerpen en stoffen die niet als wapen zijn ontworpen, maar waarvan, gegeven de concrete omstandigheden, duidelijk is dat degene die ze voorhanden heeft, draagt of vervoert, ze wenst te gebruiken voor het toebrengen van lichamelijk letsel aan of het bedreigen van personen (dit zijn de zgn.verboden wapens door bestemming : eender welke zaak die als wapen wordt gebruikt); 18° inerte munitie en bepantsering die verarmd uranium of elk ander industrieel uranium bevatten. 3.1.2. Bij besluit verboden wapens Het voornoemde punt 16° laat toe dat in de toekomst bepaalde tuigen, wapens en munitie bij ministerieel besluit als verboden wapens worden ingedeeld. Alle vroegere koninklijke besluiten die wapens als verboden bestempelden, zijn opgeheven en bijna allemaal geïntegreerd in de nieuwe wet. Katapulten worden niet meer beschouwd als verboden wapens. Op het vlak van de munitie bestaat er nog één KB (van 27/02/97) dat de munitie van kaliber 5.7 x 28 mm heeft verboden. Het betreft de munitie gebruikt door de P90 van FN. Recent werden tevens bepaalde hulpstukken evenals de vuurwapens die ermee zijn uitgerust ingedeeld bij de verboden wapens middels het MB van 11/3/10. Het betreft meer bepaald hulpstukken, met uitzondering van gewone kolven, die aan een handvuurwapen bepaalde uiterlijke kenmerken en technische eigenschappen van een schoudervuurwapen geven. In werkelijkheid betreft het enkel de recente hulpstukken waarin een handvuurwapen volledig wordt verborgen waardoor het kan worden gebruikt als een lang aanvalswapen. Het betreft dus helemaal niet de houten of metalen kolfverlengstukken die lang geleden werden ontwikkeld. 3.1.3. Verboden handelingen
(6)In de praktijk zijn alle handelingen met verboden wapens uiteraard ook verboden. De wet somt het vervaardigen, herstellen, te koop stellen, verkopen, overdragen, vervoeren, opslaan, voorhanden hebben en dragen ervan op. In tegenstelling tot de oude regelgeving is het loutere bezit van een verboden wapen nu ook verboden en strafbaar. Wanneer een inbreuk wordt vastgesteld, worden de verboden wapens in beslag genomen, verbeurd verklaard en vernietigd, zelfs indien zij niet aan de veroordeelde toebehoren. Het is tevens verboden om reclame te maken voor verboden wapens
(7). 3.1.4. Uitzonderingen voor wapenhandelaars, verzamelaars en de overheid
(8)Sommige wapens zijn niet absoluut verboden : bepaalde handelingen mogen door bepaalde categorieën van personen worden gesteld onder strikte voorwaarden. Dit geldt echter uitsluitend als de wet hierin uitdrukkelijk voorziet. De overheidsdiensten die voor de uitoefening van hun taak over dienstwapens mogen beschikken, worden opgesomd in het KB 26/6/02 betreffende het voorhanden hebben en het dragen van wapens door de diensten van het openbaar gezag of van de openbare macht. Om hen toe te laten van deze uitzondering te genieten, bestaat er bovendien voor elk van de opgesomde diensten een MB dat preciseert welke de dienstwapens zijn en onder welke voorwaarden ze mogen worden verworven, opgeslagen, gebruikt, enz. Voor hun dienstwapens hebben deze overheden geen vergunningen nodig en zijn de overige wettelijke bepalingen evenmin van toepassing. Dit betekent dat wapens die niet kunnen worden beschouwd als dienstwapens, maar die bijvoorbeeld voor didactische doeleinden voorhanden worden gehouden, wel onder de gewone wettelijke regeling vallen. Het gebruik van privé-wapens als dienstwapen door leden van de politie is niet meer toegelaten. Het omgekeerde, privé-gebruik van een dienstwapen, is mogelijk mits toelating van de korpschef en op voorwaarde dat de betrokkene een vergunning tot het voorhanden hebben van het wapen heeft verkregen. De door de gouverneur te volgen procedure in dergelijk geval is dezelfde als die voor iedereen, met dien verstande dat het wapen niet op naam van de betrokkene zal kunnen worden geregistreerd in het CWR en dat de geldigheid van de vergunning beperkt is tot wat de korpschef heeft bepaald en door de wettelijke en reglementaire bepalingen inzake de bewapening van de politie. Om te kunnen voldoen aan de behoeften van de voornoemde overheden (evenals die van de publiekrechtelijke musea, dit zijn de musea die afhangen van de overheid), mogen erkende wapenhandelaars de betrokken wapens invoeren, opslaan, verhandelen, voorhanden hebben en vervoeren. In principe mag het alleen over bestelde hoeveelheden gaan, maar het is aanvaardbaar dat de handelaars een beperkte hoeveelheid prospectiemateriaal voorhanden houden. De wapens en hulpstukken bedoeld in artikel 3, § 1, 3° en 15° WW (zie hierboven) mogen worden vervaardigd, hersteld, verkocht, ingevoerd, opgeslagen en vervoerd door erkende wapenfabrikanten die licentiehouder zijn van de betrokken wapens. Tussenpersonen komen hiervoor echter niet in aanmerking. Erkende verzamelaars en musea hebben het recht bepaalde verboden wapens toch in hun verzameling op te nemen. Zo mogen ze automatische vuurwapens in originele staat aankopen, invoeren en voorhanden houden als ze er de slagpin uit verwijderen en ze bewaren op de wijze bepaald door de Koning
(9). Dit geldt eveneens voor de wapens (andere dan automatische vuurwapens) en hulpstukken bedoeld in artikel 3, § 1, 3° en 15° WW (zie hierboven), als deze definitief geneutraliseerd zijn. Het neutraliseren van draagbare vuurwapens is een monopolie van de Proefbank voor vuurwapens, maar die kan niet instaan voor het neutraliseren van zwaar militair materieel zoals kanonnen (hiervoor is de tussenkomst van een bevoegde militaire overheid noodzakelijk, bijvoorbeeld de oorspronkelijke militaire eigenaar die attesteert dat ze het wapen heeft geneutraliseerd). Een erkenning uitsluitend voor deze wapens is echter niet mogelijk. Die laatste kan wel worden aangevraagd door wie enkel de in artikel 3, § 1, 5°, 6°, 7°, 12°, 13° en 14° WW bedoelde wapens (zie hierboven : het gaat telkens over blanke wapens) wenst te verzamelen. Ze mogen door erkende verzamelaars worden voorhanden gehouden, verworven en ingevoerd, op voorwaarde dat ze overeenkomstig de reglementaire bepalingen ter zake worden bewaard zoals vuurwapens
(10). Een erkenning als verzamelaar van uitsluitend deze wapens kan worden verkregen volgens de gewone procedure en de betrokken wapens worden dan gelijkgesteld met vuurwapens. Er moet worden opgemerkt dat wapenhandelaars deze wapens nooit mogen verhandelen. De betrokken verzamelaars en musea moeten dus hun nieuwe aanwinsten invoeren uit het buitenland. 3.2. Vergunningsplichtige wapens 3.2.1. Betekenis van de restcategorie
(11)De wetgeving gaat uit van het principe dat alle vuurwapens vergunningsplichtig zijn. Vuurwapens die niet uitdrukkelijk als zodanig zijn aangewezen door de wet of een uitvoeringsbesluit, zijn dus nooit vrij verkrijgbaar. Munitie is vergunningplichtig van zodra ze kan worden gebruikt in een vergunningsplichtig vuurwapen. Dit geldt dus ook voor munitie die geschikt is voor zowel vergunningsplichtige als voor vrij verkrijgbare vuurwapens. Munitie voor niet-vuurwapens is nooit vergunningsplichtig (ze beantwoordt overigens niet aan de wettelijke definitie van munitie)
(12). Losse onderdelen van vuurwapens zijn vergunningsplichtig als ze kunnen worden gebruikt voor vergunningsplichtige wapens en als ze aan de wettelijke proef (kwaliteitscontrole door de proefbank) zijn onderworpen
(13). De vergunningsplicht is echter niet steeds dezelfde ten aanzien van alle personen. Zo is ze veel soepeler ten aanzien van jagers en sportschutters, die onder bepaalde voorwaarden hun jachtverlof en hun sportschutterslicentie mogen gelijkstellen met een vergunning tot het voorhanden hebben van bepaalde vuurwapens. Anders gezegd kunnen bepaalde vergunningsplichtige vuurwapens subjectief vergunningsvrij worden. Dit belet niet dat alle andere wettelijke bepalingen die van toepassing zijn op vergunningsplichtige wapens niet zouden gelden t.a.v. deze personen. Ook het omgekeerde is mogelijk. Wapens ingedeeld als vrij verkrijgbare wapens (« objectief vrij verkrijgbare wapens »), omdat ze zijn vermeld in het KB van 20/9/91 betreffende de vuurwapens met historische, folkloristische of decoratieve waarde en de vuurwapens die voor het schieten onbruikbaar zijn gemaakt (of zijn bijlagen), kunnen in hoofde van de bezitters vergunningsplichtig worden als ze hun wapens voor het schieten (wensen te) gebruiken
