← België

Wet betreffende bepaalde vormen van collectief beheer van beleggingsportefeuilles

Kort samengevat

Deze wet regelt bepaalde vormen van collectief beheer van beleggingsportefeuilles en zet Europese richtlijnen om die betrekking hebben op instellingen voor collectieve belegging. Het doel is het coördineren van wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen voor deze instellingen.

Wat het reguleert

Wie het aanbelangt

Kernpunten

Wettekst

3 AUGUSTUS 2012. - Wet betreffende bepaalde vormen van collectief beheer van beleggingsportefeuilles

(1)ALBERT II, Koning der Belgen, Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet. De Kamers hebben aangenomen en Wij bekrachtigen hetgeen volgt : DEEL 1. - Algemene bepalingen Artikel 1.Deze wet regelt een aangelegenheid als bedoeld in artikel 78 van de Grondwet. Art. 2.Deze wet heeft inzonderheid de gedeeltelijke omzetting tot doel van (
  1. a)Richtlijn 2009/65/EG van het Europees Parlement en de Raad van 13 juli 2009 tot coördinatie van de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen betreffende bepaalde instellingen voor collectieve belegging in effecten (icbe'
  2. s)(herschikking), (
  3. b)Richtlijn 2010/78/EU van het Europees Parlement en de Raad van 24 november 2010 tot wijziging van de Richtlijnen 98/26/EG, 2002/87/EG, 2003/6/EG, 2003/41/EG, 2003/71/EG, 2004/39/EG, 2004/109/EG, 2005/60/EG, 2006/48/EG, 2006/49/EG en 2009/65/EG wat de bevoegdheden van de Europese toezichthoudende autoriteit (Europese Bankautoriteit), de Europese toezichthoudende autoriteit (Europese Autoriteit voor verzekeringen en bedrijfspensioenen) en de Europese toezichthoudende autoriteit (Europese Autoriteit voor effecten en markten) betreft, (
  4. c)Richtlijn 2010/43/EU van de Commissie van 1 juli 2010 tot uitvoering van Richtlijn 2009/65/EG van het Europees Parlement en de Raad wat betreft organisatorische eisen, belangenconflicten, bedrijfsvoering, risicobeheer en inhoud van de overeenkomst tussen een bewaarder en een beheermaatschappij, en (
  5. d)Richtlijn 2010/44/EU van de Commissie van 1 juli 2010 tot uitvoering van Richtlijn 2009/65/EG van het Europees Parlement en de Raad ten aanzien van sommige bepalingen betreffende fusies van fondsen, master-feederconstructies en de kennisgevingsprocedure. Art. 3.Voor de toepassing van deze wet en de ter uitvoering ervan genomen besluiten en reglementen, wordt verstaan onder : 1° « instelling voor collectieve belegging » : een Belgische of buitenlandse instelling waarvan het uitsluitende doel de collectieve belegging van financiële middelen is;2° « openbare instelling voor collectieve belegging » :
  6. a)een instelling voor collectieve belegging die haar financiële middelen in België of in het buitenland aantrekt via een openbaar aanbod van al dan niet verhandelbare rechten van deelneming;
  7. b)een instelling voor collectieve belegging die haar financiële middelen in België of in het buitenland gedeeltelijk aantrekt via een openbaar aanbod van al dan niet verhandelbare effecten;3° « institutionele instelling voor collectieve belegging » : een instelling voor collectieve belegging die haar financiële middelen in België of in het buitenland uitsluitend aantrekt bij institutionele of professionele beleggers die voor eigen rekening handelen, waarvan de effecten uitsluitend door dergelijke beleggers kunnen worden verworven, en die conform de bepalingen van deze wet of de ter uitvoering ervan genomen besluiten is ingeschreven;4° « private instelling voor collectieve belegging » : een instelling voor collectieve belegging die haar financiële middelen in België of in het buitenland uitsluitend aantrekt bij private beleggers die voor eigen rekening handelen, en waarvan de effecten uitsluitend kunnen worden verworven door dergelijke beleggers of door andere beleggers onder de door de Koning vastgestelde voorwaarden, en die conform de bepalingen van deze wet of de ter uitvoering ervan genomen besluiten is ingeschreven;5° « instelling voor collectieve belegging met een veranderlijk aantal rechten van deelneming » : de instelling voor collectieve belegging waarvan de rechten van deelneming, op verzoek van de deelnemers, ten laste van haar activa rechtstreeks of onrechtstreeks worden ingekocht of terugbetaald tegen een prijs die wordt berekend op basis van de inventariswaarde.Met dergelijke inkopen of terugbetalingen wordt ieder handelen van de instelling gelijkgesteld om te voorkomen dat de waarde van haar rechten van deelneming die zijn toegelaten tot de verhandeling op een MTF of gereglementeerde markt, sterk zou afwijken van de inventariswaarde; 6° « instelling voor collectieve belegging met een vast aantal rechten van deelneming » : de instelling voor collectieve belegging waarvan de rechten van deelneming niet worden ingekocht op verzoek van de deelnemers ten laste van haar activa;7° « instelling voor collectieve belegging in schuldvorderingen » : de instelling :
  8. a)met als uitsluitend doel de collectieve belegging in de categorie van toegelaten beleggingen bedoeld in artikel 7, eerste lid, 7° ;en
  9. b)waarvan de rechten van deelneming niet worden ingekocht op verzoek van de deelnemers ten laste van haar activa;8° « instelling voor collectieve belegging die voldoet aan de voorwaarden van Richtlijn 2009/65/EG » : een instelling voor collectieve belegging die belegt in de in artikel 7, eerste lid, 1° bedoelde categorie van toegelaten beleggingen;9° « instelling voor collectieve belegging die niet voldoet aan de voorwaarden van Richtlijn 2009/65/EG » : een instelling voor collectieve belegging die belegt in één van de in artikel 7, eerste lid, 2° tot 9° bedoelde categorieën van toegelaten beleggingen;10° « gemeenschappelijk beleggingsfonds » : de instelling voor collectieve belegging die geregeld is bij overeenkomst, en die is samengesteld uit het onverdeeld vermogen dat een beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging beheert voor rekening van de deelnemers van wie de rechten zijn vertegenwoordigd door effecten;11° « beleggingsvennootschap » : de instelling voor collectieve belegging die geregeld is bij statuten, en die, conform de bepalingen van deze wet en de ter uitvoering ervan genomen besluiten, als naamloze vennootschap, commanditaire vennootschap op aandelen of gewone commanditaire vennootschap is opgericht;12° « beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging » : de vennootschap naar Belgisch of de onderneming naar buitenlands recht waarvan het gewone bedrijf bestaat in het beroepsmatige collectieve beheer van portefeuilles van openbare instellingen voor collectieve belegging;13° « openbaar aanbod » :
  10. a)wat de instellingen voor collectieve belegging naar Belgisch of buitenlands recht betreft die hun financiële middelen in België aantrekken :
  11. i)een in om het even welke vorm en met om het even welk middel tot personen gerichte mededeling waarin voldoende informatie wordt verstrekt over de voorwaarden van het aanbod en over de aangeboden effecten om een belegger in staat te stellen tot aankoop van of inschrijving op deze effecten te besluiten, en die wordt verricht door de instelling voor collectieve belegging, door de persoon die in staat is om de effecten over te dragen of voor hun rekening. Eenieder die rechtstreeks of onrechtstreeks een vergoeding of voordeel ontvangt naar aanleiding van het aanbod, wordt geacht te handelen voor rekening van de instelling voor collectieve belegging of van de persoon die in staat is om de effecten over te dragen.
  12. ii)de toelating tot de verhandeling op een MTF of gereglementeerde markt die voor het publiek toegankelijk is;
  13. b)wat de instellingen voor collectieve belegging naar Belgisch recht betreft die hun financiële middelen in het buitenland aantrekken, elke in het buitenland uitgevoerde verrichting op de effecten van een dergelijke instelling voor collectieve belegging, wanneer die verrichting in het betrokken land aan een bijzondere regeling ter bescherming van het openbaar spaarwezen onderworpen is, zoals inzonderheid een prospectusverplichting of een andere gelijkaardige informatieverplichting;14° « bieder » : diegene die een openbaar aanbod verricht of diegene die, wat het openbaar aanbod betreft als bedoeld in artikel 3, 13°, a), ii), een aanvraag indient om toelating tot de verhandeling;15° « bemiddeling » : elke tussenkomst, zelfs als tijdelijke of bijkomstige werkzaamheid, en in welke hoedanigheid ook, ten aanzien van beleggers in de plaatsing van een in artikel 3, 13°, a), i), bedoeld openbaar aanbod van effecten van instellingen voor collectieve belegging, voor rekening van de bieder of de instelling voor collectieve belegging, tegen een vergoeding of voordeel van welke aard ook, rechtstreeks of onrechtstreeks verleend door de bieder of de instelling voor collectieve belegging;16° « effecten van een instelling voor collectieve belegging » :
  14. a)de rechten van deelneming in een instelling voor collectieve belegging, en
  15. b)de overige financiële instrumenten die een instelling voor collectieve belegging in voorkomend geval gerechtigd is uit te geven, rekening houdend met de categorie van toegelaten beleggingen waarvoor zij heeft geopteerd conform artikel 7;17° « rechten van deelneming in een instelling voor collectieve belegging » :
  16. a)de aandelen van een beleggingsvennootschap, en
  17. b)de effecten ter vertegenwoordiging van de onverdeelde rechten in een gemeenschappelijk beleggingsfonds;18° « deelnemers » : de houders van rechten van deelneming in een instelling voor collectieve belegging;19° « multilaterale handelsfaciliteit (Multilateral trading facility - MTF) » : een door een beleggingsonderneming, een kredietinstelling of een marktonderneming geëxploiteerd multilateraal systeem dat verschillende koop- en verkoopintenties van derden met betrekking tot financiële instrumenten C binnen dit systeem en volgens niet-discretionaire regels - samenbrengt op zodanige wijze dat er een overeenkomst uit voortvloeit overeenkomstig het bepaalde in Hoofdstuk 2 van de wet van 2 augustus 2002Relevante gevonden documenten type wet prom. 02/08/2002 pub. 04/09/2002 numac 2002003392 bron ministerie van financien Wet betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten type wet prom. 02/08/2002 pub. 14/06/2018 numac 2018012337 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten. - Officieuze coördinatie in het Duits. - Deel I type wet prom. 02/08/2002 pub. 04/09/2002 numac 2002003391 bron ministerie van financien Wet tot aanvulling, inzake de verhaalmiddelen tegen de beslissingen van de minister, de CBF, de CDV en de marktondernemingen, alsook inzake de tussenkomst van de CBF en van de CDV voor de strafgerechten, van de wet van 2 augustus 2002 betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten en tot wijziging van verschillende andere wetsbepalingen type wet prom. 02/08/2002 pub. 05/09/2002 numac 2002009809 bron federale overheidsdienst justitie Wet tot aanvulling van artikel 33, § 1, eerste lid van de wet van 20 juli 1990 betreffende de voorlopige hechtenis sluiten of titel II van de Richtlijn 2004/39/EG;20° « gereglementeerde markt » : elke Belgische of buitenlandse gereglementeerde markt als bedoeld in artikel 2, 3°, 5° of 6° van de wet van 2 augustus 2002Relevante gevonden documenten type wet prom. 02/08/2002 pub. 04/09/2002 numac 2002003392 bron ministerie van financien Wet betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten type wet prom. 02/08/2002 pub. 14/06/2018 numac 2018012337 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten. - Officieuze coördinatie in het Duits. - Deel I type wet prom. 02/08/2002 pub. 04/09/2002 numac 2002003391 bron ministerie van financien Wet tot aanvulling, inzake de verhaalmiddelen tegen de beslissingen van de minister, de CBF, de CDV en de marktondernemingen, alsook inzake de tussenkomst van de CBF en van de CDV voor de strafgerechten, van de wet van 2 augustus 2002 betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten en tot wijziging van verschillende andere wetsbepalingen type wet prom. 02/08/2002 pub. 05/09/2002 numac 2002009809 bron federale overheidsdienst justitie Wet tot aanvulling van artikel 33, § 1, eerste lid van de wet van 20 juli 1990 betreffende de voorlopige hechtenis sluiten;21° « collectief beheer van portefeuilles van instellingen voor collectieve belegging » : de uitoefening door een beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging van de beheertaken voor instellingen voor collectieve belegging, ongeacht of zij door de betrokken vennootschap worden verricht in de hoedanigheid van beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging aangesteld door een instelling voor collectieve belegging, of op grond van een lastgevingsovereenkomst of een aannemingsovereenkomst afgesloten met een instelling voor collectieve belegging conform artikel 42;22° « beheertaken voor instellingen voor collectieve belegging » :
  18. a)het beheer van de beleggingsportefeuille van de instelling voor collectieve belegging;
  19. b)de administratie van de instelling voor collectieve belegging, waaronder :
  20. i)de werkzaamheden van boekhoudkundig beheer van de instelling voor collectieve belegging, waaronder het opmaken en openbaar maken van de jaarrekening;
  21. ii)het op verzoek verstrekken van inlichtingen aan de deelnemers in de instelling voor collectieve belegging; iii) de waardering van de portefeuille en de bepaling van de waarde van de effecten van de instelling voor collectieve belegging (met inbegrip van de fiscale aspecten);
  22. iv)het toezicht op de naleving van de geldende wettelijke en reglementaire bepalingen voor de instelling voor collectieve belegging;
  23. v)het bijhouden van het register van de houders van effecten op naam;
  24. vi)de bestemming van de inkomsten voor de verschillende categorieën van effecten en types van rechten van deelneming in de instelling voor collectieve belegging; vii) de uitgifte en de inkoop van rechten van deelneming in de instelling voor collectieve belegging; viii) de afwikkeling van de contracten, met inbegrip van de verzending van de effecten van de instelling voor collectieve belegging;
  25. ix)de registratie van de verrichtingen en de bewaring van de desbetreffende stukken;
  26. c)de verhandeling van de effecten van de instelling voor collectieve belegging;23° « beleggingsdiensten » :
