Kort samengevat
Dit Koninklijk Besluit regelt de procedures voor het plaatsen van overheidsopdrachten en specifieke opdrachten voor werken, leveringen en diensten op defensie- en veiligheidsgebied, ter uitvoering van de wet van 13 augustus 2011 en ter omzetting van Richtlijn 2009/81/EG. Het beschrijft de regels voor de gunning van deze opdrachten.
Wat het reguleert
- De algemene bepalingen, definities, en het toepassingsgebied van overheidsopdrachten op defensie- en veiligheidsgebied.
- De procedures voor de raming van het opdrachtbedrag en de bekendmaking van opdrachten.
- De regels voor de indiening van aanvragen tot deelneming en offertes, inclusief termijnen en wijze van indiening.
- De selectie van kandidaten en inschrijvers, inclusief toegangsrecht en kwalitatieve selectie.
- De gunning van opdrachten via aanbesteding, offerteaanvraag, onderhandelingsprocedure en concurrentiedialoog.
- Specifieke en aanvullende opdrachten en procedures, zoals de elektronische veiling en raamovereenkomsten.
- De regels die van toepassing zijn op opdrachten in onderaanneming en de algemene uitvoeringsregels.
Wie het betreft
- Overheidsinstanties die opdrachten plaatsen voor werken, leveringen en diensten op defensie- en veiligheidsgebied.
- Bedrijven en entiteiten die inschrijven op dergelijke overheidsopdrachten, inclusief onderaannemers.
Kernpunten
- Het besluit implementeert Richtlijn 2009/81/EG en de wet van 13 augustus 2011.
- Het introduceert een "vereenvoudigde onderhandelingsprocedure met bekendmaking" voor opdrachten die de Europese drempels van artikel 33 niet bereiken, waarbij verificatie, selectie en onderzoek in één fase gebeuren.
- De algemene uitvoeringsregels van het Koninklijk Besluit van 26 september 1996 blijven van toepassing, tenzij anders bepaald in dit besluit.
- Het woord "of" in dit ontwerp moet worden gelezen als "en/of".
- Hoofdstukken 1 tot 5, 8 en 9 tot 11 zijn in de regel van toepassing op alle overheidsopdrachten en gunningsprocedures, tenzij de wet of dit ontwerp anders bepaalt.
Wettekst
23 JANUARI
- - Koninklijk besluit plaatsing overheidsopdrachten en bepaalde opdrachten voor werken, leveringen en diensten op defensie- en veiligheidsgebied VERSLAG AAN DE KONING Sire, De wet overheidsopdrachten en bepaalde opdrachten voor werken, leveringen en diensten op defensie- en veiligheidsgebied van 13 augustus 2011, hierna "de wet" genoemd, heeft tot doel de nieuwe regels vast te stellen die ter zake toepasselijk zijn en te voorzien in de omzetting van Richtlijn 2009/81/EG. Dit ontwerp van koninklijk besluit geeft uitvoering aan de wet wat betreft de plaatsing van overheidsopdrachten en opdrachten op defensie- en veiligheidsgebied die onder het toepassingsgebied ervan vallen. Dit ontwerp bevat noch de bepalingen inzake de rechtsbescherming (motivatie, informatie en rechtsmiddelen), noch de bepalingen betreffende de bevoegdheidsdelegaties en sommige toezichtmaatregelen voor de overheidsopdracht op federaal niveau. Wat betreft de algemene uitvoeringsregels wordt, in afwachting van de nieuwe regels ter zake, het koninklijk besluit van 26 september 1996 tot bepaling van de algemene uitvoeringsregels van de overheidsopdrachten en van de concessies voor openbare werken toepasselijk gemaakt, met uitzondering van een aantal bepalingen die, al dan niet in gewijzigde vorm, naar dit ontwerp zijn overgeheveld. Alhoewel dit ontwerpbesluit een nieuwe regeling invoert op basis van Richtlijn 2009/81/EG, zijn sommige bepalingen ervan identiek aan of vergelijkbaar met de regels die vandaag gelden voor de reguliere opdrachten en die met name zijn vervat in het koninklijk besluit van 8 januari 1996Relevante gevonden documenten type wet prom. 09/07/2001 pub. 29/09/2001 numac 2001011298 bron ministerie van economische zaken Wet houdende vaststelling van bepaalde regels in verband met het juridisch kader voor elektronische handtekeningen en certificatiediensten sluiten5 betreffende de overheidsopdrachten voor aanneming van werken, leveringen en diensten en de concessies voor openbare werken, het koninklijk besluit van 10 januari 1996 betreffende de overheidsopdrachten voor aanneming van werken, leveringen en diensten in de sectoren water, energie, vervoer en postdiensten en het koninklijk besluit van 26 september 1996 tot bepaling van de algemene uitvoeringsregels van de overheidsopdrachten en van de concessies voor openbare werken. Deze bepalingen worden hier en daar, mede onder impuls van de nieuwe regels vervat in het koninklijk besluit plaatsing overheidsopdrachten klassieke sectoren van 15 juli 2011, evenwel aangepast en gepreciseerd, zoals vermeld in het Verslag aan de Koning. Om de commentaar niet te verzwaren, is ervoor geopteerd geen inhoudelijke opsomming te geven van de verschillende bepalingen maar vooral toe te lichten in welke mate de hier vermelde regels afwijken van de voormelde reglementering, hierna huidige reglementering genoemd. Verder wordt erop gewezen dat met het woord « of » in dit ontwerp « en/of » wordt bedoeld. Hoofdstuk 1 bevat de algemene bepalingen, met name de definities van in het besluit begrippen termen, alsook bepalingen betreffende het toepassingsgebied, de marktverkenning, de communicatiemiddelen, de technische specificaties, de gegevensbeveiliging en bevoorradingszekerheid, de varianten en de opties, bepaalde prijsmodaliteiten en het verbod inzake belangenvermenging en afspraken. Hoofdstuk 2 is gewijd aan de regels omtrent de raming van het bedrag van de opdracht. Hoofdstuk 3 groepeert alle bepalingen inzake bekendmaking. Hoofdstuk 4 omvat de regels inzake de indiening van de aanvragen tot deelneming en de offertes. Hoofdstuk 5 omvat de voorschriften inzake toegangsrecht en kwalitatieve selectie. Hoofdstuk 6 is gewijd aan de gunning van opdrachten bij aanbesteding en offerteaanvraag. Hoofdstuk 7 behandelt de gunning bij onderhandelingsprocedure. Hoofdstuk 8 omvat de bepalingen betreffende de gunning bij concurrentiedialoog. Hoofdstuk 9 groepeert de voorschriften betreffende de specifieke en aanvullende opdrachten en procedures, namelijk de promotieopdracht van werken, de elektronische veiling, de raamovereenkomst et de werkenwedstrijd. Hoofdstuk 10 behandelt de regels die van toepassing zijn op de opdrachten in onderaanneming. Hoofdstuk 11 behandelt de algemene uitvoeringsregels. Hoofdstuk 12 betreft de opdrachten geplaatst door aanbestedende entiteiten. Hoofdstuk 13 bevat de wijzigende en de slotbepalingen. De structuur van dit ontwerp is zo opgevat dat de hoofdstukken 1 tot 5, 8 en 9 tot 11 in de regel toepasselijk zijn op alle overheidsopdrachten en gunningsprocedures, tenzij de wet of dit ontwerp voor een bepaalde opdracht of procedure in een andersluidende regeling beschikken. Voor een overzicht van de artikelen wordt verwezen naar de onderstaande inhoudsopgave. Inhoudsopgave HOOFDSTUK
- - Algemene bepalingen Afdeling
- - Inleidende bepaling . . . . . Art. 1 Afdeling
- - Definities en toepassing belasting over de toegevoegde waarde . . . . . Art. 2 en 3 Afdeling
- - Toepassingsgebied . . . . . Art. 4 Afdeling
- - Marktverkenning . . . . . Art. 5 Afdeling
- - Communicatiemiddelen . . . . . Art. 6 Afdeling
- - Technische specificaties en normen . . . . . Art. 7 en 8 Afdeling
- - Vertrouwelijkheid, gegevensbeveiliging en bevoorradingszekerheid . . . . . Art. 9 en 10 Afdeling
- - Varianten, opties en percelen . . . . . Art. 11 tot 13 Afdeling
- - Prijsvaststelling, prijsbestanddelen en prijsherziening . . . . . Art. 14 tot 21 Afdeling
- - Prijsonderzoek . . . . . Art. 22 Afdeling
- - Belangenvermenging en afspraken . . . . . Art. 23 en 24 HOOFDSTUK
- - Raming opdrachtbedrag . . . . . Art. 25 tot 29 HOOFDSTUK
- - Bekendmaking Afdeling
- - Algemene bekendmakingsregels . . . . . Art. 30 tot 32 Afdeling
- - Europese drempels . . . . . Art. 33 en 34 Afdeling
- - Europese bekendmaking . . . . . Art. 35 tot 39 Afdeling
- - Belgische bekendmaking . . . . . Art. 40 tot 42 HOOFDSTUK
- - Indiening aanvragen tot deelneming en offertes Afdeling
- - Termijnen B Algemene bepalingen . . . . . Art. 43 tot 46 Afdeling
- - Termijnen bij Europese bekendmaking . . . . . Art. 47 en 48 Afdeling
- - Termijnen bij Belgische bekendmaking . . . . . Art. 49 tot 51 Afdeling
- - Uitnodiging geselecteerden tot indiening offerte . . . . . . . . . . Art. 52 Afdeling
- - Indieningsrecht en -wijze aanvragen tot deelneming en offertes . . . . . Art. 53 tot 58 Afdeling
- - Verbintenistermijn . . . . . Art. 59 HOOFDSTUK
- - Selectie kandidaten en inschrijvers - Toegangsrecht en kwalitatieve selectie Afdeling
- - Algemene bepalingen . . . . . Art. 60 tot 62 Afdeling
- - Toegangsrecht . . . . . Art. 63 tot 68 Afdeling
- - Kwalitatieve selectie . . . . . Art. 69 tot 84 HOOFDSTUK
- - Gunning bij aanbesteding en offerteaanvraag Afdeling
- - Vorm, inhoud en ondertekening offerte . . . . . Art. 85 tot 87 Afdeling
- - Samenvattende opmeting en inventaris . . . . . Art. 88 en 89 Afdeling
- - Interpretatie, fouten en leemten . . . . . Art. 90 tot 92 Afdeling
- - Prijsopgave en percelen . . . . . Art. 93 en 94 Afdeling
- - Indiening offertes . . . . . Art. 95 en 96 Afdeling
- - Opening offertes . . . . . Art. 97 tot 99 Afdeling
- - Onderzoek en regelmatigheid offertes . . . . . Art. 100 tot 104 Afdeling
- - Gunning opdracht . . . . . Art. 105 en 106 Afdeling
- - Sluiting opdracht . . . . . Art. 107 tot 109 HOOFDSTUK
- - Gunning bij onderhandelingsprocedure Afdeling
- - Specifieke drempels . . . . . Art. 110 Afdeling
- - Verloop en sluiting . . . . . Art. 111 tot 115 HOOFDSTUK
- - Gunning bij concurrentiedialoog . . . . . Art. 116 tot 119 HOOFDSTUK
- - Specifieke en aanvullende opdrachten en procedures Afdeling
- - Promotieopdracht van werken Onderafdeling
- - Algemene bepalingen . . . . . Art. 120 tot 122 Onderafdeling
- - Opdrachtdocumenten . . . . . Art. 123 tot 129 Afdeling
- - Elektronische veiling . . . . . Art. 130 tot 135 Afdeling
- - Raamovereenkomst . . . . . Art. 136 tot 138 Afdeling
- - Werkenwedstrijd . . . . . Art. 139 HOOFDSTUK 1
- - Regels die van toepassing zijn op de opdrachten in onderaanneming Afdeling
- - Opdrachten in onderaanneming gegund door inschrijvers en opdrachtnemers die geen aanbestedende overheden zijn . . . . . . . . . . Art. 140 tot 147 Afdeling
- - Opdrachten in onderaanneming gegund door inschrijvers en opdrachtnemers die aanbestedende overheden zijn . . . . . . . . . . Art. 148 Afdeling
- - Aansprakelijkheid van de opdrachtnemer . . . . . Art. 149 HOOFDSTUK 1
- - Algemene uitvoeringsregels . . . . . Art 150 HOOFDSTUK 1
- - Opdrachten gesloten door aanbestedende entiteiten . . . . . Art. 151 en 152 HOOFDSTUK 1
- - Wijzigende en slotbepalingen . . . . . . . . . . Art. 153 tot 156 In dit ontwerp is grotendeels gevolg gegeven aan de opmerkingen geformuleerd door de Raad van State in zijn advies 50.137/1/V van 29 juli
- Wat betreft de opmerkingen van de Raad van State waaraan geen gevolg is gegeven, worden in de commentaar bij de artikelen in kwestie telkens de beweegredenen daarvoor uiteengezet. Aangaande de algemene opmerking van de Raad van State met betrekking tot de terminologie, inzonderheid wat betreft het gebruik van de noties "plaatsing", "gunning" en "sluiting" (zie punt 8 van het advies), kan worden herinnerd aan de antwoorden die werden geformuleerd op enkele analoge opmerkingen van de Raad betreffende een ontwerp van wet tot wijziging van de wet overheidsopdrachten en bepaalde opdrachten voor werken, leveringen en diensten van 15 juni 2006, dat heeft geleid tot één van twee wijzigende wetten van 5 augustus 2011 (Belgisch Staatsblad, 29 augustus 2011; zie Memorie van toelichting, doc. 53.1590/001, Kamer van volksvertegenwoordigers, blz. 3-4) : -in de eerste plaats wordt erop gewezen dat wat betreft het gebruik van de begrippen "plaatsing", "gunning" en "sluiting" in de Nederlandse tekst en de overeenkomstige noties "passation", "attribution" en "conclusion" in de Franse tekst, dezelfde logica is gevolgd als in de voormelde gewijzigde wet van 15 juni 2006Relevante gevonden documenten type wet prom. 15/06/2006 pub. 15/02/2007 numac 2006021341 bron federale overheidsdienst kanselarij van de eerste minister Wet overheidsopdrachten en bepaalde opdrachten voor werken, leveringen en diensten type wet prom. 15/06/2006 pub. 05/02/2008 numac 2008000051 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet overheidsopdrachten en bepaalde opdrachten voor werken, leveringen en diensten. - Duitse vertaling sluiten. Bijgevolg is er ook in deze tekst voor geopteerd de bedoelde begrippenopdeling niet door te trekken naar de benaming van de procedures. Immers de noties "gunningsprocedure" en "gunningswijze" zijn niet alleen sterk ingeburgerd, maar de koppeling van de noties "gunning" en "procedure" is ook verdedigbaar vanuit de optiek dat de verschillen tussen de procedures net liggen in de manier waarop de beslissing over de keuze van de offerte zal gebeuren, waarmee dus wordt verwezen naar de gunning van de opdracht; - in de tweede plaats is ook deze keer geen gevolg gegeven aan de aanbeveling van de Raad van State om in het ontwerp een omschrijving van de notie "plaatsing" op te nemen. In tegenstelling tot wat geldt voor de noties "gunning" en "sluiting" zijn aan de notie "plaatsing" in dit ontwerp immers geen specifieke juridische gevolgen verbonden, maar dient deze notie in de algemene betekenis van het woord te worden begrepen. Zodoende verwijst het eerder naar de procedurele aspecten van een overheidsopdracht. Overigens wordt het begrip "plaatsing" in de Europese Richtlijnen 2004/17/EG en 2004/18/EG eveneens gebruikt zonder dat hiervoor een definitie wordt gegeven. HOOFDSTUK
- - Algemene bepalingen Afdeling
- - Inleidende bepaling Artikel 1.Artikel 1 verwijst naar Richtlijn 2009/81/EG van 13 juli
- Het ontwerp zorgt voor de gedeeltelijke omzetting van deze richtlijn. Afdeling
- - Definities en toepassing belasting over de toegevoegde waarde Art. 2.Dit artikel bevat de definities van in de wet en in dit ontwerp van koninklijk besluit gebruikte begrippen. Het in de bepaling onder 3° omschreven begrip "opdracht" omvat alle soorten overheidsopdrachten, opdrachten, overeenkomsten en wedstrijden als bedoeld in de artikelen 3 en 4 van de wet. Deze definitie heeft tot doel herhaalde opsommingen te vermijden die de tekst nodeloos zouden verzwaren. De bepaling onder 4° handelt over een nieuwe vorm van onderhandelingsprocedure met bekendmaking, de vereenvoudigde onderhandelingsprocedure met bekendmaking. Deze vorm voldoet aan de definitie van artikel 3, 8°, van de wet. Het gaat dus niet om een nieuwe procedure. Kenmerkend is dat bij de vereenvoudigde onderhandelingsprocedure met bekendmaking verificatie van het toegangsrecht, kwalitatieve selectie en onderzoek van de inhoud van de offertes in een enkele fase gebeuren. Deze procedure, die is ingevoerd in het raam van de administratieve vereenvoudiging, is op dat vlak vergelijkbaar met de open procedure, in die zin dat de geïnteresseerden onmiddellijk een offerte indienen. In tegenstelling tot bij de open procedure is bij de vereenvoudigde onderhandelingsprocedure met bekendmaking, zoals overigens bij alle andere vormen van onderhandelingsprocedure, evenwel geen zitting voor de opening van de offertes vereist en mag er tevens worden onderhandeld. De vereenvoudigde onderhandelingsprocedure met bekendmaking is op zich niet vermeld in Richtlijn 2009/81/EG. Het gebruik ervan is dan ook slechts toegestaan voor de opdrachten die de Europese drempels vermeld in artikel 33 niet bereiken. Het gevolg van haar specifieke vorm, en met name het feit dat ze één enkele fase omvat, is bovendien dat niet alle bepalingen van dit ontwerp die handelen over de onderhandelingsprocedure met bekendmaking zonder meer op haar kunnen worden toegepast. Voor het overige wordt verwezen naar de commentaar van hoofdstuk