(14)Niet-vuurwapens, zoals luchtdrukwapens, vallen niet onder de algemene vergunningsplicht (zoals die van toepassing is op vuurwapens). Die zijn in principe vrij verkrijgbaar, maar kunnen via een uitvoeringsbesluit vergunningsplichtig gemaakt worden. Het belangrijkste voorbeeld hiervan is het KB van 30/3/95 tot indeling van sommige gas- en luchtwapens. In geval van twijfel kan advies of uitsluitsel worden gevraagd aan de wapendeskundigen van de lokale politie, aan het Centraal wapenregister en in laatste instantie aan de proefbank voor vuurwapens (voor technische kwesties), en aan de provinciale wapendiensten en in laatste instantie de federale wapendienst (voor juridische kwesties). 3.2.2. Bij besluit vergunningsplichtige wapens Zoals hiervoor gezegd, kunnen alleen niet-vuurwapens bij koninklijk besluit vergunningsplichtig worden gemaakt. Voor vuurwapens zou dit immers zinloos zijn. Vergunningsplichtig zijn de volgende niet-vuurwapens : 1° De korte namaakwapens en de korte repeteer, semi-automatische of automatische wapens en de korte slingerwapens, die projectielen kunnen afschieten door middel van een ander aandrijvingsmechanisme dan de verbranding van kruit, wanneer de kinetische energie van het projectiel, gemeten op 2,5 meter afstand van het uiteinde van de loop, meer dan 7,5 Joule bedraagt. Daarop wordt dan weer een uitzondering gemaakt voor de korte wapens ontworpen voor het sportschieten en met de volgende eigenschappen : 1) de lengte van de miklijn van het wapen bedraagt meer dan 300 mm;2) het totale gewicht van het wapen bedraagt meer dan 1 kg;3) het wapen is voorzien van een richtmechanisme dat ten minste uit een zijdelings en in hoogte regelbaar vizier bestaat; 4) het kaliber van het wapen is 4,5 mm (.177); 5) de lader of het magazijn van het wapen heeft een capaciteit van ten hoogste vijf schoten (artikel 3 KB van 30/3/95 tot indeling van sommige gas- en luchtwapens). Concreet worden deze regels als volgt toegepast : ? De maat van 7,5 joule wordt eveneens gebruikt in Nederland en Duitsland, en kan worden nagegaan door de Proefbank. ? De wapens zijn kort wanneer hun totale lengte maximum 60 cm bedraagt, of wanneer hun "loop" maximum 30 cm bedraagt. ? Bij handbogen meet men alleen de totale lengte in ontspannen toestand, van as tot as. ? Bij kruisbogen meet men, eveneens in ontspannen toestand, de lengte van ligplaats van de pijl (van de spanveer tot het einde van de ligplaats) als lengte van de "loop", en de afstand van de kolf tot het voorste uiteinde van de boog (zonder de eventuele voetbeugel) als totale lengte (indien de kolf plooibaar is en er kan aldus mee geschoten worden, meet men vanaf de geplooide kolf). Voor kruisbogen met verwisselbare armen of bogen meet men de kinetische energie met de krachtigst beschikbare types. ? Bij onderwatergeweren meet men de totale lengte en de lengte van de loop zonder de pijl of harpoen, en de kinetische energie buiten het water. ? Bij paintballwapens meet men alleen de totale lengte van het wapen op zich in schietklare toestand, met de onderdelen waarmee het aangetroffen wordt (voorbeeld : een paintballwapen wordt gecontroleerd op het ogenblik dat er een korte loop op gemonteerd is en de gasfles op de rug wordt gedragen : alleen de lengte van die loop wordt in aanmerking genomen, ondanks de mogelijkheid om een langere te monteren, en de gasfles noch de verbinding ernaar worden meegeteld. Een rechtstreeks op de kolf gemonteerde gasfles wordt wel meegeteld); Lange niet-vuurwapens zijn steeds vrij verkrijgbaar, ook indien ze projectielen afschieten met een kinetische energie van meer dan 7,5 J gemeten op 2,5 m van de loop. 2° niet-gehomologeerde alarmwapens (alarmwapens vormen een grensgeval : ze gebruiken blanke munitie waarbij kruit verbrand wordt, maar ze schieten geen projectielen af;sommige zijn toch uitdrukkelijk bij de vergunningsplichtige wapens ingedeeld)
(15); 3° de seinpistolen, slachttoestellen en verdovingsgeweren die niet uitsluitend zijn ontworpen om noodseinen te geven, dieren te slachten en dieren te verdoven, of waarvoor de bezitter niet kan bewijzen dat hij ze nodig heeft voor een dergelijke activiteit
(16). 3.2.3. Principieel vrij verkrijgbare wapens die vergunningsplichtig worden De vrij verkrijgbare vuurwapens die geschikt zijn voor het afschieten van projectielen zijn alleen vergunningsvrij wanneer ze door de bezitter niet voor het schieten worden bestemd of waarmee alleen geschoten wordt binnen het kader van historische of folkloristische activiteiten
(17). Deelname aan sportschieten met deze wapens vergt dus een vergunning tot het voorhanden hebben ervan. Het gaat meer bepaald over de vuurwapens bedoeld in het verder besproken KB van 20/9/91 betreffende de vuurwapens met historische, folkloristische of decoratieve waarde en de vuurwapens die voor het schieten onbruikbaar zijn gemaakt
(18). 3.2.4. Verboden en toegelaten handelingen De verkoop of elke andere vorm van overdracht van een vergunningsplichtig wapen is voorbehouden aan erkende personen en vergunninghouders of gelijkgestelden
(19).
(20)De verkoop van een vuurwapen aan een minderjarige is verboden.
(21)Het voorhanden hebben, wat het bezit, de bewaring, het vervoer en het gebruik omvat, evenals de aankoop of elke andere vorm van verwerving van een vergunningsplichtig wapen zijn voorbehouden aan dezelfde personen.
(22)Het is verboden om reclame te maken voor een vergunningsplichtig wapen of om zodanig wapen te koop te stellen zonder op zichtbare wijze aan te geven dat voor het voorhanden hebben ervan een vergunning vereist is.
(23)Vergunningsplichtige wapens die worden verloot of die als prijs worden uitgereikt, mogen slechts aan de begunstigde worden overhandigd nadat hij een vergunning voor het voorhanden hebben ervan heeft verkregen.
(24)Het dragen van een vergunningsplichtig wapen is in principe voorbehouden aan houders van een wapendrachtvergunning die daartoe een wettige reden kunnen aantonen. Voor houders van een vergunning tot het voorhanden hebben van het wapen en gelijkgestelden geldt echter een soepeler regeling, die aan voorwaarden is gekoppeld.
(25)Uiteraard moet de betrokken erkenning of vergunning geldig zijn voor de handeling die men wenst te stellen. Zo zal een erkenning als wapenhandelaar geen recht geven om voor persoonlijke redenen een wapen te bezitten of te dragen. Het (uit)lenen en onderling uitwisselen van een vergunningsplichtig wapen is onderworpen aan een bijzondere regeling
(26), evenals het occasioneel gebruik van een vergunningsplichtig wapen
(27). Elk verlies of diefstal van een vergunningsplichtig wapen moet door de houder van de titel tot het voorhanden hebben onverwijld worden gemeld aan de lokale politie
(28)en aan de gouverneur
(29). Al deze regels worden gedetailleerd besproken in de omzendbrief. 3.3. Vrij verkrijgbare wapens
(30)3.3.
  1. Blanke wapens Blanke wapens zijn wapens die zijn ontworpen om te doden of te verwonden door middel van een direct contact met het slachtoffer. Als ze niet uitdrukkelijk zijn verboden, zijn ze vrij verkrijgbaar. Dit betekent niet dat ze ongebreideld mogen worden verhandeld, gebruikt en gedragen. Het gaat hier in de eerste plaats over alle niet-verboden messen : keukenmessen, slagersmessen, hobbymessen, dolk(mess)en, zakmessen, vouwmessen, opinelmessen, enz. De grootte en vorm van al die messen speelt dus geen enkele rol. Bij uitbreiding gaat het hier ook om zwaarden, degens, sabels, bajonetten, lansen, enz. Naast de snijdende en stekende wapens zijn er ook de niet-verboden slagwapens, die veelal van historische aard zijn of gebruikt worden bij gevechtssporten. Bij gebrek aan een bijzondere regeling kan men tot slot ook bijzondere niet-verboden tuigen zoals blaaspijpen en andere traditionele wapens als blanke wapens beschouwen. 3.3.
  2. Niet-vuurwapens Niet-vuurwapens zijn wapens die projectielen afschieten op een andere manier dan vuurwapens. Ze maken met name geen gebruik van de verbranding van kruit. Vaak gaat het over de voorlopers van de vuurwapens (bijvoorbeeld slingerwapens zoals katapulten, bogen en kruisbogen) en hun moderne afgeleiden, en over als minder gevaarlijk geachte varianten van vuurwapens die werden ontworpen met een recreatief doel (bijvoorbeeld luchtbuksen, paintballmarkers, airsoftwapens,...). Als ze niet zijn verboden of vergunningsplichtig zijn gemaakt, zijn ze vrij verkrijgbaar. Voor de volgende wapens bestaat een uitdrukkelijke regeling : 1° de namaakwapens, de slingerwapens (van het type bogen, kruisbogen, onderwatergeweren,...) en de (half)-automatische of repeteerwapens op gas of lucht die projectielen (loodjes of al dan niet gekleurde bolletjes in plastic) kunnen afschieten en die niet als vergunningsplichtig moeten beschouwd worden (a contrario artikel 3 KB van 30/3/95 tot indeling van sommige gas- en luchtwapens, zie hoger punt 3.2.2). Het speelgoed dat speciaal ontworpen is voor het vermaak van kinderen beneden de 14 jaar valt hier niet onder. Het betreft dus de lange wapens van deze types, de éénschotswapens op lucht of gas ongeacht hun lengte en kracht, de korte wapens die slechts een kinetische energie van maximum 7,5 joule ontwikkelen, en de korte wapens ontworpen voor het sportschieten die aan alle volgende voorwaarden voldoen : 1) de lengte van de miklijn bedraagt meer dan 300 mm;2) het totale gewicht bedraagt meer dan 1 kg;3) er is een richtmechanisme voorzien dat minstens bestaat uit een zijdelings en in hoogte regelbaar vizier; 4) het kaliber is 4,5 mm (.177); 5) de lader of het magazijn heeft een capaciteit van maximum 5 schoten;2° gehomologeerde alarmwapens (artikel 1 KB 18/11/96 tot indeling van sommige alarmwapens bij de categorie vergunningsplichtige vuurwapens). De homologatie gebeurt model per model door de Proefbank voor vuurwapens, volgens een wettelijke procedure. Hiertoe moet de fabrikant of invoerder een model bezorgen aan de Proefbank, die controleert of het alarmwapen niet geschikt is of kan worden gemaakt voor het afvuren van vaste, vloeibare of gasvormige projectielen. Daarvan wordt een attest opgesteld en het model wordt vervolgens opgenomen in de lijst van de gehomologeerde alarmwapens, gepubliceerd op de website van de Proefbank. De in de handel gebrachte alarmwapens moeten het homologatienummer (BEL xxxx) dragen. Particulieren mogen evenwel nog oudere modellen die nooit werden gehomologeerd zonder formaliteiten voorhanden hebben (maar deze mogen niet meer vrij worden verkocht!)