  27. a)individueel portefeuillebeheer : per cliënt op discretionaire en individuele basis portefeuilles beheren op grond van een door de cliënten gegeven opdracht, voorzover die portefeuilles een of meer financiële instrumenten bevatten als bedoeld in artikel 2, 1°, van de wet van 2 augustus 2002Relevante gevonden documenten type wet prom. 02/08/2002 pub. 04/09/2002 numac 2002003392 bron ministerie van financien Wet betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten type wet prom. 02/08/2002 pub. 14/06/2018 numac 2018012337 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten. - Officieuze coördinatie in het Duits. - Deel I type wet prom. 02/08/2002 pub. 04/09/2002 numac 2002003391 bron ministerie van financien Wet tot aanvulling, inzake de verhaalmiddelen tegen de beslissingen van de minister, de CBF, de CDV en de marktondernemingen, alsook inzake de tussenkomst van de CBF en van de CDV voor de strafgerechten, van de wet van 2 augustus 2002 betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten en tot wijziging van verschillende andere wetsbepalingen type wet prom. 02/08/2002 pub. 05/09/2002 numac 2002009809 bron federale overheidsdienst justitie Wet tot aanvulling van artikel 33, § 1, eerste lid van de wet van 20 juli 1990 betreffende de voorlopige hechtenis sluiten;
  28. b)beleggingsadvies : gepersonaliseerde aanbevelingen doen aan een cliënt met betrekking tot een of meer transacties in een of meer financiële instrumenten als bedoeld in artikel 2, 1°, van de wet van 2 augustus 2002Relevante gevonden documenten type wet prom. 02/08/2002 pub. 04/09/2002 numac 2002003392 bron ministerie van financien Wet betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten type wet prom. 02/08/2002 pub. 14/06/2018 numac 2018012337 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten. - Officieuze coördinatie in het Duits. - Deel I type wet prom. 02/08/2002 pub. 04/09/2002 numac 2002003391 bron ministerie van financien Wet tot aanvulling, inzake de verhaalmiddelen tegen de beslissingen van de minister, de CBF, de CDV en de marktondernemingen, alsook inzake de tussenkomst van de CBF en van de CDV voor de strafgerechten, van de wet van 2 augustus 2002 betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten en tot wijziging van verschillende andere wetsbepalingen type wet prom. 02/08/2002 pub. 05/09/2002 numac 2002009809 bron federale overheidsdienst justitie Wet tot aanvulling van artikel 33, § 1, eerste lid van de wet van 20 juli 1990 betreffende de voorlopige hechtenis sluiten;24° « beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging aangesteld door een instelling voor collectieve belegging » : de beheervennootschap die het beheer waarneemt van een gemeenschappelijk beleggingsfonds conform artikel 11, § 1, of de beheervennootschap die is aangesteld door een beleggingsvennootschap conform artikel 44;25° « instelling voor collectieve belegging beheerd door een beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging » : tenzij anders bepaald, een instelling voor collectieve belegging waarvoor een beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging in artikel 3, 22° bedoelde beheertaken uitoefent, hetzij in de hoedanigheid van beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging aangesteld door de instelling voor collectieve belegging, hetzij op grond van een met de instelling voor collectieve belegging afgesloten lastgevings- of aannemingsovereenkomst;26° « feeder » :
  29. a)een instelling voor collectieve belegging die voldoet aan de voorwaarden van Richtlijn 2009/65/EG, hetzij een compartiment van deze instelling voor collectieve belegging, die in afwijking van het beginsel van risicospreiding bedoeld in artikel 9 toegelaten is om ten minste 85 % van haar activa te beleggen in rechten van deelneming in een andere instelling voor collectieve belegging die voldoet aan de voorwaarden van Richtlijn 2009/65/EG of een compartiment daarvan (de master), ofwel
  30. b)een openbare instelling voor collectieve belegging met een veranderlijk aantal rechten van deelneming naar Belgisch recht die niet voldoet aan de voorwaarden van Richtlijn 2009/65/EG, hetzij een compartiment van deze instelling voor collectieve belegging, die in afwijking van het beginsel van risicospreiding bedoeld in artikel 9 toegelaten is om ten minste 85 % van haar activa te beleggen in rechten van deelneming in een andere openbare instelling voor collectieve belegging met een veranderlijk aantal rechten van deelneming naar Belgisch recht die al dan niet voldoet aan de voorwaarden van Richtlijn 2009/65/EG of een compartiment daarvan (de master).27° « master » :
  31. a)een instelling voor collectieve belegging die voldoet aan de voorwaarden van Richtlijn 2009/65/EG of een compartiment daarvan, die :
  32. i)ten minste één feeder die voldoet aan de voorwaarden van Richtlijn 2009/65/EG onder haar deelnemers heeft,
  33. ii)zelf geen feeder is, en iii) geen rechten van deelneming in een feeder bezit, ofwel
  34. b)een instelling voor collectieve belegging naar Belgisch recht die voldoet aan de voorwaarden van Richtlijn 2009/65/EG of een compartiment daarvan, die :
  35. i)ten minste één feeder die niet voldoet aan de voorwaarden van Richtlijn 2009/65/EG onder haar deelnemers heeft,
  36. ii)zelf geen feeder is, en iii) geen rechten van deelneming in een feeder bezit, ofwel
  37. c)een openbare instelling voor collectieve belegging met een veranderlijk aantal rechten van deelneming naar Belgisch recht die niet voldoet aan de voorwaarden van Richtlijn 2009/65/EG of een compartiment daarvan, die :
  38. i)ten minste één feeder die niet voldoet aan de voorwaarden van Richtlijn 2009/65/EG onder haar deelnemers heeft,
  39. ii)zelf geen feeder is, en iii) geen rechten van deelneming in een feeder bezit;28° « essentiële beleggersinformatie » of « document met essentiële beleggersinformatie » : een kort document met de essentiële informatie voor beleggers dat voor elke openbare instelling voor collectieve belegging met een veranderlijk aantal rechten van deelneming wordt opgesteld overeenkomstig Verordening 583/2010;29° « cliënten van een beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging » : iedere natuurlijke of rechtspersoon, dan wel iedere andere entiteit, inclusief de instellingen voor bedrijfspensioenvoorzieningen bedoeld in artikel 2, 1° van de wet van 27 oktober 2006Relevante gevonden documenten type wet prom. 27/10/2006 pub. 10/11/2006 numac 2006023149 bron federale overheidsdienst sociale zekerheid Wet betreffende het toezicht op de instellingen voor bedrijfspensioenvoorzieningen sluiten betreffende het toezicht op de instellingen voor bedrijfspensioenvoorzieningen waarvoor de beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging één van de in artikel 3, 22° bedoelde beheertaken uitoefent of één van de in artikel 3, 23° bedoelde diensten verricht;30° « verhandeling van effecten van instellingen voor collectieve belegging » : het openbaar aanbod in de zin van artikel 3, 13°, a), i), voor rekening van een instelling voor collectieve belegging, waaronder het inontvangstnemen en doorgeven van orders voor effecten van de betrokken instelling voor collectieve belegging.Eenieder die rechtstreeks of onrechtstreeks van de instelling voor collectieve belegging een vergoeding of voordeel ontvangt naar aanleiding van een openbaar aanbod of het inontvangstnemen en doorgeven van orders voor effecten van de betrokken instelling voor collectieve belegging, wordt geacht te handelen voor rekening van die instelling voor collectieve belegging; 31° « eigen vermogen » : het eigen vermogen in de zin van de definitie vervat in het reglement genomen ter uitvoering van artikel 206;32° « gekwalificeerde deelneming » : het rechtstreeks of onrechtstreeks bezit van ten minste 10 % van het kapitaal van een vennootschap of van de stemrechten die zijn verbonden aan de door deze vennootschap uitgegeven effecten, dan wel elke andere mogelijkheid om een invloed van betekenis uit te oefenen op het beleid van de vennootschap waarin wordt deelgenomen;de stemrechten worden berekend conform de bepalingen van de wet van 2 mei 2007Relevante gevonden documenten type wet prom. 02/05/2007 pub. 12/06/2007 numac 2007003215 bron federale overheidsdienst financien Wet op de openbaarmaking van belangrijke deelnemingen in emittenten waarvan aandelen zijn toegelaten tot de verhandeling op een gereglementeerde markt en houdende diverse bepalingen sluiten, alsook conform de bepalingen van haar uitvoeringsbesluiten; er wordt geen rekening gehouden met stemrechten of aandelen die worden gehouden als gevolg van het vast overnemen van financiële instrumenten en/of het plaatsen van financiële instrumenten met plaatsingsgarantie, tenzij die rechten worden uitgeoefend of anderszins worden gebruikt om inspraak uit te oefenen in het bestuur van de uitgevende instelling, en mits ze binnen één jaar na hun verwerving worden overgedragen; 33° « nauwe banden » :
  40. a)een situatie waarin een deelnemingsverhouding bestaat, of
  41. b)een situatie waarin de ondernemingen, verbonden ondernemingen zijn, of
  42. c)een band van dezelfde aard als bedoeld in bovenstaande litterae
  43. a)en
  44. b)tussen een natuurlijk en een rechtspersoon;34° « controle, deelneming, deelnemingsverhouding, moederonderneming, dochteronderneming en verbonden onderneming » : deze begrippen in de zin van de definitie die ervan is gegeven in de uitvoeringsbesluiten van artikel 235;35° « bijkantoor van een beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging » : een bedrijfszetel die een onderdeel zonder rechtspersoonlijkheid vormt van een beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging en die rechtstreeks alle of een deel van de werkzaamheden uitoefent die zijn toegelaten op grond van de vergunning van de beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging;verschillende bedrijfszetels in eenzelfde Staat van een beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging met maatschappelijke zetel in een andere Staat, worden beschouwd als één enkel bijkantoor; 36° « lidstaat van ontvangst van een beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging » : de lidstaat van de Europese Economische Ruimte, met uitzondering van België, op het grondgebied waarvan een beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging naar Belgisch recht haar werkzaamheden uitoefent via de vestiging van een bijkantoor of in het kader van het vrij verrichten van diensten;37° « kredietinstelling » : elke instelling als bedoeld in titel II tot en met IV van de wet van 22 maart 1993;38° « financiële instelling » : elke onderneming als bedoeld in artikel 3, § 1, 5°, van de wet van 22 maart 1993;39° « beleggingsonderneming » : elke onderneming als bedoeld in boek II, titel II tot en met IV, van de wet van 6 april 1995Relevante gevonden documenten type wet prom. 22/02/1998 pub. 28/03/1998 numac 1998003158 bron ministerie van financien Wet tot vaststelling van het organiek statuut van de Nationale Bank van België sluiten1;40° « open raadpleging » : de procedure die is vastgelegd in artikel 2, 18°, van de wet van 2 augustus 2002Relevante gevonden documenten type wet prom. 02/08/2002 pub. 04/09/2002 numac 2002003392 bron ministerie van financien Wet betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten type wet prom. 02/08/2002 pub. 14/06/2018 numac 2018012337 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten. - Officieuze coördinatie in het Duits. - Deel I type wet prom. 02/08/2002 pub. 04/09/2002 numac 2002003391 bron ministerie van financien Wet tot aanvulling, inzake de verhaalmiddelen tegen de beslissingen van de minister, de CBF, de CDV en de marktondernemingen, alsook inzake de tussenkomst van de CBF en van de CDV voor de strafgerechten, van de wet van 2 augustus 2002 betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten en tot wijziging van verschillende andere wetsbepalingen type wet prom. 02/08/2002 pub. 05/09/2002 numac 2002009809 bron federale overheidsdienst justitie Wet tot aanvulling van artikel 33, § 1, eerste lid van de wet van 20 juli 1990 betreffende de voorlopige hechtenis sluiten;41° « ESMA » : de Europese Autoriteit voor effecten en markten (European Securities and Markets Authority) zoals opgericht bij de Europese Verordening nr.1095/2010 van het Europees Parlement en de Raad van 24 november 2010; 42° « FSMA » : de Autoriteit voor Financiële Diensten en Markten, bedoeld in artikel 44 van de wet van 2 augustus 2002Relevante gevonden documenten type wet prom. 02/08/2002 pub. 04/09/2002 numac 2002003392 bron ministerie van financien Wet betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten type wet prom. 02/08/2002 pub. 14/06/2018 numac 2018012337 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten. - Officieuze coördinatie in het Duits. - Deel I type wet prom. 02/08/2002 pub. 04/09/2002 numac 2002003391 bron ministerie van financien Wet tot aanvulling, inzake de verhaalmiddelen tegen de beslissingen van de minister, de CBF, de CDV en de marktondernemingen, alsook inzake de tussenkomst van de CBF en van de CDV voor de strafgerechten, van de wet van 2 augustus 2002 betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten en tot wijziging van verschillende andere wetsbepalingen type wet prom. 02/08/2002 pub. 05/09/2002 numac 2002009809 bron federale overheidsdienst justitie Wet tot aanvulling van artikel 33, § 1, eerste lid van de wet van 20 juli 1990 betreffende de voorlopige hechtenis sluiten;43° « de Bank » : de Nationale Bank van België bedoeld in de wet van 22 februari 1998Relevante gevonden documenten type wet prom. 22/02/1998 pub. 28/03/1998 numac 1998003158 bron ministerie van financien Wet tot vaststelling van het organiek statuut van de Nationale Bank van België sluiten tot vaststelling van het organiek statuut van de Nationale Bank van België;44° « wet van 22 juli 1953Relevante gevonden documenten type wet prom. 22/07/1953 pub. 28/10/2009 numac 2009000714 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet houdende oprichting van een Instituut van de bedrijfsrevisoren en organisatie van het publiek toezicht op het beroep van bedrijfsrevisor, gecoördineerd op 30 april 2007. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten » : de wet van 22 juli 1953Relevante gevonden documenten type wet prom. 22/07/1953 pub. 28/10/2009 numac 2009000714 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet houdende oprichting van een Instituut van de bedrijfsrevisoren en organisatie van het publiek toezicht op het beroep van bedrijfsrevisor, gecoördineerd op 30 april 2007. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten houdende oprichting van een Instituut van de Bedrijfsrevisoren en tot organisatie van het publiek toezicht op het beroep van bedrijfsrevisor;45° « wet van 9 juli 1975Relevante gevonden documenten type wet prom. 22/02/1998 pub. 28/03/1998 numac 1998003158 bron ministerie van financien Wet tot vaststelling van het organiek statuut van de Nationale Bank van België sluiten2 » : de wet van 9 juli 1975Relevante gevonden documenten type wet prom. 22/02/1998 pub. 28/03/1998 numac 1998003158 bron ministerie van financien Wet tot vaststelling van het organiek statuut van de Nationale Bank van België sluiten2 betreffende de controle der verzekeringsondernemingen;46° « wet van 4 december 1990 » : de wet van 4 december 1990 op de financiële transacties en de financiële markten;47° « wet van 22 maart 1993 » : de wet van 22 maart 1993 op het statuut van en het toezicht op de kredietinstellingen;48° « wet van 6 april 1995Relevante gevonden documenten type wet prom. 22/02/1998 pub. 28/03/1998 numac 1998003158 bron ministerie van financien Wet tot vaststelling van het organiek statuut van de Nationale Bank van België sluiten1 » : de wet van 6 april 1995Relevante gevonden documenten type wet prom. 22/02/1998 pub. 28/03/1998 numac 1998003158 bron ministerie van financien Wet tot vaststelling van het organiek statuut van de Nationale Bank van België sluiten1 inzake het statuut van en het toezicht op de beleggingsondernemingen;49° « wet van 22 februari 1998Relevante gevonden documenten type wet prom. 22/02/1998 pub. 28/03/1998 numac 1998003158 bron ministerie van financien Wet tot vaststelling van het organiek statuut van de Nationale Bank van België sluiten » : de wet van 22 februari 1998Relevante gevonden documenten type wet prom. 22/02/1998 pub. 28/03/1998 numac 1998003158 bron ministerie van financien Wet tot vaststelling van het organiek statuut van de Nationale Bank van België sluiten tot vaststelling van het organiek statuut van de Nationale Bank van België;50° « wet van 2 augustus 2002Relevante gevonden documenten type wet prom. 02/08/2002 pub. 04/09/2002 numac 2002003392 bron ministerie van financien Wet betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten type wet prom. 02/08/2002 pub. 14/06/2018 numac 2018012337 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten. - Officieuze coördinatie in het Duits. - Deel I type wet prom. 02/08/2002 pub. 04/09/2002 numac 2002003391 bron ministerie van financien Wet tot aanvulling, inzake de verhaalmiddelen tegen de beslissingen van de minister, de CBF, de CDV en de marktondernemingen, alsook inzake de tussenkomst van de CBF en van de CDV voor de strafgerechten, van de wet van 2 augustus 2002 betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten en tot wijziging van verschillende andere wetsbepalingen type wet prom. 02/08/2002 pub. 05/09/2002 numac 2002009809 bron federale overheidsdienst justitie Wet tot aanvulling van artikel 33, § 1, eerste lid van de wet van 20 juli 1990 betreffende de voorlopige hechtenis sluiten » : de wet van 2 augustus 2002Relevante gevonden documenten type wet prom. 02/08/2002 pub. 04/09/2002 numac 2002003392 bron ministerie van financien Wet betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten type wet prom. 02/08/2002 pub. 14/06/2018 numac 2018012337 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten. - Officieuze coördinatie in het Duits. - Deel I type wet prom. 02/08/2002 pub. 04/09/2002 numac 2002003391 bron ministerie van financien Wet tot aanvulling, inzake de verhaalmiddelen tegen de beslissingen van de minister, de CBF, de CDV en de marktondernemingen, alsook inzake de tussenkomst van de CBF en van de CDV voor de strafgerechten, van de wet van 2 augustus 2002 betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten en tot wijziging van verschillende andere wetsbepalingen type wet prom. 02/08/2002 pub. 05/09/2002 numac 2002009809 bron federale overheidsdienst justitie Wet tot aanvulling van artikel 33, § 1, eerste lid van de wet van 20 juli 1990 betreffende de voorlopige hechtenis sluiten betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten;51° « wet van 20 juli 2004Relevante gevonden documenten type wet prom. 20/07/2004 pub. 11/04/2008 numac 2008003129 bron federale overheidsdienst financien Wet betreffende bepaalde vormen van collectief beheer van beleggingsportefeuilles - Erratum type wet prom. 20/07/2004 pub. 09/03/2005 numac 2005003063 bron federale overheidsdienst financien Wet betreffende bepaalde vormen van collectief beheer van beleggingsportefeuilles sluiten » : de wet van 20 juli 2004Relevante gevonden documenten type wet prom. 20/07/2004 pub. 11/04/2008 numac 2008003129 bron federale overheidsdienst financien Wet betreffende bepaalde vormen van collectief beheer van beleggingsportefeuilles - Erratum type wet prom. 20/07/2004 pub. 09/03/2005 numac 2005003063 bron federale overheidsdienst financien Wet betreffende bepaalde vormen van collectief beheer van beleggingsportefeuilles sluiten betreffende bepaalde vormen van collectief beheer van beleggingsportefeuilles;52° « wet van 22 maart 2006Relevante gevonden documenten type wet prom. 22/03/2006 pub. 28/04/2006 numac 2006003247 bron federale overheidsdienst financien Wet betreffende de bemiddeling in bank- en beleggingsdiensten en de distributie van financiële instrumenten sluiten » : de wet van 22 maart 2006Relevante gevonden documenten type wet prom. 22/03/2006 pub. 28/04/2006 numac 2006003247 bron federale overheidsdienst financien Wet betreffende de bemiddeling in bank- en beleggingsdiensten en de distributie van financiële instrumenten sluiten betreffende de bemiddeling in bank- en beleggingsdiensten en de distributie van financiële instrumenten;53° « wet van 16 juni 2006Relevante gevonden documenten type wet prom. 16/06/2006 pub. 21/06/2006 numac 2006009492 bron federale overheidsdienst financien Wet op de openbare aanbieding van beleggingsinstrumenten en de toelating van beleggingsinstrumenten tot de verhandeling op een gereglementeerde markt type wet prom. 16/06/2006 pub. 03/05/2019 numac 2018031040 bron federale overheidsdienst buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking Wet houdende instemming met de Overeenkomst tussen de Belgisch-Luxemburgse Economische Unie en de Regering van de Republiek Guatemala inzake de wederzijdse bevordering en bescherming van investeringen, ondertekend te Brussel op 14 april 2005
(2)
(3)sluiten » : de wet van 16 juni 2006Relevante gevonden documenten type wet prom. 16/06/2006 pub. 21/06/2006 numac 2006009492 bron federale overheidsdienst financien Wet op de openbare aanbieding van beleggingsinstrumenten en de toelating van beleggingsinstrumenten tot de verhandeling op een gereglementeerde markt type wet prom. 16/06/2006 pub. 03/05/2019 numac 2018031040 bron federale overheidsdienst buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking Wet houdende instemming met de Overeenkomst tussen de Belgisch-Luxemburgse Economische Unie en de Regering van de Republiek Guatemala inzake de wederzijdse bevordering en bescherming van investeringen, ondertekend te Brussel op 14 april 2005
(2)
(3)sluiten op de openbare aanbieding van beleggingsinstrumenten en de toelating van beleggingsinstrumenten tot de verhandeling op een gereglementeerde markt;54° « wet van 2 mei 2007Relevante gevonden documenten type wet prom. 02/05/2007 pub. 12/06/2007 numac 2007003215 bron federale overheidsdienst financien Wet op de openbaarmaking van belangrijke deelnemingen in emittenten waarvan aandelen zijn toegelaten tot de verhandeling op een gereglementeerde markt en houdende diverse bepalingen sluiten » : de wet van 2 mei 2007Relevante gevonden documenten type wet prom. 02/05/2007 pub. 12/06/2007 numac 2007003215 bron federale overheidsdienst financien Wet op de openbaarmaking van belangrijke deelnemingen in emittenten waarvan aandelen zijn toegelaten tot de verhandeling op een gereglementeerde markt en houdende diverse bepalingen sluiten op de openbaarmaking van belangrijke deelnemingen in emittenten waarvan aandelen zijn toegelaten tot de verhandeling op een gereglementeerde markt en houdende diverse bepalingen;55° « wet van 16 februari 2009Relevante gevonden documenten type wet prom. 16/02/2009 pub. 16/03/2009 numac 2009003074 bron federale overheidsdienst financien Wet betreffende de verhaalmiddelen inzake de wet van 16 februari 2009 op het herverzekeringsbedrijf type wet prom. 16/02/2009 pub. 16/03/2009 numac 2009003075 bron federale overheidsdienst financien Wet op het herverzekeringsbedrijf sluiten » : de wet van 16 februari 2009Relevante gevonden documenten type wet prom. 16/02/2009 pub. 16/03/2009 numac 2009003074 bron federale overheidsdienst financien Wet betreffende de verhaalmiddelen inzake de wet van 16 februari 2009 op het herverzekeringsbedrijf type wet prom. 16/02/2009 pub. 16/03/2009 numac 2009003075 bron federale overheidsdienst financien Wet op het herverzekeringsbedrijf sluiten op het herverzekeringsbedrijf;56° « Richtlijn 2004/39/EG » : de Richtlijn 2004/39/EG van het Europees Parlement en de Raad van 21 april 2004 betreffende markten voor financiële instrumenten, tot wijziging van de Richtlijnen 85/611/EEG en 93/6/EEG van de Raad en van Richtlijn 2000/12/EG van het Europees Parlement en de Raad en houdende intrekking van Richtlijn 93/22/EEG van de Raad;57° « Richtlijn 2006/43/EG » : de Richtlijn 2006/43/EG van het Europees Parlement en de Raad van 17 mei 2006 betreffende de wettelijke controles van jaarrekeningen en geconsolideerde jaarrekeningen, tot wijziging van de Richtlijnen 78/660/EEG en 83/349/EEG van de Raad en houdende intrekking van Richtlijn 84/253/EEG van de Raad;58° « Richtlijn 2009/65/EG » : de Richtlijn 2009/65/EG van het Europees Parlement en de Raad van 13 juli 2009 tot coördinatie van de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen betreffende bepaalde instellingen voor collectieve belegging in effecten (icbe'
  1. s)(herschikking) als gewijzigd door Richtlijn 2010/78/EU van het Europees Parlement en de Raad van 24 november 2010 tot wijziging van de Richtlijnen 98/26/EG, 2002/87/EG, 2003/6/EG, 2003/41/EG, 2003/71/EG, 2004/39/EG, 2004/109/EG, 2005/60/EG, 2006/48/EG, 2006/49/EG en 2009/65/EG wat de bevoegdheden van de Europese toezichthoudende autoriteit (Europese Bankautoriteit), de Europese toezichthoudende autoriteit (Europese Autoriteit voor verzekeringen en bedrijfspensioenen) en de Europese toezichthoudende autoriteit (Europese Autoriteit voor effecten en markten) betreft;59° « Verordening 583/2010 » : de Verordening (EU) nr.583/2010 van de Commissie van 1 juli 2010 tot uitvoering van Richtlijn 2009/65/EG van het Europees Parlement en de Raad wat betreft essentiële beleggersinformatie en de voorwaarden waaraan moet worden voldaan als de essentiêle beleggersinformatie of het prospectus op een andere duurzame drager dan papier of via een website wordt verstrekt; 60° « Verordening 584/2010 » : de Verordening (EU) nr.584/2010 van de Commissie van 1 juli 2010 tot uitvoering van Richtlijn 2009/65/EG van het Europees Parlement en de Raad wat betreft de vorm en inhoud van de gestandaardiseerde kennisgeving en icbe-verklaring, het gebruik van elektronische communicatie tussen bevoegde autoriteiten voor kennisgevingsdoeleinden, alsook procedures voor onderzoeken en verificaties ter plaatse en de uitwisseling van informatie tussen bevoegde autoriteiten; 61° « Richtlijn 2010/44/EU » : de Richtlijn 2010/44/EU van de Commissie van 1 juli 2010 tot uitvoering van Richtlijn 2009/65/EG van het Europees Parlement en de Raad ten aanzien van sommige bepalingen betreffende fusies van fondsen, master-feederconstructies en de kennisgevingsprocedure. DEEL 2. - Instellingen voor collectieve belegging BOEK 1. - Toepassingsgebied Art. 4.§ 1. De bepalingen van dit deel gelden voor : 1° de Belgische openbare instellingen voor collectieve belegging;2° de buitenlandse instellingen voor collectieve belegging, waarvan de effecten het voorwerp uitmaken van een openbaar aanbod in België. § 2. De Belgische instellingen voor collectieve belegging die hun financiële middelen niet aantrekken via een openbaar aanbod van rechten van deelneming, inclusief de institutionele en private instellingen voor collectieve belegging, zijn enkel onderworpen aan de bepalingen van dit deel als zij zijn ingeschreven conform de bepalingen van deze wet en de ter uitvoering ervan genomen besluiten en reglementen. § 3. Zijn niet onderworpen aan de bepalingen van deze wet en de ter uitvoering ervan genomen besluiten en reglementen : 1° de vennootschappen waarvan de effecten het voorwerp uitmaken of uitgemaakt hebben van een openbaar aanbod in België, en waarvan de activiteit in hoofdorde bestaat uit het uitoefenen van controle of gezamenlijke controle over andere vennootschappen, zoals omschreven in de artikelen 5 tot 9 van het Wetboek van Vennootschappen, of het houden van deelnemingen, zoals omschreven in artikel 13 van het Wetboek van Vennootschappen;2° de vennootschappen
  2. a)waarvan de effecten het voorwerp uitmaken, of uitgemaakt hebben van een openbaar aanbod in België, als die effecten, voor 90 % of een ander door de Koning te bepalen percentage van hun nominale waarde of fractiewaarde en van de prijs waartegen ze worden aangeboden, onvoorwaardelijk en onherroepelijk worden gegarandeerd door een lidstaat van de Europese Economische Ruimte of door een van zijn regionale of plaatselijke overheden;en,