- De bepalingen onder 5° tot 8° definiëren de verschillende vormen inzake prijsvaststelling die de opdrachten kunnen aannemen. Ze hernemen op een meer nauwkeurige wijze de bepalingen die zijn vervat in de huidige reglementering. De bepaling onder 5° verduidelijkt wat wordt bedoeld met een opdracht tegen globale prijs. De draagwijdte ervan wordt niet gewijzigd. De bepaling onder 6° definieert de opdracht tegen prijslijst. De tekst van de huidige reglementering gaat niet nader in op de vermelding van de hoeveelheden die vermoedelijk zijn of uitgedrukt worden binnen een vork. Deze verduidelijking is evenwel belangrijk omdat ze de inschrijvers de mogelijkheid biedt de prijs met kennis van zaken vast te stellen, vooral in de gevallen waarin de bestelde hoeveelheden sterk kunnen variëren. Deze posten worden verrekend op basis van de werkelijk bestelde en gebruikte hoeveelheden. De precisering "bestelde" heeft tot doel te vermijden dat de opdrachtnemers meer zouden presteren en factureren dan wat volgens de bestelling was voorzien. De bepaling onder 7° neemt de definitie van de opdracht tegen terugbetaling over die inhoudelijk niet wordt gewijzigd. De formulering "als winst toe te passen verhogingen" is evenwel vervangen door de term "verhogingen" die een ruimere draagwijdte heeft. De verhogingen omvatten niet enkel de winst, maar kunnen ook de administratiekosten, de bouwplaatskosten of andere algemene kosten omvatten. De bepaling onder 8° neemt de definitie van de gemengde opdracht ongewijzigd over. De bepalingen onder 9° en 10° definiëren de samenvattende opmeting en inventaris. De bepaling onder 11° verduidelijkt wat wordt bedoeld met een variante. In Richtlijn 2009/81/EG is dit begrip niet gedefinieerd. Deze verduidelijking bleek evenwel nuttig teneinde het onderscheid te kunnen maken met de optie. De variante vormt een alternatieve conceptie- of uitvoeringswijze die hetzij op verzoek van de aanbestedende overheid, hetzij op initiatief van de inschrijver, wordt ingediend. Deze alternatieve conceptie- of uitvoeringswijze heeft betrekking op het geheel of een deel van de opdracht, dat altijd noodzakelijk is voor de uitvoering ervan. Bijvoorbeeld, voor een voertuig : een benzinemotor, met een variante die een dieselmotor aanbiedt; voor vensters : ramen in PVC met een variante voor ramen in aluminium. Onder financiële varianten worden varianten verstaan die ofwel passen in het kader van een opdracht voor financiële diensten, ofwel in het kader van de bepalingen betreffende de financiering van andere opdrachten, in het bijzonder van een promotieopdracht van werken. Het spreekt vanzelf dat deze varianten in aanmerking kunnen worden genomen. Daarentegen kan de indiening van twee prijzen voor hetzelfde voorwerp van een opdracht zonder verdere specificering niet als een louter financiële variante worden beschouwd. De bepaling onder 12° definieert het begrip "optie". Het gaat om een niet gedefinieerd begrip uit Richtlijn 2009/81/EG. De optie is een bijkomend element ten opzichte van het basisproject dat niet strikt noodzakelijk en bijkomstig is voor de uitvoering van de opdracht, dat wordt ingediend hetzij op verzoek van de aanbestedende overheid, hetzij op initiatief van de inschrijver. Het gaat bijvoorbeeld, voor een voertuig : om de levering van een trekhaak; bij een opdracht voor werken, om de aanleg van een bijkomende kelder voor een gebouw. De optie vormt geen voorwaardelijk gedeelte in de zin van artikel 33, § 1, van de wet. De bepalingen onder 13° tot 18° definiëren de technische specificaties, de norm, de defensienorm, de Europese technische goedkeuring, de gemeenschappelijke technische specificaties en het technisch referentiekader. Deze begrippen zijn terug te vinden in bijlage III van Richtlijn 2009/81/EG. Deze definities blijven ongewijzigd ten opzichte van deze vermeld in de huidige reglementering, mits de toevoeging van de definitie van de defensienorm. De bepaling onder 19° verwijst naar uitvoeringsverordening (UE) nr. 842/2011 van de Commissie van 19 augustus 2011 tot vaststelling van standaardformulieren voor de bekendmaking van aankondigingen op het gebied van overheidsopdrachten en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1564/
- Deze bepaalt de toepasselijke modellen van aankondiging voor de opdrachten op Europees niveau. Er wordt dienaangaande verwezen naar de commentaar van artikel
- Art. 3.Artikel 3 bepaalt dat elk bedrag vermeld in het ontwerp steeds zonder belasting over de toegevoegde waarde is. Deze verduidelijking strekt ertoe de tekst van het besluit niet nodeloos te verzwaren. Afdeling
- - Toepassingsgebied Art. 4.Dit artikel bepaalt het toepassingsgebied van dit ontwerp dat betrekking heeft op de opdrachten die onder titel 2 van de wet van 13 augustus 2011Relevante gevonden documenten type wet prom. 09/07/2001 pub. 29/09/2001 numac 2001011298 bron ministerie van economische zaken Wet houdende vaststelling van bepaalde regels in verband met het juridisch kader voor elektronische handtekeningen en certificatiediensten sluiten1 vallen alsook, binnen de perken van artikel 151, op de opdrachten die onder titel 3 van dezelfde wet vallen. Afdeling
- - Marktverkenning Art. 5.Artikel 5 van het ontwerp dat een marktverkenning toelaat, vormt een nieuwe bepaling waarvan het principe vermeld is in de overweging 49 van Richtlijn 2009/81/EG. Deze bepaling erkent de geldigheid van de praktijk waarbij de aanbestedende overheden de evolutie van de producten en technieken op de markt volgen. Deze marktverkenning moet plaatsvinden vóór het uitschrijven van de gunningsprocedure en mag ook niet leiden tot enige vorm van vooronderhandelingen met bepaalde ondernemingen. Een dergelijke marktverkenning mag bovendien niet tot een verhindering of vertekening van de mededinging leiden, wat met name het geval kan zijn indien de technische specificaties van een overheidsopdracht een fabrikaat of een techniek zouden vermelden welke specifiek in de richting van een bepaalde onderneming zou wijzen, wat in strijd zou zijn met artikel 8, § 2, eerste lid, van het ontwerp. Afdeling
- - Communicatiemiddelen Art. 6.Artikel 6 zorgt voor de gedeeltelijke uitvoering van artikel 11 van de wet dat betrekking heeft op de communicatiemiddelen. Deze bepaling moet tevens in verband worden gebracht met de definities van schriftelijk stuk en elektronisch middel vervat in de wet, alsook met de bepalingen van artikel 54 betreffende het gebruik van elektronische middelen voor het indienen van aanvragen tot deelneming of offertes. Artikel 6, § 1, bepaalt net zoals artikel 36.3 van Richtlijn 2009/81/EG dat, ongeacht of elektronische middelen worden gebruikt, de mededeling, uitwisseling en opslag van informatie zodanig moeten plaatsvinden dat de integriteit van de gegevens en de vertrouwelijkheid van de offertes en van de aanvragen tot deelneming gewaarborgd worden en dat de aanbestedende overheid pas bij het verstrijken van de voorziene termijn kennisneemt van de inhoud ervan. Paragraaf 2 van artikel 6 bepaalt vervolgens het gevolg dat moet worden gegeven aan een schriftelijk stuk dat met elektronische middelen is opgesteld en dat in de ontvangen versie een macro, een computervirus of een andere schadelijke instructie vertoont. Het is mogelijk dat de ontvangen versie door de bestemmeling in een veiligheidsarchief wordt opgenomen. Indien zulks technisch noodzakelijk is, wordt het document als niet ontvangen beschouwd en wordt de afzender van het schriftelijk stuk hiervan onmiddellijk op de hoogte gebracht. De bestemmeling kan eveneens beslissen het bewuste document te aanvaarden, indien hij meent het zonder risico te kunnen lezen of desinfecteren, teneinde niet enkel zijn computersysteem, maar ook de integriteit van dat document te vrijwaren. De bestemmeling die een dergelijke verrichting overweegt, moet zich ervan vergewissen dat hierdoor de inhoud van het document niet zal worden gewijzigd. De bevoegde overheid is verantwoordelijk voor de eindbeslissing en moet erop toezien dat het gelijkheidsbeginsel wordt nageleefd. Indien het document een aanvraag tot deelneming of een offerte is, is de aanpak evenwel anders. Indien zulks technisch noodzakelijk is, kan de aanvraag tot deelneming of de offerte geweerd worden. De selectie- of de gunningsbeslissing, al naargelang, moet de verwerping motiveren. Wanneer het ontvangstsysteem van de offertes de macro of de infectie ontdekt, mag de aanbestedende overheid de kandidaat of inschrijver hiervan niet onmiddellijk in kennis stellen. De kandidaten of inschrijvers in kwestie mogen immers niet de kans krijgen om alsnog een schriftelijk stuk in te dienen dat aan de voorschriften voldoet en hun kandidatuur of offerte te regulariseren, aangezien de gelijke behandeling van de concurrenten die een papieren gegevensdrager of klassieke transmissietechnieken gebruiken, hierdoor in het gedrang zou komen. De informatie zal gebeuren volgens de op dat vlak toepasselijke bepalingen. Paragraaf 3 bepaalt dat de aanbestedende overheid het gebruik van elektronische middelen kan toestaan voor de verzending van andere schriftelijke stukken dan de aanvragen tot deelneming of de offertes, zoals bijvoorbeeld verduidelijkingen, prijsverantwoordingen. Dezelfde regel is toepasselijk voor de kandidaten of inschrijvers. Het tweede lid van paragraaf 3 voegt hieraan toe dat wanneer een bepaling van het besluit vermeldt dat een verzending aangetekend moet plaatsvinden of worden bevestigd, die aangetekende verzending een bewijs moet leveren van de volgende elementen : - de identiteit van afzender en ontvanger; - het feit van de verzending van een bericht evenals de datum en het tijdstip van verzending; - de ontvangst van het bericht door de bestemmeling en de datum en het tijdstip van ontvangst; - de inhoud van het bericht in het geval van een elektronische aangetekende zending. Afdeling
- - Technische specificaties en normen Art. 7.Dit artikel heeft betrekking op de technische specificaties als bedoeld in artikel 40 van de wet en met name ook in bijlage III van Richtlijn 2009/81/EG. Artikel 2, 13° tot 18°, van dit ontwerp bevat een definitie van deze specificaties. Paragraaf 1 van artikel 7 bepaalt dat de aanbestedende overheid de technische specificaties opneemt in de opdrachtdocumenten. De paragrafen 2 tot 5 behandelen de technische specificaties, het aantonen van de overeenstemming met de voorschriften van de technische specificaties, naargelang ze werden aangegeven door verwijzing naar normen of functionele eisen, en het voorschrijven van milieukenmerken. De overweging 38 van de richtlijn luidt als volgt : "De door de aanbestedende diensten opgestelde technische specificaties moeten de openstelling van opdrachten voor mededinging mogelijk maken. Daartoe moet het mogelijk zijn inschrijvingen in te dienen waarin de diversiteit van de technische oplossingen tot uiting komt. Te dien einde moeten enerzijds de technische eisen kunnen worden opgesteld in termen van prestaties en functionele specificaties. Anderzijds moeten, bij verwijzing naar de Europese norm of naar internationale of nationale normen, met inbegrip van normen eigen aan de defensiesector, op andere gelijkwaardige oplossingen gebaseerde inschrijvingen door de aanbestedende dienst in overweging worden genomen. Deze gelijkwaardigheid kan met name worden beoordeeld op basis van de eisen inzake interoperabiliteit en operationele doeltreffendheid. Om de gelijkwaardigheid aan te tonen, moeten de inschrijvers elk bewijsmiddel kunnen gebruiken. Aanbestedende diensten moeten iedere beslissing dat er geen sprake is van gelijkwaardigheid, kunnen motiveren. Daarnaast bestaan er internationale normalisatieovereenkomsten die erop gericht zijn de interoperabiliteit van de strijdkrachten te garanderen en die in de lidstaten kracht van wet kunnen hebben. Ingeval een van deze overeenkomsten van toepassing is, mogen de aanbestedende diensten eisen dat de inschrijvingen aan de in die overeenkomst vervatte normen voldoen. De technische specificaties moeten duidelijk worden aangegeven, zodat alle inschrijvers weten waarop de door de aanbestedende dienst gestelde eisen betrekking hebben." Art. 8.Paragraaf 1 van dit artikel zorgt voor de omzetting van artikel
- 2, van Richtlijn 2009/81/EG dat herinnert aan het principe dat de technische specificaties de inschrijvers gelijke toegang moeten bieden en niet tot ongerechtvaardigde belemmeringen voor de mededinging mogen leiden. Paragraaf 2 zorgt voor de omzetting van artikel
- 8, van Richtlijn 2009/81/EG. Deze bepaling verbiedt de invoering van technische specificaties die producten vermelden van een bepaald fabrikaat of een bepaalde herkomst of van een bijzondere werkwijze, of die verwijzen naar een merk, een octrooi, een bepaalde oorsprong of een bepaalde productie waardoor bepaalde ondernemingen kunnen worden bevoordeeld of geëlimineerd. Een dergelijke verwijzing is slechts uitzonderlijk toegestaan, hetzij wanneer het voorwerp van de opdracht dit rechtvaardigt (bijvoorbeeld voor de aankoop van wisselstukken die, om technische redenen, van een bepaald merk moeten zijn of in geval van een wereldmonopolie), hetzij wanneer een voldoende nauwkeurige en duidelijke beschrijving van het voorwerp van de opdracht conform artikel 7, niet mogelijk is. In dat laatste geval moet de vermelding of verwijzing vergezeld gaan van de woorden « of gelijkwaardig » (cf. in dat verband het arrest van het Hof van Justitie van de Europese Unie van 24 januari 1995, zaak C-359/93, Commissie van de Europese Gemeenschappen versus Koninkrijk der Nederlanden en de beschikking van het Hof van 3 december 2001, zaak C-59/00, Bent Mousten Vestergaard versus SpOttrup Boligslkab). In dit verband kan ook worden verwezen naar de omzendbrief van de Eerste Minister van 23 juni 2004 betreffende het verbod om in de bepalingen van een opdracht technische specificaties op te nemen die het gewone verloop van de mededinging beperken of uitsluiten (Belgisch Staatsblad van 25 juni 2004) alsook naar de omzendbrief van de Eerste Minister van 8 december 2006 betreffende de technische specificaties van microprocessoren in het kader van federale informaticaopdrachten (Belgisch Staatsblad van 15 december 2006). Afdeling