(31); 3° de seinpistolen, slachttoestellen en verdovingsgeweren die uitsluitend zijn ontworpen om noodseinen te geven, dieren te slachten en dieren te verdoven, op voorwaarde dat de bezitter kan bewijzen dat hij ze nodig heeft voor een dergelijke activiteit (artikelen 1-2 KB van 1/3/98 betreffende de indeling in categorieën van sommige seinpistolen, sommige slachttoestellen, sommige verdovingswapens);4° een bijzondere categorie vormen de inerte namaakwapens.Dit zijn natuurgetrouwe imitaties van echte (vuur)wapens, die echter geen projectielen kunnen afschieten. Vaak bestaan er van echte vuurwapens zowel inerte imitaties als imitaties die kleine plastic projectielen kunnen afschieten met behulp van gas- of veerdruk. Die laatste vallen reeds onder 1°. De inerte exemplaren moeten als wapens worden beschouwd omdat ze bijzonder realistisch zijn gemaakt en aldus gemakkelijk kunnen worden misbruikt. 3.3.
  1. Historische, folkloristische en decoratieve wapens Het KB van 20/9/91 betreffende de vuurwapens met historische, folkloristische of decoratieve waarde en de vuurwapens die voor het schieten onbruikbaar zijn gemaakt, voorziet in een reeks gevallen waarin vuurwapens vrij verkrijgbaar zijn omwille van hun ouderdom, zeldzaamheid of ongevaarlijkheid. Dit zijn de objectief vrij verkrijgbare vuurwapens. Daarnaast bevat het KB ook twee hieronder beschreven gevallen van subjectief vrij verkrijgbare wapens, die principieel vergunningsplichtig zijn, maar vrij verkrijgbaar worden in hoofde van hun bezitters die aan bijzondere voorwaarden moeten voldoen. 1° wapens die uitsluitend worden geladen met zwart kruit of met patronen met zwart kruit en afzonderlijke ontsteking, waarvan het model of brevet dateert van voor 1890 en de vervaardiging van voor
  2. Het zwart kruit (buskruit) is een chemische samenstelling die voor de voortstuwing van projectielen werd gebruikt tot in de 19de eeuw. Bij dit type van wapens worden de projectielen geladen via de loopmond of via de voorkant van de trommel (voor de revolvers en de trommelkarabijnen) of soms via de kulas. De ontbrandingssystemen dragen de soortnaam "platines" : met een lont, met een vuursteen, met percussie,... Zoals de gebruikte tijdscriteria aangeven, moet het gaan over authentieke wapens. Recente replica's van wapens met zwart kruit uit de 19de eeuw zijn vergunningsplichtig. Het KB dekt alle wapens met zwart kruit, ongeacht hun wijze van afschieten en hun type van projectielen en munitie; 2° wapens die uitsluitend patronen met zwart kruit en met ingewerkte ontsteking gebruiken, waarvan het model of brevet dateert van voor 1890 en de vervaardiging van voor
  3. Het zijn wapens die normaal worden geladen via de kulas en die voornamelijk werden ontwikkeld in de loop van de 19de eeuw. Ze kennen hoofdzakelijk drie methodes voor de ontsteking van de patroon : randpercussie, centrale percussie en pen- of naaldpercussie. De replica's van deze wapens zijn ook vergunningsplichtig als ze werden vervaardigd na 1944; 3° sommige wapens die patronen met rookzwak kruit gebruiken (dit is het kruit dat het zwart kruit heeft vervangen en nog steeds wordt gebruikt in de huidige munitie). Als bijlage bij het KB is een lijst van de vrij verkrijgbare wapens gevoegd die op het einde van de 19de eeuw en in het begin van de 20ste eeuw werden vervaardigd. Deze bijlage werd tweemaal uitgebreid (in 1995 en in 2007). Een gecoördineerde versie ervan gaat als bijlage 2 bij deze omzendbrief. Het is belangrijk dat een wapen voldoet aan alle in de lijst vermelde criteria om als vrij verkrijgbaar beschouwd te kunnen worden. In geval van twijfel kan de Proefbank voor vuurwapens uitsluitsel geven; 4° wapens die zijn vervaardigd voor 1897 of waarvoor (in het algemeen) geen aangepaste munitie meer wordt vervaardigd.In de internationale teksten die door ons land werden geratificeerd, geldt 1897 als een scharniermoment : het is het jaar van de uitvinding van het rookzwak kruit. Oudere wapens worden geacht geen groot gevaar meer op te leveren gelet op hun zeldzaamheid, evenals hun gebrek aan vuurkracht, aan accuraatheid, aan weerstand enz. Bovendien is hun munitie ook zeldzaam of onvindbaar geworden. Wanneer vaststaat dat er voor een bepaald wapen geen aangepaste (juiste) munitie meer wordt vervaardigd, is het in elk geval vrij verkrijgbaar, ongeacht zijn ouderdom. Als er twijfel bestaat omtrent het al dan niet vrij verkrijgbaar zijn van een vuurwapen, kan het wapen worden voorgelegd aan de Proefbank voor vuurwapens die uitsluitsel zal geven. De Proefbank geeft hiervan een attest af. De Federale Gerechtelijke Politie heeft een CD-rom gemaakt met een lijst van zogenaamde HFD-wapens uit het KB van 20/9/
  4. Deze CD-rom bevat een zoekmachine en een ruime technische fiche met illustraties voor elk wapen. 3.3.
  5. Vergunningsplichtige wapens die in sommige omstandigheden worden ingedeeld als « vrij verkrijgbaar » voor specifieke activiteiten Vooraf dient duidelijk gesteld te worden dat de hieronder beschreven wapens voor iedereen vergunningsplichtig zijn. In het kader van sommige folkloristische activiteiten zijn deze wapens echter, binnen de hierna opgesomde grenzen, vrij verkrijgbaar. De wapens worden opnieuw vergunningsplichtig indien ze niet langer worden aangewend binnen de hierna opgenomen activiteiten. Het zijn meestal moderne wapens, die gebruikt kunnen worden in het kader van de schietsport. Ze worden echter ook gebruikt in het kader van historische reconstructies, folkloristische en volksculturele manifestaties e.d., die een voorkeursbehandeling rechtvaardigen. De wapenhandelaar die deze wapens verkoopt aan iemand voor wie ze vergunningsplichtig zijn, registreert de overdracht door tegelijk een inschrijving te doen in de rubrieken "IN" en "UIT". In het vak "oorsprong" van de rubriek "IN" wordt dan de vermelding "wapen artikel 1, 4° (of 6°) KB 20/9/91" opgenomen. Bij overdracht van een dergelijk wapen aan een persoon die het wapen zonder vergunning mag voorhanden hebben, moet een document model 9 worden opgesteld omdat de wapens principieel vergunningsplichtig zijn en daarom steeds traceerbaar moeten blijven
(32). Er zijn twee soorten wapens die hieronder vallen : 1° wapens met een historische, folkloristische of decoratieve waarde die worden gedragen bij folkloristische optochten of historische reconstructies Deze wapens moeten beantwoorden aan alle volgende kenmerken : - schouder- of handvuurwapens; - werkend met zwart kruit; - met één schot; - met een gladde loop; - met afzonderlijke ontsteking door middel van een vuursteen of percussie; - die via de loopmond worden geladen. Het betreft hier vooral de pistolen en donderbussen uit de periode van het Eerste en Tweede Franse Keizerrijk, en hun recente replica's. Ze worden vooral gebruikt bij historische marsen in het gebied tussen Samber en Maas. In hoofde van de erkende personen worden ze steeds als vrij verkrijgbare wapens beschouwd. In hoofde van personen die dergelijke wapens wensen te verwerven en die niet kunnen bewijzen dat hun hoofdzakelijke bestemming zal bestaan uit het dragen ervan tijdens folkloristische optochten of historische reconstructies, zijn ze echter vergunningsplichtig; 2° wapens met een historische, folkloristische of decoratieve waarde die eigendom zijn van een erkende vereniging die zich bezighoudt met statutair omschreven activiteiten van historische, folkloristische, traditionele of educatieve aard, met uitsluiting van enige vorm van sportschieten zoals bedoeld in de gemeenschapsdecreten terzake, en die voldoen aan de volgende voorwaarden : - het schieten gebeurt in een erkende schietstand, onder het toezicht van een wapen- of schietmeester en onder de verantwoordelijkheid van de vereniging; - de wapens worden voorhanden gehouden en bewaard door de vereniging; - de wapens worden enkel ter beschikking gesteld met het oog op en tijdens de statutair omschreven activiteit, aan leden van de vereniging en occasionele genodigden; - de vereniging kondigt vooraf plaats en datum van haar activiteiten aan aan de lokale politie en aan de gouverneur. Het kan hier om allerlei soorten wapens gaan, zowel moderne en courante als replica's en unieke exemplaren die speciaal voor de betrokken manifestatie werden vervaardigd. De bekendste voorbeelden van het toegelaten gebruik van deze wapens zijn de traditionele schuttersfeesten in Limburg en in de Oostkantons. Het voorhanden hebben van deze wapens door particulieren is dus altijd vergunningsplichtig. De aankoper en de bezitter moeten steeds kunnen bewijzen dat ze gemandateerd zijn door de vereniging. In hoofde van de erkende personen zijn deze wapens altijd vergunningsplichtig. Ze worden enkel als vrij verkrijgbaar beschouwd tijdens het beoefenen van de activiteit onder de hierboven opgenomen voorwaarden. Op die manier kunnen alle deelnemers aan het evenement het wapen manipuleren zonder dat de gewone voorwaarden gelden voor het voorhanden hebben van vergunningsplichtige wapens op een schietstand. 3.3.