  3. b)die zijn onderworpen aan bijzondere wetgeving die ertoe strekt investeringen in niet genoteerde vennootschappen te bevorderen en die op grond van de wetgeving of hun statuten ertoe gehouden zijn informatieverplichtingen na te leven die gelijkwaardig zijn aan de informatieverplichtingen die gelden in uitvoering van artikel 10, § 1, 1° tot 3°, van de wet van 2 augustus 2002Relevante gevonden documenten type wet prom. 02/08/2002 pub. 04/09/2002 numac 2002003392 bron ministerie van financien Wet betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten type wet prom. 02/08/2002 pub. 14/06/2018 numac 2018012337 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten. - Officieuze coördinatie in het Duits. - Deel I type wet prom. 02/08/2002 pub. 04/09/2002 numac 2002003391 bron ministerie van financien Wet tot aanvulling, inzake de verhaalmiddelen tegen de beslissingen van de minister, de CBF, de CDV en de marktondernemingen, alsook inzake de tussenkomst van de CBF en van de CDV voor de strafgerechten, van de wet van 2 augustus 2002 betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten en tot wijziging van verschillende andere wetsbepalingen type wet prom. 02/08/2002 pub. 05/09/2002 numac 2002009809 bron federale overheidsdienst justitie Wet tot aanvulling van artikel 33, § 1, eerste lid van de wet van 20 juli 1990 betreffende de voorlopige hechtenis sluiten. Toch kan een in het 1° van deze paragraaf bedoelde vennootschap de inschrijving als openbare instelling voor collectieve belegging met een vast aantal rechten van deelneming die belegt in de in artikel 7, eerste lid, 5°, 6°, 8° en 9°, bedoelde activa aanvragen of behouden. Art. 5.§ 1. Voor de toepassing van artikel 3, 13°, a), i), hebben de volgende aanbiedingen van effecten van instellingen voor collectieve belegging geen openbaar karakter : 1° de aanbiedingen van effecten die uitsluitend gericht zijn aan institutionele of professionele beleggers;2° de aanbiedingen van effecten die gericht zijn aan minder dan 100 natuurlijke of rechtspersonen die geen institutionele of professionele beleggers zijn;3° de aanbiedingen van andere effecten dan rechten van deelneming in instellingen voor collectieve belegging met een veranderlijk aantal rechten van deelneming, die een totale tegenwaarde van ten minste 50 000 euro per belegger en per categorie effecten vereisen;4° de aanbiedingen van rechten van deelneming in instellingen voor collectieve belegging met een veranderlijk aantal rechten van deelneming die een totale tegenwaarde van ten minste 250 000 euro per belegger en per categorie effecten vereisen;5° de aanbiedingen van andere effecten dan rechten van deelneming in instellingen voor collectieve belegging met een veranderlijk aantal rechten van deelneming, met een nominale waarde per eenheid van ten minste 50 000 euro;6° de aanbiedingen van effecten met een totale tegenwaarde van minder dan 100 000 euro die wordt berekend over een periode van 12 maanden. Bij doorverkoop van effecten die voorheen het voorwerp waren van één of meer van de in het eerste lid bedoelde aanbiedingen, moet deze verrichting worden getoetst aan de in artikel 3, 13°, a), i), vermelde definitie en aan de in het eerste lid van deze paragraaf vastgestelde criteria om uit te maken of deze doorverkoop een openbaar aanbod is. § 2. Voor de toepassing van artikel 3, 13°, a), ii), kan de Koning het begrip « publiek » definiëren. § 3. Voor de toepassing van deze wet wordt onder « institutionele of professionele beleggers » verstaan : 1° de nationale, gemeenschaps- en gewestregeringen;2° de Europese Centrale Bank, de Nationale Bank van België en de andere nationale centrale banken, de internationale of supranationale instellingen, het Rentenfonds, het Beschermingsfonds voor deposito's en financiële instrumenten en de Deposito- en Consignatiekas;3° de Belgische en buitenlandse rechtspersonen die een vergunning hebben of gereglementeerd zijn om actief te mogen zijn op de financiële markten, waaronder inzonderheid :
  4. a)de Belgische en buitenlandse kredietinstellingen bedoeld in artikel 1, tweede lid, van de wet van 22 maart 1993;
  5. b)de Belgische en buitenlandse beleggingsondernemingen waarvan het gewone bedrijf bestaat in het beroepsmatig verrichten of aanbieden van een of meer beleggingsdiensten voor derden en/of het uitoefenen van een of meer beleggingsactiviteiten in de zin van artikel 46, 1°, van de wet van 6 april 1995Relevante gevonden documenten type wet prom. 22/02/1998 pub. 28/03/1998 numac 1998003158 bron ministerie van financien Wet tot vaststelling van het organiek statuut van de Nationale Bank van België sluiten1;
  6. c)de volgende verzekeringsondernemingen : (
  7. i)de verzekeringsondernemingen en -instellingen bedoeld in artikel 2, §§ 1 en 3, van de wet van 9 juli 1975Relevante gevonden documenten type wet prom. 22/02/1998 pub. 28/03/1998 numac 1998003158 bron ministerie van financien Wet tot vaststelling van het organiek statuut van de Nationale Bank van België sluiten2 betreffende de controle der verzekeringsondernemingen; (
  8. ii)de buitenlandse verzekeringsondernemingen die niet in België werkzaam zijn, en (iii) de Belgische en buitenlandse herverzekeringsondernemingen;
  9. d)de Belgische of buitenlandse instellingen voor bedrijfspensioenvoorziening bedoeld in artikel 2, 1°, van de wet van 27 oktober 2006Relevante gevonden documenten type wet prom. 27/10/2006 pub. 10/11/2006 numac 2006023149 bron federale overheidsdienst sociale zekerheid Wet betreffende het toezicht op de instellingen voor bedrijfspensioenvoorzieningen sluiten betreffende het toezicht op de instellingen voor bedrijfspensioenvoorziening;
  10. e)de Belgische en buitenlandse instellingen voor collectieve belegging;
  11. f)de Belgische en buitenlandse beheervennootschappen van instellingen voor collectieve belegging;
  12. g)de Belgische en buitenlandse grondstoffentermijnhandelaren in de zin van artikel 4 van de wet van 16 juni 2006Relevante gevonden documenten type wet prom. 16/06/2006 pub. 21/06/2006 numac 2006009492 bron federale overheidsdienst financien Wet op de openbare aanbieding van beleggingsinstrumenten en de toelating van beleggingsinstrumenten tot de verhandeling op een gereglementeerde markt type wet prom. 16/06/2006 pub. 03/05/2019 numac 2018031040 bron federale overheidsdienst buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking Wet houdende instemming met de Overeenkomst tussen de Belgisch-Luxemburgse Economische Unie en de Regering van de Republiek Guatemala inzake de wederzijdse bevordering en bescherming van investeringen, ondertekend te Brussel op 14 april 2005
(2)
(3)sluiten;h) de andere Belgische en buitenlandse financiële instellingen die een vergunning hebben of gereglementeerd zijn;4° de andere Belgische en buitenlandse entiteiten dan bedoeld in het 5° van dit lid die geen vergunning hebben of niet gereglementeerd zijn om actief te mogen zijn op de financiële markten en waarvan het enige ondernemingsdoel het beleggen in beleggingsinstrumenten is in de zin van artikel 4 van de wet van 16 juni 2006Relevante gevonden documenten type wet prom. 16/06/2006 pub. 21/06/2006 numac 2006009492 bron federale overheidsdienst financien Wet op de openbare aanbieding van beleggingsinstrumenten en de toelating van beleggingsinstrumenten tot de verhandeling op een gereglementeerde markt type wet prom. 16/06/2006 pub. 03/05/2019 numac 2018031040 bron federale overheidsdienst buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking Wet houdende instemming met de Overeenkomst tussen de Belgisch-Luxemburgse Economische Unie en de Regering van de Republiek Guatemala inzake de wederzijdse bevordering en bescherming van investeringen, ondertekend te Brussel op 14 april 2005
(2)
(3)sluiten;5° de vennootschappen, fondsen of andere gelijkaardige entiteiten naar buitenlands recht waarvan de voornaamste activiteit erin bestaat te beleggen in effecten van instellingen voor collectieve belegging of in effectiseringsstructuren, dan wel instellingen voor collectieve belegging of effectiseringsstructuren te financieren, op voorwaarde dat die vennootschappen, fondsen of andere gelijkaardige entiteiten naar buitenlands recht zich daartoe in België financieren, uitsluitend bij institutionele of professionele beleggers, erkend door of krachtens deze paragraaf, of zich daartoe financieren in het buitenland;6° de coördinatiecentra bedoeld in het koninklijk besluit nr.187 van 30 december 1982 betreffende de oprichting van coördinatiecentra; 7° de andere Belgische en buitenlandse rechtspersonen dan die bedoeld in het 1° tot 6° van dit lid die, volgens hun recentste jaarrekening of geconsolideerde jaarrekening, aan ten minste twee van de volgende drie criteria voldoen : een gemiddeld aantal werknemers van ten minste 250 gedurende het boekjaar, een balanstotaal van meer dan 43 000 000 euro en een nettojaaromzet van meer dan 50 000 000 euro;8° andere buitenlandse rechtspersonen, ondernemingen en instellingen die, naar het recht waaronder ze ressorteren, worden beschouwd als institutioneel of professioneel belegger dan wel als gekwalificeerd belegger voor de toepassing van Richtlijn 2003/71/EG van 4 november 2003 betreffende het prospectus dat gepubliceerd moet worden wanneer effecten aan het publiek worden aangeboden of tot de handel worden toegelaten en tot wijziging van Richtlijn 2001/34/EG, of die volgens de financiële-marktpraktijken als institutioneel of professioneel belegger worden beschouwd. Voor de toepassing van deze wet kan de Koning het begrip « institutionele of professionele beleggers » uitbreiden, en daarbij, in voorkomend geval, een onderscheid maken naar het type of de categorie van instellingen voor collectieve belegging : 1° tot de natuurlijke personen die op het Belgische grondgebied verblijven, die de FSMA uitdrukkelijk hebben verzocht om als institutioneel of professioneel belegger te worden aangemerkt en die voldoen aan ten minste twee van de volgende drie criteria : (a) zij hebben in de loop van de voorafgaande vier kwartalen gemiddeld ten minste tien omvangrijke transacties per kwartaal verricht op de effectenmarkt, (b) hun portefeuille met effecten, in de zin van artikel 5 van de wet van 16 juni 2006Relevante gevonden documenten type wet prom. 16/06/2006 pub. 21/06/2006 numac 2006009492 bron federale overheidsdienst financien Wet op de openbare aanbieding van beleggingsinstrumenten en de toelating van beleggingsinstrumenten tot de verhandeling op een gereglementeerde markt type wet prom. 16/06/2006 pub. 03/05/2019 numac 2018031040 bron federale overheidsdienst buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking Wet houdende instemming met de Overeenkomst tussen de Belgisch-Luxemburgse Economische Unie en de Regering van de Republiek Guatemala inzake de wederzijdse bevordering en bescherming van investeringen, ondertekend te Brussel op 14 april 2005
(2)
(3)sluiten, heeft een omvang van meer dan 500 000 euro, (c) zij zijn ten minste een jaar werkzaam of werkzaam geweest in de financiële sector in het kader van een beroepsbezigheid die kennis van beleggingen in effecten in de zin van artikel 5 van de wet van 16 juni 2006Relevante gevonden documenten type wet prom. 16/06/2006 pub. 21/06/2006 numac 2006009492 bron federale overheidsdienst financien Wet op de openbare aanbieding van beleggingsinstrumenten en de toelating van beleggingsinstrumenten tot de verhandeling op een gereglementeerde markt type wet prom. 16/06/2006 pub. 03/05/2019 numac 2018031040 bron federale overheidsdienst buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking Wet houdende instemming met de Overeenkomst tussen de Belgisch-Luxemburgse Economische Unie en de Regering van de Republiek Guatemala inzake de wederzijdse bevordering en bescherming van investeringen, ondertekend te Brussel op 14 april 2005
(2)
(3)sluiten vereist, 2° tot alle of bepaalde rechtspersonen met statutaire zetel in België die de FSMA uitdrukkelijk hebben verzocht om als institutioneel of professioneel belegger te worden aangemerkt en die niet voldoen aan ten minste twee van de drie criteria bedoeld in het eerste lid, 7°, van deze paragraaf. De FSMA houdt een register bij van de betrokken personen. De Koning bepaalt de procedure om in dat register te worden ingeschreven, alsook de regels volgens welke derden toegang hebben tot dat register. § 4. Voor de toepassing van artikel 3, 4°, kan de Koning : 1° definiëren wat dient te worden verstaan onder « private beleggers »;2° vaststellen onder welke voorwaarden en volgens welke regels de private beleggers effecten kunnen overdragen die zijn uitgegeven door een private instelling voor collectieve belegging. BOEK 2. - Instellingen voor collectieve belegging naar belgisch recht TITEL 1. - Gemeenschappelijke bepalingen voor alle instellingen voor collectieve belegging naar Belgisch recht Art. 6.De instellingen voor collectieve belegging naar Belgisch recht behoren tot één van de volgende drie categorieën : 1° de gemeenschappelijke beleggingsfondsen met een veranderlijk aantal rechten van deelneming of de beleggingsvennootschappen met veranderlijk kapitaal;2° de gemeenschappelijke beleggingsfondsen met een vast aantal rechten van deelneming of de beleggingsvennootschappen met vast kapitaal;3° de gemeenschappelijk fondsen voor belegging in schuldvorderingen of de vennootschappen voor belegging in schuldvorderingen (verkort : VBS). Art. 7.Elke instelling voor collectieve belegging moet voor de belegging van de financiële middelen die zij inzamelt, opteren voor één van de hierna opgesomde categorieën van toegelaten beleggingen : 1° beleggingen die voldoen aan de voorwaarden van Richtlijn 2009/65/EG;2° financiële instrumenten en liquide middelen;3° grondstoffen, opties en termijncontracten op grondstoffen;4° opties en termijncontracten op effecten, deviezen en beursindexcontracten;5° vastgoed;6° hoogrisicodragend kapitaal;7° schuldvorderingen in het bezit van derden en overgedragen aan de instelling voor collectieve belegging bij een overdrachtsovereenkomst onder de voorwaarden en volgens de regels die door de Koning zijn vastgesteld;8° financiële instrumenten die zijn uitgegeven door niet-genoteerde vennootschappen;9° andere door de Koning toegelaten beleggingen. De Koning definieert de in het eerste lid opgesomde categorieën van toegelaten beleggingen bij besluit genomen na advies van de FSMA. Art. 8.