- - Gegevensbeveiliging en bevoorradingszekerheid Art. 9.Deze bepaling voorziet in de omzetting van artikel 22 van Richtlijn 2009/18/EG, betreffende de gegevensbeveiliging voor de opdrachten die betrekking hebben op geclassificeerde informatie of die dergelijke informatie vereisen of bevatten. Deze geclassificeerde informatie kan bestaan alvorens de opdracht wordt uitgevoerd, wanneer de aanbestedende overheid deze informatie moet mededelen aan de inschrijvers in het stadium van de gunningsprocedure of aan de opdrachtnemer in het stadium van de uitvoering van de opdracht. Geclassificeerde informatie mag evenwel slechts openbaar worden gemaakt in de loop van de uitvoering van de opdracht, bijvoorbeeld wanneer het voorwerp van de opdracht betrekking heeft op de ontwikkeling van een informaticaprogramma voor het beheer van een databank betreffende deze informatie, die vervolgens zou worden gevoed door de aanbestedende overheid en waarvan de opdrachtnemer het onderhoud zou uitvoeren. Overweging 42 van de richtlijn bepaalt met name dat de uitvoeringsvoorwaarden van een opdracht door de aanbestedende overheid gestelde eisen kunnen bevatten en dat deze eisen bijzonder belangrijk zijn gezien het gevoelige karakter van het onder de richtlijn vallende materiaal. Overweging 43 voegt hieraan het volgende toe : "om de veiligheid van gegevens te garanderen mogen de aanbestedende diensten met name toezeggingen eisen zowel van aannemers als van onderaannemers dat gerubriceerde gegevens tegen toegang door onbevoegden zullen worden beschermd, alsmede voldoende informatie over hun capaciteit op dit gebied. Bij gebrek aan een communautaire regeling inzake gegevenbeveiliging is het aan de aanbestedende diensten of de lidstaten om eisen op dit gebied vast te stellen, met inachtneming van hun nationale wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen, en te bepalen of zij overeenkomstig de nationale wet van een andere lidstaat afgegeven betrouwbaarheidsverklaringen beschouwen als evenwaardig met degene die door hun eigen bevoegde autoriteiten worden afgegeven." Art. 10.Deze bepaling voorziet in de omzetting van artikel 23 van Richtlijn 2009/81/EG, betreffende de invoering van een niet-exhaustieve lijst van mogelijke eisen inzake bevoorradingszekerheid waaraan de offerte dient te voldoen. Overweging 42 van de richtlijn, vermeld in de commentaar bij artikel 9, bepaalt dat de eisen ter zake ook belangrijk zijn en betrekking hebben op de gehele bevoorradingsketen. Overweging 44 voegt hieraan het volgende toe : "Bevoorradingszekerheid kan een grote diversiteit van vereisten inhouden, met inbegrip van bijvoorbeeld de interne regels die gelden tussen moeder- en dochteronderneming op het gebied van intellectuele-eigendomsrechten, de beschikbaarheid van kritieke onderhouds- en revisiecapaciteit om de ondersteuning van aangekocht materiaal gedurende de hele levenscyclus ervan te garanderen." Bevoorradingszekerheid kan omschreven worden als de garantie die een aanbestedende overheid moet hebben om over voldoende goederen en diensten te beschikken om haar taken te vervullen en haar verplichtingen na te komen op het vlak van defensie en veiligheid. Deze zekerheid is vooral van cruciaal belang in geval van crisissituaties. In de praktijk is het echter erg moeilijk gebleken voor opdrachtnemers om te allen tijde deze zekerheid te voorzien omwille van de doorgaans lange levenscyclus van, voornamelijk, militair materiaal dat gedurende vele jaren onderhoud, upgrades, modernisaties, logistieke steun,... vereist. Dit kan betekenen dat in bepaalde, behoorlijk gemotiveerde gevallen, de bevoorradingszekerheid op zich het voorwerp van een opdracht kan uitmaken. Zo is het mogelijk dat een aanbestedende overheid, naast een (hoofd)leverancier van bv. munitie, op zoek gaat naar een tweede leverancier (reserve) voor hetzelfde product om tot voldoende bevoorradingszekerheid te komen. Uiteraard mag de eerste (hoofd)leverancier in dat geval niet deelnemen aan die procedure. De bepaling onder 3° voorziet erin dat een aanbestedende overheid tot uitsluiting kan overgaan in geval zij oordeelt dat een kandidaat of inschrijver wellicht onvoldoende bevoorradingszekerheid kan garanderen, rekening houdende met de locatie en de organisatie van de bevoorradingsketen. Elke beslissing dienaangaande dient uiteraard gemotiveerd te worden (op basis van afstand en benodigde leveringstijd) en dient rekening te houden met de specifieke kenmerken en omstandigheden van iedere individuele opdracht. Ook op het vlak van uitvoerlicenties, die uiteraard erg belangrijk zijn om voldoende bevoorrading te kunnen garanderen, kunnen bepaalde eisen worden gesteld om na te gaan of inschrijvers de nodige stappen kunnen en zullen ondernemen om tijdig dergelijke licenties te bekomen. De in de bepaling onder 4° vermelde overeen te komen voorwaarden kunnen doorgaans slechts worden vastgelegd wanneer er zich echt een crisissituatie voordoet. Alleen in dat geval zal de aanbestedende overheid nauwkeurig de aard en hoeveelheid van de aanvullende behoeften kunnen bepalen en zal de opdrachtnemer pas kunnen beoordelen onder welke voorwaarden hij in staat is om aan deze aanvullende behoeften te voldoen. Indien de aanbestedende overheid, in uitvoering van de artikelen 140 tot 147, een verplichting oplegt om gebruik te maken van onderaannemers, dient rekening te worden gehouden met de mogelijke impact die deze verplichting zal hebben op de bevoorradingszekerheid. De inschrijver moet immers de eisen in verband met de bevoorrading ook doen naleven door zijn onderaannemers en de aanbestedende overheid zal bij de evaluatie van de offertes rekening moeten houden met de onzekerheden die het verplicht opleggen van onderaanneming met zich kan brengen. Desnoods zal in dit geval zelfs dienen te worden afgezien van onderaanneming volgens de bepalingen van artikel 145, tweede lid. De bepaling onder 6° bepaalt dat de aanbestedende overheid een verbintenis kan vragen betreffende onderhoud, modernisering en aanpassing van het voorwerp van de opdracht. In de praktijk is het wenselijk dat deze bepaling duidelijk wordt gespecificeerd en dat er op zijn minst een algemeen akkoord omtrent de prijzen voor deze werkzaamheden wordt gesloten. Dit zorgt niet enkel voor duidelijkheid maar hierdoor kunnen tevens latere juridische discussies aangaande de reikwijdte van mogelijke contractuele aanpassingen en/of uitbreidingen worden vermeden. De bepaling onder 7° heeft als doel de aanbestedende overheid te vrijwaren van plotselinge verrassingen aangaande de wijzigingen die door de opdrachtnemer worden doorgevoerd met betrekking tot diens bevoorradingsketen of organisatie, wat een invloed zou kunnen hebben op de bevoorradingszekerheid. De bepaling onder 8° heeft ook als doel de aanbestedende overheid te vrijwaren voor het geval dat de opdrachtnemer reserveonderdelen en andere componenten niet langer zou kunnen leveren. Afdeling
- - Varianten, opties en percelen Art. 11.Paragraaf 1 van dit artikel gaat nader in op de diverse soorten varianten zoals omschreven in artikel 2, punt 11°. De benadering inzake verplichte varianten wordt niet gewijzigd ten opzichte van de huidige reglementering, terwijl die inzake de facultatieve varianten fundamenteel gewijzigd wordt. Om na te gaan of zowel de basisofferte als de variante regelmatig zijn, is een tweeledig onderzoek vereist. Dit onderzoek betreft in de eerste plaats de indiening van deze verschillende soorten offertes. Als deze fase goed is doorlopen, dient vervolgens de regelmatigheid van elk van de ingediende offertes te worden onderzocht om de eventuele wederzijdse beïnvloeding ervan te bepalen op het gebied van de regelmatigheid. Bij verplichte varianten moet de inschrijver bijvoorbeeld een offerte indienen zowel voor de basisofferte als voor elke verplichte variante, op straffe van volledige onregelmatigheid van zijn offerte. Bij facultatieve varianten kan de inschrijver voortaan een offerte indienen voor één of meerdere varianten en is hij niet langer verplicht een offerte in te dienen voor een basisoplossing. De aanbestedende overheid kan evenwel één bepaalde facultatieve variante als basisoplossing aanduiden en verplichten daarvoor een offerte in te dienen. Deze nieuwe bepalingen bieden meer soepelheid en zijn bedoeld om de mededinging te bevorderen. De afwezigheid van een facultatieve variante leidt dus niet noodzakelijk tot de onregelmatigheid van de basisofferte. Indien enkel een facultatieve variante zonder offerte voor de basisoplossing wordt ingediend, moet de volledige offerte als onregelmatig worden beschouwd indien de opdrachtdocumenten de indiening van een dergelijke offerte oplegden. Anders zal dit niet het geval zijn. De indiening van vrije varianten gebeurt op initiatief van de inschrijver. Bij offerteaanvraag moet de inschrijver nauwkeurig aangeven welke zijn basisofferte is en welke zijn vrije variante(n). Bij onderhandelingsprocedure kan dit in de loop van de onderhandelingen gebeuren. Indien vrije varianten toegestaan zijn, kunnen verschillende varianten betrekking hebben op een of meer posten. De opdrachtdocumenten kunnen hieromtrent evenwel beperkingen opleggen. Voor de opdrachten die verplicht onderworpen zijn aan de Europese bekendmaking gelden twee voorwaarden. Enerzijds moet de aanbestedende overheid in de aankondiging en eventueel in de andere opdrachtdocumenten vermelden of zij de indiening van vrije varianten toelaat. Zo niet zijn ze niet toegelaten en moeten ze gewoon worden afgewezen, aangezien enkel de basisofferte in aanmerking wordt genomen. Anderzijds moet zij de minimumeisen bepalen waaraan deze varianten moeten voldoen (ze kan bijvoorbeeld vermelden dat een vrije variante betrekking mag hebben op een bepaald technisch aspect van de geplande opdracht). Aan deze laatste voorwaarde kan worden voldaan door in het algemeen te verwijzen naar de minimumeisen in de opdrachtdocumenten. Voor de opdrachten die niet verplicht onderworpen zijn aan de Europese bekendmaking, is het indienen van vrije varianten, waarvoor de aanbestedende overheid geen voorafgaande eisen heeft bepaald, steeds mogelijk, tenzij de opdrachtdocumenten die mogelijkheid uitsluiten. Het verbod om vrije varianten in te dienen, kan gepaard gaan met een sanctie van absolute nietigheid in de opdrachtdocumenten. Deze vermelding is evenwel af te raden omdat ze nadelige gevolgen kan hebben voor de mededinging en de economische doeltreffendheid. De aanbestedende overheid kan beslissen een vrije variante niet in aanmerking te nemen. Ze moet haar beslissing evenwel motiveren op basis van bijvoorbeeld technische elementen of andere factoren zoals de prijs, de budgettaire verplichtingen of de uitvoeringstermijnen. Paragraaf 2 expliciteert dat de verschillende soorten varianten bij alle gunningprocedures kunnen worden gebruikt. De vrije variante blijft evenwel uitgesloten bij aanbesteding. Daarnaast verduidelijkt deze paragraaf dat ze, hetzij met een afzonderlijke offerte, hetzij met een deelofferte kunnen worden ingediend. Paragraaf 3 bevat een bepaling die opgenomen is in artikel 19.4 van Richtlijn 2009/81/EG en in de huidige reglementering. Volgens deze bepaling mag een variante niet worden afgewezen enkel omwille van het feit dat, indien de aanbestedende overheid ze zou aanvaarden, een opdracht voor diensten een opdracht voor leveringen zou worden of omgekeerd. Dit zou bijvoorbeeld het geval zijn voor een opdracht betreffende de ontwikkeling van software via een opdracht voor diensten, terwijl een concurrent als variante een softwarepakket zou indienen dat voldoet aan de eisen van de aanbestedende overheid. Er is geen gevolg gegeven aan het verzoek van de Raad van State om de mogelijkheden om de indiening van varianten te beperken of zelfs uit te sluiten en om naar aanleiding daarvan in een absolute nietigheid te voorzien, in het dispositief te expliciteren (zie punt 15 van het advies). Naar analogie met wat werd geoordeeld met betrekking tot het koninklijk besluit plaatsing overheidsopdrachten klassieke sectoren van 15 juli 2011 (zie meer bepaald artikel 9 van dat besluit) dient men zich bij de beoordeling van onregelmatigheden immers te hoeden voor te grote veralgemeningen en te rigide oplossingen die het maken van nuances naargelang de gebruikte gunningswijze in de weg staan. Art. 12.Dit artikel van het ontwerp behandelt de in artikel 2, punt 12°, omschreven opties. Paragraaf 1 maakt een onderscheid tussen de verplichte en vrije opties. In het eerste geval dient de aanbestedende overheid, net zoals bij de verplichte varianten, het voorwerp, de aard en de draagwijdte ervan te omschrijven in de opdrachtdocumenten en zijn de inschrijvers verplicht een bod te doen voor deze opties. Het tweede geval betreft de vrije opties. Deze kunnen op eigen initiatief door de inschrijvers worden ingediend. Volgens paragraaf 2 wordt het bod voor de opties afzonderlijk vermeld in de offerte. Deze bepaling maakt het ook mogelijk om vrije opties in te dienen bij aanbesteding, op voorwaarde dat aan een dergelijke optie geen meerprijs of een andere tegenprestatie wordt verbonden. Dit verschil met de vrije variante, die in het kader van de aanbesteding zoals eerder vermeld niet is toegestaan, is gerechtvaardigd omdat de optie enkel betrekking heeft op een bijkomend element. De mogelijkheid die de aanbestedende overheid wordt geboden om, zelfs bij aanbesteding, vrije opties in aanmerking te nemen kan haar voordelen opleveren, daar aan het bestellen van de optie geen meerprijs kan worden verbonden. Krachtens paragraaf 3 is de aanbestedende overheid nooit verplicht gebruik te maken van een optie bij het sluiten van de opdracht en evenmin tijdens de uitvoering ervan. Wat dit laatste punt betreft, kan het immers interessanter zijn enkel gebruik te maken van een optie tijdens de uitvoering van de opdracht. Een voorbeeld : specifieke onderdelen van een voertuig die enkel gebruikt worden wanneer dit voertuig in operaties wordt ingezet (vb. bevestiging aanhangspunt om extra aanhangwagen voort te trekken). Art. 13.Deze bepaling betreffende de opdrachten in percelen is nieuw. Volgens het eerste lid moeten de opdrachtdocumenten de aard en het voorwerp van de percelen, de verdeling en de kenmerken ervan bepalen. Deze verduidelijking moet de inschrijvers de mogelijkheid bieden om, met kennis van zaken, één of meer percelen te kiezen waarvoor ze een offerte wensen in te dienen. Volgens het tweede lid mag de gunningswijze verschillend zijn per perceel. De term "gunningswijzen" verwijst naar de keuze tussen de aanbesteding, de offerteaanvraag, de onderhandelingsprocedure en de concurrentiedialoog. Deze versoepeling die in het tweede lid werd ingebouwd, dient evenwel op doordachte wijze te worden gebruikt. Het naast elkaar bestaan van diverse gunningswijzen kan immers de beoordeling van de offertes bemoeilijken en zelfs de indiening van prijskortingen onmogelijk maken. Afdeling