  1. Geneutraliseerde wapens Een laatste reeks van vrij verkrijgbare vuurwapens wordt gevormd door de geneutraliseerde wapens. Hoewel ze geneutraliseerd en bijgevolg onbruikbaar zijn, worden ze nog als wapens beschouwd omdat ze hun uiterlijk behouden en er gemakkelijk verwarring kan bestaan met bruikbare wapens. De neutralisatie (ook wel demilitarisatie geheten, hoewel dit niet hetzelfde is) moet gebeuren volgens de regels vastgelegd in de tweede bijlage bij het KB van 20/9/
  2. Die houden in dat het wapen ongeschikt wordt gemaakt voor het afvuren van eender welke munitie. De behandeling verschilt volgens het type wapen. Soms is ze eenvoudig en discreet, maar soms zijn ingrijpende aanpassingen noodzakelijk. Het neutraliseren gebeurt altijd op kosten van de eigenaar van het wapen. De Proefbank voor vuurwapens heeft een monopolie op het neutraliseren van vuurwapens. Ingrepen uitgevoerd door de eigenaar van het wapen of door een erkend persoon worden niet aanvaard. Ook ingrepen uitgevoerd door buitenlandse proefbanken worden niet automatisch aanvaard omdat de regels voor neutralisatie nationaal zijn gebleven (alleen voor de kwaliteitsproeven bestaat een gemeenschappelijke werkwijze). In het buitenland geneutraliseerde wapens moeten worden voorgelegd aan de Belgische proefbank, die zal nagaan of alles volgens onze regels is uitgevoerd. De voorgeschreven neutralisatiemethode heeft alleen betrekking op draagbare wapens. Soms wordt men geconfronteerd met zwaar militair materieel dat moet worden geneutraliseerd of waarvan men beweert dat dit is gebeurd. In dat geval mag een attest worden aanvaard van de militaire overheid die verantwoordelijk was voor het gebruik of het onderhoud van het wapen, dat stelt dat het volkomen ongeschikt werd gemaakt voor het afschieten van munitie. 3.3.
  3. Verboden en toegelaten handelingen De aankoop of verwerving van vrij verkrijgbare vuurwapens is voorbehouden aan meerderjarigen. Dit betekent dat de overdrager de identiteitskaart van de overnemer moet controleren. Het verhandelen van deze wapens is voorbehouden aan erkende wapenhandelaars (als het vuurwapens of daarmee gelijkgestelde wapens zijn). Vrij verkrijgbare wapens mogen net zoals vergunningsplichtige wapens niet op afstand worden verkocht of te koop aangeboden (postorder, internet,...). Het vaak voorkomende gebruik dat sommige vrij verkrijgbare wapens (vooral namaakwapens) verkocht of als prijs aangeboden worden op kermissen is eveneens volkomen illegaal. Speelgoedwinkels mogen ze evenmin verkopen, tenzij ze erkend zijn als wapenhandelaar en voldoen aan alle bijhorende wettelijke plichten, waaronder de controle van de meerderjarigheid van de koper. Het dragen en het gebruik van vrij verkrijgbare wapens is onderworpen aan een wettige reden
(33). Die wordt, in tegenstelling tot wat het geval is met de vergunningsplichtige wapens, niet in de wet omschreven. In laatste instantie komt het de rechter toe te oordelen over de geldigheid van de reden die door de drager wordt ingeroepen. Het spreekt echter voor zich dat de aanvaardbaarheid van die reden sterk zal samenhangen met de geschiktheid van het wapen voor de activiteit beoefend door de drager, en de al dan niet verantwoordelijke wijze waarop die activiteit wordt beoefend. Deelnemers aan historische reconstructies (reenactments) moeten er zich goed van bewust zijn dat de wapens die ze daarbij gebruiken onder uiteenlopende regels kunnen vallen. Hun wapens kunnen vrij verkrijgbaar zijn (bijvoorbeeld geneutraliseerde wapens, authentieke wapens op zwart kruit), ze kunnen onder bepaalde voorwaarden vrij verkrijgbaar zijn (bijvoorbeeld wapens die toebehoren aan een vereniging) en ze kunnen vergunningsplichtig zijn (bijvoorbeeld moderne wapens en hun schietklare replica's). Het feit dat er alleen met blanke patronen wordt geschoten, verandert niets aan het statuut van het wapen. 3.4. Wapens vs. werktuigen en speelgoed Het toepassingsgebied van de wet strekt zich niet uit tot andere voorwerpen dan wapens, met uitzondering van voorwerpen en stoffen die kennelijk als wapen worden bestemd door de gebruiker ervan, die er geweld mee pleegt of dreigt te plegen
(34). Sommige voorwerpen zouden als wapen kunnen worden beschouwd, of lijken erop, zonder dat het over eigenlijke wapens gaat. In geval van twijfel kan de volgende indicatieve definitie van een wapen worden gehanteerd : een wapen is een voorwerp dat werd ontworpen of vervaardigd met als doel het bedreigen, het verwonden of het doden van mensen of dieren (let wel : sommige voorwerpen die niet voldoen aan deze definitie worden door de wet uitdrukkelijk als wapen genoemd, zoals de seinpistolen). Op basis hiervan kan bijvoorbeeld worden gesteld dat een nagelpistool, een zaag en een bijl (tenzij het zou gaan om een primitieve strijdbijl) geen wapens zijn, maar werktuigen. Een gewoon keukenmes is in die zin evenmin een wapen, maar veel andere messen worden in de regelgeving uitdrukkelijk toch als wapens beschouwd omwille van het inherente gevaar dat er van uit gaat. Een belangrijke kwestie is de bepaling van de grens tussen wat een (namaak)wapen is en wat onschuldig speelgoed is. Er bestaat immers een groot aanbod van allerlei tuigen die allemaal als speelgoed worden voorgesteld, maar die dat dikwijls niet zijn. Het KB van 30/3/95 tot indeling van sommige gas- en luchtwapens geeft als criterium dat speelgoed kennelijk voor het vermaak van kinderen beneden de leeftijd van 14 jaar moet zijn ontworpen
(35). Men kan hiervoor technische documentatie raadplegen, maar vaak is de zaak niet voldoende duidelijk. Speelgoed moet een CE keurmerk hebben dat de gepaste leeftijd bevat, en dit kan een indicatie zijn. Wel is duidelijk dat felgekleurde, transparante of slecht gelijkende plastic wapens die geen projectielen kunnen afschieten of waterpistolen speelgoed zijn en dus buiten de regelgeving vallen. Het wordt echter moeilijker de grens te trekken bij gelijkende imitaties en bij tuigen die wel projectielen kunnen afschieten. Voor imitaties kan worden gesteld dat om als (namaak)wapen te worden beschouwd, het moet gaan om een tuig dat redelijkerwijs zou kunnen worden gebruikt om iemand mee te bedreigen. Voor onrealistische modellen die wel projectielen kunnen afschieten, moet worden gekeken naar de mogelijkheid om verwondingen te veroorzaken. 3.5. Illegale wapens Illegale wapens vormen geen aparte wettelijke categorie. Het gaat hier over een feitelijke toestand waarin wapens van eender welke categorie kunnen terechtkomen. In het dagelijkse taalgebruik, en jammer genoeg zeker door de media, worden de noties van verboden en van illegale wapens vaak door elkaar gebruikt. Het zijn echter geen synoniemen. Een verboden wapen is verboden uit zichzelf en behoudens de in deze omzendbrief besproken uitzonderingen is elke handeling ermee verboden en dus illegaal. Maar ook vergunningsplichtige en vrij verkrijgbare wapens kunnen illegaal zijn, wanneer men er illegale handelingen mee stelt, en soms uit zichzelf. Wie een vergunningsplichtig wapen voorhanden heeft zonder vergunning (en zonder te behoren tot de categorieën van personen die geen vergunning nodig hebben), heeft dat wapen illegaal voorhanden. Elke handeling die hij ermee stelt, zal ook illegaal zijn. Het wapen moet dan ook in beslag worden genomen. Het mag niet worden verkocht, ook niet aan een wapenhandelaar. Wie een vergunningsplichtig of een vrij verkrijgbaar wapen draagt zonder wettige reden, draagt dat wapen illegaal. Wie een vergunningsplichtig vuurwapen voorhanden heeft zonder de nodige vergunning of waarvan het nummer is uitgewist of gemanipuleerd, heeft een illegaal wapen voorhanden en kan er geen legale handelingen mee stellen
(36). Hoewel de wet het niet uitdrukkelijk zegt, is het evident dat wie een wapen op illegale wijze voorhanden heeft, bijvoorbeeld door er niet de nodige vergunning voor te hebben, door het op een illegale manier verworven te hebben of doordat het wapen uit zichzelf illegaal is, dat wapen nooit op een legale manier kan gebruiken. Het is evenmin wettig een illegaal wapen te verkopen of over te dragen, want dit zou neerkomen op het witwassen van dat wapen. Bovendien zou de opspoorbaarheid van de wapens in het gedrang komen, want bij elke overdracht moeten zowel de koper als de verkoper bekend zijn. Het niet invullen van alle toepasselijke rubrieken op het model 4 of het model 9 zijn inbreuken waarop straffen staan, zowel in hoofde van de koper als van de verkoper. 4. Bepalingen van toepassing op wapenhandelaars en tussenpersonen