§ 1. De netto-opbrengsten van het gemeenschappelijk beleggingsfonds of van de beleggingsvennootschap worden vastgesteld en uitgekeerd of gekapitaliseerd conform het beheerreglement of de statuten. § 2. Alle deelnemers hebben gelijke rechten; er mogen geen verschillende categorieën van rechten van deelneming worden gecreëerd, tenzij : 1° het beheerreglement of de statuten bepalen dat twee types van rechten van deelneming kunnen worden gecreëerd, waarbij de netto-opbrengst voor het ene type wordt uitgekeerd en voor het andere type wordt gekapitaliseerd;2° de statuten van een beleggingsvennootschap met veranderlijk kapitaal, conform de criteria en voorwaarden die door de Koning zijn vastgesteld bij besluit genomen na advies van de FSMA, bepalen dat verschillende klassen van rechten van deelneming kunnen worden gecreëerd die in verschillende munten zijn uitgedrukt of waarop verschillende kosten of verschillende provisies van toepassing zijn, of die zich van elkaar onderscheiden op grond van andere criteria die door de Koning zijn vastgesteld, met dien verstande dat er geen onderscheid mogelijk is wat de deelname betreft in het resultaat van de portefeuille van de beleggingsvennootschap of van het compartiment; de beslissing van de raad van bestuur om, met toepassing van een dergelijke statutaire bepaling, een nieuwe klasse van rechten van deelneming te creëren, wijzigt de statuten, zonder dat daartoe een algemene vergadering moet worden bijeengeroepen; 3° het beheerreglement van een gemeenschappelijk beleggingsfonds met een veranderlijk aantal rechten van deelneming, conform de criteria en voorwaarden die door de Koning zijn vastgesteld bij besluit genomen na advies van de FSMA, bepaalt dat verschillende klassen van rechten van deelneming kunnen worden gecreëerd die in verschillende munten zijn uitgedrukt of waarop verschillende kosten of verschillende provisies van toepassing zijn, of die zich van elkaar onderscheiden op grond van andere criteria die door de Koning zijn vastgesteld, met dien verstande dat er geen onderscheid mogelijk is wat de deelname betreft in het resultaat van de portefeuille van het gemeenschappelijk beleggingsfonds of van het compartiment;de beslissing van de beheervennootschap om, met toepassing van een dergelijke bepaling van het beheerreglement, een nieuwe klasse van rechten van deelneming te creëren, wijzigt het beheerreglement, zonder dat daartoe een algemene vergadering moet worden bijeengeroepen; 4° de statuten van een beleggingsvennootschap met veranderlijk kapitaal of van een vennootschap voor belegging in schuldvorderingen, of het beheerreglement van een gemeenschappelijk beleggingsfonds met een veranderlijk aantal rechten van deelneming voorzien in de mogelijkheid om verschillende categorieën van rechten van deelneming te creëren overeenkomstig de artikelen 12, 17, 25 of 28;5° in de statuten van een beleggingsvennootschap met vast kapitaal verschillende categorieën van rechten van deelneming zijn gecreëerd;6° in het beheerreglement van een gemeenschappelijk fonds voor belegging in schuldvorderingen of in de statuten van een vennootschap voor belegging in schuldvorderingen, verschillende categorieën van rechten van deelneming zijn gecreëerd.Het beheerreglement of de statuten bepalen de wijze van verdeling over de verschillende categorieën van rechten van deelneming, van de bedragen die betaald zijn door de schuldenaars van schuldvorderingen die de schuldvorderingsportefeuille vormen. Het beheerreglement of de statuten kunnen in preferente rechten van deelneming voorzien. § 3. De statuten van een vennootschap voor belegging in schuldvorderingen of het beheerreglement van een gemeenschappelijk fonds voor belegging in schuldvorderingen bepalen dat de winst van de vennootschap of van het fonds wordt uitgekeerd of wordt gereserveerd voor latere uitkering of voor de dekking van risico's van tekortkomingen in de betalingen van de schuldvorderingen. Art. 9.Elke instelling voor collectieve belegging wordt bestuurd of beheerd volgens het beginsel van de risicospreiding, in het uitsluitende belang van de houders van effecten die zijn uitgegeven door de instelling voor collectieve belegging en op zodanige wijze dat een autonoom beheer van de instelling is verzekerd. TITEL 2. - Openbare instellingen voor collectieve belegging HOOFDSTUK 1. - Algemene bepalingen Afdeling 1. - Openbare instellingen voor collectieve belegging met een veranderlijk aantal rechten van deelneming Art. 10.De openbare instellingen voor collectieve belegging met een veranderlijk aantal rechten van deelneming hebben als uitsluitend doel de collectieve belegging in één van de in artikel 7, eerste lid, 1°, 2°, 3°, 4° en 9°, bedoelde categorieën van toegelaten beleggingen waarvoor een markt bestaat, overeenkomstig de bepalingen van deze wet, de ter uitvoering ervan genomen besluiten en reglementen en hun beheerreglement of statuten. De openbare instellingen voor collectieve belegging met een veranderlijk aantal rechten van deelneming mogen de financiële middelen die zij aantrekken, slechts in een categorie van toegelaten beleggingen beleggen als deze door de Koning werd vastgesteld conform artikel 7, tweede lid. Die belegging dient te gebeuren conform de aldus vastgestelde regels. Art. 11.§ 1. De rechten van de deelnemers in een gemeenschappelijk beleggingsfonds zijn vertegenwoordigd door (
  1. a)op naam gestelde rechten van deelneming, (
  2. b)gedematerialiseerde rechten van deelneming of, (
  3. c)voor zover de toepasselijke wettelijke bepalingen dit toestaan, aan toonder gestelde rechten van deelneming. De beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging moet de bepalingen naleven van dit deel en van de ter uitvoering ervan genomen besluiten en reglementen met betrekking tot een gemeenschappelijk beleggingsfonds. § 2. Een gemeenschappelijk beleggingsfonds wordt als Belgisch beschouwd als het is ingeschreven op de lijst bedoeld in artikel 33. § 3. Elk gemeenschappelijk beleggingsfonds met een veranderlijk aantal rechten van deelneming heeft een eigen naam; ofwel bevat deze naam de woorden « openbaar gemeenschappelijk beleggingsfonds naar Belgisch recht met een veranderlijk aantal rechten van deelneming » of « openbaar open fonds naar Belgisch recht », ofwel volgen deze woorden onmiddellijk op zijn naam. Indien uit deze naam niet blijkt voor welke categorie van toegelaten beleggingen het fonds overeenkomstig artikel 7, eerste lid, heeft geopteerd, moet de aanduiding van die categorie altijd onmiddellijk volgen op zijn naam. § 4. De deelnemers in een gemeenschappelijk beleggingsfonds zijn tot de schulden van het fonds slechts gehouden ten belope van het netto-actief van het fonds en pro rata van hun deelneming. De schuldeisers van de beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging of van de deelnemers hebben geen verhaal op de activa van het fonds, die slechts tot waarborg strekken voor schulden, verbintenissen en verplichtingen die in overeenstemming met de doelomschrijving in het beheerreglement ten laste kunnen worden gebracht van de activa van het fonds. De beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging vertegenwoordigt het gemeenschappelijk beleggingsfonds en zijn deelnemers jegens derden en kan, in de gevallen en onder de voorwaarden bepaald in het beheerreglement, de deelnemers in rechte vertegenwoordigen zonder de identiteit van de deelnemers kenbaar te maken. § 5. Elke inbreng gebeurt in geld. Deze bepaling is niet van toepassing in geval van inbreng van de activa van een instelling voor collectieve belegging die is ingeschreven op de in artikel 33 bedoelde lijst, of in geval van inbreng van de korf van de samenstellende effecten van een index, wanneer in het beheerreglement van het gemeenschappelijk beleggingsfonds bepaald is dat zijn beleggingsbeleid gericht is op het volgen van een bepaalde effectenindex. § 6. In geval van ontbinding, vereffening, fusie of andere herstructurering van een gemeenschappelijk beleggingsfonds zijn de bepalingen van boek IV, titel IX, of boek XI van het Wetboek van Vennootschappen, voor zover van toepassing op beleggingsvennootschappen met veranderlijk kapitaal en met uitzondering van artikel 195bis van het Wetboek van Vennootschappen, van overeenkomstige toepassing. Art. 12.§ 1. Het beheerreglement van het gemeenschappelijk beleggingsfonds met een veranderlijk aantal rechten van deelneming dat heeft geopteerd voor de in artikel 7, eerste lid, 1° of 2° bedoelde categorieën van toegelaten beleggingen, kan de beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging machtigen om verschillende categorieën van rechten van deelneming te creëren, waarbij elke categorie overeenstemt met een afzonderlijk gedeelte of compartiment van het vermogen. In dat geval wordt voor elk compartiment dat wordt gecreëerd, een openbaar aanbod verricht van de categorie van rechten van deelneming die het betrokken deel van het vermogen vertegenwoordigen. De compartimenten moeten niet individueel in het beheerreglement vermeld worden. Als de compartimenten individueel in het beheerreglement worden vermeld, wordt dat beheerreglement gewijzigd door de beslissing van de beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging om een nieuwe categorie van rechten van deelneming te creëren, zonder dat daartoe een algemene vergadering moet worden bijeengeroepen. § 2. In het beheerreglement wordt, met inachtneming van de gelijkheid van de deelnemers, de wijze bepaald waarop de kosten worden toegerekend aan het hele gemeenschappelijk beleggingsfonds en per compartiment, alsook de wijze waarop de algemene vergadering het stemrecht uitoefent, de jaarrekening goedkeurt en kwijting verleent aan de raad van bestuur van de beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging. § 3. In geval van ontbinding, vereffening, fusie of andere herstructurering van compartimenten van een gemeenschappelijk beleggingsfonds zijn de bepalingen van boek IV, titel IX, of boek XI van het Wetboek van Vennootschappen, voor zover van toepassing op beleggingsvennootschappen met veranderlijk kapitaal en met uitzondering van artikel 195bis van het Wetboek van Vennootschappen, van overeenkomstige toepassing. Elk compartiment van een gemeenschappelijk beleggingsfonds wordt afzonderlijk vereffend, zonder dat die vereffening tot de vereffening van een ander compartiment leidt. Enkel de vereffening van het laatste compartiment leidt tot de vereffening van het gemeenschappelijk beleggingsfonds. § 4. In afwijking van de artikelen 7 en 8 van de hypotheekwet van 16 december 1851 en artikel 11, § 4, eerste en tweede lid, zijn de rechten van de deelnemers en schuldeisers met betrekking tot een compartiment of die zijn ontstaan naar aanleiding van de oprichting, de werking of de vereffening van een compartiment, beperkt tot de activa van dit compartiment. Als in het vermogen verschillende compartimenten zijn ingericht, wordt, ten aanzien van de tegenpartij, elke verbintenis of verrichting op een niet mis te verstane wijze aan één of meer compartimenten toegerekend. De bestuurders van de beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging zijn, hetzij jegens de deelnemers in het fonds, hetzij jegens derden, hoofdelijk aansprakelijk voor alle schade die het gevolg is van overtredingen van de bepalingen van dit lid. In afwijking van de artikelen 7 en 8 van de hypotheekwet van 16 december 1851 en artikel 11, § 4, eerste en tweede lid, strekken de activa van een bepaald compartiment exclusief tot waarborg voor de rechten van de deelnemers met betrekking tot dit compartiment en voor de rechten van de schuldeisers van wie de vorderingen zijn ontstaan naar aanleiding van de oprichting, de werking of de vereffening van dit compartiment. Art. 13.Het beheerreglement bevat de bepalingen waarin het doel van het gemeenschappelijk beleggingsfonds is vastgesteld, de bijzondere beheer- of bestuursregels die hierop van toepassing zijn en de respectieve rechten en plichten van de beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging, de bewaarder en de deelnemers. Het beheerreglement mag worden gewijzigd bij beslissing van de algemene vergadering van deelnemers. Het beheerreglement bepaalt in welke gevallen en onder welke voorwaarden de beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging bevoegd is om de stemrechten uit te oefenen die verbonden zijn aan de financiële instrumenten in het gemeenschappelijk beleggingsfonds. Art. 14.§ 1. Ieder jaar moet ten minste één algemene vergadering van de deelnemers van een gemeenschappelijk beleggingsfonds worden gehouden op de plaats, de dag en het uur als vastgelegd in het beheerreglement. De algemene vergadering krijgt kennis van het jaarverslag en het verslag van de commissarissen over de jaarrekening en behandelt de jaarrekening van het gemeenschappelijk beleggingsfonds. De algemene vergadering beslist over de goedkeuring van de jaarrekening, inclusief over de bestemming van het resultaat van het gemeenschappelijk beleggingsfonds. § 2. De raad van bestuur van de beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging en de commissaris van het gemeenschappelijk beleggingsfonds kunnen een algemene vergadering van de deelnemers in een gemeenschappelijk beleggingsfonds bijeenroepen, in voorkomend geval per compartiment. Zij moeten die algemene vergadering bijeenroepen, in voorkomend geval per compartiment 1° op verzoek van de deelnemers die één vijfde van het bedrag van de in omloop zijnde rechten van deelneming in het gemeenschappelijk beleggingsfonds vertegenwoordigen en die het bezit ervan sinds drie maanden kunnen bewijzen, om te beslissen over de vervanging van de beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging;2° voor elke beslissing tot wijziging van het beheerreglement, tot wijziging van de categorie van toegelaten beleggingen of tot ontbinding, vereffening, fusie, splitsing, met fusie of splitsing gelijkgestelde verrichting of tot inbreng of overdracht van een algemeenheid of een bedrijfstak;3° telkens als het beheerreglement van het gemeenschappelijk beleggingsfonds in een bijeenroeping van de algemene vergadering van deelnemers voorziet;4° teneinde een bedrijfsrevisor aan te stellen om de functie van commissaris van het gemeenschappelijk beleggingsfonds waar te nemen conform artikel 101. § 3. Het beheerreglement regelt de wijze van bijeenroeping, beraadslaging en besluitvorming van de algemene vergadering van deelnemers, met inachtneming van de bepalingen van het Wetboek van Vennootschappen voor zover deze door of krachtens deze wet van overeenkomstige toepassing zijn op gemeenschappelijke beleggingsfondsen of hun compartimenten, alsook de wijze van terbeschikkingstelling van het jaarverslag, van het verslag van de commissarissen en van de jaarrekening aan de deelnemers van het gemeenschappelijk beleggingsfonds. Als het beheerreglement van het gemeenschappelijk beleggingsfonds, conform artikel 8, § 2, 3°, voorziet in de creatie van verschillende klassen van rechten van deelneming, is artikel 560 van het Wetboek van Vennootschappen van toepassing. Art. 15.Een beleggingsvennootschap met veranderlijk kapitaal, « bevek » genoemd, wordt opgericht als naamloze vennootschap. Haar kapitaal verandert, zonder wijziging van de statuten, naargelang zij nieuwe rechten van deelneming uitgeeft of haar eigen rechten van deelneming inkoopt. Een bevek mag geen andere werkzaamheden verrichten dan die omschreven in artikel 3, 1° en 2°, a), en zij mag geen andere activa bezitten dan die welke noodzakelijk zijn voor de verwezenlijking van haar statutair doel. Art. 16.