- - Prijsvaststelling, prijsbestanddelen en prijsherziening Art. 14.Artikel 14, § 1, eerste lid, van het ontwerp verwijst naar artikel 2, 5° tot 8°, dat de verschillende soorten prijsvaststellingen definieert. Voor sommige specifieke opdrachten en procedures, zoals de promotieopdracht, de ontwerpenwedstrijd of de concessie voor openbare werken, wordt de prijs op een andere wijze vastgesteld. Het tweede lid is overgenomen uit de huidige reglementering. Volgens paragraaf 2 moet de inschrijver bij een opdracht tegen globale prijs of voor de forfaitaire posten van een gemengde opdracht, zijn offertebedrag vaststellen volgens zijn eigen bewerkingen, berekeningen en ramingen. Deze bepaling stemt overeen met artikel 24, § 1, van de Algemene aannemingsvoorwaarden en is voortaan eveneens van toepassing op opdrachten voor leveringen en diensten. Art. 15.Dit artikel zorgt voor de omzetting van artikel 24 van Richtlijn 2009/81/EG die meer bepaald betrekking heeft op de informatie inzake fiscaliteit, milieubescherming, arbeidsbescherming en arbeidsvoorwaarden. Art. 16.Dit artikel betreft de opgave van de eenheidsprijzen en de globale prijzen voor iedere post van de samenvattende opmeting. Deze bepaling wordt voortaan uitgebreid tot de inventaris van de opdrachten voor leveringen en diensten. Net zoals in de huidige reglementering bepaalt zij, enerzijds, dat de eenheidsprijzen en de globale prijzen van de opdracht worden opgegeven met inachtneming van de betrekkelijke waarde van die post ten opzichte van het totale offertebedrag en, anderzijds, dat alle algemene en financiële kosten over de verschillende posten, in verhouding tot hun belangrijkheid, worden verdeeld. Art. 17.Dit artikel bevat de bepalingen betreffende de prijzen. Deze bepalingen verdienen logischerwijze immers meer hun plaats in het begin van het ontwerp daar zij, zoals de artikelen 18 tot 20, de elementen bepalen die door de inschrijvers in aanmerking moeten worden genomen bij het opmaken van hun offerte. Artikel 17 vermeldt zodoende, zoals de huidige bepalingen, dat de eenheidsprijzen en de globale prijzen van de offerte alle heffingen omvatten die de opdracht belasten, met uitzondering van de btw. Wat de btw betreft, kan de aanbestedende overheid, hetzij bepalen dat zij in een afzonderlijke post van de samenvattende opmeting of van de inventaris wordt vermeld, hetzij de inschrijvers verplichten in de offerte de toepasselijke aanslagvoet(en) mee te delen. Art. 18.Dit artikel stemt overeen met de tekst van artikel 14, § 1, van de Algemene aannemingsvoorwaarden betreffende de aankoopprijs van de octrooirechten en vergoedingen die verschuldigd zijn aan de houders van een octrooi of van een octrooilicentie. Aangezien deze elementen de prijs van de offerte kunnen beïnvloeden, hoort deze bepaling eerder thuis in dit besluit. De bepaling is op expliciete wijze uitgebreid tot alle intellectuele eigendomsrechten die gelinkt kunnen zijn met het voorwerp van de opdracht. Paragraaf 1 betreft enkel de hypothese waarin de aanbestedende overheid zelf overgaat tot de omschrijving de opdracht. Paragraaf 2 betreft de hypothese waarin de inschrijver zelf voor het geheel of een deel een omschrijving geeft van de prestaties die in het kader van de opdrachten zullen worden verricht. Art. 19.Dit artikel neemt een bepaling over van de artikelen 12, § 4, en 19, § 1, van de Algemene aannemingsvoorwaarden, betreffende de keurings- en opleveringskosten. Deze kosten hebben zowel betrekking op de keuring als op de voorlopige en definitieve opleveringen. Deze kosten, met name de reis- en verblijfskosten en de vergoeding van het met de keuring of oplevering belaste personeel, zijn inbegrepen in de eenheidsprijzen en de globale prijzen op voorwaarde dat de opdrachtdocumenten de berekeningswijze van deze kosten bepalen. Zo niet dient de aanbestedende overheid deze kosten te dragen. Om deontologische redenen zou laatstgenoemde bijvoorbeeld kunnen beslissen om de berekeningswijze van alle kosten of van een gedeelte ervan niet te vermelden en die zelf ten laste te nemen. Art. 20.Dit artikel neemt hoofdzakelijk bepalingen over van de artikelen 25, § 1, tweede lid, 49, tweede lid, en 67, tweede lid, van de Algemene aannemingsvoorwaarden. Het stemt overeen met de genoemde bepalingen, behalve dat voor leveringen en diensten de praktijkopleiding, die een basisopleiding omvat, werd toegevoegd. Hierbij kan worden opgemerkt dat ook de kosten verbonden aan het veiligheids- en gezondheidsplan in de algemene kosten moeten zijn begrepen, behalve wanneer bepaalde maatregelen inzake veiligheid en gezondheid die in dat plan zijn opgenomen, betrekking hebben op specifieke posten van de samenvattende opmeting of de inventaris of het voorwerp uitmaken van een of meerdere specifieke posten van de samenvattende opmeting of de inventaris. De verduidelijkingen vermeld in artikel 20 horen eerder thuis bij de voorschriften betreffende de plaatsing van de opdracht, aangezien het gaat om elementen waarmee rekening moet worden gehouden bij het opmaken van de offerte. Art. 21.Paragraaf 1 van dit artikel betreffende de prijsherziening neemt onder meer de bepalingen over van artikel 13, §§ 1 en 2, van de Algemene aannemingsvoorwaarden, maar bevat tamelijk belangrijke wijzigingen en aanvullingen. Zo wordt een volledig eigen prijsherzieningssysteem voor de overheidsopdrachten ingevoerd, dat gesteund is op artikel 7 van de wet. Het laatstgenoemde artikel machtigt de Koning tot het vastleggen van de voorwaarden voor de prijsherziening voor de overheidsopdrachten. Bijgevolg is artikel 57 van de wet van 30 maart 1976 betreffende de economische herstelmaatregelen niet toepasselijk op de overheidsopdrachten. Volgens het eerste lid moet voortaan niet enkel in een prijsherzieningsclausule worden voorzien voor de opdrachten voor werken, maar in principe ook voor de opdrachten voor leveringen en diensten. terwijl volgens artikel 13, § 2, van de Algemene aannemingsvoorwaarden de herziening voor deze twee laatste opdrachtcategorieën facultatief is. Het eerste lid vermeldt de voornaamste prijscomponenten die in aanmerking worden genomen : de uurlonen en sociale lasten, alsook, naargelang de aard van de opdracht, één of meer relevante elementen zoals materiaal- en grondstofprijzen of de evolutie van de wisselkoers. Volgens het tweede lid is het essentieel dat de herziening de werkelijke kostprijsstructuur weerspiegelt. Bijgevolg moet de herziening gebaseerd zijn op objectieve en controleerbare parameters en gebruik maken van correcte wegingscoëfficiënten. Afhankelijk van de aard van de opdracht en het al dan niet voorhanden zijn van de voormelde parameters, kan het niettemin moeilijk of zelfs onmogelijk zijn om een herzieningsclausule op te stellen die aan de genoemde voorwaarden voldoet. In dat geval kan de aanbestedende overheid voortaan gebruik maken van de gezondheidsindex, de index van de consumptieprijzen of een andere passende indexformule. Daarnaast moet de herzieningsformule geen vaste factor meer bevatten. Bovendien kan de aanbestedende overheid op gemotiveerde wijze afwijken van de bepalingen van paragraaf
- Dit kan bijvoorbeeld het geval zijn voor leningen met vaste rentevoet. Paragraaf 2 verduidelijkt dat de bepalingen van dit artikel niet verplicht van toepassing zijn op de opdrachten waarvan het geraamde bedrag lager is dan 120.000 euro, noch op de opdrachten, ongeacht het bedrag ervan, waarvan de initiële uitvoeringstermijn korter is dan 120 werkdagen of 180 kalenderdagen. De reden ligt bij het geringe nut van een prijsherziening voor dergelijke opdrachten. Afdeling
- - Prijsonderzoek Art. 22.Dit artikel betreft het prijsonderzoek dat de aanbestedende overheid verplicht moet voeren om na te gaan of de ingediende prijzen normaal zijn. De grondigheid waarmee dit onderzoek gebeurt, hangt af van de opdracht in kwestie. Overigens wordt opgemerkt dat met "prijzen" zowel eenheidsprijzen als totale prijzen worden bedoeld. Krachtens paragraaf 1, tweede zin, dat de voorschriften van de huidige reglementering overneemt en veralgemeent, moeten de inschrijvers op verzoek van de aanbestedende overheid alle nodige inlichtingen verstrekken om het prijsonderzoek mogelijk te maken, en dit ongeacht de gunningsprocedure. Deze maatregel is nu enkel van toepassing op de onderhandelingsprocedure zonder bekendmaking. Wanneer de opdrachtdocumenten dit bepalen, en ongeacht de gunningsprocedure, kunnen volgens paragraaf 2 ter plaatse verificaties van de boekhoudkundige stukken en onderzoeken worden uitgevoerd door de personen die daartoe door de aanbestedende overheid zijn aangewezen. Paragraaf 3 betreft de abnormaal laag of hoog lijkende prijzen die bij het prijsonderzoek worden vastgesteld. Hij voorziet in de omzetting van artikel 49 van Richtlijn 2009/81/EG. Zelfs indien uit de opdrachtdocumenten blijkt dat paragraaf 3 niet toepasselijk gemaakt wordt op de onderhandelingsprocedure, kan de aanbestedende overheid die een abnormaal laag of hoog lijkende prijs vaststelt, verificaties uitvoeren bij toepassing van de paragrafen 1 en
- Hierbij moet worden opgemerkt dat het niet-limitatief karakter van de opgesomde verantwoordingen die in aanmerking kunnen worden genomen om het normale karakter van een prijs aan te tonen, wordt bevestigd door de toevoeging van de woorden "met name". Overigens werd de huidige reglementering reeds aangepast om het in overeenstemming te brengen met de richtlijn en dit bij het koninklijk besluit van 29 september
- Het Hof van Justitie van de Europese Unie (arrest van 27 november 2001, C-286/99, Sciaudone) en de Raad van State (RvS, arrest nr.100.084 van 23 oktober 2001) waren eveneens van oordeel dat de verantwoordingen in de reglementering niet limitatief zijn. Teneinde te vermijden dat de inschrijvers ongegronde verantwoordingen zouden indienen, kan de aanbestedende overheid overeenkomstig paragraaf 1 steeds een prijsanalyse eisen om het normale karakter van de prijs te beoordelen. Ten slotte kan de inschrijver zich ter verantwoording van zijn prijs niet beperken tot een verwijzing naar de prijs van een onderaannemer, vermeerderd met een winstmarge. In dat geval dient de inschrijver de prijs van de onderaannemer te verantwoorden. Het zesde lid van paragraaf 3 omvat niet de opdrachten voor diensten van de bijlage 2 van de wet en dit ongeacht de gevolgde gunningswijze. Afdeling
- - Belangenvermenging en afspraken Art. 23.Dit artikel betreft de problematiek van de belangenconflicten. De persoon die krachtens artikel 9, § 2, tweede lid, van de wet verplicht is zichzelf te wraken, dient het bevoegde orgaan van de aanbestedende overheid hiervan schriftelijk en onverwijld op de hoogte te brengen, die de nodige maatregelen neemt. De wraking wordt geformaliseerd, bijvoorbeeld in een schrijven van de betrokken persoon of in het proces-verbaal van een beraadslagende vergadering. Het doel hiervan is na te gaan of de wraking tijdig is ingeroepen. Men dient eraan te herinneren dat de persoon die verplicht is zich te wraken, een studiebureau belast met de taak van leidend ambtenaar zou kunnen zijn zoals bepaald in de Memorie van toelichting van de wet. Art. 24.Dit artikel betreffende de afspraken bevat een gelijkaardige bepaling als die van de huidige reglementering. Deze bepaling is van toepassing op de offertes en voortaan ook op de aanvragen tot deelneming. Door deel te nemen aan een procedure verklaart een kandidaat of inschrijver zich niet schuldig te hebben gemaakt aan bij artikel 10 van de wet verboden handelingen, overeenkomsten of afspraken. Bovendien moet worden opgemerkt dat krachtens artikel 314 van het Strafwetboek elke afspraak strafbaar is, ongeacht of die gepaard gaat met bedreiging of geweld. HOOFDSTUK
- - Raming opdrachtbedrag Art. 25.Dit artikel bevat de bepalingen betreffende de raming van het opdrachtbedrag, tot omzetting van artikel 9 van Richtlijn 2009/81/EG. Het eerste lid van artikel 25 herinnert aan een algemene regel volgens dewelke de raming van het opdrachtbedrag gebaseerd is op de totale duur en waarde van de opdracht. Hierin zijn begrepen alle verplichte opties, percelen, herhalingen als bedoeld in artikel 25, 4°, b, van de wet, alle gedeelten als bedoeld in artikel 33, § 1, van de wet en alle verlengingen van de opdracht als bedoeld in artikel 33, § 2, van dezelfde wet. Wanneer voor de oorspronkelijke opdracht is voorzien in één of meer verlengingen in de zin van artikel 33, § 2, van de wet, zal de totale geraamde waarde van de opdracht in principe maximaal 4 jaar kunnen bedragen. Artikel 33, § 2, van de wet bevat voor dergelijke opdrachten met verlengingen immers de regel dat de duur van de opdracht in principe beperkt dient te blijven tot vier jaar na het sluiten van de opdracht. Moeten eveneens in aanmerking worden genomen, alle voor de totale duur van een raamovereenkomst of dynamisch aankoopsysteem geplande opdrachten, alsook het prijzengeld en de betalingen aan de deelnemers. Bijgevolg moet de raming rekening houden met alle elementen die de waarde van het ontwerp kunnen beïnvloeden. Het tweede lid bevat een nieuwe verduidelijking betreffende het tijdstip waarop de raming wordt gemaakt : dit moet gebeuren op het tijdstip van de verzending van de bekend te maken aankondiging of, wanneer deze aankondiging gezien de gunningswijze niet vereist is, op het tijdstip waarop de procedure wordt aangevat, namelijk bij de verzending van de uitnodigingen om een aanvraag tot deelneming of een offerte in te dienen. Het vierde lid herinnert aan het principe dat vervat is in artikel 9.3, van Richtlijn 2009/81/EG alsook in de huidige reglementering. Volgens dit principe mag geen enkele opdracht worden gesplitst teneinde die aan de bekendmakingsregels te onttrekken. Indien bijvoorbeeld percelen of gedeelten van werken of bouwwerken toegestaan zijn, mogen deze modaliteiten niet tot gevolg hebben dat de percelen of gedeelten onttrokken worden aan de mededinging via een bekendmaking op Belgisch niveau en, desgevallend, op Europees niveau. Er is geen gevolg gegeven aan het verzoek van de Raad van State (zie punt 18 van diens advies) om, zoals in artikel 9.1, eerste alinea, van Richtlijn 2009/81/EG, te vermelden dat de raming van de opdracht moet zijn gebaseerd op het totale bedrag exclusief btw. Artikel 3 van het ontwerp bepaalt immers reeds dat elk bedrag in dit besluit een bedrag zonder btw is. Art. 26.Onverminderd de bepalingen van artikel 25 van dit ontwerp, bevat het onderhavige artikel, zoals in de huidige reglementering, twee verduidelijkingen voor de berekening van de geraamde waarde van een opdracht voor werken : 1° enerzijds dient rekening te worden gehouden met alle geplande werken.Wanneer het een bouwwerk betreft als bedoeld in artikel 3, 2°, van de wet, zoals uiteengezet in de memorie van toelichting, d.w.z. het product van een geheel van bouwkundige of civieltechnische werken dat ertoe bestemd is als zodanig een economische of technische functie te vervullen, moet de waarde van de verschillende opdrachten worden samengeteld om de op elke afzonderlijke opdracht toepasselijke bekendmakingsregels te bepalen op grond van de regel vermeld in artikel 25, derde lid; 2° anderzijds moet ook rekening worden gehouden met de geraamde waarde van de leveringen die nodig zijn voor de uitvoering van de werken of van het bouwwerk en die de aanbestedende overheid ter beschikking stelt van de aannemer.Bijvoorbeeld : de ter beschikkingstelling van een partij straatstenen of andere materialen. Er dient bovendien te worden onderstreept dat, anders dan in de huidige reglementering, deze bepaling, in navolging van de richtlijn, zich niet langer uitstrekt tot de diensten die ter beschikking van de aanbestedende overheid worden gesteld. Aangezien de Europese drempels voor de werken en leveringen verschillend zijn, betekent dit a contrario dat de waarde van de leveringen die niet nodig zijn voor de uitvoering van een opdracht voor werken, niet mag worden toegevoegd aan de waarde van de werken met de bedoeling ze te onttrekken aan de mededinging op Europees niveau. Art. 27.Zoals de huidige reglementering bevat dit artikel specifieke berekeningsmodaliteiten voor sommige overheidsopdrachten voor leveringen. 