(37)4.1. Erkenningsprocedure De erkenning om activiteiten als wapenhandelaar of als tussenpersoon op het Belgische grondgebied uit te oefenen of zich als dusdanig bekend te maken moet in beginsel worden verleend voor de aanvang van de activiteiten. Tussenpersonen zijn niet alleen makelaars of zogenaamde brokers, die alleen helpen bij de totstandkoming van een overdracht van wapens, waarbij de wapens al dan niet tijdelijk in hun handen komen. Het gaat ook over veilinghuizen die wapens voor rekening van derden verkopen. Gezien de erkenning niet alleen persoonsgebonden is, maar ook plaatsgebonden, mag een erkend persoon zijn activiteit alleen uitoefenen in die vaste vestiging. Een uitdrukkelijke wettelijke uitzondering hierop is dat wapenhandelaars mogen deelnemen aan beurzen waar uitsluitend vrij verkrijgbare wapens mogen worden te koop aangeboden
(38). Wanneer een of meerdere wapenhandelaars echter wensen deel te nemen aan een beurs om er vergunningsplichtige wapens te koop aan te bieden of zelfs alleen maar tentoon te stellen, dan moet die beurs worden erkend door de gouverneur. Die erkenning kan zowel door de organisator van de beurs als door de deelnemende wapenhandelaar(s) worden gevraagd aan de gouverneur bevoegd voor de plaats waar de beurs zal plaatsvinden. 4.1.1. Bevoegdheid De erkenning wordt afgeleverd door de gouverneur bevoegd voor de vestigingsplaats
(39). Het betreft een gebonden bevoegdheid. Alle gouverneurs worden geacht de wet op dezelfde manier, zoals beschreven in deze omzendbrief, toe te passen. Indien de erkenningsaanvraag betrekking heeft op activiteiten die in verscheidene provincies worden uitgeoefend, zijn meerdere erkenningen vereist. In dat geval zal eerst de erkenning worden verleend voor de hoofdzetel en moeten de betrokken gouverneurs overleg plegen. 4.1.2. Beroepsbekwaamheidsexamen De wapenwet stelt dat de aanvrager van een erkenning als wapenhandelaar of tussenpersoon
(40)zijn beroepsbekwaamheid moet bewijzen voor de activiteit die hij wenst uit te oefenen
(41). De vereiste beroepsbekwaamheid heeft betrekking op de kennis van de na te leven regelgeving en van de beroepsdeontologie, en van de techniek en het gebruik van wapens. Het examen wordt door de Federale Wapendienst georganiseerd tijdens het eerste en het derde trimester van het jaar (gewoonlijk tijdens de maanden maart en september)
(42). In geval een kandidaat zijn niet-deelname aan het examen niet vooraf of binnen 5 werkdagen na het examen wettigt door middel van een afdoende gemotiveerde brief aan de Federale Wapendienst, staat zijn afwezigheid gelijk met een mislukking en wordt hij uitgesloten van deelname aan het examen georganiseerd binnen het jaar volgend op de datum van het examen waarvoor hij ingeschreven was
(43). Het examen bestaat uit : - een schriftelijke proef met betrekking tot de kennis van de na te leven regelgeving en van de techniek; - een mondelinge proef met betrekking tot de kennis van de beroepsdeontologie, aan de hand van de confrontatie met situaties die zich kunnen voordoen bij de uitoefening van het beroep, en van het gebruik van wapens. De gestelde vragen staan in verband met de activiteit waarvoor de erkenning wordt gevraagd. Een jury zal de schriftelijke proef verbeteren en de mondelinge proef beoordelen. Om te slagen voor het examen moet men minimum 14/20 behalen voor elk van de proeven
(44). De jury bestaat uit :
(45)- een ambtenaar van de Federale Wapendienst, die desgevallend voor de vertaling kan zorgen en die tevens de jury voorzit; - de directeur van de Proefbank of zijn gemachtigde; - een politieambtenaar met specifieke kennis van wapens door de voorzitter telkens gekozen uit een lijst van kandidaten, samengesteld na een interne oproep daartoe; - een Nederlandstalige en een Franstalige door de Minister van Justitie aangeduide vertegenwoordiger voorgesteld door representatieve beroepsorganisaties van wapenhandelaars. In geval van mislukking kan de kandidaat zich binnen 3 maanden opnieuw inschrijven voor de volgende examenzittijd
(46). Als de kandidaat geslaagd is voor één van de twee proeven wordt hij, bij deelname aan de volgende examenzittijd, vrijgesteld van de proef waarvoor hij al is geslaagd
(47). De kandidaten die uiterlijk op 31 maart 2009
(48)de hernieuwing van hun erkenning hebben aangevraagd, zijn vrijgesteld van het beroepsbekwaamheidsexamen
(49). Het betreft hier enkel de natuurlijke personen die eerder al een erkenning hadden of als verantwoordelijke vermeld werden op de erkenning van een rechtspersoon. 4.1.3. Ontvankelijkheid De aanvragen van volgende personen zijn onontvankelijk :
(50)1° personen die tot een criminele straf veroordeeld zijn of geïnterneerd zijn krachtens de wet van 9 april 1930 tot bescherming van de maatschappij tegen abnormalen, gewoontemisdadigers en plegers van bepaalde seksuele strafbare feiten of met een beslissing die een behandeling in een ziekenhuis beveelt, zoals bedoeld door de wet van 26 juni 1990Relevante gevonden documenten type wet prom. 26/06/1990 pub. 22/07/2009 numac 2009000474 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de bescherming van de persoon van de geesteszieke sluiten betreffende de bescherming van de persoon van de geesteszieke overeenstemt;2° personen die als dader of medeplichtige veroordeeld zijn wegens een van de misdrijven bepaald in : a) de wet, de oude wapenwet en de besluiten ter uitvoering ervan;b) de artikelen 101 tot 135quinquies, 136bis tot 140, 193 tot 226, 233 tot 236, 246 tot 249, 269 tot 282, 313, 322 tot 331bis, 336, 337, 347bis, 372 tot 377, 392 tot 410, 417ter tot 417quinquies, 423 tot 442ter, 461 tot 488bis, 491 tot 505, 510 tot 518, 520 tot 525, 528 tot 532bis et 538 tot 541 van het Strafwetboek (het betreft hier geweld- en vertrouwensmisdrijven)
(51);
  1. c)de artikelen 17, 18, 29 tot 31 en 33 tot 41 van het Militair Strafwetboek;
  2. d)de artikelen 33 tot 37 en 67 tot 70 van het Tucht- en Strafwetboek voor de koopvaardij en de zeevisserij;
  3. e)de wet van 29 juli 1934Relevante gevonden documenten type wet prom. 29/07/1934 pub. 30/05/2012 numac 2012000323 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet waarbij de private milities verboden worden Officieuze coördinatie in het Duits sluiten waarbij de private milities verboden worden;
  4. f)de wet van 28 mei 1956 betreffende de ontplofbare en voor de deflagratie vatbare stoffen en mengsels en de daarmee geladen tuigen en in de besluiten tot uitvoering ervan;
  5. g)de wet van 11 september 1962Relevante gevonden documenten type wet prom. 11/09/1962 pub. 21/10/2011 numac 2011000647 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de in-, uit- en doorvoer van goederen. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten betreffende de in-, uit- en doorvoer van goederen en de daaraan verbonden technologie en in de besluiten tot uitvoering ervan;
  6. h)de wet van 10 april 1990Relevante gevonden documenten type wet prom. 10/04/1990 pub. 08/04/2000 numac 2000000153 bron ministerie van binnenlandse zaken Wet op de bewakingsondernemingen, de beveiligingsondernemingen en de interne bewakingsdiensten . - Duitse vertaling sluiten tot regeling van de private en bijzondere veiligheid;
  7. i)de wet van 19 juli 1991 tot regeling van het beroep van privédetective;
  8. j)de wet van 5 augustus 1991Relevante gevonden documenten type wet prom. 05/08/1991 pub. 10/08/2010 numac 2010000448 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de in-, uit- en doorvoer van en de bestrijding van illegale handel in wapens, munitie en speciaal voor militair gebruik of voor ordehandhaving dienstig materieel en daaraan verbonden technologie. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten betreffende de in-, uit- en doorvoer van en de bestrijding van illegale handel in wapens, munitie en speciaal voor militair gebruik of voor ordehandhaving dienstig materieel en de daaraan verbonden technologie;
  9. k)de regelgeving betreffende de jacht en het sportschieten.3° rechtspersonen die zelf zijn veroordeeld en rechtspersonen waarvan een bestuurder, een zaakvoerder, een commissaris of aangestelde voor het beheer of het bestuur, is veroordeeld of onderworpen aan een veiligheidsmaatregel in omstandigheden als bedoeld in 1° en 2° hiervoren;4° de personen die in het buitenland :
  10. a)zijn veroordeeld tot een straf die met internering overeenstemt;