§ 1. De bevek is onderworpen aan het Wetboek van Vennootschappen voorzover daarvan niet wordt afgeweken door of krachtens deze titel of het Wetboek van Vennootschappen. § 2. In afwijking van artikel 78 van het Wetboek van Vennootschappen bevat de naam van de bevek en alle stukken die van haar uitgaan, de woorden « openbare beleggingsvennootschap met veranderlijk kapitaal naar Belgisch recht » of « openbare bevek naar Belgisch recht » ofwel volgen deze woorden onmiddellijk op haar naam. Indien uit deze naam niet blijkt voor welke categorie van toegelaten beleggingen zij overeenkomstig artikel 7, eerste lid, heeft geopteerd, moet de aanduiding van die categorie altijd onmiddellijk volgen op haar naam. § 3. Het maatschappelijk kapitaal is steeds gelijk aan de waarde van het netto-actief. Het mag niet minder bedragen dan 1 200 000 euro. § 4. Elke inbreng gebeurt in geld. Deze bepaling is niet van toepassing in geval van inbreng van de activa van een op de in artikel 33 bedoelde lijst ingeschreven instelling voor collectieve belegging of in geval van inbreng van de korf van de samenstellende effecten van een index, wanneer in de statuten van de instelling voor collectieve belegging bepaald is dat haar beleggingsbeleid gericht is op het volgen van een bepaalde effectenindex. § 5. De rechten van deelneming moeten vanaf de inschrijving zijn volgestort; zij vermelden geen nominale waarde. Er kunnen geen rechten van deelneming worden uitgegeven die het kapitaal niet vertegenwoordigen. § 6. De artikelen 78, 79, eerste lid, 96, 4°, 5° en 6°, 141, 184, § 1, tweede en vijfde lid, en § 2, 189bis, 190, § 1, derde en vierde lid, 195bis, eerste lid, 3°, 196, eerste lid, 5°, 439 tot 442, 445 tot 448, 453, eerste lid, 1°, 458, 460, eerste lid, 463, derde lid, 465, derde lid, 466, vierde lid, 476, 477, 479, 483, 484, 505, 506, 508, 509, 533, § 2, 533bis, 533ter, 536, § 2, 542, 546, tweede lid, 547bis, 557, 558, tweede en derde lid, 560, 581, 582 tot 590, 592 tot 600, 603 tot 607, 612 tot 617, 618, zesde en zevende lid, 619 tot 628, 633, 634, 699, § 1, 1°, 712, § 1, 1°, 722, § 1, 1°, 736, § 1, 1°, 751, § 1, 1° en 781, § 1, 1°, van het Wetboek van Vennootschappen zijn niet van toepassing, onverminderd de overige afwijkingen op het Wetboek van Vennootschappen bepaald door of krachtens deze titel of het Wetboek van Vennootschappen. De algemene vergadering kan enkel op geldige wijze beraadslagen en beslissen over de wijzigingen in de statuten als de doelstelling van de voorgestelde wijzigingen specifiek in de oproeping wordt vermeld. Onverminderd artikel 10, eerste lid, is artikel 559 van het Wetboek van Vennootschappen van toepassing. In afwijking van het eerste lid is artikel 560 van het Wetboek van Vennootschappen van toepassing in het in artikel 8, § 2, 2°, bedoelde geval. Art. 17.§ 1. De statuten van de bevek die heeft geopteerd voor de categorieën van toegelaten beleggingen als bedoeld in artikel 7, eerste lid, 1° of 2°, kunnen de raad van bestuur machtigen om verschillende categorieën van rechten van deelneming te creëren, waarbij elke categorie overeenstemt met een afzonderlijk gedeelte of compartiment van het vermogen. In dat geval wordt voor elk compartiment dat wordt gecreëerd, een openbaar aanbod verricht van de categorie van rechten van deelneming die het betrokken gedeelte van het vermogen vertegenwoordigen. De compartimenten moeten niet individueel in de statuten vermeld worden. Als de compartimenten individueel in de statuten worden vermeld, worden die gewijzigd door de beslissing van de raad van bestuur om een nieuwe categorie van rechten van deelneming te creëren, zonder dat daartoe een algemene vergadering moet worden bijeengeroepen. § 2. In de statuten wordt, met inachtneming van de gelijkheid van de deelnemers, de wijze bepaald waarop de kosten worden toegerekend aan de gehele vennootschap en per compartiment, alsook de wijze waarop de algemene vergadering het stemrecht uitoefent, de jaarrekening goedkeurt en kwijting verleent aan de bestuurders en de commissarissen. § 3. In geval van ontbinding, vereffening, fusie of andere herstructurering van compartimenten van een bevek zijn de bepalingen van boek IV, titel IX, of boek XI van het Wetboek van Vennootschappen, voor zover van toepassing op beveks en met uitzondering van artikel 195bis van het Wetboek van Vennootschappen, van overeenkomstige toepassing. Elk compartiment van een bevek wordt afzonderlijk vereffend, zonder dat die vereffening leidt tot de vereffening van een ander compartiment. Enkel de vereffening van het laatste compartiment leidt tot de vereffening van de bevek. § 4. De rechten van de deelnemers en schuldeisers met betrekking tot een compartiment of die zijn ontstaan naar aanleiding van de oprichting, de werking of de vereffening van een compartiment, zijn beperkt tot de activa van dat compartiment. Als er verschillende compartimenten in het vermogen zijn ingericht, wordt ten aanzien van de tegenpartij elke verbintenis of verrichting op een niet mis te verstane wijze toegerekend aan één of meer compartimenten. De bestuurders zijn, hetzij jegens de beleggingsvennootschap, hetzij jegens derden, hoofdelijk aansprakelijk voor alle schade die het gevolg is van overtredingen van de bepalingen van dit lid. In afwijking van de artikelen 7 en 8 van de hypotheekwet van 16 december 1851 strekken de activa van een bepaald compartiment exclusief tot waarborg voor de rechten van de deelnemers met betrekking tot dit compartiment en de schuldeisers van wie de vorderingen zijn ontstaan naar aanleiding van de oprichting, de werking of de vereffening van dit compartiment. De regels inzake gerechtelijke reorganisatie en faillissement worden toegepast per compartiment zonder dat een dergelijke gerechtelijke reorganisatie of faillissement van rechtswege de gerechtelijke reorganisatie of het faillissement van de andere compartimenten of van de beleggingsvennootschap tot gevolg kan hebben. Schuldeisers kunnen hun rechten om de ontbinding, de vereffening of het faillissement van de compartimenten of van de beleggingsvennootschap zelf te vorderen, contractueel beperken of er afstand van doen. Afdeling 2. - Openbare instellingen voor collectieve belegging met een vast aantal rechten van deelneming Art. 18.De openbare instellingen voor collectieve belegging met een vast aantal rechten van deelneming hebben als uitsluitend doel de collectieve belegging in één van de in artikel 7, eerste lid, 2° tot 9°, bedoelde categorieën van toegelaten beleggingen overeenkomstig de bepalingen van deze wet, de ter uitvoering ervan genomen besluiten en reglementen en hun beheerreglement of statuten. De openbare instellingen voor collectieve belegging met een vast aantal rechten van deelneming mogen de financiële middelen die zij aantrekken, slechts in een categorie van toegelaten beleggingen beleggen als deze door de Koning werd vastgesteld conform artikel 7, tweede lid. Die belegging dient te gebeuren conform de aldus vastgestelde regels. Art. 19.§ 1. Artikel 11, §§ 1, 2 en 4, en de artikelen 13 en 14 zijn van toepassing op de gemeenschappelijke beleggingsfondsen met een vast aantal rechten van deelneming. § 2. In de gevallen bedoeld in 14, § 2, tweede lid, 1°, 2° en 3°, kan de algemene vergadering van deelnemers enkel op geldige wijze beraadslagen en beslissen indien de aanwezige deelnemers ten minste de helft vertegenwoordigen van het aantal in omloop zijnde rechten van deelneming. Is deze voorwaarde niet vervuld, dan is een nieuwe bijeenroeping nodig en beraadslaagt en beslist de nieuwe vergadering op geldige wijze ongeacht het aantal rechten van deelneming in omloop dat door de aanwezige deelnemers wordt vertegenwoordigd. De twee voorgaande leden zijn niet van toepassing op de beraadslagingen en beslissingen als bedoeld in artikel 14, § 1. § 3. Elk gemeenschappelijk beleggingsfonds met een vast aantal rechten van deelneming heeft een eigen naam; ofwel bevat deze naam de woorden « openbaar gemeenschappelijk beleggingsfonds naar Belgisch recht met een vast aantal rechten van deelneming » of « openbaar besloten fonds naar Belgisch recht », ofwel volgen deze woorden onmiddellijk op zijn naam. Indien uit deze naam niet blijkt voor welke categorie van toegelaten beleggingen het fonds overeenkomstig artikel 7, eerste lid heeft geopteerd, moet de aanduiding van die categorie altijd onmiddellijk volgen op zijn naam. § 4. Wanneer nieuwe rechten van deelneming worden uitgegeven tegen een inbreng in geld, moeten zij vooraf worden aangeboden aan de houders van eerder uitgegeven rechten van deelneming. § 5. In geval van ontbinding, vereffening of herstructurering van een gemeenschappelijk beleggingsfonds met een vast aantal rechten van deelneming zijn de bepalingen van boek IV, titel IX of boek XI van het Wetboek van Vennootschappen van overeenkomstige toepassing. Art. 20.Een beleggingsvennootschap met vast kapitaal (« bevak » genoemd) wordt opgericht als naamloze vennootschap of als commanditaire vennootschap op aandelen. Een bevak mag geen andere werkzaamheden verrichten dan omschreven in artikel 3, 1° en 2°, a), en zij mag geen andere activa bezitten dan die welke noodzakelijk zijn voor de verwezenlijking van haar statutair doel. Art. 21.§ 1. De bevak is onderworpen aan het Wetboek van Vennootschappen voorzover daarvan niet wordt afgeweken door of krachtens deze titel. § 2. In afwijking van artikel 78 van het Wetboek van Vennootschappen bevatten de naam van de bevak en alle stukken die van haar uitgaan, de woorden « openbare beleggingsvennootschap met vast kapitaal naar Belgisch recht » of « openbare bevak naar Belgisch recht », ofwel volgen deze woorden onmiddellijk op haar naam. Indien uit deze naam niet blijkt voor welke categorie van toegelaten beleggingen zij overeenkomstig artikel 7, eerste lid heeft geopteerd, moet de aanduiding van die categorie altijd onmiddellijk volgen op haar naam. § 3. Het maatschappelijk kapitaal mag niet minder bedragen dan 1 200 000 euro. Het moet zijn volgestort. Voor de toepassing van artikel 634 van het Wetboek van Vennootschappen wordt onder minimumkapitaal het in deze paragraaf voorgeschreven bedrag verstaan. § 4. De artikelen 111, 439, 440, 448, 477 en 616 van het Wetboek van Vennootschappen zijn niet van toepassing. Onverminderd artikel 18, eerste lid, is artikel 559 van het Wetboek van Vennootschappen van toepassing. § 5. In het kader van het opleggen van een verplichting om voorrang te verlenen aan de bestaande deelnemers bij de toekenning van nieuwe effecten, mag de Koning, bij besluit genomen op advies van de FSMA, afwijkingen voorzien aan de minimale duurtijd van de inschrijvingstermijn bedoeld in artikel 599 van het Wetboek van Vennootschappen. Afdeling 3. - Openbare instellingen voor collectieve belegging in schuldvorderingen Art. 22.De openbare instellingen voor collectieve belegging in schuldvorderingen beleggen de financiële middelen die zij aantrekken, in de in artikel 7, eerste lid, 7°, bedoelde categorie van toegelaten beleggingen, conform en voor zover toegestaan door de bepalingen van deze wet, de ter uitvoering ervan genomen besluiten en reglementen en hun beheerreglement of statuten. Art. 23.De instelling voor collectieve belegging in schuldvorderingen kan de oorspronkelijke overdrager van de schuldvorderingen volgens de bij overeenkomst bepaalde nadere regels, opdracht geven de schuldvorderingen te innen en andere taken te verrichten die verband houden met het behoud en de uitvoering van met de schuldvorderingen verbonden accessoire rechten. Dit doet geen afbreuk aan de delegatie van de in dit lid bedoelde taken door de oorspronkelijke overdrager van de schuldvorderingen aan een derde entiteit die gespecialiseerd is in dit type van beheer, op voorwaarde dat de oorspronkelijke overdrager van de schuldvorderingen onderworpen is aan prudentieel toezicht en dat die delegatie in overeenstemming is met de prudentiële regels en normen terzake. De oorspronkelijke overdragers die een institutioneel vergelijkbaar statuut hebben en op organisatorisch vlak homogeen zijn, en die eenzelfde portefeuille van schuldvorderingen tot stand gebracht hebben die toegekend zijn volgens gelijkwaardige criteria, worden voor de toepassing van dit lid als de oorspronkelijke overdrager beschouwd. In geval een schuldvordering wordt overgedragen aan of door een instelling voor collectieve belegging in schuldvorderingen in de zin van deze wet, zijn de artikelen 1328 van het Burgerlijk Wetboek en 26 van de wet van 12 juni 1991 op het consumentenkrediet en artikel 8 van Hoofdstuk 2, titel I van boek II van het Wetboek van Koophandel en de artikelen 18 en 20 van de wet van 15 april 1884 betreffende de landbouwleningen, niet van toepassing op deze overdracht. Dezelfde bepalingen zijn niet van toepassing op een inpandgeving van een schuldvordering aan of door een instelling voor collectieve belegging in schuldvorderingen in de zin van deze wet. Wanneer schuldvorderingen worden overgedragen aan of door een instelling voor collectieve belegging in schuldvorderingen in de zin van deze wet, dan verwerft de overnemer door de loutere naleving van de voorschriften van boek III, titel VI, hoofdstuk VIII van het Burgerlijk Wetboek alle rechten in verzekeringsovereenkomsten die de cedent bezit als waarborg voor de overgedragen schuldvorderingen. Een inpandgeving van diezelfde rechten aan of door een instelling voor collectieve belegging in schuldvorderingen geschiedt door de loutere naleving van de voorschriften van boek III, titel XVII van het Burgerlijk Wetboek of van titel VI, boek I van het Wetboek van Koophandel. Art. 24.§ 1. Artikel 11, §§ 1, 2 en 4, artikel 13, eerste en tweede lid, artikel 14 en artikel 19, §§ 2 en 4, zijn van toepassing op de gemeenschappelijke fondsen voor belegging in schuldvorderingen. § 2. Elk gemeenschappelijk fonds voor belegging in schuldvorderingen heeft een eigen naam; ofwel bevat deze naam de woorden « openbaar gemeenschappelijk fonds voor belegging in schuldvorderingen naar Belgisch recht », ofwel volgen deze woorden onmiddellijk op zijn naam. § 3. In geval van ontbinding, vereffening of herstructurering van een gemeenschappelijk fonds voor belegging in schuldvorderingen zijn de bepalingen van boek IV, titel IX of boek XI van het Wetboek van Vennootschappen van overeenkomstige toepassing. Art. 25.§ 1. Het beheerreglement van een gemeenschappelijk fonds voor belegging in schuldvorderingen kan de beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging machtigen om verschillende categorieën van rechten van deelneming te creëren, waarbij elke categorie overeenstemt met een afzonderlijk gedeelte of compartiment van het vermogen. In dat geval wordt voor elk compartiment dat wordt gecreëerd, een openbaar aanbod verricht van de categorie van rechten van deelneming die het betrokken gedeelte van het vermogen vertegenwoordigen. § 2. Artikel 12, § 1, tweede lid, §§ 2 en 4, is van toepassing op de gemeenschappelijke fondsen voor belegging in schuldvorderingen. § 3. In geval van ontbinding, vereffening of herstructurering van een compartiment van een gemeenschappelijk fonds voor belegging in schuldvorderingen, zijn de bepalingen van boek IV, titel IX, of boek XI van het Wetboek van Vennootschappen van overeenkomstige toepassing. Elk compartiment van een gemeenschappelijk fonds voor belegging in schuldvorderingen wordt afzonderlijk vereffend, zonder dat die vereffening tot de vereffening van een ander compartiment leidt. Enkel de vereffening van het laatste compartiment leidt tot de vereffening van het gemeenschappelijk fonds voor belegging in schuldvorderingen. Art. 26.Een VBS wordt opgericht als naamloze vennootschap of als commanditaire vennootschap op aandelen. Een VBS mag geen andere werkzaamheden verrichten dan die omschreven in artikel 3, 1° en 2°, b), en zij mag geen andere activa bezitten dan die welke noodzakelijk zijn voor de verwezenlijking van haar statutair doel. Art. 27.