1° Overeenkomstig het eerste lid, moet bij opdrachten voor leveringen die een zekere regelmaat vertonen of bestemd zijn om in de loop van een bepaalde periode te worden herhaald, worden uitgegaan van de totale geraamde waarde van de opeenvolgende opdrachten over twaalf maanden volgend op de eerste levering of, indien de looptijd van de opdracht meer bedraagt dan twaalf maanden, over de volledige looptijd ervan.Artikel 9.7, van Richtlijn 2009/81/EG voorziet in twee verschillende ramingswijzen voor dit soort opdrachten. In dit ontwerp wordt gekozen voor de meest strenge ramingswijze om foutieve interpretaties te voorkomen. De formulering "opdrachten voor leveringen die een zekere regelmaat vertonen" heeft betrekking op de aankoop van leveringen van dezelfde aard via afzonderlijke opdrachten die gegund worden tijdens dezelfde referentieperiode, meer bepaald het begrotingsjaar of boekjaar. De formulering "die bestemd zijn om te worden hernieuwd" heeft betrekking op steeds wederkerende behoeften van de aanbestedende overheid. 2° Overeenkomstig het tweede lid, zijn specifieke berekeningsmodaliteiten van toepassing wanneer de opdrachten gegund worden in de vorm van huur, huurkoop, leasing of in een vergelijkbare vorm.Bij een opdracht met een bepaalde duur, wordt rekening gehouden met de geraamde totale waarde van de opdracht voor de gehele looptijd ervan. Wanneer deze bepaalde duur meer dan twaalf maanden bedraagt, moet de restwaarde van de leveringen op het einde van de overeenkomst in de raming worden opgenomen. Bij opdrachten van onbepaalde duur of waarvan de looptijd niet kan worden bepaald, moet het geraamde maandelijkse bedrag van de opdracht vermenigvuldigd worden met achtenveertig. Hier worden bijvoorbeeld de opdrachten met een clausule tot jaarlijkse verlenging bedoeld. Daarentegen moet een opdracht met een maximale looptijd van vijf jaar die een clausule tot jaarlijkse opzegging bevat, beschouwd worden als een opdracht met een bepaalde duur van vijf jaar. In dat geval zullen de vijf jaar in aanmerking worden genomen om de geraamde waarde van de opdracht te bepalen. Ten slotte wordt hier nog herinnerd aan de bepaling van artikel 3, 3°, van de wet die betrekking heeft op de hypothese van een gemengde opdracht van leveringen en werken. Meer bepaald gaat het om de regel volgens dewelke een opdracht die betrekking heeft op het leveren van producten en in bijkomende orde op plaatsing- en installatiewerkzaamheden als een opdracht voor leveringen moet worden beschouwd. Art. 28.Zoals in de huidige reglementering bevat dit artikel een aantal berekeningsmodaliteiten die specifiek betrekking hebben op de opdrachten voor diensten. Paragraaf 1 herinnert aan het principe volgens hetwelk de waarde van de opdracht de geraamde totale vergoeding van de dienstverlener bevat. Vervolgens licht de tekst dit principe toe voor de drie categorieën van diensten. Naar analogie met het bepaalde in artikel 27, § 1, tweede lid, van het koninklijk besluit plaatsing overheidsopdrachten klassieke sectoren van 15 juli 2011, is in de bepaling van het tweede lid geopteerd voor de woorden "andere vormen van vergoeding" i.p.v. de in artikel 9.8, van Richtlijn 2009/81/EG gebruikte woorden "andere vormen van beloning". Het begrip "vergoeding" is immers ruimer en daarom correcter in het licht van de raming van de opdracht. De paragrafen 2 en 3 bevatten twee verduidelijkingen over de berekeningswijze van de geraamde waarde van sommige opdrachten voor diensten. Bij een opdracht met een bepaalde duur die niet meer bedraagt dan achtenveertig maanden, moet rekening worden gehouden met de totale geraamde waarde van de opdracht voor de gehele looptijd ervan. Bij een opdracht van onbepaalde duur of waarvan de bepaalde duur meer bedraagt dan achtenveertig maanden, is de berekening daarentegen gebaseerd op de geraamde maandelijkse waarde vermenigvuldigd met achtenveertig. Bij opdrachten voor diensten die een zekere regelmaat vertonen of bestemd zijn om in de loop van een bepaalde periode te worden hernieuwd, worden uitgegaan van de totale geraamde waarde van de opeenvolgende opdrachten over twaalf maanden volgend op de eerste prestatie of, indien de looptijd van de opdracht meer bedraagt dan twaalf maanden, over de volledige looptijd ervan. Paragraaf 4 bepaalt dat bij opdrachten die diensten van zowel bijlage 1 als bijlage 2 van de wet omvatten, moet worden bepaald welke van deze beide categorieën de grootste waarde vertegenwoordigt teneinde m.n. na te gaan of een Europese bekendmaking of enkel een Belgische bekendmaking vereist is. De andere hypotheses van gemengde opdrachten worden in artikel 3, 4°, van de wet geregeld. Art. 29.Dit artikel preciseert dat de raming van het opdrachtbedrag bij de aanvang van de procedure bepaalt welke voorschriften erop van toepassing zijn tijdens het volledige verloop ervan tot aan de sluiting van de opdracht. Zo zal bijvoorbeeld een opdracht waarvoor volgens de raming een bekendmaking op Europees niveau vereist is, onderworpen zijn aan de voorschriften die toepasselijk zijn op die opdrachtcategorie, zelfs indien het goed te keuren opdrachtbedrag lager is dan de Europese drempel. Dit geldt eveneens voor de toepassing van de regels inzake de wachttermijn. Omgekeerd zal een opdracht waarvan het geraamde bedrag beneden de Europese drempel lag, maar waarvan het bedrag van de goed te keuren offerte deze drempel komt te overschrijden, onderworpen blijven aan de volgens de raming toepasselijke regels. Dit laatste evenwel onverminderd de eventuele toepassing van de rechtsbeschermingsregels van boek IIbis van de wet van 24 december 1993, op grond van het tweede besluit dat, tegelijk met dit ontwerp, in uitvoering van de wet van 13 augustus 2011Relevante gevonden documenten type wet prom. 09/07/2001 pub. 29/09/2001 numac 2001011298 bron ministerie van economische zaken Wet houdende vaststelling van bepaalde regels in verband met het juridisch kader voor elektronische handtekeningen en certificatiediensten sluiten1 wordt genomen. De vrijwillige bekendmaking in het Publicatieblad van de Europese Unie en/of in het Bulletin der Aanbestedingen van een aankondiging betreffende een opdracht waarvoor een dergelijke bekendmaking niet verplicht is, heeft daarentegen geen enkele invloed op het op die opdracht toepasselijke stelsel, uitgaande van zijn geraamde waarde. In de mate dat verwezen wordt naar het geraamde bedrag van de opdracht, is artikel 29 bovendien niet van toepassing op de opdrachten die worden gegund op basis van het goed te keuren bedrag, zoals deze gegund via onderhandelingsprocedure zonder bekendmaking als bedoeld in artikel 25, 1°, a, van de wet. HOOFDSTUK
- - Bekendmaking Afdeling
- - Algemene bekendmakingsregels Art. 30.Dit artikel bepaalt dat voor de opdrachten die onderworpen zijn aan de Europese bekendmaking, de aankondigingen bekendgemaakt worden in het Publicatieblad van de Europese Unie en in het Bulletin der Aanbestedingen. De aankondiging bekendgemaakt in het Bulletin der Aanbestedingen moet inhoudelijk overeenstemmen met die bestemd voor het Publicatieblad en de bekendmaking ervan mag niet plaatsvinden vóór de datum waarop de aankondiging naar het Bureau voor Publicaties van de Europese Unie wordt verzonden. Wat de te gebruiken modellen van aankondiging betreft, verschilt de in dit ontwerp gekozen oplossing van die waarvoor is geopteerd in de koninklijk besluit met de plaatsingsregels voor de klassieke sectoren en de publieke speciale sectoren. In de laatstgenoemde ontwerpen zijn alle te gebruiken modellen van aankondiging immers opgenomen in de bijlagen ervan. Mede gelet op de beperkte tijd voor de omzetting van Richtlijn 2009/81/EG is ervoor geopteerd om : - in het dispositief te verwijzen naar de modellen van aankondiging in uitvoeringsverordening (EU) nr. 842/2011 van de Commissie van 19 augustus 2011, die beschikbaar zijn op de website www.simap.europa.eu van de Europese Commissie; - in de bijlage van dit ontwerp enkel de modellen van aankondiging op te nemen die beneden de Europese drempels moeten worden gebruikt in geval van open procedure, bij het opstellen van een lijst van geselecteerden of bij het instellen van een kwalificatiesysteem. Hierbij moet worden opgemerkt dat artikel 32.6, van Richtlijn 2009/81/EG bepaalt dat de inhoud van de aankondiging beperkt is tot ongeveer 650 woorden wanneer deze aankondiging niet met elektronische middelen wordt verzonden overeenkomstig de verzendingswijze bepaald door het Bureau voor Publicaties van de Europese Unie. Opdrachten die enkel onderworpen zijn aan de Belgische bekendmaking, worden bekendgemaakt in het Bulletin der Aanbestedingen. Deze bekendmaking kan nochtans aangevuld worden met inlichtingen die de aanbestedende overheid, conform artikel 41, § 2, laatste lid, verstrekt via een internetadres en die eveneens als officiële bekendmaking gelden. Volgens paragraaf 2 geldt enkel de aankondiging bekendgemaakt in het Publicatieblad van de Europese Unie en in het Bulletin der Aanbestedingen, eventueel aangevuld met de inlichtingen verstrekt via het internetadres, zoals vermeld in artikel 41, § 2, laatste lid, als officiële bekendmaking. Geen enkele andere bekendmaking mag plaatsvinden vóór de verzendingsdatum van de aankondiging. Ze mag geen andere informatie bevatten dan die vervat in die aankondiging. De bepaling vermeldt ten slotte dat het verboden is om vóór de verzendingsdatum van de aankondiging met het oog op een officiële bekendmaking in het Publicatieblad van de Europese Unie en/of in het Bulletin der Aanbestedingen, naargelang het geval, de in de aankondiging vermelde informatie bekend te maken of te verspreiden. Dit verbod heeft hoofdzakelijk betrekking op de elektronische en automatische verspreiding van de informatie vervat in de aankondiging naar geïnteresseerde personen en dit vóór de verzendingsdatum van de aankondiging. De bedoeling hiervan is te vermijden dat sommige inschrijvers op die manier een tijdsvoordeel zouden bekomen omdat zij vóór de bekendmaking op de hoogte zijn gebracht. Om dezelfde reden mag de inhoud van de niet-officiële bekendmaking niet verschillen van die van de officiële bekendmaking, zodat het niet toegestaan is om langs die weg bijkomende informatie mee te delen. Paragraaf 3 voorziet in een overgangsregeling voor de periode gedurende dewelke de bekendmaking van de in deze afdeling bedoelde aankondigingen van opdracht niet tegelijk kosteloos kan gebeuren in het Publicatieblad van de Europese Unie en het Bulletin der Aanbestedingen door een online invoering door elektronische gegevensopvang of door gegevensoverdracht tussen systemen die een automatische en gestructureerde bekendmaking mogelijk maken conform de modellen opgenomen in Uitvoeringsverordening (EU) nr. 842/
- Paragraaf 4 voorziet in een overgangsregeling voor de periode gedurende dewelke de bekendmaking van de in deze afdeling bedoelde aankondigingen van opdracht niet kosteloos kan gebeuren in het Bulletin der Aanbestedingen door een online invoering door elektronische gegevensopvang of door gegevensoverdracht tussen systemen die een automatische en gestructureerde bekendmaking mogelijk maken conform de modellen opgenomen in dit besluit. Art. 31.Dit artikel bepaalt dat wanneer de aanbestedende overheid sommige reeds officieel bekendgemaakte gegevens wenst te verbeteren of aan te vullen, kan zij hetzij een volledig nieuwe aankondiging bekendmaken, hetzij het in Uitvoeringsverordening (EU) nr. 842/2011 opgenomen model van aankondiging gebruiken. Dankzij dit model kan worden vermeden dat een volledig nieuwe aankondiging moet worden bekendgemaakt, wat een soepeler oplossing biedt wanneer de verbeteringen of wijzigingen eerder beperkt zijn. In geval van de bekendmaking van een volledig nieuwe aankondiging is het wenselijk om daarop de aandacht te vestigen in het veld "Andere inlichtingen", teneinde een link te leggen met de eerder bekendgemaakte aankondiging(en). De aanbestedende overheid dient evenwel rekening te houden met de eventuele impact van de aangebrachte verbeteringen of aanvullingen op de ontvangsttermijn voor de aanvragen tot deelneming of de offertes, zoals vermeld in de oorspronkelijke aankondiging. Doorgaans zal zij een verlenging ervan moeten toestaan. Deze dient eventueel te worden verlengd in functie van het belang van de verbeteringen of aanvullingen, opdat de kandidaten of inschrijvers nog over een voldoende termijn zouden beschikken om met het bericht rekening te kunnen houden. Art. 32.Zoals de huidige reglementering bepaalt het eerste lid van dit artikel dat de bewijslast van de verzending van de aankondiging van opdracht bij de aanbestedende overheid ligt. Het tweede lid bevat de nieuwe bepaling dat de bevestiging van de verzending van de inlichtingen strekt tot bewijs van de bekendmaking van de aankondiging. Afdeling
- - Europese drempels Art. 33.Dit artikel vermeldt de Europese drempelbedragen. De opdrachten waarvan de geraamde waarde de in dit artikel vastgelegde bedragen bereikt of overschrijdt, zijn onderworpen aan de Europese bekendmaking. Overeenkomstig artikel 3 gaat het om bedragen zonder belasting over de toegevoegde waarde. Naargelang de aard van de opdracht, zijn de volgende drempels van toepassing : 1° voor de werken, 5.000.000 euro. Het begrip "werken" omvat ook de bouwwerken, zoals uiteengezet in de memorie van toelichting van artikel 3, 2°, van het wetsontwerp; 2° voor de leveringen en diensten, 400.000 euro. De Europese Commissie kan het bedrag van de Europese drempels herzien overeenkomstig artikel 68 van Richtlijn 2009/81/EG. Dit is de reden waarom de Eerste Minister, op grond van artikel 46, § 2, van de wet belast is met de aanpassing van de bedragen van dit besluit op basis van de door de Europese Commissie verrichte herzieningen. Art. 34.Dit artikel betreffende de opdrachten in percelen, neemt de bepalingen over van de huidige reglementering en verruimt ze tot de homogene leveringen. Onder homogene leveringen moeten leveringen worden verstaan van dezelfde aard en met dezelfde of een vergelijkbare bestemming. In dat geval moeten de bedragen van alle percelen worden samengevoegd teneinde te bepalen of de Europese drempel is bereikt. Als dat zo is, zijn alle percelen onderworpen aan de Europese bekendmaking. De aanbestedende overheid kan nochtans gebruik maken van de in dit artikel vermelde mogelijkheid om percelen waarvan het individuele bedrag kleiner is dan 1.000.000 euro voor werken en 80.000 euro voor diensten en nu ook voor homogene leveringen aan de Europese bekendmaking te onttrekken. Hiervoor geldt evenwel als voorwaarde dat het samengevoegde bedrag van de onttrokken percelen niet meer bedraagt dan twintig percent van het bedrag van het geheel van alle percelen. Een dergelijke bepaling maakt het mogelijk deze percelen met een beperkte waarde enkel op nationaal niveau bekend te maken, daar deze immers vooral interessant zijn voor kleine en middelgrote ondernemingen. De waarde van deze percelen wordt niettemin in aanmerking genomen voor de raming van de opdracht overeenkomstig de artikelen 25 tot