  11. b)het voorwerp hebben uitgemaakt van een maatregel die met internering of met een beslissing die een behandeling in een ziekenhuis beveelt, zoals bedoeld door de wet van 26 juni 1990Relevante gevonden documenten type wet prom. 26/06/1990 pub. 22/07/2009 numac 2009000474 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de bescherming van de persoon van de geesteszieke sluiten betreffende de bescherming van de persoon van de geesteszieke overeenstemt;
  12. c)als dader of mededader zijn veroordeeld wegens een van de misdrijven die in het 1° en 2° zijn bepaald;5° minderjarigen en verlengd minderjarigen;6° onderdanen van Staten die geen lid zijn van de Europese Unie en de personen die hun hoofdverblijfplaats niet hebben in een lidstaat van de Europese Unie.Onderdanen van Noorwegen, IJsland en Zwitserland worden gelijkgesteld met EU-onderdanen. 4.1.4. Onderzoek ?De aanvraag De aanvrager moet zijn erkenningsaanvraag indienen door middel van een formulier bij de gouverneur bevoegd voor de vestigingsplaats. Dit formulier kan meestal worden verkregen bij de gouverneur of op de website van de provinciale wapendienst
(52). Men kan pas een formele erkenningsaanvraag indienen nadat men geslaagd is voor het beroepsbekwaamheidsexamen. De persoon die een erkenning als wapenhandelaar aanvraagt, dient dan ook bij zijn aanvraag een attest te voegen, waaruit blijkt dat hij geslaagd is in het beroepsbekwaamheidsexamen
(53). Dit attest is gedurende twee jaar geldig
(54). Bij de aanvraag om erkenning dient een uittreksel uit het strafregister te zijn bijgevoegd dat ten laatste drie maanden voor de indiening van de aanvraag werd opgemaakt. Indien de aanvrager een rechtspersoon is, moet dit worden bijgevoegd voor iedere bestuurder, zaakvoerder, commissaris of persoon aangesteld voor het bestuur of het beheer. Verder dienen alle stukken te worden bijgevoegd die de identificatie van de aanvrager en van zijn activiteit mogelijk maken
(55). Dit kan bijvoorbeeld gaan over de statuten van een vennootschap of technische inlichtingen over bijzondere activiteiten zoals handel in verboden wapens of ambachtelijke bewerking van wapens. Personen die activiteiten als wapenhandelaar uitoefenen onder gezag, leiding en toezicht van een erkend wapenhandelaar en in zijn vestigingsplaats, moeten niet worden erkend. De gouverneur dient evenwel bij de erkenningsaanvraag van hun werkgever na te gaan of deze personen voldoen aan artikel 5, § 4 van de wapenwet
(56). Elke indiensttreding van een dergelijk persoon moet binnen de maand door de erkende wapenhandelaar aan de gouverneur ter kennis worden gebracht
(57). ?Inwinnen van adviezen Als de aanvraag volgens de gouverneur ontvankelijk is, vraagt hij vervolgens het met redenen omkleed advies van de procureur des Konings van het betrokken arrondissement en van de burgemeester van de gemeente waar de activiteit waarop de aanvraag betrekking heeft, zal worden uitgeoefend. Ook de burgemeester en de procureur des Konings bevoegd voor de woonplaats van de aanvrager dienen een advies te geven
(58). Daarnaast kan het nuttig zijn om de Dienst Controle Wapenhandel van het Departement internationaal Vlaanderen van de Vlaamse Overheid te raadplegen, alsook de gouverneur en de procureur des Konings van de woonplaats van de aanvrager, de Dienst Vreemdelingenzaken indien de aanvrager niet de Belgische nationaliteit bezit, enz. Het uitblijven van deze adviezen - die als dusdanig niet door de wapenwet of haar uitvoeringsbesluiten worden opgelegd - kan een verlenging van de behandelingstermijn evenwel niet motiveren. Er dient dus over gewaakt te worden dat het inwinnen van die bijkomende informatie er niet toe leidt dat de wettelijke beslissingstermijn van 4 maanden wordt overschreden. De verzoeken om advies worden gelijktijdig aan de procureur des Konings en de burgemeester toegezonden. De procureur des Konings en de burgemeester voeren een onderzoek en geven een gemotiveerd advies dat het de gouverneur mogelijk moet maken om met kennis van zaken een beslissing te nemen. Indien nodig moet hij bijkomende informatie aan de procureur des Konings of de burgemeester vragen. Binnen de maand volgend op het verzoek versturen de procureur des Konings en de burgemeester hun advies. De gouverneur beschikt dan nog over meer dan twee maanden om het dossier desnoods te vervolledigen en om een beslissing te nemen over de aanvraag. ?Administratief onderzoek Het advies van de burgemeester heeft hoofdzakelijk betrekking op de aard van de uitgeoefende activiteit en geeft met name antwoord op de volgende vragen : 1) Houdt de uitoefening van de activiteit waarop de aanvraag betrekking heeft, een bijzonder gevaar in voor de openbare orde, de openbare veiligheid of de algemene gezondheid? 2) Zijn met betrekking tot de gebouwen waarin de activiteit zal worden uitgeoefend, de nodige administratieve vergunningen verleend, bijvoorbeeld de bouwvergunning, de milieuvergunning,... ? Kan hiertegen geen beroep meer worden ingediend? Desgevallend zal de gouverneur, om de erkenning te weigeren, moeten aantonen dat de openbare orde in het gedrang is door een tekortkoming op dit vlak. ?Moraliteitsonderzoek Het advies van de procureur des Konings heeft hoofdzakelijk betrekking op de persoon van de aanvrager en geeft met name antwoord op de volgende vragen : 1) Staat betrokkene gunstig bekend in de gemeente ? Wordt te zijnen laste of ten laste van één van zijn verwanten een gerechtelijk vooronderzoek of opsporingsonderzoek verricht, zelfs in een ander arrondissement? Als hij is veroordeeld, moet de ernst van de gepleegde feiten worden aangegeven.Zulks geldt eveneens voor de verantwoordelijken van een rechtspersoon. Als hij niet is veroordeeld, maar er bestaan bezwarende feiten, dan moeten zo mogelijk (met eerbiediging van het geheim van het onderzoek en het beroepsgeheim) de opgestelde processen-verbaal worden meegestuurd. 2) Als de aanvrager een rechtspersoon is, moet worden vermeld of de toestand van de onderneming wordt onderzocht door de gerechtelijke diensten.Is tegen de rechtspersoon een proces aan de gang? Om de gouverneur in staat te stellen binnen de wettelijke termijn een beslissing te nemen over de aanvraag en dus in het belang van een snelle en correcte dienstverlening is het nodig dat de gevraagde adviezen zo snel mogelijk worden uitgebracht. Daarbij dient rekening te worden gehouden met de administratieve last voor de aangezochte diensten, voornamelijk de lokale politiediensten. Tevens moeten de voorschriften inzake de bescherming van de persoonlijke levenssfeer van de betrokken personen worden gerespecteerd. Om de lokale politie toe te staan met één enkel onderzoek de elementen, naargelang de inhoud, mee te delen aan de burgemeester en de procureur des Konings teneinde hen de mogelijkheid te bieden een advies uit te brengen, wordt voorgesteld dat de gouverneur de korpschef van de lokale politie op de hoogte brengt op het tijdstip dat het verzoek om advies aan de burgemeester en aan de procureur des Konings wordt verzonden. 4.1.5. Termijn De gouverneur doet uitspraak over de erkenningsaanvraag binnen 4 maanden na de ontvangst ervan. De termijn begint meer bepaald te lopen vanaf de ontvangst van een volledige aanvraag, dat wil zeggen een aanvraag vergezeld van de vereiste stukken (een uittreksel uit het strafregister en de stukken betreffende de identificatie van de aanvrager en van zijn activiteit, én na betaling van de eerste schijf van de retributie)
(59). De termijn kan, op straffe van nietigheid, alleen worden verlengd bij gemotiveerde beslissing. De verlenging kan per aanvraag slechts eenmaal worden toegestaan en de termijn ervan mag uiterlijk zes maanden bedragen
(60). Dit mag alleen te wijten zijn aan omstandigheden buiten de wil van de gouverneur (ontbreken van informatie van de aanvrager of van een verplicht advies, overmacht). 4.1.6. De herkomst van de financiële middelen De aanvrager moet naast zijn beroepsbekwaamheid tevens de herkomst van de voor zijn activiteit aangewende financiële middelen op een geloofwaardige wijze aantonen door middel van deugdelijke schriftelijke bewijzen, zoals bankdocumenten en financiële overeenkomsten
(61). Het kan bijvoorbeeld gaan over balansen, leningen, waarborgen, statuten waaruit blijkt dat er aandelen zijn verkocht, enz. 4.1.
  1. Veiligheidsmaatregelen De veiligheidsmaatregelen die door wapenhandelaars moeten worden genomen, zijn opgelegd door het KB van 24/4/97 tot bepaling van de veiligheidsvoorwaarden bij het opslaan, het voorhanden hebben en het verzamelen van vuurwapens of munitie. Dit KB bevat ook bepalingen die specifiek bestemd zijn voor verzamelaars en particulieren en die worden besproken in de betrokken punten 5.1.6 en 9.2.