§ 1. De VBS is onderworpen aan het Wetboek van Vennootschappen voorzover daarvan niet wordt afgeweken door of krachtens deze titel. § 2. In afwijking van artikel 78 van het Wetboek van Vennootschappen, bevatten de naam van de VBS en alle stukken die van haar uitgaan, de woorden « openbare vennootschap voor belegging in schuldvorderingen naar Belgisch recht » of « openbare VBS naar Belgisch recht », ofwel volgen deze woorden onmiddellijk op haar naam. § 3. De statuten bepalen het bedrag van het vast gedeelte van het maatschappelijk kapitaal. Het bedrag bedoeld in het eerste lid mag niet kleiner zijn dan 61 500 euro en moet volgestort zijn. Het kapitaal van de VBS is veranderlijk voor het gedeelte dat het bedrag van het vast gedeelte van het maatschappelijk kapitaal overtreft. Dit gedeelte van het kapitaal kan verminderd worden zonder wijziging van de statuten in functie van de aflossing van de schuldvorderingen volgens de modaliteiten voorzien in de statuten. Ingeval de vennootschap, binnen de met toepassing van artikel 75 bepaalde grenzen, obligaties heeft uitgegeven of leningen heeft aangegaan, kan een kapitaalvermindering slechts plaatshebben voorzover de obligaties of leningen worden terugbetaald. § 4. De artikelen 439, 440, 441, 448, 477 en 616 van het Wetboek van Vennootschappen alsook de artikelen 613 en 614 van het Wetboek van Vennootschappen, wat het veranderlijk gedeelte van het kapitaal betreft, zijn niet van toepassing op de VBS. Onverminderd artikel 3, 7°, a), is artikel 559 van het Wetboek van Vennootschappen van toepassing. Art. 28.§ 1. De statuten van een VBS kunnen de raad van bestuur machtigen om verschillende categorieën van rechten van deelneming te creëren, waarbij elke categorie overeenstemt met een afzonderlijk gedeelte of compartiment van het vermogen. Artikel 560 van het Wetboek van Vennootschappen is niet van toepassing. Voor elk compartiment dat wordt gecreëerd, wordt een openbaar aanbod verricht van de categorie van rechten van deelneming die het betrokken gedeelte van het vermogen vertegenwoordigen en dit onverminderd artikel 3, 2°, b). Dit lid geldt niet voor de rechten van deelneming die het minimumkapitaal, bedoeld in artikel 27, § 3, tweede lid, vertegenwoordigen, op voorwaarde dat voor elk compartiment dat wordt gecreëerd het betrokken gedeelte van het patrimonium mede gefinancierd wordt door financiële middelen die gedeeltelijk worden aangetrokken via een openbaar aanbod van effecten. Als de compartimenten individueel in de statuten worden vermeld, worden die gewijzigd door de beslissing van de raad van bestuur om een nieuwe categorie van rechten van deelneming te creëren, zonder dat daartoe een algemene vergadering moet worden bijeengeroepen. § 2. In de statuten wordt, met inachtneming van de gelijkheid van de deelnemers, de wijze bepaald waarop de kosten worden toegerekend aan de gehele vennootschap en per compartiment, alsook de wijze waarop de algemene vergadering het stemrecht uitoefent, de jaarrekening goedkeurt en kwijting verleent aan de bestuurders en de commissarissen. § 3. In geval van ontbinding, vereffening of herstructurering van compartimenten zijn de bepalingen van boek IV, titel IX of boek XI van het Wetboek van Vennootschappen van overeenkomstige toepassing op de compartimenten. Elk compartiment van een VBS wordt afzonderlijk vereffend, zonder dat die vereffening leidt tot de vereffening van een ander compartiment. Enkel de vereffening van het laatste compartiment leidt tot de vereffening van de VBS. § 4. De rechten van de deelnemers en schuldeisers met betrekking tot een compartiment of die zijn ontstaan naar aanleiding van de oprichting, de werking of de vereffening van een compartiment, zijn beperkt tot de activa van dat compartiment. Als in het vermogen verschillende compartimenten zijn ingericht, wordt ten aanzien van de tegenpartij elke verbintenis of verrichting op een niet mis te verstane wijze aan één of meer compartimenten toegerekend. De bestuurders zijn, hetzij jegens de deelnemers in het fonds, hetzij jegens derden, hoofdelijk aansprakelijk voor alle schade die het gevolg is van overtredingen van de bepalingen van dit lid. In afwijking van de artikelen 7 en 8 van de hypotheekwet van 16 december 1851 strekken de activa van een bepaald compartiment exclusief tot waarborg voor de rechten van de deelnemers met betrekking tot dit compartiment en de schuldeisers van wie de vorderingen zijn ontstaan naar aanleiding van de oprichting, de werking of de vereffening van dit compartiment. De regels inzake gerechtelijke reorganisatie en faillissement worden toegepast per compartiment zonder dat een dergelijke gerechtelijke reorganisatie of faillissement van rechtswege de gerechtelijke reorganisatie of het faillissement van de andere compartimenten of van de beleggingsvennootschap tot gevolg kan hebben. Schuldeisers kunnen hun rechten om de ontbinding, de vereffening of het faillissement van de compartimenten of van de beleggingsvennootschap zelf te vorderen, contractueel beperken of er afstand van doen. Art. 29.§ 1. De artikelen 568 tot 580 van het Wetboek van Vennootschappen zijn, behoudens andersluidende bepaling in de uitgiftevoorwaarden, van toepassing op de houders van obligaties of andere schuldinstrumenten die zijn uitgegeven door een instelling voor collectieve belegging in schuldvorderingen. Wanneer obligaties of andere schuldinstrumenten worden uitgegeven door een gemeenschappelijk fonds voor belegging in schuldvorderingen, worden de verplichtingen waartoe de uitgevende vennootschap of haar raad van bestuur gehouden zijn krachtens de voornoemde artikelen 568 tot 580, opgelegd aan de beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging van het fonds. Voor de houders van schuldinstrumenten die behoren tot een zelfde uitgifte of tot een zelfde categorie van schuldinstrumenten kunnen één of meer vertegenwoordigers worden aangesteld op voorwaarde dat de uitgiftevoorwaarden regels bevatten voor de organisatie van de algemene vergaderingen van de houders van de betrokken schuldinstrumenten. Die vertegenwoordigers kunnen alle houders van de schuldinstrumenten van die uitgifte of categorie verbinden en jegens derden of in rechte vertegenwoordigen binnen de grenzen van de opdrachten die hun zijn toevertrouwd en zij moeten hun bevoegdheid enkel verantwoorden door de voorlegging van de akte waarin ze zijn aangesteld. Zij kunnen in rechte optreden en de houders van de schuldinstrumenten vertegenwoordigen in elk faillissement, gerechtelijke reorganisatie of analoge procedure zonder de identiteit van de houders van de schuldinstrumenten die zij vertegenwoordigen, te moeten bekendmaken. Deze vertegenwoordigers oefenen hun bevoegdheden uit in het uitsluitend belang van de houders van schuldinstrumenten die zij vertegenwoordigen en zij zijn hun rekenschap verschuldigd volgens de nadere regels bepaald in de uitgiftevoorwaarden of in de beslissing tot aanstelling. De vertegenwoordigers van de houders van schuldinstrumenten worden aangesteld, hetzij voor de uitgifte door de emittent, hetzij, indien hun benoeming plaatsvindt na de uitgifte, door de algemene vergadering van de houders van de betrokken schuldinstrumenten. Hun bevoegdheden worden vastgelegd in de uitgiftevoorwaarden of, zo niet, door de algemene vergadering van de houders van de betrokken schuldinstrumenten. De algemene vergadering van de houders van de betrokken schuldinstrumenten kan steeds de aanstelling van de vertegenwoordiger(
  4. s)herroepen op voorwaarde dat zij terzelfder tijd één of meer andere vertegenwoordigers aanstelt. Behoudens een strikter beding in de uitgiftevoorwaarden beslist de algemene vergadering bij eenvoudige meerderheid van de vertegenwoordigde schuldinstrumenten. De vertegenwoordigers van de houders van schuldinstrumenten moeten door de FSMA worden erkend. De Koning stelt, bij besluit genomen na advies van de FSMA, nadere regels vast voor de erkenning, de bekendmaking van de benoeming, de bevoegdheden en de herroeping van de vertegenwoordigers, de eventuele beperkingen van de bevoegdheden die hun kunnen worden toegekend alsook de vereisten inzake hun onafhankelijkheid ten aanzien van de cedent, de beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging en de instelling voor collectieve belegging in schuldvorderingen. § 2. Een instelling voor collectieve belegging in schuldvorderingen kan ten behoeve van de houders van de obligaties of schuldinstrumenten als bedoeld in artikel 2, 31°, b), van de wet van 2 augustus 2002Relevante gevonden documenten type wet prom. 02/08/2002 pub. 04/09/2002 numac 2002003392 bron ministerie van financien Wet betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten type wet prom. 02/08/2002 pub. 14/06/2018 numac 2018012337 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten. - Officieuze coördinatie in het Duits. - Deel I type wet prom. 02/08/2002 pub. 04/09/2002 numac 2002003391 bron ministerie van financien Wet tot aanvulling, inzake de verhaalmiddelen tegen de beslissingen van de minister, de CBF, de CDV en de marktondernemingen, alsook inzake de tussenkomst van de CBF en van de CDV voor de strafgerechten, van de wet van 2 augustus 2002 betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten en tot wijziging van verschillende andere wetsbepalingen type wet prom. 02/08/2002 pub. 05/09/2002 numac 2002009809 bron federale overheidsdienst justitie Wet tot aanvulling van artikel 33, § 1, eerste lid van de wet van 20 juli 1990 betreffende de voorlopige hechtenis sluiten, die zij heeft uitgegeven of zal uitgeven, schuldvorderingen en andere activa die de instelling voor collectieve belegging in schuldvorderingen heeft verworven of zal verwerven, in pand geven, overeenkomstig de bepalingen van titel VI van boek I van het Wetboek van Koophandel. Behoudens andersluidend beding in de pandovereenkomst strekt het pand zich uit tot de gelden voortgebracht door de verpande schuldvorderingen of ter betaling ervan ontvangen en tot de schuldvorderingen en financiële instrumenten waarin zij worden belegd. Artikel 17, 3°, van de faillissements wet van 8 augustus 1997Relevante gevonden documenten type wet prom. 08/08/1997 pub. 28/10/1997 numac 1997009766 bron ministerie van justitie Faillissementswet sluiten is niet van toepassing op wijzigingen, toevoegingen of vervangingen wat betreft het voorwerp van het in deze paragraaf bedoeld pand voorzover dit pand wordt gevestigd vóór of gelijktijdig met de uitgifte van de gewaarborgde schuldinstrumenten en de wijzigingen, toevoegingen en vervangingen geschieden overeenkomstig de bepalingen van de pandovereenkomst of overeenkomstig het tweede lid van deze paragraaf. Onverminderd andere door de wet bepaalde middelen van tegeldemaking, beveelt de voorzitter van de rechtbank van koophandel op verzoek van alle houders van de gewaarborgde schuldinstrumenten dat het pand aan hen zal verblijven als betaling en dit ten belope van een schatting door een deskundige. HOOFDSTUK 2. - Bedrijfsvergunning Afdeling 1. - Inschrijving Art. 30.Iedere instelling voor collectieve belegging die aan de bepalingen van deze titel is onderworpen, moet zich, alvorens haar werkzaamheden in België aan te vatten, laten inschrijven bij de FSMA. Deze verplichting geldt, in voorkomend geval, tevens voor de compartimenten van de instelling voor collectieve belegging. Art. 31.Bij de inschrijvingsaanvraag wordt een dossier gevoegd dat de door de FSMA gevraagde gegevens bevat, dat beantwoordt aan de door de FSMA gestelde voorwaarden en waaruit blijkt dat is voldaan aan de voorwaarden opgelegd door deze titel en de ter uitvoering ervan genomen besluiten en reglementen. De FSMA kan aanvullende gegevens opvragen die nodig zijn voor de beoordeling van de inschrijvingsaanvraag. De instelling voor collectieve belegging deelt de FSMA onverwijld alle nodige gegevens mee opdat het inschrijvingsdossier permanent bijgewerkt zou zijn. Art. 32.De FSMA schrijft de instellingen voor collectieve belegging in, alsook, in voorkomend geval, de compartimenten die voldoen aan de voorwaarden in deze titel en de ter uitvoering ervan genomen besluiten en reglementen en die effectief openbaar worden aangeboden. Zij spreekt zich uit over de inschrijvingsaanvraag binnen drie maanden na de indiening van een volledig dossier voor de beleggingsvennootschappen die geen gebruik maken van de mogelijkheid voorzien in artikel 44 en binnen twee maanden na de indiening van een volledig dossier voor de instellingen voor collectieve belegging die wel gebruik maken van deze mogelijkheid. De inschrijving van de instellingen voor collectieve belegging met een veranderlijk aantal rechten van deelneming of van de compartimenten van dergelijke instellingen blijft behouden niettegenstaande elke beslissing van de instelling voor collectieve belegging conform deze wet en de ter uitvoering ervan genomen besluiten en reglementen om haar rechten van deelneming of de rechten van deelneming in haar compartimenten niet langer openbaar aan te bieden. Art. 33.De FSMA stelt elk jaar een lijst op van de krachtens deze titel ingeschreven instellingen voor collectieve belegging naar Belgisch recht en compartimenten. Die lijst wordt elk jaar bekendgemaakt op haar website. De wijzigingen die tussen twee jaarlijkse publicaties in worden aangebracht in de lijst, worden geregeld bekendgemaakt op de website van de FSMA. Deze lijst kan worden onderverdeeld in rubrieken en subrubrieken. Afdeling 2. - Inschrijvingsvoorwaarden Art. 34.Een instelling voor collectieve belegging en, in voorkomend geval, haar compartimenten worden pas ingeschreven op de lijst van de instellingen voor collectieve belegging naar Belgisch recht en kunnen hun werkzaamheden pas aanvatten indien voldaan is aan de volgende voorwaarden : 1° de FSMA heeft de keuze aanvaard van de beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging van het gemeenschappelijk beleggingsfonds of heeft een vergunning verleend aan de beleggingsvennootschap;2° de FSMA heeft het beheerreglement of de statuten van de instelling voor collectieve belegging goedgekeurd;3° de FSMA heeft, in voorkomend geval, de keuze aanvaard van de bewaarder van de instelling voor collectieve belegging. Onderafdeling 1. - Aanvaarding van de keuze van de beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging van het gemeenschappelijk beleggingsfonds Art. 35.§ 1. Wat de gemeenschappelijke beleggingsfondsen betreft die niet voldoen aan de voorwaarden van Richtlijn 2009/65/EG, moet de beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging :
  5. a)conform deel III van deze wet erkend zijn voor de uitoefening van alle beheertaken als bedoeld in artikel 3, 22° ;
  6. b)een in België gevestigde statutaire zetel en hoofdbestuur hebben. Wat de gemeenschappelijke beleggingsfondsen betreft die voldoen aan de voorwaarden van Richtlijn 2009/65/EG, mag de functie van beheervennootschap worden uitgeoefend door :