- Een voorbeeld zou kunnen zijn, een bouwwerk met een geraamd bedrag van 5,5 miljoen euro en verdeeld in vier percelen van respectievelijk : - perceel " ruwbouw" = 4 miljoen euro - perceel "speciale technieken" = 0,7 miljoen euro - perceel "schrijnwerk" = 0,5 miljoen euro - perceel "afwerking" = 0,3 miljoen euro. De aanbestedende overheid mag de percelen "speciale technieken" en "schrijnwerk" niet onttrekken aan de Europese bekendmaking. Alhoewel de individuele waarde van deze verschillende percelen inderdaad minder bedraagt dan 1 miljoen euro, is hun samengevoegd bedrag evenwel hoger dan 20 % van het opdrachtbedrag, d.w.z. 1,1 miljoen euro. De percelen "schrijnwerk" en "afwerking" kunnen daarentegen wel aan de Europese bekendmaking worden onttrokken, omdat de individuele waarde van deze verschillende percelen minder bedraagt dan 1 miljoen euro en hun samengevoegd bedrag lager is dan 20 % van het opdrachtbedrag, d.w.z. 1,1 miljoen euro. Hetzelfde zou gelden voor het perceel "speciale technieken". In deze gevallen dienen de andere percelen vanzelfsprekend te worden bekendgemaakt op Europees niveau, zelfs indien de totale waarde van die percelen de Europese drempel niet bereikt. In het eerst geciteerde voorbeeld vertegenwoordigen de percelen "ruwbouw" en "speciale technieken" slechts een bedrag van 4,7 miljoen euro. Niettemin moeten ze worden bekendgemaakt omdat rekening moet worden gehouden met de geraamde waarde van de onttrokken percelen bij het bepalen van de globale waarde van de opdracht (rekening houdend met de huidige Europese drempel van 5.000.000 euro). De onttrokken percelen worden gegund bij aanbesteding, offerteaanvraag of onderhandelingsprocedure met bekendmaking en bekendgemaakt op Belgisch niveau. Het gebruik van een onderhandelingsprocedure zonder bekendmaking is evenwel uitgesloten, behoudens in de gevallen bedoeld in artikel 110, § 1, 3° en 4°. Afdeling
- - Europese bekendmaking Art. 35.Dit artikel bepaalt dat deze afdeling van toepassing is op de opdrachten onder de tweeledige voorwaarde dat ze de Europese drempels bereiken en onderworpen zijn aan de Europese bekendmaking. Deze tweede voorwaarde sluit de opdrachten uit waarop de wet van toepassing is, maar die niet Europees moeten worden bekendgemaakt, zoals de zeldzame defensieopdrachten waarop artikel 346, § 1, b, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie van toepassing is. Art. 36.Dit artikel somt de aankondigingen op die vorm geven aan de Europese bekendmaking, namelijk de vooraankondiging, de aankondiging van opdracht en de aankondiging van gegunde opdracht. Er wordt verwezen naar de commentaar van de artikelen 37 en volgende. Art. 37.Dit artikel neemt bepalingen over vervat in de huidige reglementering betreffende de bekendmaking van de vooraankondiging en de inhoud ervan. De bedoelde werken en bouwwerken zijn die waarvan de geraamde waarde minimum 5.000.000 euro bedraagt. Wat de leveringen betreft, heeft de vooraankondiging betrekking op alle opdrachten die individueel waarschijnlijk de drempel voor de Europese bekendmaking bereiken en ingedeeld zijn per productgroep. De "productgroepen" worden aangeduid met de eerste drie cijfers van de basiswoordenlijst van de CPV-nomenclatuur (gemeenschappelijke woordenlijst overheidsopdrachten, goedgekeurd bij verordening (EG) nr. 213/2008 van de Commissie van 28 november 2007 tot wijziging van Verordening (EG) nr. 2195/2002 van het Europees Parlement en de Raad betreffende de gemeenschappelijke woordenlijst overheidsopdrachten (CPV) en tot wijziging van de Richtlijnen 2004/17/EG en 2004/18/EG van het Europees Parlement en de Raad inzake de procedures voor het plaatsen van overheidsopdrachten, in verband met de herziening van de CPV (PBEU L-74 van 15 maart 2008). Het is overigens nuttig eraan te herinneren dat de raamovereenkomst valt onder het begrip opdracht als bedoeld in dit ontwerp. Daarmee wordt meteen ook een antwoord geboden op de opmerking in punt 6.4 van het advies van de Raad van State, waarin erop wordt gewezen dat de bepalingen van artikel 30.1, eerste en tweede alinea, van Richtlijn 2009/81/EG ook betrekking hebben op raamovereenkomsten. De bedoeling van de in het ontwerp opgenomen functionele definitie van opdracht, die de raamovereenkomst dus omvat, is net om dergelijke expliciete herhalingen te vermijden. Wat de diensten betreft, heeft de vooraankondiging betrekking op alle opdrachten die individueel de drempel voor de Europese bekendmaking bereiken en ingedeeld zijn volgens de categorieën van bijlage 1 van de wet. Artikel 37 verduidelijkt dat de bekendmaking van een dergelijke aankondiging slechts verplicht is wanneer de aanbestedende overheid de termijn voor de ontvangst van de offertes wenst in te korten overeenkomstig artikel 48 van het besluit. Indien dit niet in haar bedoeling ligt, is de bekendmaking facultatief, maar laat deze geen inkorting van de termijnen toe. Nochtans dient men zich bewust te zijn van het belang dat deze informatie over mogelijke geplande opdrachten voor de ondernemingen kan hebben. De bekendmaking van een vooraankondiging maakt het immers mogelijk dat de ondernemers zich voorbereiden op de deelname aan de aldus aangekondigde procedures en dat de aanbestedende overheden voordeel kunnen halen uit een eventuele verruiming van de mededinging. Dit is de reden waarom paragraaf 2 bepaalt dat de bekendmaking van een dergelijke aankondiging zo vlug mogelijk moet gebeuren na het begin van het begrotingsjaar of, voor de werken, na de beslissing tot goedkeuring van het programma waarin de werken of de raamovereenkomsten zijn opgenomen. In die omstandigheden zal een vooraankondiging immers het meest nuttig zijn. Dit belet evenwel niet dat later in de loop van het begrotingsjaar een bekendmaking kan plaatsvinden indien, bijvoorbeeld, nieuwe opdrachten worden uitgeschreven. Bovendien wordt de bepaling vervat in artikel 32.5, van Richtlijn 2009/81/EG vooralsnog niet omgezet in dit ontwerp. Volgens deze bepaling kan de aanbestedende overheid de vooraankondiging, via haar kopersprofiel, bekendmaken op een website. Een dergelijke bepaling is immers complex omdat de aanbestedende overheid zelfs in dat geval de Europese Commissie moet informeren over deze bekendmaking via haar kopersprofiel. Bovendien zou het overaanbod van dergelijke websites de ondernemingen minder transparante informatie bieden dan de officiële bekendmaking in het Publicatieblad van de Europese Unie en in het Bulletin der Aanbestedingen. Art. 38.Dit artikel betreft de bekendmaking van de aankondiging van opdracht. Hij is eveneens toepasselijk op de concurrentiedialoog. Artikel 38 is niet van toepassing op de opdrachten voor diensten bedoeld in bijlage 2 van de wet, daar deze niet verplicht zijn onderworpen aan een voorafgaande Europese bekendmaking. Art. 39.Dit artikel bevat de bepalingen betreffende de aankondiging van gegunde opdracht. Ongeacht de gebruikte procedure en dus ook in geval van concurrentiedialoog en onderhandelingsprocedure zonder bekendmaking bij de aanvang van de procedure als bedoeld in artikel 25 van de wet, wordt een aankondiging van gegunde opdracht bekendgemaakt conform het model hernomen in Verordening (EG) nr. 1564/
- Overeenkomstig paragraaf 1 moet deze aankondiging worden verzonden binnen een termijn van achtenveertig dagen na de sluiting van de opdracht. Deze aankondiging is bestemd voor bekendmaking in het Publicatieblad van de Europese Unie en in het Bulletin der Aanbestedingen. Een aankondiging van gegunde opdracht is evenwel niet vereist voor de opdrachten gesloten via onderhandelingsprocedure op grond van artikel 25, 1°, b, van de wet, d.w.z. voor de opdrachten waarvoor artikel 346 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie mag worden ingeroepen. Volgens paragraaf 2 mag de aanbestedende overheid bepaalde gegevens niet bekendmaken indien de openbaarmaking ervan de toepassing van een wet zou belemmeren, in strijd zou zijn met het algemeen belang, met name defensie- en veiligheidsbelangen zou schaden, nadelig zou zijn voor de rechtmatige commerciële belangen van ondernemingen of de eerlijke mededinging tussen hen zou kunnen schaden. Deze bepaling wordt onder meer geïllustreerd door de volgende rechtspraak : Hof van Justitie van de Europese Unie, arrest van 14 februari 2008, zaak C-450/06, Varec; Raad van State, arrest nr. 164.028 van 24 oktober 2006; Grondwettelijk Hof, arrest nr. 118/2007 van 19 september
- Afdeling
- - Belgische bekendmaking Art. 40.Dit artikel leidt afdeling 4 in die de na te leven bekendmakingsregels bevat voor de opdrachten die enkel onderworpen zijn aan de Belgische bekendmaking. Deze afdeling heeft betrekking op de opdrachten voor werken en leveringen, alsook de opdrachten voor diensten zoals vermeld in bijlage 1 van de wet waarvan de geraamde waarde lager ligt dan de Europese drempels vermeld in artikel 33 van dit besluit. Voor de opdrachten voor diensten zoals vermeld in bijlage 2 van de wet, zijn de bepalingen van afdeling 4 van toepassing, ongeacht de geraamde waarde van de opdracht, behalve indien toepassing wordt gemaakt van de onderhandelingsprocedure zonder bekendmaking. Wat de Europese bekendmaking betreft, zijn deze diensten immers enkel onderworpen, onder de voorwaarden van artikel 39, § 2, aan de verplichting om een aankondiging van gegunde opdracht op te stellen wanneer ze de Europese drempels bereiken. Een bekendmaking op Belgisch niveau is daarentegen vereist bij aanbesteding, offerteaanvraag, onderhandelingsprocedure met bekendmaking, vereenvoudigde onderhandelingsprocedure met bekendmaking en concurrentiedialoog. Art. 41.Dit artikel strekt tot de bekendmaking van een aankondiging van opdracht voor de in deze bepaling vermelde procedures. Voor de open procedure moet het model in bijlage 4 gebruikt worden omdat deze procedure niet voorkomt in de richtlijn. De Europese modellen moeten daarentegen gebruikt worden voor alle andere procedures, inbegrepen het geval van de vereenvoudigde onderhandelingsprocedure met bekendmaking. Enkel de essentiële inlichtingen als bedoeld in paragraaf 2 moeten in de aankondiging worden vermeld. Het in de bepaling onder 2° van paragraaf 2 vermelde begrip "soort opdracht" heeft respectievelijk betrekking op de werken, leveringen en diensten. Het begrip "kostprijs", waarvan sprake in punt 4°, wijst erop dat de eventueel aan de geïnteresseerden gevraagde betaling enkel betrekking mag hebben op de kosten voor het kopiëren en verzenden van de opdrachtdocumenten. Zoals uiteengezet in de commentaar bij artikel 30, kunnen sommige inlichtingen verstrekt worden via een internetadres. Art. 42.Dit artikel handelt over de opstelling van een lijst van geselecteerden en de uitwerking van een kwalificatiesysteem. Het gaat om twee systemen die kaderen in de administratieve vereenvoudiging en die kunnen worden toegepast voor gelijkaardige opdrachten die worden geplaatst bij beperkte procedure en onderhandelingsprocedure met bekendmaking, zonder dat deze systemen het plaatsen van een afzonderlijke opdracht via de bekendmaking van een aankondiging van opdracht evenwel in de weg staan. Overeenkomstig paragraaf 2 kan de bekendmaking van meerdere aankondigingen op Belgisch niveau, voor gelijkaardige opdrachten worden vervangen door één enkele periodieke bekendmaking van een aankondiging die betrekking heeft op het opmaken van een lijst van geselecteerde aannemers, leveranciers en dienstverleners, rekening houdend met de aard en het voorwerp van de betrokken opdrachten. Een vergelijkbare bepaling is opgenomen in de huidige reglementering. Het na te leven model van aankondiging is opgenomen in bijlage 5 van het ontwerp. De geldigheidstermijn van deze lijst wordt door dit ontwerp verlengd van één tot maximum drie jaar vanaf de datum van de selectiebeslissing. Tijdens deze periode blijft de lijst gesloten voor nieuwe kandidaten. Wanneer tijdens de geldigheidsperiode een beroep wordt gedaan op de lijst om een hier bedoelde opdracht te gunnen, moet de aanbestedende overheid alle geselecteerden gelijktijdig verzoeken een offerte in te dienen. Deze lijst moet ervoor zorgen dat de aanbestedende overheden die opdrachten gunnen die in de loop van een bepaalde periode een zekere regelmaat vertonen op grond van de aard en de omvang van de prestaties, de administratieve lasten kunnen verminderen op het vlak van de bekend te maken aankondigingen, terwijl een voldoende transparantie van de procedures gewaarborgd blijft. Wat de opdrachten voor werken betreft, zal de toepassing van het lijstsysteem niet enkel beperkt zijn door de Europese drempel, maar ook op basis van de wetgeving houdende regeling van de erkenning van aannemers van werken. Paragraaf 3 voegt een bepaling in die tot op heden enkel toepasselijk is in de speciale sectoren. De aanbestedende overheid kan voor gelijkaardige opdrachten die niet onderworpen zijn aan een verplichte bekendmaking op Europees niveau, een kwalificatiesysteem instellen dat beheerd wordt op basis van criteria en voorschriften, overeenkomstig hoofdstuk 6, welke aan de belangstellenden worden meegedeeld. Dit systeem staat tijdens de duur ervan permanent open voor belangstellende ondernemingen die een kwalificatie wensen te bekomen. In tegenstelling tot de lijst van geselecteerden, biedt het kwalificatiesysteem de aanbestedende overheid de mogelijkheid een aantal gekwalificeerde ondernemingen te kiezen die zij uitnodigt tot het indienen van een offerte, rekening houdend met het minimumaantal concurrenten als bedoeld in artikel
- Volgens paragraaf 3 wordt de aankondiging betreffende het kwalificatiesysteem jaarlijks bekendgemaakt, conform het model in bijlage 6 van het ontwerpbesluit, alsook na elke actualisering van de voorschriften en criteria betreffende het toegangsrecht en de kwalitatieve selectie. Het is immers de bedoeling ervoor te zorgen dat het systeem voldoende transparant is. Het laatste lid van paragraaf 3 bepaalt dat, rekening houdend met het voorwerp en de specificaties van elke opdracht uitgeschreven in het kader van dat systeem en met het aantal gekwalificeerde kandidaten, de aanbestedende overheid kan overgaan tot een nieuwe selectie van de gekwalificeerden op grond van de artikelen 69 tot 84 Deze selectiebeslissing valt uiteraard onder de toepassing van de bepalingen inzake motivering en informatie. HOOFDSTUK
- - Indiening aanvragen tot deelneming en offertes Afdeling