  2. . Definities
(62)? gebouw : alle lokalen waarin de betrokkene zijn aan erkenning onderworpen activiteit uitoefent en alle andere lokalen waarover hij beschikt, die een ononderbroken geheel vormen binnen hetzelfde pand. Voorbeelden : - activiteiten, zelfs beperkt tot één lokaal, in een huis, al dan niet bewoond door de betrokkene, dat volledig te zijner beschikking staat : het gehele huis; - activiteiten op bepaalde verdiepingen van een appartementsgebouw : alleen die verdiepingen, zonder de eventueel daartussen gelegen verdiepingen die aparte gehelen vormen, al dan niet ter beschikking van de betrokkene; - activiteiten in een huis en in een bijgebouw : het gehele huis en het gehele bijgebouw; - activiteiten in meerdere afzonderlijke gebouwen die samen één vestiging vormen : behoudens de voorziene uitzondering, al deze gebouwen. ? raam : alle ramen en openingen op de gelijkvloerse verdieping, ook deze in deuren en ongeacht of ze kunnen geopend worden, grenzend aan de lokalen waarin de betrokkene zijn activiteit uitoefent. Behoudens de uitstalramen, worden de ramen die te klein zijn voor een persoon, zelfs een kind, om er zich doorheen te begeven hier niet in begrepen. Het gaat dus over gewone buitenramen op de gelijkvloerse verdieping, maar ook over ramen in deuren en andere openingen in muren, ongeacht of ze vast zijn dan wel op eender welke manier kunnen worden geopend. Het betreft evenwel enkel de ramen die grenzen aan de lokalen waar de activiteiten worden uitgeoefend en in geen geval die waarvan de grootte een kind belet zich er doorheen te begeven. ? uitstalraam : alle buitenramen, ongeacht of ze kunnen worden geopend, waarachter voorwerpen die deel uitmaken van de handelsactiviteit worden tentoongesteld. Hieronder vallen enkel uitstalramen in de gebruikelijke zin van het woord, zijnde die waarachter een handelaar koopwaren tentoonstelt met het doel klanten te informeren. ? opslagruimte : lokaal of lokalen, gescheiden van de voor het publiek toegankelijke ruimten, waar in het kader van de activiteit van de betrokkene vuurwapens of munitie worden bewaard. Het betreft bijvoorbeeld het lokaal waar een handelaar zijn voorraad vuurwapens of munitie opslaat, of alle industriële ruimten en tijdelijke opslagplaatsen die niet voor het publiek (wel voor personeel) toegankelijk zijn en waar vuurwapens (andere wapens vallen hier niet onder) of munitie zijn ondergebracht. . Toepassingsgebied
(63)Het KB is van toepassing op de activiteiten van wapenhandelaars, d.w.z. de vervaardiging, de bewerking (versieren, verbronzen, graveren,...) en de herstelling van wapens en munitie, de groot- en kleinhandel erin en de opslag ervan in dat kader. De (inter)nationale makelarij valt hier slechts onder voor zover er daadwerkelijk wapens of munitie in het gebouw aanwezig zijn gedurende meer dan 48 uur. Zelfs al is het KB niet van toepassing op bepaalde situaties, dan wil dit niet zeggen dat men vrijgesteld is van het nemen van veiligheidsmaatregelen. De vrijwaring van de openbare orde is een plicht met algemene gelding, die inhoudt dat eender welke wapenbezitter altijd voorzichtig moet zijn, niet alleen bij het gebruik van zijn wapen, maar ook bij elke andere handeling ermee. Zo is de bewaring en het vervoer van een wapen, ook in gevallen waarop het KB niet van toepassing is, steeds onderworpen aan de voorzichtigheidsplicht. Elke handeling die de openbare orde en veiligheid in het gedrang brengt of dreigt te brengen kan aanleiding geven tot sancties. Voorbeelden hiervan zijn het zichtbaar vervoeren van wapens en het laten rondslingeren ervan zodat minderjarigen of dieven er eenvoudig toegang toe hebben. . Aangifteplicht
(64)De wapenhandelaar die het slachtoffer wordt van diefstal of een poging daartoe, van vuurwapens, losse onderdelen, munitie, registers of documenten met betrekking tot die zaken, moet hiervan onverwijld aangifte doen bij een politiedienst. Het gaat hierbij in de eerste plaats over de lokale politie bevoegd voor de plaats waar de betrokkene is gevestigd, maar het kan ook gaan over de lokale politiedienst bevoegd voor de plaats waar de (poging tot) diefstal heeft plaatsgegrepen indien de betrokkene op dat moment een van de opgesomde zaken vervoerde. Bovendien is de betrokkene, indien dit nog niet mogelijk was op het ogenblik van de aangifte, verplicht binnen 48 uur na het ontdekken van de feiten bij dezelfde politiedienst precieze gegevens te verstrekken over de aard van de gestolen zaken (type, hoeveelheid, serienummers,...). In elk geval wordt de politiedienst bevoegd voor de plaats waar de activiteit gevestigd is, op de hoogte gebracht van de feiten door de eventuele andere politiedienst waarbij de aangifte is gedaan. . Indeling in klassen De betrokkenen moeten de veiligheidsmaatregelen opgesomd in de bijlage en hierna besproken, nemen in overeenstemming met de klasse waarin hun activiteit wordt ingedeeld
(65). In afwijking daarvan mogen ook andere veiligheidsmaatregelen worden genomen die als gelijkwaardig worden beschouwd. De gelijkwaardigheid van deze veiligheidsmaatregelen wordt bij controle door de bevoegde personen beoordeeld. Die beoordeling kan tevens vooraf geschieden op basis van technische documentatie die de gelijkwaardigheid van de te nemen veiligheidsmaatregelen aantoont. De wapenhandelaar mag dus vooraf aan de gouverneur voorstellen dat hij een alternatieve maatregel zal nemen en vragen dat die wordt beoordeeld, als hij om een of andere reden niet in staat is of niet wenst een maatregel opgelegd in de bijlage bij het KB te nemen. Indien de betrokkene zijn activiteit uitbreidt binnen het vastgelegde kader van zijn erkenning of vergunning, waardoor ze wordt ingedeeld bij een klasse die meer veiligheidsmaatregelen vereist, dan is hij ertoe gehouden onverwijld de nodige bijkomende maatregelen te nemen. Indien een uitbreiding van de erkenning zelf vereist is, wordt de verder beschreven procedure voor nieuwe aanvragen gevolgd. Het beperken van de activiteit daarentegen kan een vermindering van de veiligheidsmaatregelen rechtvaardigen, indien de activiteit hierdoor in een lagere klasse wordt ingedeeld. ? Klasse A : groot- en kleinhandel, eventueel makelarij, uitgebaat in ruimten die minstens deels voor het publiek toegankelijk zijn, m.b.t. :
  1. a)vrij verkrijgbare wapens;
  2. b)munitie voor die wapens.Dit geldt niet voor de munitie die voor vrij verkrijgbare wapens kan gebruikt worden, maar die is ingedeeld bij de munitie voor andere categorieën. ? Klasse B : idem als klasse A, maar bovendien m.b.t. :
  3. a)lange vuurwapens met één schot per loop;
  4. b)lange repeteervuurwapens met randontsteking;
  5. c)lange halfautomatische vuurwapens ontworpen voor de jacht;
  6. d)munitie voor die wapens. ? Klasse C : idem als klasse B, maar bovendien m.b.t. korte vuurwapens, andere lange repeteervuurwapens en de bijhorende munitie. ? Klasse D : idem als klasse C, maar bovendien m.b.t. alle andere vuurwapens en de bijhorende munitie. ? Klasse E1 : commerciële en industriële activiteiten m.b.t. wapens of munitie (vervaardiging, makelarij, groothandel en al dan niet tijdelijke, met deze activiteiten gepaard gaande opslag in opslagruimtes). Het moet gaan om ruimten die uitsluitend toegankelijk zijn voor de wapenhandelaar en zijn aangestelden (personeel, medewerkende gezinsleden). ? Klasse E2 : idem als klasse E1, maar dan in het geval dat er meer dan 1 500 vuurwapens bedoeld in de klassen C en D zijn opgeslagen. ? Klasse F : onderverdeeld in de subklassen FA, FB, FC en FD, naargelang ze betrekking hebben op het herstellen, verbronzen, versieren of graveren van vuurwapens en het vervaardigen van losse onderdelen, gerangschikt respectievelijk in de klassen A tot D. . De gehanteerde technische normen
(66)De bestaande Belgische, en in één geval Nederlandse normen, kunnen later automatisch worden vervangen door eenvormige Europese normen, van zodra deze van kracht mochten worden. Omdat sommige producten de betrokken normen niet vermelden of er niet aan voldoen, kunnen ze worden aanvaard indien met de nodige documenten kan worden bewezen dat ze voldoen aan de eisen van het KB, in overeenstemming met gelijkwaardige normen van een andere lidstaat van de Europese Economische Ruimte (EER). . De verschillende maatregelen