  7. a)de beheervennootschappen van instellingen voor collectieve belegging waarvan de statutaire zetel en het hoofdbestuur in België zijn gevestigd, op voorwaarde dat zij conform deel III van deze wet erkend zijn voor de uitoefening van alle beheertaken als bedoeld in artikel 3, 22° ;
  8. b)op de door deze wet bepaalde voorwaarden, de beheervennootschappen van instellingen voor collectieve belegging die ressorteren onder het recht van een andere lidstaat van de Europese Economische Ruimte. De conform het eerste of tweede lid aangestelde beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging dient de bepalingen na te leven van deze wet en de ter uitvoering ervan genomen besluiten en reglementen die van toepassing zijn op het gemeenschappelijk beleggingsfonds. § 2. Uit het programma van werkzaamheden van de beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging als bedoeld in artikel 189 moet blijken dat haar beleidsstructuur, alsook haar administratieve, boekhoudkundige, financiële en technische organisatie en haar interne controle, passend zijn voor de categorie van toegelaten beleggingen waarvoor het gemeenschappelijk beleggingsfonds heeft geopteerd. § 3. De functies van beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging en van bewaarder mogen niet door dezelfde vennootschap worden uitgeoefend. Art. 36.De vervanging van de beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging van het gemeenschappelijk beleggingsfonds moet vooraf ter aanvaarding worden voorgelegd aan de FSMA. De FSMA neemt een beslissing binnen twee maanden na indiening van een volledig dossier. Art. 37.De Koning kan de voorwaarden vaststellen voor de aanvaarding van de keuze van de beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging van het gemeenschappelijk beleggingsfonds, naargelang van de categorieën van toegelaten beleggingen voor de gemeenschappelijke beleggingsfondsen. Onderafdeling 2. - Vergunning als beleggingsvennootschap Art. 38.De beleggingsvennootschap moet het bewijs voorleggen dat is voldaan aan de bepalingen van deze titel. Onverminderd de toepassing van artikelen 42 en 44, § 3, moeten haar statutaire zetel en hoofdbestuur in België gevestigd zijn. Art. 39.§ 1. De effectieve leiding van de beleggingsvennootschap moet worden toevertrouwd aan ten minste twee natuurlijke personen of eenhoofdige besloten vennootschappen met beperkte aansprakelijkheid met als vaste vertegenwoordiger in de zin van artikel 61, § 2 van het Wetboek van Vennootschappen, hun enige vennoot en zaakvoerder. De natuurlijke personen alsook de vaste vertegenwoordigers van de in deze bepaling bedoelde eenhoofdige besloten vennootschappen met beperkte aansprakelijkheid moeten de vereiste professionele betrouwbaarheid en passende ervaring bezitten voor de uitoefening van deze functie conform artikel 9 en rekening houdend met de categorie van toegelaten beleggingen waarvoor de beleggingsvennootschap geopteerd heeft. § 2. De personen die deelnemen aan het bestuur of het beleid van een beleggingsvennootschap, zonder deel te nemen aan de effectieve leiding, moeten over de voor de uitoefening van hun taak vereiste professionele betrouwbaarheid, deskundigheid en passende ervaring beschikken. § 3. De beleggingsvennootschap brengt de FSMA voorafgaandelijk op de hoogte van de voordracht tot benoeming of hernieuwing van benoeming, van de niet-hernieuwing van benoeming of van het ontslag, van de personen die deelnemen aan het bestuur, het beleid of de effectieve leiding van de beleggingsvennootschap. In geval van voordracht tot benoeming van een persoon die deelneemt aan het bestuur, het beleid of de effectieve leiding van de beleggingsvennootschap, deelt de beleggingsvennootschap de FSMA de informatie en documenten mee die haar toelaten te beoordelen of deze persoon de vereiste professionele betrouwbaarheid, deskundigheid en ervaring bezit, als bedoeld in §§ 1 en 2. De FSMA verstrekt binnen een redelijke termijn haar advies bij een voordracht tot benoeming of hernieuwing van een benoeming. Wanneer de voordracht tot benoeming of hernieuwing van benoeming een persoon die deel uitmaakt van de effectieve leiding betreft, is voor de benoeming of hernieuwing van benoeming het eensluidend advies van de FSMA vereist. Wanneer het een voordracht betreft van een persoon die voor het eerst deelneemt aan het bestuur, het beleid of de effectieve leiding van een onderneming onder toezicht van de FSMA overeenkomstig artikel 45, § 1, 2°, van de wet van 2 augustus 2002Relevante gevonden documenten type wet prom. 02/08/2002 pub. 04/09/2002 numac 2002003392 bron ministerie van financien Wet betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten type wet prom. 02/08/2002 pub. 14/06/2018 numac 2018012337 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten. - Officieuze coördinatie in het Duits. - Deel I type wet prom. 02/08/2002 pub. 04/09/2002 numac 2002003391 bron ministerie van financien Wet tot aanvulling, inzake de verhaalmiddelen tegen de beslissingen van de minister, de CBF, de CDV en de marktondernemingen, alsook inzake de tussenkomst van de CBF en van de CDV voor de strafgerechten, van de wet van 2 augustus 2002 betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten en tot wijziging van verschillende andere wetsbepalingen type wet prom. 02/08/2002 pub. 05/09/2002 numac 2002009809 bron federale overheidsdienst justitie Wet tot aanvulling van artikel 33, § 1, eerste lid van de wet van 20 juli 1990 betreffende de voorlopige hechtenis sluiten, raadpleegt de FSMA eerst de Bank. De Bank deelt haar advies mee aan de FSMA binnen een termijn van een week na ontvangst van het verzoek om advies. De beleggingsvennootschap informeert de FSMA tevens over de eventuele taakverdeling tussen de personen die deelnemen aan het bestuur, het beleid of de effectieve leiding van de beleggingsvennootschap en over de belangrijke wijzigingen in deze taakverdeling. Art. 40.De personen die deelnemen aan het bestuur, het beleid en de effectieve leiding van de beleggingsvennootschap mogen zich niet in een van de in artikel 19 van de wet van 22 maart 1993 opgesomde gevallen bevinden. Art. 41.§ 1. Voor de uitoefening van de in artikel 3, 22° bedoelde beheertaken moet de beleggingsvennootschap beschikken over een eigen en voor haar werkzaamheden of voorgenomen werkzaamheden passende beleidsstructuur. Onder passende beleidsstructuur dient inzonderheid een coherente en transparante organisatiestructuur te worden verstaan, met inbegrip van een passende functiescheiding en een duidelijk omschreven, transparant en samenhangend geheel van verantwoordelijkheidstoewijzingen. De Koning verduidelijkt, bij besluit genomen na advies van de FSMA, wat onder « passende beleidsstructuur » moet worden verstaan. § 2. De beleggingsvennootschap moet ook beschikken over de in materieel, menselijk en technisch opzicht vereiste middelen voor een eigen en voor haar werkzaamheden of voorgenomen werkzaamheden passende administratieve, boekhoudkundige, financiële en technische organisatie. Zij moet met name beschikken over controle- en beveiligingsmechanismen op informaticagebied die op haar werkzaamheden zijn toegesneden. De Koning verduidelijkt, bij besluit genomen na advies van de FSMA, wat onder « eigen en passende administratieve, boekhoudkundige, financiële en technische organisatie » moet worden verstaan. § 3. De beleggingsvennootschap dient een passende interne controle te organiseren, waarvan de werking minstens jaarlijks dient te worden beoordeeld. De interne controleprocedures omvatten met name een regeling :
  9. a)voor het bezit of het beheer van de beleggingen in financiële instrumenten met het oog op de investering van haar beginkapitaal;
  10. b)die minimaal waarborgt dat elke transactie van de beleggingsvennootschap of, in voorkomend geval, van haar compartimenten, kan worden gereconstrueerd wat de oorsprong en de aard van de transactie, de betrokken partijen alsook het tijdstip en de plaats waar zij heeft plaatsgevonden, betreft;
  11. c)die waarborgt dat de activa van de beleggingsvennootschap overeenkomstig de statuten van de beleggingsvennootschap en de geldende wettelijke en reglementaire bepalingen worden belegd. Wat haar administratieve en boekhoudkundige organisatie betreft, dient de beleggingsvennootschap een internecontrolesysteem te organiseren dat een redelijke mate van zekerheid verschaft over de betrouwbaarheid van het financiële verslaggevingproces, zodat inzonderheid de jaarrekening en de halfjaarlijkse rekening, alsook het jaarverslag en halfjaarlijks verslag in overeenstemming zijn met de geldende boekhoudreglementering. De Koning verduidelijkt, bij besluit genomen na advies van de FSMA, wat onder « passende interne controle » moet worden verstaan. § 4. De beleggingsvennootschap neemt de nodige maatregelen om blijvend over een passende onafhankelijke interneauditfunctie te kunnen beschikken. De Koning verduidelijkt, bij besluit genomen na advies van de FSMA, wat onder « passende onafhankelijke interneauditfunctie » moet worden verstaan. De FSMA kan afwijkingen toestaan van de bepalingen van het eerste lid indien de betrokken beleggingsvennootschap aantoont dat deze vereiste niet evenredig en gepast is gezien de aard, de omvang en de complexiteit van haar bedrijf. De FSMA kan specifieke voorwaarden vastleggen voor het verlenen van deze afwijkingen. § 5. De beleggingsvennootschap neemt de nodige maatregelen om blijvend te kunnen beschikken over een passende onafhankelijke compliance-functie, om de naleving door de beleggingsvennootschap, haar bestuurders, effectieve leiding, werknemers en gevolmachtigden te verzekeren van de rechtsregels in verband met de integriteit van het bedrijf van beleggingsvennootschap. De Koning verduidelijkt, bij besluit genomen na advies van de FSMA, wat onder « passende onafhankelijke compliancefunctie » moet worden verstaan. Hij kan de gevallen bepalen waarin de FSMA afwijkingen kan toestaan van de krachtens deze paragraaf genomen bepalingen. § 6. De beleggingsvennootschap moet over een passende risicobeheerfunctie en een passend risicobeheerbeleid beschikken. De Koning verduidelijkt, bij besluit genomen na advies van de FSMA, wat onder « passende risicobeheerfunctie en passend risicobeheerbeleid » moet worden verstaan. Hij kan de gevallen bepalen waarin de FSMA afwijkingen kan toestaan van de krachtens deze paragraaf genomen bepalingen. De beleggingsvennootschap moet een risicobeheermethode toepassen die specifiek is afgestemd op de categorie van toegelaten beleggingen waarvoor zij heeft geopteerd en waarmee zij te allen tijde het risico van de posities kan controleren en meten en kan nagaan wat het aandeel daarvan is in het totale risicoprofiel van de portefeuille of, in voorkomend geval, in het totale risicoprofiel van haar verschillende compartimenten. De beleggingsvennootschap moet een methode hanteren die een accurate en onafhankelijke evaluatie moet toelaten van de waarde van de OTC-derivaten (afgeleide buiten-beursinstrumenten) in haar portefeuille of, in voorkomend geval, in de portefeuille van haar verschillende compartimenten. De Koning bepaalt, bij besluit genomen na advies van de FSMA, de procedures voor de evaluatie van de OTC-derivaten. De beleggingsvennootschap moet de FSMA, jaarlijks en telkens als zij hierom verzoekt, een verslag bezorgen dat een getrouw beeld geeft van de soorten aangewende derivaten, de onderliggende risico's, de kwantitatieve begrenzingen en de gekozen methodes voor de raming van de inherente risico's aan de transacties in derivaten. De FSMA kan, bij reglement genomen conform artikel 64 van de wet van 2 augustus 2002Relevante gevonden documenten type wet prom. 02/08/2002 pub. 04/09/2002 numac 2002003392 bron ministerie van financien Wet betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten type wet prom. 02/08/2002 pub. 14/06/2018 numac 2018012337 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten. - Officieuze coördinatie in het Duits. - Deel I type wet prom. 02/08/2002 pub. 04/09/2002 numac 2002003391 bron ministerie van financien Wet tot aanvulling, inzake de verhaalmiddelen tegen de beslissingen van de minister, de CBF, de CDV en de marktondernemingen, alsook inzake de tussenkomst van de CBF en van de CDV voor de strafgerechten, van de wet van 2 augustus 2002 betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten en tot wijziging van verschillende andere wetsbepalingen type wet prom. 02/08/2002 pub. 05/09/2002 numac 2002009809 bron federale overheidsdienst justitie Wet tot aanvulling van artikel 33, § 1, eerste lid van de wet van 20 juli 1990 betreffende de voorlopige hechtenis sluiten, de hierbij geldende regels nader bepalen. § 7. De beleggingsvennootschap werkt een passend integriteitsbeleid uit dat geregeld wordt geactualiseerd. De Koning verduidelijkt, bij besluit genomen na advies van de FSMA, wat onder « passend integriteitsbeleid » moet worden verstaan. De beleggingsvennootschap moet zodanig gestructureerd en georganiseerd zijn dat het risico dat belangenconflicten afbreuk doen aan de belangen van haar effectenhouders, tot een minimum wordt beperkt. De Koning bepaalt, bij besluit genomen na advies van de FSMA, de desbetreffende nadere regels en verplichtingen. De beleggingsvennootschap werkt passende regels uit voor de rechtstreekse en onrechtstreekse persoonlijke verrichtingen in financiëleinstrumenten die worden uitgevoerd door de beleggingsvennootschap, haar bestuurders, effectieve leiding, werknemers en gevolmachtigden. De Koning bepaalt, bij besluit genomen na advies van de FSMA, de desbetreffende nadere regels en verplichtingen. Deze regels en verplichtingen hebben ten minste betrekking op : - de relevante personen op wie deze regels en verplichtingen van toepassing zijn; - de persoonlijke verrichtingen die in strijd worden geacht met de wet; - de modaliteiten waaronder de relevante personen hun persoonlijke verrichtingen dienen mee te delen aan de beleggingsvennootschap; - de wijze waarop de beleggingsvennootschappen de gegevens over de persoonlijke verrichtingen dienen te bewaren. § 8. De beleggingsvennootschap moet dusdanig georganiseerd zijn dat zij, naast de informatie die is bekendgemaakt in het prospectus en in de jaar- en halfjaarlijkse verslagen, op verzoek van de effectenhouders aanvullende inlichtingen kan verstrekken over de kwantitatieve begrenzingen die gelden voor het risicobeheer van de beleggingsvennootschap, over de gehanteerde methoden om deze begrenzingen na te leven en over de recente ontwikkelingen op het vlak van risico's en rendement van de activa die de categorie van toegelaten beleggingen vormen waarvoor de beleggingsven

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.