- - Termijnen. - Algemene bepalingen Art. 43.Artikel 43, eerste lid, herinnert aan het algemeen principe volgens hetwelk de termijnen voor de ontvangst van de aanvragen tot deelneming en de offertes, als bedoeld in de artikelen 48 tot 51, minimumtermijnen zijn, die moeten worden bepaald rekening houdend met de complexiteit van de opdracht en met de nodige voorbereidingstijd van de offerte. Hierbij moet worden opgemerkt dat alle termijnen worden uitgedrukt in kalenderdagen. Ze worden berekend vanaf de verzending van de aankondiging van opdracht of de uitnodiging tot het indienen van een offerte, naargelang het geval, overeenkomstig de modaliteiten van het recht van de Europese Unie houdende vaststelling van de regels die van toepassing zijn op termijnen, data en aanvangs- en vervaltijden als bedoeld in Verordening (EEG, Euratom) nr. 1182/71 van de Raad van 3 juni 1971 houdende vaststelling van de regels die van toepassing zijn op termijnen, data en aanvangs- en vervaltijden. Volgens artikel 3 van deze verordening : - gaat een in dagen omschreven termijn in bij de aanvang van het eerste uur van de eerste dag ervan en loopt deze af bij het einde van het laatste uur van de laatste dag ervan; - zijn feestdagen, zondagen en zaterdagen bij de termijnen inbegrepen, behalve indien deze dagen daarvan uitdrukkelijk zijn uitgesloten of indien de termijnen in werkdagen zijn omschreven; - geldt dat, indien de laatste dag van een anders dan in uren omschreven termijn een feestdag, een zaterdag of een zondag is, deze termijn afloopt bij het einde van het laatste uur van de daaropvolgende werkdag. Deze laatste bepaling is niet van toepassing op termijnen die met terugwerkende kracht vanaf een bepaalde datum of gebeurtenis worden berekend, wat hier niet het geval is. Wanneer bijvoorbeeld in het kader van een opdracht onderworpen aan de Belgische bekendmaking geplaatst via een open procedure, waarvoor een bekendmakingstermijn van 36 dagen geldt, de aankondiging is verzonden op 1 maart, begint de termijn te lopen op 2 maart en eindigt deze ten vroegste op 6 april middernacht. De openingszitting van de offertes zal dan niet kunnen plaatsvinden op 6, maar wel op 7 april. Indien 7 april echter op een zaterdag valt, zal de openingszitting ten vroegste kunnen plaatsvinden bij het verstrijken van de eerstvolgende werkdag (dit is maandag 9 april om middernacht), d.w.z. op dinsdag 10 april. Het tweede lid handelt over bepaalde omstandigheden die een rol spelen bij de vaststelling van de termijn. Het derde en vierde lid die overeenstemmen met de huidige reglementering, preciseren de omstandigheden waarin de proceduretermijnen moeten worden verlengd. Het laatste lid bevat een nieuwe bepaling voor de gevallen waarin de artikelen 48 tot 51 geen termijnen vaststellen (bijvoorbeeld voor de ontvangst van de offertes bij onderhandelingsprocedure met bekendmaking en bij concurrentiedialoog en voor de ontvangst van de aanvragen tot deelneming bij concurrentiedialoog beneden de Europese drempels). In deze gevallen bepaalt de aanbestedende overheid een passende en redelijke termijn, rekening houdend met de complexiteit van de opdracht. Art. 44.Zoals de huidige reglementering bepaalt dit artikel, dat bij open procedure, de opdrachtdocumenten door de aanbestedende overheid worden verstrekt binnen zes dagen na ontvangst van het verzoek. Deze bepaling is ook toepasselijk op de vereenvoudigde ondehandelingsprocedure met bekendmaking. Een nieuwe bepaling ten opzichte van de huidige reglementering vermeldt evenwel dat dit voorschrift niet van toepassing is indien de aanbestedende overheid via het aangeduid internetadres vrije, rechtstreekse, onmiddellijke en volledige toegang biedt tot de opdrachtdocumenten. Art. 45.Zoals de huidige reglementering bepaalt dit artikel, binnen welke termijn de aanvullende inlichtingen over de opdrachtdocumenten maar hier ook, bij concurrentiedialoog, over het beschrijvend document, moeten worden verstrekt. Deze kunnen worden meegedeeld tijdens een bij voorkeur in de opdrachtdocumenten aangekondigde informatiesessie georganiseerd door de aanbestedende overheid. Art. 46.Dit artikel brengt een precisering die evenwel niets verandert aan de bestaande praktijk bij aanbesteding en offerteaanvraag. Indien een openingszitting van de offertes vereist is in het kader van de procedure - dus bij aanbesteding en offerteaanvraag - of indien de opdrachtdocumenten verwijzen naar een openingszitting van de aanvragen tot deelneming of offertes, alhoewel de reglementering die niet oplegt, wordt het uiterste tijdstip voor de indiening bepaald door de datum en het uur van deze zitting. Bijgevolg mag de aanbestedende overheid geen aanvragen tot deelneming of offertes weigeren die bij de voorzitter van de openingszitting vóór die datum en dat uur zijn toegekomen. Indien de opdrachtdocumenten bijvoorbeeld vermelden dat de offertes tegen 12 uur moeten worden ingediend en de openingszitting gepland is om 14 uur, kunnen de offertes tot 14 uur worden ingediend in het lokaal van de openingszitting. Het vrijwillig organiseren van een openingszitting impliceert vanzelfsprekend niet dat de artikelen 97 tot 99 betreffende het verloop van de openingszitting bij aanbesteding en offerteaanvraag eveneens van toepassing zouden zijn. Afdeling
- - Termijnen bij Europese bekendmaking Art. 47.Dit artikel dat nieuw is in vergelijking met de huidige reglementering leidt afdeling 2 in die de na te leven termijnen bevat bij Europese bekendmaking. Art. 48.Paragraaf 1 van dit artikel neemt een aantal bepalingen over van de huidige reglementering. Hij bepaalt voor de beperkte procedures, de onderhandelingsprocedure met bekendmaking en voortaan ook voor de concurrentiedialoog de minimumtermijn voor de ontvangst van de aanvragen tot deelneming bij opdrachten onderworpen aan de Europese bekendmaking. Het tweede en derde lid betreffen evenwel nieuwe bepalingen die een inkorting van de ontvangsttermijn van de aanvragen tot deelneming mogelijk maken wanneer de aankondiging online wordt opgesteld en via elektronische middelen wordt verzonden, conform het formaat en de verzendingswijze bepaald door het Bureau voor Publicaties van de Europese Unie en de Federale Overheidsdienst Personeel en Organisatie. Volgens het tweede lid kan de termijn met zeven dagen worden ingekort wanneer de aankondiging via elektronische middelen wordt verzonden. Het derde lid, betreffende de versnelde procedure, bepaalt dat de ontvangsttermijn voor de aanvragen tot deelneming bij beperkte procedure en onderhandelingsprocedure met bekendmaking mag worden ingekort tot een minimumtermijn van vijftien dagen vanaf de verzendingsdatum van de aankondiging en tot tien dagen wanneer de aankondiging online wordt opgesteld en via elektronische middelen wordt verzonden, conform het formaat en de voormelde modaliteiten. Het spoedeisend karakter dat het gebruik van een versnelde procedure rechtvaardigt, is verschillend van de dwingende spoed die voortvloeit uit onvoorziene gebeurtenissen die niet te wijten zijn aan de aanbestedende overheid als bedoeld in artikel 25, 1°, f, van de wet. Deze laatste omstandigheden zouden immers het gebruik van een onderhandelingsprocedure zonder bekendmaking rechtvaardigen. Het spoedeisend karakter waarvan hier sprake, vloeit voort uit een rechts- of feitelijke toestand, intern of extern aan de aanbestedende overheid, die een inkorting van de gewone minimumtermijn noodzakelijk maakt in dit stadium van de procedure. In de volgende voorbeelden is de verantwoording in principe aanvaardbaar : - de dienstverlening aan de strijdkrachten moet worden voortgezet ondanks de onverwachte stopzetting van de activiteiten van de opdrachtnemer; - de onvoorziene toename van de bestellingen van de uitrusting die het voorwerp uitmaakt van de opdracht op internationaal niveau leidt tot een verlenging van de productietermijnen; - de Europese kredieten of andere subsidies moeten verplicht binnen een bepaalde termijn worden gebruikt; - de continuïteit en permanentie van een strategisch communicatieplan dienen te worden gewaarborgd, terwijl de omschrijving van de behoeften van de aanbestedende overheid afhankelijk was van haar beheersovereenkomst die te laat werd goedgekeurd; - de werken moeten snel worden opgestart teneinde de betaling van een dwangsom of het verstrijken van de bouwvergunning te vermijden; - de beschikbaarheid van nieuwe infrastructuur is vereist op de voorziene datum voor de opvang van eenheden; - de prijs van de betrokken producten is onderhevig aan grote schommelingen op de internationale markt, zodat de leveranciers geen verbintenis kunnen aangaan anders dan op zeer korte termijn. Vormen daarentegen geen aanvaardbare verantwoording, de loutere vermelding dat : - de aankondiging werd verstuurd via elektronische middelen; - de prestaties enkel door personen die een bepaald beroep uitoefenen, mogen worden uitgevoerd; - de gewone termijn niet haalbaar is; - een bepaald artikel van de reglementering betreffende de versnelde procedure van toepassing is. Geen van de bovenstaande voorbeeldlijsten zijn limitatief te interpreteren. Paragraaf 2 handelt over de minimumtermijn voor de ontvangst van de offertes bij beperkte procedure, voor de opdrachten onderworpen aan de Europese bekendmaking en de mogelijke inkortingen van deze termijn. Ten opzichte van de huidige reglementering, doen zich de volgende wijzigingen en nieuwigheden voor : - de mogelijke inkorting van de termijnen tot zesentwintig dagen wanneer een vooraankondiging werd bekendgemaakt, wordt op zesendertig en tweeëntwintig dagen gebracht; - een bijkomende inkorting met vijf dagen is mogelijk wanneer elektronische middelen worden gebruikt overeenkomstig § 1, tweede lid; - in verband met de versnelde bekendmaking wordt nu gepreciseerd dat de snelst mogelijke middelen voor de verzending van de uitnodigingen tot het indienen van een offerte de telefax of de elektronische middelen zijn. Bij onderhandelingsprocedure met bekendmaking en concurrentiedialoog wordt geen termijn bepaald voor de ontvangst van de offertes. Het komt in die gevallen aan de aanbestedende overheid toe om een passende en redelijke termijn te bepalen, rekening houdend met de complexiteit van de opdracht. Afdeling
- - Termijnen bij Belgische bekendmaking Art. 49.Dit artikel is een inleidende bepaling voor de afdeling betreffende de termijnen bij Belgische bekendmaking. Art. 50.Dit artikel betreft de minimumtermijn voor de ontvangst van de offertes bij open procedure, voor de opdrachten onderworpen aan de Belgische bekendmaking. Het is eveneens van toepassing op de vereenvoudigde onderhandelingsprocedure met bekendmaking, aangezien deze, net als de open procedure, uit één enkele fase bestaat. De termijn voor de ontvangst van de offertes bij open procedure, die nu bij algemene regel op zesendertig dagen is vastgesteld, maakt nu een minimumtermijn uit. Bovendien wordt deze minimumtermijn voor de vereenvoudigde onderhandelingsprocedure met bekendmaking op tweeëntwintig dagen vastgesteld. Wanneer het om dringende redenen onmogelijk is om bovengenoemde minimumtermijnen na te leven, is voor beide procedures een inkorting tot minimum tien dagen mogelijk. In tegenstelling tot de Europese bekendmaking, geldt voor de vermindering van de termijn op het niveau van de Belgische bekendmaking nog een tweede vereiste. De aankondiging moet namelijk online worden opgesteld, wat het gebruik van de telefax uitsluit, en via elektronische middelen worden verzonden, conform het formaat en de verzendingswijze bepaald door de Federale Overheidsdienst Personeel en Organisatie. Daarentegen is het niet meer noodzakelijk dat tussen de datum van bekendmaking van de aankondiging in het Bulletin der Aanbestedingen en de datum voor de ontvangst van de offertes, een minimumtermijn van zeven dagen wordt nageleefd. Het gebruik van elektronische middelen verzekert immers een zeer vlugge bekendmaking van de aankondigingen van opdrachten. Een dergelijke inkorting mag evenwel het normale verloop van de mededinging niet verhinderen. De aanbestedende overheid zal dus voorzichtig moeten omspringen met deze mogelijkheid. Bovendien moet deze inkorting, alhoewel een uitdrukkelijk gemotiveerde beslissing niet vereist is, gerechtvaardigd worden in het gunningsdossier. Wat betreft de motivering voor de termijninkorting kan worden verwezen naar de voorbeelden vermeld in de commentaar van artikel
- Art. 51.Paragraaf 1 van dit artikel bevat de voorschriften inzake de na te leven minimumtermijn voor de ontvangst van de aanvragen tot deelneming bij beperkte procedure en bij onderhandelingsprocedure met bekendmaking voor de opdrachten onderworpen aan de Belgische bekendmaking. Paragraaf 2 bevat de voorschriften inzake de minimumtermijn voor de ontvangst van de offertes bij de beperkte procedure. In verband met de versnelde procedure wordt voortaan gepreciseerd dat de aankondiging van opdracht moet worden verzonden per telefax of via elektronische middelen. Afdeling
- - Uitnodiging geselecteerden tot indiening offerte Art. 52.Dit artikel bevat bepalingen die vergelijkbaar zijn met die van de huidige reglementering. Het eerste lid bepaalt dat bij beperkte procedure en onderhandelingsprocedure met bekendmaking, de geselecteerden gelijktijdig en schriftelijk worden uitgenodigd om een offerte in te dienen. Het tweede lid preciseert de documenten en inlichtingen die de uitnodiging tot het indienen van een offerte moet bevatten. Dezelfde bepaling is voortaan van toepassing zowel op de opdrachten die onderworpen zijn aan de Europese bekendmaking, als op die welke enkel onderworpen zijn aan de Belgische bekendmaking. Wat de in de uitnodiging te vermelden gegevens betreft, moet worden gewezen op de volgende bepalingen : - in de bepaling onder 1°, a, de mogelijkheid om met elektronische middelen vrije, rechtstreekse, onmiddellijke en volledige toegang te bieden tot de opdrachtdocumenten; - in de bepaling onder 1°, b, de vermelding van de kostprijs van de opdrachtdocumenten wanneer hun afgifte betalend is. Onder verwijzing naar de omzendbrief van de Eerste Minister van 11 november 2010 (Belgisch Staatsblad, 22 november 2010) wordt eraan herinnerd dat de kostprijs enkel de kosten voor het kopiëren van de documenten en eventueel de frankeerkosten omvatten; - in de bepaling onder 3°, a, de datum, het uur en de plaats van de openingszitting van de offertes indien de gunningsprocedure of de opdrachtdocumenten daarin voorzien. Volgens de reglementering is een openingszitting enkel verplicht bij aanbesteding en offerteaanvraag. Het staat een aanbestedende overheid evenwel vrij een dergelijke zitting te organiseren bij andere procedures dan de bovengenoemde; - in de bepaling onder 4°, de aanduiding van de eventueel toe te voegen documenten. Het gaat meer bepaald om documenten die worden toegevoegd, hetzij ter staving van de door de inschrijver overeenkomstig artikel 60 verstrekte controleerbare verklaringen, hetzij ter aanvulling van de in dat artikel vermelde inlichtingen en dit onder dezelfde voorwaarden als gesteld in de artikelen 69 tot 81; - in de bepaling onder 5°, de vermelding " al naargelang" met betrekking tot de weging van de gunningscriteria, dat eraan herinnert dat de algemene wegingsregel enkel van toepassing is op de opdrachten die de Europese drempels bereiken en, wat de onderhandelingsprocedure zonder bekendmaking betreft, dat deze regel enkel van toepassing is wanneer meerdere concurrenten worden geraadpleegd. De weging is evenmin verplicht voor de diensten bedoeld in bijlage 2 van de wet. Voor de concurrentiedialoog zijn de overeenkomstige bepalingen overgenomen in de artikelen 116 en volgende. Afdeling