(67)1° (te nemen door de klassen A-B-C-D-E-F) Installatie van hetzij een driepuntsslot dat vijf minuten weerstand biedt, hetzij een combinatie van drie sloten die samen vijf minuten weerstand bieden bij een inbraakproef onder genormaliseerde voorwaarden, en beantwoordend aan de Nederlandse norm NEN 5088/5089 of een vergelijkbare norm, op alle buitendeuren van het gebouw, en installatie van hang- en sluitwerk dat het uitlichten ervan belet op alle ramen van het gebouw die kunnen worden geopend.De plaatser moet attesteren dat het materiaal aan deze voorwaarden voldoet en volgens de regels van de kunst werd geplaatst. 2° (klassen A-B-C-D-E-F-G) In elk lokaal waar zich munitie bevindt, dient minstens één draagbare of mobiele snelblusser beantwoordend aan de norm NBN S 21-011 tot 21-018 aanwezig te zijn.De snelblusser zelf moet zichtbaar zijn, of de plaats waar hij zich bevindt, moet worden aangeduid met het daarvoor bestemde logo. Bovendien moet hij steeds vrij bereikbaar zijn : er mogen geen obstakels in de weg staan. 3° (B-C-D-Fb-Fc-Fd) Uithangen aan de toegangen voor het publiek van een duidelijk zichtbare en leesbare boodschap dat er een toegangsverbod geldt voor minderjarigen die niet door een meerderjarige worden vergezeld.De betrokkene is er echter niet toe gehouden dit verbod daadwerkelijk te handhaven door controles, het betreft enkel een waarschuwing. 4° (B-C-D-Fb-Fc-Fd) In de ruimten die voor het publiek toegankelijk zijn, mogen vuurwapens slechts op een zodanige wijze worden geplaatst (tentoongesteld), dat ze enkel door toedoen van de betrokkene of zijn personeel kunnen worden ter hand genomen.Dit kan bijvoorbeeld door de vuurwapens in (vitrine)kasten te plaatsen, door ze vast te leggen met een kettinkje, door ze achter de toonbank te plaatsen, e.d.m. 5° (A-B-C-D-F) Het is verboden de sleutels op sloten van ramen, buitendeuren of deuren van opslagruimtes te laten zitten, omdat dit het plaatsen van de in 1° bedoelde sloten zinloos zou maken.6° (C-D-Fc-Fd) Het is verboden vuurwapens van de klassen C en D in uitstalramen te plaatsen.7° (D) Vuurwapens van de klasse D moeten steeds worden bewaard in : - hetzij een inbraakveilige en slotvaste kast, die bovendien in een muur of vloer moet worden verankerd wanneer haar leeg gewicht minder dan 200 kg bedraagt (de inbraakveiligheid en het gewicht van nieuwe exemplaren kunnen worden geattesteerd door de leverancier, voor de andere volstaat eventueel een verklaring van de betrokkene en een oordeel op zicht); - hetzij in een opslagruimte die beveiligd is volgens de vereisten beschreven in het 17°; Dit geldt uiteraard niet voor de tijd nodig voor het onderhoud, het manipuleren en het overdragen ervan. 8° (D) Munitie voor vuurwapens van klasse D, en de registers (modellen A, C en D) dienen te worden bewaard op de zelfde wijze als beschreven in het 7°.9° (B-C-D-Fb-Fc-Fd) De ramen en buitendeuren die een raam bevatten, dienen als volgt te worden beveiligd : - hetzij door daarvoor of daarachter vergrendelbare rolluiken (in gevlochten of gesloten metaal, of in gesloten hout of kunststof) aan te brengen en die te sluiten buiten de uren tijdens dewelke de activiteit wordt uitgeoefend; - hetzij door te voldoen aan het 13°. 10° (C-D) De korte vuurwapens van klasse C moeten buiten de openingsuren voor het publiek worden bewaard zoals beschreven in het 7°.11° (C-D-E-Fc-Fd) In elke toegang tot de lokalen waar de activiteit wordt uitgeoefend, dienen deuren te worden geplaatst uit : - hetzij vol hout van minstens 4 cm dik of een ander materiaal van vergelijkbare sterkte; - hetzij gelaagd glas in overeenstemming met de norm bedoeld in het 13°. Aangebrachte keurmerken of attesten van de leverancier leveren hiervan het bewijs. Deze maatregel is evenwel niet vereist voor de toegangen die zich bevinden achter de vergrendelbare rolluiken voorzien in het 9?. Bovendien moeten in die deuren én in alle buitendeuren van het gebouw die met scharnieren opendraaien, minstens 2 dievenklauwen worden aangebracht die het uitlichten van de gesloten deuren moeten beletten. 12° (B-C-D-E-Fb-Fc-Fd) De reservesleutels van gewapende kasten en van de deuren bedoeld in het 1°, en eventuele sleutelcertificaten met betrekking daartoe (met daarop de code die toelaat kopieën te maken) dienen te worden bewaard in een kluis of koffer, of in een kast in overeenstemming met het 7°. 13° (C-D-E) In alle ramen (ook die in buitendeuren) dient gelaagd glas te worden geplaatst, dat minstens voldoet aan de norm NBN S 23-002, typevoorschrift STS 38 (§ 38.15.04, klasse IIA), of draadglas (hiervoor geldt § 38.08.51.32, A2 van de zelfde norm), of een ander vergelijkbaar schokbestendig materiaal. Het bewijs hiervan wordt geleverd door aangebrachte keurmerken of attesten van de plaatser. 14° (E) Bij de toegangsdeuren dient een camera te worden geplaatst, die is aangesloten op een time lapse-recorder (frequentie-opnamesysteem). Uiteraard dient deze camera een volledig en scherp beeld te registreren van de toegang, en dienen de aldus verkregen opnamen veilig te worden opgeslagen gedurende minstens 8 dagen. Het opnamesysteem zelf zal eveneens op een veilige plaats moeten worden geïnstalleerd (in een slotvaste kast) om sabotage te voorkomen. 15° (B-C-D-E-Fc-Fd) Installatie van een elektronisch alarmsysteem in het gebouw waar de activiteit wordt uitgeoefend.Dit systeem dient gewapend te worden buiten de activiteitsuren. Daarnaast installatie van hold up-knoppen. Deze alarmsystemen moeten aangesloten worden op de alarmcentrale van een bewakingsonderneming, die hiervoor vergund werd in overeenstemming met de wet van 10 april 1990Relevante gevonden documenten type wet prom. 10/04/1990 pub. 08/04/2000 numac 2000000153 bron ministerie van binnenlandse zaken Wet op de bewakingsondernemingen, de beveiligingsondernemingen en de interne bewakingsdiensten . - Duitse vertaling sluiten tot regeling van de private en bijzondere veiligheid. 16° (C-D-Fc-Fd) Het is in hoofde van de betrokkene, zijn personeel en de personen voor wie hij moet instaan, verboden langer dan noodzakelijk (vooral 's nachts dient dit strikt te worden geïnterpreteerd) werktuigen (hamers, koevoeten, ladders,...) die een inbraak kunnen vergemakkelijken eenvoudig bereikbaar achter te laten in de nabije omgeving van de gebouwen (ook opritten, voetpaden) en in de (eigen) tuinen, op andere (eigen) terreinen en in eenvoudig toegankelijke aanhorigheden (tuinhuizen, garages zonder degelijke afsluiting,...). Dit geldt uiteraard niet in het gebouw zelf. 17° (C-D-E) De afsluiting van opslagruimtes voor vuurwapens van de klassen C en D dient te gebeuren met slotvaste deuren uit metaal of uit een ander materiaal van vergelijkbare sterkte, voorzien van minstens een driepuntssluiting die voldoet aan het 1°. Bovendien moeten het kader en de scharnieren van die deuren van vergelijkbare sterkte zijn, en moeten de wanden van die ruimten bestaan uit metselwerk of beton bestand tegen inbraak of een ander materiaal van vergelijkbare sterkte. Het voldoen aan deze vereisten kan worden bewezen d.m.v. een attest afgeleverd door de aannemer voor nieuwe constructies, en d.m.v. een verklaring van de betrokkene en een oordeel op zicht voor de bestaande. 18° (E) De toegang tot de ruimten die niet toegankelijk zijn voor het publiek moet gecontroleerd worden en elke beweging (binnentreden en verlaten) ervan moet worden geregistreerd (manueel of elektronisch, bijvoorbeeld met individuele fiches of badges).19° (E2) Het gebouw en zijn directe omgeving (terreinen, private toegangswegen, openbare weg grenzend aan het gebouw) moeten permanent worden gecontroleerd (bemand, al dan niet met elektronische hulpmiddelen) door een vergunde bewakingsonderneming of interne bewakingsdienst. Daarnaast dient er bij elk toegangspunt voor personen een actief metaaldetectiesysteem te worden geplaatst om het ongecontroleerd binnen- of buitensmokkelen van wapens, munitie of onderdelen daarvan tegen te gaan. . Bijzondere regeling voor grotere industriële sites De maatregelen bedoeld in het 13°, 15°, 17°, 18° en 19° zijn niet van toepassing op gebouwen die zich bevinden binnen een beschermde perimeter (omheining), voor zover wordt voldaan aan de op het einde van de bijlage beschreven voorwaarden. Gebouwen die echter zelf deel uitmaken van die perimeter doordat ze een gedeelte van de begrenzing vormen, genieten niet van deze uitzondering. - de omheining moet bestaan uit een afsluiting van minstens 3 meter hoogte om eventuele indringers af te schrikken, doch deze hoogte mag tot 2,5 meter worden verminderd indien de omheining elektronisch (camera's, sensoren) wordt bewaakt; - de toegang tot de omheinde zone moet strikt worden gecontroleerd en beperkt tot behoorlijk toegelaten personen. Die controle dient eveneens de registratie (manueel of elektronisch) van alle bewegingen (binnentreden en verlaten), en een actief metaaldetectiesysteem te omvatten; - de voormelde toegangspunten moeten ofwel permanent zijn vergrendeld, ofwel permanent worden bewaakt door een vergunde bewakingsonderneming of interne bewakingsdienst, ofwel op een gelijkwaardige wijze worden bewaakt; - de omheinde zone moet permanent worden gecontroleerd door een vergunde bewakingsonderneming of interne bewakingsdienst; - de lokalen waar wapens of munitie zijn ondergebracht dienen buiten de activiteitsuren permanent te worden vergrendeld; - de ramen van de opslagruimtes waarvan de onderzijde zich op minder dan 3 meter van de grond bevindt, ongeacht of ze kunnen worden geopend, moeten worden voorzien van een bescherming (tralies, gelaagd glas) die belet dat iemand (zelfs een kind) er zich doorheen begeeft. Een alarmsysteem zal bijgevolg onvoldoende zijn, daar dit slechts detecteert zonder de eigenlijke doorgang onmogelijk te maken; - de opslagruimtes moeten worden beschermd door een buiten de activiteitsuren gewapend elektronisch alarmsysteem aangesloten op de alarmcentrale van een vergunde bewakingsonderneming zoals hoger beschreven; - de gebouwen waar wapens

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.