- - Indieningsrecht en Bwijze aanvragen tot deelneming en offertes Art. 53.Dit artikel gaat nader in op de indieningswijze van de aanvragen tot deelneming en de offertes. Zoals de huidige reglementering bepaalt paragraaf 1, eerste lid, dat elke aanvraag tot deelneming individueel en schriftelijk of telefonisch moet worden ingediend. Het vervolg van paragraaf 1 verduidelijkt dat indien de aanvraag tot deelneming per telefax of via een elektronisch middel gebeurt, met het oog op een juridisch bewijs een schriftelijke bevestiging kan worden geëist. Wat het elektronisch middel betreft, is deze bevestiging evenwel enkel vereist wanneer dat middel niet voldoet aan de voorschriften van artikel 54, §
- Een schriftelijke bevestiging is daarentegen verplicht ingeval van een telefonische aanvraag tot deelneming. Behalve voor de documenten waarvan het origineel moet worden voorgelegd, dient de bevestiging de reeds per telefax ingediende aanvraag niet volledig over te nemen, maar betrekking te hebben op de indiening zelf. Zoals de huidige reglementering worden de indienings- en ondertekeningswijzen van de offertes door middel van paragraaf 2 uitgebreid naar alle gunningsprocedures, met uitzondering van de onderhandelingsprocedure zonder bekendmaking. De offerte wordt schriftelijk ingediend en moet worden ondertekend door de persoon of personen die bevoegd of gemachtigd zijn om de inschrijver te verbinden. Onder "ondertekening" wordt begrepen : - de ondertekening door de inschrijver-natuurlijke persoon; - de ondertekening door de natuurlijke persoon die bevoegd is om de inschrijver-rechtspersoon te verbinden krachtens de wet vennootschappen of andere wettelijke of reglementaire bepalingen en de toepasselijke statutaire bepalingen; - de ondertekening door een natuurlijke of rechtspersoon, die gemachtigd is de inschrijver-natuurlijke of rechtspersoon te verbinden. Dit voorschrift geldt eveneens voor alle personen die samen een aanvraag tot deelneming indienen en de intentie hebben om na hun selectie een combinatie zonder rechtspersoonlijkheid op te richten. Art. 54.Dit artikel betreffende het gebruik van elektronische middelen voor het indienen van aanvragen tot deelneming of offertes neemt een aantal bepalingen over van de huidige reglementering. Paragraaf 1 van dit artikel bepaalt vervolgens de na te leven minimumvoorwaarden wanneer elektronische middelen worden gebruikt. Deze voorwaarden stemmen inhoudelijk overeen met die van de huidige reglementering. Wat de opgesomde voorwaarden betreft, zijn enkel die vermeld in punt 1°, betreffende de elektronische handtekening, de te nemen maatregelen in geval van ontdekking van een computervirus (punt 2° ) alsook die betreffende de automatische vaststelling van het precieze tijdstip van ontvangst (punt 3° ) tegelijk van toepassing op de kandidaten of inschrijvers, en op de aanbestedende overheid. De overige voorwaarden zijn enkel van toepassing op de aanbestedende overheid. De tekst verduidelijkt in het laatste lid dat de voorwaarden van 3° tot 8° niet toepasselijk zijn op de met elektronische middelen opgestelde offertes die niet via deze middelen worden overgelegd. Het is immers mogelijk dat een schriftelijk stuk wordt opgesteld via elektronische middelen en via andere middelen wordt verzonden. Zo bijvoorbeeld wanneer het wordt weggeschreven naar een materiële informaticadrager (hardware) zoals CD, DVD, USB-apparaat, ... In dit geval zijn de regels voor de verzending per brief of per drager van toepassing. Volgens de bepaling onder 1° moet de handtekening een geavanceerde elektronische handtekening met een gekwalificeerd certificaat zijn, zoals bedoeld in Richtlijn 1999/93/EG van het Europees Parlement en de Raad van 13 december 1999 betreffende een gemeenschappelijk kader voor de elektronische handtekeningen en zoals bedoeld in de wet van 25 maart 2003Relevante gevonden documenten type wet prom. 25/03/2003 pub. 28/03/2003 numac 2003000234 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet tot wijziging van de wet van 8 augustus 1983 tot regeling van een Rijksregister van de natuurlijke personen en van de wet van 19 juli 1991 betreffende de bevolkingsregisters en de identiteitskaarten en tot wijziging van de wet van 8 augustus 1983 tot regeling van een Rijksregister van de natuurlijke personen sluiten tot wijziging van de wet van 8 augustus 1983 tot regeling van een Rijksregister van de natuurlijke personen en van de wet van 19 juli 1991 betreffende de bevolkingsregisters en de identiteitskaarten en tot wijziging van de wet van 8 augustus 1983 tot regeling van een Rijksregister van de natuurlijke personen. Hieruit vloeit voort dat een aanvraag tot deelneming of offerte die werd ondertekend via een anoniem certificaat, moet worden verworpen. De geavanceerde elektronische handtekening garandeert o.a. de authenticiteit van de handtekening zelf maar ook de integriteit van de inhoud ervan. Zij laat bovendien perfect toe na te gaan of de offerte werd geopend of gewijzigd. Eén van de voorwaarden is dat de handtekening wordt gerealiseerd via een veilig middel voor het aanmaken van een handtekening. Volgens bijlage III van de wet van 9 juli 2001Relevante gevonden documenten type wet prom. 09/07/2001 pub. 29/09/2001 numac 2001011298 bron ministerie van economische zaken Wet houdende vaststelling van bepaalde regels in verband met het juridisch kader voor elektronische handtekeningen en certificatiediensten sluiten houdende vaststelling van bepaalde regels in verband met het juridisch kader voor elektronische handtekeningen en certificatiediensten, die Richtlijn 1999/93/EG omzet, moet een dergelijk middel, via passende technieken en procedures, ten minste waarborgen dat : - de gebruikte gegevens voor het aanmaken van een handtekening in de praktijk slechts eenmaal kunnen voorkomen en dat de vertrouwelijkheid ervan op redelijke wijze verzekerd is; - men redelijke zekerheid heeft dat de gebruikte gegevens voor het aanmaken van de handtekening niet door deductie kunnen worden achterhaald en dat de handtekening met de op dit ogenblik beschikbare technische middelen beschermd is tegen vervalsing; - de voor het aanmaken van de handtekening gebruikte gegevens door de legitieme ondertekenaar op betrouwbare wijze kunnen worden beschermd tegen het gebruik door anderen. Bovendien mogen de veilige middelen voor het aanmaken van een handtekening noch de te ondertekenen gegevens wijzigen, noch verhinderen dat die gegevens vóór het ondertekeningsproces aan de ondertekenaar worden voorgelegd. De bepalingen van Richtlijn 2000/31/EG van het Europees Parlement en de Raad van 8 juni 2000 betreffende bepaalde juridische aspecten van de diensten van de informatiemaatschappij, met name de elektronische handel, in de interne markt, zijn ook van toepassing op de verzending via elektronische middelen. Bovendien heeft de wet van 20 oktober 2000Relevante gevonden documenten type wet prom. 20/10/2000 pub. 22/12/2000 numac 2000010017 bron ministerie van justitie Wet tot invoering van het gebruik van telecommunicatiemiddelen en van de elektronische handtekening in de gerechtelijke en de buitengerechtelijke procedure sluiten het gebruik van telecommunicatiemiddelen en van de elektronische handtekening in de gerechtelijke en de buitengerechtelijke procedure ingevoerd. Volgens de bepaling onder 2° moet de integriteit van de inhoud van de verzending worden gewaarborgd. Zoals hierboven werd opgemerkt, is deze bepaling niet enkel van toepassing op de aanbestedende overheid, maar ook op de kandidaten of inschrijvers. Hieruit vloeit voort dat een aanvraag tot deelneming of offerte die een macro-opdracht bevat die het document kan wijzigen, zal worden geweerd. Macro-opdrachten die de inhoud van het document niet kunnen wijzigen, zijn daarentegen toegestaan. Er wordt voor dit punt verwezen naar de commentaar van artikel 6, §
- Volgens de bepaling onder 3° moet, wanneer een verzending via elektronische middelen gebeurt, het tijdstip van ontvangst van het document kunnen worden bewezen door overlegging van een ontvangstbewijs dat automatisch door de bestemmeling aan de afzender wordt verstrekt. Op technisch niveau dienen de automatisch verzonden ontvangstbewijzen ten minste de datum en het uur van ontvangst te vermelden, alsook een refertenummer en het aantal en de naam van de elementen waaruit het bericht bestaat, m.a.w. de bijlagen. Het is niet nodig een kopie van het ontvangen bericht als bijlage toe te voegen. Volgens de bepalingen onder 4° en 5° wordt het vertrouwelijk karakter van de aanvragen tot deelneming en de offertes gewaarborgd door een systeem dat redelijkerwijs verzekert dat de overgemaakte gegevens voor niemand toegankelijk zijn vóór de uiterste datum en dat elke inbreuk zal worden opgespoord. Het is de bedoeling om via deze vereiste een waarborg te bieden die minstens gelijkwaardig is aan die geboden door de vormvereiste van de definitief gesloten omslag en de verzending onder gewone of dubbele omslag in geval van overhandiging via een postaldienst. Volgens de bepalingen onder 6° en 7° mogen enkel de aangestelde personen die handelen in naam van de aanbestedende overheid, de data van opening van de overgelegde gegevens vastleggen of wijzigen en kunnen ze, door hun gelijktijdig optreden, toegang verlenen tot deze gegevens op de vastgelegde uiterste datum en uur. De overgemaakte gegevens betreffen zowel de aanvragen tot deelneming als de offertes, de wijzigingen en intrekkingen van offertes, alsook de plannen en ontwerpen bij een ontwerpenwedstrijd. Deze bepalingen zijn daarentegen niet van toepassing op het onderzoek van de elektronische aanvragen tot deelneming of offertes en evenmin op de procedures van interne controle bij de aanbestedende overheid. Volgens de bepaling onder 8° zijn die vertrouwelijke gegevens, zowel in het geval van een aanvraag tot deelneming als van een offerte, na de opening ervan alleen toegankelijk voor de tot inzage aangestelde personen. Volgens de bepaling onder 9° mogen de te gebruiken hulpmiddelen niet discriminerend zijn en moeten algemeen voor het publiek beschikbaar zijn en verenigbaar met algemeen gebruikte informatie- en communicatiemiddelen. Ze moeten beschikbaar zijn voor alle betrokkenen. Ze worden beschreven in de opdrachtdocumenten. Bijgevolg worden aanvragen tot deelneming of offertes die niet in overeenstemming zijn met de bepalingen die deze voorwaarden bevatten geweerd. Dit zal het geval zijn wanneer een offerte wordt ingediend op een materiële informaticadrager (hardware) zoals CD, DVD, USB-apparaat,... en die niet compatibel is met de door de aanbestedende overheid in de opdrachtdocumenten aangeduide middelen. Paragraaf 2 laat het daarentegen aan de aanbestedende overheid over om voor elke opdracht waarvoor geen beroep wordt gedaan op het dynamisch aankoopsysteem of de elektronische veiling, te beslissen of het gebruik van elektronische middelen voor de indiening van de aanvragen tot deelneming of de offertes wordt opgelegd, toegestaan of verboden. Deze beslissing alsook, eventueel, het te gebruiken elektronisch adres worden vermeld in de opdrachtdocumenten. Indien deze vermeldingen ontbreken, is het gebruik van elektronische middelen verboden. Het tweede en derde lid van paragraaf 2 zorgen evenwel voor een versoepeling aangezien het onmogelijk of zeer moeilijk kan zijn om sommige documenten elektronisch beschikbaar te maken. In dat geval mogen de kandidaten en inschrijvers, indien de aanbestedende overheid het gebruik van elektronische middelen heeft toegestaan, deze documenten op papier bezorgen. Indien elektronische middelen verplicht zijn, dient de aanbestedende overheid zich vooraf akkoord te verklaren met het gebruik van papieren documenten. Zoals in de huidige reglementering bepaalt het vierde lid van paragraaf 2 dat de kandidaat of inschrijver die zijn aanvraag tot deelneming of offerte volledig of gedeeltelijk via elektronische middelen indient, aanvaardt dat bepaalde gegevens door de werking zelf van het ontvangstsysteem worden geregistreerd. Een dergelijke bepaling is vereist om reden dat de registratie van de activiteiten (logging) inzake ontvangst van de aanvragen tot deelneming of offertes absoluut noodzakelijk blijkt te zijn. Deze bepaling komt met name tegemoet aan de voorschriften van de wet van 8 december 1992 tot bescherming van de persoonlijke levenssfeer. Paragraaf 3 die handelt over de dubbele verzending en de veiligheidskopie stemt overeen met de huidige reglementering. In de praktijk kan het gebeuren dat de vastgestelde termijn voor de ontvangst van de aanvragen tot deelneming of de offertes om diverse technische redenen wordt overschreden : de server van de aanbestedende overheid is overbelast omdat omvangrijke documenten gelijktijdig zijn binnengekomen, tijdelijke onbeschikbaarheid van de server die te wijten is aan de internetprovider van de kandidaat of de inschrijver, foute inschatting van de downloadtermijnen door de inschrijver, enz. In dat geval is slechts een deel van de offerte tijdig "toegekomen". De gekozen concrete oplossing bestaat erin dat enkel een vereenvoudigd document mag worden ingediend op het uiterste ogenblik van de ontvangst van de aanvragen tot deelneming of de offertes. Dit document bevat hun identiteit, de elektronische handtekening van hun volledige aanvraag tot deelneming of offerte en, in voorkomend geval, het bedrag van hun offerte. De elektronische handtekening op de vereenvoudigde zending moet dus verplicht betrekking hebben op de volledige aanvraag tot deelneming of offerte. Via deze elektronische handtekening wordt de integriteit gewaarborgd van de inhoud van het document dat later wordt verzonden. Ook dit vereenvoudigd document moet elektronisch worden ondertekend omdat het geldt als aanvraag tot deelneming of offerte. Het downloaden van de volledige offerte binnen de daaropvolgende vierentwintig uur biedt een oplossing voor dit technisch probleem. Vanzelfsprekend mag de periode van vierentwintig uur enkel volgen op het uiterste ogenblik van de ontvangst van de offerte en er niet aan voorafgaan. Zo niet zal hetzelfde probleem opduiken na afloop van deze periode. Na de opening mag niets meer worden gewijzigd aan de offerte. In geval van offertes neemt de voorzitter van de zitting, bij de opening, kennis van de vereenvoudigde offerte die de verplichte vermeldingen voor de voorlezing bevat. De elektronische handtekening op de vereenvoudigde offerte authentificeert de inschrijver. Via de elektronische handtekening op de vereenvoudigde offerte wordt de integriteit nagegaan van de volledige offerte die later wordt verzonden. Bovendien, om eventuele technische moeilijkheden van allerlei aard te verhelpen die deze overlegging nog zouden kunnen verstoren, met name indien de over te leggen offertes zeer omvangrijk zijn, kunnen de kandidaten of inschrijvers hun offerte bovendien overleggen via een dubbele zending met een « veiligheidskopie ». Deze veiligheidskopie bevat de volledige inhoud van de oorspronkelijke offerte die aan de aanbestedende overheid werd overgemaakt. Ze kan worden overgelegd op een elektronische fysieke drager (CD-Rom, DVD-Rom, USB-sleutel...) of op een papieren drager. Ze wordt gericht aan de aanbestedende overheid, gelijktijdig met de verzending van de oorspronkelijke offerte, onder gesloten omslag en met de verplichte vermelding : « Veiligheidskopie ». De documenten die deze drager bevat, moeten met de hand wo
🔗 Vers la source officielle
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.